Hiya’s – hoe ’s werelds grootste kinderpornonetwerk werd opgerold

Onvoorstelbaar. Walgelijk. Niet te bevatten. Een kinderpornosite met meer dan 360.000 foto’s en films en ruim 45.000 leden. Het moet ’s werelds grootste kinderpornonetwerk zijn en het werd onlangs opgerold door de FBI en rechercheurs uit Australië en Nederland.

Twee Nederlanders en een Australiër zijn opgepakt, zij beheerden die enorme site, en zij zijn inmiddels veroordeeld. Het gaat om (onder anderen) de Almeloër Erwin van den B. (medebeheerder van de site van Shannon McCoole) en Auke V. (medebeheerder van een tweede, kleinere kinderpornosite van diezelfde Shannon McCoole) uit het Friese Pingjum. Nog eens drie Nederlanders zijn aangehouden omdat zij verdacht worden van betrokkenheid en naar hen lopen nog onderzoeken.

Wat we inmiddels over dat netwerk weten is onvoorstelbaar. De wreedheid onbeschrijflijk.

“Het is walgelijk. Dit is de donkerste kant van de samenleving die ik ooit heb gezien. Het gaat om filmpjes van kinderen die misbruikt worden, gemarteld worden.”

Inge Philips, plaatsvervangend hoofd van de landelijke recherche

Shannon McCoole 

De Australiër was de hoofdbeheerder van al die gorigheid. Deze Shannon McCoole is 33 jaar en werkte als jeugdverzorger in een kinderopvanghuis van de Australische kinderbescherming. Dat laatste verraste me overigens niet, pedoseksuele roofdieren gaan vaak gestructureerd en berekenend te werk en ze zoeken vaak werk waar ze makkelijk toegang hebben tot kwetsbare kinderen.

Denkt u maar aan zwemleraar Benno L., die tientallen meisjes aanrandde en het vooral gemunt had op kinderen met een handicap of watervrees. Of Robert Mikelsons, die emplooi zocht bij kinderdagverblijven. En Ronald B., die als hopman bij een scoutinggroep tijdens scoutingkampen jonge meisjes aanrandde.

Al moet daarbij opgemerkt dat binnen dit netwerk ook genoeg pedoseksuelen hun eigen kinderen bruut misbruikten, dat zijn ook ‘makkelijke’ slachtoffers – altijd voorhanden en geen kans eraan te ontsnappen. Zo’n 80% van de slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

McCoole ging al net zo berekenend te werk met zijn kinderpornosites. Toegang verleende hij alleen aan mensen die zelf foto’s uploadden, om er zeker van te zijn dat ze niet van de politie waren. Hoe hoger de uploadfrequentie van de gebruiker en hoe heftiger de door hem aangeleverde beelden, hoe meer toegang die bezoeker op de sites kreeg. Gebruikers waren verplicht om elke maand nieuw materiaal te uploaden. Iedere 30 dagen, 45.000 leden.

Ook Shannon McCoole vergreep zich aan kinderen die onder zijn zorg gesteld waren, zeker zes van zijn slachtoffertjes verbleven in het kinderopvanghuis waar hij werkte. De jongste van zijn slachtoffertjes was een meisje van 18 maanden oud. De oudste was drie. Dat komt hem op een gevangenisstraf van 35 jaar te staan, waarvan 28 onvoorwaardelijk.

Rechercheurs wisten zijn ware identiteit te achterhalen aan de hand van niet meer dan zijn opvallende standaard begroeting ‘hiya’s’, een fake Facebookaccount met een foto van een witte auto en een minuscule moedervlek op een van zijn vingers. Toen de politie zijn woning binnenviel, seconden nadat hij op de site inlogde, stond zijn laptop nog aan. Bingo. Ze troffen nog ongepubliceerde beelden aan op een camera. Bingo.

Een van de rechercheurs die McCoole verhoorde, Stephen Hegarty, vertelde naderhand over de trots waarmee McCoole tot zijn verbazing sprak over diens website. De pedoseksueel was trots op wat hij een hele ‘prestatie’ noemde. Sergeant Hegarty beschrijft McCoole voorts als bijzonder intelligent en ontzettend manipulatief.

“I think that is one reason why his victim range was so young. As soon as he thought a child would be capable of reporting anything he would shy away from them. He would be very selective of who he targeted as victims.”

De bijzondere speurtocht naar ‘NUKE’

Op zijn kinderpornosites noemde McCoole zich ‘NUKE’. Deze nick name dook, samen met de naam van de kinderpornosite, voor het eerst op na een arrestatie in een kinderpornozaak in Duitsland in 2011. De man die destijds door de Duitse politie gearresteerd werd was administrator. Behalve de naam ‘NUKE’ was er niets bekend over de persoon die achter deze alias schuilging, behalve dat hij misschien uit Australië afkomstig zou zijn.

Ergens in het begin van 2014 vond er nog een arrestatie plaats en wel in Nederland. Tijdens het Nederlandse onderzoek duikt opnieuw de nick name ‘NUKE’ op en de Nederlandse rechercheurs weten informatie op de website te achterhalen waaruit blijkt dat ‘NUKE’ kinderpornografisch materiaal op die website eigenhandig gemaakt heeft. Van ten minste drie verschillende kinderen; een meisje van ongeveer vier jaar en twee jongetjes, van hooguit twee jaar oud. Het op de door ‘NUKE’ gemaakte beeldmateriaal vastgelegde misbruik is extreem. Ze weten zelfs metadata te achterhalen die leidt naar een specifieke camera van het merk Panasonic. Exact dezelfde camera als die de Australische politie later zou aantreffen in het huis van Shannon McCoole.

Die informatie wordt doorgespeeld aan Australië, samen met informatie van verder surfgedrag van ‘NUKE’. De Australische onderzoekers ontdekken vervolgens een connectie met een Facebookpagina in Zuid-Australië. Goed recherchewerk leverde nog meer op: ‘NUKE’ was ook nog actief op een forum over vierwielaangedreven auto’s en daar ondertekende hij niet met ‘NUKE’ maar met ‘Shannon’. Op dat forum maakte hij een fatale fout: Hij plaatste er een foto van zijn eigen witte VW Amarok, inclusief voorste kentekenplaat.

De aanhouding van Shannon McCoole werd door de opsporende instanties in eerste instantie onder de pet gehouden en ze plozen die enorme website uit. Daarvoor deden ze iets dat de Nederlandse politie volgens de alhier geldende wetgeving nooit had mogen doen: Ze namen het beheerdersaccount over, deden zich een half jaar lang voor als Shannon McCoole en onderzochten zo het afgeschermde dataverkeer waar alleen mensen met beheerdersprivileges toegang tot hadden.

Dat onderzoek leidde tot een internationale actie van onder meer de FBI, een Australisch rechercheteam en Nederlandse rechercheurs, waarbij tot nog toe 303 mensen aangehouden werden. Deze kinderpornoproducenten werden opgepakt in tien verschillende landen, onder meer in Nederland, Groot-Brittannië, Australië, Zuid-Korea en de Verenigde Arabische Emiraten.

Erwin de B. 

De 35-jarige Erwin de B. blijkt al twaalf jaar lang kinderporno te verzamelen en te verspreiden. Hij moet geopereerd hebben vanuit een zolderkamer in Almelo. Hij is computerprogrammeur en bleek meer dan 224.000 kinderpornografische afbeeldingen, foto’s en films, in zijn bezit te hebben. Beelden van peuters en baby’s. Hij komt in beeld omdat hij chat met NUKE, nadat de Australische politie dat account heeft overgenomen. Zij seinen hun Nederlandse collega’s in en die vallem met een team de woning van Erwin de B. binnen. Er werd een groot aantal harde schijven vol dieren- en kinderpornografisch materiaal bij hem aangetroffen. Het politieteam nam daarnaast ’s mans uploadserver in beslag en haalde deze uit de lucht, waarmee ze het onmogelijk maakte om nog langer nieuwe kinderporno op de site te plaatsen.

Als medebeheerder van de kinderpornosite van McCoole verschafte Erwin de B. toegang aan de 45.000 leden van die site. Daarbij moet hij dus per bezoeker diens uploadfrequentie en de aard van de door die bezoeker geüploade beelden beoordeeld hebben, om het vervolgens een specifieke mate van bewegingsvrijheid op die kinderpornosite toe te kennen.

Erwin de B. werd door psychiaters onderzocht en werd net als Auke V. ‘verminderd toerekeningsvatbaar’ bevonden. Hij werd in juni veroordeeld tot een celstraf van 18 maanden en tbs met voorwaarden.

Auke V. 

Auke V. is 37 jaar en hij heeft een voorkeur voor kinderporno met uitgesproken jonge kinderen en misbruik met een zeer gewelddadig karakter. Deze man verkrachtte in 2012 een tienjarig meisje. Hij filmde die verkrachting en zette de beelden online. Vorig jaar april werd hij aangehouden en de politie doorzocht zijn woning. Die doorzoeking leverde een twee videocamera’s en een enorme verzameling kinderpornografische foto’s en films op.

De Zweedse politie ontdekte een filmpje waarin Auke V. samen met andere mannen een meisje van net tien jaar oud misbruikt. De FBI ontdekte op haar beurt Auke V. op beelden waarop een jonge jongen verkracht werd.

Deze Auke V. zou tevens in de zomer van 2010 met een Deense pedoseksueel T.L. naar Roemenië zijn afgereisd. De Deen zou van plan zijn geweest om daar een baby te kopen, om die thuis seksueel te mishandelen. Auke V. verklaarde inmiddels tegen een Deense rechtbank over de plannen van T.L. en de rit die hij samen met de Deen naar Roemenië ondernam. De koop zou mislukt zijn en ik hoop bij alles dat ik liefheb dat dat ook werkelijk zo was.

Auke V. werd door psychiaters onderzocht en ‘verminderd toerekeningsvatbaar’ bevonden, hij heeft kennelijk een persoonlijkheidsstoornis die (serieus!) Niet Anders Omschreven (NAO) heet. Hij is inmiddels veroordeeld tot 5 jaar cel met tbs.

Uit het psychiatrisch en psychologisch onderzoek komt onder meer naar voren dat bij verdachte sprake is van pedofilie en van een persoonlijkheidsstoornis NAO, met ontwijkende en afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Beide stoornissen werken negatief versterkend op elkaar in. Gelet op deze diagnostiek is geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank neemt de conclusies uit de rapporten in zoverre over en maakt deze tot de hare.

Ook de buurman van de Pingjumer Auke V. is aangehouden en hij is inmiddels ook veroordeeld, tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Hij heeft samen met, onder meer, Auke V., dat meisje van net tien jaar oud misbruikt.

Barend van D.

D 66-jarige Amsterdammer Barend van D. was vier jaar lang ‘lid’ van Shannon McCooles kinderpornosites heeft zich gedurende die tijd verlekkerd aan al het gruwelijke materiaal dat het netwerk te bieden had. Hij downloadde én verspreidde filmpjes waarin seks met kinderen en met dieren of met een combinatie van beide voorkomt. Hij had er diverse USB-sticks vol van in zijn bezit. Hij is mede veroordeeld voor feiten die in de Limburgse woonplaats van Van de B. plaatshadden en zou ook contacten met Van de B. onderhouden hebben.

Van D. manipuleerde kinderen speciaal voor hem te poseren en die kinderen moesten daarbij een bordje ophouden waarop zijn nick name geschreven had. Iets dat de rechercheurs meermaals tegen kwamen in hun onderzoek naar het kinderpornonetwerk. Bordjes en briefjes met zo’n internetalias moesten bijvoorbeeld bewijzen dat filmpjes of foto’s van eigen makelij waren. De pedoseksuelen moesten immers aan een uploadfrequentie voldoen om lid te mogen blijven of toegang te krijgen tot alsmaar erger wordend materiaal.

Volgens advocaat Coen van de Heuvel stond Barend van D. onderaan de keten in het wereldwijde kinderpornonetwerk: “Hij was een afnemer, niet meer dan dat. Hij wist dat hij bijvangst was in een heel groot onderzoek.”

Van D. is veroordeeld tot 10 maanden onvoorwaardelijke celstraf.

Eerbetoon

Wat heb ik een enorm respect voor de mannen en vrouwen die pedoseksuelen als deze mannen opsporen. Die dag en nacht in touw zijn, die beelden moeten bekijken die hen hun leven lang zullen blijven achtervolgen en de daders ervan moeten ondervragen.

Alleen met dit internationale onderzoek al wisten zij meer dan honderd slachtoffertjes te achterhalen en deze in sommige gevallen zelfs uit de klauwen van hun misbruikers te redden.

De Nederlandse maatschappij is al heel lang niet erkentelijk genoeg voor wat zij doen. Al jaren zijn er tekorten, aan rechercheurs, aan middelen, aan budget, aan wetgeving zelfs.

“We blijven op de daders jagen. Ik heb het grootste respect voor deze rechercheurs. Dat zijn echte helden. Wat die mensen doen – zij beluisteren door het gekrijs heen de geluiden, zij bekijken de verschrikkelijkste beelden, op zoek naar aanwijzingen van daders. Zij absorberen al dat leed om dat te kunnen omzetten in gerechtigheid. Ik vind dat een bovenmenselijke kwaliteit.” 

Inge Philips, plaatsvervangend hoofd van de landelijke recherche

Dat jullie er zijn. Dat jullie dit werk doen. Dat is zo vreselijk fantastisch. Dank jullie wel.

Het menselijk roofdier

Hij is zo’n goedzak. Hij is terughoudend, maar als het ijs eenmaal gebroken is dan blijkt achter zijn onzekere schuchterheid een lieve, zachtmoedige ziel schuil te gaan. Hij doet soms wel stoer, maar hij is het stiekem niet. Er klopt maar een klein hartje in zijn brede borst. Daarnaast hangt hij erg aan me en dat ontroert me. Wanneer ik thuiskom van mijn werk laat hij duidelijk merken hoe erg hij me gemist heeft. Op zijn eigen manier, maar toch. Ik kan hem lezen als een boek.

Dacht ik. Tot hij eerder deze week een moord pleegde. Ik was in shock. Ik heb me laten leiden en in slaap laten sussen door zijn aaibare voorkomen. Nu is dat in mijn geval zonder al te verstrekkende gevolgen gebleven. Het gaat hier om een van mijn huiskatten die, met door mij onverwachte moordzucht, een koolmeesje omlegde. Geërgerd vond ik mezelf een domme doos, want hij is en blijft een roofdier ook al ligt hij ’s avond graag in zijn hangmatje tegen de warme radiator aan geschurkt en eet hij beschaafd voer uit blik. Hoe kon ik dat vergeten?

Maar dit is het wel probleem met mensen hé? We denken een ander te kennen, hem goed in te kunnen schatten naargelang het beeld dat we van hem hebben. Soms ook, horen we vooral datgene dat we wíllen horen. Daarbij laten we onszelf ook nogal eens in de maling nemen, door schone schijn. We projecteren onze eigen belevingswereld graag op anderen en vervallen al te gauw in de fout te denken dat een ander net zo denkt als wij. Zelfs dieren neigen we op die manier te vermenselijken, en die neiging is zo wijdverbreid dat ze een eigen naam gekregen heeft; ‘antropomorfisme’. Vice versa hebben we moeite het roofdier in de mens te herkennen.

Totdat alle (al dan niet ingebeelde) gemeenschappelijke grond wegvalt en de ander blijk geeft van een belevingswereld die wij, binnen het raamwerk van de onze, niet bevatten kunnen.

Volkert van der Graaf

Dat bleek deze week ook al in de kwestie van Volkert van der Graaf  en de foto, die paparazzo Ferry de Kok van hem maakte. Was u ook zo ondersteboven van de uitzending van Brandpunt? Had u verwacht dat hij, na het uitzitten van twaalf van de achttien hem opgelegde jaren gevangenisstraf, als milder en berouwvol mens aan zijn resocialisatie in onze maatschappij begonnen was? Had u gedacht dat hij de kans, die hij met zijn voorwaardelijke invrijheidstelling kreeg, dankbaar aan zou pakken?

Niets van dat al. ‘Natuurlijk niet’ zou ik willen zeggen, maar zelfs met mijn wantrouwige natuur was ik nog verrast over ’s mans verwerpelijke houding, verwaten opvattingen en tomeloze arrogantie. Daarbij, gevangenissen maken veroordeelden nu eenmaal niet tot beter mens. De notie dat ze dat wel zouden doen is een klassiek voorbeeld van magisch denken.

Anyway, terug naar meneer Van der Graaf. De onderzoekers van het Pieter Baan Centrum beschreven hem in 2003 nog als “overdreven gewetensvol” en “scrupuleus”. Als hij dat toen al was, dan heeft hij daar nu in elk geval geen last meer van. Werken wil hij niet, daar lijkt hij zich zelfs te goed voor te voelen. Wel wil hij zijn hand ophouden bij de samenleving, die hij al zoveel schade berokkende. Eerlijk werk vindt hij dwangarbeid. Hij geniet dus een uitkering en om die maximaal uit te kunnen melken woont hij een deel van de week op zichzelf, weg van zijn gezin. Zou hij een baan zoeken, dan moet hij proceskosten betalen en daar heeft hij geen zin in. Berekenend en uitgenast doet hij er alles aan om het de Reclassering en het UWV moeilijk te maken en het hele rechtssysteem uit te buiten.

Volkert van der Graaf geeft het ruiterlijk toe: Hij speelt een spelletje, neemt die instanties in de maling en leeft daar goed van. Hij hoeft daarvoor eigenlijk niets anders te doen dan mensen te vertellen wat ze willen horen.

Wat die uitkeringsfraude betreft is hij er een van velen. Heeft u enig idee hoeveel we in dit landje frauderen? De Rekenkamer berichtte in 2013 over schattingen (bij gebrek aan harde cijfers):

• Belastingfraude minimaal 4 miljard euro
• Zorgfraude ongeveer 2 à 3 miljard euro
• Sociale uitkeringsfraude ongeveer 1 miljard euro

Het vervelende daarvan is nog wel dat buitengemeen veel van die fraudeurs helemaal geen criminelen zijn à la Volkert van der Graaf. Het gros is gewoon huis- tuin- en keuken-Nederlander.

De kwetsbare samenleving

Onze samenleving en de diverse systemen die we daarin ingebed hebben om in sociale zekerheden en veiligheid te voorzien zijn vaker kwetsbaar gebleken voor mensen die dat spelletje mee weten te spelen. Dat is een relatief klein probleem wanneer mensen misbruik maken van het sociale vangnet dat uitkering heet, maar het is een schreeuwerige-chocoladeletters-groot probleem wanneer er doden vallen. Zoals met de jeugd-tbs’er die ervan verdacht wordt een 48-jarige Tilburger doodgeschoten te hebben tijdens, jawel alweer, een verlof.

Problemen met tbs’ers op verlof, daar kan ik inmiddels een schier oneindige lijst van opdreunen. Van Dannyboy T.Saban B. en Murat O., Nabil F., Johannes van T. tot de verlofganger die in een Udense Hema op een winkelende vrouw instak – en dit zijn dan alleen de zaken waar ik over geschreven heb.

Natuurlijk zou het verneukeratief zijn om daar niet bij te vermelden dat ieder jaar zo’n 50.000 ‘verlofbewegingen’ plaatsvinden. Procentueel gezien valt het aantal onttrekkingen reuze mee. De meeste tbs’ers die zich aan hun verlof onttrekken keren na  een kort uitje ook uit eigen beweging weer terug. Daarbij, tbs werkt. Het recidivecijfer voor ex-tbs’ers veel lager is dan voor veroordeelde niet-tbs’ers.

Nog verneukeratiever zou het zijn om u er niet bij te vertellen dat het uitermate waardevol is mensen te resocialiseren nadat ze een misdaad pleegden en daarvoor hun straf uit zaten. De Reclassering, zoals we die in Nederland kennen, heeft daarbij haar waarde ruimschoots bewezen.

En, met het risico dat u mij nu volledig als zijnde een geitenwollen sok afschrijft, werkstraffen, blijken een goedkopere en effectievere manier om te straffen én recidive te voorkomen dan gevangenisstraf, niet in het minst omdat bij een werkstraf nadruk ligt op resocialisatie en re-integratie.

Ik heb familie met een draaideurabonnement bij Justitie. Niet een van zijn vele logeerpartijen in een van onze staatshotels heeft hem tot een beter mens gemaakt. Net als meneer Van der Graaf voelt hij zich te goed voor “de sleur” van een arbeidzaam leven, heeft hij een asociale persoonlijkheid en meent hij dat de rest van de samenleving hem maar moet onderhouden. Sterker, hij vindt dat hij gewoon recht heeft op geld. Juist dat slag zou gebaat zijn bij werken-voor-zijn-geld en de waardevolle, bijkomende les dat deze maatschappij hen niets verschuldigd is.

Alleen, die werkstraffen komen niet tegemoet aan de behoefte tot genoegdoening die (potentiële) slachtoffers en de samenleving voelen.

Hetgeen overigens niet uitsluit dat er altijd mensen zullen zijn die niet mee willen werken, ongeneeslijk onverbeterlijk of zelfs in het geheel niet te ‘repareren’ zijn.

Justitie

Hoe verleidelijk ook, incidenten zoals met die ontsnapte tbs’ers en de klaplopende Volkert van der Graaf, mogen ons het kind niet met het badwater doen weggooien. Het systeem werkt, maar het is mensenwerk. Mensen maken (inschatting-) fouten. Daar moet iedereen in de hele keten van willen leren.

Dat vraagt openheid en transparantie. Fair play. Integriteit. Eerlijk af willen rekenen op misstanden.

En dat is dus heel iets anders dan in het geniep afspraken maken met paparazzi en het volk en haar vertegenwoordigers verkeerd voorlichten.

"Schiet hem kapot, schiet hem kapot!"

Op 28 maart 2014 pleegden twee mannen een overval op juwelier Goldies in Deurne. Goldies wordt gedreven door een echtpaar, Willy en Marina Sanders. Een van de twee mannen stapte omstreeks 18:36 de juwelierszaak binnen en werd in eerste instantie te woord gestaan door mevrouw. Zij riep echter haar man erbij om de ‘klant’ te woord te staan en zelf ging zij naar een achter de winkel gelegen ruimte.

Ze had haar hielen nauwelijks gelicht of de tweede man stapte de juwelierswinkel binnen en hij was gewapend met een pistool. De eerste man bleek een busje pepperspray bij zich te hebben en het eerste dat hij deed, toen zijn kompaan binnenkwam, was daarmee in het gezicht van de juwelier spuiten. Er ontstond direct een vechtpartij tussen een van de twee overvallers en de juwelier. Tijdens die worsteling wist de juwelier zijn belager diens pistool afhandig te maken. De tweede overvaller probeerde onderwijl de ruimte in te komen, waar de juweliersvrouw zich verschanst had.

In de achtergelegen ruimte heeft de vrouw de vechtpartij dan echter al gehoord, zij hoort een van de overvaller roepen “Schiet hem kapot, schiet hem kapot!” en zij ziet op camerabeelden haar man met pepperspray bespoten worden. In blinde paniek pakte ze een vuurwapen, dat daar lag. Het was namelijk niet voor het eerst dat Goldies werd overvallen en dus had haar echtgenoot zich bewapend. Het echtpaar had dat vuurwapen illegaal in bezit en was niet in het bezit van een wapenvergunning.

Enfin, de vrouw wist vier maal te schieten, dwars door de deur heen en door de deuropening. Dat deed ze niet onverdienstelijk: Een overvaller raakt zij meerdere keren en de ander eenmaal. Ook haar eigen man raakte ze, in een van zijn handen.

Beide overvallers verloren het leven en gelukkig kon het juweliersechtpaar ook deze overval navertellen. Daarbij moet u weten dat gemiddeld een juwelier per jaar dat níet kan.

Abdel H.

Een van de doodgeschoten overvallers heette bij leven Abdel H. Na zijn verscheiden, dat hij uiteindelijk toch geheel en al aan zichzelf te wijten had, gebeurde er iets wonderlijks. Niet alleen werd hij herdacht in de Al Fourkaan-moskee in zijn woonplaats Eindhoven, maar in de pers verscheen ook nog eens een heel in memoriam, waarin een beeld geschetst werd van een “vriendelijke jongen in geldnood”, naïef en beïnvloedbaar, moeilijke jeugd gehad en gek op voetbal.

In weerwil van de gegevens dat die vriendelijke jongen een goede bekende was van de plaatselijke Hermandad en al eens eerder een gewapende overval verpleegde werd er een demonstratie gehouden voor Abdel H. en zijn kompaan. “Marina is een moordenaar” scandeerden de tientallen demonstranten en “Wat moet er gebeuren? Straffen, straffen straffen … “

Ik maakte me daar destijds al een beetje boos over. Dat geneuzel over ordinaire overvallers die van die goeie jongens waren, daar moet ik niet zo veel van hebben. Goeie jongens plegen geen overvallen. Dat zo’n engnek bij leven toch wel liev voor zijn moeder was doet daar echt niets aan af.

Daarbij, wie een overval pleegt of inbreekt in een woning neemt willens en wetens een aantal risico’s. Dat het beoogde slachtoffer zich niet lijdzaam laat overvallen of beroven bijvoorbeeld. Dat het beoogde slachtoffer heel wel hardhandig zou kunnen zijn in zijn verzet, ook zo iets. Betrapping door een agent behoort ook tot de mogelijkheden en jawel, die zou best eens op je kunnen schieten. Of zijn diensthond de opdracht te geven je bij je kladden te pakken als je dan toch niet luisteren wilde. Dat is echt risico van het vak, hoor. Mijn sympathie heb je sowieso niet.

Ik heb ook veel liever dat een slachtoffer het na kan vertellen dan een dader, als ik toch moet kiezen. Ieder mensenleven telt, maar dat van agressors als deze net een beetje minder zwaar dan dat van een onschuldig slachtoffer.

Rechtsvervolging juwelier

De juwelier zelf werd vervolgd en veroordeeld voor verboden wapenbezit. Hij kreeg honderd uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden voor het aanschaffen van dat vuurwapen. Terecht, hoe hard ook. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik ’s mans angst niet begrijp, maar illegaal wapentuig in huis halen is ook niet goed.

Het Openbaar Ministerie concludeerde daarnaast dat mevrouw Sanders het vuur opende uit noodweer om haar echtgenoot te verdedigen en besloot haar daarom niet te vervolgen.

De zus van een van de overvallers en de moeder van de andere dachten daar echter heel anders over en zij namen advocaat Ficq in de arm, om een zogeheten artikel-12-procedure aan te spannen. Behalve de traumatiserende ervaring van de overval leefde mevrouw Sanders dus maandenlang met de onzekerheid van het juridische zwaard van Damocles der vervolging boven het hoofd. Dat zou ik toch secundaire victimisatie willen noemen.

Goed. Het gerechtshof in Den Bosch boog zich dus over de zaak en ook het hof komt tot de conclusie dat mevrouw Sanders met succes een beroep op noodweer kan doen en strafvervolging in dit geval niet aangewezen is. Er was sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waartegen verdediging geboden was. Die ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding bestond eruit dat beide heerschappen “gewapend met onder meer een vuurwapen de winkel betraden met het onmiskenbare doel deze gewelddadig te overvallen en dat zij direct de confrontatie zijn aangegaan, waarbij zij buitensporig geweld toepasten, te weten onder meer het spuiten van pepperspray, het dreigen met het vuurwapen en – naar de verklaring van beklaagde – het uitroepen van de woorden: “Schiet ‘m kapot, schiet ‘m kapot”.”

De beide vonnissen leest u hier: 1 en 2.

Mevrouw Sanders wordt dus definitief niet vervolgd. Gelukkig maar, want dat zou toch al te dwaas geweest zijn. Hopelijk kunnen zij en haar man de hele zaak nu achter zich laten en verder met hun leven. Ik wens hen in elk geval sterkte.

Dat wens ik de nabestaanden van Abdel H. en diens kompaan ook. Het is vreselijk een zoon of broer te verliezen, ook al was het hun eigen rotschuld. Dat maakt het verlies er ongetwijfeld niet minder op.

Laat dat arme juweliersechtpaar verder met rust. Niemand vraagt erom op zo’n brute manier te worden overvallen, noodweer was hun goed recht. 

Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Stop of ik schiet niet

Godzijdank, voor u en mij en de rest van Nederland, ben ik geen agent. Ik zou er om te beginnen al niet dapper en stressbestendig genoeg voor zijn en ik zou niet durven voorspellen hoe ik in een echte stresssituatie zou reageren, zoals agenten die tijdens hun dagelijkse werk tegenkomen.

Fright, Fight, Flight, Freeze

De mens is voorgeprogrammeerd snel te reageren op angst of stress en als de situatie er echt om spant rest het menselijk lichaam een zeer beperkt aantal smaken waaruit kan kiezen; vluchten, vechten of verstarren. Dat is reuze handig hormonaal geregeld, want bij dreigend gevaar pompt ons eigen lichaam ons vol met adrenaline en cortisol. Beide stresshormonen jagen onze bloeddruk en hartslag omhoog, spannen onze spieren alvast voor ons en brengen zelfs onze pijngevoeligheid omlaag. Nou, dan ben je er dus helemaal kaar voor om te vechten of het op een lopen te zetten. Of volledig te blokkeren en te bevriezen, als het een beetje tegen zit.

Nu heb ik lang met een angststoornis gekampt en met mij kon je dus sowieso al alle kanten op. Op de moeilijkste momenten schoot ik al te snel in een van die drie reacties en doorgaans was dat de minst passende bij het probleem, waar ik me voor gesteld zag. Liep ik weg voor een situatie en had ik achteraf een hekel aan mezelf omdat ik niet voor mijzelf was opgekomen of liet ik een geweldige kans liggen omdat ik gewoon niet durfde. Of ik werd boos en zei iets waar ik later spijt van had. Het allerergst waren nog de momenten waarop ik bevroor en in een absolute onzekerheid belandde die me vleugellam maakte. Dat herkennen de meesten van u vast wel: Dat er uren naderhand een geniale repliek in u opkomt en u wilde dat u dat nou op het moment suprême bedacht had.

Heel eerlijk: Ik zou geen dag bestand zijn tegen wat agenten tijdens hun werk op straat tegen komen.

Dagelijks werk

Neem nou afgelopen week. Sprong er een man van een flatgebouw aan de Wilhelminakade in Rotterdam en dan moet je daar als agent naartoe. Kunt u zich voorstellen hoe iemand erbij ligt wanneer hij van hoogte ter aarde is gestort? Ik wel. Jaren geleden zat ik in een trein, waar een wanhopig iemand voor sprong. Toen de machinist de hele trein tot stilstand had gebracht bleek de coupe waar ik in zat ter hoogte van een onderbeen en een torso te staan. Het heeft lang geduurd eer ik dat beeld weer kwijt was.

Anyway, de politie zocht uit wie de man bij leven was en toog naar zijn huisadres om zijn familie te vertellen dat hij nooit meer thuis zou komen. Ze zullen dankzij de gemeentelijke basisadministratie van tevoren geweten hebben dat ze er een vrouw en twee achtjarige kinderen aan zouden treffen. Eenmaal in de woning bleek de vrouw des huizes daar echter levenloos te liggen. Hun kinderen waren die nacht uit logeren en men gaat ervan uit dat de man eerst zijn vrouw ombracht en daarna de hand aan zichzelf sloeg.

Waarschijnlijk was ik bij het aantreffen van de smurrie op straat al afgehaakt en had ik het plaats delict eerst ondergekotst om het daarna in vliegende vlucht te verlaten. Of ik naar dat huis had kunnen rijden, in de wetenschap dat je ’s mans vrouw en kinderen zulk slecht nieuws moet gaan brengen, is bepaald twijfelachtig. Wat een kutbaan eigenlijk, excusez mijn Rotterdams.

Zou ik, als agent, netjes en geduldig kunnen blijven wanneer ‘baldadige jeugd’ mijn collega’s, de Brandweer of ambulanciers belaagde? Zou ik, als agent, mezelf kunnen beheersen wanneer ik iemand moest aanhouden die een kind misbruikte, een vrouw verkrachtte of een dier martelde? Neem nou die zedenzaak in dat Valkenburgse hotel. Daar betrapte de politie een ‘klant’ op heterdaad terwijl hij seks had met een meisje van zestien en trof de pooier van dat kind op het toilet aan. Dan moet je, als rechercheur, daarna in gesprek met die pooier terwijl je weet dat hij een kind in een tiental dagen tijd door een stuk of tachtig (!) van die smerige viespeuken heeft laten misbruiken.

Heel eerlijk: Ik zou het niet kunnen. Ik weet zelfs niet of ik mijn handen thuis zou kunnen houden en zo’n smeerlap niet gewoon wat zou aandoen. Ik heb een innerlijke Middeleeuwer en zij heeft een kort lontje.

Nederland en haar politiemacht

De houding van de Nederlandse maatschappij zou me, als al het bovenstaande dat niet al gedaan had, de das om doen. We hebben een haat- liefdeverhouding met onze politie.

De mate van vrijheid die burgers in een land genieten is mede af te meten aan de hoeveelheid en aard van kritiek die een overheid zich over zichzelf laat welgevallen. Wat dat betreft scoort Nederland deze laatste weken weer uitmuntend, al moet daarbij gezegd dat wij met onze klaagcultuur natuurlijk wel bij voorbaat al een lichte voorsprong hebben. Volkomen terecht worden de machten van onze rechtsstaat met argusogen gevolgd en kritisch bekeken. Volkomen terecht zijn ook zij aan regels gebonden en worden ze daarmee geconfronteerd wanneer ze buiten hun boekje gaan.

Dat is zeker in het geval van de politie van groot belang, aan hen gunden wij immers het geweldsmonopolie. Agenten die misbruik maken van hun bevoegdheden, buitenproportioneel geweld gebruiken of anderszins de fout ingaan maken misbruik van het vertrouwen en het mandaat dat de samenleving hen gegeven heeft en dat mag nooit zonder verregaande consequenties blijven.

Kritiek is dus altijd positief, alleen schieten we nogal eens door in het onfatsoenlijke.

Dat zagen we bijvoorbeeld na de dood van Mitch Henriquez. Bekende en onbekende Nederlanders schoten door in onze oer-Hollandse sensatiezucht; er werd gespeculeerd, gescholden en gedreigd dat het lieve lust was. Wijkagent Marius Blok, die niets te maken had met het gebeuren in ’t Haagse Zuiderpark, werd met foto en al online gezet, vals beschuldigd en bedreigd. Daarmee hebben wij, de maatschappij, een bevlogen diender volledig onterecht in de kou laten staan.

Rapper Appa plaatste vervolgens een stemmig tweetje waarin hij suggereerde dat de politie van Den Haag een bus vol moslims, op weg naar het gebed, gestopt had om hen allemaal even preventief te fouilleren. De rapper bleek het verhaal uit zijn duim gezogen te hebben. De politie liet het zich opvallend genoeg, op één enkele milde tweet na, welgevallen.

Het was niet voor het eerst dat ik me afvroeg wat de reacties zouden zijn wanneer de politie de ruimte kreeg af en toe eens een vurig opiniestukje te lanceren.

De gemiddelde Nederlander is een enorme zeikerd, en dat zeg ik heel liefdevol als mede-zeikerd, en we lijden niet zelden aan het Calimerocomplex. Dat maakt dat we onze schuld graag op de ons betrappende agent projecteren: Veruit de meeste Nederlanders rijden niet te hard, maar “worden gepakt”. We verfrommelen het ons uitgereikte gele papiertje en lispelen een boos “ga toch boeven vangen” tegen de agent die ons betrapte, maar vergeten daarbij al te licht dat zulks nu juist hetgeen is dat hij zojuist deed. Hij is degene die ons van het asfalt moet lepelen wanneer het misgaat, maar zo kunnen wij dat zelf niet zien.

In ruil filmen we die agent wanneer hij te hard rijdt en verkeersregels negeert, al dan niet onder begeleiding van toeters en bellen, en spreken daar lekker een potje schande van. Dat hij dat gewoon mag wanneer zijn werk hem daartoe noopt vergeten we voor het gemak, want we kankeren nergens zo lekker op als op de politie. Nou ja, en op het weer.

Maar toen was daar opeens die agent, die in 2012 een vluchtende inbreker in een been schoot. De inbreker had zojuist, midden in de nacht, een kraak gezet in een woning in Heeswijk-Dinther.

Woninginbraak

Nu moet ik u eerst opbiechten dat ik ontzettend vooringenomen ben tegen woninginbrekerts. Er heeft er namelijk ooit een gepoogd in mijn woning in te breken. Omdat ik toen nog in het centrum van Rotterdam woonde had ik het enorme geluk dat er een extra stalen balk in de deur zat, die het inbrekersgeweld ternauwernood heeft kunnen weerstaan. De deur was zwaar gehavend, met tientallen diepe moeten van een groot formaat koevoet erop. De splinters lagen op de grond en de tegeltjes boven de deuropening waren gesprongen van de enorme kracht die op die deur was uitgeoefend. Na een lange dag werken trof ik de boel zo aan, de deur stijfklem in het frame en achter die deur kon ik mijn poezenbeesten horen jammeren. Ik kon zelf ook niet meer naar binnen en dus belde ik de politie.

Al gauw kwamen twee agenten ter plaatse. Een van die schatten heeft nog geprobeerd de deur open te krijgen, maar ook hij kreeg dat niet voor elkaar. Ze belden een slotenmaker voor me en namen de aangifte alvast voor me op. Nog voor de slotenmaker arriveerde kraakte hun portofoon, huiselijk geweld in een flatgebouw in de buurt van het mijne. Of ik het erg vond dat ze nu echt verder moesten? Ja natuurlijk wel, maar dat zei ik niet. Ik bedankte ze en wenste ze succes. Over dat laatste voelde ik me nog een beetje dwaas, toen ze de lift in verdwenen. Succes was het woord natuurlijk ook niet. Ik ging op het stoepje zitten naast mijn vernielde deur, huilde een beetje van de schrik en wachtte op de slotenboer.

Ik heb nog heel lang last gehad van die affaire. Het voelt namelijk alsof iemand het heel persoonlijk op jou gemunt heeft, een (poging) inbraak is een van de meest ingrijpende inbreuken op je persoonlijke levenssfeer die er maar zijn. Daarmee begon ook mijn obsessief-compulsieve gedrag. Tot op de dag van vandaag voel ik me onveilig en controleer ik meermaals of ik mijn voordeur wel goed heb afgesloten wanneer ik wegga. Het is een obsessieve drang waar ik nauwelijks weerstand aan kan bieden.

Stop of ik schiet

Goed, terug naar Heeswijk-Dinther. De agent betrapte die inbreker op heterdaad en de man sloeg op de vlucht. De agent beval hem twee keer te blijven staan, maar daar had die inbreker geen boodschap aan. Ook niet toen de agent zijn dienstwapen trok en “Stop of ik schiet!” riep. Toen de inbreker over een schutting wilde klimmen schoot de agent hem in een dij.

Daar komt natuurlijk mijn vooringenomenheid tegen woninginbrekers opborrelen, zo hoppa, recht vanuit mijn onderbuik. Ik gun degene, die zo brutaalweg met een enorme koevoet in zijn knuisten het Rotterdamse centrum doorkruiste en mijn huis binnen wilde, heel veel en niets daarvan is positief, leuk of aardig. Had een agent hem een kogel in een dij geschoten om hem aan te kunnen houden, dan had ik daar geen traan om gelaten. Misschien was ik zelfs wel een bosje bloemen gaan brengen op het bureau, met een kaartje “Dank je wel voor het vangen van mijn inbreker, moge hij nog lang mogen schoffelen”.

Het is toch een beetje het risico van het inbrekersvak, vind ik, dat je betrapt wordt door een agent of dappere bewoner en deze probeert je aan te houden. Desnoods hardhandig als je niet luisteren wilt.

Zo lang ze maar met hun hardhandigheid stoppen zodra die inbreker eenmaal overmeesterd is, want alles daarna is eigenrichting en dat kan nooit de bedoeling zijn. Mag niet.

So far so good, zou je denken. Maar niets van dat al. De inbreker diende een klacht in.

Net als in mijn geval waren de bewoners van dat huis in Heeswijk-Dinther niet thuis en dus had die agent niet mogen schieten op de vluchtende inbreker. Door te schieten maakte hij zich schuldig aan zware mishandeling, met voorbedachten rade nog al liefst. De agent moet de inbreker 2351,05 euro aan schadevergoeding betalen.

Actie GeenStijl en de vox populi

Dat kan alleen in Nederland, dat een agent een schadevergoeding moet betalen aan iemand die zojuist in de woning van een ander inbrak. Het beroemde en beruchte roze weblog GeenStijl vond daar ook wat van en besloot tot een inzamelingsactie voor de agent. Die actie liep als een tierelier, er is binnen no time vijftienduizend euro ingezameld. Daaruit valt af te lezen dat er veel meer mensen zijn die het raar vinden dat een agent schade moet vergoeden aan een op heterdaad betrapte inbreker.

Dat heeft alles te maken met de antipathie die wij allen tegen het inbrekersgilde koesteren. We hebben het niet over een onschuldige puber die het alleen bij het zien van de politie al op een lopen zet, we hebben het niet over ‘baldadige jeugd’ die vindt dat een agent wat te lang naar hem kijkt. Er werd niet “maar lukraak op een burger geschoten” zoals strafrechtadvocaat Sidney Smeets de burgerlijk ongehoorzame roze horde een tikkeltje verwaten verweet, maar op een ordinaire dief.

Een ordinaire dief die ook nog eens ‘netjes’ in een been geschoten werd om hem op te kunnen pakken, van enig ‘Wild West’ zoals meneer Smeets schetste, was dan ook geen sprake. Ook de beschuldiging dat GeenStijl zich met haar actie aan ‘uitlokking’ schuldig zou maken is tomeloos overdreven, maar overdrijving is het voorrecht van de opiniërende columnist, ook als hij rechten heeft gestudeerd. Opvallend is dat meneer Smeets in zijn episteltje en passant de kleurenkaart nog even trekt, maar hè, in oorlog en liefde is alles toegestaan.

Nee, voor zo iemand als deze inbreker heeft de meerderheid van de Nederlanders dus duidelijk geen enkel begrip. Het is de dief die moreel verwerpelijk is, aldus de vox populi. Dan mag meneer Smeets nog zo vinden dat mensen met iets meer dan een enkele hersencel zeer negatief op de actie van GeenStijl plegen te reageren, de vox populi heeft een punt. De rechtvaardigheid wordt met een schadevergoeding aan een op heterdaad betrapte inbreker gewoon niet gediend.

Van arrestatie tot poging doodslag

Gisteren werd nog een vonnis gewezen tegen een agent. Ditmaal een die tijdens actie van de Arrestatie-Eenheid op de bestuurder van een personenauto schoot, maar de bijrijder raakte. Dit alles gebeurde op 22 augustus 2013 op een parkeerplaats van een coffeeshop in Heerlen.

De politie had onderzoek gedaan naar een verdachte van meerdere ramkraken en wilde deze aanhouden. Daartoe had een observatieteam de auto van de verdachte gevolgd, die ze meermaals uit het zicht verloor omdat de bestuurder met snelheden van meer dan tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder pikte in Meerssen een passagier op en reed naar die parkeerplaats in Heerlen. De bestuurder stapte uit, ging de coffeeshop in en stapte weer in de auto. Op dat moment kwam het arrestatieteam in actie. Ze riepen “Uit de auto komen!” en “Politie!” en dus vergrendelde de bestuurder zijn portieren, gaf volledig gas, maakte een u-bocht en reed zich vervolgens klem tussen twee geparkeerd staande auto’s.

Een van die agenten had de opdracht de passagier uit de auto te halen en probeerde het rechter voorportier van de vluchtauto te openen, maar dat lukte niet. Dus riep hij “Politie!” en gaf een klap op de ruit. Toen de agent de automotor toeren hoorde maken sloeg hij met de kolf van zijn dienstwapen op de ruit en vervolgens schoot de auto weg.

Naar eigen zeggen was de agent bang dat de auto zijn collega’s omver zou rijden, hij kon de rijrichting niet inschatten, en vreesde hij voor zijn eigen leven. Hij zag meerdere mensen opzij springen en reageerde vervolgens instinctief en schoot gericht op de romp van de bestuurder. Hij miste en raakte de passagier. De auto reed weg met piepende banden en slippende wielen en kwam daarna dus tot stilstand tegen twee andere auto’s aan. 

Reconstructie NFI

Het Nationaal Forensisch instituut reconstrueerde de gebeurtenissen. De reconstructie duurt 21,3 seconden. Op seconde 15,0 komt de auto van de verdachte man in beweging, tussen seconde 15,0 en seconde 15,3 schiet de agent en op seconde 18,9 komt de auto tot stilstand. Op de reconstructie “is zichtbaar dat er zich op dat moment niemand in de rijrichting van de auto bevindt, met uitzondering van plaatsvervangend AE-commandant, die iets verderop staat”

Het aangetroffen acceleratiespoor blijkt 8,95 meter lang en over die korte afstand moet een snelheid van ergens tussen de 21 en 26 kilometer per uur bereikt zijn. Uit de reconstructie volgt dat de auto van tussen die seconden 15,0 en 15,3 een snelheid van minimaal 12 en maximaal 13 kilometer per uur had.

Twee jaar gevangenisstraf

Justitie had deze zaak eerst geseponeerd op grond van noodweer (exces), maar het slachtoffer stapte naar het gerechtshof in Den Bosch om vervolging af te dwingen, met succes.
De rechtbank vaagde elk verweer op basis van noodweer of noodweer-exces van tafel, omdat ze vindt dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding jegens de agent of een van zijn collega’s voorafgaand aan het moment dat de verdachte schoot. Kennelijk heeft de rechtbank niet zo veel op met die AE-commandant, die wel in de rijrichting stond, maar het is een kniesoor die daar op let.  
De rechtbank achtte, alles overziend, de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren “passend en geëigend”. Voor schade aan de kleding van de passagier, niet onderbouwd met aankoopbonnen en zonder enig idee van hoe oud die kleding was, moet  €750,00 aan schadevergoeding betaald worden. Plus nog eens €3.500,00 immateriële schade. 
Ik weet niet wat die passagier op dat moment aanhad, maar het moet iets heel bijzonders zijn geweest. Toch, €750,00 lijkt me kolderiek en wat mij betreft zegt dat ook iets over zo’n vonnis als geheel en de rechter in het bijzonder. Echt, dat is een beetje mal, hoor.

Daarnaast rijst bij mij de vraag in hoeverre hij die kosten niet gewoon op zijn maatje, de tweehonderd kilometer per uur rijdende seriële ramkrakenpleger had moeten verhalen.

Ambtsinstructie

De politie heeft een Ambtsinstructie, waarin beschreven staat wanneer zij een vuurwapen ter hand mag nemen. Is die zo onduidelijk dan, dat het voor een agent zo vreselijk mis kan gaan?

Ik sloeg hem er eens op na. Vuurwapengebruik komt aan bod in het tweede hoofdstuk:


Artikel 7  

1.Het gebruik van een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd:a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf1°. waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en2°. dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of3°. dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.c. tot het beteugelen van oproerige bewegingen of andere ernstige wanordelijkheden, indien er sprake is van een opdracht van het bevoegd gezag en een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;d. tot het beteugelen van militaire oproerige bewegingen, andere ernstige militaire wanordelijkheden of muiterij indien de militair van de Koninklijke marechaussee in opdracht van de minister van Defensie dan wel de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken in gesloten verband onder leiding van een meerdere optreedt.2.Het gebruik van het vuurwapen in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden.3.In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.4.Onder het plegen van een misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Een agent mag dus in beginsel zijn vuurwapen al gebruiken wanneer hij iemand aan wil houden die zich probeert te onttrekken aan zijn aanhouding en verdacht wordt van een misdrijf, waarop een straf staat van meer dan vier jaar gevangenisstraf.

In het geval van de inbreker, die in de nachtelijke uren op heterdaad betrapt werd, is aan die voorwaarde ruimschoots voldaan. Op inbraak en “diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt” staat een straf van maximaal zes jaren. Zoals gezegd vind ik een woninginbraak een verregaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer daarvan. Dat zo’n slachtoffer per definitie thuis moet zijn, dat lees ik er niet aan af.

In het licht van de wegrijdende verdachte van de ramkraak vind ik die Ambtsinstructie een behoorlijke kluif om even de revue te laten passeren binnen die paar tienden van een seconde waarin beslist moet worden. Achteraf staan de beste stuurlui aan wal, maar ik deed er al 51,46 seconden over om dat artikel 7 alleen nog maar even te lezen.

Ik was dus al meermaals voor mijn sodemieter gereden voor ik zelfs nog maar aan mijn afweging of ik wel of niet zou mogen schieten begonnen was. Er even van uitgaand dat ik mijn holster niet eerst acht keer open en weer dicht zou moeten doen, natuurlijk.

Maar er is meer mis met die Ambtsinstructie. De rechter negeerde hem namelijk en dat is raar wanneer het gaat om een agent die tijdens zijn werkzaamheden het geweld gebruikt, waartoe de samenleving hem een mandaat heeft gegeven.

Geen opzet = geen (poging) doodslag

In de basis zit onze wetgeving simpel in elkaar. Wordt namelijk niet aan álle onderdelen van een artikel uit het Wetboek van Strafrecht voldaan, dan is er geen sprake van strafbaarheid volgens dat artikel.

Doodslag is daar een mooi voorbeeld van:

Artikel 287 

Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De rechtbank geeft ruiterlijk toe dat uit geen van de processtukken ook maar enige opzet van de kant van de agent blijkt, om de passagier te doden. Die intentie had de agent niet, wat hij wilde was die passagier uit die vluchtende auto halen. Wel vindt de rechtbank dat de agent willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat hij mogelijk die passagier kon raken in plaats van de bestuurder, waar hij op mikte.

Die bestuurder dus, die aangehouden moest worden voor feiten waar meer dan vier jaren gevangenisstraf op staat. De bestuurder die dezelfde dag nog met levensgevaarlijke snelheden van tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder die geen zin had om aangehouden te worden, zijn portieren dus vergrendelde, volledig gas gaf, een u-bocht maakte en weg probeerde te rijden in de richting van de AE-commandant.

Jawel, de situatie lijkt dus geheel aan de voorwaarden van dat artikel 7 uit de ambtsinstructie.

De advocaat van de agent heeft dat de rechtbank ook uitgelegd. Maar omdat die raadsman verzuimde daar verdere conclusies aan te verbinden vindt de rechtbank dat ze dat niet in haar verdere overwegingen hoeft mee te nemen. De rechtbank neemt zelfs de moeite niet het zogeheten aanhoudingsvuur voor wat betreft rechtmatigheid te toetsen.

Tot slot merkt de rechtbank op dat de raadsman van de verdachte ter terechtzitting nog naar voren heeft gebracht dat verdachte heeft gehandeld conform artikel 7, eerste lid, van de Politiewet 2012. De verdachte mocht er volgens de raadsman in redelijkheid van uitgaan dat het gebruik van het vuurwapen in de onderhavige situatie geoorloofd was. Echter, nu de raadsman hier geen uitdrukkelijke conclusies aan heeft verbonden, bijvoorbeeld in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, behoeft het verweer van de raadsman geen (verdere) bespreking. De rechtbank merkt nog op dat de hoofdofficier in zijn schrijven van 12 februari 2014 (sepotbeslissing) tot de conclusie is gekomen dat verdachte in strijd met de Ambtsinstructie van Politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren heeft gehandeld.

De agent werd dus tekort gedaan voor wat betreft zijn verdediging. Geen wonder dat de politiebonden en korpschef Bouman verbijsterd op de uitspraak reageerden.

Natuurlijk volgt er hoger beroep. Daar werd over gepiept hoor, want daarmee zou de politie het gezag van de rechter niet erkennen en geen respect hebben voor de rechtsgang. Dat een hoger beroep gewoon onderdeel is van die rechtsgang werd gevoeglijk even vergeten, maar wat zei ik ook al weer over hoe lekker het kankeren is op de politie?

Krijgen we niet gewoon de politie waar we voor betalen? 

Nu moet de politie al maanden vechten voor een beetje nette CAO en dat na jaren op de nul-lijn. Oud-minister Opstelten zag zijn kan schoon en begon meteen aan hun arbeidsvoorwaarden te morrelen. Politiemensen hebben bijvoorbeeld het recht op 21 vrije weekenden per jaar en dat is natuurlijk overdreven. Dat beetje bescherming van hun sociaal en familiaal leven, daar konden best nog vier vrije weekenden vanaf. Zijn ze lekker ruim inzetbaar, ook een manier om ministerlijk hautain en tegen beter weten in te doen alsof er ‘meer blauw’ op straat is.

Afgelopen januari nog, luidden agenten de noodklok omdat zij zich onveilig voelen door een gebrek aan training. Uit angst voor sancties grijpen ze niet naar hun geweldsmiddelen. Ook de reorganisatie waar de politie middenin zit heeft verregaande negatieve gevolgen. Er is minder blauw op straat, agenten krijgen te weinig rust én training en werken te lange nachtdiensten. En, niet onbelangrijk, er worden zelfs zo’n 50.000 zaken minder opgelost. Ieder jaar worden agenten twee keer getoetst op hun beroepsvaardigheden, maar training is daar niet tot nauwelijks in. Slechts 32 uur per jaar, zo lees ik in een noodkreet op het Internet:

32 uur. Dat is het aantal uren dat een politieagent jaarlijks krijgt om alle geweldsbeheersing zich meester te maken. Dus dat betreft hand-tot-handgevechten. autoprocedures, gebruik van pepperspray en de korte en de lange wapenstok, het aanhouden in bussen, trams en treinen, het werken in grote mensenmassa’s zoals op festivals, het aanhouden van gestoorden, het doen van instappen in woningen, aanhoudingen in cafes en supermarkten, het lopen van een conditieparcours, het gebruik van het vuurwapen in alle mogelijke situaties en natuurlijk ook alle theorie die komt kijken bij het toepassen van geweld tijdens het werk. 32 uur. Per jaar.Vergelijk dat eens met een sportschutter: die moet, om zijn verlof tot het houden van een vuurwapen veilig te stellen, per jaar MINIMAAL 18 schietbeurten maken. En het spannendste dat een sportschutter doet is waarschijnlijk een wedstrijd schieten.Hoe kan het zijn dat de overheid politieagenten de straat op stuurt met zo’n 3 a 4 schietbeurten per jaar. Want vervolgens verwacht de minister, maar ook de burgers terecht, wel dat die politieagenten zeer goed met het wapen kunnen omgaan, weten wanneer wel en niet te schieten en dat wanneer ze schieten dat het ook raak is natuurlijk. En dat in het licht en het donker, in rust maar ook in doodsangst, in een minuut of een seconde, wanneer je lekker uitgerust bent maar ook na je vierde nachtdienst. 32 uur.

Als ik agent was leverde ik mijn schiettuig gewoon in, op het Binnenhof in Den Haag. 

Marrichgen Ariensdochter (en wat de CIA van haar had kunnen leren)

Van Marrichgen Ariensdochter weten we zo goed als niets. Het zal u dan waarschijnlijk ook verbazen dat ik haar vandaag in mijn lijst van Grote Vrouwen zal opnemen.

Het beetje dat we weten is dat ze ergens rond 1520 geboren werd in het Gelderse Poederoyen, ze ongehuwd gebleven is en tijdens haar leven in Nieuwpoort, Vianen en Utrecht gewoond heeft. Ze moet een kruidenvrouwtje zijn geweest. Daarnaast weten we dat ze op 18 december 1591 op de Steenenbrug voor het stadhuis in Schoonhoven als heks “genadelyk” werd gewurgd en op een brandstapel verbrand werd. Vandaag is dus haar sterfdag. Al wat we over haar weten berust op haar vonnis (en haar daarin opgenomen bekentenis) dat bewaard is gebleven.

Op 4 oktober 1591 werd ze beschuldigd van hekserij; ze zou een jongen betoverd hebben door hem aan te raken nadat hij weigerde weg te gaan. Door haar aanraking zou zijn haar zijn gekrompen alsof het werd uitgetrokken. De jongen moet het op een gillen gezet hebben, waarop omstanders zich tegen de oude vrouw keerden. “Feeks, zegent de jongen!” zouden ze tegen Marrichgen gezegd hebben en dat deed ze. Daarop zou het haar van de jongen zijn teruggekeerd, als bij de spreekwoordelijke toverslag.

De oploop leidde tot de gevangenneming van Marrichgen, toen ongeveer zeventig jaar oud, en ze werd overgedragen aan de schepenrechtbank van Schoonhoven. Baljuw Geerof Kluyt van Vorenbroek onderzocht de zaak en riep de rechtbank bijeen. Hij moet het onderzoek, voor zo ver daarvan gesproken kan worden, geleid hebben. Hij hield een requisitoir en formuleerde de strafeis.

Waarschijnlijk werd Marrichgen gemarteld als onderdeel van het “onderzoek” van de baljuw. Volgens het vonnis legde zij uiteindelijk een bekentenis “buyten banden van yseren” af, wat zoveel kan betekenen dat ze onder tortuur bekende en deze bekentenis later heeft herhaald. Bijstand van een advocaat (of wat daar in die tijd voor door moest gaan) kreeg ze uiteraard niet.

Op 18 december 1591 oordeelden zeven schepenen over het lot van de oude vrouw en nog dezelfde dag werd zij ter dood gebracht. Voor het stadhuis werd zij geworcht en voorts in den viere verbrant tot stoff.

Volgens haar bekentenis zou Marrichgen toen zij rond 1583 in Vianen woonde (onder de windmolen en desperaet van armoede) tweemaal zijn bezocht door de duivel. De duivel zou een lange man geweest zijn, geheel in het zwart gekleed, die zich Heijnken noemde. Heijnken beloofde haar te helpen, als ze God maar zou verloochenen en Heijnkens bevelen op zou volgen. Hij gaf haar een gouden muntstuk en nam een stukje van de nagel van haar rechter ringvinger om die afspraak te bezegelen. Haar ringvinger zou daarna altijd blauw en koud gebleven zijn. Heijnken, die door Marrichgen in haar bekentenis steevast “de vijand” genoemd wordt, gaf haar een potje zalf waarmee ze mensen betoveren kon.

Heijnken en Marichgen zouden daarnaast meermaals “als man en wijf” met elkaar verkeerd hebben, waarna Heijnken vertrok. Het goudstuk zou daarna in “vuiligheid als kinderdrek” zijn veranderd.

Marrichgen zou met die zalf, die uit “vireyssem” (het mondschuim van een stervende) of “paddenrith” (paddenzaad) moet hebben bestaan, meerdere mensen betoverd hebben. Soms moet Heijnken haar daarvoor zelfs ’s nacht bij haar slachtoffers gebracht hebben en meestal waren die slachtoffers mensen die haar kwaad hadden willen doen of over haar kwaadgesproken zouden hebben.

Tegenwoordig weten we, of althans de meesten van ons toch, wel beter dan te geloven in hekserij. We weten ook dat beschuldigingen van hekserij gebaseerd zijn op bijgeloof en ze een middel waren om met onwelgevallige buitenbeentjes af te rekenen. In de dagen van Marrichgen Ariensdochter liepen mensen met een gebrek, oude mensen en rare snuiters al snel het risico om van hekserij beschuldigd te worden.

Angst voor het onbekende of onverklaarbare ligt daar aan ten grondslag, waarbij de mens de oorzaak van vervelende gebeurtenissen graag aan een kwaadwillende ander toeschrijft. Werden dieren of mensen ziek, werd een man onvruchtbaar of verloor een vrouw haar kind, dan werd dergelijk ongeluk toegeschreven aan een heks.

Tegenwoordig weten we ook, zo dacht ik, dat marteling zinloos is. Pijnig iemand hard en lang genoeg en hij zal alles zeggen wat je maar horen wilt. Dat de CIA wrede “verhoormethodes” heeft gebruikt die we gerust marteling kunnen noemen verbaasde me nochtans niet. Wanneer angst regeert verliezen mensen alle redelijkheid en gevoel voor realiteit uit het oog en zijn we zonder meer tot het vreselijkste in staat. Dat de CIA loog over de aantallen mensen die ze jarenlang martelde, mishandelde en misbruikte verbaast me ook niets, dat past wel bij het beeld dat ik heb van die dienst en het land dat zij dient. Het land immers, dat de doodstraf nog kent en Guantanamo Bay bedacht. Bijna de helft, 46%, van de Amerikanen gelooft dat marteling van terrorismeverdachten een gerechtvaardigd middel is om informatie los te krijgen en de martelingen zullen ongestraft blijven.

Een gevangene onderging 183 maal de sensatie te verdrinken door middel van wat “water boarding” genoemd wordt. Gevangenen werden soms tot zelfs 180 uur aaneen wakker gehouden.

Die wrede verhoormethodes bleken opnieuw ineffectief, zoals te lezen is in het The Senate Committee’s Report on the C.I.A.’s Use of Torture. In tegenstelling tot wat de CIA altijd heeft beweerd werden er geen aanslagen voorkomen.

Dat hadden we ruim vierhonderd jaar geleden al kunnen leren van arme mensen als Marrichgen Ariensdochter.

Uitspraak kort geding Maaike Terpstra versus Wim Dankbaar

De rechter is eruit. Het dagboek van Maaike Terpstra, moeder van de vermoorde Marianne Vaatstra, mag niet gepubliceerd worden. Mevrouw Terpstra wil dat niet en heeft met succes een beroep gedaan op haar auteursrecht en het recht dat zij heeft op eerbiediging en bescherming van haar persoonlijke levenssfeer.

Wim Dankbaar en Hans Mauritz zullen alle papieren en digitale versies van het dagboek die ze in bezit hebben in persoon aan mevrouw Vaatstra of meneer Yehudi Moszkowicz moeten overhandigen.

De rechter verbiedt hen om de inhoud van het dagboek, danwel delen daarvan, op enigerlei wijze te openbaren. Daarnaast beveelt hij hen de reeds gepubliceerde kopieën van (passages uit) het dagboek van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden. Zelfs ieder bericht waaruit een voornemen blijkt om het dagboek geheel of ten dele te publiceren moet van de site verwijderd worden.

Daarnaast moet meneer Dankbaar publiekelijk op de knietjes: binnen twee dagen na betekening van dit vonnis moet hij “bovenaan op de ‘homepage’ van de website www.rechtiskrom.wordpress.com met lettertype Times New Roman, grootte 11, althans duidelijk leesbaar, melding maken van de inhoud van dit vonnis door deze zonder opiniërend bijschrift integraal te vermelden”.

Iedere dag dat hij daarin verzaakt kost hem duizend euro, met een maximum van twee ton.

Voor de liefhebber, het vonnis in zijn geheel:

ECLI:NL:RBNHO:2013:12499        

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-12-2013
Datum publicatie
18-12-2013
Zaaknummer
C/15/208416 / KG ZA 13-576
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie
Dagboek moeder Marianne Vaatstra. Eiseres, de moeder van Marianne Vaatstra, hield tussen diens moord in mei 1999 en de arrestatie in november 2012 van Jasper S. een dagboek bij. Gedaagden hadden dat dagboek in handen gekregen en waren van plan passages daaruit op te nemen in een door hen te schrijven boek. Vordering van eiseres tot publicatie van (passages uit) haar dagboek in dat boek wordt toegewezen.
Het dagboek is een auteursrechtelijk beschermd werk. Aan eiseres, als maker van dat werk, komt het uitsluitend recht toe om het dagboek openbaar te maken en te verveelvoudigen. Eiseres heeft geen toestemming verleend voor de door gedaagden gewenste publicatie van (passages uit) het dagboek. Dat eiseres niet heeft geprotesteerd tegen eerdere openbaarmakingen daarvan op de website van gedaagde en gebruik van de inhoud in toespraken, impliceert nog geen toestemming tot publicatie in een boek. De publicatie van dat boek als zodanig is weliswaar toegestaan, maar het weergeven van (citaten uit) het dagboek van eiseres is dat niet.
Volgt toewijzing van daarop gerichte vorderingen en afwijzing van het anderszins gevorderde (straat- en contactverbod, voorschot op schadevergoeding) wegens gebrek aan deugdelijke onderbouwing.
Wetsverwijzingen
Auteurswet, geldigheid: 2013-12-17
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie

zaaknummer / rolnummer: C/15/208416 / KG ZA 13-576

Vonnis in kort geding van 18 december 2013

in de zaak van

[eiseres],
wonende te [plaats] ([plaats]), gemeente [gemeente],
eiseres,
advocaat mr. Y. Moszkowicz te Utrecht,

tegen

1 [gedaagde sub 1],

wonende te [plaats],
2. [gedaagde sub 2],
wonende te [plaats],
gedaagden,
beide verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiseres] en anderzijds respectievelijk [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], dan wel gezamenlijk [gedaagden] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • de dagvaarding
  • de mondelinge behandeling
  • de pleitnota van [eiseres]
  • de pleitnota van [gedaagden], voor zover ter zitting voorgedragen.
1.2.Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.[eiseres] is de moeder van de op 1 mei 1999 vermoorde Marianne Vaatstra.
2.2.[gedaagde sub 1] beheert de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com (hierna: de website), op welke website onder meer melding wordt gemaakt van onopgeloste misdrijven, waaronder de moord op John F. Kennedy, de Deventer moordzaak en de zaak-Vaatstra.
2.3.In de periode tussen mei 1999 en (het grootschalige DNA-onderzoek in november 2012 leidende tot) de veroordeling van de van de moord op Marianne Vaatstra verdachte Jasper S. in april 2013 heeft [eiseres] een handgeschreven dagboek bijgehouden (hierna: het dagboek).
2.4.[eiseres] heeft het dagboek op enig moment ter beschikking gesteld aan een vriendin, [naam vriendin], die (scans van) het dagboek aan [gedaagden] heeft doen toekomen.
2.5.Nadien is het dagboek op papier uitgetypt (hierna: de getypte versie), waarna de getypte versie is gedigitaliseerd door een kennis van [gedaagde sub 1], [naam kennis] (hierna: de digitale versie).
2.6.[gedaagde sub 1] heeft (passages uit) het dagboek op de website geplaatst.
2.7.In een mede door [gedaagde sub 1] en [naam kennis] geschreven kersttoespraak ten behoeve van een aantal Friese radio-omroepen heeft [eiseres] onder meer geciteerd uit het dagboek.
2.8.Op een bijeenkomst in Den Haag heeft [naam vriendin] een mede door [gedaagde sub 1] en [naam kennis] geschreven speech gehouden, waarbij zij heeft geciteerd uit het dagboek van [eiseres].
2.9.Op 22 oktober 2013 heeft [gedaagde sub 1] een artikel c.q. persbericht getiteld ‘Nieuwe rechtszaak moord [eiseres] 28 oktober 2013’ op de website gepubliceerd, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

(…)
In december verschijnt van de hand van [gedaagde sub 1] een boek met de veelzeggende titel ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’, dat schokkende, nooit gepubliceerde informatie bevat over aan de ene kant de bewuste justitiële en gerechtelijke manipulaties en aan de andere kant hoe de ware toedracht van de moord op weerzinwekkende wijze in de doofpot is beland. [eiseres] is door zowel justitie als haar eigen gezin monddood gemaakt maar heeft [gedaagde sub 1] eerder verzocht zijn bevindingen voor een groot publiek te etaleren en daar bij te putten uit haar dagboek zoals zij dat jarenlang, nota bene onder aansporing van haar ex-man […], heeft bijgehouden. De inhoud van de geschriften van [eiseres] zal veel Nederlanders de schellen van de ogen doen vallen, zo weet [gedaagde sub 1] zich verzekerd. Meerdere partijen zijn inmiddels in rep en roer om de publicatie van het onthullende verslag van [eiseres] te voorkomen.

2.10.Bij brief en gelijkluidende e-mail van 27 oktober 2013 heeft de advocaat van [eiseres] namens haar onder meer het volgende aan [gedaagde sub 1] geschreven:

(…)
Onlangs is cliënte ter oren gekomen dat u voornemens bent haar dagboek danwel delen daarvan al dan niet in boekvorm te publiceren.
(…)
Cliënte is vanzelfsprekend rechthebbende op het auteursrecht van haar dagboek zo ook op de daarmee samenhangende persoonlijkheidsrechten. Het is derhalve de discretionaire bevoegdheid van cliënte om u danwel derden, wel of geen toestemming te verlenen haar dagboek openbaar te maken en/of te verveelvoudigen. Cliënte heeft u nimmer op wat voor wijze dan ook toestemming gegeven voor het kopiëren, reproduceren, herinterpreteren of wat verveelvoudiging van haar auteursrecht dan ook, noch zal zij hiervoor nu of in de toekomst toestemming geven.

Het hier vorenstaande indachtig verbied ik u namens cliënte haar dagboek danwel delen daarvan in wat voor vorm dan ook openbaar te maken of te verveelvoudigen. Tevens sommeer ik u onverwijld het afschrift van het dagboek van cliënte, dat u kennelijk in bezit heeft, aan haar te retourneren zonder daar zelf een kopie van te bewaren.
(…
Tot slot wil ik u namens cliënte en haar familie dringend verzoeken deze zaak te laten rusten. Er ligt een inmiddels onherroepelijk vonnis gebaseerd op onomstotelijk en objectief DNA bewijs, waarbij bovendien de dader NB een volledige bekentenis heeft afgelegd. Cliënte en haar familie willen na alle jaren van onzekerheid in rust deze treurige zaak kunnen afsluiten. Zij ervaren uw bemoeienissen als uiterst ongewenst en pijnlijk en verzoeken u met klem hiermee te staken.
(…)

2.11.Bij e-mail van 28 oktober 2013 heeft [gedaagde sub 1] onder meer het volgende aan de advocaat van [eiseres] geschreven:

(…) Wij kunnen u reeds in dit stadium berichten dat wij over een onvoorwaardelijke toestemming beschikken tot publicatie – van wat u bedoelt met – het dagboek van [eiseres].

Wij delen u mede dat wij gezien de thematiek van het op handen zijnde boek überhaupt niet afhankelijk zijn van welke toestemming dan ook.
(…)

2.12.Bij e-mail van 30 oktober 2013 heeft [gedaagde sub 1] onder meer het volgende aan de advocaat van [eiseres] geschreven:

(…)
Per e-mail van eveneens afgelopen zondagavond hebben wij reeds gereageerd waarbij wij aangaven over een onvoorwaardelijke toestemming te beschikken tot publicatie van het zogenaamde dagboek van uw cliënte [eiseres]. Ook deden wij reeds kond van het feit dat de thematiek van het op handen zijnde boek ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’ überhaupt niet afhankelijk is van welke toestemming dan ook, daar wij niet hebben besloten tot een integrale weergave van het dagboek. De wijze waarop een en ander vorm zal krijgen zult u eerst dan vernemen na verschijning van de uitgave.

Met klem brengen wij u onderstaande statements onder uw aandacht.

1. In het boek ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’ beperken wij ons middels aanhaling van strofen zoals deze in het dagboek voorkomen, echter welke door Mevrouw [eiseres] in eerdere stadia aan ons ook mondeling zijn medegedeeld. In die zin: wij quoteren uw cliënt en komen per strofe tot onze analyse in samenhang met hetgeen op meer dan 500 pagina’s wordt gedebiteerd. Voor uw informatie. Het oorspronkelijke dagboek van uw cliënt telt nauwelijks 40 A4-jes.
2. Uw cliënt heeft kopieën van haar ‘dagboek’ aan minstens 20 personen verspreidt.
3. Als gevolg van het onder 2 gestelde is reeds een groot deel van het dagboek in tal van verschijningsvormen op het internet gepubliceerd, zoals onder meer op KlokkenluiderOnLine.is en Boublog.nl. Wij hebben hiermee geen bemoeienis gehad.
(…)
9. Wij delen niet uw mening dat wij de (auteurs)rechten van uw cliënte met voeten treden. Zoals ongetwijfeld ook bij u bekend kent het wetboek naast artikel 31 van de auteurswet (waarmee wij niet in overtreding zijn en niet zullen zijn) ook het citaatrecht. Voor alle citaten geldt de wettelijke eis dat men mag citeren wat in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is. Wel dient aangetoond dat aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken doel zijn gerechtvaardigd. ‘Wettelijk toegestaan doel’ is aan de orde nu het gaat om bespreking, kritiek, beoordeling en polemiek.
(…)

2.13.Per e-mail van diezelfde datum heeft [gedaagde sub 1] aan de advocaat van [eiseres] nog het volgende laten weten:

(…)
Overigens deel ik u mede dat ik het boek in co-auteurschap schrijf met [gedaagde sub 2]. Wellicht verdient het overweging om hem in te entameren procedures te betrekken.
(…)

2.14.Bij brief van 5 november 2013 heeft [gedaagde sub 2] onder meer het volgende aan de advocaat van [eiseres] geschreven:

(…)
Ondergetekende stelt met klem dat op dit moment in het geheel niet duidelijk is wie ter zake het uit te geven boek ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’ als auteur zal optreden zoals ook het co-auteurschap allerminst vaststaat. Niet bekend is of de heer [gedaagde sub 1] dan wel ondergetekende zal optreden als auteur en ook niet of er sprake zal zijn van een co-auteurschap tussen welke schrijvers dan ook.

Ter aanvulling op bovenstaande dient u er goede nota van te nemen dat er thans slechts sprake is van een werkgroep welke doende is met de oprichting van een stichting die tot doel heeft de publicatie van bovenbedoeld boek. Het stichtingsbestuur is thans nog niet samengesteld. Voor alle duidelijkheid: aan de statements van de heer [gedaagde sub 1] als gedaan op zijn website http://rechtiskrom.wordpress.com, waarnaar u verwijst in uw sommatie aan hem, kunnen geen rechten worden ontleend omdat in aanmerking bovenstaande deze door [gedaagde sub 1] gedane stelling geen basis vinden in het hierboven gestelde.
(…)

2.15.Op 6 november 2013 heeft [gedaagde sub 1] een artikel getiteld ‘Open brief aan de Vara, DWDD, Peter R. en Matthijs van Nieuwkerk’ op de website gepubliceerd, waarin onder meer het volgende is opgenomen:

(…)
Beste Vara, Matthijs van Nieuwkerk, Redactie DWDD, ik eis dat jullie mij en mijn co-auteur [gedaagde sub 2] van het uit te geven boek “Het verboden dagboek van [eiseres]” binnen een week uitnodigen voor een uitzending om een weerwoord te geven op de smadelijke verzinsels van Peter R. de Vries.
(…)

3 Het geschil

3.1.[eiseres] vordert om [gedaagden] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, na te noemen vorderingen 1 t/m 7, 9 en 10 op straffe van dwangsommen en/of met machtiging tot reële executie, als in de dagvaarding nader gespecificeerd:
1. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, het dagboek althans de documenten, waaronder maar niet uitsluitend het digitale en papieren manuscript van het ‘Verboden dagboek van [eiseres]’, welke de inhoud van het auteursrecht van eiseres bevatten, aan eiseres in persoon of diens raadsman in persoon, te overhandigen onder afgifte van een ontvangstbewijs, alsmede gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te verbieden documenten, kopieën of afdrukken bevattende het dagboek en/of de inhoud daarvan te behouden,
2. Gedaagden althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis schriftelijk bij aangetekende post aan eiseres of diens raadsman de namen en adressen te onthullen van de personen aan wie gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of 2, een afschrift van de inhoud van het dagboek van eiseres heeft doen toekomen, alsmede gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 te bevelen schriftelijk bij aangetekende post te doen toekomen aan eiseres of haar raadsman de namen en adressen van de personen waarvan het gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 bekend is, dat deze ook over een exemplaar van het litigieuze werk van eiseres beschikken,
3. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te verbieden om de inhoud van het dagboek van eiseres, danwel delen daarvan, op enigerlei wijze te openbaren, alsmede de reeds gepubliceerde kopieën van het werk van [eiseres] van zijn website http://www.rechtiskrom.wordpress.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden, althans de publicatie ongedaan te maken,
4. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, ieder artikel, bericht of melding waaruit het voornemen blijkt om de inhoud van het dagboek, dan wel delen daarvan, te openbaren van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden,
5. Gedaagde sub 1 te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, de facebook pagina ‘The murder of Marianne Vaatstra’ te (doen) verwijderen en verwijderd te houden,
6. Gedaagden althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te bevelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis, bovenaan op de ‘homepage’ van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com, met lettertype New Times Roman, grootte 12 althans duidelijk leesbaar, melding te maken van de inhoud van het te wijzen vonnis,
7. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 te verbieden om zich op een afstand van minder dan 100 meter van eiseres te bevinden,
8. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of sub 2, hoofdelijk des dat de een betalend de ander zal zijn bevrijd, te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van het te dezen te wijzen vonnis aan eiseres betalen een voorschot groot € 50.000,– wegens de door eiseres reeds geleden en nog te lijden schade verschuldigd op de gronden in de dagvaarding uiteengezet, waaronder maar niet uitsluitend, immateriële schade en schade op grond van schending van auteursrecht en inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, althans een zodanig bedrag als U E.A. Heer/Vrouwe Voorzieningenrechter in goede justitie zal bepalen,
9. Gedaagden althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2 zal veroordelen zich te onthouden van het (doen) benaderen van eisers en haar familie- en gezinsleden waaronder maar niet uitsluitend haar kinderen en hun echtgenoten danwel levenspartners zo ook de ex-man van eiseres, […], waar en op welke wijze dan ook (thuis, op het werk, in persoon, per e-mail, per telefoon of elders of anderszins), en om zich ervan te onthouden (in persoon, via internet of op welke manier dan ook) anderen tot een dergelijke benadering aan te sporen,
10. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te verbieden ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’, althans het boek danwel manuscript waarin het litigieuze werk van eiseres geheel of gedeeltelijk is verwerkt, te publiceren, alsmede gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of sub 2, te veroordelen alle eventueel reeds gedrukte exemplaren van het litigieuze inbreukmakende ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’, althans het boek danwel manuscript waarin het litigieuze werk van eiseres geheel of gedeeltelijk is verwerkt, te (doen) vernietigen onder afgifte van een schriftelijke verklaring van de uitvoerende instantie dat tot volledige vernietiging is overgegaan, alsmede gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of sub 2, te veroordelen tot betaling van de kosten van deze vernietiging,
11. Gedaagden, althans gedaagde sub 1 en/of gedaagde sub 2, te veroordelen in de kosten van dit geding ex art. 1019h Rv, te vermeerderen met de nakosten ten belope van €250,- ex BTW althans een zodanig bedrag als U E.A. Heer/Vrouwe Voorzieningsrechter uit goede justitie mag vermenen te behoren, te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.Aan haar vorderingen legt [eiseres] – kort gezegd – ten grondslag dat [gedaagden] inbreuk maken op het auteursrecht van [eiseres] op het dagboek omdat zij hen geen toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking of verveelvoudiging daarvan ten behoeve van publicatie in het uit te geven boek van [gedaagden] Die handelingen kunnen ook niet door een beroep op het citaatrecht worden gelegitimeerd, omdat het dagboek nimmer rechtmatig openbaar is gemaakt. Los daarvan worden de grenzen van het citaatrecht door de wijze van gebruik die [gedaagden] voor ogen staat overschreden. Daarnaast maken [gedaagden] met publicatie van (passages uit) het dagboek inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres], terwijl zij op grond van artikel 8 EVRM recht heeft op eerbiediging en bescherming daarvan. Door de voorgenomen publicatie leidt [eiseres] bovendien (immateriële) schade, welke door [gedaagden] vergoed dient te worden, aldus nog steeds [eiseres].
3.3.[gedaagden] voeren verweer.
3.4.Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1.[gedaagden] hebben betwist dat [eiseres] een spoedeisend belang bij haar vorderingen heeft. De voorzieningenrechter overweegt daarover als volgt. Uit het persbericht van 22 oktober 2013 van [gedaagden] volgt dat in ieder geval tot voor kort het voornemen bestond om het boek ‘Het verboden dagboek van [eiseres]’ in december van dit jaar uit te doen geven. [gedaagden] hebben ter zitting laten weten dat de uitgifte van het boek – mede naar aanleiding van het onderhavige kort geding – is verschoven naar januari 2014. Die mededeling illustreert dat de dreiging van inbreuk op de auteursrechten van [eiseres] niet is weggenomen. Uit de artikelen die [gedaagde sub 1] op zijn website heeft geplaatst valt daarnaast op te maken dat de (vermoedelijke) auteurs van voornoemd boek [gedaagde sub 1] en/of [gedaagde sub 2] zullen zijn. De hiervoor sub 2.14 vermelde uitlatingen van [gedaagde sub 2] zijn onvoldoende reden om daarvan niet langer uit te gaan. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] dan ook voldoende spoedeisend belang bij haar vorderingen jegens [gedaagden]
4.2.[eiseres] heeft haar vorderingen gegrond op (een inbreuk door [gedaagden] op) enerzijds haar auteursrecht op het dagboek en anderzijds eerbiediging en bescherming van haar persoonlijke levenssfeer.

De auteursrechtelijke vorderingen

4.3.Artikel 1 van de Auteurswet (Aw) omschrijft het auteursrecht als het uitsluitend recht van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld. Eén van die beperkingen is ‘het citeren uit een werk in een aankondiging, beoordeling, polemiek of wetenschappelijke verhandeling of voor een uiting met een vergelijkbaar doel’ als bedoeld in artikel 15a Aw, maar daarbij wordt (onder meer) de aanvullende eis gesteld dat het werk waaruit geciteerd wordt rechtmatig openbaar is gemaakt. Achtereenvolgens komt hierna aan de orde dat:

  • sprake is van een voor auteursrecht vatbaar werk;
  • [eiseres] daarvan de maker is en (dus) auteursrechthebbende is;
  • [eiseres] aan [gedaagden] geen toestemming heeft verleend om het werk openbaar te maken of te verveelvoudigen, en:
  • ook het citaatrecht daarvoor niet kan worden ingeroepen.
een voor auteursrecht vatbaar werk

4.4.Onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad inzake de ‘Endstra-tapes’ (Hoge Raad 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2153) heeft [gedaagden] betoogd dat [eiseres] geen auteursrecht toekomt op het dagboek. Dat verweer wordt verworpen. Naar inmiddels vaste rechtspraak – waaronder voornoemd arrest van de Hoge Raad – geldt dat, wil een voortbrengsel kunnen worden beschouwd als een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als bedoeld in artikel 1 jo. artikel 10 Aw, vereist is dat het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. Een werk met een groter persoonlijk stempel van de maker dan een dagboek is nauwelijks denkbaar. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het dagboek van [eiseres] dan ook zonder meer een werk in de zin van artikel 10 lid 1 sub 1° Aw, en als zodanig auteursrechtelijk beschermd. De zaak-Endstra heeft betrekking op transcripten van achterbankgesprekken met politieambtenaren, een volstrekt andersoortig werk. De omstandigheid dat het Hof Den Haag na verwijzing oordeelde dat die transcripten geen persoonlijk stempel van de maker dragen, heeft voor de beoordeling van de onderhavige zaak dan ook geen betekenis.
4.5.Dat het dagboek van [eiseres] “op geen enkele wijze van auteursrechtelijke copy-right gegevens is voorzien”, zoals [gedaagden] hebben gesteld, doet aan het voorgaande niet af, omdat dat in het in Nederland geldende wettelijke systeem geen constitutief vereiste is voor het ontstaan van auteursrecht.

[eiseres] is maker

4.6.Dat [eiseres] de auteur van het dagboek is, staat buiten kijf. Tegenover betwisting hebben [gedaagden] niet aannemelijk gemaakt dat de latere, getypte en digitale, versies in zodanige mate van de handgeschreven versie verschillen dat ze (niet als ongeautoriseerde verveelvoudigingen maar) als zelfstandige werken moeten worden beschouwd, zodat [eiseres] voorshands als de maker van alles versies moet worden beschouwd. Het is dan ook [eiseres] die het auteursrecht op deze versies heeft.

Geen toestemming

4.7.

Zakelijk samengevat hebben [gedaagden] erop gewezen dat er in enig stadium vóór het grootschalige DNA-onderzoek dat heeft geleid tot de arrestatie en veroordeling van Jasper S. als dader van de moord op [eiseres] contact is geweest tussen [eiseres] en [gedaagden], al dan niet door tussenkomst van [naam vriendin], en dat [eiseres] op de hoogte was van het gebruik door [gedaagden] en anderen van (passages uit) het dagboek op de website en ten behoeve van een kersttoespraak en een speech in Den Haag, dat zij het ontstaan van die kersttoespraak en die speech heeft bevorderd en ondersteund en dat [eiseres] meer dan eens heeft uitgeroepen dat al haar schrijfsels in een boek zouden moeten worden vervat.
[gedaagden] hebben op grond van een en ander betoogd dat [eiseres] toestemming heeft verleend voor het gebruik van (de betrokken passages uit) haar dagboek door [gedaagden], zodat het [gedaagden] vrij staat om naar eigen inzicht te putten uit (die passages uit) het dagboek ten behoeve van het door hen uit te geven boek.

4.8.[eiseres] heeft dit bestreden. Volgens haar impliceert het feit dat zij uit het dagboek heeft geciteerd of doen citeren in enkele toespraken en dat zij op de hoogte was van het gebruik van passages daaruit op de website van [gedaagde sub 1] nog niet dat zij toestemming heeft gegeven voor publicatie van het dagboek, of van passages daaruit, in een door [gedaagden] uit te geven boek. Van een ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toestemming voor gebruik van (passages uit) haar dagboek als voorgenomen, in een uit te geven boek, is geen sprake geweest. Integendeel: [gedaagde sub 1] heeft in de uitzending van het radio-programma ‘Talk to Myra’ zelf laten weten dat [eiseres] hem telefonisch gezegd heeft “Doe alsjeblieft niets met mijn dagboek want dat zou mijn doodsteek zijn”.
4.9.Voor de beoordeling van de reikwijdte van een eventuele toestemming van [eiseres] om (passages uit) het dagboek te gebruiken, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter mede van belang de context waarbinnen die toestemming dan zou zijn verleend. Daarbij speelt een belangrijke rol dat – tot het grootschalige DNA-onderzoek van november 2012 – niets bekend was omtrent de dader van de moord op [eiseres], noch omtrent diens motieven. De gestelde medewerking van [eiseres] aan openbaarmaking van passages uit het dagboek, dient dan ook mede te worden bezien vanuit die onzekere situatie. Ter zitting heeft de advocaat van [eiseres] gesteld dat een eventueel door [eiseres] gegeven medewerking aan openbaarmaking van het dagboek door middel van het (laten) citeren daaruit in de beide toespraken slechts was ingegeven door de wens om zoveel mogelijk aandacht te vragen voor de moordzaak, zolang nog geen helderheid bestond over de dader. Met de arrestatie van Jasper S. is dat doel bereikt.
4.10.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiseres] geen toestemming verleend voor de door [gedaagden] gewenste publicatie van (passages uit) het dagboek. Indien en voor zover in de terbeschikkingstelling van het dagboek door [eiseres] aan [naam vriendin] al een toestemming tot openbaarmaking daarvan zou liggen besloten, omvat die niet ook de toestemming tot publicatie daarvan in een boek. Daar komt bij dat [gedaagde sub 1] niet heeft bestreden dat hij in de uitzending van het radio-programma ‘Talk to Myra’ heeft laten weten dat [eiseres] hem telefonisch gezegd heeft “Doe alsjeblieft niets met mijn dagboek want dat zou mijn doodsteek zijn”. Ter zitting hebben partijen getwist over de beweegreden van [eiseres] voor die uitlating, maar die reden is voor de onderhavige beoordeling niet relevant. [eiseres] heeft zoals gezegd immers het auteursrecht op het dagboek, op grond waarvan zij het uitsluitend recht heeft om te bepalen of zij – om welke reden dan ook – het dagboek al dan niet openbaar wil maken of wil verveelvoudigen. De door [gedaagde sub 1] aangehaalde uitlating van [eiseres] kan moeilijk anders begrepen worden dan als een onthouding van die toestemming. De omstandigheid dat [eiseres] daarmee meer gevolg geeft aan een wens van haar familie dan aan haar eigen wens, zoals [gedaagden] bij herhaling en met nadruk hebben betoogd, brengt niet mee dat de onthouding van toestemming die in de hiervoor weergegeven uitlating ligt besloten, niet of minder serieus zou moeten worden genomen.
Dat [eiseres] niet zou hebben geprotesteerd tegen publicatie door [gedaagde sub 1] van (passages uit) het dagboek op de website kan onder de geschetste omstandigheden voor [gedaagden] evenmin (althans niet langer) grond vormen voor de aanname dat [eiseres] (impliciet) toestemming heeft gegeven tot publicatie van (passages uit) het dagboek voor een geheel ander doel, te weten publicatie daarvan in een boek.

4.11.

Voor zover in het betoog van [gedaagden] besloten ligt dat zij de in het boek op te nemen passages niet ontlenen aan het dagboek, maar aan andere werken, te weten de door [eiseres] zelf gehouden kersttoespraak én de namens haar door [naam vriendin] uitgesproken speech in Den Haag, faalt dat betoog eveneens. [gedaagden] hebben ter zitting aangegeven dat de toespraken in opdracht en met medewerking van [eiseres] en onder gebruikmaking van (passages uit) haar dagboek zijn vervaardigd. Naar uit de toelichting van [gedaagden] ter zitting volgt, waren die toespraken bedoeld om de gedachten van [eiseres] te verwoorden.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter rust het auteursrecht op beide toespraken onder die omstandigheden bij [eiseres]. Dat de toespra(a)k(en) zijn geschreven c.q. geredigeerd door [gedaagde sub 1] en/of [naam kennis] doet daaraan niet af. Op grond van artikel 6 Aw wordt degene naar wiens ontwerp en onder wiens leiding en toezicht een werk tot stand is gebracht als de maker van dat werk aangemerkt.

Geen citaatrecht

Voor zover het beroep op het citaatrecht ziet op ontlening van citaten aan het dagboek zelf, veronderstelt het ingevolge artikel 15a lid , aanhef en sub 1 Aw een voorafgaande rechtmatige openbaarmaking. Daarvan is hier hooguit sprake voor zover het de twee toespraken betreft. Gegeven de aard van die openbaarmaking – een toespraak, niet een gedrukte publicatie – en het tijdstip daarvan – toen een dader van de moord nog niet was gevonden – kan het publiceren van (naar aan te nemen valt) aanzienlijke delen van deze toespraken in de context van een boek, dat blijkens de titel gewijd is aan het dagboek van [eiseres], zonder daartoe verkregen toestemming niet met een beroep op het citaatrecht worden gerechtvaardigd.

4.12.Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat [gedaagden] geen toestemming heeft voor openbaarmaking van (passages uit) het dagboek ten behoeve van publicatie daarvan in het uit te geven boek van [gedaagden], zodat de vorderingen – voor zover die gericht zijn op een verbod daarvan – als volgt toewijsbaar zijn.
4.13.Hetgeen partijen overigens hebben aangevoerd of ten grondslag hebben gelegd aan hun vorderingen c.q. verweer kan het voorgaande niet anders maken, zodat dat geen inhoudelijke bespreking behoeft. Omwille van de leesbaarheid zal de voorzieningenrechter de volgorde van de vorderingen zoals hierboven in weergegeven in 3.1 zo veel mogelijk aanhouden.

Consequenties voor de auteursrechtelijke vorderingen

4.14.Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, is aan een mogelijk rechtmatig bezit van (versies of exemplaren van) het dagboek door de opvordering daarvan door [eiseres] een einde gekomen. De vordering als bedoeld in 3.1 onder 1 zal dan ook worden toegewezen voor zover die betrekking heeft op (de bij [gedaagden] in bezit zijnde versie(s) van) het dagboek.
4.15.De vordering als bedoeld in 3.1 onder 2 is niet toewijsbaar. Niet voldoende aannemelijk is geworden dat [gedaagden] het dagboek aan meer of andere personen ter beschikking heeft gesteld dan de ter zitting bedoelde journalist van het Haarlems Dagblad, die zijn exemplaar naar eigen zeggen inmiddels heeft vernietigd. Voor zover personen in de kring van [gedaagden] over kopieën van het dagboek mochten beschikken, is onvoldoende aannemelijk geworden dat deze niet door [eiseres] zelf en/of [naam vriendin] aan hen ter beschikking zijn gesteld.
4.16.De vorderingen als bedoeld in 3.1 onder 3 en 4 zijn toewijsbaar, zowel ten aanzien van het dagboek als met betrekking tot de website. Wat dit laatste betreft: aan het mogelijk gedogen van de inhoud van de website door [eiseres] kan [gedaagde sub 1], gegeven de huidige stellingname van [eiseres], niet langer rechten ontlenen.
4.17.De vordering als bedoeld in 3.1 onder 5 is op auteursrechtelijke gronden niet toewijsbaar, omdat onvoldoende is toegelicht wat er op de facebook-pagina ‘The Murder of Marianne Vaatstra’ staat.
4.18.De vordering als bedoeld in 3.1 onder 6 zal worden toegewezen. Daarbij zal overeenkomstig de kennelijke bedoeling van [eiseres] worden verduidelijkt wat [gedaagden] te doen staat.
4.19.

De vordering als bedoeld in 3.1 onder 10 zal worden afgewezen. Het primair gevorderde verbod tot publicatie van het door [gedaagden] uit te geven boek gaat aanzienlijk verder dan slechts de desbetreffende passages van het dagboek van [eiseres] en komt in feite neer op censuur, hetgeen in strijd met de Grondwet zou zijn.
Wat betreft de subsidiaire variant wordt overwogen dat het auteursrechtelijk belang van [eiseres] al voldoende wordt beschermd door toewijzing van het verbod tot publicatie van het dagboek of passages daaruit, zodat onvoldoende belang bestaat bij een tegen het boek gerichte voorziening.

4.20.De gevorderde dwangsommen zullen worden beperkt als volgt.

De overige vorderingen

4.21.De vorderingen als bedoeld in 3.1 onder 7 en 9 komen neer op een straat- en contactverbod. Dergelijke verboden vormen een inbreuk op het aan een ieder toekomend recht om zich vrijelijk te verplaatsen en vrijelijk contact te leggen met de buitenwereld. Voor het toewijzen van dusdanig ingrijpende maatregelen moet sprake zijn van in hoge mate aannemelijke feiten en omstandigheden die zo’n inbreuk kunnen rechtvaardigen.
4.22.[eiseres] heeft ter zake aangevoerd dat door de media gedurende meer dan een decennium intensief aandacht is besteed aan de zaak-Vaatstra, hetgeen van grote invloed is geweest op het privéleven van [eiseres]. Aan deze langslepende kwestie is op 19 april 2013 een einde gekomen met de veroordeling van Jasper S. Na de uitspraak is het de vurige wens van [eiseres] geweest deze lange en uitputtende periode eindelijk af te sluiten. [eiseres] heeft jaren in onzekerheid geleefd, waarbij de media haar geen dag met rust hebben gelaten. Door alle commotie rond de publicatie van het boek stond zij ineens weer in het middelpunt van de landelijke belangstelling. Ze stond zelfs levensgroot op de voorpagina van het AD toen het nieuws naar buiten kwam.
4.23.De website van [gedaagde sub 1] kenmerkt zich volgens [eiseres] door het geven van, eufemistisch gezegd, een ‘alternatieve’ lezing van maatschappelijke gebeurtenissen. Deze ‘alternatieve’ lezingen dienen als complottheorieën te worden bestempeld. In deze complottheorieën is [gedaagde sub 1] zeer hardnekkig. Hij heeft reeds een geschiedenis van privacy-inbreuken en daarmee samenhangende strafrechtelijke vervolging. Hij heeft zich eerder op laakbare wijze bemoeid met een moordzaak. Ook bij de Deventer moordzaak had [gedaagde sub 1] de hardnekkige overtuiging dat sprake was van een complot. Om zijn stellingen te onderbouwen heeft hij een aantal betrokken recherchebeambten veelvuldig lastig gevallen en zelfs op hun thuisadres bezocht. Voornoemde personen hebben [gedaagde sub 1] eveneens in kort geding betrokken. De voorzieningenrechter heeft [gedaagde sub 1] veroordeeld tot een contact- en publicatieverbod.
4.24.[eiseres] stelt tegen deze achtergrond dat [gedaagde sub 1] ook haar telefonisch lastig valt met allerhande theorieën en vragen. [gedaagde sub 1] heeft in de uitzending van ‘Talk to Myra’ d.d. 12 november jl. ook erkend dat [eiseres] die dag nog telefonisch door hem is benaderd. Daarnaast verklaart [gedaagde sub 1] in dit gesprek dat hij in de laatste twee maanden vijf keer in [plaats] is geweest. Ook de dochter van [eiseres], Wilma, wordt nog regelmatig lastig gevallen. Zij is bijvoorbeeld op 9 november nog door [gedaagde sub 1] gebeld. [eiseres] en haar familie worden aldus door [gedaagde sub 1] gedwongen om keer op keer zijn theorieën aan te horen. Verder blijft [gedaagde sub 1] als beheerder van de Facebook pagina ‘The murder of [eiseres]’ zijn complotideeën ten toon spreiden. [eiseres] stelt dat zij lijdt onder deze handelwijze en acht dit handelen onrechtmatig.
4.25.Door de voorgenomen publicatie en de mededelingen hieromtrent die door [gedaagden] zijn gedaan, is er in de media veel aandacht aan deze mogelijke publicatie besteed. Verschillende media hebben hierdoor opnieuw veel interesse getoond voor [eiseres] waardoor zij, geheel tegen haar wil en wens, opnieuw is geconfronteerd met het misdrijf dat tegen haar dochter is gepleegd. Ook is zij hierdoor aangetast in haar persoonlijke levenssfeer. Hierdoor is bij [eiseres] schade ontstaan. [eiseres] vordert een voorschot.
4.26.[gedaagde sub 1] heeft een en ander weersproken. Hij heeft met name betwist dat hij [eiseres] nog regelmatig benadert. Van lastig vallen is al helemaal geen sprake. Buiten het in de uitzending genoemde telefoontje heeft hij geen contact met [eiseres] gehad. De bezoeken aan [plaats] zijn ondernomen om onderzoek te doen. Bij die bezoeken is [eiseres] niet bezocht of benaderd. De facebook-pagina ziet op de moordzaak als zodanig. [gedaagde sub 1] meent tenslotte dat de vordering tot schadevergoeding onvoldoende is onderbouwd.
4.27.De voorzieningenrechter is van oordeel dat [eiseres] tegenover betwisting door [gedaagde sub 1] onvoldoende heeft aangevoerd om op dit moment een straat- en contactverbod te rechtvaardigen. In het bijzonder is tegenover die betwisting niet aannemelijk geworden dat [gedaagde sub 1] [eiseres] de afgelopen maanden buiten het ene telefoongesprek heeft lastig gevallen. Verder is niet duidelijk wat er op de facebook-pagina ‘The Murder of Marianne Vaatstra’ staat, en waarom dat onrechtmatig jegens [eiseres] zou zijn.
4.28.De mogelijk van weinig respect voor privacy getuigende wijze waarop [gedaagde sub 1] in het algemeen opereert om zijn denkbeelden wortel in de werkelijkheid te doen schieten is, mede gelet op het effect dat van de reeds besproken toewijzingen zal uitgaan, onvoldoende om nu een straat- en contactverbod op te leggen. Die vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.
4.29.[gedaagde sub 1] dient er bij het uitzetten van zijn verdere koers in de zaak-Vaatstra overigens wel rekening mee te houden dat het belang dat [eiseres] (en de rest van de familie) erbij heeft dat de familie rust krijgt doordat ook de buitenwereld die zaak met de veroordeling van Jasper S. als afgedaan beschouwt, door een in de toekomst mogelijk tot oordeel geroepen rechter zwaar zal worden gewogen.
4.30.De vordering als bedoeld in 3.1 onder 8 strekt tot verkrijging van een (voorschot op) schadevergoeding. Met betrekking tot een voorziening in kort geding, bestaande in veroordeling tot betaling van een geldsom, is terughoudendheid op zijn plaats. De rechter zal daarbij niet alleen hebben te onderzoeken of het bestaan van een vordering van de eiser op de gedaagde voldoende aannemelijk is, maar ook of daarnaast sprake is van feiten en omstandigheden die meebrengen dat uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening is vereist, terwijl de rechter in de afweging van de belangen van partijen mede zal hebben te betrekken de vraag naar – kort gezegd – het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, welk risico kan bijdragen tot weigering van de voorziening. Deze vordering zal worden afgewezen.
4.31.De voorzieningenrechter is van oordeel dat het bestaan van een dergelijke vordering van [eiseres] op [gedaagden], laat staan de hoogte daarvan, niet voldoende aannemelijk is geworden. Ook heeft [eiseres] geen (spoedeisend) belang gesteld op grond waarvan een eventueel oordeel van de bodemrechter daaromtrent niet zou kunnen worden afgewacht. Daarbij is mede redengevend dat de hierna sub 5.5 te geven veroordeling een zeker van herstel van schade plaatsvindt.

Kosten

4.32.[gedaagden] zullen als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. [eiseres] heeft op grond van artikel 1019h Rv vergoeding van de volledige proceskosten ex artikel 1019h Rv gevorderd. [gedaagden] heeft die vordering als zodanig niet betwist, zodat deze toewijsbaar is. Aangezien de advocaat van [eiseres] heeft verzuimd een deugdelijke specificatie van zijn kosten over te leggen, zullen de kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot conform de IE-indicatietarieven voor een eenvoudige zaak in kort geding ad € 6.000,–. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden dienovereenkomstig begroot op:
– dagvaarding €  185,64 (2x € 92,84)
– griffierecht 75,00
– salaris advocaat 6.000,00
Totaal €  6.260,64.
4.33.De gevorderde veroordeling in de nakosten is in het kader van deze procedure slechts toewijsbaar voor zover deze kosten op dit moment reeds kunnen worden begroot. De nakosten zullen dan ook worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.beveelt [gedaagden] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis alle bij [gedaagden] in bezit zijnde (papieren en digitale versies van) het dagboek aan (de raadsman van) [eiseres] in persoon te overhandigen onder afgifte van een ontvangstbewijs,
5.2.verbiedt [gedaagden] om de inhoud van het dagboek, danwel delen daarvan, op enigerlei wijze te openbaren, en beveelt om de reeds gepubliceerde kopieën van (passages uit) het dagboek van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden,
5.3.beveelt [gedaagden] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis ieder artikel, bericht of melding waaruit het voornemen blijkt om de inhoud van het dagboek, danwel delen daarvan, te openbaren van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com te (doen) verwijderen en verwijderd te houden,
5.4.beveelt [gedaagden] om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, bovenaan op de ‘homepage’ van de website http://www.rechtiskrom.wordpress.com, met lettertype Times New Roman, grootte 11, althans duidelijk leesbaar, melding te maken van de inhoud van dit vonnis door deze zonder opiniërend bijschrift integraal te vermelden,
5.5.veroordeelt [gedaagden] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,– (zegge: éénduizend euro) voor iedere dag dat zij niet aan (één van) de in 5.1 tot en met 5.4 uitgesproken hoofdveroordelingen voldoen, tot een maximum van € 200.000,– (zegge: tweehonderdduizend euro) is bereikt,
5.6.veroordeelt [gedaagden] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 6.260,64,
5.7.veroordeelt [gedaagden] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,
5.8.verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. S.M.P. Langeveld op 18 december 2013.1