Gevangeniswezen

Criminaliteit kost geld. Veel geld. Op heel veel vlakken ook nog eens. Preventie. Opsporing. Slachtofferzorg. Materiële en immateriële schade. Verzekeringen. De rechtsgang. Het CJIB. Bureau Halt. Het gevangeniswezen. Reclassering. Recidive.

Rechtvaardigheid kost ook geld. Wie een misdrijf pleegt verdient daarvoor te worden gestraft. Daar ligt een deel genoegdoening aan ten grondslag; wie misdoet moet boeten. Misdaad mag niet lonen, immers. Ook zouden we graag zien dat zo’n dader door de hem opgelegde straf zijn lesje leert en zijn leven betert. De resocialisatiegedachte, zeg maar. Het is een principe waarvan ik niet graag zie dat men erop bezuinigt op basis van louter financiële motieven.

Die zijn er wel natuurlijk, die financiële motieven. Lieden die in het gevang geraken kosten namelijk bijna tweehonderdvijftig euro per dag. Dat is een gemiddelde, want hoe zwaarder u bewaakt worden moet, hoe duurder u bent. Aan de lieden die in een tbs-kliniek terecht komen zijn we zelfs het dubbele kwijt. Voor de grap zou u dat eens moeten vergelijken met wat we hoofdelijk aan onze bejaarden spenderen.

In 2010 waren de “gewone” gedetineerden goed voor meer dan een miljard euronen op de Rijksbegroting. Er werden ook inkomsten gegenereerd, 131 miljoen, bijvoorbeeld door cellen aan België te verhuren. Omdat de verhuur van cellen aan andere ministeries ook meegeteld wordt is dat echter wel erg positief gesteld. Broekzak-vestzak.

Soit. Dat steekt schril af tegen de kosten, nietwaar?

Vorige maand publiceerde de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie het rapport Gevangeniswezen in getal 2008-2012 (PDF). Dat rapport geeft een goed beeld van de in- en uitstroom van gedetineerden, detentierecidive en een prognose van “detentiebehoefte”. Sinds 2008 is er een gemiddelde daling van 7% te zien in  aantallen instromende gedetineerden. In vergelijking met andere Europese landen hebben we een lager dan gemiddeld aantal gedetineerden.

Op zich is er natuurlijk de kwestie van vraag en aanbod. Wanneer aantallen gedetineerden dalen is het de moeite zeker waard te evalueren of we het niet met minder cellen afkunnen. De bezettingsgraad was 77% en ook leegstaande cellen kosten geld.

Daarbij heb ik wel een kanjer van een “maar”. Er lopen ongeveer 15.000 veroordeelden vrij rond. Dat zijn voornamelijk veroordeelden die hun veroordeling in vrijheid mogen afwachten en vervolgens eenvoudigweg niet op komen dagen bij de gevangenis. In een tijdsbestek van koud vijf jaar kwamen zo tienduizend criminelen onder hun straf uit. Hun straf verjaarde simpelweg.

Wat ik daarnaast opvallend vind in het rapport van DJI is dat twee derde van de ingesloten arrestanten wordt ingesloten omdat ze niet meewerken aan een andersoortige straf.

Door de jaren heen is rond 30% van de arrestanten ingesloten vanwege een (principale) vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Circa twee derde van de arrestanten heeft een vervangende vrijheidsbenemende sanctie vanwege:


– het niet meewerken aan de uitvoering van een taakstraf
– het niet betalen van geldboetes in misdrijfzaken
– het niet betalen van boetes voor verkeersovertredingen (gijzeling wet Mulder)
– het niet betalen van schadevergoedingen aan slachtoffers (wet Terwee)
– het niet betalen van een geldboete vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel (‘plukze-wetgeving’).

 

Zouden we investeren in de uitvoering van die andersoortige straffen, dan zouden we behoorlijk kunnen bezuinigen op het gevangeniswezen.

Afgelopen jaar stond de helft van de gedetineerden binnen een maand weer buiten. De gemiddelde verblijfsduur is iets minder dan vier maanden. Het aantal daders dat binnen twee jaar recidiveert schommelt al jaren rond de vijftig procent. Het percentage detentierecidive ligt lager; 31% in 2010.

Dat betekent dat een derde van de gedetineerden binnen twee jaar terug de gevangenis in gaat. Het rapport vermeldt een aantal factoren die van belang zijn bij detentierecidive. Mannen recidiveren vaker dan vrouwen, bijvoorbeeld. Verslaving en criminele voorgeschiedenis verhogen de kans op detentierecidive, net als werkeloosheid;
 

Gedetineerden die bij aanvang van hun detentie als werkloos zijn geregistreerd, recidiveren later vaker (37%) dan mensen die een baan hebben (27%).


In deze barre tijden, waarin we allemaal de broekriem aan moeten halen, mag het geen verrassing heten dat ook het gevangeniswezen wat in zal moeten leveren. Wat me wel verbaasde is hoe ruim men daarin gaan snijden wil; een dertigtal gevangenissen zal de poorten moeten sluiten.

Om 15.000 nog loslopende criminelen op te sluiten, zouden 25 Bijlmerbajessen nodig zijn.

Joehoe? Meneer Teeven? Dames en heren overige politici?

Goed. Door twee man op een cel kan er effectiever met de capaciteit van een gevangenis omgesprongen worden. Voorts is men van zins het gevangenisregime te versoberen. In dit Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen verliezen 3.700 gevangenismedewerkers hun baan. 

Fred Teeven, onze staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft daarnaast bedacht dat er op het gevangeniswezen bezuinigd kan worden door gedetineerden een enkelband aan te meten en hen de hun opgelegde straf in eigen huis te laten uitzitten. ’s Mans idee wekt bij velen wrevel. Zelfs zijn eigen ambtenaren maken zich druk; in een interne notitie laten zij aan elkaar (en aan het Algemeen Dagblad) weten dat meneer Teeven de beoogde besparingen overschat en hij elektronisch huisarrest met een enkelband onrealistisch snel wil uitvoeren. Volgens hen zou elektronisch toezicht zelfs nog weleens duurder uit kunnen pakken.

Gemeenten wezen erop dat de voorgenomen bezuinigingen op het gevangeniswezen juist een half miljard euro gaan kosten en volgens hen vergat meneer Teeven het personeel van de gevangenis in Tilburg mee te tellen in het aantal ontslagen. Oeps.

Gevangenisdirecteuren waarschuwden dat het elektronisch huisarrest ten koste gaat van de veiligheid op straat.

Strafrechters reageerden in hun kuif gepikt; als zij een gevangenisstraf opleggen bedoelen ze ook een gevangenisstraf. Daar hebben ze gelijk in; de lengte en aard van de straf is louter en alleen aan de rechter om op te leggen en niet aan meneer Teeven of de DJI.

“De Raad voor de rechtspraak betwijfelt of elektronische detentie kan worden vergeleken met gevangenisstraf, terwijl het wetsvoorstel wel op deze veronderstelling is gebaseerd. De Raad denkt dat de samenleving elektronische detentie ziet als een andere, lichtere straf dan gevangenisstraf. De Raad pleit er dan ook voor dat elektronische detentie als aparte straf wordt aangemerkt die door de rechter kan worden opgelegd.”

Aha, des Pudels Kern. Elektronische detentie kun je nauwelijks vergelijken met een gevangenisstraf. Ten eerste vindt die al grotendeels plaats in de eigen woning, een veroordeelde kan dus genieten van een bepaalde luxe omgeving en heeft niet tot nauwelijks last van een gevangenisregime. Dat vond meneer Teeven in 2011 overigens zelf ook:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van een gevangenisstraf.”

Leg dat inderdaad maar een uit aan ons, de samenleving. Aan slachtoffers.

In het interview met Tijs van de Brink stelt meneer Teeven dat zijn variant op elektronische detentie wezenlijk anders zal zijn omdat de “gedetineerde” daarbij zal moeten gaan werken. Zo behouden kortgestraften hun woning en werk. Wat de werkgever vindt van de werknemer-met-enkelband mis ik in zijn verhaal. Als er al sprake is van een werkgever, want de banen liggen niet voor het oprapen op het moment. Zoals ik u eerder al heb laten zien, checken er ook nogal wat werkelozen in het gevangenissysteem in (die recidiveerden vaker van niet werkelozen).

Waarom er dan niet voor gekozen gedetineerden in gevangenissen in zo’n mate te laten werken dat ze de gevangenis, of toch in elk geval de kosten van hun eigen verblijf aldaar, kunnen bedruipen? Leer ze een vak, houdt binnen de muren vast aan een gezond werkritme. Of misschien zelfs buiten de gevangenismuren, zoals in het voorstel van gevangenisdirecteuren en -medewerkers dat vandaag in de Telegraaf staat. Voor mijn part inderdaad in plaats van Polen in de kassen, mevrouw Van Toorenburg.

Gordon Ramsay, de beruchte Britse chef-kok met het korte lontje liet al zien hoe dat kan; hij begon de Bad Boy Bakery in HMP Brixton. Ramsay vraagt zich aan het begin van zijn programma heel terecht af waarom de gevangenen daar 21 uur van de 24 op hun cel zitten te niksen. Uiteraard, gedurende het televisieprogramma moet je door het enorme ego van de chef kijken, maar met een paar man een ochtendje sandwiches smeren en taartjes bakken verdient hij wel direct al een paar honderd pond.

Een gevangenis in Noorwegen, op het eiland Bastoey gelegen, is zelfvoorzienend en heeft het laagste recidivepercentage van Europa.  

Wat is er mis met het bedrijfsmatig runnen van een gevangenis? Behalve dan dat we ’t nog niet doen?

Witte rook

Met de bekendmaking van Maxime Verhagen afgelopen nacht, dat de meerderheid van zijn CDA-fractie “in kan stemmen” met het conceptakkoord tussen de VVD, de PVV en het CDA, lijken de eerste kringels witte rook het kabinet Rutte 1 aan te kondigen. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zal er dan, met dank aan de gedoogsteun van de PVV, een minderheidskabinet de scepter over ons landje zwaaien. We zullen echter tot na het partijcongres aanstaande zaterdag moeten wachten alvorens we een definitief antwoord van de CDA-fractie kunnen vernemen.

De fracties van de VVD en de PVV schaarden zich eerder al unaniem achter het gedoogakkoord.

Natuurlijk lekte er alvast een aantal standpunten van dit nieuwbakken kabinet uit. Trouw heeft van de Telegraaf gehoord dat er een hoofddoekenverbod voor agenten, officieren van Justitie en rechters in de maak is en dat men ambieert dierenmishandeling strenger aan te gaan pakken. Trouw meldt dat er “volgens Trouw” ook een dierenpolitie zal komen van vijfhonderd agenten sterk. De mensenpolitie zal er vijfentwintighonderd agenten bij krijgen. De Telegraaf hoorde op haar beurt van de NOS dat Rutte 1 het motto “Vrijheid en verantwoordelijkheid” in haar vaandel zal gaan voeren. Zo hoor je nog eens wat.

Ik sta overigens zeer positief tegenover beide voornemens, al vind ik het jammer dat in het eerste geval de nadruk erg op die hoofddoek ligt. Het recht is een van de plaatsen waar een neutraal voorkomen naar mijn onbescheiden mening een absoluut vereiste is en dat geldt evengoed voor de sterke arm der wet. Daarom juist hijsen we de mensen die daar werkzaam zijn in een uniform, respectievelijk de toga en het politieuniform. Persoonlijk vind ik dat een neutraal voorkomen een vereiste zou moeten zijn voor ambtenaren in het algemeen, die vertegenwoordigen immers allemaal tijdens het uitoefenen van hun functie onze seculiere en bovenal neutrale overheid. Religieuze uitingen zoals die hoofddoek, maar evengoed het keppeltje en zelfs het kruisje aan een ketting, horen daar dus niet bij. Ook het op religieuze gronden weigeren van een uitgestoken hand geeft geen pas in een functie bij die neutrale overheid.

Volgens de Telegraaf ligt er in geval van een kabinet Rutte 1 ook nog een algemeen boerkaverbod op de plank. Het moge geen verrassing heten dat ik me ook daar in kan vinden.

Dat op de aanpak dierenmishandeling eindelijk eens serieus wordt ingezet is een pak van mijn hart. Dierenkwelling zou ook veel zwaarder bestraft moeten worden. Dat zulks een lichtere straf kent dan de vernieling van een goed en dieren voor de wet nog altijd niet meer zijn dan een goed stoort me al tijden.

De maximumsnelheid op veel rijkswegen moet met tien kilometer per omhoog, hetgeen betekent dat we voortaan tijdens verjaardagen gezellig kunnen klagen over bekeuringen voor het rijden van 137 kilometer per uur in plaats van 127. Op zich word ik daar dus niet warm of koud van.

Ik kan me zelfs vinden in het voornemen toegelaten migranten een proefperiode op te leggen van vijf jaar. Wie zich binnen die termijn aan een misdrijf schuldig maakt waarop meer dan twaalf jaar staat kan gevoeglijk zijn koffers weer inpakken en vertrekken. Dat hadden wat mij betreft ook nog lichtere vergrijpen mogen zijn. Van wie zich in Nederland wil vestigen en dus deelnemen wil aan de Nederlandse maatschappij mag immers zondermeer verwacht worden dat hij zich houdt aan haar wetgeving.

Wat me echter nog altijd dwars zit is de deelname van de heer Wilders aan dit al. De man heeft meermaals laten zien dat hij lak heeft aan het menselijk gelijkheidsideaal dat ten grondslag ligt aan onze democratie. Dat gelijkheidsbeginsel, het gegeven dat we hier allemaal gelijk in rechten en plichten ter wereld komen en gelijk zijn voor de wet is mij lief. Het waarborgen van de vrijheden van een minderheid is nog altijd een verantwoordelijkheid van de meerderheid, laten we dat toch alsjeblieft niet vergeten.

Hopelijk weten de VVD en het CDA waar ze aan beginnen.

Boeten

Ik heb altijd gemeend dat de mate van vrijheid die burgers in een land genieten mede af te meten is aan de hoeveelheid en aard van kritiek die een overheid zich over zichzelf laat welgevallen. Wat dat betreft scoort Nederland deze week weer heel aardig, al moet daarbij gezegd dat wij met onze klaagcultuur natuurlijk wel bij voorbaat al een lichte voorsprong hebben. Vooral de sterke arm der wet moest het de laatste dagen ontgelden. Zo versleet het Algemeen Dagblad hen voor “enorme brokkenpiloten”, want de dames en heren agenten waren in 2008 en 2009 betrokken bij maar liefst 19.363 aanrijdingen. Een imponerend getal, dat moet gezegd.

Een eenvoudige rekensom leert dat het om een schadegeval per politieregio per dag gaat. Om hoeveel aanrijdingen het nu per voertuig en gereden kilometers gaat – en hoe dat in verhouding staat tot de huis, tuin en keukenauto, die wij burgers gemiddeld 23 uur per dag voor de deur hebben staan, was aardig geweest om te weten. Helaas, aan die gegevens waagt het Algemeen Dagblad zich niet. Aangezien politievoertuigen boldly go waar geen particulier voertuig komt en een spoedrit of achtervolging geenszins te vergelijken is met dagdagelijks woonwerkverkeer is een dergelijke vergelijking misschien unfair, maar ’t is me nu volstrekt onduidelijk in welk perspectief die cijfers staan.

Wel was de politie volgens de krant “vaak zelf de veroorzaker van de ongevallen”. Ik heb geen idee wat “vaak” is, ook daar zwijgt de redactie in alle talen over. Is dat 10% van de gevallen, 20% of meer dan de helft? Ook over enige omstandigheden worden we van deze berichtgeving niets wijzer. Natuurlijk mag je als belastingbetaler verwachten dat oom agent netjes omgaat met het materieel dat hem ter beschikking gesteld wordt. Iedere schade uit pure onachtzaamheid is er dus een te veel en daar mag je als burger de politie inderdaad best vragen verantwoording over af te leggen.

Dat Nederlandse burgers daarin ook kunnen overdrijven blijkt wel uit recente berichtgeving op GeenStijl. Een burger ziet een politiebus over de A28 rijden en tot ergenis van die burger heeft genoemde politiebus er behoorlijk de vaart in. De verontwaardiging (en het Calimerocomplex) is groot bij de bestuurder en diens bijrijdster, want hoe durven ze daar in die politiebus, zo zonder sirene, zonder lichten! Met een mobiele camera op de kilometerteller gericht zetten ze de achtervolging in.

Koud een week later verschijnt eenzelfde filmpje, waarbij een andere man op zijn beurt meent een politiebus een staartje te moeten geven. Hij moet het er maar druk mee gehad hebben, want in tegenstelling tot de eerste filmer ontbeert hij een lieftallige assistente. Terwijl hij met 150 kilometer per uur de politie achtervolgt becommentarieert hij het tafereel én heeft hij zijn mobieltje in een knuist, dat hij al filmend beurtelings op de politiebus in kwestie en het eigen dashboard richt. Met ’s mans verwaten “het gaat lekker met de politie tegenwoordig, jongens” en het lezen van de vele “reaguursels” overvalt mij een vlaag van plaatsvervangende schaamte.

Het is immers zo gelegen dat de politie een vrijstelling heeft van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Die vrijstelling kent een voorbehoud; een en ander moet voor de uitvoering van de politietaak noodzakelijk zijn en het overige verkeer mag niet in gevaar worden gebracht. Dat betekent dat agenten verkeersregels mogen negeren, zelfs al surveilleren ze alleen maar. Jazeker, dat mogen zij dus wel en u en ik niet.

Zij zijn groot en ik is klein en da’s niet eerlijk, o nee…”

Aangezien het voor ons als medeweggebruikers onmogelijk is aan een willekeurig passerend politievoertuig af te zien waar de bemanning op dat moment mee bezig is, is het voor ons ook onmogelijk te zeggen of zij zich aan hun richtlijnen houden. Wat rest is hoe de waard zijn gasten vertrouwt.

Een andere algemene misvatting is dat een agent zulks alleen maar zou mogen doen wanneer hij optische en geluidsignalen voert. Dat is dus niet zo, het voeren van dergelijke signalen is geen voorwaarde voor genoemde vrijstelling. Die toeters en bellen maken het voertuig dat ze voert tot voorrangsvoertuig, hetgeen betekent dat al het andere verkeer hem ruim baan heeft te geven. De reactie van het betreffende korps op de aantijgingen tegen de “A28-racer” mag dan ook geen verrassing heten.

Het is daarmee nog niet uit met de pret. De Telegraaf weet ons vandaag te melden dat Rotterdamse “agenten moeten boeten“. De krant claimt dat ze de hand heeft weten te leggen op een “speciaal contract” van het korps Rotterdam-Rijnmond waarin zou staan dat een diender jaarlijks zo’n 120 bekeuringen per uit moet schrijven, dat is er een per twee werkdagen. Er is jaren geleden veel te doen geweest om prestatiecontracten die politiekorpsen kregen opgelegd en de bonnenquota, die daar onderdeel van waren. Na veel vijven en zessen besloot de politiek uiteindelijk weer van die opgelegde bonnenquota af te stappen, waarbij Guusje ter Horst in haar hoedanigheid van minister wees op de eigen verantwoordelijkheid die de politiekorpsen hebben voor wat betreft hun prestaties.

Ik heb de vele ophef over die bonnenquota nooit erg begrepen, het betrof destijds immers een bon per agent per dag en iedere werkgever stelt criteria om het functioneren van zijn werknemers aan te kunnen toetsen. Tijdens mijn dagelijkse wandelingetje naar mijn werk zou ik al een half bonnenboekje vol kunnen schrijven, want zo wetsgetrouw zijn wij Nederlanders nu eenmaal niet – zeker niet in het verkeer. Een agent die twee dagen lang buiten loopt en geen enkele misdraging ziet heeft zijn ogen in zijn zakken zitten en het is terecht dat hij daarop wordt aangesproken door zijn werkgever.

Onze nationale neiging tot externaliseren, Nederlanders rijden immers niet zo zeer te hard maar worden veeleer “gepakt”, maakt dat we onze schuld graag op de ons betrappende agent projecteren. We verfrommelen het ons uitgereikte gele papiertje en lispelen een boos “ga toch boeven vangen”, maar vergeten daarbij al te licht dat zulks nu juist hetgeen is dat hij zojuist deed.

Dat Rotterdamse agenten gekort zouden worden wanneer ze niet aan de huidige norm die het korps Rotterdam-Rijnmond hen oplegt voldoen, zoals de Telegraaf beweert, gaat echter ook mij te ver. Natuurlijk, een agent moet zijn werk naar behoren doen en het uitschrijven van boetes voor gedragingen die hij signaleert hoort daar gewoon bij. Dat een korps een manier verzint om die werkzaamheden te kunnen monitoren is ook prima. Boetes zijn echter eerst en vooral bedoeld om misdragingen te corrigeren en daarbij zie ik de discretionaire bevoegdheid van agenten graag gewaarborgd. Het besluit een bon te schrijven danwel het bij een waarschuwing te laten moet afhankelijk zijn van de feiten en omstandigheden tijdens zo’n bekeuringsituatie en niet van het al dan niet in moeten leveren van een periodiek.

Gelukkig beseft ook het korps Rotterdam-Rijnmond dat en van agenten die op hun salaris gekort zouden worden omwille van een te weinig aan uitgeschreven bekeuringen blijkt geen sprake.

Tot zo ver de Telegraaf, de weinig wakkere krant van makkelijk op te naaien Nederland.

Blijf af van het recht!

Gisteren kopten het NRC en De Telegraaf in chocoladeletters “OM in geldnood: Taakstraf wordt boete“. Omdat het Openbaar Ministerie in geldnood verkeert zouden er vaker geldelijke boetes worden opgelegd in plaats van taakstraffen en moeten verkeersboetes met vijftien procent worden verhoogd. Op deze wijze zou men een miljoenentekort willen compenseren, aldus beide kranten.

Er is heel wat gaande binnen het Openbaar Ministerie, inderdaad omwille van haar begroting. Dat is geen nieuws natuurlijk, de broekriem moet worden aangehaald en in Nederland bezuinigen we nu eenmaal net zo makkelijk op zaken als het recht en het onderwijs.

Er wordt dus druk gereorganiseerd en er geldt in het Rotterdamse een vacaturestop voor de functie van Officier van Justitie. Dat is koren op de molen van advocaat Frank van Ardenne die weet te melden dat strafdossiers van zaken, waarbij de verdachte niet in aanmerking kwam voor voorlopige hechtenis, vertraging oplopen. Sterker nog, volgens Van Ardenne “hoor je van veel zaken nooit meer iets. Dat worden gewoon plankzaken. Daarbij gaat het soms om ernstige delicten, zoals fraude of doodslag“.

Voorlopige hechtenis overigens, kan worden opgelegd bij misdrijven waar vier jaar of meer gevangenisstraf op staat, plus een aantal afzonderlijk genoemde misdrijven. Dat alles staat in artikel 67 uit het wetboek van strafvordering. Daarnaast moeten er “ernstige bezwaren” tegen de verdachte bestaan en er moet een reden zijn die voorlopige hechtenis op te leggen. Vluchtgevaar, een grote kans op recidive of eenvoudigweg in het belang van het onderzoek. Het Openbaar Ministerie kan die voorlopige hechtenis gedurende haar zogeheten voorbereidend onderzoek vorderen.

Terecht natuurlijk dat dergelijke (zwaardere) zaken voorrang krijgen, sterker nog, er is bij wet vastgelegd dat iemand in voorlopige hechtenis binnen negentig dagen voor een rechter dient te staan. Dat er een noodzaak is tot het prioriteren van zaken is echter zorgwekkend.

Want die rechter nu, staat evenals de politie en het Openbaar Ministerie onder druk. Eergisteren nog gaf de voorzitter van de rechtbank in Den Haag, Frits Bakker, acte de présence bij de televisieprogramma’s Nova en Nieuwsuur. Hij luidde de noodklok. De huidige tijds- en werkdruk en de nadruk op budgetten zitten rechters in de weg. Rechtbanken worden per zaak betaald en dus krijgt een rechter per zaak een tijdslimiet voor de kiezen. Het gevolg daarvan, aldus Bakker, is dat een rechter niet de tijd heeft een dossier zo uitgebreid te lezen als hij zou willen en hij meer moet delegeren dan hem lief is. Dat staat volgens mij toch de onafhankelijkheid van de rechter in de weg.

De politie, het Openbaar Ministerie en de rechter zijn dus onderbemensd en onderhavig aan almaar verregaander bezuinigingen. Dat raakt rechtsgang in haar geheel en dat is buitengewoon zorgelijk. Als burger wil ik immers kunnen rekenen op een bepaalde mate van veiligheid en wanneer mij iets wordt aangedaan stel ik er prijs op dat degene die dat deed kan rekenen op een reële pakkans. Eenmaal in de kraag gevat zie ik mijn belager liefst met een gedegen dossier en dito bewijsvoering tegenover een rechter komen te staan, die in al zijn wijsheid tot een weloverwogen en gedegen vonnis komt. Daarbij wil ik dan ook nog eens zelf niet het slachtoffer kunnen worden van willekeur en dat betekent dat ik, ook al heb ik niets op mijn kerfstok, een onafhankelijke rechtsgang gewaarborgd wens te zien.

Dat hele proces kost meer geld dan het oplevert, daar maakte ik me al geen illusies over, maar dat heb ik er als belastingbetaler graag voor over. Belastingbetaler inderdaad, u leest het goed.

De indruk, die het NRC en de Telegraaf wekken, dat de geldelijke boetes die door het Openbaar Ministerie geïnd worden direct haar eigen kas in zouden gaan klopt immers van geen kant. Dat werkt bij gemeenten weliswaar zo, maar in het geval van dat Openbaar Ministerie heeft alleen de staatskas daar profijt van. Die sommen gelds mag het Openbaar Ministerie niet houden en ze heeft geen inspraak in het uitgeven ervan. Dat zou immers een kanjer van een belangenverstrengeling zijn en zo zit deze rechtstaat nu eenmaal niet in elkaar.

Sterker nog, een beslissing niet langer taakstraffen maar geldstraffen op te leggen is niet aan het Openbaar Ministerie. Die beslissing is louter en alleen aan de wetgever, in dit geval het toekomstig kabinet. Pauw&Witteman namen het onderwerp klakkeloos over en nodigden advocate Inez Weski uit om er haar licht eens over te laten schijnen. Weski’s voornaamste punt; “blijf af van het recht” onderschrijf ik van harte.

Op zich is het nog niet eens zo’n gek plan om de rechtsgang te bekostigen uit de opbrengsten van boetes en vorderingen. Dat is natuurlijk wel geheel iets anders dan een club politici die de rechtsgang probeert te kapen om de gaten in de Rijksbegroting op te vullen. Het idee van “de vervuiler betaalt”, zal ik maar zeggen, klinkt op het eerste gehoor niet onaardig. Het gevaar van die belangenverstrengeling ligt dan echter wel op de loer en dat zou een gedegen rechtsgang in de weg staan.

Rest de vraag; wat mag die gedegen rechtsgang nog kosten?

Schofterig journaille

Vanochtend, tijdens mijn dagelijkse rondje headlines, viel mijn oog op de kop “Telegraaf belt 9-jarige overlevende vliegramp“. Ik was er even stil van. Gaandeweg het artikel stegen mijn verbazing en ontzetting, op de voet gevolgd door mijn bloeddruk.

Ruben, de negenjarige jongen om wie het gaat, overleefde als enige een vliegramp. Op 12 mei jongstleden zou hij samen met zijn ouders en broertje van Johannesburg naar Londen vliegen, met een geplande tussenstop in het Libische Tripoli. Een kleine kilometer voor de landingsbaan van Tripoli International ging het mis. Het vliegtuig, met meer dan honderd zielen aan boord, verongelukte. Rubens ouders en broertje kwamen om.

Nu ligt de jonge Ruben in het verre Libië gewond in een ziekenhuis, een sole survivor. Een oom en tante vlogen over om hem bij te staan.

De NOS eigende zich de vliegramp toe en twittert al dagen over de “nosvliegramp”. Verslaggevers mogen kennelijk tussen de brokstukken door struinen en een van hen vindt een dagboek. Zonder enige schroom of schaamte citeert verslaggever Menno Reemeijer uit dat dagboek, onderwijl artikel 21 van de Code voor de Journalistiek negerend. De doden behoeven duidelijk geen privacy.

De levenden overigens ook niet. Ook al is dat er maar één en is hij nog maar een weerloos kind. Ruben bleek van meet af aan publiek bezit. Beelden van een negenjarig jongetje, een verband om zijn hoofd en een zuurstofmasker op zijn snoet, werden breed uitgemeten in het nieuws. Al gauw werd schaamteloos gespeculeerd over wie hij is, even was hij zelfs een meisje, en daags na de ramp wisten we allemaal zijn naam en toenaam. Je zult thuis voor de buis je bloedeigen neefje zo tijdens een nieuwsuitzending de revue zien passeren, misschien zelfs via diezelfde nieuwsuitzending moeten vernemen dat je broer of zus en diens partner niet meer thuis zullen komen.

Jolande van der Graaf, een journaliste van (hoe kan het ook anders) de Telegraaf ging nog veel verder. Een brutaal mens heeft de halve wereld moet ze gedacht hebben en ze pakte de telefoon. Ze wist een van de behandelend artsen aan de lijn te krijgen en kreeg de arts zo ver dat hij zijn mobiele telefoon aan zijn patiëntje gaf. Of, zoals ze het zelf brengt; “de arts gaf zijn mobiele telefoon plotseling aan Ruben door”.

De toon deed mij meteen aan die reclame denken, waarin de eigenaresse van een grote hond die zojuist een passerende chihuahua opvrat uitroept “dat doet ‘ie anders nooit hoor!” -U kent hem vast nog wel. Nog bonter wordt het wanneer de redactie van de Telegraaf in de bres springt voor haar journaliste en spreekt van een “onverwacht ontstaan telefoongesprek“. Misschien komt het doordat ik mij in liet schrijven bij het Bel-me-niet Register, maar nog nooit kwam ik op onverwachte wijze plotsklaps in contact met een ziekenhuispatiënt te Tripoli.

Het artikel vervolgt met de observatie dat “de jongen aanvankelijk emotioneel reageerde, maar kalmeerde toen bleek dat hij geen familielid aan de telefoon had”.

Kennelijk was Ruben dus in de overtuiging dat hij familie uit het verre Nederland aan de lijn zou krijgen. Je vraagt je af of mevrouw de journaliste zich misschien anders voorgedaan heeft en onder valse voorwendselen toegang tot de jongen heeft gezocht. In dat geval is er van het “open vizier” uit de Code voor de Journalistiek geen sprake meer. Ik kan me in ieder geval simpelweg niet voorstellen dat een arts op een intensive care van een kinderafdeling nolens volens zijn patiënten een babbeltje met het journaille laat maken.

En ook dat is nog niet alles. Desgevraagd vertelt Ruben zijn belaagster dat hij zich van het ongeval niets kan herinneren. Dan komt het; Ruben “was nog niet op de hoogte gebracht van het verlies van zijn ouders Patrick en Trudy en zijn broertje Enzo (11)”.

Wat fijn dan, dat Jolande de honneurs even heeft waargenomen, ook voor een negenjarige is een plus een immers nog altijd twee.

Wrang gegeven is dat juist deze Jolande en consorten, met Telegrafesque opperhoofd Sjuul Paradijs voorop, om het hardst schande riepen van een schending van Jolandes privacy door de AIVD. De privacy van een kind van negen wordt echter door deze zelfde lieden zondermeer te grabbel gegooid. Nu was Ruben natuurlijk ook wel fijn een makkelijk slachtoffer voor deze bloedzuigers. Van een negenjarig kind, gewond in een ziekenhuis en volledig van streek hoef je immers weinig tegenspraak te verwachten.

Natuurlijk valt het de dames en heren journalisten te verwijten dat nieuwsgaring vandaag de dag over lijken gaat. Met regelmaat treden ze hun eigen Code voor de Journalistiek met voeten.Wanneer ik lees dat een nabestaande van een slachtoffer “te aangeslagen was om te reageren” moet logischerwijze in elk geval een stuks journaille de stoute schoenen hebben aangetrokken en genoemde nabestaande gebeld hebben of er even aan de deur geweest zijn. Dat gaat alle ethische perken te buiten, maar alles is nieuws en nieuws moet -desnoods over de rug van een zojuist wees geworden jongetje.

Wanneer televisieprogramma’s onderbroken worden voor “breaking news” zoals tijdens de hype rond de vermoorde Milly Boele en dat nieuws dan louter en alleen bestaat uit het gegeven dat een verslaggever ter plaatse een blik wist te werpen over een van de anti-kijkschermen consumeren wij dat allemaal met verve. Als consumenten van al dat nieuws hebben ook wij een verantwoordelijkheid. We laten ons afschepen met beelden van een verhitte verslaggever met op de achtergrond dat vermaledijde anti-kijkscherm. Niet-nieuws gaat er evengoed in als koek, om over de vele speculaties nog maar niet te spreken. Harde feiten zijn niet afdoende, we kopen kranten om de hypes, de speculaties en de wilde verhalen; wij zijn het draagvlak voor journaille als Jolande van der Graaf.

Het is hoog tijd te consuminderen, te beginnen bij het vlaggeschip van de unfaire journalistiek. Boycot de Telegraaf!