Paradijsbestormers

Vol verwondering en onbegrip kijk ik nog een keer naar de documentaire Paradijsbestormers van Floor van der Meulen. De jonge filmmaakster is afgereisd naar Turkije, naar de grens met Syrië, om daar op zoek te gaan naar de Nederlandse Syriëganger en diens drijfveren.

Ze treft Abu Gharib. Dat is niet zijn echte naam, maar een die hij zichzelf heeft aangemeten. Het betekent De Vreemdeling. Abu Gharib is een gewone Nederlandse jongen, die een gewoon Nederlands leven heeft geleid alvorens te besluiten heel ongewoon naar Syrië te vertrekken. School, werken, elke zaterdag eerst voetbal en daarna met vrienden op stap. Beetje scheuren met auto’s, samen met zijn matties, en dan samen op de loop voor de politie. Niet een achtergestelde kansloze domoor, maar een gewone, intelligente jongen.

Hij had in eerste instantie weinig met de islam, zo vertelt hij, totdat hij broeders leerde kennen die de islam praktiseren. Hij besloot zich verder in de islam te verdiepen en kwam op zijn zoektocht nog meer broeders tegen. Zij hebben hem “verder geholpen, tot het moment waar hij nu eigenlijk zit”.

Inmiddels is Abu Gharibs wereld zwart-wit. Er zijn maar twee kampen; het kamp van geloof en het kamp van ongeloof, het kamp van Allah en dat van de Duivel. Hij weet zeker dat de Nederlandse regering hem dood wil hebben en dat blijkt wel uit de Nederlandse bemoeienis in landen als Mali en Afghanistan.

De grote ommekeer in zijn leven was 9/11. Drieduizend Amerikaanse doden en de wereld stond op zijn kop, maar de miljoenen moslims die worden afgeslacht “zijn niks”. Daar wordt “niks aan gedaan”. En dan wordt je wat harder.

Volgens Abu Gharib kan hij zijn religie in Nederland simpelweg niet volledig praktiseren, dat is een clash of civilisations. Wat hij in Nederland dan niet praktiseren kon blijft jammer genoeg in het midden. Een van de vele vragen die helaas níet gesteld werden. Anyway. Dus stapte hij in de auto en vertrok. Naar Syrië, waar hij naar eigen zeggen eindelijk zichzelf kan zijn. Hij sloot zich daar aan bij Jabhat al Nusra.

Grijsbruin stof, grijsbruine puinhopen van stuk geschoten grijsbruine huizen. Er wordt gevochten. Mannenstemmen roepen steeds weer: “Allahoe akbar!” Geweervuur en explosies, gillende sirenes van ambulances, schreeuwende mannen. Verwoesting en wanhoop. Mensen hongeren, dorsten, bloeden en sterven. Alleen aan wapentuig lijkt er geen tekort te zijn. Een kind smeekt haar vader huilend niet naar de strijd te gaan. Hij gaat toch.

Abu Gharib beschrijft de strijd, hoe er een knop omgaat wanneer hij moet gaan vechten. Hij vertelt over zijn eerste dode en over feestgedruis en gelach bij het verdelen van de oorlogsbuit na een gewonnen slag. Als Bashar al-Assad is verslagen, dan is volgens Abu Gharib de jihad nog lang niet afgelopen. Die gaat door zo lang de wereld bestaat en waar de jihad gaat, daar gaat Abu Gharib.

Ik ga waar op dat moment de Jihad is. Als het vandaag Syrië is en morgen Marokko, dan is het Marokko. Als het aan de andere kant van de wereld is dan ga ik daar naar toe.

Een andere jihadist vertelt over de beloning die hem wacht. Wanneer hij met goede bedoelingen in naam van God sterft, een martelaar wordt, dan is dat een ticket naar het Paradijs. En niet alleen voor hem, nee, hij krijgt meteen vrijkaartjes voor zeventig anderen. Abu Gharib meent ook te sterven om te kunnen leven. Eeuwig gelukkig of eeuwig ongelukkig aan de hand van hoe je de korte tijd in dit ondermaanse hebt besteed. Zijn nalatenschap aan zijn ongeboren zoon is de strijd, hij zou graag willen dat zijn zoon hetzelfde pad bewandelt.

Wanneer je de documentaire zo bekijkt zou je bijna vergeten dat er niet meer alleen maar gevochten wordt tegen het regime van dictator Bashar al-Assad. In Syrië ligt inmiddels iedereen zo’n beetje overhoop met iedereen. Het is ook een strijd tussen verschillende groepen moslims onderling, gematigd, radicaal, soennieten, wahabieten, sjiieten en alevieten. Er vindt sektarisch geweld plaats tegen onder meer druzen, christenen en sjiieten.

Man is a Religious Animal. He is the only Religious Animal. He is the only animal that has the True Religion – several of them. He is the only animal that loves his neighbor as himself and cuts his throat if his theology isn’t straight. He has made a graveyard of the globe in trying his honest best to smooth his brother’s path to happiness and heaven… The higher animals have no religion. And we are told that they are going to be left out in the Hereafter. I wonder why? It seems questionable taste. 

Mark Twain

Meteen de titel van deze documentaire al geeft me een ongemakkelijk gevoel. Het is zo vreselijk menselijk de gewapende strijd te romantiseren. Bloedvergieten voor een hoger doel. Het is altijd weer ontluisterend hoeveel tijd, energie, middelen en levens we bereid zijn in te zetten om elkaar naar gene zijde te helpen. Stel u eens voor hoe de wereld eruit gezien zou hebben als we dat alles ten positieve gebruikt hadden. We geven er vervolgens een imaginair Beest er graag de schuld van, maar het is de aard van het beestje. We steken zelf de wereld in brand. Keer op keer op keer.

Inpakken en wegwezen

Mag iemand dromen van een betere toekomst? Een betere wereld? Van een utopie?

Dat lijkt buiten kijf te staan, hè? “I Have a Dream” zei Martin Luther King 51 jaar geleden voor het Lincoln Memorial in Washington en zijn droom van gelijkheid en gelijke rechten dromen we nog. Althans, velen van ons. Wie denkt aan de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten denkt aan Martin Luther King. Laten we wel zijn, gelijkwaardigheid en gelijke rechten, beoordeeld worden op je karakter en niet je looks, die filosofie van vreedzaam protest, what’s not to like?

Maar mag iemand ook dromen van een betere wereld wanneer hij meent dat in die betere wereld geen ruimte is voor mensen die anders denken dan hij? Van een monoculturele utopie, een communistische heilstaat of een kalifaat? Mag iemand met gelijkgezinden verlangend mijmeren over het invoeren van de sharia?

Aha. Betrapt. Dat doet me even slikken. Voltaire, Disputax, Voltaire! Ik had toch het “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen” zo hoog in het vaandel staan? Dat prachtcitaat, dat ten onrechte aan Voltaire toegeschreven wordt maar het recht op vrije meningsuiting zo mooi verwoordt!

Die Gedanken sind frei. Denken, dromen, mijmeren – ik zou u geen strobreed in de weg willen leggen zo ik dat al kon. Ik heb zelfs graag dat u uw mening maar gewoon uitspreekt, ook de meest onverkwikkelijke, dan weet ik wat ik aan u heb.

Onze wetgever ziet dat laatste een klein beetje anders. Die vindt dat wij allemaal het recht op vrije meningsuiting hebben, máár behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Niet onredelijk, vind ik. Vanuit de samenleving gezien lijkt me dat redelijk en noodzakelijk en ik kan zeker niet zeggen dat die wettelijke omkadering van mijn vrijheid mijn mening te uiten me in de weg zit. Maar wat als dat wel zo zou zijn?

Inpakken en wegwezen

Lang geleden heb ik Nederland eens een poosje gelaten voor wat het was. Buurland België bood me een kans op een studie, die men me in Nederland bij voorbaat meende te moeten ontzeggen. Dat laatste deed een beetje zeer, want ik wist van kind af aan wat ik wilden worden. Ik had een droom, ook al was het maar een kleintje in vergelijking met die van meneer King. Tegen de goede adviezen van leraren in had ik mezelf daarom de ellende op de hals gehaald van een uitgesproken bètavakkenpakket. Na de havo deed ik, opnieuw tegen die adviezen in, het vwo. Het werd een martelgang, maar ik slaagde maar mooi wel. Met de hakken over de sloot weliswaar, maar hè, ik had al die betweters toch maar even een poepie laten ruiken!

Ik werd prompt uitgeloot. Teleurgesteld in Nederland vertrok ik, onbezonnen snotneus met mijn opgeblazen sense of entitlement, dus met goede moed naar het bourgondische België, waar de mensen me zo veel vriendelijker toeschenen dan in mijn eigen land. Twee jaar later kwam ik met hangende pootjes en een dramatische cijferlijst terug. Gebuisd. Een ervaring rijker en meerdere illusies armer.

Toch, spijt heb ik daar niet van. Ik ben plat op mijn bek gegaan, maar ik heb het in elk geval geprobeerd. Wanneer je het ergens niet naar je zin hebt, ontevreden bent of zelfs meent niet de kansen te krijgen die je verdient – dan ben je het aan jezelf verschuldigd te proberen die situatie te verbeteren. Heel zwart-wit, dat weet ik, maar vertrekken uit een onwenselijke situatie is altijd een optie. Tenminste, in ons vreedzame landje wel. 

Hier, waar het gras het groenst is

Mijn twee jaar durende aaneenrijging van desillusies had een groot voordeel: Ik leerde mijn beperkingen kennen én Nederland herwaarderen en nu, jaren later, besef ik me met regelmaat hoe goed ik het hier eigenlijk heb. Ben ik dankbaar dat ik in dit land geboren ben, waar ik in veiligheid, welvaart en vrijheid ben opgegroeid, als meisje dezelfde kansen kreeg als de jongens en waar ik gedegen onderwijs heb mogen genieten. Gewoon, met dezelfde rechten en plichten als u. Het land waar ik met mijn actief en passief kiesrecht een klein maar proportioneel vingertje in de pap heb.

Niet dat je hier alles zo maar cadeau krijgt, Nederland is geen land van melk en honing, geen Luilekkerland. De rivieren zijn niet van limonade en de gebraden ganzen vliegen niet zo je bakkes in, om het maar zo te zeggen. Daarvoor schijnt u zeven mijlen voorbij Kerstmis te moeten reizen.

Nee, mijn ouders hebben zich voor die welvaart het schompes gewerkt bijvoorbeeld en ze hebben ook jarenlang moeten sappelen. Dat heb ik op mijn beurt ook moeten doen en weet u? Dat is niet erg. 

Elders hebben maar zeer weinigen het beter. Elders hebben zeer velen het slechter. 

Syriëgangers

Daarom reageerde ik dan ook in beginsel wat laconiek op de berichten over Syriëgangers. Hè, wanneer je denkt daar gelukkiger te worden dan je hier ooit was – vooral gaan. Maar daar gaat het niet om. In Syrië woedt een vreselijke burgeroorlog. Miljoenen Syriërs zijn op de vlucht. Tienduizenden lieten het leven. Een derde van de bevolking heeft zelfs geen huis meer. Er wordt “etnisch gezuiverd” zoals dat zo mooi eufemistisch heet. Niet een land dus, waar je naartoe gaat om te settelen. Laat staan met een gezinnetje. Nee, er moet een ideologische strijd gevochten worden.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken trad gistermorgen op in het televisieprogramma WNL Op Zondag. Wat hij te vertellen had was ontluisterend. In “een stuk of tien” Nederlandse gemeenten bevinden zich kleine groepjes van jihad-aanhangers. Het gaat om een paar honderd mensen die dat gedachtegoed echt aanhangen en duizenden sympathisanten.

Eng hoor!

Zo’n honderdveertig Nederlandse jongelui reisden al af naar Syrië en Irak om te vechten voor de Islamitische Staat (IS). Jonge mensen, zowel hoog- als laagopgeleid, die zich kennelijk in het geheel niet thuis voelen in onze democratische rechtstaat en deze graag inruilen voor een kalifaat. Vijftien van hen sneuvelden en naar verluidt zijn er dertig teruggekeerd.

Er zouden zelfs twee hele gezinnen zijn afgereisd, “om zich in Syrië aan te sluiten bij een jihadistische groepering”. Een van die gezinnen is vermoedelijk dat van Jermaine J. Hij is de broer van Jason W., die u vast nog wel kent van zijn aandeel in de Hofstadgroep. Hij moet drie minderjarige kinderen mee op sleeptouw hebben genomen. Dat vind ik vreselijk.

Veiligheidsdiensten hebben er nog een aantal in de peiling, dat ook naar Syrië af zou willen reizen. Hoeveel dat er zijn, dat wilde minister Plasterk niet vertellen.

De minister noemde dat “heel gevaarlijk”. Ze kunnen getraumatiseerd terugkomen. Ze kunnen daar allerlei vervelende technieken leren en die dan hier in de praktijk willen brengen. Net als de teruggekeerde Syriëganger, die een aanslag pleegde op een Joods museum in Brussel. Je moet er toch niet aan denken dat een koppensneller zoals Khalid K. zich doodleuk weer in Almere vestigt.

Doodeng natuurlijk en daar maken we ons allemáál zorgen over, het leeuwendeel van de Nederlandse moslims incluis. Die zorg wordt zo breed gedragen dat het zelfs de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) en wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) tot elkaar bracht in een gezamenlijk geschreven open brief in het dagblad Trouw. De heren zijn het eens:

“Wie oproept tot het afreizen naar oorlogsgebieden om de wapens op te pakken, pleegt verraad. Niet alleen aan de kernwaarden van onze democratie, maar ook aan zijn ouders, die juist naar het vrije en tolerante Nederland zijn gekomen of gevlucht om hun kinderen een goede toekomst te geven”.

De heren kaarten en passant nog even een kardinaal probleem aan: het ontbreekt Rotterdam aan juridische middelen om haatpredikers uit de VS en Groot-Brittannië tegen te houden. Die hebben geen visum nodig en kunnen ongehinderd Nederland binnenkomen.

Nu het kabinet toch bezig is met haar actieplan tegen jihadisme… daar wat tegen doen lijkt me een stuk productiever dan het rücksichtslos opslaan van de reisgegevens van alle Nederlanders. Iedere keer dat ons schrik aangejaagd wordt lijkt er aan onze privacy gemorreld te moeten worden en dat lijkt me nu ook weer niet de bedoeling.

Om nog maar niet te spreken van minister Opstelten, die deze gelegenheid aanpakte om in het openbaar te dromen van het buitenspel zetten van de rechter. Nee, zonder tussenkomst van die rechter wil hij graag eigenhandig paspoorten af gaan nemen van Syriëgangers. Et tu, Brute? Ook u heeft van onze rechtstaat af te blijven hoor!

Paspoort

Ahmed Aboutaleb riep voorts Nederlandse jihadgangers op hun paspoort bij hem te komen inleveren, want als je de Nederlandse grondwet verwerpt door met IS mee te willen vechten, dan verwerp je ook het Nederlandse paspoort. Tegen mensen die zeggen Nederland te verachten en niets te maken denken te hebben met haar grondwet zegt hij: “Wees dan een vent en kom maandag om half negen je paspoort bij mij inleveren”.

Hij heeft gelijk, vind ik. Wie zo weinig binding heeft met de democratische rechtstaat Nederland dat hij zich geroepen voelt zich in den vreemde in de gewapende strijd te mengen doet er beter aan Nederland helemaal de rug toe te keren. Mensen die het nodig vinden hun “broeders” te gaan helpen in de gewapende strijd. Lever je Nederlandse paspoort in.

Was u verbaasd trouwens, over die “broeders” achter de laatste link? Dat het geen moslims zijn? Desondanks toch honderden jongeren die de afgelopen jaren bij een vreemde strijdmacht leerden vechten?

Enfin. Vroegâh (u weet wel – toen alles beter was) raakten Nederlanders die in vreemde krijgsdienst traden vrijwel automatisch het Nederlanderschap kwijt en daarna was het nog maar de vraag of ze überhaupt nog in het land werden toegelaten. Vervelend, maar dan hadden ze maar niet onder andermans vlag de vechtjas uit moeten hangen. Daar is heel wat voor te zeggen en, zoals Dr. Phil zijn publiek graag voorhoudt; “If you choose the behavior, you choose the consequence”. Nu kunt u van die kalende Texaan zeggen wat u wilt, maar dat is een waarheid als een koe.

Uitgerekend democratie laat zich niet gewapenderhand opleggen, maar wanneer ze u niet zint bent u wel vrij haar de rug toe te keren.

Rest de vraag wat te doen wanneer de desillusie toeslaat?