Zin en Onzin over Vaccineren

Morbilli.png

Mazelen

De mazelen (Morbilli) zijn terug in Europa. Dat is een klinkende overwinning voor de anti-vaccinatiebeweging.

In de eerste maanden van dit jaar is het aantal besmettingen met deze, alles behalve onschuldige, ziekte exponentieel toegenomen. In ons welvaartlandje sterven een of twee patiëntjes per duizend infecties. In ontwikkelingslanden is dat vijf, soms zelfs tien procent. Bijkomende mogelijke complicaties van mazelen zijn middenoorontsteking, longontsteking, hersenvliesontsteking en, wanneer je het ongeluk hebt een gemuteerd mazelenvirus te treffen, een zeldzame chronische en progressieve hersenontsteking. Er is geen medicijn tegen mazelen.

Maar! Er is wel een vaccin. Een vaccin dat zichzelf dubbel en dwars bewezen heeft. Wereldwijd stierven er in 2011 158.00 mensen aan mazelen, 71% minder dan voorheen en dat alleen omdat er steeds meer gevaccineerd wordt. Voordat men überhaupt begon met vaccinatie tegen mazelen stierven er nog zo’n 2,6 miljoen mensen per jaar – en ondanks de vaccinatieprogramma’s is het mazelenvirus nog altijd een van de voornaamste oorzaken van kindersterfte.

Poliomyelitis

Polio

Vaccinatie werkt!

Dat vaccinatie werkt, dat zou genoegzaam bekend moeten zijn. Het besmettelijke en levensbedreigende pokkenvirus is het eerste virus dat met succes door een wereldwijd vaccinatieprogramma werd uitgeroeid. Vervolgens richtte de medische wereld zich op het poliovirus, met bijna evenveel succes. In 2015 waren er wereldwijd nog maar een honderdtal poliobesmettingen, het laagste aantal ooit en dat is een grote sprong voorwaarts voor ons, mensen. U weet wel; minder sterfte, minder ziekte, minder lijden, minder verdriet.

Vaccinatieprogramma Nederland

In Nederland krijgen veruit de meeste kinderen een breed scala aan vaccinaties toegediend. De overheid betaalt deze vaccinatieprogramma’s en dat kost een lieve duit.
Het hedendaags vaccinatieprogramma bestaat uit vaccinaties tegen:

  • Difterie, een bacteriële infectieziekte, was voor ertegen gevaccineerd werd een van de voornaamste oorzaken van kindersterfte. Ook bekend onder de naam kroep is deze ziekte zonder behandeling vaak fataal. De bacterie maakt gifstoffen die de weefsels van de luchtwegen, de hartspier en het zenuwstelsel kunnen beschadigen. De slijmvliezen in de keel worden taai, hetgeen de ademhaling bemoeilijkt, en vormen pseudo-membranen die los kunnen geraken en de luchtweg vervolgens blokkeren. Herstel kan weken, soms zelfs maanden duren en een patiënt kan blijvende complicaties oplopen; van verlamming, scheelzien tot een verminderde visus.
  • Kinkhoest wordt ook door een bacterie, Bordetella pertussis, veroorzaakt. Zoals de naam al verraadt wordt deze ziekte vooral gekenmerkt door hevig en aanhoudend hoesten. Wanneer de symptomen op hun ergst zijn hoest een patiënt zich tot bijna-stikken toe leeg, waarop met een gierend geluid weer ingeademd wordt. Daarom noemt met kinkhoest in Engeland “whooping cough“. De ernstige hoestaanvallen kunnen braken opwekken en in het ernstigste geval de patiënt doen stikken.
  • Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie kun je bij een kleine verwonding oplopen en eenmaal in het lichaam produceert hij giftige afvalstoffen die spierweefsel aantasten, met hevige en pijnlijke spierkrampen tot gevolg. Verkrampte gezichtsspieren doen het gezicht in een sardonische grimas vertrekken. Het lichaam van de patiënt wordt door verkrampende spieren in een pijnlijke achterwaartse boog getrokken. Dat kan zo’n zes weken duren, waarna het tetanustoxine uiteindelijk de ademhalingsspieren of het hart kan bereiken, waardoor de patiënt sterft. Zelfs met een goede behandeling is tetanus in 50% van de gevallen fataal.
  • Polio is een virusaandoening. Het virus tast maag en darmen aan en veroorzaakt een ontsteking in het ruggenmerg. De ziekte verloopt in veruit de meeste gevallen mild, maar in 1% van de gevallen treden spierzwakte en -verlammingen op. In kinderen veroorzaken die op hun beurt misvormingen tijdens de groei. In een enkel geval veroorzaakt polio een verlamming van de ademhalingsspieren.
  • Haemophilus influenzae type b, Hib voor intimi, is een bacterie. Deze bacterie is verantwoordelijk voor 5% van de gevallen van hersenvliesontsteking bij zuigelingen en peuters en kan een strotklepontsteking veroorzaken. In 2% van de door Hib veroorzaakte gevallen van meningitis sterft de patiënt. Bij kinderen met Hib-infectie is dat zelfs 5 tot 10%. Bij 10% is er blijvende schade, zoals doofheid, epilepsie of een geestelijke achterstand.
  • Hepatitis B is een virus, dat leverontsteking veroorzaakt. De aandoening verloopt in veel gevallen onopgemerkt. Zijn er wel symptomen, dan kunt u in rekenen op zaken als geelzucht, vermoeidheid, koorts, spier- en gewrichtspijn, misselijkheid en pijn in de bovenbuik. Wordt de infectie ook nog eens chronisch dan raakt de lever beschadigd, levercirrose, en is er een grotere kans op leverkanker.
  • De bof is een virusziekte die in de meeste gevallen onschuldig verloopt. Het virus kan een ontsteking veroorzaken in de oorspeekselklier, met een flinke zwelling van de wang tot gevolg. In de gevallen dat het verloop van de bof niet zo onschuldig uitpakt kunnen er complicaties optreden als hersen- en hersenvliesontsteking of ontstekingen aan organen als de eileider, de testikel en de alvleesklier. Ook doofheid en blindheid  kunnen gevolg zijn van de bof.
  • Mazelen wordt veroorzaakt door een luchtwegvirus. In eerste instantie lijken de symptomen op die van een flinke griep, met bijbehorende koorts, totdat die rode jeukende vlekjes verschijnen en de koorts nog eens verder oploopt. Bijkomende mogelijke complicaties zijn middenoorontsteking, longontsteking, hersenvliesontsteking en, wanneer je het ongeluk hebt een gemuteerd mazelenvirus te treffen, subacute scleroserende panencefalitis. In ons welvaartlandje sterven een of twee patiëntjes per duizend infecties. In ontwikkelingslanden is dat vijf, soms zelfs tien procent.
  • Rodehond wordt veroorzaakt door het rubellavirus en verloopt doorgaans onschuldig. Opgezette lymfeknopen, rode huiduitslag, soms koorts, oogbindvliesontsteking en gewrichtsklachten. Patiënten zijn nauwelijks ziek en rodehond is snel weer over. Het echte probleem met rodehond is wat het virus met de ongeboren vrucht kan doen, wanneer de aankomende moeder er in het begin van haar zwangerschap ziek van wordt. Geboorteafwijkingen als grijze staar, glaucoom, doofheid, hartafwijkingen of een vernauwing van de longslagader kunnen die ongeboren vrucht ten deel vallen.
  • Meningokokken C wordt veroorzaakt door een bacterie Neisseria meningitidis, die bij 10% van onze bevolking latent aanwezig is in de keel- en neusholte. Zij zijn drager. Daar heeft het merendeel van die groep geen last van, maar er zijn er die er een hersenvliesontsteking of (bijzonder snel verlopende) bloedvergiftiging van krijgen, beide soms met fatale gevolgen. Vooral jonge patiënten kunnen behoorlijk ziek worden. In 20 tot 30% van de gevallen leidt meningokokken C tot blijvende complicaties, zoals doofheid, motorische problemen en leer- en gedragsproblemen.
  • Het humaan papillomavirus kan een abnormale celgroei veroorzaken in huid en slijmvliezen. Er zijn honderden verschillende van deze papillomavirussen, de meeste ongevaarlijk, sommige veroorzaken wratten. Een infectie kan de kans op kanker (met name baarmoederhalskanker) vergroten. In 75% van de gevallen van baarmoederhalskanker is een humaan papillomavirus als oorzaak aan te wijzen.

Waarom zou je dan niet vaccineren?

Het gaat dus in alle gevallen om ziekten die ernstige symptomen met zich meebrengen, levenslang kunnen invalideren en een fatale afloop kunnen hebben. Van “onschuldige kinderziekten” is hier geen sprake. Toch is er een groeiende groep mensen die zijn kinderen niet laat vaccineren en zich openlijk tegen vaccinatie uitspreekt.

Religieuze bezwaren

Er zijn mensen die uit religieus oogpunt hun kinderen niet vaccineren, die vinden dat een mensenleven in Gods hand ligt en een ziekte door “Gods vaderlijke hand wordt toebedeeld“. Eenmaal ziek, dan mag je wel een beroep doen op de medische wereld. Dat heeft me altijd verwonderd; alsof een werkelijk almachtige god zich door zo’n vaccinatie tegen zou laten houden.

Sowieso, wanneer je blind moet vertrouwen op wat die God met je voorzien heeft, waarom ligt de grens dan kennelijk bij vaccinatie? Airbags, valhelmen, kinderzitjes, raambeveiligers, zwemles – allemaal geen issue.

Of ouderlijke vrijheid van religie moet betekenen dat ze met hun kinderen, uit religieus oogpunt, mogen doen wat ze willen? Nee. Natuurlijk niet en al zeker niet in absolute zin. Ouders die hun kinderen levensreddende zorg onthouden zetten we uit de ouderlijke macht. Ook over meisjesbesnijdenis zijn we het ook al eens; dat staan we ouders niet toe – ook niet onder het mom van religie. Goddank, zou ik bijna willen zeggen.

Antroposofen en Kritische Prikkers

Er zijn ook mensen die menen dat je kinderziekten hun beloop moet laten. Antroposofen, bijvoorbeeld. “Onschuldige” kinderziekten moet je doormaken, want dat is goed voor je afweersysteem en ze zijn een stimulans voor je ontwikkeling.

Dat het doorstaan van de ziekte een betere immuniteit oplevert dan vaccinatie is in het geval van de bof inderdaad zo. Ongeveer 5% van de mensen die tegen de bof worden ingeënt maken na één vaccinatie nog te weinig antistoffen aan om op lange termijn beschermd te blijven. Daarom vaccineren ze kinderen twee keer. Vaccinatie tegen de bof geeft inderdaad bij minder mensen een goede immuunrespons dan het doorstaan van de ziekte zelf, echter wel meer dan voldoende om epidemieën te voorkomen. Ook geen kleinigheid, me dunkt. Daarover zo direct meer.

Die antroposofische gedachtegang laat ruimte voor vaccinatie wanneer een ziekte toch teveel risico oplevert voor een kind. Zo laten antroposofen hun kinderen vaak wel tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio inenten, maar laten een inenting tegen bof, mazelen en rodehond achterwege vanwege “niet noodzakelijk”.

Die gedachtegang delen de antroposofen deels met de “kritische prikkers”, die zich verenigden in de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken. Ook die wegen argumenten voor en tegen vaccineren af, maar zij baseren zich daarbij niet op enige levensbeschouwing.

Het belang van groepsimmuniteit

Een belangrijke vraag is daarnaast of we de noodzakelijkheid tot vaccineren alleen willen bepalen aan de hand van de risico’s voor de eigen kinderen alleen of kinderen in het algemeen. Vaccinatie tegen rodehond bijvoorbeeld, wordt dus niet gedaan omdat de ziekte zo naar verloopt en ook niet omdat de zieke zèlf een risico loopt op al dan niet blijvende ernstige complicaties. Het belang ligt daarbij vooral bij vroege zwangerschappen van anderen.

Het fenomeen groepsimmuniteit onderschrijft dat vaccinatie niet alleen voor het individu, maar ook voor de gehele populatie belangrijk is. Hoe meer mensen tegen een ziekte gevaccineerd zijn, hoe minder ongevaccineerden de kans lopen ermee besmet te raken. Het percentage mensen dat gevaccineerd moet zijn om die zogeheten groepsimmuniteit te verkrijgen verschilt per ziekte.

Rodehond is daar een mooi voorbeeld van. Niet alleen zijn er mensen die na vaccinatie toch geen antistoffen aanmaken, in eerste instantie werden alleen meisjes en jonge vrouwen met een kinderwens gevaccineerd. De vaccinatiegraad was zo laag dat het toch tot kleine epidemieën kwam, totdat men alle kinderen als baby al begon te vaccineren. Het percentage niet-vatbare personen is sindsdien zo hoog geworden dat het virus zich eenvoudigweg niet meer kan handhaven, hetgeen ook de ongevaccineerden bescherming biedt.

Nadelen vaccineren

Dat vaccineren ook nadelen heeft is ontegenzeggelijk waar. Jammerlijk genoeg wordt juist over die nadelen de grootst mogelijke, liefst pseudowetenschappelijke, kolder verkondigd. Dat is een gevaarlijk spel met mensenlevens.

Neem nu dat vaccin tegen de bof, dat een minder goede immuniteit oplevert dan de ziekte zelf. In het geval van het vaccin tegen kinkhoest neemt de hoeveelheid antistoffen mettertijd af en na vijf tot tien jaar verdwijnen ze zelfs. Nu staat daar tegenover dat het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie evengoed geen garantie is voor een levenslange immuniteit tegen de ziekte. Ook de vaccinatie tegen rodehond werkt niet bij iedereen evengoed.

Zoals bij iedere medische kwestie is het altijd weer de vraag of het middel niet erger is dan de kwaal. Sommige vaccins hebben bijwerkingen. Sommige vaccins kunnen zelfs heel ernstige bijwerkingen hebben. Daar mag geen enkele verwarring over bestaan. Toch is die er wel – soms zelfs onterecht.

Autisme

Zo gaat het verhaal dat er een causaal verband zou bestaan tussen BMR-vaccins en autisme. Aan de bron daarvan ligt een artikel uit 1998, in het tijdschrift The Lancet, van de hand van een meneer Andrew Wakefield. The Lancet trok het artikel in 2010 terug; niet alleen klopten de conclusies van meneer Wakefield niet, hij pleegde zelfs fraude met de onderzoeksgegevens op basis waarvan hij die trok. Onderzoeksjournalist Brian Deer ontdekte dat meneer Wakefield voor zijn fraude werd betaald door advocaten. Die advocaten nu, die hadden geleden schade willen claimen bij producenten van vaccins. Meneer Wakefield werd gevoeglijk uit de artsenstand geknikkerd.

Opvallend genoeg blijven latere onderzoeken, die dat van Wakefield definitief naar het land der fabelen verbanden, hierbij onbelicht. Net als kille statistieken, zoals die uit Japan. Daar werd het BMR-vaccin afgeschaft waarna het aantal autismegevallen juist toenam. In Denemarken bleek bij een groep van een half miljoen baby’s autisme even vaak voor te komen bij gevaccineerde en ongevaccineerde baby’s.

Kanker

Ook tussen vaccins en kanker wordt een verband gesuggereerd. Zo is om en nabij de zestiger jaren van de vorige eeuw een poliovaccin vervuild geraakt met het SV40-virus. Omdat dit virus somtijds samen met diverse vormen van kanker werd aangetroffen werd een verband tussen beide vermoed, vooral met het non-Hodgkin-lymfoom. Vervolgstudies lieten echter anders zien.

De hygiënehypothese

Door vaccinaties en doordat we in steeds schonere omgevingen leven beleven we steeds minder kinderziekten en dat zou ons immuunsysteem niet ten goede komen. Hoe meer infecties, hoe beter dat immuunsysteem werkt. Volgens de hygiënehypothese is er een direct verband tussen die schonere leefomgeving, schoon water, het gebruik van antibiotica en vaccinaties en een toename in allergieën, astma en auto-immuunziekten.

Dat blijft echter bij veronderstellingen en onbewezen theorieën. Dat rijtje kun je tot in het oneindige aanvullen met zaken als milieuverontreiniging en een toename in het gebruik van allerlei chemische stoffen – zoals de synthetische parfumstoffen waar ik zelf zo allergisch voor ben.

Eerlijke informatie

Nederlandse ouders hebben de gelegenheid zelf een afweging te maken of ze hun kinderen al dan niet laten vaccineren. Ouders hebben het recht te beslissen hun kinderen al dan niet te vaccineren en om tot een evenwichtige beslissing te komen hebben ze recht op informatie. Gewoon op een presenteerblaadje, alle voors en tegens, de risico’s, open en eerlijk. Daar hebben mensen en hun kinderen recht op, een ouder moet niet het halve Internet af moeten speuren.

Een kijkje op de site van het RIVM leert dat er ruimschoots over die bijwerkingen gesproken wordt. Van hangerigheid, koorts, slaapproblemen tot koortsstuipen en “collapsreacties” en netjes per prik wat de gevolgen kunnen zijn. Niet alleen dat, het RIVM gaat zelfs zo ver zelfs vermeende verbanden te benoemen zoals die hygiënehypothese, tussen vaccinaties en een toename in allergieën en astma, tussen het kinkhoestvaccin en wiegendood, vaccins en respectievelijk suikerziekte, autisme, ADHD en het shaken baby-syndroom.

Maatschappelijke verantwoordelijkheid

In Nederland is het laten vaccineren van je kinderen niet verplicht. Zo is dat op dit moment nu eenmaal geregeld in Nederland. Daar kun je over discussiëren, en dat doen we ook in ruime mate, maar verplicht vaccineren hebben we hier al eens uitgeprobeerd en dat was geen succes.

De vraag is ook of een verplichting noodzakelijk is, het absolute gros van de ouders laat zijn kinderen tot nog toe verstandig vaccineren en de vaccinatiegraad is zo ook nog hoog genoeg om de meeste ziekten netjes in toom te houden. Is de vaccinatiegraad maar hoog genoeg, dan kunnen ziekten zelfs uitgeroeid worden. Zoals dus het eerder genoemde pokkenvirus, waarvan de Wereldgezondheidsorganisatie WHO in 1979 vaststelde dat het was uitgeroeid. Vaccineren is dus niet alleen een ouderlijke, maar zeker ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Weg met pseudowetenschap!

Ik heb geen idee hoe en waarom, maar in dit tijdsgewricht menen we opeens meningen van al dan niet hoogopgeleide bakfietsmoeders, complotdenkers en bewezen fraudeurs gelijk te moeten stellen aan wetenschappelijk onderbouwde feiten.

Onze media dragen daar ruimhartig aan bij. Artikelen over vaccinaties gaan doorgaans gepaard van huilende kindjes bij wie een injectienaald in een armpje gaat, maar niet van kindjes die aan de ziekte lijden waartegen geprikt wordt. In een talkshow als M van Margriet van der Linden wordt een ‘klassiek homeopaat’ gepresenteerd alsof ze dezelfde kennis en kunde heeft als een volleerd kinderarts en een gelijkwaardige bijdrage aan de discussie zou leveren.

Mag de ratio weer terug in ons maatschappelijk debat, alstublieft? Weg met die hysterische pseudowetenschappelijke kolder!

 

 

Boodschappenlijstje Tweede Kamerverkiezingen 15 maart 2017

Goed, stemmen is dus een serieuze zaak. Voordat ik al die partijprogramma’s doorworstel maak ik heel even pas op de plaats. Wat vind ik belangrijk, voor mij, voor andere Nederlanders, voor Nederland?

Ik heb natuurlijk mijn eigen Top 10, van onderwerpen die me het meest aan het hart gaan. We leven samen in een van de mooiste, welvarendste en vrije landen op deez’ aardkloot. In het dagelijks leven heb ik niet tot nauwelijks reden tot klagen. Dat zou ik graag zo houden.

Daarbij vind ik in een aantal gevallen de kosten in beginsel onbelangrijk. Een goede gezondheidszorg kost geld, net zoals goed onderwijs en een gedegen rechtssysteem. Ik betaal er met alle liefde (meer) belasting voor. Partijen die doen alsof zulke kosten ontzettend vervelend, lastig of zelfs ongewenst zijn kun je bij voorbaat eigenlijk niet au sérieux nemen.

Die Top 10 van mij, die ziet er zo uit:

Geluk

Ja, ik hoor u wel brommen hoor. Geluk! Hoe denk ik dat te definiëren voor 17 miljoen verschillende mensen? En hoe denk ik dat meetbaar te maken of in doelstellingen te vatten? Schrijf me nou niet meteen af als zweverig tiepje of naïeve wereldverbeteraar. Nederland staat al jaren in een Top 10 van ´s werelds meest gelukkige landen. Er is een heus World Happiness Report!

Nationaal geluk is te meten, door te kijken naar een breed scala van indicatoren; de kwaliteit van het bestuur, bruto binnenlands product, (politieke) vrijheid, sociaal kapitaal, sociale voorzieningen, levensverwachting, gemiddelde goede gezondheid, vertrouwen (o.a. in sociale voorzieningen), vrijgevigheid en vrijheid van corruptie.

Vrijheid

Mijn vrijheid is mijn grootste goed. Ik ben vrij te gaan en staan waar ik wil. Ik ben vrij mijn eigen verstand en geweten te volgen en ik mag, in dezelfde mate als u, vrij aanspraak maken op de vele rechten en vrijheden in ons kikkerlandje. Ik ben vrij mijn mening te uiten. Ik ben vrij te beschikken over eigen lijf en leden, baas in eigen buik.

De onaantastbaarheid van het lichaam staat wel nog altijd onder druk, zo worden ook hier nog altijd kinderen besneden omdat hun ouders dat een religieuze plicht vinden. Besnijdenis is prima, dat moet u zelf weten, zo lang u daar maar zelf voor kiest. Daarnaast wordt er nog gesteggeld over mijn vrijheid zelf te bepalen wanneer ik mijn leven voltooid vind en die beslissing is aan niemand dan aan mijzelf. Wil ik over veertig jaar een pil van Drion op mijn nachtkastje hebben liggen, dan gaat u dat niets aan.

Veiligheid en Recht

U ziet het nu in Amerika, een gedegen en integer rechtssysteem is uitermate belangrijk. Rechters horen neutraal en onafhankelijk te zijn en niet te (hoeven) buigen voor politieke winden en windbuilen. Dat betekent dat zo’n rechtssysteem een aantal waarborgen moet kennen, al was het maar om rechters te beschermen tegen potentaten zoals een president Trump, die denken boven de wet te staan. Tsjakka, het belang van een ordentelijke staatsinrichting op een zilv’ren dienblad! De scheiding van kerk en staat is helaas nog lang niet af en de trias politica moeten we zwaar bewaken.

Ik ga graag veilig en ongestoord over straat, dat is mijn veiligheid in het klein. In het groot zie ik natuurlijk graag een overheid die anticipeert op spanningen en calamiteiten in binnen- en buitenland en die er alles voor doet om onze samenleving veilig en leefbaar te houden. Daarbij hecht ik niet aan open grenzen voor Jan en alleman, maar word ik wel wantrouwig wanneer mensen steevast menen privacy uit te moeten wisselen voor veiligheid.

Een integere politiemacht die draagvlak heeft onder de bevolking, die tot in de haarvaten van de samenleving zit en die genoeg budget, personeel, tijd en ruimte heeft om haar werk naar behoren te doen vind ik essentieel.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving en zou daarom alleen al veel meer prioriteit moeten krijgen. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring.

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Gelijkheid

Geen mens is meer dan de ander. We zijn misschien niet allemaal hetzelfde, maar we zijn wel allemaal gelijk. Iedereen verdient dezelfde kansen in het leven en heeft recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen.

’t Moet nochtans gezegd dat u mij, als vrouw, nog altijd mag discrimineren wanneer u dat uit hoofde van een of ander geloof doet. Zo vindt ons College voor de Rechten van de Mens dat een buschauffeur best vrouwenhandjes mag weigeren en dat is en blijft een gotspe. Discriminatie is nooit oké, dus ook niet op religieuze gronden. Ook homoseksuelen worden nog met regelmaat gediscrimineerd en mensen met een andere etnische herkomst treft nog met grote regelmaat hetzelfde lot.

Sommige diertjes zijn dus nog altijd meer gelijk dan andere diertjes en dat behoeft remedie.

Emancipatie

Ja, u kent me natuurlijk al. Emancipatie, dat is een dingetje hoor. Er schort nog wat aan het naamrecht, de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijk loon voor gelijk werk. Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6% (CBS, 2012) minder dan hun mannelijke evenknieën. Daar is 4% van volstrekt onverklaarbaar. Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Mannen worden nog altijd structureel ondergewaardeerd waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Werk aan de winkel!

Sociale zekerheid

Er gaat geen verjaardagsfeestje voorbij of er wordt wel boos gesproken over uitkeringstrekkers of asielzoekers die op onze kosten hun tanden laten bleken. Een sociaal vangnet voor wanneer het leven je even grandioos tegenzit (en dat gebeurt heus de besten) is nochtans een van de mooiste verworvenheden van onze staat. Werkeloosheid, pensioen, ziekte of arbeidsongeschiktheid lossen we op door solidariteit en samenhorigheid: er wordt collectief gezorgd voor alle Nederlanders. Betalen we allemaal netjes aan mee.

Toch, ’t kan en moet beter. U heeft het vandaag kunnen lezen; het aantal huishoudens in langdurige armoede stijgt. Die armoede raakt zo veel kinderen, dat het me het schaamrood op de kaken doet staan.

Vooral eenoudergezinnen met minderjarige kinderen blijken vaak te maken te hebben met risico op armoede. Dit speelde bij ruim een kwart van die groep. In totaal groeiden in 2015 ruim 320.000 kinderen op in een huishouden met een extreem laag inkomen. Voor 125.000 van hen was dit het vierde jaar achtereen, oftewel 8000 meer dan in 2014.

Onderwijs en cultuur

Nederland is een kenniseconomie. We hebben dus ook een economisch belang bij goed onderwijs in het algemeen en uitstekend hoger onderwijs in het bijzonder. Daarnaast, het is nog met geen enkele generatie goedgekomen zonder dat er in werd geïnvesteerd. Kinderen die lezen bijvoorbeeld, belanden later hoger op de sociale ladder.

Nederland telt, naar schatting, 250.000 mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Dat is 1,5% van de bevolking. Daarnaast zijn er 1,3 miljoen laaggeletterden, die wel losse woorden kunnen lezen maar een wat langere tekst niet kunnen behapstukken. Laaggeletterdheid kost de maatschappij 556 miljoen euro per jaar. Wat u daarbij wellicht niet zult verwachten is dat twee derde van die 1,3 miljoen laaggeletterden van Nederlandse afkomst is. Tien procent van onze 15-jarigen is een zogeheten zwakke lezer.

Ieder kind heeft recht op onderwijs, dat moet leiden tot een startkwalificatie. Gelijke kansen, dat begint in het onderwijs. Daar is ook een maatschappelijk belang bij in het geding. Niet alleen omwille van onze kenniseconomie, maar vroegtijdig schoolverlaten vergroot bijvoorbeeld ook de kans op een criminele carrière met een factor 2,5. Terug met het verheffingsideaal!

Gezondheidszorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder. De zorg kan ongetwijfeld slimmer, efficiënter en goedkoper en dat is geweldig, zo lang de zorg er ook maar beter op wordt. De rechten van patiënten, het welbevinden van verpleeghuisbewoners, verstandig medicijnengebruik, lagere kindersterfte en meer aandacht voor zorgmijders, het mag allemaal wat kosten.

Er zijn in Nederland relatief weinig tienerzwangerschappen en tienermoeders en toch maak ik me zorgen over hoe wij daar mee omgaan. De vergoeding van anticonceptie zoals de pil moet terug de basisverzekering in en er zou veel meer aandacht voor goede seksuele voorlichting en vorming moeten zijn.

Natuur en klimaat

Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dat betekent dat we extra zuinig moeten zijn op onze natuur, onze lucht en ons water. De gemiddelde Randstedeling rookt zeven sigaretten per dag zonder er een daadwerkelijk op te steken. Dierenwelzijn is een ondergeschoven kindje.

We eten graag te veel en vooral goedkoop vlees en dat levert dieronterende toestanden op in de bio-industrie en bij het vervoeren van levend slachtvee. Het slachtvee dat dubbel pech heeft wordt dan ook nog eens ritueel en dus liefst onbedwelmd geslacht. Nederland heeft enorme aantallen vee, alleen al twaalf miljoen varkens. De huisvesting van zo veel dieren is problematisch, op zijn zachtst gezegd. De legbatterij is dan wel verboden, maar de megastallen worden de grond uit gestampt. Er zijn 2,8 miljoen melkkoeien in Nederland. Van deze dieren staat 30% altijd op stal. De kalveren worden direct na de geboorte bij het moederdier weggehaald.

We hebben, alleen op televisie al, uitgebreid kunnen zien hoe het bloed uit levend vee vervoerende vrachtwagens liep, hoe de “plofkip” aan haar naam komt, hoe kippen de snavel en biggen de staart wordt afgeknipt, hoe koeien onverdoofd onthoornd worden en te lijden hebben van ontstekingen aan hoeven en uiers. We hebben de dierenlijken in grote grijpers zien hangen nadat er weer eens op grote schaal een dierziekte uitbrak, omdat we ons vee op grote schaal en dicht op elkaar willen houden en omwille van de export weigeren ze in te enten.

Normen en waarden

Ik maak me zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap grotendeels bestaat uit een goed voorbeeld dienen we de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden. Geen ruimte dus, voor liegende ministers en deals met criminelen sluiten.

Ik ben benieuwd hoor, wat vind ik straks bij wie terug:

1. VVD
2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
4. SP (Socialistische Partij)
5. CDA
6. Democraten 66 (D66)
7. ChristenUnie
8. GROENLINKS
9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
10. Partij voor de Dieren
11. 50PLUS
12. OndernemersPartij
13. VNL (VoorNederland)
14. DENK
15. NIEUWE WEGEN
16. Forum voor Democratie
17. De Burger Beweging
18. Vrijzinnige Partij
19. GeenPeil
20. Piratenpartij
21. Artikel 1
22. Niet Stemmers
23. Libertarische Partij (LP)
24. Lokaal in de Kamer
25. JEZUS LEEFT
26. StemNL
27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
28. Vrije Democratische Partij (VDP)

Waar Doel de middelen heiligt

Aankomende 26 april is het 30 jaar geleden dat kernreactor 4 van het complex in Tsjernobyl in de voormalige Sovjet-Unie explodeerde, na een dramatisch misgelopen test met de koelinstallatie. Om 01:23 bereikte de reactor een vermogen van 30 GW, tien keer zijn normale vermogen. De daaropvolgende explosie blies het twee ton zware dak van de reactor, waarop er lucht bij de moderatorelementen kwam. Die waren van grafiet gemaakt en ze vlogen in brand.

De reactor braakte splijtstof, grafietdeeltjes en een enorme radioactieve rookwolk de atmosfeer in, naar schatting 50 miljoen ouderwetse Curie.

Bij de initiële explosie en brand kwamen 31 mensen om. De lokale brandweer werd opgetrommeld, maar de spuitgasten werd niet verteld dat de reactor open lag. Met robots wordt geprobeerd het puin te ruimen en de daken van de andere reactoren schoon te maken. De elektronica blijkt niet bestand tegen de straling. Het leger wordt ingeschakeld. Naar schatting 340.000 manschappen werden ingezet. De soldaten, de ‘groene robots’, verwijderen het radioactieve puin. De 3.600 soldaten die op het dak van reactor 4 werkten, een minuut of twee per persoon, kregen loden vesten en maskers mee, maar de straling vrat zich gewoon door hun schoenzolen heen.

Voices from Chernobyl

De vrouw van een van die brandweermannen vertelde later aan journaliste Svetlana Alexievich hoe zij haar man in de vroege ochtend aantrof in het ziekenhuis. Zijn lichaam en gezicht zijn gezwollen van de enorme dosis straling, hij lijkt van binnenuit te verbranden. Na een paar dagen verliest hij zijn haar en begint zijn huid te splijten. Als ze hem aanraakt blijven de lappen huid aan haar handen kleven. Hij heeft vierhonderd maal een dodelijke dosis straling gekregen, verplegend personeel is bang hem aan te raken en dus verzorgt zij hem. Ze is zwanger. Hun dochtertje zal vier uur na de bevalling sterven, hij is dan al lang dood en begraven en zij? Ze mag het kindje niet aanraken. Als ze het radioactieve lichaampje eindelijk terugkrijgt dan is dat gecremeerd en wel in een houten kistje.

Het zou meer dan 24 uur duren eer men de eerste mensen uit de directe omgeving van Tsjernobyl begon te evacueren. In eerste instantie kregen de inwoners te horen dat ze maar drie dagen van huis zouden zijn. Ze moesten alles achterlaten, inclusief hun huisdieren en vee. Binnen een straal van 30 kilometer werden 485 dorpen ontruimd, waarvan er uiteindelijk 70 letterlijk begraven moesten worden vanwege de straling. In een nabij gelegen dennenbos kleurden alle bomen rood.

Onder de reactor stond water. Men vreesde dat het water, zodra het hoog genoeg kwam te staan, in aanraking zou komen met de nucleaire brandstof in het opengeslagen reactorvat. Het gevolg daarvan had een nucleaire explosie van 3 tot 5 megaton kunnen zijn, genoeg om een flink deel van Europa en de voormalige Sovjet-Unie volkomen onbewoonbaar te maken. Jonge heldhaftige mannen doken beurtelings dat water in om het veiligheidsventiel open te wrikken. Vierhonderd mijnwerkers groeven een tunnel onder de reactor om ervoor te zorgen dat het grondwater niet bij het reactorvat kon komen.

De Sovjets hielden de ramp stil, pas toen in Zweden de stralingsmeters op hol sloegen door de radioactieve neerslag werd duidelijk dat er is ontzettend misgegaan was.  Rond 2 mei 1986 bereikte de radioactieve wolk Nederland en België. Tweeduizend kilometer. Ik was tien jaar oud. De koeien moesten naar binnen en de spinazie mocht je niet meer eten. 
De gevolgen van de ramp van Tsjernobyl zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar, voelbaar en tastbaar. In de zwaarst getroffen regio komen specifieke vormen van kanker zoals schildklierkanker en leukemie komen vaker voor dan waar dan ook. Sommige baby’s komen misvormd ter wereld. Kinderen kampen met groeistoornissen. Tumoren. Ademhalingsproblemen. 

Doel

Ik moest vandaag opnieuw aan Tsjernobyl denken. Mevrouw Melanie Schultz, onze minister van Infrastructuur en Milieu, liep vandaag mee met de eerste gezamenlijke inspectie, door Belgische en Nederlandse toezichthouders, van de veelbesproken kerncentrale in het Belgische Doel. Ik hoop dat ook zij nog even heeft stilgestaan bij die noodlottige nacht van 26 april 1986. 
De reactors Doel 1 en Doel 2 werden in 1975 gebouwd. Ze zouden na veertig jaar dichtgaan, maar de Belgische regering heeft besloten ze tot 2025 in gebruik te houden. Doel 2 werd op 24 december 2015 daarom weer opgestart. Doel 4 is volledig in gebruik. Doel 3 is vanwege een probleem met een lasnaad in het niet-nucleaire gedeelte stilgelegd. De reactoren zijn geregeld in het nieuws geweest vanwege allerlei gebreken; van scheurtjes in reactorvaten tot brand, een ontploffing en zelfs sabotage. 
Tijdens het bezoek spraken minister Schultz en  de Belgische minister van Veiligheid Jan Jambon  af om de communicatie over incidenten bij Belgische en Nederlandse kerncentrales “op elkaar af te stemmen”.
Dat vind ik weinig geruststellend. Die meneer Jan Jambon deed de problemen met die Belgische kerncentrales af als “een of twee incidentjes”. Echt hoor, die centrales zijn heel veilig en ongeruste Nederlanders moeten niet vergeten dat de Belgen “veel minder incidenten in hun kerncentrales hebben dan in andere energiecentrales”
Allee zunne, met zo’n communicatief talent is het een wonder dat er nog geen run is op jodiumpillen. 

Nederland in Europees perspectief

Het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerde op 8 oktober jongstleden de uitkomsten (PDF) van een onderzoek naar de stemming in Europa. Het onderzoek is uitgevoerd door onder anderen Jeroen Boelhouwer (SCP), Gerbert Kraaykamp (Radboud Universiteit) en Ineke Stoop (SCP). De stemming in andere Europese landen werd vergeleken met die in ons mooie kikkerlandje. Onze Nederlandse opinies, houdingen en waarden werden de maat genomen en tegen de Europese lat gelegd.

Binnen de context van de gebeurtenissen van de laatste jaren, zoals economische crisis, de penibele financiële situatie van Griekenland en de vluchtelingenstroom die onze kant op komt, zijn de onderzoekers op zoek gegaan naar de solidariteit en de bereidheid elkaar behulpzaam te zijn tussen de Europese landen onderling – en naar gedeelde en ongedeelde waarden, normen en opvattingen. Dat staat natuurlijk garant voor interessante uitkomsten, al was het maar omdat Europa alles behalve eenheidsworst is.

Om die stemming te peilen, en de respectievelijke stemmingen te kunnen vergelijken, hebben de onderzoekers zich toegespitst op een drietal pregnante onderwerpen; Migranten, het vertrouwen in de politiek en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Daarnaast hebben zij het geluksgevoel onder de bevolking getracht te meten. Een onderzoek dus dat zich vooral bezighoudt met subjectieve zaken en dat op basis van subjectieve gegevens.

Voor hun onderzoek hebben zij onder andere gebruik gemaakt van gegevens uit de European Social Survey, uit 2012, waaraan 28 landen meededen. Eind dit jaar verwachten ze de uitkomsten van de meest recente European Social Survey. Daarnaast baseerden ze zich op hardere data zoals die van Eurostat, de oecd, de Wereldbank en het IMF en deden zij nader literatuuronderzoek.

Met dat alles willen ze ons, Nederlanders, graag een spiegel voorhouden.

Daar houd ik wel van. Kom maar op met je spiegel. Ik ben dus zo aardig geweest dit 144 pagina’s tellende rapport voor u door te spitten.

Migranten

Nederland blijkt een middenmoter voor wat betreft de weerstand die wij tegen migranten voelen. Er blijkt daarnaast een samenhang te zijn tussen in hoeverre wij migranten als een bedreiging ervaren en onze mate van ‘euroscepsis’. Lageropgeleiden blijken daarnaast meer dreiging van migranten te ervaren en tegelijkertijd sterker eurosceptisch te zijn dan hogeropgeleiden.

De onderzoekers zien een directe relatie tussen die ervaren dreiging en de daarbij behorende eurosceptische houding en de steun voor nationalistisch-populistische partijen. In landen met een relatief grote aanhang van nationalistisch-populistische partijen is de negatieve houding ten opzichte van migranten en de Europese Unie sterker.

De meeste Nederlanders (80%) vinden dat er slechts een beperkt aantal migranten moet worden toegelaten. Het percentage Nederlanders dat vindt dat er veel migranten of juist helemaal geen migranten moeten worden toegelaten is klein. Kennelijk geven die laatsten dan wel beduidend meer geluid, maar dat is mijn perceptie.

In het algemeen blijkt het in Nederland zo te zijn dat de moeite die iemand met migranten heeft, toeneemt naarmate het contact dichterbij komt. Maar ook hier is in Nederland de houding milder geworden. Tussen 2002 en 2013 is het aandeel mensen dat er moeite mee heeft mensen van een andere etnische achtergrond als buren te krijgen, afgenomen van bijna 60% tot 33%; de weerstand tegen iemand van een andere etnische achtergrond als schoonzoon is eveneens gedaald, maar is nog steeds beduidend groter (68% in 2004 en 58% in 2013; cijfers uit Den Ridder en Schyns 2013).

Tot aan 2013 werden we dus in het algemeen milder in onze opvattingen over migranten. Naarmate zo’n migrant ‘dichterbij’ komt vinden we hem echter steeds minder leuk.

Politiek vertrouwen

Als het gaat om ons vertrouwen in de politiek dan baseren we ons op onze tevredenheid over de nationale economie en niet op onze eigen portemonnee. Daarbij laten we ons vooral leiden door wat televisie en kranten ons vertellen en niet door onze eigen, persoonlijke financiële kwetsbaarheid of zekerheid. Tot hun eigen verbazing ontdekten de onderzoekers dat een hoog of zelfs stijgend werkeloosheidsniveau  (‘onverwacht en contra-intuïtief’) samengaat met een toename van dat politiek vertrouwen. Terwijl ons vertrouwen in de politiek fluctueert is het in de eurocrisislanden dan ook fors dalend.

Ons eigen fluctuerend vertrouwen is daarbij direct te herleiden naar hoe men zich ‘in Den Haag’ gedraagt. Is er gedoe, dan worden we daar meer wantrouwend van. Dat kunnen onze dames en heren politici dan ook meteen ter harte nemen, want we hebben niet zo veel vertrouwen in onze politici, politieke partijen en het parlement: die geven we gemiddeld een 5. Dat lijkt slechter dan het werkelijk is, het hoogst weggegeven cijfer is namelijk een 5,5 (Denemarken). Relatief gezien zitten we met onze 5 in de subtop.

In alle landen, dus ook het onze, blijkt het vertrouwen van burgers in het rechtsstelsel hoger dan het vertrouwen in de politiek. Andere mensen vertrouwen we overigens wel: Het sociaal vertrouwen is hier relatief hoog.

Rolverdeling tussen mannen en vrouwen

Nederlandse mannen en vrouwen onderschrijven relatief vaak een gelijke rolverdeling. Er is gelukkig weinig steun voor de notie dat een vrouw bereid zou moeten zijn minder betaald werk te verrichten omwille van haar gezin. Ook de opvatting dat vrouwen zouden moeten wijken voor mannen in tijden van banenschaarste kan op relatief weinig bijstand rekenen. Vrouwen hebben dan ook een enorme inhaalslag gemaakt op de arbeidsmarkt, al werken zij nog erg vaak in deeltijdverband.

Lageropgeleiden en niet-werkenden blijken er meer traditionele opvattingen op na te houden over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Nederlanders die opgroeiden met een hoogopgeleide of werkende moeder hebben juist weer meer egalitaire opvattingen. Goed voorbeeld doet dus volgen.

Het is pijnlijk, maar de grootste veranderingen op dit vlak voltrokken zich in Nederland tussen 1990 en 1999 en daarna zijn onze rolopvattingen nauwelijks meer egalitair geworden.

De verschillen die er zijn tussen landen in rolopvattingen tussen mannen en vrouwen blijken vooral gerelateerd aan het bruto binnenlands product (bbp). Economische voorspoed en het aantal zetels die vrouwen hebben in een nationaal parlement blijken sterk gerelateerd aan meer egalitaire rolopvattingen.

De stemming in Nederland en andere Europese landen

Nederlanders geven de mate waarin Nederland democratisch is een 6,9. Daarmee
staan we op de zevende plek van de 28 Europese landen die in 2012 aan de European Social Survey meededen.

We zijn gelukkig. In 2012 waren Nederlanders gemiddeld gelukkiger dan in 2002. Nederlanders gaven in 2012 het leven gemiddeld een 7,9 als rapportcijfer. Alleen de Denen zijn nog ‘veel’ gelukkiger dan wij zijn met hun 8,6.

Sowieso zijn burgers van de Noordse Europese landen gelukkiger dan de rest van Europa. Opvallend is verder dat de crisis van de laatste jaren nergens in Europa tot een daadwerkelijke, substantiële vermindering van de levenstevredenheid heeft geleid.

Verschillen in geluksgevoel

Mensen die werkloos zijn of die een laag inkomen hebben zijn overal minder tevreden met het leven dan werkenden en dan mensen met een hoog inkomen. Daarbij lijkt het zeker te ver gaan om te beweren dat geld gelukkig maakt, maar dat zorgen over een te weinig aan geld ongelukkiger maakt. Welvaart en levenstevredenheid hangen dus samen.

Laagopgeleiden en hoogopgeleiden blijken even gelukkig. De tegenstellingen tussen en laag- en hoogopgeleiden zijn overigens opvallend groot. Zij verschillen enorm van meningen waar het gaat over culturele smaak en sociaal-culturele thema’s zoals migranten, Europa en politiek in het algemeen. Daarnaast komen ze elkaar weinig tegen omdat zij zich beperken tot hun respectievelijke sociale netwerken.

Gezonde mensen zijn (en dat zal u niet verrassen) gelukkiger dan mensen met een minder goede gezondheid.

Wonderlijk genoeg hebben landskenmerken, economische cijfers en vrijheden van bijvoorbeeld vereniging en van meningsuiting geen directe relatie met ons geluksgevoel, terwijl de ervaren effectiviteit van de overheid dat juist weer wél heeft. Hoe effectiever de overheid wordt
ervaren en hoe beter de kwaliteit van haar publieke dienstverlening en haar ambtenarenapparaat, hoe groter het geluksgevoel bij de bevolking.

De verschillen met Zuid- en Oost-Europeanen zijn soms groot, maar die met andere West-Europese en Scandinavische landen zijn tamelijk gering. Op veel vlakken zijn we een middenmoter, maar o, wat hebben we het eigenlijk goed. En dat laat zich meten: Qua geluk zijn we een 7,9. Dat is een mooi spiegelbeeld om eens uitgebreid naar te staren. Het kan altijd nóg beter, maar we hebben het goed.

Dat is Dutch privilege.

Catherine Gody Wolf

Vandaag is de verjaardag van Catherine Gody Wolf. Deze intelligente, betrokken en levenslustige vrouw werd op 25 mei 1947 geboren in Washington D.C.

Catherine Gody Wolf is psycholoog en uitvindster, ze heeft zes patenten op haar naam staan. Daarnaast schreef ze meer dan honderd researchartikelen over (toegepaste) kunstmatige intelligentie en de interactie tussen mensen en computers. Ze studeerde aan de Tufts University en Brown University en volgde postuniversitair onderwijs aan MIT. Ze werkte daarna negentien jaar lang als onderzoekspsycholoog voor IBM, bij het Thomas J. Watson Research Center in New York, en maakte naam met haar werkzaamheden aldaar. Ze raakte geïntrigeerd door de manier waarop mensen tijdens hun werk met computers en software omgaan en spraaksystemen. Ze ontwierp systemen die gesproken en handgeschreven taal om kunnen zetten naar het digitale.

Ze ontmoette haar grote liefde en latere echtgenoot Joel Wolf in 1967 en zij kregen samen twee dochters, Laura and Erika. Het gezin Wolf was bepaald ‘outdoorsy’. Ze wandelden in de bergen, zochten de zee op en zeilden. Moeder Wolf liep graag hard.

Tot ze in 1996, tijdens een les in moderne dans, merkte dat ze een van haar voeten niet naar behoren kon buigen.

Amyotrofische laterale sclerose (ALS)

Een jaar later bleek ze aan de progressieve spierziekte amyotrofische laterale sclerose (ALS) te lijden. De aandoening vrat zich langzaam maar zeker een weg door haar lichaam en gaandeweg verloor ze steeds meer controle over haar spieren. Haar spraakvermogen ging achteruit. Ze raakte aan een rolstoel gebonden. In 2001 zag ze zich genoodzaakt een tracheotomie te ondergaan, de ziekte had haar keel en neus bereikt, en sindsdien ademt ze door een tube. Nochtans ze werkte door bij IBM tot in 2004, toen ze met langdurig ziekteverlof ging. Ook daarna bleef ze werkzaam, onder andere voor het New York State Department of Health. Ze besloot haar laatste jaren doel en richting te geven door zich te storten op de strijd tegen ALS.

Catherine Gody Wolf deed onderzoek naar de ALS Functional Rating Scale, waarmee men de functionele beperkingen van ALS-patiënten in kaart brengt. Ze wist deze te verbeteren en heeft met haar werk inzicht gebracht in de functioneringsmogelijkheden van patiënten bij wie ALS reeds vergevorderd is.

Inmiddels is de ziekte bij Cathy Wolf zo ver gevorderd dat zij alleen de spieren van haar ogen en wenkbrauwen nog gebruiken kan. Ze schrijft gedichten en artikelen, is actief op FaceBook, e-mailt en geeft af en toe nog een interview. Dat alles met een computerprogramma, dat ze met de bewegingen van haar wenkbrauwen bestuurt.

Met een of twee woorden per minuut houdt deze bijzondere vrouw contact met de wereld en is zij een van de grootste pleitbezorgers voor ALS-patiënten en hun belangen. Daarnaast maakt ze zich hard voor mensenrechten, voor de openstelling van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht, het recht op abortus, voor gelijkheid, een einde aan de oorlogen in Irak en Afghanistan, voor dierenrechten en voor het afschaffen van de doodstraf.

Ze werkt samen met diverse andere wetenschappers aan een manier om via EEG een computer te kunnen besturen.   

Words 

Very,

Slow,

Ly,

Moving my head to the rhythm of beeps

Thankful for each tiny movement

Concentrating letter by letter

Squeezing each word out with gargantuan intensity

Like an ancient chiseling words in Aramaic

I will be heard!


Catherine Gody Wolf


Catherine Gody Wolf is een van mijn Grote Vrouwen.

Happy Birthday Mrs. Wolf!

Virginia Apgar

Op 7 juni 1909 kwam Virginia Apgar ter wereld, het derde kind van Charles Emory Apgar en Helen May Apgar. In huize Apgar stonden muziek en wetenschap centraal. Vader Apgar liefhebberde, naast zijn werk in het verzekeringswezen, als uitvinder en amateurastronoom. Virginia leerde als kind de viool te bespelen en zou dat haar leven lang blijven doen.

De voorliefde voor de wetenschap zat er dankzij vader Apgar bij de jonge Virginia al vroeg in. Tijdens haar jeugd kwam een van haar broers te overlijden aan tuberculose en ook deze trieste gebeurtenis moet er aan bijgedragen hebben dat ze zich geroepen voelde arts te worden.

Virginia Apgar studeerde zoölogie aan het Mount Holyoke College. Tijdens haar jaren daar al bleek ze bepaald hyperactief; niet alleen speelde ze er viool en cello in het studentenorkest, ze sportte in meerdere sportteams, deed aan toneel, werkte bij de studentenkrant en hield er verschillende baantjes op na om zichzelf te kunnen bedruipen.

Virginia studeerde in 1929 af. Daarna schreef ze zich in voor een opleiding chirurgie aan het Columbia University College of Physicians & Surgeons. Daarmee begaf ze zich in een waar wespennest, het bleek een schier ondoordringbaar mannenbolwerk, en haar mentor Allen Whipple ontmoedigde haar in haar ambities chirurg te worden. Met succes: Virginia Apgar week uit naar anesthesiologie, een toen nog onderontwikkeld vakgebied waarop in die tijd werd neergekeken. In 1937 studeerde ze af. In 1938 kreeg het Columbia University College of Physicians & Surgeons een nieuwe afdeling, anesthesiologie, en Virginia Apgar trad aan als (de eerste vrouwelijke) directeur.

In 1949 werd ze de eerste vrouwelijke hoogleraar aan het Columbia University College of Physicians & Surgeons. Ze specialiseerde zich in de verloskunde en werkte daarnaast ook nog in het Sloane Hospital for Women. Ze bemerkte een hiaat tijdens haar werkzaamheden: Er was geen standaardprocedure om de gezondheid van pasgeborenen te evalueren en dus ontwikkelde ze er zelf een. De klinische conditie van een baby bleek te meten te zijn aan de hand van vijf vitale criteria; Appearance (kleur), Pulse (hartslag), Grimace (reactie op prikkels), Activity (spiertonus) en Respiration (ademhaling).

Daarmee is Virginia Apgar feitelijk de grondlegster van de neonatologie.

In 1963 kreeg deze standaardprocedure zijn naam: De apgarscore.

In 1959 nam Virginia Apgar afscheid van het Columbia University College of Physicians & Surgeons. Ze volgde een masterstudie public health  aan de Johns Hopkins School of Hygiene and Public Health. In dat jaar werd ze ook vicedirecteur Medische Zaken bij de March of Dimes Foundation. Ze onderzocht de effecten van anesthesie en pijnmedicatie van moeders op het ongeboren kind en ze zette de problematiek rond vroeggeboorten en geboortedefecten op de kaart in een tijd waarin dat nog een taboe was.

In 1964 brak er een enorme rubella-epidemie uit in Amerika, deze ziekte kennen wij als rodehond. Naar schatting raakten 12,5 miljoen mensen besmet. Wanneer een vrouw vroeg in haar zwangerschap met deze ziekte besmet raakt kan dat tot een miskraam of ernstige aangeboren afwijkingen bij haar kind leiden; grijze staar, glaucoom, doofheid en zelfs hartafwijkingen. Tijdens deze epidemie kwamen twintigduizend kinderen ter wereld met het congenitaal rubella syndroom. Van hen stierven er 2100, 12000 van hen raakten doof, 3580 blind en 1800 waren zwakbegaafd.

Virginia Apgar trok zich dit aan en ze werd een fervent voorvechter van vaccinatie tegen rodehond.

Gedurende haar hele leven bleef Virginia Apgar een hyperactieve duizendpoot. Ze speelde viool, maakte zelf instrumenten, tuinierde, viste, speelde golf en verzamelde postzegels. Nadat ze vijftig werd nam ze vlieglessen. Ze schreef en publiceerde meer dan zestig wetenschappelijke artikelen en was co-auteur van het boek “Is My Baby All Right?”.  Ze gaf lezingen en was actief fondsenwerver voor de March of Dimes Foundation.

Virginia Apgar stierf op 7 augustus 1974. Zij is een van mijn Grote Vrouwen.

“Nobody, but nobody, is going to stop breathing on me.”

Oorlog en vrede

“Mensen zijn niet geschapen voor oorlog. Mensen zijn geschapen voor vrede.”

Mooie woorden van de Rotterdamse burgervader vandaag, tijdens de herdenking bij het Nationaal Koopvaardijmonument De Boeg. Het is een van de mooiste monumenten in de stad, vind ik. De bijna vijftig meter hoge boeg die golven van gewapend beton doorklieft, met aan haar voet een bronzen beeldengroep. Een roerganger, drie zeelieden en een verdronkene, die verstild met een kabel aan elkaar en aan de boeg zijn verbonden. De kolossale scheepssteven is een monument ter nagedachtenis aan de ruim 3.500 burgerslachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog het leven verloren op zee, bij de ondergang van honderden Nederlandse koopvaardijschepen.

Burgemeester Aboutaleb verwees tijdens zijn toespraak naar de tentoonstelling in de Kunsthal, waar op het moment honderd bijzondere voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog te bekijken zijn. Een van die voorwerpen is een kogelvrij vest, gedragen door Roeland Jan Kroesen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was hij een van de opvarenden van de Koopvaardijvloot en daar moest hij, bij Koninklijk Besluit, bij in dienst blijven. Die vaarplicht trof 12.000 opvarenden en zou pas in 1946 weer opgeheven worden. Op 25 april 1941 werd ss Pennland van de Holland-Amerika Lijn bij Kreta gebombardeerd en de oceaanstomer verging. Roeland Jan Kroesen was een van haar opvarenden, hij overleefde.

“Wie het gunner’s vest in de Kunsthal bekijkt, beseft hoe weinig veiligheid een kogelvrij vest kan bieden tegen de overmacht van onderzeeërs en jachtbommenwerpers. Er kan maar één conclusie zijn: mensen zijn niet geschapen voor oorlog. Want dat is de les die we kunnen trekken uit alle ellende en bruutheid van de Tweede Wereldoorlog.”


Tegen oorlogsgeweld zijn we inderdaad slecht bestand. Of dat betekent dat de mens niet voor oorlog maar voor vrede “geschapen” is, dat is dan weer een tweede. Aan de andere kant immers, die onderzeeërs en jachtbommenwerpers zijn wel van menselijke makelij. Het zijn mensen die zulk oorlogstuig verzinnen, fabriceren, verhandelen en gebruiken. Het zijn mensen die het gewapend conflict met elkaar opzoeken. De menselijke geschiedenis staat bol van oorlog, terreur en geweld. Oorlogszucht lijkt toch in onze menselijke natuur te zijn ingebakken, zo bezien.

Als we de omstreden demograaf en hoogleraar sociaalpedagogiek Gunnar Heinsohn mogen geloven is er zelfs een demografische oorzaak voor oorlog aan te wijzen. Dat legde hij jaren geleden uit in een boek, ‘Zonen grijpen de wereldmacht’.  Een bevolkingsexplosie die samengaat met een oververtegenwoordiging van jonge mannen (een ‘youth bulge’) blijkt, zeker wanneer die angry young men weinig goede vooruitzichten hebben, een beproefd recept voor gewelddadige conflicten.

Dat stemt somber, nietwaar? Toch gloort er hoop aan de horizon. Wie de moeite neemt de enorme pil ‘The Better Angels of Our Nature’ van Steven Pinker van kaft tot kaft te lezen komt daarmee tot de ontdekking dat de mens nu vreedzamer is dan hij ooit geweest is. Naarmate de geschiedenis vordert is de mens zich allengs minder gewelddadig gaan gedragen. Steven Pinker, hoogleraar psychologie te Harvard, verwijst met de titel naar een uitspraak van Abraham Lincoln over menselijke vermogens als empathie, moraal en rede.

Deze vermogens (die “better angels”) hebben in de loop van onze geschiedenis steeds meer vat op onze “innerlijke demonen”, zoals  prooigedrag, dominantie, wraak, sadisme en totalitaire ideologieën gekregen. Daardoor wordt er steeds minder oorlog gevoerd en dalen de moordcijfers. Die afname past, volgens meneer Pinker, in het beschavingsproces waarin de mens leert zijn driften te beheersen.

Hij wijst factoren aan die een dempend effect hebben op menselijk geweld; de humanitaire revolutie, een staatsmonopolie op geweld, de handel die ervoor zorgt dat vrede loont en het inruilen van eergevoel tegen persoonlijke waardigheid. Onze groeiende aversie tegen agressie uit zich in ‘rechtenrevoluties’; mensenrechten, burgerrechten, vrouwenrechten, kinderrechten, homorechten en zelfs dierenrechten.

In een ander boek, ‘The End of War’ van John Horgan, is verdere geruststelling te vinden: Biologisch gezien is de mens net zo goed geprogrammeerd voor een vreedzaam als voor een gewelddadig bestaan. Oorlog is niet onvermijdelijk en het is geen intrinsiek onderdeel van de menselijke natuur, maar een cultureel fenomeen en een keuze. John Horgan meent dat oorlog af te schaffen is, net zoals dat met slavernij gebeurd is.

Vandaag herdenken we álle slachtoffers, zowel burgers als militairen, die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vielen, ongeacht of ze binnen of buiten de landsgrenzen stierven. In oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Allemaal slachtoffers van menselijk geweld. Slachtoffers van mensen die ervoor kozen anderen geweld aan te doen. Joden, Roma, Sinti, etnische Polen, Slaven en Sovjets, homoseksuelen, fysiek en mentaal gehandicapten, politieke tegenstanders, vakbondsleden, Spaanse republikeinen, sociaaldemocraten, communisten en socialisten, esperantisten. vrijmetselaars, Jehova’s getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, priesters en “asociale elementen” zoals woonwagenbewoners, kermisgasten  en werkweigeraars.

Dat herdenken is belangrijk, zeker in een tijd waarin een politicus ongegeneerd spreekt over “minder, minder, minder Marokkanen” en een jonge rapper onbeschroomd zingt over flikkers die hij geen handje wil geven en “die fokking Joden” die hij meer haat dan de nazi’s.

Je zou om minder even stil vallen.

Briljante Blunders

Omdat het zonnetje zo fijn scheen heb ik deze week een middagje gespijbeld. Om mezelf te trakteren ben ik langs mijn favoriete boekenwinkeltje gefietst, maar met een kakelvers boek in mijn fietstas en het zonnetje op mijn gezicht besloot ik dat ik toch nog geen zin had om huiswaarts te keren.

Zo zat ik even later, geheel tegen mijn gewoonte in, alleen op een terrasje. In de schaduw, want in de volle zon lezen vind ik niet prettig. Een cappuccino, een koud glas water en een boek in mijn knuisten. Het leven is mooi. 
Ik sloeg de eerste pagina open van Briljante Blunders van astrofysicus Mario Livio. De geluiden van de mensen om me heen verdwenen al gauw naar de achtergrond terwijl ik me onderdompelde in het boek. Mario Livio brengt vijf grote wetenschappers ten tonele; Charles Darwin, Lord Kelvin, Linus Pauling, Fred Hoyle en Albert Einstein en hij zoomt in op hun grootste blunders. Zelfs de grootste denkers blunderden weleens en dat is maar goed ook. 
Meneer Livio snijdt zware wetenschappelijke onderwerpen aan in zijn boek. Van evolutie, genetica, astronomie, atoomfysica, de relativiteitstheorie, de elementen en het Periodiek Systeem tot het meten van de ouderdom van de aarde. Gelukkig heeft hij compassie met mij, zijn lezer, en houdt hij zijn bewoordingen eenvoudig genoeg zodat ik nergens de draad kwijtraak. Met zijn onderwerpen heeft hij somtijds minder compassie, zo schroomt hij niet de vinger te leggen op vervelende eigenschappen zoals misplaatste trots – zeker niet wanneer die aan bijbehorende blunders hebben bijgedragen. Gelukkig heeft de schrijver wel de beleefdheid deze Grote Geesten te meten aan de kennis van hun tijd. 
Een vriendelijke jongedame wist na drie keer proberen mijn aandacht te trekken. Natuurlijk wilde ik graag nog een cappuccino. Naast me bleek een ouder stel te zijn neergestreken. De man deed zijn best de titel van mijn boek te lezen. Schielijk dook ik weer in mijn boek. Sorry, geen zin in een praatje. 
Na een paar hoofdstukken begon ik Mario Livio wel heel streng te vinden. In sommige gevallen is ‘blunder’ wel een erg groot woord. Soit, ik ben dan ook bij lange na niet zo wetenschappelijk onderlegd als meneer Livio is. Blunders blijken waardevol voor de wetenschap. Dat zou geen verrassing moeten zijn, want ook de wetenschap hangt niet van louter successen aan elkaar. De missers van meneer Livio’s selecte gezelschap brachten discussies op gang en brachten nieuwe inzichten. Ook in de wetenschap is het vallen en opstaan, trial and error. Fouten maken is een onlosmakelijk onderdeel van het proces dat wetenschap heet. 
De man aan het tafeltje naast me schraapte zijn keel. “Die Darwin hé, die had het maar mooi mis hé.” Ik zette mijn meest beleefde gezicht op. “Dat valt wel mee hoor, meneer”. Zo tactisch mogelijk verschool ik me weer achter mijn boek. 
“Die evolutie-onzin is toch al lang achterhaald. Ook maar een theorie.” Ik deed alsof ik hem niet hoorde en heel even leek hij de boodschap te begrijpen dat ik niet verlegen zat om een praatje. Kom op vriend, evolution is all around us. Olifanten passen zich aan ons aan en verliezen de genetische bouwstenen voor hun slagtanden, bacteriën passen zich aan onze antibiotica aan en in de omgeving van rampplek Tsjernobyl passen de vogeltjes zich aan de langdurig blootstelling aan straling aan. Dat is evolutie waar je bij staat. Ik zuchtte diep, liet het los en ging weer op in mijn boek. 
“Of geloof jij daar soms in?” Verdomd. In weerwil van mezelf keek ik toch weer op en ik besefte me te laat dat ik dit keer vergeten was mijn meest beleefde gezicht op te zetten. “Jazeker en ik zal het u nog veel erger vertellen, ik geloof ook in de zwaartekracht. Dat is natuurlijk ook maar een theorie, maar toch hé.” De geest was uit de fles. “Toch, ik ben wel benieuwd welke theorie die van Darwin inmiddels vervangen heeft? Dat nieuws heb ik gemist, vrees ik”. Geërgerd ratelde ik door, over overerving met aanpassing, olifanten en vogeltjes, en meneer Darwin die dat snapte zonder weet te hebben van genetica. 

Boos deed de man er het zwijgen toe.

Ik nipte van mijn cappuccino. Demonstratief sloeg ik mijn boek weer open. Het leven is mooi. Laat me nou. 

Caroline Herschel, kometenjaagster

Caroline Lucretia Herschel kwam op 16 maart 1750 ter wereld, in Hannover. Het gezin Herschel telde tien kinderen. Op jonge leeftijd kreeg ze de pokken, die haar gezicht lelijk tekenden met de voor het pokkenvirus zo typische littekens. Ook kreeg ze tyfus, waardoor ze een groeistoornis opliep.

Omdat Caroline veel zussen had schoot er voor haar geen bruidsschat over en dat, ongetwijfeld tezamen met haar fysieke voorkomen, maakte dat zij ongehuwd bleef. Haar volkomen gebrek aan talent voor de in die tijd gebruikelijke bezigheden voor vrouwen zal ook niet meegeholpen hebben. Caroline blonk uit in wiskunde en had een uitgesproken talent voor muziek.

Over de relatie met haar moeder Anne verschillen de lezingen. Vader Herschel wilde dat Caroline een muzikale opleiding zou genieten, maar haar moeder zou haar als een soort Assepoester behandeld hebben en opzettelijk de plannen, die haar vader met de jonge Caroline had, gedwarsboomd hebben. Moeder Herschel moet nogal een bazig type zijn geweest, niet alleen verbood ze haar man Caroline vioollessen te geven, ook verbood ze lessen in het Frans opdat haar dochter geen gouvernante worden kon. Wanneer haar moeder van huis was kreeg Caroline in het geniep vioolles van haar vader.

Tijdens de Zevenjarige Oorlog vluchtte haar broer Wilhelm naar Engeland. Hij was musicus en componist en in zijn vrije tijd studeerde hij wiskunde en astronomie. Caroline deelde zij passie voor beide. In 1772 haalde hij Caroline dan ook naar Engeland, waar ze het huishouden voor hem deed. Ze zong er in een koor, nam zanglessen en maakte naam als sopraan. Ze werd zelfs muzieklerares in Bath. In 1782 gaf ze dat alles echter op en werd voltijds astronomieassistent van haar broer.

Wilhelm en Caroline bouwden een voor die tijd enorme telescoop. Terwijl Wilhelm daarmee zijn observaties deed, noteerde Caroline deze trouw. Ze poetste de telescoopspiegels, deed de ingewikkelde berekeningen, die voor hun werk nodig waren, en catalogiseerde hun beider ontdekkingen; Uranus (door Wilhelm), sterrengroepen, kometen en nevels. Daarnaast gebruikte Caroline een kleinere Newton-telescoop, waar ze in 1786 zelfstandig haar eerste komeet mee ontdekte. In 1787 kreeg ze, als assistent van haar broer, een jaarsalaris van koning George III.

Caroline Herschel werd daarmee de eerste vrouw met een betaalde wetenschappelijke baan.

Op 25 augustus 1822 stierf Wilhelm. Na de dood van haar broer in 1822 verhuisde ze weer naar Duitsland, waar ze haar astronomisch werk voortzette.

Caroline Herschel ontdekte acht kometen en herontdekte de komeet Encke. Ze voegde 560 sterren toe aan de Flamsteed-catalogus. Niet alleen was ze de eerste vrouw die betaald kreeg voor haar bijdrage aan de wetenschap, ze was ook de eerste vrouw die een erelidmaatschap kreeg toegekend bij de Royal Astronomical Society en de Royal Irish Academy én als eerste vrouw de Gouden Medaille voor de Wetenschap kreeg, in 1846 uit handen van de koning van Pruisen. Deze Medaille zou pas in 1996 weer aan een vrouw vergeven worden, aan Vera Rubin.

Caroline Herschel stierf op 9 januari 1848 in haar geboorteplaats Hannover.

De periodieke komeet 35P/Herschel-Rigollet, de planetoïde Lucretia en de maankrater C. Herschel in Sinus Iridium zijn naar haar vernoemd. Ze is een van mijn Grote Vrouwen.

Blik op mijn buurt, waar woont de pedo? Waar de psychopaat?

In de stilte van deze vroege zondagmorgen ligt de straat waar ik woon er verlaten bij. Onbespied kijk ik rond naar de auto’s, de nette gordijnen achter de (voornamelijk ongezeemde) ramen, de lappendeken aan netjes geverfde voordeuren. Opvallend afwezig zijn de fietsen (en fietswrakken), maar ik weet dat de bewoners van het plaatselijke studentenhuis die doorgaans in een zijstraatje opstapelen, tegen het handjevol fietsbeugels dat daar in het trottoir verzonken is. Mijn straat lijkt een financiële middenmoter; de bewoners zijn niet rijk, maar zeker ook niet arm.

Ik draai me om, laat mijn blik over de voor het weekend gesloten school glijden en tuur naar het verst gelegen eind van de straat. Zo veel mensen. Eigenlijk ken ik er maar een paar. Maar ik weet wel wat over hen allemaal.

Statistieken

Ongeveer 50% van mijn buren heeft ooit te maken gehad met een vorm van huiselijk geweld. Achter welke voordeuren dat geweld plaatsvindt weet ik niet. De daders van huiselijk geweld zijn in meer dan de helft van de gevallen partner of ex-partner. In bijna 20% van de gevallen zijn ouders de dader, in 13% betreft het een broer en in 9% een zus.

Kinderen zijn gemiddeld drie tot vijf jaar lang slachtoffer van huiselijk geweld. Volwassen slachtoffers gemiddeld drie tot zeven jaar lang.

Bijna 40 procent van mijn buurvrouwen heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van mijn buurmeisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de buurjongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van de slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Over het percentage pedofielen is veel onzekerheid, schattingen lopen erg uiteen. Cloud Bower, Song en van Dyk (2002) schatten de prevalentie van pedofilie op 4% van de algemene populatie.

Naar schatting is 1% van de bewoners van mijn straat psychopaat. Van mijn buurmannen heeft 3% psychopathische trekken, van de buurvrouwen is dat 1%. Achter welke voordeuren zij zich bevinden, ik heb geen idee.

Benno L. en de resocialisatiegedachte achter het strafrecht

Al deze cijfers malen al een paar dagen door mijn hoofd. Zwemleraar Benno L. randde tientallen meisjes aan, kinderen met een handicap of watervrees. Hij kwam op oudjaarsdag vorig jaar definitief vrij na een gevangenisstraf van zes jaar.

Het doel achter zo’n gevangenisstraf is hier ten lande vijfledig. Een dader moet boeten voor zijn misdaad. Zijn straf moet een afschrikkende werking hebben op de rest van de populatie. Tijdens het verblijf in Huize Traliezicht is een dader onschadelijk voor de maatschappij en is het de bedoeling dat hij geresocialiseerd wordt, waarna herstel plaats hoort te vinden en hij met een schone lei weer opgenomen zou moeten worden in de maatschappij.

Dat vergt echter wel wat van die maatschappij.

Waar laat je zedendelinquenten als Benno L. wanneer ze hun straf uitgezeten hebben? Ieder jaar komen om en nabij vierhonderd zedendelinquenten vrij, Benno L. is geen op zichzelf staand geval.

Burgemeester Henri Lenferink van Leiden stak zijn nek uit en Benno L. werd in een seniorenflat ondergebracht. Voorwaarde daarbij is dat hij geen contact mag hebben met kinderen en hij buiten te allen tijde begeleid wordt door een gescreende vrijwilliger. Zelfs alleen even naar de supermarkt is er niet bij. Daarnaast draagt hij een elektronische enkelband en wordt hij begeleid door de reclassering. In de gemeenten waar zijn slachtoffers wonen mag hij niet komen en ook uitwijken naar het buitenland is er vooralsnog niet bij. Dat wil Benno L. wel; volgend jaar wil hij bij familie in Duitsland gaan wonen.

Zo stil mogelijk laat ik een vuilniszak in de ondergrondse container verdwijnen, om de rust in mijn nog stil en slaperig straatje niet te verstoren.

Ergens achter de potdichte geveltjes slaapt een pedo.