Vieze gedachten

“Waarom schrijf jij nooit over het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen?”

Heel even voel ik me in een hoek gedrongen. Wanneer ik nadenk over dat conflict zakt me de moed gewoon meteen in de schoenen. De uitzichtloosheid ervan, de onwil van beide partijen om een vreedzame oplossing te zoeken. Er is geen staakt-het-vuren of bestand en een van hen verbreekt het. Daar vind ik altijd weer wat van, maar omdat ik geen bijzondere affiniteit met een van beide partijen heb en ongezouten kritiek op allebei heb levert me dat doorgaans ongemakkelijke discussies op. Daarnaast vind ik dat dit conflict, relatief gezien, te hoog op de agenda staat.

Het is het enige conflict van vele op deez’ aardkloot waar iedereen wat van lijkt te moeten vinden. De ‘zendtijd’ die eraan gegeven wordt is fenomenaal. Over de Rohingya, volgens de Verenigde Naties één van de meest vervolgde minderheden ter wereld, en het racistisch en religieus geweld tegen hen horen we bijna nooit iets. Zo’n 50.000 yezidi’s in nood op een bergtop, op de vlucht voor de strijders van de Islamitische Staat (IS) kunnen op relatief mondjesmaat aandacht rekenen. Meer dan 3 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht, waar een vreselijke burgeroorlog gaande is, maar op een enkel krantenartikeltje na blijft het stil. Dat de Tibetanen nog altijd snakken naar vrijheid zijn we zelfs al zo goed als vergeten.

Het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen is het enige conflict van vele op deez’ aardkloot waar iedereen voor een van de strijdende partijen lijkt te moeten zijn, liefst op basis van een misplaatst gevoel van verbondenheid waar ik niets van begrijp.

Ik voel die verbondenheid niet. Niet met Israël, haar geschiedenis of het jodendom. Niet met Gaza, haar geschiedenis of de islam. Vol verwondering zie ik veel Nederlanders zich identificeren met een der strijdende partijen en zie ik hen het conflict importeren. Palestijnse en Israëlische vlaggen aan Nederlandse balkonnetjes, uit de hand lopende demonstraties, antisemitisme en islamofobie.

Dat wil overigens niet zeggen dat het conflict me niet aan het hart gaat. De enigen met ik me verbonden voel echter zijn de burgerslachtoffers aan beide zijden. Bloederige foto’s van omgekomen kinderen breken mijn hart. Ze illustreren de onmacht en de onwil om de vijandelijkheden te staken.

Toen was daar opeens een miniatuur-Gaza op het Amsterdamse Krugerplein, waar een enkel balkonnetje met een Israëlische vlag tussen ettelijke andere balkonnetjes met de Palestijnse bestookt werd met een heuse brandbom. De ironie wil dat die brandbom een balkonnetje te laag terecht kwam, waar een Palestijnse vlag aan hing. De vlaggen van de Tibetanen, de Rohingya en de yezidi’s, die hangen echter niet aan Nederlandse balkonnetjes. Dat alles irriteert me.

Zo solidair als we met de Israëliërs of de Palestijnen kunnen zijn, dat kunnen we kennelijk voor andere groepen helemaal niet opbrengen. Andermans leed doet niemand in ons kikkerlandje radicaliseren, maar begin over Israëliërs en Palestijnen en zelfs meneer Tofik Dibi radicaliseert dat het een lieve lust is. Zijn mams zit in een oer-Hollands trammetje kennelijk liever niet in de buurt van joodse mensen, zijn vriendschappen met vrienden van joodse komaf bekoelen en hij merkt dat hij radicale teksten best vindt – het kan hem allemaal niets meer schelen. Al beseft hij gelukkig wel dat dit vieze gedachten zijn.

Minister Frans Timmermans van Buitenlandse Zaken observeerde die geïmporteerde polarisatie ook en had er iets heel zinnigs over te zeggen: “Dit is geen strijd tussen Joden en moslims. Wie dat er in Nederland wel van maakt, trapt niet alleen in de val van radicalen, maar ontneemt ons ook de kans van positieve invloed te zijn in de regio.”

Meneer Wilders radicaliseerde op zijn beurt gezellig nog een potje mee, zij het dan ten faveure van Israël. Het is weinig verrassend, maar hij was het hartgrondig met minister Timmermans oneens. “Dit is geen tijd om evenwichtig te zijn. Dit is een tijd om te kiezen. Dit is een moment dat niet vraagt om evenwicht, want evenwicht is niet nodig.” Daar zit natuurlijk een behoorlijke dosis eigenbelang bij, want meneer Wilders en zijn PVV tieren welig op spanningen tussen bevolkingsgroepen. Bij evenwichtigheid hebben zij geen baat en dus is die “niet nodig”. 

Dit is juist een tijd om evenwichtig te zijn. Als we, als Nederland, al een rol in zo’n conflict moeten spelen dan moet dat een positieve zijn. Als we ergens kunnen bijdragen aan een vreedzame oplossing, dan moeten we dat vooral doen. Ons andermans conflict eigen maken hoort daar gewoon niet bij. 

Lieve Minister Timmermans

Ik heb begrepen dat u inmiddels een van uw hogere ambtenaren naar Saoedi-Arabië gestuurd heeft en u zelfs voornemens bent er zelf naartoe af te reizen. Dat alles om de plooien in de Saoedi-Arabische vlag glad te strijken die de stickeractie van meneer Wilders teweeg heeft gebracht.

Op de stickers van meneer Wilders, die hij in november van het vorige jaar al presenteerde, staat in Arabisch schrift de anti-islamitische boodschap “De islam is een leugen, Mohammed een crimineel en de Koran gif” – of woorden van gelijke strekking, ik ben het Arabisch niet machtig dus ik verlaat mij hier op de vertaling van anderen.

De sticker, groen met witte letters, lijkt op de Saoedi-Arabische vlag. Op die vlag, ook groen met witte belettering, staat de islamitische geloofsbelijdenis: “Ik getuig dat (er) geen godheid is (dan) alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.” Of, alweer, woorden van gelijke strekking.

Meneer Wilders maakt met zijn sticker de islamitische profeet en godsdienst belachelijk en misbruikt daarbij de nationale vlag van Saoedi-Arabië. Dat is onaardig van meneer Wilders en onfatsoenlijk bovendien, vond ik, maar hij is vrij zijn mening te uiten en vlagschennis is in Nederland in het geheel niet strafbaar.

Daarnaast moet hij die sticker in een enveloppe van de Tweede Kamer naar de Saoedische ambassade in Den Haag gestuurd hebben en daar heeft men kennelijk een half jaartje op dit affront moeten zouten. Inmiddels is de spreekwoordelijke kogel door de moskee en is men beledigd. Zo beledigd dat men een handelsboycot overweegt.

Daarmee krijgt meneer Wilders zijn zin, want dat de Saudi’s er uiteindelijk het hunne van zouden denken kon hij op zijn vingertjes natellen natuurlijk. Dat was de bedoeling ook, daar hoeven we ons geen illusies over te maken. Nu mogen de Saudi’s op hun beurt natuurlijk van meneer Wilders vinden wat ze willen, maar dat dreigen met een handelsboycot is natuurlijk aperte nonsens. Voor zulke dwingelandij, uitgerekend van dit land, zouden we doof moeten blijven.

Volgens u, beste meneer Timmermans, “is er officieel er nog altijd géén sprake van een handelsboycot door Saoedi-Arabië” maar hoort u wel verhalen van “steeds meer Nederlandse bedrijven die geen contracten krijgen en dat hun samenwerking met de Saoedi’s niet doorgaat”. U vreest voor dat handelsboycot en dat begrijp ik best. Money makes the world go round en in dit geval gaat het om meer dan twee miljard exporteuronen.

Toch zou ik u willen vragen gewoon fijn thuis te blijven.

U geeft zelf aan dat Nederland al jarenlang met Saoedi-Arabië praat over de mensenrechten in dat land, maar dat “deze dialoog door de actie van Wilders vrijwel onmogelijk is geworden”. Om dit gevoelige onderwerp weer ter sprake te kunnen brengen is het volgens u “eerst nodig om ‘de rotzooi van Wilders’ op te ruimen”.

Laat de Saudi’s nu eerst hun eigen rotzooi maar eens opruimen alvorens handel met hen te willen drijven. Mensenrechtenschendingen zijn er aan de orde van de dag en daar hebben die jarenlange conversaties duidelijk weinig tot niets aan veranderd.

In Saoedi-Arabië werd blogger en oprichter van de Saoedische website “Vrije Saoedische Liberalen” Raif Badawi op 30 juni 2013 nog veroordeeld tot 600 zweepslagen en zeven jaar gevangenisstraf wegens belediging van de islam. Op zijn website werd namelijk kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd. Badawi had kritiek op de religieuze politie voor het schenden van mensenrechten en erger nog; Raif Badawi had het gore lef om te vinden dat moslims, christenen, joden en atheïsten gelijkwaardig aan elkaar zijn en haalde zich daarmee de toorn van een islamgeleerde op de hals. Raif Badawi is een van velen.

Mensenrechtenverdedigers worden vervolgd en gestraft, mensen worden er zonder aanklacht jarenlang opgesloten, vrouwenrechten worden er systematisch geschonden, vreemdelingenhaat tiert er welig, er wordt gemarteld en men bedient zich er van uitermate wrede straffen. Vrijheid van religie is non-existent, op afvalligheid staat de doodstraf. Het is het enige land ter wereld dat nog aan koppensnellen doet, bij voorkeur en plein public. Nieuwe wetten verklaren atheïsten er tot terroristen.

Lieve Minister, u hield vorige week nog een fel betoog tegen antisemitisme en racisme in Europa. U maakte zich boos om antisemitisme en de uitlatingen door politici van rechts-populistisch pluimage. Volgens u bedreigen antisemitisme, racisme, discriminatie, islamofobie, antigevoelens tegen religie of antigevoelens tegen mensen die ervoor kiezen geen religie te hebben  “het Europese project” en de strijd tegen zulke sentimenten moet ons veel waard zijn.

Is dat dan alleen in Europa of is twee miljard exporteuronen gewoon te duur?

Wanneer die strijd u werkelijk zo veel waard is, blijf dan thuis. Boycot Saoedi-Arabië.

Put your money where your mouth is.

Stenen des aanstoots

Vorige maand schreef ik over de website DeWareReligie.nl en het verhaal dat zij bracht over een moslima-in-niqaab, die mishandeld zou zijn op het perron van station Hollands Spoor. Een verhaal dat zij zich kort daarna genoodzaakt zag te rectificeren. Kennelijk is de negatieve aandacht voor dat platform goed bevallen, want gisteren gooide men er nog maar eens wat olie op het vuur, dat ook meneer Wilders zo graag brandende houdt.

Iemand die zich Abu Suhayb en columnist noemt schreef een open brief aan de ouders van de in Jemen ontvoerde journaliste Judith Spiegel en haar echtgenoot Boudewijn Berendsen. Het stel werd door een groep gewapende mannen in huis aangevallen, wordt sindsdien vastgehouden en heeft in een video om hulp gevraagd.

Het in die video genoemde ultimatum is stil voorbij gegaan en er is sindsdien niets meer van het koppel vernomen. Naar verluidt willen de ontvoerders tien miljoen euro voor de vrijlating van het ongelukkige stel. Dat mag geen verrassing heten, ontvoeringen zijn in Jemen een bepaald weinig ideologische miljoenenbusiness. Judith Spiegel was zich daar bewust van.

In Jemen zelf nemen steeds meer mensen, waaronder vooraanstaande Jemenieten, het voor mevrouw Spiegel en haar man op. Nobelprijswinnares Tawakkol Karman brak een lans voor hen. Men lijkt zich inmiddels te gaan beseffen hoe slecht die ontvoeringen zijn voor de Jemenitische reputatie.

Geert Wilders

De “columnist” zit met een van de laatste tweets van Geert Wilders in zijn maag. Ter ere van het vijfentwintig jarige jubileum van Al Qaida schreef deze “25 jaar Al Qaida terreur in de naam van een krankzinnige krijgsheer/pedo. Maar beschaving wint altijd van barbarisme”.

Ironisch genoeg onderschrijft meneer Wilders daarmee dat de beschaving nog wel even te gaan heeft, alvorens we victorie kunnen kraaien. Ik blijf me ook verwonderen over de hoeveelheid vilein venijn dat in koud 140 lettertekens gegoten worden kan. Soit, de man mag, zij het binnen de kaders van de wet, zeggen wat hij wil en dat is hoe dan ook een groot goed.

Infantiel

Enfin, men acht de profeet alweer geschoffeerd en dat kan natuurlijk niet. Abu Suhayb voelt zich wel heel erg door Geert Wilders gekrenkt en haalt op zijn beurt eens even lekker uit naar de ouders van Judith Spiegel en Boudewijn Berendsen.

Dat is een infantiele manier om agressie af te reageren, misschien dat Abu Suhayb er een volgende keer beter aan doet die naar een geschikter vervangobject, een boksbal bijvoorbeeld, te verplaatsen.

Met een verwatenheid en melodrama waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen wijst hij de bezorgde ouders op hoe slecht men in de islamitische wereld op zulke uitlatingen reageren kan. Daarbij gaat hij zelfs zo ver als de rellen om de zogeheten Mohammed-cartoons aan te halen.

Cartoons

Die cartoons, hoe zat dat ook al weer? Dat is toch ook alweer een jaar of zeven, acht geleden.

In Denemarken durfde destijds geen enkele illustrator het nog aan om een eenvoudig en onschuldig kinderboekje over profeet Mohammed van leuke plaatjes te voorzien, simpelweg uit angst voor represailles. De Jyllands-Posten, een Deens dagblad, besloot op die actualiteit in te haken met een artikel over zelfcensuur en de vrijheid van meningsuiting. Daarbij drukte ze een twaalftal satirische spotprenten af.

Kort na publicatie werden de journalisten telefonisch met de dood bedreigd. Een Deense moslimorganisatie Islamisk Trossamfund eiste excuses van de krant, die dat uiteraard weigerde. Er volgde nog een vreedzame protestdemonstratie voor het kantoor van Jyllands-Posten en daar bleef het in eerste instantie bij. Zes van de spotprenten werden weliswaar nog in een Egyptisch dagblad afgedrukt, maar geen haan die er nog naar kraaide.

Dan brengen vijf Deense moslims een bezoekje aan Egypte, met een kleine collectie cartoons waar ze een aantal eigen maaksels aan hebben toegevoegd, waaronder onder andere een prent van Mohammed als demonische pedofiel en een bewerkte foto van een man met een varkenssnuit, die ook Mohammed zou voor moeten stellen. Althans, dat claimt het illustere vijftal. Later blijkt het een foto te zijn van een Fransman, die meedoet aan een folkloristische competitie schreeuwen-als-een-varken.

Ook Libanon, Syrië, Marokko en Algerije worden met zo’n bezoekje vereerd en tijdens dat gezellige samenzijn wordt driftig met de tekeningen gewapperd. Langzaamaan begint dan de hysterie. Van handelsboycots, ambassades die in het beste geval gesloten en in het slechtste geval gebrandschat worden, pogingen tot aanslagen, op onder andere cartoonist Kurt Westergaard, tot heuse volksoplopen waarbij uiteindelijk zelfs doden vallen.

Tegen die tijd leiden de cartoons, en dan met name de door ons illustere vijftal zelfverzonnen platen, een eigen leven en is iedereen vergeten dat de Deense cartoons nooit getekend zijn met het oogmerk moslims te beledigen.

Oprechte kritiek te berde brengen is iets heel anders dan simpelweg willen beledigen, maar ook aan die nuance ging men voorbij. Wanneer de Islam misbruikt wordt om geweld te billijken mag dat best gezegd worden en zulks benoemen is op generlei wijze beledigend voor de Islam. Dat ’t de misbruiker tegen het zere been is, dat is weer een tweede.

Spijt

De ironie wil dat een van deze reislustige Deense moslims deze week zijn spijt betuigde over zijn aandeel in deze kwestie. Deze meneer, Ahmad Akkari, stelde daarbij zelfs dat Jyllands-Posten het volste recht had de gewraakte spotprenten af te drukken en bood in persoon zijn excuses aan Kurt Westergaard aan.

“I want to be clear today about the trip: It was totally wrong,” Akkari told The Associated Press this week. “At that time, I was so fascinated with this logical force in the Islamic mindset that I could not see the greater picture. I was convinced it was a fight for my faith, Islam.”

In dat licht bezien mogen we misschien in onze handjes knijpen dat meneer Suhayb zijn agressie in het geschreven woord afreageert. De columnist lijkt volkomen overtrokken reacties op onwelgevallige uitlatingen wel logisch te vinden. Daarbij schetst hij zelf een beeld van een gewelddadige mondiale moslimgemeenschap, die in reactie op de woorden van Wilders automatisch onschuldige derden naar het leven zal staan.

“Er zijn mensen voor minder onthoofd. Jullie kinderen, die in handen zijn van Al Qaida, zullen zonder twijfel de grootste slachtoffers zijn van de invulling van vrijheid van meningsuiting die Geert Wilders geeft.”

Met zulke vrienden heeft de Islam geen vijanden nodig.

Het altaar van de PVV

Dat Geert Wilders vervolgd wordt hebben we geen van allen kunnen missen. Zijn rechtzaak wordt immers live uitgezonden en breed in de pers uitgemeten – om nog maar niet te spreken van het misbaar dat de heer Wilders er zelf over maakte. Zo was de uitspraak van het Amsterdams gerechtshof, dat Geert Wilders vervolgd moest worden om gedane uitspraken, naar ’s mans bescheiden mening een “aanslag op de vrijheid van meningsuiting”. Sterker, diezelfde vrijheid van meningsuiting dreigde door dat proces “geslachtofferd te worden op het altaar van de islam”.

De man, die in 2005 de beruchte Deense cartoons over profeet Mohammed op zijn site plaatste, om “op te komen voor de vrijheid van meningsuiting en de Denen een hart onder de riem te steken”, in 2009 verklaarde dat de vrijheid van meningsuiting hem heilig was en hij voor die vrijheid vechten zou, wist zich lijdend onderwerp van een politiek proces. Een van de uitspraken, waar Geert Wilders zich nu bij de rechter voor verantwoorden moet, luidde; “De kern van het probleem is de fascistische islam, de zieke ideologie van Mohammed zoals neergelegd in de islamitische ‘Mein Kampf’: de koran”.

Uitgerekend de vergelijking van de koran met Hitler’s Mein Kampf werd door het Hof in zo’n mate beledigend geacht, dat het toetsing door de rechter noodzakelijk achtte. Het verweer van Geert Wilders, dat zijn voorgenomen vervolging de vrijheid van meningsuiting in gevaar zou brengen, werd door het Hof terzijde geschoven. Die vrijheid kent immers het voorbehoud “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet” en de heer Wilders werd achteraf vervolgd voor uitspraken die hij in alle vrijheid had kunnen doen. Wanneer dan blijkt dat dergelijke uitspraken buiten de kaders van de wet vallen, kun je dus alsnog vervolgd worden.

Het Gerechtshof Amsterdam beval Geert Wilders te vervolgen wegens het aanzetten tot haat en discriminatie.

Wanneer in 2008 een lesbrief verschijnt waarin de film Fitna bijna vergeleken wordt met Mein Kampf reageert de PVV echter in haar kuif (no pun intended) gepikt en de organisatie van de Dag van Respect biedt gevoeglijk haar excuses aan. De gewraakte zin; “De film Fitna van Geert Wilders of het boek van Mein Kampf van Adolf Hitler, zijn gebaseerd op eenzijdige denkbeelden”. Na klachten van de PVV en op aandringen van staatsecretaris Sharon Dijksma werd de lesbrief gerectificeerd.

Ook wanneer Geert Wilders zelf figureert in een cartoon, op de website van de VARA, is hij ook not amused. Hij dreigt geen acte de présence te geven bij het lijsttrekkersdebat wanneer de VARA de spotprent niet verwijderd wordt. Kennelijk liggen de zaken anders wanneer je zèlf slachtoffer bent van een dergelijke vergelijking.

Historicus Thomas von der Dunk, de man van het mudje hete aardappelen en de obligate lederen broek, wordt vervolgens zelfs ronduit gecensureerd na een overleg met PVV-partijbons Hero Brinkman. “De vertegenwoordigers van CDA en VVD vertelden me dat er in Von der Dunks lezing een aantal partijpolitieke passages stonden die niet positief waren voor de PVV. Ik heb toen gezegd: als jullie deze antisemiet Von der Dunk een podium geven om zich tegen de PVV af te zetten, zal ik hem niet alleen in het debat bij de enkels afzagen, maar dan is het misschien ook de laatste Willem Arondéus Lezing geweest”, aldus Brinkman.

De Willem Arondéuslezing wordt gevoeglijk afgezegd. Hero Brinkman, bepaald geen onbeschreven blad, legt kennelijk nogal wat gewicht in de schaal.

Saillant detail is dan wel dat de CDA- en VVD-leden van de Noordhollandse Statenwerkgroep, die de Arondéuslezing organiseert, zelfs zo ver meenden te moeten gaan als het ten onrechte gebruiken van de namen van hun collegae (van respectievelijk GroenLinks, de PvdA en de SP) bij het ondertekenen van de brief, waarin die lezing werd afgeblazen.

Dan opeens is daar nu de Haagse schrijver Karel Kanits, die op zijn beurt Geert Wilders heeft vergeleken met Adolf Hitler en de PVV-voorman op het Bevrijdingsfestival in Den Haag “een geblondeerde führer” noemde. De PVV-fractie reageert direct ontstemd, verslijt Kanits voor “brulboei” en meent dat gewraakte vergelijking “goor en laag” is. Op hoge poten eist men excuses van Kanits én nodigt men de schrijver uit voor een bezoekje aan concentratiekamp Auschwitz. Kanits heeft laten weten niet van zins te zijn zijn excuses aan te bieden en beroept zich op zijn vrijheid te mogen zeggen wat hij vindt.

Gelijk heeft hij. De vrijheid van meningsuiting mag immers evengoed niet geslachtofferd worden op het altaar van de PVV.

Verdachte Wilders

Het proces Wilders, dat nog altijd aan de gang is en ik tijdens mijn vrije uurtjes toch zo veel mogelijk volg (met dank aan de NOS, dat een live stream verzorgt) houdt de gemoederen nog altijd bezig. Afgelopen vrijdag formuleerde het Openbaar Ministerie haar eis en, volgens verwachting, luidt die “vrijspraak op alle punten”. Aangezien het OM om te beginnen al niet wilde vervolgen en ze haar technisch sepot uitgebreid wist te motiveren mag dit alles geen verrassing heten, me dunkt.

De uitspraken van Geert Wilders, die aanklachten opleverden wegens groepsbelediging en het aanzetten tot respectievelijk haat en discriminatie, zijn volgens het OM weliswaar “kwetsend” voor gelovigen, maar niet strafbaar. Dat laatste is omdat Wilders, aldus dat OM, geen “intrinsiek conflictueuze tweedeling” tussen groepen mensen schetste waarbij de ene groepering de dupe wordt van de andere. Omdat Wilders zijn, op het eerste oog welzeker discriminerende uitlatingen, binnen de context van het openbaar debat deed zijn ze niet strafbaar in wettelijke zin.

Dat is, wat mij betreft, zoals het hoort en naar de geest van onze wetgeving. De vrijheid van meningsuiting moet hier wel prevaleren, net zoals de vrijheid van religie dat deed in de zaak Khalil el Moumni. U kent hem vast nog wel; de Marokkaanse imam die in dit mooie land de vrijheid kreeg te preken (een vrijheid die hem in zijn thuisland Marokko eerder werd ontzegd!), die homoseksualiteit voor een besmettelijke ziekte versleet en die zijn volgelingen in geheimzinnig gutturaal Arabisch voorhield dat de Westerse beschaving een beschaving zonder enige moraal is.

Voltaire zei het al; “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen“. Nu zei Voltaire wel meer en niet alles even fraai, maar deze opmerking snijdt hout. Omdat de heer El Moumni zijn uitspraken deed om de leerstellingen van zijn geloof te verduidelijken en zijn woorden binnen die context gezien moesten worden mocht hij dus op vrijspraak rekenen, ondanks het beledigende karakter van zijn uitspraken.

Natuurlijk, ook voor een politicus liggen de grenzen van het toelaatbare daar waar de wet de vrijheid van meningsuiting omkadert. Die vrijheid is, net als die van religie, immers nog altijd niet absoluut. Dat daargelaten is ongezouten kritiek op een geloof nog geen belediging van de groep gelovigen, hoe moeilijk zij die kritiek ook te verteren vinden en dat was van meet van aan ook aan het OM duidelijk. Belediging vereist opzettelijkheid, die bewezen zal moeten worden wil een uitlating daadwerkelijk strafbaar zijn en daar was het OM niet van overtuigd, vandaar in beginsel al haar beslissing niet tot vervolging over te gaan. Wilders debiteerde zijn uitlatingen immers in het kader van het maatschappelijk debat en hoe je het ook wendt of keert – dat is ’s mans recht. De mate van gekwetstheid van de klagers speelt daarin geen rol. Soit, Wilders verdient dus op zijn minst de beleefdheid die Khalil el Moumni genoot zijn woorden in hun context van het beoogde maatschappelijk debat te bezien en zou derhalve evengoed op vrijspraak moeten kunnen rekenen.

Daarmee wil ik zeker niet zeggen dat ik de toetsing van Wilders’ uitspraken door de rechtbank geen goede zaak vind. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland zoals ik al zei niet absoluut, maar er lijkt de laatste jaren wel erg veel onduidelijkheid te zijn over waar de grens dan ligt. Geert Wilders zocht bewust de uiterste grenzen op en dat bleek wel op het moment dat hij toegaf dat zijn “kopvoddentax” hemzelf eigenlijk ook te ver ging. Er is een tweedeling tussen enerzijds mensen die hen onwelgevallige meningen in de kiem willen smoren door om het hardst te roepen hoe zij zich beledigd voelen en degenen anderzijds, die menen dat beledigende of zelfs discriminatoire taal maar moet kunnen onder een valse vlag van absolute vrije meningsuiting.

De benadeelden in de zaak Wilders vallen duidelijk in de eerste categorie. Mohammed Enait, vrouwenhandenweigeraar en zittend advocaat, maakte Geert Wilders uit voor “een kleine Hitler”. Daarmee betuigde hij zich van eenzelfde hypokritische inborst als imam Abdul Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, maar die op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en die zelfs verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. De verontwaardiging van beide heren is dus bepaald selectief.

Nochtans waardeer ik de ironie dat Enait en Wilders elkaar nu treffen bij de rechtbank waarvan zij beiden eerder blijk gaven er weinig tot geen respect voor op te kunnen brengen.

Ook wil ik niet vergeten dat we kort na de brute moord op Theo van Gogh in dit landje massaal riepen dat eigenrichting onwenselijk is en dat je hier je recht haalt door middel van de rechtsgang. Nu er dan mensen zijn opgestaan en besloten hebben hun recht dan ook te gaan halen, moet de rechtsgang haar beloop hebben.

Bram Moszkowicz, verdediger van Geert Wilders en in die hoedanigheid van het vrije woord, vroeg zich vandaag tijdens zijn pleidooi af of iemand onder het mom van zijn religie een ander met die religie mag lastigvallen?

Dat is een goede vraag, die me direct deed denken aan de commotie op het Rotterdamse stadhuis, waarover vandaag werd bericht en alwaar men ongevraagd Jan en alleman halal vlees zou voorschotelen. Zoals ik eerder al betoogde is dat de omgekeerde wereld. Wie niet geboden is zich aan joodse of islamitische spijswetten te houden zou te allen tijde vlees op zijn bordje moeten krijgen dat afkomstig is van de beduidend minder dieronvriendelijke reguliere slacht. Er is geen enkele reden waarom zij zich zouden moeten conformeren aan de religieuze leefregels van anderen, al was het maar om het simpele feit dat de vrijheid van religie ook de vrijheid betekent níet te geloven.

Religie is dus alleszins geen juk dat je een ander op mag leggen. Toch matigen gelovige mensen zich het met regelmaat aan anders- en nietgelovigen in het keurslijf van hun religie te dwingen. De almaar terugkerende ophef over ritueel geslacht vlees en het al dan niet mogen afbeelden van profeten illustreren dat heel aardig. Religieuze leerstellingen zijn niet boven alle kritiek verheven louter omdat zulks gelovigen tegen de borst stuit. Wanneer die leerstellingen op hun beurt de nodige onwelgevalligheden omvatten waar het die anders- en ongelovigen betreft past het betreffende gelovigen in het geheel niet op hoge toon aanstoot te nemen wanneer die anders- en ongelovigen daar hardop het hunne van denken.

De Koran is daar geen uitzondering op, met haar beloften van eeuwig hellevuur en lijden voor al wie ongelovig is. Wie de vrijheid opeist mij een hiernamaals te mogen voorzeggen waarin ik mij slechts mag laven aan kokend water, dat mijn ingewanden zal doen scheuren, louter omwille van wie ik ben en hetgeen ik niet geloof, is mij de vrijheid verschuldigd dat idee abject te vinden. Die vrijheid immers, is een tweesnijdend zwaard.