De Farizeeërs van Nashville

adam and eve - mabuse

Adam en Eva, Jan Gossaert

Onze planeet steunt en kreunt onder de last van menselijke overbevolking, overal op deez’ aardkloot zuchten mannen, vrouwen en kinderen onder armoede, uitbuiting, oorlog, misbruik en hongersnood.

Waarover fundamentele christenen zich echter pas écht zorgen maken, is wat andere volwassen mensen met elkaars wederzijds goedvinden uitspoken in bed. Want onze seksualiteit in het algemeen en homoseksualiteit in het bijzonder, dát is nou echt wat het menselijk leven ruïneert en God onteert.

In een pamflet, met veertien artikels vol plechtstatige taal, trachten ze ons daarom uit te leggen dat onze seksualiteit en geslacht invulling geven aan wat het betekent mens te zijn, en niet ons verstand, onze liefde en naastenliefde, rechtschapenheid, integriteit of loyaliteit. Nee, ons complete menszijn moet gedicteerd worden door de biologische tombola van X- en Y-chromosomen. Onze levensloop moeten we afstemmen op het al dan niet gelukzalig bezit van een penis of vulva. Deus vult!

De originele versie van dit schandschrift heet de Nashville Statement en dit sektarisch pamflet werd opgesteld door de evangelisch christelijke “Council on Biblical Manhood and Womanhood“. Wie de moeite neemt hun site te bekijken zal opvallen dat ook deze een club vooral een herenfeestje is, de raad van bestuur bestaat uit mannen en het handjevol vrouwen in de adviescommissie is eerst en vooral “homemaker” en “pastors’ wife”.

Tweehonderdvijftig mannenbroeders ondertekenden de Nederlandstalige versie van de Nashville Statement. Er staat natuurlijk geen vrouw tussen de ondertekenaars, want dit epistel is niet alleen fel gekant tegen alles dat niet heteroseksueel van aard is, maar ook vrouwenemancipatie is bij lieden als deze een no-no en scheiden ist verboten.

Enfin. Naar goed abrahamitisch religieus gebruik moeten homo’s en transgenders terug in de kast of ‘genezen’. De genitale fixatie van deze lieden is werkelijk ronduit ziekelijk, als er al iets genezen zou moeten worden dan is dat ’t wel hoor.

Onder de ondertekenaars vindt u mensen als SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij, SGP-senator Van Dijk, krijgsmachtpredikant Wilco Veltkamp, columnist Bart Jan Spruyt en voormalig lijstduwer voor de Christen Unie Orlando Bottenbley.

Nee maar, dat is handig zeg, zo’n lijst van Farizeeërs!

farizeeën beschuldigen christus (duccio di buoninsegna)

Duccio di Buoninsegna’s Farizeeën

Dat zullen ze achteraf zelf ook bedacht hebben, want daags na publicatie is de lijst van ondertekenaars schielijk offline gehaald. Geschrokken van alle ophef heeft een aantal van de krabbelaars zich bedacht, waaronder de krijgsmachtpredikant, maar eens gepubliceerd blijft in dit tijdsgewricht gepubliceerd. En dat is maar goed ook, want ik weet graag wat ik aan mensen heb. Beken vooral kleur.

Daarbij wil ik niet kinderachtig doen; Het is prima wanneer mensen er zelf voor kiezen hun leven naar religieuze richtlijnen in te richten. Deze lieden willen echter hun achterhaalde reliregeltjes ook aan anderen als een juk om de hals hangen. Dat is echt een paar bruggen te ver.

Ze doen dat tegen beter weten in ook nog, want dat je seksuele aard wordt aangeboren weten we inmiddels allemaal wel.  Generaties homoseksuelen die opgroeiden met alleen maar heteroseksuele rolmodellen op televisie en in de media bewezen al dat je homo- of heteroseksualiteit echt niet aangeleerd krijgt. Homoseksualiteit is niet besmettelijk en je kunt het niet van een ander afkijken. Gezinnen vallen voorts niet spontaan uit elkaar door het zien van een poster met kussende mannen en Moeder Natuur heeft voorzien in meer biologische geslachten dan alleen het mannelijke en vrouwelijke.

Geen mens is meer dan de ander. We zijn niet allemaal hetzelfde, maar we zijn wel allemaal gelijk. Iedereen verdient dezelfde kansen in het leven, het recht op zelfbeschikking en iedereen heeft recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen. Dus handjes af van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht en ophouden met discrimineren, lui.

Welkom in de 21e eeuw!

 

 

 

 

Passief

Zeg, lieve stemgerechtigde Nederlander. U heeft het ‘actief’ uit het ‘actief kiesrecht’ misschien verkeerd begrepen. U geeft er in elk geval als geen ander invulling aan, u stemt door massaal thuis te blijven.

Slechts nog zo’n beetje de helft van u neemt de laatste jaren de moeite te stemmen bij de Provinciale Statenverkiezingen. Voor een beetje Tweede Kamerverkiezing komt een kwart van u zijn bed niet meer uit. Slechts 32,2% van u kwam gisteren een stem uitbrengen en daarmee met de kiesdrempel met de hakken over de sloot gehaald.

Dat terwijl de gemiddelde Nederlander overal wel een mening over heeft en deze, te pas en te onpas, laat horen. Wij Nederlanders willen meepraten, inspraak, polderen, gehoord worden én onszelf gehoord weten. Over Europa, de landsgrenzen, de nieuwe moskee om de hoek, visumvrij reizende Turken, verstop-eitjes bij de Hema.

Ik begrijp het wel hoor, het is ‘maar’ een raadgevend referendum, en wellicht meent u dat het voltallige kabinet Rutte het heel goed afkan zonder uw goede raad. Misschien was u al die schreeuwerige roze toestanden zat of heeft u, net als ik, een afkeer van de heren Roos en Baudet, wiens speledingetje dit hele referendum was.

De kans is zeer aanwezig dat u gewoon niet uit de voeten kon met de 323 pagina’s tellende associatieovereenkomst. De materie is ook complex en het is een gedrocht van een onleesbaar document. Misschien vindt u zo’n referendum gewoon niets en wenst u het werk, dat onze volksvertegenwoordigers al gedaan hebben, niet nog eens dunnetjes over te doen.

Daar is weinig tegenin te brengen. Toch ging ik braaf stemmen, gisteren. Kom op, ik ben een vrouw. Weet u nog hoe hard het stemrecht voor vrouwen is bevochten? Thuisblijven is geen optie, daar heb ik ’t hart niet voor. Zelfs in het stemhokje twijfelde ik nog. Waar doe je goed aan? Zeker als het kiezen is tussen twee kwaden. Ik opteerde voor ‘nee’. Zowel de Oekraïne als wij verdienen een beter verdrag.

Uitslag

Van de mensen, die moeite namen een stemlokaal binnen te wandelen, stemde 61,1% tegen de goedkeuringswet voor de associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. Althans, daar moet het voor doorgaan natuurlijk, want het referendum is eerst en vooral een fijne uitlaatklep voor anti-Europese sentimenten. De nee-campagnes hadden weinig tot niets te maken met een ‘nee’ tegen Oekraïne, maar vooral met een ‘nee’ tegen de gevestigde politiek, onze bestuurlijke elite.

Nu heb ik daar moeite mee, want over welke elite hebben we het dan? In de goede zins des woords heb ik daar namelijk niets van gezien. We hebben een gebrek aan denkers, laat staan grote denkers. Sterker, hoe meer er campagne gevoerd werd hoe onduidelijker de materie werd. De gevestigde politiek weet niet te inspireren, niet te enthousiasmeren en voor duiding hoe je er ook niet bij aan te kloppen.

Soit. Dat referendum heeft ons 35 miljoen euro gekost. Wat heeft ons dat opgeleverd?

Ratificatie van het verdrag kan niet zonder meer doorgaan, maar doorgaan zal het. Nederland heeft niet de macht nog anders te beslissen en kan hooguit de deuren van de overige Europese 27 landen langs, om hen om aanpassingen te vragen. Daarnaast kan Nederland vragen om een aantal van de politieke bepalingen niet op ons land toepasbaar te laten zijn.

Referendum

Als iets me duidelijk is geworden is het wel hoe gemankeerd referenda als deze geregeld zijn. Zo was de vraag, die ons gisteren gesteld werd, onduidelijk, hopeloos ingewikkeld en ondergeschikt gemaakt aan eigen agendaatjes. Dat verdient remedie. Zo’n kiesdrempel, past dat wel bij een referendum dat niet bindend is? Meneer Baudet heeft de smaak te pakken en zou graag meer referenda zien. Immigratie, de euro, het vrijhandelsverdrag met de VS (TTIP) en de open grenzen – om maar even een paar zijstraten te noemen. Zitten we daarop te wachten? Wat mag dat kosten?

Goor Lev

Evgeniy Levchenko © Marcel van der Vlugt. 

Wat doe je, als zichzelf respecterend dagblad, ter ere van aankomende Internationale Vrouwendag?

Je publiceert een interview met een misogyne, inmiddels uitgerangeerde voetballer annex model en geeft hem uitgebreid de ruimte zijn achtergebleven visie op het vrouwmens te ventileren.

Evgeniy Levchenko, de voetballer in kwestie, is een geboren Oekraïner. Als tiener bezocht hij een Sovjet-eliteschool voor getalenteerde sporters, waar men onwillige vrouwen aan de enkels uit het raam placht te hangen. Hij verliet dat land, dat Nederlanders vooral kennen van Tsjernobyl en MH17 en waar hij in armoede opgroeide, toen hij zeventien jaar oud was.

Zijn voetbaltalent en zijn knappe snoet waren zijn tickets naar een beter bestaan. In Nederland. Gaaf is dat. Mijn mooi Nederland, het land van Dutch privilege, waar ik als vrouw ook nog eens dubbel van geniet. Het land dat ik voor geen goud in zou ruilen voor een land als het door oorlog en mensenrechtenschendingen getergde Oekraïne. Waar LHBTI’s structureel gediscrimineerd worden. Waar het uiterlijk van vrouwen nog altijd zwaarder telt dan hun innerlijk en waar een beetje vrouw pas meetelt als ze tien kinderen op de wereld geperst heeft.

Oekraïne, waar de Europese Unie in 2014  een associatieovereenkomst mee sloot en waarover een referendum op stapel staat. U mag binnenkort ieder voor zich uw antwoord kenbaar maken op de vraag of u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne bent.

Goed. Evgeniy Levchenko voetbalde dus een beetje in Nederland. Beetje middelmaat in de eredivisie. In 2014 stopte hij met voetballen. Niet-voetbalminnend Nederland zal hem vooral kennen al de man van Victoria Koblenko, maar ook dat is verleden tijd. Wat bezielde het Algemeen Dagblad meneer Levchenko aan de vergetelheid te ontrukken en waarom mag uitgerekend deze man aan het woord “aan de vooravond van Internationale Vrouwendag”?

Al wat ‘Lev’ bij te dragen heeft is namelijk hoe hij zich zo’n beetje elke dag ergert aan de ‘Hollandse’ vrouw en aan hoe mannen en vrouwen hier met elkaar omgaan. Die Nederlandse vrouwen zijn heus wel mooi hoor, dixit ‘Lev’, maar ze dragen te weinig make-up en hun hakken zijn niet hoog genoeg. Ze betalen godbetert hun eigen rekeningen en zijn niet te beroerd een man achterop hun fiets mee te nemen.

Volgens ‘Lev’ is dat allemaal een teken aan de wand dat de emancipatie in Nederland te ver is doorgeschoten.

Volgens mij timmert ‘Lev’ niet al te hoog.

Hoge hakken

Mensen. Luister even naar tante Dis. Hoge hakken vinden mensen sexy omdat ze een vrouw dwingen kortere passen te maken en ze de S-vorm van haar ruggengraat verergeren, waardoor ze de vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken extra benadrukken.

In het kort; meer kont en meer tieten.

Dat elegante zwikken op stiletto’s schept een beeld van vrouwelijke hulpbehoevendheid die verholpen kan worden door een sterke en hulpvaardige mannenarm.

Darwin eat your heart out.

Hoge hakken zijn verder vooral oncomfortabel, niet te zeggen pijnlijk, gevaarlijk en slecht voor je rug. Je krijgt er blaren, eeltknobbels, scheve tenen, voetknokken, likdoorns en ingegroeide nagels van. Da’s lang zo sexy niet, hè? Die ‘Hollandse’ vrouwen hebben groot gelijk dat ze die martelwerktuigen met grote regelmaat links laten liggen.

Of het wat zegt over de mate van emancipatie? Nee natuurlijk. Wil je die meten dan kijk je naar arbeidsparticipatie, gelijke kansen, gelijke waardering voor gelijk werk, het al dan niet aanwezig zijn van glazen plafonds en dat soort zaken.

Ouderwetse seksist

Meneer Levchenko is echt heus waar geen ouderwetse seksist en wil ook pertinent niet in die hoek gedrukt worden, maar mannen horen volgens hem wel thuis de baas te zijn en vrouwen horen geen auto te rijden. Daar zijn mannetjesmensen nou eenmaal beter in dan vrouwtjesmensen. Halverwege het interview vroeg ik me dan ook af ‘Lev’ zich niet beter thuis gevoeld had Saoedi-Arabië.


“Mannen zijn beter in autorijden, dus waarom moet een vrouw per se achter het stuur?”

Het lijkt er sterk op dat meneer Levchenko het inderdaad van zijn voetbalbenen en modellengezichtje moet hebben en niet zo zeer van wat er onder zijn prachtige motorkap ligt. Reality check: Vrouwen rijden effectief beter auto dan mannen: ze rijden veiliger, bumperkleven beduidend minder dan hun mannelijke evenknieën, ze zijn (per gereden kilometer) minder bij (dodelijke) ongevallen betrokken, rijden minder hard én minder vaak onder invloed. En jazeker, vrouwen blijken uit onderzoek zelfs beter te kunnen inparkeren dan mannen. Zo, weer een fabel de wereld uit.

‘Lev’ dreint voort; Vrouwen horen ook hun weg niet te weten in een gereedschapskist en zouden mooi opgemaakt, met geföhnd haar en hooggehakte voetjes, lijdzaam moeten afwachten tot een man een schroevendraaier ter hand neemt.

’s Mans werkelijke vrees ligt er natuurlijk duimendik bovenop. Het gaat niet om de zekerheden en onzekerheden van die Hollandse vrouwen, waar hij zo op afgeeft. Het is de vrees van de machoman, die vrouwenemancipatie als een bedreiging ziet voor zijn eigen bestaansrecht.

“Het gaat me erom dat vrouwen hier bezig zijn mannen overbodig te maken.”

Liefje toch. Da’s bij jou toch al een gepasseerd stationnetje. Dat zit ‘m nou net de kneep.

Testosteronbommen

De aanrandingen en verkrachtingen tijdens de oudejaarsviering in Keulen zijn we nog niet vergeten. Er werden inmiddels meer dan 800 aangiften gedaan, waarvan 521 van een seksueel misdrijf. Aanranding, belaging, en tenminste drie gevallen van verkrachting. Het is voor veel vrouwen een ware horrornacht geweest.

Ieder weldenkend mens spreekt daar schande van, en terecht. Iedereen met een beetje beschaving in zijn donder maakt zich boos. Je blijft immers met je poten van elkaar af. Ieder mens heeft het recht zich vrijelijk en ongestoord over straat te bewegen. Vrouwen dus ook.

Henriette Reker

Daarom maakte ik me dan ook dubbel kwaad over de burgemeester van Keulen, mevrouw Henriette Reker, die onder andere een gedragscode voor meisjes en vrouwen bepleitte om situaties zoals die in Keulen gebeurden te voorkomen.

Burgemeester Reker meent dat de dames moeten weten hoe zij zich moeten gedragen zodat ze niet bepoteld, beroofd, aangerand, mishandeld en verkracht worden. Zo zou volgens mevrouw Reker een armlengte afstand houden van vreemd manvolk een probaat middeltje zijn om niet in het kruis gegrepen te worden.

Dat noemen ze ook wel victim blaming.

Sami Abu-Yusuf

Burgemeester Reker kreeg bijval van de Keulse ultraconservatieve imam Sami Abu-Yusuf. Ook die vond dat de slachtoffers van de aanrandingen en verkrachtingen tijdens die nieuwjaarsnacht zelf ook schuld dragen:

“Einer der Gründe weswegen muslimische Männer Frauen vergewaltigten oder belästigten, ist, wie sie gekleidet waren. Wenn sie halbnackt und parfümiert herumlaufen, passieren eben solche Dinge. Das ist wie Öl ins Feuer gießen!”

Het kwam de imam op een aangifte te staan, waarna hij zich haastte zijn uitspraken te nuanceren. Het natuurlijk óók nog de schuld van pillen, drugs en alcohol en met zijn uitspraken wilde hij natuurlijk helemaal niet zeggen dat vrouwen niet ‘halfnaakt’ en met een wolkje parfum over straat mogen.

Van beiden draaide mijn feministenmaag zich om. Ze staan symbool voor een teruggang in tijd en beschaving. Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn of haar persoon, maar vrouwen kunnen nog altijd niet onbezorgd over straat waar en wanneer ze dat willen. Al dan niet seksueel geweld tegen vrouwen wordt nog altijd halsstarrig afgeschilderd als een vrouwenprobleem.

Dat is een probleem op zichzelf. Ook in Nederland, overigens.

Geert Wilders

Geert Wilders en het verdrag tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

In Nederland roerde meneer Wilders zich, uiteraard want de daders in Keulen waren “islamitische testosteronbommen”. Hij kwam gezellig op een zaterdagmiddag naar de markt in het pittoreske Spijkenisse, om daar ‘verzetsspray’ uit te delen aan ‘onze vrouwen’. Meneer Wilders maakt zich namelijk enorme zorgen over de veiligheid van ‘onze vrouwen’. Tenminste, wanneer hem dat zo uitkomt.

Krijgen hij en zijn partij namelijk de gelegenheid in te stemmen met een wetsvoorstel zoals de Goedkeuring van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, dan stemmen ze als enige partij in Nederland tegen.

Dat verdrag verplicht tot het opstellen van maatregelen die erop gericht zijn om geweld te voorkomen, de slachtoffers te beschermen en de dader te berechten en bestraffen. Dat verdrag stelt daarnaast de voorbereiding van huwelijksdwang strafbaar, vult de Uitleveringswet aan én voorziet in een regeling waardoor minderjarige slachtoffers na het bereiken van de meerderjarigheid de gelegenheid krijgen een procedure in te stellen.

Situatie in Nederland

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring. Dat Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is derhalve ook voor Nederland bepaald geen overbodige luxe.

Wonderlijk genoeg zag de PVV toch geen brood in dat verdrag. Het is meteen de reden waarom ik het zo vervelend vind wanneer meneer Wilders roept zich zo’n zorgen te maken over de veiligheid van ‘onze vrouwen’, waar ik er een van ben. Met zo’n vriend heb je als vrouw geen vijanden meer nodig.

Testosteronbommen en verzetsspray

Goed. Wel wil meneer Wilders  dat het wettelijk verbod op pepperspray zo snel mogelijk wordt opgeheven en vrouwen daarmee het recht en de mogelijkheid gegeven wordt zich te verdedigen tegen de ‘testosteronbommen’ uit den vreemde die het op hen voorzien hebben.

Ook meneer Wilders nuanceerde nog even eerder uitgedane uitspraken nog wat, want natuurlijk zijn niet alle asielzoekers aanranders of verkrachters. Meneer Wilders refereerde aan de oudejaarsnacht in Keulen:


“Die gebeurtenissen laten zien hoe gevaarlijk het is, als we massaal mannen binnenhalen uit de barbaarse, vrouwonvriendelijke islamitische cultuur.”

De ironie wil dat er een vrouwonvriendelijke testosteronbom van eigen grond op een armlengte afstand obsceniteiten stond te bulderen naar de groep vrouwen, die het gore lef had op de openbare weg een hem onwelgevallige mening te komen uiten. Wat denken zulke feministische activisten wel!

Misschien hetzelfde als ik: Mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld zijn welkom. Als je nou je heil komt zoeken in het rijkere, veiligere en vrijere Westen, en je de eerste de beste keer dat je een jouw onwelgevallige mening hoort deze meteen met grof geweld de kop in probeert te drukken, dan kun je wat mij betreft ook meteen weer vertrekken. Wie vrouwen, homo’s of wie dan ook lastig meent te moeten vallen geldt hetzelfde. Graag of niet, daar is de deur. 

Lelijke wijven die verkracht willen worden

Fabian, zoals de testosteronbom in kwestie schijnt te heten, had voor de gelegenheid zijn zoontje meegenomen. Leuk, een dagje uit en samen met zoonlief met zijn grote blonde held op de foto. Komp hij op die marrek aan, staan daaro alleen maar lelaaike wijvon die geen gezonde Hollandse piemol kennen kraaigon. Dixit meneer Fabian, toonbeeld van onze oer-Hollandse vrouwvriendelijke beschaving.

Op het zien van deze vrouwen, wier grootste misdaad het aanheffen van een spreekkoor “Wilders racist, geen feminist!” en het vasthouden van een bordje met daarop “Niet in mijn naam” was, kwam al die beschaving opborrelen en met het luid huilend kind op de arm riep hij de dames toe: 


“Jullie zijn vies! Jullie zijn fokking vies! Bah! Jullie willen verkracht worden! Jullie willen gewoon piemol hebben! Ha, jullie kennen geen piemel krijgen! Want jullie zijn lelijk!”

Het antwoord op al Fabians seksueel verbaal geweld? In bijzijn van zijn kind, nota bene? Een gezellig interviewtje met de normaal allesbehalve milde Rutger van Castricum, What A Wonderful World van Louis Armstrong er stemmig in gemonteerd, waarin testosteronbom Fabian de gelegenheid krijgt te laten zien was een goedzakkige en fijne pappa hij eigenlijk is. Onwennig hortend en stotend leest hij voor de camera het kind uit Nijntje voor.

Zijn bloedmooie en lieftallige vrouw, met hun zoontje op schoot, valt hem bij. Zoetgevooisd en al net zo erudiet als haar Fabian voegt ze toe: “Lekker boeiend, die wijvon moeten ook d’r muil houen toch? Wat hun zegge mag wel?” 

Jong geleerd is oud gedaan, zal ik maar zeggen. Zo zijn onze manieren.

Faisal bin Hassan Trad, Hoofd Koppensneller van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties

Drie maanden geleden blijken de Verenigde Naties de Saudi-Arabische Faisal bin Hassan Trad aangesteld te hebben als hoofd van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties.

De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties (UNHRC) is opgericht in 2006 en bemoeit zich met de naleving van de verdragen voor de mensenrechten. Deze raad heeft tot taak álle landen daarop te beoordelen en mag (of moet, zo u wilt) daarbij ook eigen vlees keuren. De raad beoordeelt dus ook de landen die zitting hebben in raad zelf.

Daarnaast heeft deze raad raadgevende bevoegdheid.

Faisal bin Hassan Trad was reeds de Saudische VN-ambassadeur in Genève. Zijn aanstelling is wonderlijk, en zeker niet alleen omdat de VN deze als sinds juni dit jaar onder haar pet gehouden heeft.

Mensenrechten in Saudi-Arabië

Met mensenrechten in het algemeen is het immers treurig gesteld in het Saoedisch koninkrijk, die worden bij de vleet geschonden. Lijfstraffen zijn er nog goed gebruik, slachtoffers van verkrachting kunnen er zelfs met de zweep krijgen. Homoseksualiteit is er strafbaar, in de zin zelfs dat homoseksuelen publiekelijk onthoofd of gestenigd kunnen worden voor hun “misdaad”.

Op afvalligheid staat er de doodstraf. Daarnaast zijn we allemaal bekend met het gruwelijke verhaal van de Saudische blogger Raif Badawi, die veroordeeld werd tot 10 jaar cel, een boete van bijna 240.000 euro en duizend stokslagen. Zijn misdaad? Het schrijven van kritische blogs en vreedzaam activisme. Op zijn website werd kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd.

Onderdrukking en achterstelling van vrouwen is er dagelijks gebruik. Saoedische vrouwen mogen niet stemmen, geen auto rijden en ze mogen zonder een mannelijke voogd, een ‘mahram’, zelfs überhaupt niet reizen. In het koninkrijk zijn kindhuwelijken toegestaan, meisjes van negen jaar worden er gezien als geschikt huwelijkspartner.

De Verenigde Naties en de doodstraf

Afgelopen vrijdag gaf meneer Faisal Bin Hassan Trad commentaar op een VN-rapport over de doodstraf, dat door secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon gepresenteerd werd. Opvallend is dat hij daarbij het standpunt van de VN niet deelt dat de doodstraf overal op deez’ aardkloot afgeschaft zou moeten worden. Of, in de woorden van meneer Ban Ki-Moon:

The death penalty has no place in the 21st century.  Leaders across the globe must boldly step forward in favour of abolition.  I recommend this book in particular to those States that have yet to abolish the death penalty.  Together, let us end this cruel and inhumane practice. 

Faisal Bin Hassan Trad: uitgesproken pro-doodstraf

Saudi-Arabië heeft laten weten het daar niet mee eens te zijn. Bij monde van haar afgezant Faisal Bin Hassan Trad, nota bene, en tijdens een speech voor diezelfde Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. Tijdens zijn speech sprak meneer Trad zijn irritatie uit: Hij vindt dat het rapport van de VN zich veel te veel toespitst op landen die de doodstraf al hebben afgeschaft en daarbij geen enkele ruimte laat voor de opvattingen van voorstanders van de doodstraf. In volgende rapporten over deze materie mag de mening van het Saudisch koninkrijk niet meer ontbreken, vindt hij voorts.

Dat treft. Nu hij als hoofd van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties is aangesteld kan hij daar fijn zelf voor zorgen. De VN zelf heeft er kennelijk geen enkele moeite mee dat haar nieuwbakken hoofd van de Mensenrechtenraad lijnrecht tegenover haar eigen opvattingen of mensenrechten staat.

Meneer Trad vervolgde zijn betoog met de opmerking dat Saudi-Arabië een islamitisch land is en het vast wenst te houden aan de sharia. Daarom voert het de doodstraf uit. Volgens meneer Trad wordt die doodstraf alleen opgelegd bij ernstige misdrijven en bij gevaar voor de Saudische maatschappij. Afvalligheid en homoseksualiteit vallen daar volgens deze meneer dus onder. Net als overspel en toverij.

Zo’n bijgelovige zeloot mag voor de rest van de wereld bepalen hoe er invulling gegeven moet worden aan mensenrechten. En hij mag wat vinden van bijvoorbeeld de mensenrechten in Nederland. Wat een gruwel.

Einde bestaansrecht

De UNHRC is opvolger van een eerdere Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties. Deze commissie werd in 2006 opgeheven omdat er te veel landen zitting in hadden die zelf ook mensenrechten schonden. Ook de ‘vernieuwde’ Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties heeft, ditmaal met de aanstelling van Faisal bin Hassan Trad, haar eigen bestaansrecht opnieuw teniet gedaan heeft.

Doek maar weer op.

Het Vrije Woord

Het vrije woord, daar hebben we het de laatste week maar druk mee. Het Openbaar Ministerie is het nog het drukst mee van al.

We zijn de afgelopen tijd verdeeld geweest over het toelaten van ‘haatpredikers’ en wie wel of niet voor die titel in aanmerking komt. Zo mocht imam Adel al-Kalbani, die vindt dat “joden en christenen van het Arabisch schiereiland verdreven moeten worden”, uiteindelijk vanwege te veel ophef niet in Groningen spreken, maar wel in Amsterdam. Daarbij heeft hij overigens “niets onwettigs gezegd of gedaan”. Ook over de Saoedische geestelijke Aaidh al-Qarni en zijn (uiteindelijk afgeblazen) komst naar Eindhoven was heel wat te doen. Deze man moet gezegd hebben dat de “koppen en kelen van afvalligen van de islam doorgesneden moeten worden” en dat “Joden en hun helpers vernietigd moeten worden”. Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) vindt dat de man ten onrechte ‘haatprediker’ genoemd wordt en vindt hem juist vooruitstrevend en anti-terrorisme.

Gisteren nam het Openbaar Ministerie Noord-Nederland het initiatief om de spreekkoren over joden van spelers en supporters van FC Groningen tijdens de huldiging te onderzoeken. Vandaag besloot datzelfde OM dat die spreekkoren geen strafbaar feit opleveren. Het spul zong uit volle borst dat “En wie niet springt die is een jood”. Onfris, maar niet strafbaar – aldus het OM Noord-Nederland.

Het Openbaar Ministerie gaat activist Abulkasim Al-Jaberi wél vervolgen, wegens majesteitsschennis. Meneer Al-Jaberi was een van de sprekers tijdens een manifestatie tegen de omstreden Zwarte Piet, op 16 november vorig jaar op het Amsterdamse Beursplein. “Fuck de koning, fuck de koningin, fuck het koningshuis” debiteerde meneer Al-Jaberi en hij werd prompt gearresteerd. Hetgeen niet zo’n verrassing is al menigeen zou willen doen voorkomen, belediging van de koning staat gewoon in ons Wetboek van Strafrecht als zijnde een strafbare gedraging en wie de gedraging pleegt kan ook verwachten dat het OM en uiteindelijk de rechter die zullen toetsen aan de geldende wetgeving en jurisprudentie. Het OM was in eerste instantie dan ook van zins de activist op 27 mei voor de rechter te brengen, maar is na protesten en een sepotverzoek van de advocaat van meneer Al-Jaberi intern verdeeld over de zaak. Moest ik er geld op inzetten dan vermoed ik dat het OM deze keutel wel weer intrekt, maar daar kom ik zo nog op terug.

Rapper Appa werd ook op de vingers getikt, zij het niet door het OM maar door het MDI, over zijn berichten van 3 mei op Twitter. Meneer Appa maakte zich een beetje druk over het optreden van Hans Teeuwen tijden het Festival van het Vrije Woord. Dat vind ik overigens aandoenlijk hoor, enfants terrible die elkaar de maat nemen.

Hans Teeuwen kwam tijdens het Festival van het Vrije Woord op in een oranje overall, van het soort dat we vaker gezien hebben bij gevangenen van IS. Op geheel eigen wijze bereed hij de stokpaardjes Vrije Meningsuiting, Islam, Koningshuis en Zwarte Piet. Met een Hitler-masker op vertelde de cabaretier hoe hij Hava Nagila zou zingen terwijl hij danste rond het lijk van Kurt Waldheim. Tenminste, als dat de ‘KW’ was, die bij het Festival was uitgenodigd. Hij had daarnaast het ‘verboden’ Mein Kampf meegenomen: “Je leest zes bladzijdes en je hebt gelijk zin om joden te vergassen. De kracht van literatuur! Het is echt niet te geloven! Heel goed dat dat achter slot en grendel ligt”. De ironie droop er vanaf, maar was kennelijk niet aan iedereen besteed.

Enfin, meneer Appa nam er aanstoot aan, haalde meneer Teeuwens tekst “Je leest zes bladzijdes en je hebt gelijk zin om joden te vergassen” uit de context van het optreden en sprak er schande van. Niet alleen dat: Hij bevroedde hypocrisie bij wie ‘we’ wel of niet het Vrije Woord gunnen. Dus zette hij een val en riposteerde met “De Holocoast is een Leugen. #HetVrijeWoord”. Want “Hans Teeuwen mag geintjes maken over joden onder t mom van t #vrijewoord dan mag ik dat ook! We gaan vol gas”.

Het MDI tuinde met gestrekt been in de ‘hypocrisieval’ en natuurlijk viel het halve Internet over de rapper heen, waarbij ook de tweet van de rapper uit de context waarin hij bedoeld was werd gehaald. Dat basht veel lekkerder. In die zin blijft het waar dat wie een kuil voor een ander graaft er zelf in valt.

Vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is in Nederland niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst.

Want die wet nu, die stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting, zou u zeggen. Ons rechtssysteem telt echter ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.

De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheden telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.

De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.

Ik vermoed dat het met het “Fuck de koning” van activist Abulkasim Al-Jaberi hetzelfde zal gaan. Ook hij riep zijn leus niet zo zeer om te beledigen maar in het kader van zijn activisme tegen Zwarte Piet.

Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist (witte man alert!) bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.

De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Aldof Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Foto: Brandon Robbins (Getty Images)

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.

Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.

Een absoluut Vrij Woord

Misschien moest ook die vrijheid van meningsuiting in Nederland maar absoluut worden, al was het maar om van het verongelijkt gezeur af te zijn. Ik ben het Nationaal Calimerocomplex beu en ik denk niet dat het afdwingen van enig fatsoen in het debat direct een taak voor de politie, het Openbaar Ministerie of de rechter is. Die hebben vast wel wat beters te doen.

Daarnaast, ik zou u geen strobreed in de weg willen leggen om te zeggen wat u werkelijk denkt, zo ik dat al kon. Al vind ik het vreselijk om te horen. Ik heb juist graag dat u uw mening maar gewoon uitspreekt, ook de meest onverkwikkelijke, want dan weet ik wat ik aan u heb. Van mij zou u de Holocaust mogen ontkennen wat u wilt, ook al is het de best gedocumenteerde misdaad tegen de mensheid. Iedereen heeft, ook weer wat mij betreft, volkomen het recht zich onsterfelijk belachelijk te maken. Toch?

Anna Sophia Polak

Op 27 april 1874 werd, in mijn eigenste mooie Rotterdam, Anna Sophia Polak geboren. Zij was de enige dochter van Herman Joseph Polak en Louisa Helena Stibbe. Haar vader was leraar (en later hoogleraar) Griekse taal- en letterkunde en conrector van het Erasmiaans Gymnasium. ‘Het Erasmiaans’ is nog altijd een begrip in Rotterdam en het is een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs van Nederland.

Als telg van intellectueel en liberaal-joods gezin groeide zij dus op in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze ging naar de Hogere Burgerschool voor meisjes en werd daarnaast door haar vader onderricht in Latijn en Grieks. In 1893 legde zij met succes het eindexamen gymnasium-A af. Kort daarna zou het gezin Polak naar Groningen verhuizen, waar Herman Polak in 1894 hoogleraar in de Griekse taal- en letterkunde werd.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was Anna Polak zoekende. Ze voelde zich weliswaar aangetrokken tot de klassieke talen en had een uitgesproken literair talent, maar wilde geen lerares worden en dat was wel het enige beroep waar zij, als jonge vrouw, met die studie voor in aanmerking komen kon. Ze was intelligent en sociaal en maatschappelijk zeer betrokken. Ze deed een zelfstudie Italiaans, werd beëdigd vertaalster en gaf privélessen Italiaans. Daarnaast was ze actief op sociaal en politiek vlak en deed zij zogeheten ‘Toynbeewerk’, sociaal ontwikkelingswerk, onder fabrieksarbeidsters.

Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

In Groningen ontmoette Anna Polak de bevlogen feministe Cato Pekelharing-Doyer, de drijvende kracht achter de Vrouwenbond en de eerste vrouw die zitting nam in de Groningse Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs. Mevrouw Pekelharing-Doyer was een van de initiatiefneemsters van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag plaats vond. Niet toevallig is dat hetzelfde jaar waarin koningin Wilhelmina zou worden ingehuldigd. De tentoonstelling moest een ode worden aan vrouwenarbeid, in al haar facetten, en de arbeidspositie van vrouwen op de agenda zetten.

Tijdens deze tentoonstelling, die 90.000 bezoekers trok, werden lezingen gehouden en congressen georganiseerd en dat alles had tot doel de “werkkring van vrouwen te bevorderen” en hun lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Anna Polak stond Cato Pekelharing-Doyer tijdens de voorbereidingen voor die tentoonstelling bij en ze zou het gebeuren later “haar leerschool op het gebied der vrouwenbeweging” noemen. Geïnspireerd door het Toynbeewerk en de tentoonstelling begon Anna Polak zich te verdiepen in de vrouwenvraagstukken van haar tijd.

Een van haar andere inspiratoren was Catharine van Tussenbroek, de tweede vrouwelijk arts van Nederland, wiens naam in een adem met bijvoorbeeld die van Aletta Jacobs genoemd zou moeten worden. Catharine van Tussenbroek had uitgesproken ideeën over vrouwenemancipatie. Waar andere medici beweerden dat jonge vrouwen uit de middenklasse “te zwak” waren voor een arbeidzaam bestaan weet dokter Van Tussenbroek een “tekort aan levensenergie” onder deze vrouwen juist aan het ontbreken van een doel in het leven. Al wat deze jonge vrouwen na de middelbare school als toekomstperspectief hadden was een lijdzaam wachten op een geschikte huwelijkspartner, en wel, that will suck the life out of you.

Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bracht genoeg geld in het laatje om Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid op te richten én inspireerde Anna Sophia Polak tot het schrijven van haar eerste boek. Haar ‘Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging’ zag in 1902 het literair levenslicht. Een heel hoofdstuk over Catharine van Tussenbroek ontbreekt daar uiteraard niet aan. In het boek legt mevrouw Polak haar ideeën uit over vrouwenemancipatie en pleit zij voor een “evolutionair proces van ontvoogding van de vrouw” als middel daartoe.

Leven en loopbaan

Marie Heinen (links) en Anna Sophia Polak

Anna Polak werd in 1904 bestuurslid van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Ze was eerst lid en van 1907 tot 1908 bestuurslid van de Groningse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Anna Polak werd op 15 september 1908 de derde directrice van het in Den Haag gevestigde Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Ze verhuisde daarvoor naar Den Haag en van daar uit nam haar carrière een ware vlucht. Omdat haar vader in juni van dat jaar was overleden verhuisde haar moeder met haar mee. Louisa Helena zou tot haar dood in 1936 bij haar dochter blijven wonen.

In 1908 werd Anna Polak directeur van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid en samen met adjunct-directeur Marie Heinen zette ze zich actief in voor de verbetering van de positie van de vrouw in Nederland. Ze brachten vrouwenberoepen in kaart, organiseerden voorlichtingssessies en spreekuren en brachten diverse brochures uit.

In 1920 werd Anna Polak voorzitter van het Permanente Comité voor Vrouwenarbeid van de Internationale Vrouwenraad, een functie die zij vijf jaar lang zou bekleden. In 1926 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en van 1927 tot 1932 was ze voorzitter van de Nationale Vrouwenraad.

Anna Polak was wars van de confessionele opvatting dat meisjes slechts het huwelijk en het moederschap beschoren zou zijn en geloofde in het belang van betaald werk en economische onafhankelijkheid voor vrouwen en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt door goede vakopleidingen. Voor levensgeluk is een vrouw niet afhankelijk van een man, zo hield zij haar tijdgenoten voor. Arbeid, zo meende zij, moest niet als een negatief verschijnsel bezien worden, maar kon voor zowel mannen als vrouwen ‘een der rijkste bronnen van levensvreugde’ betekenen.  Amen to that!

Ze had heel wat op haar agenda; vrijheid van arbeid, gelijk loon voor gelijk werk en een einde aan discriminatie van (al dan niet getrouwde) vrouwen op de arbeidsmarkt en bij de toebedeling van gehuwden- en kindertoeslagen. Niet alleen dat, ze vond dat het huisvrouwenschap een beroep op zich was. Anna Polak vond verder dat vrouwen, die de capaciteiten hadden om een wetenschappelijke opleiding te volgen, ook de mogelijkheid daartoe moesten krijgen. Ze bleef daarom ijveren voor een gedegen beroepskeuzevoorlichting voor meisjes en het is aan haar te danken dat het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag in 1931 haar eerste vrouwelijke adviseur aanstelde.

En alles dat in een tijd waarin het nog volstrekt normaal gezien werd dat vrouwen ontslagen werden zodra zij trouwden, mevrouw Polak was met haar ideeën haar tijd revolutionair ver vooruit.

In 1936 sloeg echter het noodlot toe en werd Anna Polak ziek. Ze vertoonde verschijnselen van dementie, werd op grond daarvan arbeidsongeschikt verklaard en werd daarom, kort na de dood van haar moeder, eervol ontslagen. In 1941 waren die ziekteverschijnselen zo verergerd dat ze onder curatele was geplaatst en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag werd opgenomen. Nederland was toen uiteraard al bezet.

In 1943 deporteerden de Duitsers deze bijzondere vrouw, 69 jaar en inmiddels dement, naar Westerbork. Op 23 februari 1943 werd zij per trein op transport gesteld, naar Auschwitz. Na drie dagen, op 26 februari kwam de trein bij het vernietigingskamp aan. Anna Polak werd diezelfde dag nog vermoord.

Anna Sophia Polak is een van mijn Grote Vrouwen.

Internationale Vrouwendag 2015

Mijn Flickr, Artsy Lady

Internationale Vrouwendag staat dit jaar in het teken van economische zelfstandigheid. Dat is meteen een mooie gelegenheid om Nederland op dit vlak de maat eens te nemen. Hoe staat het met Nederlandse vrouwen en hun economische zelfstandigheid?

Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen. Nam in 1986 nog 44% van de vrouwen deel aan de arbeidsmarkt, in 2012 was dat 72%. De arbeidsdeelname van mannen (85%) bleef in deze periode vrijwel constant.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6 (CBS, 2012) procent minder dan hun mannelijke evenknieën.

Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Oorzaken van de loonkloof

De oorzaken daarvoor zijn divers, op het eerste oog dan. Vrouwen beginnen hun carrière al op achterstand en maken gedurende hun loopbaan keuzes die financieel gezien minder lonend zijn; ze werken vaker part-time, kiezen vaker voor een kleiner bedrijf als werkgever en voor beroepen en sectoren waarin de lonen relatief lager liggen, zoals de zorg of het onderwijs.

Part-time werken heeft verregaande gevolgen, want wie minder uren maakt doet minder ervaring op en komt minder vaak in aanmerking voor een leidinggevende functie. Van alle werkende vrouwen heeft slechts 4% een managementfunctie, tegenover 9% van de mannen. Dit verschil hangt volgens het CBS samen met het feit dat de meeste vrouwen in deeltijd werken, zeker wanneer ze jonge kinderen hebben. Maar de kleine groep moeders die fulltime werkt is juist relatief vaak manager, bijna net zo vaak als vaders.

Nederlandse vrouwen besteden veel meer tijd aan het huishouden en de zorg voor
kinderen en veel minder tijd aan betaald werk dan mannen. Vrouwen nemen een onevenredig groot aandeel zorg op zich. Ze zijn oververtegenwoordigd in de zorg voor kinderen, onder mantelzorgers en vrijwilligers. Met de opkomst van de ‘participatiesamenleving’ wordt er allengs een nog groter beroep op hen gedaan. Het aantal werkenden dat naast hun werk mantelzorg verleent stijgt. Zorgverplichtingen zijn de voornaamste reden om in deeltijd te werken (SCP, Aanbod van Arbeid 2014). Van de werkende vrouwen geeft 59% aan om die reden een deeltijdbaan te hebben, tegen over 28% van de mannen.

Het vreemdst van dat al is dat die onbetaalde zorg zo ondergewaardeerd wordt. Mensen die zorgen, mantelzorgen en vrijwilligerswerk doen leveren echter evengoed een belangrijke bijdrage aan onze maatschappij. Economisch nut kan en mag niet de enige maatstaf zijn.

Kinderen zijn hinderen

Het al dan niet hebben van kinderen is voor vrouwen een bepalende factor voor wat betreft arbeidsparticipatie, carrière en economische zelfstandigheid. Jonge vrouwen met een partner en zonder kinderen lopen voorop wat economische zelfstandigheid betreft. Van hen is bijna 70% economisch zelfstandig en zij gaan dus bijna gelijk op met mannen (73%).

Alleenstaande moeders met een kind in de peuterleeftijd ‘scoren’ het laagst met 40%. Zij lopen ook het meeste risico op armoede.

Van de mannen zijn gehuwde vaders met minderjarige kinderen juist het vaakst economisch zelfstandig (bijna 90%).

Struikelblok daarbij is het hopeloos ouderwetse idee dat de verantwoordelijkheid voor het huishouden en de zorg vooral bij vrouwen ligt en de man de gedoodverfde kostwinner is. De vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen zich nog altijd laten opzadelen met primaire zorgtaken is daarbij net zo funest als het verwachtingspatroon waarmee zij zich door dat achtergebleven stereotype rolpatroon geconfronteerd zien.

Idem dito voor de structurele onderwaardering van mannen waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. In mijn omgeving wordt soms nog wat lacherig gedaan over het fenomeen ‘papadag’, terwijl het de gewoonste zaak van de wereld zou moeten zijn.

Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Ook onze overheid zit vastgeroest in ouderwetse ideeën over ouderschap. De partner die niet baarde krijgt twee dagen kraamverlof en drie hele dagen ouderschapsverlof. Die regeling nodigt al te veel uit traditionele rolpatronen te volgen.

Het ‘onverklaarbaar’ loonverschil 

Er is echter meer aan de hand. In 2012 verdienden vrouwen gemiddeld ruim 80% van het bruto-uurloon van mannen. Rekening houdend met alle hierboven beschreven verschillen blijft er bij de overheid een verschil over van 4% en in het bedrijfsleven een verschil van 8%.

Al met al is er dus ook in ons prachtig welvarend Nederland, waar gelijke rechten en het recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen in onze wetgeving verankerd liggen, nog altijd werk aan de winkel. Emancipatie is nooit af.

En natuurlijk hebben we het hier hartstikke goed, vrouwen incluis. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: Elders hebben maar zeer weinig mensen het beter en velen hebben het slechter.

Waarom emancipatie en feminisme niet af zijn

Op deez’ aardkloot is het voor vrouwen vaak kommer en kwel. Mondiaal gezien komen vrouwen er nog veel bekaaider af; we mogen dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, we doen tweederde van al het werk en dat tegen een bijzonder karig salaris; vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen. Weing verwonderlijk is dan ook driekwart van de armen op deez’ aardkloot vrouw.

En dat is het ergste nog niet. Bij lange na niet. Gendergerelateerd geweld is een wereldwijd een enorm issue. 

Wereldwijd wordt één op de vijf vrouwen in haar leven slachtoffer van verkrachting of poging daartoe.

Mondiaal wordt 35% van de vrouwen slachtoffer van seksueel geweld en 30% van huiselijk geweld.

Van de gevallen van seksueel geweld is 50% gericht op meisjes jonger dan 16 jaar.

Naar schatting zullen 20.000 vrouwen het aankomend jaar uit eerwraak worden omgebracht.

Elke dag ondergaan zo’n zesduizend jonge meisjes de volstrekt barbaarse meisjesbesnijdenis. Meer dan 130 miljoen vrouwen leven met de gevolgen van genitale verminking.

Alleen dit jaar al zullen zo’n 15 miljoen jonge meisjes als kindbruid een huwelijksbootje in worden gedwongen. Soms zelfs al op leeftijden van acht of negen jaar.

Van de ongeveer 1,2 miljoen kinderen die dit jaar als slaaf verhandeld zullen worden zal 80% een meisje zijn.

Er is nog zo’n lange weg te gaan en die begint met gelijkheid, gelijkwaardigheid en emancipatie.



Pas a pas, se va luènh. Stapje voor stapje, maar zo komen we er ook.

Kanaries in de mijn

Gedoe om een megamoskee in Gouda, dat ligt in de lijn van mijn verwachtingen. Het moet de grootste moskee in Nederland worden en iedere Nederlander die de islam met ook maar een beetje argwaan bekijkt maakt zich alleen daarom natuurlijk al zorgen. De moskee zou in de leegstaande Prins Willem-Alexanderkazerne moeten komen. De gemeente Gouda wil daar graag ook een medisch kinderdagverblijf en een school huisvesten. Dat zijn mooie nieuwe bestemmingen voor zo’n voormalige kazerne.

Gouda heeft drie moskeeën, maar die gebouwen zijn gedateerd en hebben niet genoeg ruimte voor het vrijdagmiddaggebed. Aldus wethouder Tetteroo van Sociale Zaken en Wonen (PvdA) die een paar maanden geleden aan de NOS vertelde over de problemen met de bestaande faciliteiten. Die spelen vooral rond het middaggebed op vrijdagen:  “Dat moet nu vaak op straat plaatsvinden. Dat is geen fraai gezicht.” Het zal geen fraai gezicht zijn, ongetwijfeld niet, maar het is natuurlijk ook een beetje treurig wanneer je als gelovige van ellende je gebedje op straat moet doen. De wethouder gaf aan dat de nieuwe moskee ruimte moet gaan bieden aan zo’n 1500 gelovigen.

Omwonenden vreesden voor parkeeroverlast en een waardedaling van hun huizen en die bezorgdheid lijkt me niet onredelijk. Daarnaast hebben moskeeën-in-aanbouw eerder voor problemen gezorgd, van duistere financieringen uit het buitenland tot langslepende blunderpartijen tijdens de bouw ervan zoals bij de Rotterdamse Essalam Moskee. Twintig aannemers namen de uitdaging aan, maar verlieten het bouwterrein ook weer met piepende banden, gefrustreerd en met heel wat openstaande rekeningen. Ook over de financiering van de Goudse megamoskee rezen twijfels, maar dat moet nog worden uitgezocht. 
Er waren ook onfrisse tegenwerpingen en er werd zeker ook op bepaald onverkwikkelijke wijze geageerd tegen de komst van die megamoskee. Het Identitiar Verzet bijvoorbeeld, begon een posteractie tegen ‘islamterreur’ en de burgemeester van Gouda werd zelfs indirect bedreigd door een dappere anonieme briefschrijver. Simpelweg omdat het om moslims gaat. Voor sommigen zijn die inmiddels onlosmakelijk verbonden met terreur, de jihad, vrouwenonderdrukking en homodiscriminatie. Voor hen is de gewone huis- tuin- en keukenmoslim een onmogelijkheid. 
Die zijn er echter ook hoor, gewone mensen die niets liever willen dan een heel normaal bestaan, huisje, boompje, beestje. Dat zijn de kanaries in de mijn, vind ik. Net als alle andere minderheden en zwakkere groepen; Joden, vrouwen, homoseksuelen en zelfs dieren – om maar eens een paar zijstraten te noemen. Hoe we die behandelen is een maatstaf voor onze beschaving. Vanuit dat oogpunt maak ik me dan ook ernstig zorgen over de Pegida-beweging, bijvoorbeeld, en over iemand als een meneer Wilders die met een ‘kopvoddentaks’ op de proppen wist te komen. 
Dat wil niet zeggen dat die groepen op hun beurt carte blanche moeten krijgen, gevrijwaard moeten worden van alle kritiek of de meerderheid aan hun regels mogen doen conformeren. Voorbeelden genoeg van zaken waar heel terecht met een kritisch oog naar gekeken wordt. Kinderbesnijdenis, de onverdoofde slacht, discriminatie van vrouwen en homoseksuelen, het verbieden van plaatjes van al dan niet historische figuren, straffen voor afvalligheid… Dan mag je nog zo een minderheid zijn, het is niet oké en dat wordt het ook met een religieus of anderszins ideologisch sausje niet. 
Wranger wordt het nog wanneer de kanaries het op elkaar voorzien hebben. Als kanaries onder elkaar zou je verwachten dat ze juist vanuit een gedeeld ‘kanarieschap’ discriminatie en intolerantie zouden mijden als de vogelpest. Niets is echter minder waar, vaak zijn het juist de kanaries die moeite hebben met divers pluimage. Juist een aantal minderheidsgroeperingen grossieren in intolerantie, waarbij vrouwen uit bepaalde beroepen geweerd worden bijvoorbeeld, of uitgesloten van het passief stemrecht, of achterin de bus moeten zitten – en dan beperk ik me alleen nog maar tot de meisjeskanaries. 
Dat zijn zaken die we met ons allen helemaal niet zouden moeten tolereren. 
Dus wanneer de komst van die Goudse megamoskee, zoals de Telegraaf vandaag kopte, vorig jaar inderdaad mede gestrand is vanwege “potentiële conflicten met vrouwelijke medewerkers van een medisch kinderdagverblijf en een speciale school” dan moest die moskee er misschien inderdaad maar niet komen. De Telegraaf zou namelijk de hand hebben weten te leggen op een geheim verslag, dat rept van een mislukte bemiddelingspoging tussen de moskee, het kinderdagverblijf en de school. Daarin moet te lezen staan dat “De islamitische mannengemeenschap die zich voor het gebed opmaakt, in de voorbereiding van die activiteit niet van de heiligheid daarvan wil worden afgebracht door het zien van vrouwen”.
Pardon? 
Laat dat nou alstublieft een leugentje van de Telegraaf of te vroege 1 aprilgrap zijn, pretty please?

De erfzonde van mijn witte huid

Heel lang geleden werd ik door een disgenoot eens vermanend toegesproken over “mijn aandeel in de slavernij”. Ik dacht gezellig na te tafelen met collega’s, na een cursus over diversiteit, verhoudingen tussen groepen mensen in de Nederlandse maatschappij en het commercieel belang van het bewustzijn daarvan binnen het bedrijf waar ik toen nog werkte.

De disgenoot staakte het gezaag in zijn steak en wees met zijn mes naar mij, kennelijk het object van enige frustratie. “Mijn rijkdom” als “witte” had ik te danken aan de slavernij en was verdiend over de rug van “zwarten”. Hij meende dat heel persoonlijk ook nog, alsof ik zelf nog aan het roer gestaan had van een slavenschip of met een een zweep slaven over de katoenvelden had gejaagd.

Ik had net een slok van mijn drankje genomen, van schrik kwam de cola light zo mijn neus weer uit en ik kan u vertellen dat er aangenamere ervaringen zijn. De ongemakkelijkheid, die me door de absurditeit van de zo opeens op mij gerichte woede overviel, staat me nog helder voor de geest.

Met datzelfde ongemak las ik de afgelopen week “Racisme: de witte is het probleem” van Marjan Boelsma en “Over framing in het Zwarte Pieten-debat” van Quinsy Gario. Beiden dichten heel wat kwalijke eigenschappen toe aan witte mensen. Witte mensen zijn de bron van alle kwaad, zo lijkt het, en ze kunnen geen goed meer doen. Witte medestanders zijn profiteurs met een reddercomplex. Witte mensen zijn neokolonialisten en hun beschaving is gebouwd op slavernij en kolonialisme. Vooral niet over de Arabische Afrikaanse slavenhandel, de Barbarijse slavenhandel of moderne slavernij beginnen want dan leid je af. Slavernij was een witte aangelegenheid en al dat naars ligt ingebed in die witte huidjes, die smet poets je daar nooit meer af.

Juist bij bevlogen deelnemers aan enig racismedebat verwachtte ik dat niet. Naïef van me. Het is zo contraproductief ook nog, al wat er bereikt wordt is dat beide partijen zich almaar verder terugtrekken in hun eigen stellingen.

Ik geraak daarnaast het idee ontzettend beu dat de zonden van de witte vaderen generaties lang op hun witte kinderen bezocht moeten worden.

Erfenis

Ik stam ook nog eens van mensen die na de Tweede Wereldoorlog met helemaal niets weer opnieuw begonnen zijn, zo moet u weten. Niet dat ze het voor die oorlog zo bijzonder goed hadden, mijn ene opa was slager en de ander musicus en fabrieksarbeider. Geen van beide familiegeschiedenissen is een bijzondere, trouwens. Geen grote namen, maar onbeduidende arbeiders. Geen slavenhalers of -eigenaren (gelukkig!), geen slavenbevrijders (helaas!), geen verzetsmensen (helaas!) en geen NSB-ers (gelukkig!) of jodenverraders (gelukkig!).

Mijn grootouders maakten allemaal het Bombardement op Rotterdam mee, in 1940. Het is hun generatie die in dat jaar de doden borg, de branden bluste, puin ruimde en dat jaar nog begon met de wederopbouw van Rotterdam.

Tijdens die oorlog werden ruim vijftigduizend mannen tijdens een grote razzia door de Duitsers weggevoerd om “te werk gesteld te worden” in Duitsland. Een van mijn opa’s ontsnapte uit Kamp Amersfoort. Tijdens de Hongerwinter kwam mijn vader ter wereld, toen de mensen van ellende al tulpenbollen aten.

Het Nederland van 1945 was geheel ontwricht. Gedurende de oorlog waren huizen, fabrieken, bruggen, wegen en spoorwegen beschadigd en vernield. De economie lag op zijn gat, er was een enorm tekort op de handelsbalans en men had de Hongerwinter nog in de benen.

De Nederlanders van toen stroopten de mouwen op en, met de zogeheten Marshallhulp, ruimden ze het puin en bouwden ze weer op. Ze werkten hard voor weinig loon en droegen daarmee bij aan een snel herstel van de Nederlandse economie. In de jaren ’50 al was Nederland onherkenbaar veranderd; het economieherstel was een feit, de welvaart nam toe en de verzorgingsstaat kreeg vorm. Als ik als individu mijn “rijkdom” al heb geërfd, dan is dat van mijn grootouders en hun generatiegenoten.

Let u daarbij wel: Met dit alles wil ik niets afdoen aan de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis. De slavernij is daar wel een van de donkerste van, net als de politionele acties, hoe er werd omgegaan met de joodse landgenoten tijdens en na de oorlog en Srebrenica. Om maar een paar duistere zijstraten te noemen.

Ik laat me echter niet wijs maken dat ik daar persoonlijk debet aan ben, laat staan me indoctrineren dat ik daarom bij voorbaat op achterstand sta in ethische discussies, of daar zelfs van uitgesloten zou moeten worden.

Rot op met je erfzonde 

Daar komt bij dat ik niets hebben moet van het idee van een erfzonde. Misschien komt dat omdat ik een vrouw ben en daarom meer allergisch dan gemiddeld ben voor dat eigenaardige en ronduit boosaardige concept. De erfzonde, waardoor ieder mens en de vrouw in het bijzonder behept zou zijn met een zondige natuur, dankzij de zondeval van Adam en Eva.

En Adam is niet verleid geworden; 

Maar de vrouw, verleid zijnde, is in overtreding geweest. 

1 Timotheüs 2:8-14

  

Vrouwen hebben nogal te lijden gehad van dit idee. Het ligt ten grondslag aan het boosaardig archetype van het zondig, gevaarlijk, verleidend vrouwmensch. Eva werd een metafoor voor de zinnelijke zonde en daarmee werd de vrouw een zwak en zondig wezen en tegelijkertijd een gevaarlijke verleidster, die in toom gehouden en vooral bevoogd moest worden door de sterkere, zogenaamd rationele Adam.

Die erfzonde was een probaat middel om vrouwen in een ondergeschikte positie te manoeuvreren en hen te beknotten – in het openbaar leven, binnen de wet en in hun vrijheden en rechten. Een middel om hen het zwijgen op te leggen, waar vrouwen zich nog steeds aan moeten ontworstelen.

Zo zei Lilian Janse van Vlissingse SGP vorige maand nog:

“Een vrouw kan volgens de Bijbel nu eenmaal geen dominee, ouderling of diaken worden. We mogen ook niet aanzitten bij vergaderingen van de kerk.”

Als vrouwen inmiddels toch al iets bewezen hebben, dan is het wel dat ze in het geheel niet onderdoen voor mannen. Ook niet op het intellectuele vlak. En toch, en toch… worden ze nog altijd uitgesloten.

Rot op met die erfzonde. Ik ben niet in die nonsens van de eerste erfzonde getuind en wie denkt me met de tweede wel te kunnen vangen, die komt van een koude kermis thuis. Ik laat me niet uitsluiten, niet omdat ik een vrouw ben en ook niet omdat ik wit ben.

Vergeet ’t maar.