Voltooid verleden tijd

Portret van een lezende oude vrouw, Gerard Dou

De enige zekerheid in het leven is de dood. Voor de een komt hij sneller dan voor de ander, maar komen doet hij.

Gemiddeld gezien ben ik zelf bijna op de helft van een ‘voltooid mensenleven’, volgens de statistieken kan ik nog 46 jaar mee. Daarvan verwacht ik er nog 27 werkend door te zullen moeten brengen en daarna gloort een utopisch ‘alleen maar doen waar ik zin in heb’.

Tenminste, zo lang mijn mentaal en lichamelijk welbevinden dat toelaten. Ik heb namelijk geen enkele moeite met ouder worden, maar ik weet daarnaast ook heel goed wat ik van het leven wil. Beter nog weet ik wat niet van het leven wil.

Ik hoop dus lang actief en zelfstandig te kunnen leven, het zonderlinge kattenvrouwtje van Kralingen te worden en duizenden boeken uit te lezen. Natuurlijk vrees ik een bestaan in een bejaardentehuis waar overbezette lieve mensen het goed met me voorhebben, maar waar ik overgeleverd ben aan luiers en pyjamadagen. Eerlijk is eerlijk.

Er is er vervolgens maar een die voor mij bepaalt wanneer ik er klaar mee ben, met het leven. Ik en ik alleen zal weten wanneer ik het leven niet langer draagbaar vind. Ik heb het recht over eigen leven en lijf te beschikken, dus ik houd me ook het recht voor de dood tegen die tijd naar believen een handje te helpen.

Die grens zal voor iedereen anders zijn en dat is prima. Voor mij zal de mate van de door mij beleefde onafhankelijkheid waarschijnlijk bepalend zijn, want dat is nu eenmaal het soort mens dat ik ben. Van eenzaamheid heb ik geen last, ik ben een notoire eenzaat die net zo makkelijk onder vrienden is als geheel alenig. Zonder problemen kan ik dagenlang overgeleverd zijn aan mijn boeken en mijn eigen gedachten. Ik verwacht niet dat mijn aard wat dat betreft nog spectaculair zal veranderen.

Voor u, lieve lezer, zal dat misschien anders zijn. Misschien is deze vraag voor u in het geheel niet aan de orde en vindt u dat u de rit moet uitzitten tot u vanzelf uw laatste adem uitblaast. Misschien bent u het soort mens dat wegkwijnt zonder familie en vrienden, zoals een plant zonder zon. Of misschien bent het soort mens dat afhaakt wanneer het lichaam dat doet; wanneer u de activiteiten niet meer kunt doen waar u van houdt of wanneer de pijn u te veel wordt. Dat zou ik goed kunnen begrijpen. Maar al zou ik dat niet, dan nog bent u alleen het die met uw geweten worstelen moet en niet ik.

We verdienen allemaal de regie over ons eigen levenseinde. Zonder bemoeienis van mensen die denken het beter te weten of die de moraal in pacht menen te hebben, politiek, religieus of anderszins.

Het kabinetsvoorstel van deze week gaat uit van hulp bij zelfdoding, zo ook de commissie Voltooid leven. Ik vraag me af of het daar echt over moet gaan. Als de dag ooit komt dat ik besluit dat mijn leven voltooid is, dat ik niet langer dag na ongelukkige dag het onvermijdelijke wil afwachten, hoop ik echter niemand met die laatste hulpvraag te hoeven belasten. Dan hoop ik met mijn oude, knokige vingers een Pil van Drion uit zijn verpakking te mogen halen en die zelf in te kunnen nemen.

Daar wil ik geen huisarts of hulpverlener mee belasten.

Witte rook

Met de bekendmaking van Maxime Verhagen afgelopen nacht, dat de meerderheid van zijn CDA-fractie “in kan stemmen” met het conceptakkoord tussen de VVD, de PVV en het CDA, lijken de eerste kringels witte rook het kabinet Rutte 1 aan te kondigen. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal er dan, met dank aan de gedoogsteun van de PVV, een minderheidskabinet de scepter over ons landje zwaaien. We zullen echter tot na het partijcongres aanstaande zaterdag moeten wachten alvorens we een definitief antwoord van de CDA-fractie kunnen vernemen.

De fracties van de VVD en de PVV schaarden zich eerder al unaniem achter het gedoogakkoord.

Natuurlijk lekte er alvast een aantal standpunten van dit nieuwbakken kabinet uit. Trouw heeft van de Telegraaf gehoord dat er een hoofddoekenverbod voor agenten, officieren van Justitie en rechters in de maak is en dat men ambieert dierenmishandeling strenger aan te gaan pakken. Trouw meldt dat er “volgens Trouw” ook een dierenpolitie zal komen van vijfhonderd agenten sterk. De mensenpolitie zal er vijfentwintighonderd agenten bij krijgen. De Telegraaf hoorde op haar beurt van de NOS dat Rutte 1 het motto “Vrijheid en verantwoordelijkheid” in haar vaandel zal gaan voeren. Zo hoor je nog eens wat.

Ik sta overigens zeer positief tegenover beide voornemens, al vind ik het jammer dat in het eerste geval de nadruk erg op die hoofddoek ligt. Het recht is een van de plaatsen waar een neutraal voorkomen naar mijn onbescheiden mening een absoluut vereiste is en dat geldt evengoed voor de sterke arm der wet. Daarom juist hijsen we de mensen die daar werkzaam zijn in een uniform, respectievelijk de toga en het politieuniform. Persoonlijk vind ik dat een neutraal voorkomen een vereiste zou moeten zijn voor ambtenaren in het algemeen, die vertegenwoordigen immers allemaal tijdens het uitoefenen van hun functie onze seculiere en bovenal neutrale overheid. Religieuze uitingen zoals die hoofddoek, maar evengoed het keppeltje en zelfs het kruisje aan een ketting, horen daar dus niet bij. Ook het op religieuze gronden weigeren van een uitgestoken hand geeft geen pas in een functie bij die neutrale overheid.

Volgens de Telegraaf ligt er in geval van een kabinet Rutte 1 ook nog een algemeen boerkaverbod op de plank. Het moge geen verrassing heten dat ik me ook daar in kan vinden.

Dat op de aanpak dierenmishandeling eindelijk eens serieus wordt ingezet is een pak van mijn hart. Dierenkwelling zou ook veel zwaarder bestraft moeten worden. Dat zulks een lichtere straf kent dan de vernieling van een goed en dieren voor de wet nog altijd niet meer zijn dan een goed stoort me al tijden.

De maximumsnelheid op veel rijkswegen moet met tien kilometer per omhoog, hetgeen betekent dat we voortaan tijdens verjaardagen gezellig kunnen klagen over bekeuringen voor het rijden van 137 kilometer per uur in plaats van 127. Op zich word ik daar dus niet warm of koud van.

Ik kan me zelfs vinden in het voornemen toegelaten migranten een proefperiode op te leggen van vijf jaar. Wie zich binnen die termijn aan een misdrijf schuldig maakt waarop meer dan twaalf jaar staat kan gevoeglijk zijn koffers weer inpakken en vertrekken. Dat hadden wat mij betreft ook nog lichtere vergrijpen mogen zijn. Van wie zich in Nederland wil vestigen en dus deelnemen wil aan de Nederlandse maatschappij mag immers zondermeer verwacht worden dat hij zich houdt aan haar wetgeving.

Wat me echter nog altijd dwars zit is de deelname van de heer Wilders aan dit al. De man heeft meermaals laten zien dat hij lak heeft aan het menselijk gelijkheidsideaal dat ten grondslag ligt aan onze democratie. Dat gelijkheidsbeginsel, het gegeven dat we hier allemaal gelijk in rechten en plichten ter wereld komen en gelijk zijn voor de wet is mij lief. Het waarborgen van de vrijheden van een minderheid is nog altijd een verantwoordelijkheid van de meerderheid, laten we dat toch alsjeblieft niet vergeten.

Hopelijk weten de VVD en het CDA waar ze aan beginnen.

Alea iacta est

Gisternamiddag stond ik, voor het eerst in mijn leven, zo waar in de rij om mijn stem uit te mogen brengen. Ik koos niet links, ik koos niet rechts en toog huiswaarts met het idee dat de opkomst dan ditmaal toch wel beduidend beter zou moeten zijn dan voorgaande jaren. Aangezien we ons en masse druk hebben gemaakt om belangrijke zaken als de hypotheekrenteaftrek, de ouderenzorg, uitkeringen en immigratie verwachtte ik feitelijk ook een torenhoge opkomst.

Toch liet om en nabij een kwart van de stemgerechtigden verstek gaan in de stemhokjes. Daar begrijp ik maar weinig van. Net zo min van Volkskrantcolumnist Izz ad-Din Ruhulessin, die zich wel de moeite getroostte naar een stembureau te gaan maar eenmaal daar besloot zijn stembiljet voor een aardig tekeningetje te gebruiken; een opgestoken middelvinger. Dat potlood lag er toch, nietwaar? De ironie wil dat deze jonge student politicologie (sic) in een van zijn colums claimde zich “het zwijgen niet op te zullen laten leggen“, maar nu zichzelf politiek gezien monddood heeft gemaakt.

Daags na de verkiezingen, die in Rotterdam toch weer niet geheel en al vlekkeloos verliepen, wachten we nog altijd op de definitieve uitslag. Het wachten is op de in het buitenland uitgebrachte stemmen, die moeten nog worden geteld. Wel weten we alvast dat de VVD met haar eenendertig zetels de grootste is, op de hielen gevolgd door de PvdA met dertig zetels. Voor de VVD is dat dikke winst, maar het is niet de monsterzege die de peilingen deden vermoeden.

Het enorme verlies dat de diverse confessionele partijen hebben geleden, de ChristenUnie verliest een zetel, het CDA verliest er zelfs twintig en de SGP behoudt haar twee magere zetels, doet me uiteraard deugd. Het is meteen ook het einde van het tijdperk Balkenende, die gisteravond al zijn leiderschap over het CDA neerlegde. De eenentwintig zetels die het CDA overschieten zijn een historisch dieptepunt voor de partij.

Vijftien procent van de stemgerechtigden bracht een stem op Geert Wilders en zijn PVV uit, dat vind ik ontluisterend. Ook hier lieten de peilingen me in de steek, overigens. We lijken onze befaamde Nederlandse nuchterheid en dito tolerantie in te hebben geruild voor een ontevreden verongelijktheid en een angstig doemdenken waar het om de toekomst gaat. De kille werkelijkheid is dat we met de huidige crisis niet ontkomen aan inleveren; is het niet linksom, dan is het wel rechtsom. Ook bij de wetenschap dat ik tot mijn zevenenzestigste door zal moeten werken had ik me neergelegd en zulks met liefde als dat maar betekent dat ouderen zonder daarvoor te moeten bijbetalen lekker kunnen douchen. Dat het de PVV echter aan een gezond economisch plan ontbreekt was echter bij het begin van de campagne al duidelijk, dergelijke overwegingen kunnen toch nauwelijks aan een keuze voor Wilders hebben bijgedragen?

Dat Wilders de dag na de verkiezingen zijn “breekpunt” al laat vallen, te weten de AOW-leeftijd, is shocking. Tijdens de aanloop naar de verkiezingen verkondigde hij nog manhaftig deelname aan het kabinet aan zich voorbij te laten gaan wanneer de AOW-leeftijd zou worden opgeschroefd en deze knieval getuigt van weinig ruggengraat en vooral kiezersbedrog. Denkelijk voelt een groot deel van de zo’n beetje anderhalf miljoen Wildersstemmers zich dan ook behoorlijk bekocht.

Soit, de teerling is geworpen en het wachten is op een coalitie. Wat zal het worden? Paars? Paars-Plus? Wel of niet met de PVV in zee? De uitslag is eigenlijk vlees noch vis, dus de dames en heren politici kunnen er alle kanten mee op. We gaan het zien.

Eén ding weet ik zeker; ieder volk krijgt de regering die het verdient.

Dilemma

Nu de datum van de verkiezingen met rasse schreden nadert begin ik me ongemakkelijk te voelen bij het gegeven dat ik nog altijd zwevend kiezer ben. De Stemwijzer en de Kieswijzer heb ik inmiddels zo vaak ingevuld dat ik de vragen dromen kan, maar die blijven me halsstarrig wegzetten bij partijen waar ik me in het geheel niet vinden kan. Dat daargelaten worden ze het ook maar niet met elkaar eens, een apart gegeven wanneer ik in aanmerking neem dat ik mijn standpunten niet gewijzigd heb.

Ik bedacht me dat ik dan eens bij mezelf te rade zou moeten gaan; wat heb ik echt te mopperen en wat kan de politiek daar aan doen? Vooralsnog moet dan gezegd dat ik het niet slecht heb, in dit landje. Ik werd in vrijheid geboren met gelijke rechten en plichten als ieder ander Nederlands staatsburger, genoot een onbezorgde, gelukkige jeugd dankzij twee liefhebbende ouders en ik kom tot op de dag van vandaag eigenlijk niets tekort. Er was voor mij een gedegen schoolgang weggelegd en niemand die me tegenhield te gaan studeren. Vandaag de dag heb ik een leuke baan vol uitdagingen en tref ik het met een werkgever die me net zo veel betaalt als mijn mannelijke evenknieën. ‘T is een bescheiden salaris, but it pays the rent van mijn al even bescheiden appartementje. Ik heb te eten, ben verzekerd, houd voldoende over voor af en toe een gangetje naar de diverse schoenen- en kledingwinkels die Rotterdam rijk is, een uitje op zijn tijd en ik kan zelfs heel aardig aan mijn bibliofiele koopverslaving tegemoet komen. Hé, ieder zijn meug.

Al op jonge leeftijd stond ik in principe bij onze maatschappij in het krijt, al was dat maar vanwege de kinderbijslag en de studiefinanciering. Zoals een professor het ooit tegen een volle collegezaal zei, behoeft dat wellicht geen dankbaarheid, maar dan toch zeker enige erkentelijkheid.

Dat studeren een in zo’n mate dure aangelegenheid was dat ik de combinatie tussen werk en studie op den duur niet aankon en de studie uiteindelijk te hoog gegrepen bleek blijft tot op de dag van vandaag een pijnpunt, maar betekent wel dat de politieke partij van mijn voorkeur niet op het onderwijs moet willen bezuinigen tot het bloed eruit loopt. Studeren moet niet alleen voor de rijken zijn weggelegd, maar voor degenen die er de wil en de capaciteiten voor hebben. Dat bezuinigen op het onderwijs is sowieso niet handig voor een land dat er een kenniseconomie op nahoudt, kennis is hier immers een heuse productiefactor.

Dat van die gelijke rechten (en plichten, niet te vergeten) waarmee wij allen in dit landje ter wereld komen is voor mij een van de belangrijkste waarden die er zijn. Dat menselijke gelijkheidsideaal is de basis van de democratie en staat garant voor mijn vrijheden en mijn gelijkwaardigheid aan elke andere burger. Gelijk mannen mogen vrouwen dus stemmen, schoolgaan, werken en politiek bedrijven. Het vrouwenstandpunt van de SGP druist daar volstrekt tegenin en die partij is dus bij voorbaat voor mij geen optie.

Of je nu hetero- of homoseksueel bent maakt in dezen hier ook niet uit en in dat geval laat ik me graag voorstaan op de Nederlandse verworvenheid van het homohuwelijk. Dat is een prima toetssteen voor de mate van tolerantie in een land en is een aanzienlijke reden om confessionele partijen zoals de CU en de SGP, die dat homohuwelijk graag weer af zouden schaffen, direct af te schrijven. Die krijgen mijn stem niet. Ook het CDA, dat weigerachtige trouwambtenaren wil tolereren valt hier al af; een ambtenaar vertegenwoordigt onze seculiere staat en zijn persoonlijke religieuze bezwaren moeten daarvan losstaan. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld een Mohammed Enait, die dacht in de hoedanigheid van gemeentelijk ambtenaar vrouwen de hand te kunnen weigeren, gewoon omdat ’t vrouwen zijn en hij meent dat zijn religie hem verbiedt een uitgestoken vrouwenhand aan te nemen. Wat dat betreft denk ik dat, zou er een partij zijn die het laïcisme voorstaat, die mijn stem zou krijgen.

Evenmin wordt er in dit land onderscheid gemaakt naar afkomst, autochtonen hebben niet meer rechten dan allochtonen; wie een Nederlands paspoort heeft is Nederlands staatsburger en niets minder. Ik ben dus net zo vrij te doen en laten wat ik wil als alle andere Nederlandse staatsburgers en voor ons allemaal is de enige beperking op die vrijheden de wet. We hebben ook allemaal in gelijke mate recht op bescherming door die wet en dat alles wil ik graag zo houden.

Wanneer een politicus dan oppert aparte wetgeving in te voeren voor aparte groepen in onze maatschappij springen bij mij alle lichten op rood. Een verbod op korans maar niet op bijbels, een “kopvoddentaks” maar onbelaste keppeltjes en wel bijzonder onderwijs als het maar niet islamitisch is betekent het einde van het door mij zo gewaardeerde eerste artikel van onze Grondwet. Wellicht zult u nu menen dat mijn voorkeur voor een boerkaverbod daarmee strijdig is, maar die verdient eenzelfde behandeling als de bivakmuts zo lang men vanuit islamitische hoek nog altijd geluiden ten beste geeft dat een dergelijk gewaad geen religieuze verplichting is en eerst en vooral dient een vrouw volledig de anonimiteit in te drukken. Goed, de heer Wilders valt dus af. Exit PVV.

Wanneer ik het dan toch over wetgeving heb, wat dat betreft heb ik wel wat noten op mijn zang. Eenieder die wat heeft rondgekeken op het minieme hoekje van het Internet dat ik voor mijzelf heb afgebakend zal zijn opgevallen dat ik iets tegen het op verlof sturen van gevangenen en tbs-klanten heb. Het onderbreken van een gevangenisstraf vind ik nog altijd een bevreemdend gegeven, want wanneer iemand een misdrijf pleegt neemt hij automatisch het risico dat hij voor een bepaalde tijd achter de tralies verdwijnen moet. Dat een bezoekje aan moeders of gezellig even winkelen in de Hema er gedurende die tijd niet inzit is onderdeel van dat genomen risico. ‘Tuurlijk, leuk is anders, maar dat is inherent aan het idee achter straf.

Dat er nog altijd taakstraffen worden uitgedeeld in ontucht– en misbruikzaken doet weinig recht aan mijn gevoel voor enige rechtvaardigheid. Sowieso verbaas ik mij geregeld over relatief lage straffen voor relatief zware vergrijpen zoals geweldplegingen bijvoorbeeld. Toch kan ik mij niet vinden in het idee van minimum straffen; er moet ruimte blijven voor strafverlagende gronden zoals noodweer. De strafmaat hoort derhalve dan ook zeker op de agenda van de politieke partij van mijn keuze. De SP en GroenLinks laten het op dit vlak afweten.

Zo hoort op die agenda ook, uiteraard, preventie. Graag zelfs, want ik voel me niet altijd even veilig op straat. Preventie ligt, zoals Beccaria al observeerde, niet zo zeer en zeker niet alleen in de zwaarte van een opgelegde straf. Amerika is daar een schoolvoorbeeld van, waar dan wel veel zwaarder gestraft wordt dan hier en dat een ongemeen groot percentage van haar burgers in gevangenissen heeft zitten, maar waar de misdaad er niet minder om is. De zekerheid dat misdaad gestraft wordt, de pakkans, is een nog veel belangrijker factor in het voorkomen van misdaad. Jarenlange bezuinigingen (steeds weer in weerwil van de politieke belofte van meer blauw op straat) op het politieapparaat spelen ons daarbij parten. Wanneer de politie zelf al aangeeft duizenden zaken op de plank te moeten laten liggen vanwege een tekort aan personeel en oplossingspercentages achter blijven is het zaak daar wat mee te doen.

Het politiegebeuren is de laatste jaren afgeslankt, gestroomlijnd en meermaals gereorganiseerd. Van een landelijke politie zijn we naar zesentwintig korpsen gegaan en als het aan sommige politieke partijen ligt gaan we binnenkort terug naar een landelijke politieorganisatie. Of dat nu werkelijk zo kostenbesparend is, ik heb er een hard hoofd in. Er is sowieso al veel veranderd; Om met weinig personeel veel werk te kunnen behapstukken is de politie omgevormd naar een informatiegestuurde organisatie. Om zoveel mogelijk agenten op straat hun werk te laten doen werden balies en service centra ingericht waar goedkopere krachten, zij het allen buitengewoon opsporingsambtenaar, allerlei administratieve taken overnemen van de geuniformeerde dienst. Zij staan de burger te woord en nemen aangiftes op, maar wegen niet meer op tegen de groeiende werkdruk die steeds meer bezuinigen met zich meebrengen.

Wat nog een optie zou zijn, is het inrichten van de werkzaamheden naar Duits model. Daar zijn de oplossingspercentages beter en heeft de politie de plicht iedere aangifte daadwerkelijk op te pakken, maar daar staat tegenover dat de Duitse politie zich niet bezig houdt met burengeruchten en -conflicten, geluidsoverlast, parkeerperikelen, hangjeugd en geen verwarde mensen van straat haalt om vervolgens urenlang op een beoordeling van genoemde verwarde door een arts van het Riagg te wachten. De wijkagent is daar vervangen door een uitgebreid maatschappelijk netwerk, dat de handen van de politie vrijlaat zich op daadwerkelijke opsporing te storten. Van de Duitse burger wordt derhalve meer zelfredzaamheid verwacht en de politie is er niet het afvoerputje voor alle sociale en civiele problemen die andere organisaties simpelweg laten liggen, zoals dat hier wel het geval is.

Toch, dat zie ik hier niet gauw gebeuren. Zo zelfredzaam zijn wij eigenlijk helemaal niet. Mijn buurman belde kortgeleden de politie omdat een straatlantaarn werk weigerde, om maar eens een voorbeeld te noemen. Een kleinigheid, maar toch. De ene helft van de bevolking durft elkaar al bijna niet meer aan te spreken op dreunende bassen of rokende barbecues, omdat de andere helft bij aanspreken een kort lontje heeft en dreigt met geweld. En het daarbij niet altijd laat, getuige de vele ingeklinkerde lieveheersbeestjes.

Investeren is volgens mij toch het devies, want een veiliger maatschappij komt niet aanwaaien zo veel is zeker. En niet alleen in de politie. Willen we een veiligere maatschappij dan zullen we ook in de jeugd moeten investeren, die nog altijd de toekomst heeft. In het kader van het belang van het onderwijs dat ik eerder aanstipte is het een opvallend gegeven dat vroegtijdig schoolverlaten, dus zonder diploma, de kans op een criminele carrière met een factor 2,5 vergroot. Het functioneren van Guusje ter Horst in dezen en het feit dat de PvdA (net als GroenLinks) in haar huidige programma niet verder komt dan alweer reorganiseren en een handvol wijkagenten erbij maakt dat mijn stem in elk geval niet naar de PvdA zal gaan. Dat is deels pure, onversneden rancune maar toch.

Ook wil de PvdA er niet aan extra politieinzet bij sportevenementen in rekening te brengen bij organisatoren en ik voor mij heb reeds lang besloten dat bijvoorbeeld de hele voetbalbranche juist mee moet betalen aan al de politieinzet die nodig is om haar “liefhebbers” ervan te weerhouden hele binnensteden af te breken. Ook de SP, GroenLinks en de VVD willen daar niet aan en dat terwijl er genoeg omgaat in die business en elders wèl geldt dat de vervuiler betaalt. Jammer.

Wat dan wel? Toch weer de VVD, die miljarden op uitgerekend de zorg bezuinigen wil en de jacht op mij als huurder geopend lijkt te hebben? Dat is eigenbelang, maar desalniettemin belang. D66, dat niet rechts wil en ook niet links? TON, ook al zo recht door zee en dat getuige het verkiezingsfilmpje haar kiezers niet erg au sérieux neemt? De Partij voor de Dieren, die zich stilhield terwijl in Oostvaardersplassen haar halve doelgroep van honger omkwam?

O, choices, choices.