Treurdebat

Het is inmiddels een vertrouwd beeld, minister Van der Steur die op het matje geroepen wordt door de Tweede Kamer en daarbij het vuur aan de schenen gelegd krijgt. Er is dan ook heel wat aan de hand, bij zijn ‘superministerie’ van Veiligheid en Justitie. Een geplaagde Ard van der Steur moest al meermaals zijn excuses maken.

De foto van Volkert van der Graaf, mea culpa. Verkeerde informatie over de zogeheten ‘Teevendeal’, mea culpa. De onheuse bejegening van patholoog George Maat, mea culpa. De zaak rond Bart van U., mea maxima culpa.

De politie, onderdeel van zijn takenpakket, komt 300 miljoen euro tekort om haar werk naar behoren te kunnen doen en dat terwijl we allemaal vrezen voor terreur. De politie heeft als norm om in 90% van de spoedmeldingen binnen 15 minuten te plaatse te zijn, maar haalt die in veel gemeentes niet. Het rommelt bij de Dienst Speciale Interventies DSI. Overuren worden niet gecompenseerd, er is niet genoeg materieel en kritiek wordt afgestraft, aldus een twintigtal leden van deze dienst, die inmiddels een advocaat in de arm genomen hebben.

En dan was daar het gemiste signaal van de Turkse autoriteiten over Ibrahim el-Bakraoui, een van de zelfmoordterroristen van Zaventem. Minister Van der Steur hield vol dat er niets fout is gegaan bij het overbrengen van Ibrahim el Bakraoui naar Nederland, maar overtuigd heeft hij nog niemand.

Ibrahim en Khalid el-Bakraoui

Ibrahim el-Bakraoui werd op 9 oktober 1986 geboren in Brussel. Op 12 januari 1989 werd zijn broer, Khalid, geboren. De broers el-Bakraoui groeiden kennelijk op voor galg en rad. Ze waren al vroeg op het criminele pad en ’t waren losers. Net als Mohammed Bouyeri, Chérif Kouachi, Amédy Coulibaly, eigenlijk.

In 2009 was Ibrahim el-Bakraoui al betrokken bij in elk geval vier gevallen van carjacking en een bankoverval. Op 27 oktober 2009 beroofden hij en twee mededaders een filiaal van AXA, waarbij ze een kalasjnikov gebruikten om een bankmedewerkster te kidnappen en haar te dwingen het alarm uit te schakelen.

In januari 2010 was El-Bakraoui betrokken bij een overval op een wisselkantoor van Western Union in Brussel. Broer Khalid stond op de uitkijk. Die overval mislukte en de drie overvallers gingen op de vlucht. Toen ze op een door de politie opgeworpen wegversperring stuitten openden ze het vuur op de politie. Met niet minder dan een kalasjnikov. Een agent raakte zwaar gewond, maar overleeft. El-Bakraoui en zijn twee kompanen wisten te ontkomen en verscholen zich in een woning. Daar werden zij later door een speciale eenheid van de Belgische politie uitgehaald.

Op 30 september 2010 werd Ibrahim el-Bakraoui tot tien jaren gevangenisstraf veroordeeld. Toch kwam hij op 12 mei 2014 alweer vrij, als voorschotje op zijn voorwaardelijke vrijlating, zij het onder elektronisch toezicht. Die voorwaardelijke vrijlating werd formeel door een rechter bekrachtigd op 20 oktober 2014, in weerwil van de negatieve adviezen van de gevangenisdirectie.

Turkije

Al in de zomer van 2015 schond El-Bakraoui de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating door niet op te komen dagen bij zijn afspraken met de Belgische variant van de Reclassering. Hij bleek in Turkije te zitten. De Turkse politie pakte hem daar op in de stad Gaziantep, die nabij de Syrische grens gelegen is. Vermoed werd dat hij onderweg was naar Syrië om zich bij IS te voegen.

Later zou de Turkse president Erdogan verklaren dat de Turkse autoriteiten hun Belgische evenknie op de hoogte brachten van de aanhouding van Ibrahim el-Bakraoui, die volgens hen een gevaarlijke Syrië-strijder was. Omdat El-Bakraoui in België niet eerder met terrorisme in verband gebracht was zag men daar geen aanleiding de man te vervolgen. Sterker, men herroept zelfs zijn voorwaardelijke vrijlating niet.

Na een maand werd El Bakraoui door Turkije het land uitgezet. Wonderlijk maar waar, hij mocht zelf kiezen waarheen. Hij koos voor Amsterdam, ofschoon hij geboren Belg is vond Turkije dat prima, en op 14 juli 2015 kwam hij aan op Schiphol. Er gingen geen alarmbellen rinkelen.

Volgens premier Erdogan waarschuwden de Turken nochtans ook de Nederlandse autoriteiten voor ’s mans komst. Met een elektronisch kattebelletje, waar dat normaliter met een telefoontje wordt gedaan. Nadat Ibrahim el-Bakraoui in Nederland aankwam verdween hij ‘onder de radar’.

Ongezien reisde hij weer af, terug naar België.

Zaventem

Op 22 maart, om 7.58:28 uur, ontplofte een bom bij de balie van Brussels Airlines in de vertrekhal van Brussels Airport. Negen seconden later volgde een tweede explosie. Ibrahim El Bakraoui was een van de daders, de andere dader was Najim Laachraoui.

Koud een uur later, om 09:11 ontplofte er een derde explosief, in een metrotrein die zich op dat moment onder de Wetstraat in Brussel bevond. Ook hier betrof het een zelfmoordaanslag en wel door Khalid el-Bakraoui.

Motie van wantrouwen

Vandaag was minister Van der Steur dus aangeschoten wild. File bij de interruptiemicrofoon. Heeft de minister de grip op zijn ambtenaren verloren? Is hij überhaupt wel capabel? Is hij onderdeel van de oplossing of van het probleem? Ard van der Steur bleef er onbewogen onder, zei geen sorry en ging niet door het stof.

De Tweede Kamer wil een antwoord op de vraag waarom de gangen van El Bakraoui niet zijn nagegaan. De Kamer eist dat er alsnog wordt nagegaan wat El Bakraoui heeft gedaan voorafgaand aan de aanslagen in Brussel, maar de minister weigert. “Nach Canossa gehen wir nicht” leek hij denken. Na vier keer ‘sorry’ mogen zeggen tegen de Tweede Kamer wist hij natuurlijk ook wel beter.

Het kwam hem wel op een motie van wantrouwen te staan hoor, van de PVV, GroenLinks, de SP, Denk, Partij voor de Dieren, VNL en 50PLUS, die hij overleefde. Uiteraard zou ik bijna zeggen. Goed, voor de vorm wordt daar vanavond nog over gestemd, maar D66, CDA en ChristenUnie lieten al weten de minister nog een kans te geven.

Of dat verstandig is zal moeten blijken. We wachten gewoon de volgende blunder weer af, nietwaar?

Passief

Zeg, lieve stemgerechtigde Nederlander. U heeft het ‘actief’ uit het ‘actief kiesrecht’ misschien verkeerd begrepen. U geeft er in elk geval als geen ander invulling aan, u stemt door massaal thuis te blijven.

Slechts nog zo’n beetje de helft van u neemt de laatste jaren de moeite te stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Voor een beetje Tweede Kamerverkiezing komt een kwart van u zijn bed niet meer uit. Slechts 32,2% van u kwam gisteren een stem uitbrengen en daarmee met de kiesdrempel met de hakken over de sloot gehaald.

Dat terwijl de gemiddelde Nederlander overal wel een mening over heeft en deze, te pas en te onpas, laat horen. Wij Nederlanders willen meepraten, inspraak, polderen, gehoord worden én onszelf gehoord weten. Over Europa, de landsgrenzen, de nieuwe moskee om de hoek, visumvrij reizende Turken, verstop-eitjes bij de Hema.

Ik begrijp het wel hoor, het is ‘maar’ een raadgevend referendum, en wellicht meent u dat het voltallige kabinet Rutte het heel goed afkan zonder uw goede raad. Misschien was u al die schreeuwerige roze toestanden zat of heeft u, net als ik, een afkeer van de heren Roos en Baudet, wiens speledingetje dit hele referendum was.

De kans is zeer aanwezig dat u gewoon niet uit de voeten kon met de 323 pagina’s tellende associatieovereenkomst. De materie is ook complex en het is een gedrocht van een onleesbaar document. Misschien vindt u zo’n referendum gewoon niets en wenst u het werk, dat onze volksvertegenwoordigers al gedaan hebben, niet nog eens dunnetjes over te doen.

Daar is weinig tegenin te brengen. Toch ging ik braaf stemmen, gisteren. Kom op, ik ben een vrouw. Weet u nog hoe hard het stemrecht voor vrouwen is bevochten? Thuisblijven is geen optie, daar heb ik ’t hart niet voor. Zelfs in het stemhokje twijfelde ik nog. Waar doe je goed aan? Zeker als het kiezen is tussen twee kwaden. Ik opteerde voor ‘nee’. Zowel de Oekraïne als wij verdienen een beter verdrag.

Uitslag

Van de mensen, die moeite namen een stemlokaal binnen te wandelen, stemde 61,1% tegen de goedkeuringswet voor de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Althans, daar moet het voor doorgaan natuurlijk, want het referendum is eerst en vooral een fijne uitlaatklep voor anti-Europese sentimenten. De nee-campagnes hadden weinig tot niets te maken met een ‘nee’ tegen Oekraïne, maar vooral met een ‘nee’ tegen de gevestigde politiek, onze bestuurlijke elite.

Nu heb ik daar moeite mee, want over welke elite hebben we het dan? In de goede zins des woords heb ik daar namelijk niets van gezien. We hebben een gebrek aan denkers, laat staan grote denkers. Sterker, hoe meer er campagne gevoerd werd hoe onduidelijker de materie werd. De gevestigde politiek weet niet te inspireren, niet te enthousiasmeren en voor duiding hoe je er ook niet bij aan te kloppen.

Soit. Dat referendum heeft ons 35 miljoen euro gekost. Wat heeft ons dat opgeleverd?

Ratificatie van het verdrag kan niet zonder meer doorgaan, maar doorgaan zal het. Nederland heeft niet de macht nog anders te beslissen en kan hooguit de deuren van de overige Europese 27 landen langs, om hen om aanpassingen te vragen. Daarnaast kan Nederland vragen om een aantal van de politieke bepalingen niet op ons land toepasbaar te laten zijn.

Referendum

Als iets me duidelijk is geworden is het wel hoe gemankeerd referenda als deze geregeld zijn. Zo was de vraag, die ons gisteren gesteld werd, onduidelijk, hopeloos ingewikkeld en ondergeschikt gemaakt aan eigen agendaatjes. Dat verdient remedie. Zo’n kiesdrempel, past dat wel bij een referendum dat niet bindend is? Meneer Baudet heeft de smaak te pakken en zou graag meer referenda zien. Immigratie, de euro, het vrijhandelsverdrag met de VS (TTIP) en de open grenzen – om maar even een paar zijstraten te noemen. Zitten we daarop te wachten? Wat mag dat kosten?

Troonrede en Miljoenennota

Vandaag is de Derde Dinsdag van September. Prinsjesdag. De belangrijkste dag van het politieke werkjaar, waarbij we temperatuur van Nederland meten. Hoe gaat het en wat brengt de toekomst? In zijn troonrede heeft onze koning ons verteld hoe de vlag erbij hangt en, belangrijker, wat onze regering het aankomende jaar met ons van plan is. In de Tweede Kamer beginnen de algemene beschouwingen en wordt ook de Rijksbegroting gepresenteerd en besproken.

In vol ornaat en met het nodige ceremonieel trok de vleesgeworden staatsmacht aan ons voorbij. De koning, de politie, alle onderdelen van de strijdmacht en de nationale politie. In koetsen, te paard en op de voetjes.

Troonrede

Foto: ANP

Onze vorst bracht ons goed nieuws over onze economie. De Nederlandse samenleving staat er in sociaal-economisch opzicht relatief goed voor. De woningmarkt herstelt zich. De overheidsfinanciën zijn aan de beterende hand. De economie groeit weer en dat geeft de burger moed. We durven weer geld uit te geven. We kunnen nog niet gezapig achterover leunen, dat zeker niet, maar het gaat beter.

Daarbij mag u niet vergeten dat het kabinet een meevaller ‘heeft’ van 5 miljard euro. Het kabinet meent dat de economie volgend jaar met 2,4 procent zal groeien.

Daarmee is Nederland terug op het niveau van vóór de crisis en dat is goed nieuws.

Werkeloosheid en koopkracht

Het aantal banen neemt toe, maar nog niet afdoende om de werkloosheid op te lossen. Dat verdient remedie. De regering beoogt die te bewerkstelligen door het belastingstelsel aan te passen (al liggen de beide Kamers nog ongemakkelijk dwars). Ze wil de loonkosten voor werknemers die het minimumloon (of ietsje meer) verdienen verlagen en de inkomstenbelasting verlagen. Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering belooft onze regering de koopkracht op peil te houden.

“Nu de economie aantrekt en er voorzichtig ruimte ontstaat voor herstel van koopkracht en werkgelegenheid, kan het vertrouwen terugkeren dat ook toekomstige generaties het beter krijgen.”

Gelukkig! Oog voor de toekomst. In Nederland moeten mensen kunnen rekenen op goede zorg, hoogwaardig en toegankelijk onderwijs, adequate sociale voorzieningen en een solide pensioenstelsel. Dixit de koning. Dat kost wat, maar dan heb je ook wat.

Onderwijs

Het optimisme uit de troonrede, dat de hervormingen van de laatste jaren mensen in staat zouden stellen vorm te geven aan hun toekomst, deel ik nog niet. Ik maak me onverminderd zorgen over de uitgeholde kwaliteit en het aanbod van het onderwijs, bijvoorbeeld. Ik weet niet of 4000 extra docenten in het hoger onderwijs jaren van extreme bezuinigingen kunnen rechttrekken. Dat is linke soep, voor een kenniseconomie als de onze. Zeker als u in aanmerking neemt dat die extra docenten betaald worden van het nieuw ingevoerde studievoorschot voor studenten. Studeren wordt duurder en dat vind ik toch een kwalijke zaak.

Ouderen

Er komt weliswaar structureel 210 miljoen euro beschikbaar om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren en ruimte te maken voor meer persoonlijke aandacht, maar hoeveel van die verpleeghuizen hebben we inmiddels niet al gesloten?

Pensioenen

De koning zei dat het belangrijk is dat alle werkenden een goed pensioen op moeten kunnen bouwen, maar de moeizame onderhandelingen over een goede cao voor leraren, ambulance- en politiemedewerkers zeggen me iets anders. Na vier jaar op de nullijn heeft de regering hen een bruto loonstijging aangeboden van 5,05%. Daarvan betalen zij 2,4% zelf, doordat pensioenopbouw en -premie verlaagd worden. Wie dat doorberekent en daarbij die vier jaar nullijn niet vergeet komt op effectief 0,78% loonsverhoging per jaar uit. De jonge garde krijgt er dus een zakcentje bij, maar levert daarvoor behoorlijk wat pensioen in. Geen wonder dat politiemensen zich die sigaar uit eigen doos niet in de handen laten duwen.

Jonge ouders

Enfin, terug naar de troonrede. Jonge ouders krijgen het beter. Ze zullen meer kinderopvangtoeslag krijgen, betaalbare peuteropvang en jonge vaders krijgen meer bevallingsverlof. Vaders baren weliswaar niet, maar het gebaar is leuk.

Normen en waarden

Gelukkig deelt de koning en de regering mijn zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap voor een groot deel bestaat uit een goed voorbeeld geven komt er extra geld beschikbaar om de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden.

Dreiging, veiligheid en vrijheid

Koning Willem-Alexander noemde het beestje gelukkig bij de naam: Niet alleen is er de dreiging van radicalisering en terroristische aanslagen in Europa, maar deze zet ook nadrukkelijk onze samenleving onder druk. Angst maakt voor onderling wantrouwen. Conflicten in het buitenland kunnen een polariserend effect hebben in ons eigen land. Er is dus dubbel werk aan de winkel.

“Het kabinet reserveert daarom structureel extra geld om de operationele taak van de veiligheidsdiensten, het verzamelen en analyseren van informatie, en het preventiebeleid te versterken.”

Hé? Niets over de politie? De organisatie bij uitstek die in de frontlinie van onze maatschappij opereert en wier medewerkers al veel te lang moeten vechten om een fatsoenlijke cao? Niets over het fiasco van de reorganisatie naar een nationale politie? Niets over de extra 230 miljoen euro die nodig is om die reorganisatie weer een beetje op de rit te krijgen? Niets over de tekorten aan rechercheurs, waar we al sinds 2006 van weten? Voor de politie komt er geen extra geld.

Duidelijk ontwaar ik hier de regenteske handtekening van de VVD. Ard van der Steur houdt stug vast aan het politieparadepaardje van Ivo Opstelten, al kreupelt het inmiddels op drie benen amechtig voort.

Veiligheid en Justitie moet het met 0,1 miljard minder doen dan dit jaar, daarmee lijkt onze veiligheid niet langer hoog op de VVD-agenda te prijken.

Vluchtelingen

Een waarheid als een koe: De vluchtelingenstroom richting Europa groeit. Gedreven door militaire conflicten, politieke instabiliteit, schendingen van mensenrechten, armoede en gebrek aan kansen en toekomst gaan miljoenen mensen op zoek naar betere en veiligere oorden. We kunnen ons geen afwachtende houding meer veroorloven.

Had de wereld immers niet vier jaar lang werkeloos toegekeken hoe de situatie in Syrië zich ontspon, dan had het natuurlijk ook zo ver niet hoeven komen. We zijn dus ook zelf gebaat bij een adequate internationale conflictbeheersing. Mede daarom wordt structureel extra geld vrijgemaakt voor de krijgsmacht en voor de Nederlandse deelname aan militaire missies.

“Het gaat dan onder meer om internationale conflictbeheersing, opvang in de regio, het tegengaan van mensensmokkel, een strenge maar rechtvaardige asielprocedure in elk land, een effectief terugkeerbeleid en perspectief op integratie voor mensen die niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Alleen zo kan recht worden gedaan aan het humanitaire aspect en aan het maatschappelijk draagvlak in Nederland en andere Europese landen.”

Amen to that. Daarbij, noblesse oblige. We hebben echt nog altijd een heel menselijke morele verplichting om hulp te verlenen aan onze medemens in nood.

Extra geld voor opvang is niet ingeraamd. Dat zou nog wel een dingetje kunnen worden. Wie dan leeft, die dan zorgt? Hm…

Europa

Een alinea over Europa verlegt onze blik opnieuw naar buiten. Onze economie is gebaat bij een innovatief Europa, een goed functionerende Europese markt en open handelsrelaties. Met zorgenkindje Griekenland en het Britse referendum over het lidmaatschap van de EU wordt dat nog interessant.

Klimaat

Het klimaat is een issue en zeker niet alleen omdat onze koning nog altijd watermanager in hart en nieren is. De gaswinningsproblematiek in Groningen verdient aandacht en laten we wel zijn, we hebben de Groningers wat dat betreft ook wel behoorlijk in de kou laten staan.

In december van dit jaar vindt de VN-klimaattop in Parijs plaats. Minder uitstoot is inmiddels van levensbelang, zeker voor een waterland als het onze. Dijken moeten verstevigd en de Afsluitdijk vernieuwd.

Beetje tam

Al met al vind ik de troonrede een beetje tam. Geen grootse ideeën, geen visie, geen hervormingen waar die broodnodig zijn en de inzet van het kabinet is vooral gericht op de koopkracht en de zeer nabije toekomst. Concreet staat er niets in over hoe de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen en te controleren. Het probleem signaleren is een, het oplossen is nog altijd twee. Er werd met optimisme over de huizenmarkt gesproken, in financiële zin. Maar wat met de lange wachtlijsten en hoge huren?

Onze koning mag ons dan gewaarschuwd hebben dat we niet achterover kunnen leunen, de regering lijkt het langetermijndenken wel alvast op een laag pitje te hebben gezet.

#Kerstcrisis, de ondemocratische sluiproute van het kabinet

Heeft u gisteravond het debat over de nieuwe zorgwet een beetje kunnen volgen? Ik ben er voor opgebleven, zij het met de luxe wetenschap dat ik vanochtend uitslapen kon. Iedereen die wel eens een nachtdienst gedraaid heeft weet het: Naarmate het later wordt functioneer je slechter. Waarom onze dames en heren politici bij wijze van een soort traditie tot diep in de nacht door debatteren is me dan ook een raadsel.

Zeker bij belangrijke onderwerpen zoals de nieuwe Zorgverzekeringswet van minister Edith Schippers en, veel belangrijker nog, wanneer het kabinet eigenhandig een bijl in de wortels van de democratie slaat.

Misschien werd er juist daarom wel een nachtelijk debat gevoerd, het daglicht lijkt het in elk geval niet te kunnen verdragen.

Hedenochtend werd ik overigens erg verrast door de mildheid waar de politieke escapades van de laatste dagen en afgelopen nacht mee door de pers ontvangen worden.

Marktwerking en de vrije artsenkeuze

Wat was er nou aan de hand? Wel, in een notendop: Er moet gewoon één miljard euro op de zorg bezuinigd worden en dus moet het zorgstelsel hervormd. Marktwerking, met als gevolg een verschuiving van macht naar wat grote zorgverzekeraars, en een beperking van de vrije artsenkeuze (voornamelijk voor mensen die zich geen duurdere polis kunnen veroorloven) moesten daarvoor garant staan. Door verzekeraars meer zeggenschap te geven over de zorgverlener waarmee u als patiënt in zee moet, zult u straks vooral diensten van zorgverleners waar die verzekeraars een contractje mee hebben moeten afnemen. Dat is goedkoper, meent men.

Nu heeft u wel het fundamentele recht om zelf te bepalen door wie en hoe u zich laat behandelen en deze wet beperkt u daar dus in. Tenminste, zo lang u zich de duurdere “restitutiepolis” niet kunt veroorloven. Kunt u dat wel, dan behoudt u dat recht. Dat zou ik een bepaald ongezonde tweedeling in de maatschappij willen noemen.

Wanneer ik zeg “recht” dan bedoel ik uw in onze Grondwet verankerde rechten. Artikel 1 van de Grondwet bijvoorbeeld, die dicteert dat u in gelijke gevallen ook gelijk behandeld dient te worden. Daarnaast belooft Artikel 10 u eerbiediging van uw persoonlijke levenssfeer en Artikel 11 de onaantastbaarheid van uw menselijk lichaam. Artikel 22 van de Grondwet draagt de overheid op om maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid. U heeft het recht op toegang tot gezondheidszorg en dat mag derhalve niet van uw financiële situatie afhangen.

De dwarsliggers van Eerste Kamer

Gelukkig stak de Eerste Kamer daar afgelopen dinsdag een kordaat stokje voor de nieuwe Zorgverzekeringswet. Achtendertig leden stemden tegen, waaronder drie leden van de Eerste Kamerfractie van de PvdA. Achtendertig senatoren lagen geheel terecht en volkomen principieel dwars. Daar houd ik van. Daarmee is meteen ook nut en noodzaak van de Eerste Kamer weer bewezen. Denkt u daaraan, de volgende keer als een of andere politicus oppert die weg te bezuinigen?

De organisatie Zorgverzekeraars Nederland reageerde “teleurgesteld” op het sneuvelen van het wetsvoorstel, maar de Landelijke Huisartsen Vereniging was juist positief: “Het is goed dat de kwaliteit en niet de prijs doorslaggevend zijn. Een groot goed voor patiënt en arts”, aldus LHV-bestuurslid Paulus Lips. Dat is een veelzeggende tweedeling, me dunkt.

Algemene Maatregel van Bestuur

Goed. Gebelgd probeerde het kabinet ons vervolgens een hoogst eigenaardig kunstje te flikken. Mevrouw Schippers dreigde met opstappen en erger nog, het kabinet dreigde met een Algemene Maatregel van Bestuur. Zou de Eerste Kamer een licht gewijzigde en opnieuw ingediende Zorgverzekeringswet weer afwijzen, dan zou het kabinet het parlement gewoon omzeilen om de nieuwe wet toch door te drukken. Een Algemene Maatregel van Bestuur vergt namelijk geen instemming van het parlement.

Dat is in strijd met het staatsrecht. Een Algemene Maatregel van Bestuur is weliswaar een besluit van de regering, dat zonder medewerking van de Eerste en Tweede Kamer gemaakt wordt, maar er moet wel een wet aan ten grondslag liggen. In een Algemene Maatregel van Bestuur wordt de inhoud van die wet verder uitgewerkt.

Mij overviel het beeld van stampvoetende kleuters. Minidictators met mantelpakjes en stropdasjes.

De kern van het wetsvoorstel blijft, ondanks de compromissen, echter overeind: Zorgverzekeraars hebben straks geen verplichting meer om de rekening van zo’n niet-gecontracteerde zorgverlener (grotendeels) te betalen. Het is dan ook afwachten of de Eerste Kamer het wetsvoorstel niet gewoon een tweede keer torpedeert én of het kabinet die Algemene Maatregel van Bestuur uit haar trukendoos tovert.

Komt het zo ver, dan is de tijd aangebroken het hele spul naar huis te sturen.

Wah zeggie? Azzie vaw dan leggie

Heel Nederland spreekt er schande van; de verkiezingsposter “In Rotterdam spreken we Nederlands” van de Rotterdamse VVD, die sinds gisteren het straatbeeld ontsiert. Ontsiert inderdaad, want als verkiezingsposters toch ergens in uitblinken dan is dat eerst en vooral wel in lelijkheid. Een gebrek aan snedigheid komt wat mij betreft op de tweede plaats.

Cabaretier Jan Jaap van der Wal meende dat we de betekenis van het liberalisme in Rotterdam even in de Maas afgezonken hebben en Aydin Peksert, de nummer twee op de kandidatenlijst van de moslimpartij Nida in Rotterdam, vond dat de VVD “onmiddellijk moet ophouden met provoceren”.

Op Joop.nl werd de slogan vrij vertaald naar “We speak Dutch only”. Een jammerlijk gevalletje steenkolenengels, zo met dat erbij geplakte “only”, maar het is kennelijk een kniesoor die daar op let.

Ik heb het gedrocht op mijn gemak nog even staan bestuderen, tot ik begon te kijke als een aap op een roestig klokkie, en ik begrijp nog steeds de ophef niet. In Rotterdam spreken we inderdaad Nederlands. Liefst met een natte t en de typische gebrouwde Rotterdamse r.

As er nou “In Rotterdam spreken we alleen Nederlands” gestaan had, dan hebbie misschien nog een punt zo met se alle, maar hé, as as meel was en stront stroop dan aten we morgen pannenkoeken.

Goed, in Rotterdam spreken we dus Nederlands. Waarom maakt dat zovelen van u zo prinsessig op de erwt?

Laf Liberaal

Op 6 november 2009 dienden D66, SP en VVD een gezamenlijk initiatiefvoorstel in om artikel 147 uit het Wetboek van Strafrecht, het verbod op godslastering, te schrappen. Toenmalig coalitiepartner PvdA zegde haar steun aan dat voorstel toe en het zag er, voor wat betreft een kamermeerderheid, bijzonder rooskleurig uit.

Artikel 147 verdient het immers ook geschrapt te worden. Het simpele feit dat dit artikel nog deel uitmaakt van ons wetboek van strafrecht is een stuk rechtsongelijkheid, dat gelovige Nederlanders meer bescherming door de wet biedt dan andere Nederlanders. Dat druist niet alleen in tegen het gelijkheidsbeginsel en het discriminatieverbod uit het eerste artikel van onze Grondwet, het is ook nog eens onnodig. De wet biedt ons allemaal immers afdoende bescherming, ook tegen belediging, smaad, laster, de belediging van hele groepen mensen en discriminatie.

Dat het artikel tegen smalende godslastering al jaren ongebruikt gebleven is doet daar niets aan af. Feitelijk is een kruitvat, dat wacht tot het lont opnieuw ontstoken wordt. Vlak na de moord op Theo van Gogh scheelde dat al niet veel, toen minister Donner voorstelde het ingeslapen artikel van zijn grootvader zaliger nieuw leven in te blazen, opdat mensen zoals een Theo van Gogh makkelijker de mond gesnoerd zou kunnen worden. In 2008 vatte Hirsch-Ballin nota bene nog het onzalig plan op het artikel uit te breiden. Gelukkig wist men daar een stokje voor te steken.

Volkspartij voor Vrijheid en Democratie
De VVD, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, heeft naar eigen zeggen een liberaal gedachtegoed, gebaseerd op vrijheid, eigen verantwoordelijkheid, verdraagzaamheid, gelijkwaardigheid en sociale rechtvaardigheid. Die vrijheid heeft ze kennelijk hoog genoeg zitten om haar in haar nomme de guerre op te nemen.

Vrijheid, dus. Die van de vrije meningsuiting is volgens de VVD het fundament van een democratische rechtstaat. Daarom kwam ze in 2009 met een aantal beoogde wijzigingen voor de wetten, die de vrije meningsuiting regelen en daarbij kwam ze tot de volgende conclusie;

Wanneer een groep zich relatief snel een beroep kan doen op het strafrecht, brengt dit een gevaarlijke onbalans in de discussie teweeg en wordt de ene groep weliswaar beschermd, maar ten koste van de andere groep. Een open democratische samenleving dient altijd zwakke groepen te beschermen, maar evenzeer -waar mogelijk- weerbaar te maken (zelfbescherming). Juist daarom is het van belang dat deze groeperingen duidelijk wordt gemaakt wat het belang is van het vrije woord, en welke kansen dit hen biedt. Als je in een discussie bekritiseerd of beledigd wordt, zijn er twee mogelijke reacties: weerleggen of negeren. In een vrije samenleving zijn harde woorden geen opmaat voor harde daden; dit besef moet worden bevorderd.

Waarborg
Wanneer de druk op de vrijheid van meningsuiting toeneemt, is het juist belangrijk om te garanderen dat de vrijheid van meningsuiting wettelijk voldoende is geborgd. Dit is een taak van de wetgever.

Dat alles kon ik maar al te goed rijmen met de voorgenomen afschaffing van artikel 147 WvS, een artikel dat een directe oorzaak is voor een dergelijke onbalans. Populair gezegd kunnen gelovigen “relatief snel” een beroep doen op dat strafrecht, terwijl ieder ander imaginair vriendje naar believen beledigd mag worden. Het is hoog tijd dat er een einde komt aan die status aparte.

Draai
Gisteren haalde de VVD echter haar handtekening weg onder het wetsvoorstel, dat ze zèlf samen met de SP en D66 opstelde. Waarom? Welnu, dat wordt buitengewoon helder uit de doeken gedaan door de heer Gerrit Holdijk van de SGP, die tijdens een uitzending van het programma Nieuwsuur erkende dat “het kabinet op de steun van de SGP kan rekenen als het dit type voorstellen uitstelt of ongedaan maakt“.

Ook voor D66 is de reden tot deze draai duidelijk; een geste aan de SGP. De VVD heeft het spreekwoordelijke pluche geroken en is inmiddels bereid haar standpunten te verloochenen omwille van de gunst van de SGP. Kennelijk heeft ons minderheidskabinet inmiddels zo weinig draagvlak dat zelfs het gedoogakkoord gedoogd moet worden, wil het overeind blijven staan.

Niet voor het eerst, overigens. Vorig jaar flirtte Mark Rutte tijdens de informatie met de SGP en liet voortvarend de wens van de VVD het aantal koopzondagen te verruimen varen. Laat die mannenbroeders maar niet horen dat Mark zo graag biseksueel was geweest.

Het Vrouwenstandpunt van de SGP is daar een ander voorbeeld van. VVD-kamerlid Fadime Örgü liet ooit luid en duidelijk weten dat “De VVD niet akkoord kan gaan met een partij die vrouwen uitsluit.” Dat de SGP zulks doet kan de VVD niet ontgaan zijn. De SGP heeft in Flevoland immers vorige maand nog een nieuwe VVD-gedupteerde weggestemd, louter omdat die gedeputeerde een vrouw is.
Desondanks overweegt een aantal statenleden van de VVD morgen, bij de Eerste Kamerverkiezingen, toch op de SGP te stemmen, om die SGP zo een tweede zetel in de Eerste Kamer te bezorgen. Dat moge, de draai van gisteravond in gedachten, natuurlijk geen verrassing heten. De VVD lijkt haar liberale waarden geheel te zijn vergeten.

Thank Locke for summerschool.

Vrijheid van (on-) geloof

Wat is de plaats van religie nog in onze maatschappij? Aantallen gelovigen en het kerk- en moskeebezoek lopen al jaren terug. De grootste groep mensen in Nederland is inmiddels die geen geloof aanhangt. Nochtans kent de bestaande wetgeving juist gelovigen buitengewoon veel privileges toe, zoals Thijs Kleinpaste (D66) en Marcel Duyvestijn (PvdA) eerder in de Volkskrant al concludeerden, en zijn zij à la Animal Farm net wat gelijker voor de wet.

Dat alles vindt zijn grondslag in het grondwettelijk artikel 6 uit onze Grondwet.

Artikel 6 Grondwet
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet;
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Artikel 6 levert voor gelovigen een verruiming op van de grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Het proces tegen imam Khalil El Moumni maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek.

Discriminatie van vrouwen en homoseksuelen is bij wet verboden, maar als het op religieuze gronden gebeurd is het sentiment veeleer dat “het moet kunnen”. Dat is eender of het nu het Vrouwenstandpunt van de SGP betreft of een islamitische vrouwenhandenweigerende docent aan de Amsterdamse Hogeschool. Of, erger nog, ambtenaren die in functie de gelegenheid krijgen te discrimineren en mogen weigeren een huwelijk tussen twee mensen van hetzelfde geslacht te sluiten. Als het maar op religieuze gronden is, welteverstaan – dan mag je mensen kennelijk een recht ontzeggen dat hen volgens onze wetgeving zondermeer toekomt.

Dat grondwettelijk artikel klinkt zelfs door in de Zondagswet, Winkeltijdenwet en de zondagssluiting. Daarnaast is er het gegeven dat de onbedwelmde slacht bij wet verboden is, maar die wet tegelijkertijd een (onnodige!) uitzondering maakt voor het koosjer en halal slachten. Dit op grond van diezelfde vrijheid een godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden.

Gelovige Nederlanders genieten zelfs meer bescherming door de wet dan ongelovige Nederlanders. Voor ons allemaal is er artikel 137c, voor gelovigen is er daarnaast nog het wetsartikel tegen smalende godslastering. Voor wie meent dat dit artikel een dode letter is, simpelweg vanwege lange tijd ongebruikt; Nog niet zo lang geleden liet een kabinet zelfs nog onderzoeken of de strafbaarstelling van godslastering niet zelfs verruimd kon worden, al was het maar als middel mensen als een Theo van Gogh de mond te snoeren. Zo lang dat artikel deel uitmaakt van onze wetgeving is en blijft het een knap staaltje rechtsongelijkheid, dat ieder moment nieuw leven in kan worden geblazen.

Het op zo’n wijze bevoorrechten van gelovigen is niet meer van deze tijd. Nederland kent weliswaar een scheiding van kerk en staat, maar deze is vooralsnog onvolledig. Het is hoog tijd daar eens verandering in te brengen. Een neutrale overheid is van groot belang, zeker in een pluriforme maatschappij als de onze. Van wie die overheid vertegenwoordigt mag dan ook zeker een neutraal voorkomen vereist worden en in die zin is er al helemaal geen plaats voor ambtenaren die hun persoonlijke religieuze opvattingen denken voor te kunnen laten gaan op het recht van burgers op een gelijke behandeling in gelijke gevallen.

Jeanine Hennis-Plasschaert (VVD) pleit vandaag (in een interview met De Pers) dan ook geheel terecht voor een “meer beschouwend debat over de scheiding van kerk en staat”. Wat haar betreft kan artikel 6 geschrapt worden uit onze Grondwet en dragen ambtenaren niet langer religieuze symbolen.

In het laatste geval vind ik het jammer dat die discussie zich voornamelijk toespitst op het islamitische hoofddoekje. Dat is bijna onfris, maar de discussie is in haar algemeenheid de moeite meer dan waard. Het niet langer toestaan van een hoofddoek, keppel of een kruisje aan een ketting bij een ambtenaar aan een gemeenteloket heeft wat mij betreft ook geen prioriteit, eerst en vooral heeft die ambtenaar het homohuwelijk zonder morren te sluiten en een uitgestoken vrouwenhand zondermeer aan te nemen.

Een "sympathiek idee"

Bij deze het vriendelijk verzoek aan de dames en heren artsen en verpleegkundigen; of zij vanaf vandaag in hun witte doktersjassen over straat willen gaan, opdat de zichtbaarheid van de mensen in de zorg vergroot wordt. Huisartsen kunnen en passant de nodige kwaaltjes verhelpen, verplegend personeel kan ook in de tram een willekeurige bejaarde wel even een sponsbadje geven en de zielenknijpers kunnen zich op straat alvast over de vele schaarloos rondlopende psychatrisch patiënten ontfermen. Eenmaal herkenbaar op straat mag u zo’n zorgvraag immers niet weigeren, denkt aan uw Hippocratische eed! O, en niet vergeten dat we u wel op tijd op uw werkplekje verwachten natuurlijk.

Jarenlange bezuinigingen en een tekort aan personeel willen we graag goedmaken en wel met uw reistijd. Onbezoldigd uiteraard, want uw vrije tijd kost ons geen geld.

Wat een buitengemeen vreemd verzoek, nietwaar?

Toch, nieuwbakken minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten lijkt au sérieux met een dergelijk “sympathiek idee” aan de slag te willen. Dat we naar de ons beloofde drieduizend extra agenten kunnen fluiten was me al wel duidelijk. Ook dat er opnieuw niet serieus paal en perk gesteld zal gaan worden aan verloven van ontoerekeningsvatbare tbs-ers voel ik al aan mijn water, om nog maar niet te spreken van het laten voortbestaan van rechters die vrijelijk dwalen.

Nee, we gaan het eens serieus hebben over de eigen tijd van agenten, waarin zij van en naar hun werkplek reizen. Laten we dienders in hun vrije tijd laten doen alsof er meer blauw op straat is… wat een volksverlakkerij!

Nee, heren Opstelten en Achten, legt u mij nu toch eens uit hoe u met een onbenullig plan als dit de slagkracht van de Nederlandse politie effectief denkt te vergroten? Hoe lost dit nijpende tekorten aan rechercheurs op? We kunnen inmiddels vanuit onze luie stoel een aangifte doen, maar wat baat dat als er niemand meer is die onze zaak verder op kan pakken? Hoe maakt dit onzalig plan de wegbezuinigde maar o zo broodnodige specialisten en expertise goed?

Van besproken gedrag

De ophef over de persoon van PVV-kamerlid Eric Lucassen kan niemand ontgaan zijn. De man zou een waar schrikbewind over zijn mede-buurtbewoners hebben gevoerd, door hen te intimideren, uit te schelden voor al dat mooi en lelijk is en vernielingen te plegen, en zou een medewerker van een coffeeshop zijn aangevlogen.

De verhalen werden allengs fraaier; inmiddels is gebleken dat Lucassen een veroordeling wegens ontucht op zijn doopceel heeft prijken. Als sergeant en instructeur bij de landmacht maakte hij misbruik van zijn rang en had seks met twee ondergeschikten. In wat de annalen ingaat als de “Ermelose ontuchtzaak” dreigden militaire instructeurs hun vrouwelijke leerlingen geen diploma te geven wanneer die weigerden seks met hen te hebben. Of Lucassen ook dergelijke dreigingen uitte om aan zijn seksueel gerief te komen blijft in het midden.

De affaire stelt Geert Wilders en zijn PVV voor een duivels dilemma. In een vergelijkbare situatie, waarbij kamerlid Wijnand Duyvendak lang, lang geleden stukken bleek te hebben weggenomen uit een ministerie, vroeg de heer Wilders het kamerlid af te zien van zijn recht op een uitkering, want “een inbreker hoeft geen wachtgeld te krijgen“. Dat het kamerlid zou moeten aftreden stond kennelijk buiten kijf.

Premier Rutte wil in het geheel niet oordelen over de kwestie Lucassen, zo liet hij gisteren weten;

Dit zijn altijd heel vervelende kwesties, maar ze moeten in de partij zelf worden aangepakt. Ik heb er alle vertrouwen in dat dat Geert Wilders zal lukken”, zei Rutte. “In alle partijen komen weleens moeilijke zaken voor. Ik heb dat zelf ook meegemaakt. Het is uitermate prettig als leiders van andere partijen daar geen commentaar op gaan geven.”

Dat staat in schril contrast met het standpunt dat de VVD innam inzake die kwestie Wijnand Duyvendak. Edith Schippers, vice-fractievoorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer, blies tijdens Duyvendak-gate hoog van de morele toren. Ik ben benieuwd of zij de moeite neemt boegdbeeld Rutte nog even te wijzen op zijn meten met twee maten waar het gaat om anderen “de morele maat te nemen“.

Of, zoals toenmalig VVD-kamerlid zei Helma Neppérus het zei;

”Een minister of staatssecretaris moet in zo’n geval meteen opstappen, een Kamerlid kan echter blijven zitten, omdat die niet is benoemd maar gekozen. Daar heb ik moeite mee. Juist omdat we zijn gekozen door de bevolking zouden we strenger moeten zijn.”

Strenger, dus. Trouw schrijft, geheel terecht, dat hetgeen Lucassen op zijn geweten heeft geen verrassing had hoeven zijn voor de PVV, wanneer zij maar om een verklaring omtrent het gedrag had gevraagd. Was een verklaring van goed gedrag een vereiste geweest voor alle dames en heren politici, dan waren we van zowel de affaire Lucassen als de affaire Duyvendak verschoond gebleven.

Ik vind het een goed idee, zo’n verplichte VOG voor politici. Als zo’n verklaring al verplichte kost is voor leraren, gastouders, taxichauffeurs en al wat dies meer zij, waarom onze volksvertegenwoordigers dan niet? Sterker nog, waarom niet een antecedentenonderzoek zoals dat de dames en heren aspiranten bij de politie ook ten deel valt? Ik voor mij zit er in elk geval niet op te wachten vertegenwoordigd te worden door een ontuchtpleger, alcomobilist, dief of huiselijk geweldpleger.

Witte rook

Met de bekendmaking van Maxime Verhagen afgelopen nacht, dat de meerderheid van zijn CDA-fractie “in kan stemmen” met het conceptakkoord tussen de VVD, de PVV en het CDA, lijken de eerste kringels witte rook het kabinet Rutte 1 aan te kondigen. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal er dan, met dank aan de gedoogsteun van de PVV, een minderheidskabinet de scepter over ons landje zwaaien. We zullen echter tot na het partijcongres aanstaande zaterdag moeten wachten alvorens we een definitief antwoord van de CDA-fractie kunnen vernemen.

De fracties van de VVD en de PVV schaarden zich eerder al unaniem achter het gedoogakkoord.

Natuurlijk lekte er alvast een aantal standpunten van dit nieuwbakken kabinet uit. Trouw heeft van de Telegraaf gehoord dat er een hoofddoekenverbod voor agenten, officieren van Justitie en rechters in de maak is en dat men ambieert dierenmishandeling strenger aan te gaan pakken. Trouw meldt dat er “volgens Trouw” ook een dierenpolitie zal komen van vijfhonderd agenten sterk. De mensenpolitie zal er vijfentwintighonderd agenten bij krijgen. De Telegraaf hoorde op haar beurt van de NOS dat Rutte 1 het motto “Vrijheid en verantwoordelijkheid” in haar vaandel zal gaan voeren. Zo hoor je nog eens wat.

Ik sta overigens zeer positief tegenover beide voornemens, al vind ik het jammer dat in het eerste geval de nadruk erg op die hoofddoek ligt. Het recht is een van de plaatsen waar een neutraal voorkomen naar mijn onbescheiden mening een absoluut vereiste is en dat geldt evengoed voor de sterke arm der wet. Daarom juist hijsen we de mensen die daar werkzaam zijn in een uniform, respectievelijk de toga en het politieuniform. Persoonlijk vind ik dat een neutraal voorkomen een vereiste zou moeten zijn voor ambtenaren in het algemeen, die vertegenwoordigen immers allemaal tijdens het uitoefenen van hun functie onze seculiere en bovenal neutrale overheid. Religieuze uitingen zoals die hoofddoek, maar evengoed het keppeltje en zelfs het kruisje aan een ketting, horen daar dus niet bij. Ook het op religieuze gronden weigeren van een uitgestoken hand geeft geen pas in een functie bij die neutrale overheid.

Volgens de Telegraaf ligt er in geval van een kabinet Rutte 1 ook nog een algemeen boerkaverbod op de plank. Het moge geen verrassing heten dat ik me ook daar in kan vinden.

Dat op de aanpak dierenmishandeling eindelijk eens serieus wordt ingezet is een pak van mijn hart. Dierenkwelling zou ook veel zwaarder bestraft moeten worden. Dat zulks een lichtere straf kent dan de vernieling van een goed en dieren voor de wet nog altijd niet meer zijn dan een goed stoort me al tijden.

De maximumsnelheid op veel rijkswegen moet met tien kilometer per omhoog, hetgeen betekent dat we voortaan tijdens verjaardagen gezellig kunnen klagen over bekeuringen voor het rijden van 137 kilometer per uur in plaats van 127. Op zich word ik daar dus niet warm of koud van.

Ik kan me zelfs vinden in het voornemen toegelaten migranten een proefperiode op te leggen van vijf jaar. Wie zich binnen die termijn aan een misdrijf schuldig maakt waarop meer dan twaalf jaar staat kan gevoeglijk zijn koffers weer inpakken en vertrekken. Dat hadden wat mij betreft ook nog lichtere vergrijpen mogen zijn. Van wie zich in Nederland wil vestigen en dus deelnemen wil aan de Nederlandse maatschappij mag immers zondermeer verwacht worden dat hij zich houdt aan haar wetgeving.

Wat me echter nog altijd dwars zit is de deelname van de heer Wilders aan dit al. De man heeft meermaals laten zien dat hij lak heeft aan het menselijk gelijkheidsideaal dat ten grondslag ligt aan onze democratie. Dat gelijkheidsbeginsel, het gegeven dat we hier allemaal gelijk in rechten en plichten ter wereld komen en gelijk zijn voor de wet is mij lief. Het waarborgen van de vrijheden van een minderheid is nog altijd een verantwoordelijkheid van de meerderheid, laten we dat toch alsjeblieft niet vergeten.

Hopelijk weten de VVD en het CDA waar ze aan beginnen.