Lief Nederland

Tijdens een zakenlunch vleide ik me naast een vrouwelijke collega neer, met wie ik na de lunch een presentatie aan de rest van het gezelschap zou geven. Nadat iedereen zich had geïnstalleerd en elkaar ‘eet smakelijk’ gewenst had bogen we ons nog even over die presentatie. Tikkeltje onzeker, want we maakten deel uit van een relatief nieuw team mensen. We waren de eerste fase van elkaar aftasten nog niet voorbij.

We werden direct onderbroken. Door de relatief nieuwe ‘tiemlieder’, zoals hij zich graag voorstelde. Beetje bazig type maar dan zonder het talent van het natuurlijk overwicht, stropdasje, lunchdoosje met bammetjes van thuis die hij normaliter samen met het hoger echelon placht te nuttigen. Ik had hem graag sympathiek willen vinden, maar dat lukte me maar niet. Enfin, hij wilde graag bidden voor het eten. “O, sorry” zei ik en waarom ik dat zei weet ik nog altijd niet. Mijn collega en ik overlegden voort – op gedempte toon. 
We werden weer onderbroken. Of we maar even stil wilden zijn en mee wilden doen, mopperde onze tiemlieder. Tot zijn verbazing sloeg ik zijn aanbod af, ik heb persoonlijk niet de behoefte te bidden voor het eten. Ik probeerde ontwapenend te glimlachen, “maar ga jij vooral je gang hoor, daar heb je ons toch niet bij nodig?”  Kennelijk wel. Hij beriep zich op zijn geloof en zijn autoriteit en betichtte me van een gebrek aan respect. Ik schoot hartelijk in de lach.
Ik ben daar namelijk helemaal niet in geïnteresseerd. Het kan me gewoon niet schelen wat u gelooft (nou ja, zo lang u anderen daarbij maar met rust laat natuurlijk), of u een mannetjes- of een vrouwtjesmens bent, welk kleurtje uw snoet heeft, hoe belangrijk u vindt dat u bent, welk pak u draagt en wat het u gekost heeft. Dat wil zeker niet zeggen dat ik u niet respecteer, overigens, en het is zeker niet dat mensen me in beginsel al niet boeien. U krijgt bij mij van meet af aan zelfs respect cadeau, dat kunt u kwijtspelen en u kunt er respect bij verdienen. 
Geen mens is meer dan een ander en dat is dat. 
Juist waar we dat uit het oog verliezen gebeuren de vreselijkste dingen. Waar mensen, individueel of groepsgewijs, als ongelijk gezien worden. Van huiselijk geweld, geweld op straat, discriminatie tot slavernij en genociden. 
Soms zie ik het zelfs voor ons en ons kleine kikkerlandje somber in. Wanneer meneer Wilders weer eens uit de bocht vliegt, bijvoorbeeld. Of wanneer blijkt dat we het voor wat Mensenrechten betreft eigenlijk zo goed helemaal niet doen. Dat ook in een uitermate welvarend land als het onze er nog mensen in armoede leven en een derde van alle armen kinderen en jongeren onder de achttien jaar zijn. Wanneer kinderen slachtoffer worden, niet zelden zelfs van hun eigen ouders. Om maar even een paar zijstraten te noemen. 
Maar dan bent u er ook om me tijdens mijn somberste momenten weer op te monteren. 
Foto: Ton Versteeg
U heeft de me laatste dagen massaal ontroerd. Hoe u omgaat met de tragedie van vlucht MH17, hoe de gerepatrieerde slachtoffers ontvangen worden. De erehaag van hele mensenmenigten langs de snelwegen en op viaducten voor de schier oneindige stoet lijkwagens. Het hele land rouwt en het maakt niet uit wie er in die passerende houten kist ligt. Of dat nu iemand van het Vietnamese gezin uit Delft is of een van de Chinese restauranthouders uit Rotterdam of een oer-Hollandse vakantieganger.  
U bent het Nederland dat ik zo liefheb. 
*kus*

MH17 en het Groot Eigen Gewin

Vanaf het eerste moment dat ik hoorde van de Boeing 777 van Malaysia Airlines, die boven Oekraïne werd neergehaald, ben ik met stomheid geslagen geweest. Pro-Russische separatisten zouden het vliegtuig neergeschoten hebben met een BUK luchtdoel-raketsysteem van Russische makelij.

Er waren 298 zielen aan boord en niemand overleefde de ramp. Mannen, vrouwen, kinderen. Hele gezinnen.

Ik was er stil van.

Niemand is de situatie in Oost-Oekraïne ontgaan. Er waren al Oekraïense militaire vliegtuigen neergeschoten door pro-Russische separatisten en een deel van het luchtruim boven dat gebied was sinds 1 juli al gesloten. Geen enkel passagiersvliegtuig kan hoog genoeg vliegen om buiten het bereik van radargeleide luchtdoelraketten te vliegen. Ik vind het onbegrijpelijk, maar tientallen luchtvaartmaatschappijen lieten desondanks hun vliegtuigen kennelijk gewoon over Oost-Oekraïne vliegen. Dat is korter en dus goedkoper.

Ik was er stil van.

Op de plek des onheils gebeuren de vreselijkste dingen. Er wordt met lichamen gesleept. Lichamen verdwijnen met onbekende bestemming. Er werd geplunderd en er zouden creditcards van de omgekomenen zijn gestolen. Binnen no time wemelt het op het Internet van de meest schokkende foto’s. Van lichamen, brokstukken, paspoorten. Ze vinden gretig aftrek.

Ik was er stil van.

De strijdende partijen wijzen naar elkaar. Rusland wijst naar Kiev en Kiev wijst naar Rusland. Een staakt-het-vuren om de doden netjes te laten bergen is geen vanzelfsprekendheid, daar moet over onderhandeld worden. Het tegendeel gebeurt, hulpverleners, onderzoekers en journalisten worden gehinderd en in de omgeving gaan de gevechten door. Rebellenleider Igor Girkin laat bij monde van zijn assistent weten dat hij nog twijfelt of hij internationale onderzoekers überhaupt wel toegang geven wil tot de rampplek.

Ik was er stil van.

De ramp wordt al te snel ook misbruikt in geopolitieke steekspelen. De NOS citeerde president Poetin: “Dit zou niet zijn gebeurd als Kiev niet zou zijn doorgegaan met de vijandigheden in Oost-Oekraïne”. Een dag later belt meneer Poetin met onze minister-president om deze te laten weten dat hij een “onpartijdig onderzoek” wil. Alle wereldleiders vinden er wat van en ze bellen heel wat met elkaar af. Daar blijft het uiteraard wel bij, tegen de Russische Beer kun je het best niet al te hard keffen.

Ik was er stil van.

Onze minister-president Rutte laat weten tot op het bot gemotiveerd te zijn om ervoor te zorgen dat de bovenste steen komt en de daders worden berecht. “Eerder zullen wij niet rusten.” Onhandig genoeg laat hij zich daags daarna op het terras van een cafeetje fotograferen. Onderuitgezakt, in een t-shirtje en met een mobiele telefoon aan zijn oor.

Ik was er stil van.

Ook de kleine geesten van mindere importantie zetten de ramp op hun eigen benepen agendaatjes. Quinsy Gario jammerde, naar aanleiding van een persconferentie van de minister-president op Twitter: “White lives matter more than brown ones”.

Ik was er stil van.

Verschillende complottertjes gingen ook los en dat verbaasde me niets. De lucht van ontbindende lijken doet hen over het algemeen watertanden. Opeens zijn ze allemaal weer expert en weten als geen ander hoe een uit de lucht geschoten passagiersvliegtuig erbij hoort te liggen. Om over de doden nog maar niet te spreken. Alleen het gegeven dat MH17 vanaf Schiphol vertrok is volgens sommigen genoeg om tot de lumineuze conclusie te komen dat het vliegtuig in zijn geheel een biologisch wapen was, bedoeld om de wereldbevolking uit te roeien.

Ik was er stil van.

Vandaag wil ik er toch maar even wat over zeggen: Er zijn niet genoeg gestichten op deez’ aardkloot.

Schofterig journaille

Vanochtend, tijdens mijn dagelijkse rondje headlines, viel mijn oog op de kop “Telegraaf belt 9-jarige overlevende vliegramp“. Ik was er even stil van. Gaandeweg het artikel stegen mijn verbazing en ontzetting, op de voet gevolgd door mijn bloeddruk.

Ruben, de negenjarige jongen om wie het gaat, overleefde als enige een vliegramp. Op 12 mei jongstleden zou hij samen met zijn ouders en broertje van Johannesburg naar Londen vliegen, met een geplande tussenstop in het Libische Tripoli. Een kleine kilometer voor de landingsbaan van Tripoli International ging het mis. Het vliegtuig, met meer dan honderd zielen aan boord, verongelukte. Rubens ouders en broertje kwamen om.

Nu ligt de jonge Ruben in het verre Libië gewond in een ziekenhuis, een sole survivor. Een oom en tante vlogen over om hem bij te staan.

De NOS eigende zich de vliegramp toe en twittert al dagen over de “nosvliegramp”. Verslaggevers mogen kennelijk tussen de brokstukken door struinen en een van hen vindt een dagboek. Zonder enige schroom of schaamte citeert verslaggever Menno Reemeijer uit dat dagboek, onderwijl artikel 21 van de Code voor de Journalistiek negerend. De doden behoeven duidelijk geen privacy.

De levenden overigens ook niet. Ook al is dat er maar één en is hij nog maar een weerloos kind. Ruben bleek van meet af aan publiek bezit. Beelden van een negenjarig jongetje, een verband om zijn hoofd en een zuurstofmasker op zijn snoet, werden breed uitgemeten in het nieuws. Al gauw werd schaamteloos gespeculeerd over wie hij is, even was hij zelfs een meisje, en daags na de ramp wisten we allemaal zijn naam en toenaam. Je zult thuis voor de buis je bloedeigen neefje zo tijdens een nieuwsuitzending de revue zien passeren, misschien zelfs via diezelfde nieuwsuitzending moeten vernemen dat je broer of zus en diens partner niet meer thuis zullen komen.

Jolande van der Graaf, een journaliste van (hoe kan het ook anders) de Telegraaf ging nog veel verder. Een brutaal mens heeft de halve wereld moet ze gedacht hebben en ze pakte de telefoon. Ze wist een van de behandelend artsen aan de lijn te krijgen en kreeg de arts zo ver dat hij zijn mobiele telefoon aan zijn patiëntje gaf. Of, zoals ze het zelf brengt; “de arts gaf zijn mobiele telefoon plotseling aan Ruben door”.

De toon deed mij meteen aan die reclame denken, waarin de eigenaresse van een grote hond die zojuist een passerende chihuahua opvrat uitroept “dat doet ‘ie anders nooit hoor!” -U kent hem vast nog wel. Nog bonter wordt het wanneer de redactie van de Telegraaf in de bres springt voor haar journaliste en spreekt van een “onverwacht ontstaan telefoongesprek“. Misschien komt het doordat ik mij in liet schrijven bij het Bel-me-niet Register, maar nog nooit kwam ik op onverwachte wijze plotsklaps in contact met een ziekenhuispatiënt te Tripoli.

Het artikel vervolgt met de observatie dat “de jongen aanvankelijk emotioneel reageerde, maar kalmeerde toen bleek dat hij geen familielid aan de telefoon had”.

Kennelijk was Ruben dus in de overtuiging dat hij familie uit het verre Nederland aan de lijn zou krijgen. Je vraagt je af of mevrouw de journaliste zich misschien anders voorgedaan heeft en onder valse voorwendselen toegang tot de jongen heeft gezocht. In dat geval is er van het “open vizier” uit de Code voor de Journalistiek geen sprake meer. Ik kan me in ieder geval simpelweg niet voorstellen dat een arts op een intensive care van een kinderafdeling nolens volens zijn patiënten een babbeltje met het journaille laat maken.

En ook dat is nog niet alles. Desgevraagd vertelt Ruben zijn belaagster dat hij zich van het ongeval niets kan herinneren. Dan komt het; Ruben “was nog niet op de hoogte gebracht van het verlies van zijn ouders Patrick en Trudy en zijn broertje Enzo (11)”.

Wat fijn dan, dat Jolande de honneurs even heeft waargenomen, ook voor een negenjarige is een plus een immers nog altijd twee.

Wrang gegeven is dat juist deze Jolande en consorten, met Telegrafesque opperhoofd Sjuul Paradijs voorop, om het hardst schande riepen van een schending van Jolandes privacy door de AIVD. De privacy van een kind van negen wordt echter door deze zelfde lieden zondermeer te grabbel gegooid. Nu was Ruben natuurlijk ook wel fijn een makkelijk slachtoffer voor deze bloedzuigers. Van een negenjarig kind, gewond in een ziekenhuis en volledig van streek hoef je immers weinig tegenspraak te verwachten.

Natuurlijk valt het de dames en heren journalisten te verwijten dat nieuwsgaring vandaag de dag over lijken gaat. Met regelmaat treden ze hun eigen Code voor de Journalistiek met voeten.Wanneer ik lees dat een nabestaande van een slachtoffer “te aangeslagen was om te reageren” moet logischerwijze in elk geval een stuks journaille de stoute schoenen hebben aangetrokken en genoemde nabestaande gebeld hebben of er even aan de deur geweest zijn. Dat gaat alle ethische perken te buiten, maar alles is nieuws en nieuws moet -desnoods over de rug van een zojuist wees geworden jongetje.

Wanneer televisieprogramma’s onderbroken worden voor “breaking news” zoals tijdens de hype rond de vermoorde Milly Boele en dat nieuws dan louter en alleen bestaat uit het gegeven dat een verslaggever ter plaatse een blik wist te werpen over een van de anti-kijkschermen consumeren wij dat allemaal met verve. Als consumenten van al dat nieuws hebben ook wij een verantwoordelijkheid. We laten ons afschepen met beelden van een verhitte verslaggever met op de achtergrond dat vermaledijde anti-kijkscherm. Niet-nieuws gaat er evengoed in als koek, om over de vele speculaties nog maar niet te spreken. Harde feiten zijn niet afdoende, we kopen kranten om de hypes, de speculaties en de wilde verhalen; wij zijn het draagvlak voor journaille als Jolande van der Graaf.

Het is hoog tijd te consuminderen, te beginnen bij het vlaggeschip van de unfaire journalistiek. Boycot de Telegraaf!