Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap

Eerlijk is eerlijk, van het NRC-artikel ‘Witte mensen moeten eens luisteren’, een serie interviews met respectievelijk Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen, werd ik een beetje pissig. Om niet al te primair te reageren schoof ik het terzijde. De neiging boos te reageren was te groot.

Dat lag hem meteen al in dat ‘moeten’. Ik ben ‘wit’ dus voelde ik me aangesproken. En ik ben erg allergisch voor dat woord ‘moeten’ wanneer het komt van mensen die mij wel even komen vertellen wat ik ‘moet’ denken, doen of laten. Al dat ik ‘moet’ is ademhalen. Krantenkoppen worden echter doorgaans gemaakt door redacties, niet door interviewers of geïnterviewden.

Ik mot helemaal niks

Die allergie heb ik met de jaren opgebouwd. Door de leraren die vonden dat ik geen pakket vol exacte vakken ‘moest’ kiezen want dat kunnen meisjes toch niet. Door de decaan van de universiteit in Leiden, die vond dat ik me zorgen ‘moest’ maken omdat er weinig jongeheren van mijn leeftijd in mijn jaargroep zaten (ik stroomde twee jaar later dan gebruikelijk in) en kennelijk vond dat ik niet zo zeer naar Leiden ‘moest’ komen om te studeren maar om een leuke vent aan de haak te slaan. Omdat ik ‘moest’ werken om die studie überhaupt te kunnen betalen schreef ze me bij voorbaat af. Het kon daardoor niet anders of het ‘moest’ zo zijn dat ik door mijn werk die studie toch niet zou halen. ‘Bindend studieadvies’ noemde ze dat. Door de vrouw die me tijdens een verjaardag vroeg of ik mijn moeder nou eens geen kleinkinderen ‘moest’ gunnen? Door de leidinggevende die vond dat ik een technisch verhaal ‘moest’ doen voor een clubje hoge omes omdat zij er zelf niets van snapte en me bedankte door me tijdens dat overleg voor de wolven te gooien. Door die andere leidinggevende, die vond dat ik niet zulke lange woorden ‘moest’ gebruiken en of ik daar nou wat mee te compenseren had?

En het is waar. Ik ben een vrouw. Toevalligerwijs met meer talent voor de alfavakken dan voor de bètavakken. Ik ben een kind uit de arbeidersklasse, mijn ouders hadden het geld niet om me even een studie cadeau te kunnen doen. Dus heb ik me, op zijn Rotterdams, de tering gewerkt om al die rare kwasten te laten zien dat ik het wél kon. Stond ik nieuwe kliko’s van een vrachtwagen te lossen om wat bij te verdienen, belde ik Jan en alleman vanuit callcentra met de meest vervelende enquêtes en aanbiedingen (sorrie nog hoor!) en ging ik niet zelden na een nachtdienst nog even door naar een tentamen.

Daar ben ik trots op. Voor mij geen old boys network of kruiwagen, maar alles op eigen stoom. Ik heb leren sappelen en buffelen. Ik heb plat op mijn bek leren gaan, maar ik heb ook geleerd weer op te staan. Ik ben er zelfredzaam en stronteigenwijs van geworden en ik heb die eigenschappen in anderen leren waarderen. Net als de mensen in mijn omgeving die me wél hielpen, me een kans gunden, in me wilden investeren. Soms komen ze uit onverwachte hoek, maar ze zijn er en ik koester ze.

Waar zit nou de pijn? 

Goed, terug naar die interviews met Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen. Vier prachtige vrouwen maken een vuist. Daar houd ik van. Vier prachtige vrouwen gaan de confrontatie aan met de gevestigde orde. Daar houd ik ook van. Ze zijn welbespraakt, hebben goede argumenten, pakken stevig uit en benoemen een heel wezenlijk probleem: Racisme en discriminatie.

More power to them. Ik heb een uitgesproken feministische inborst. Sterke bevlogen vrouwen met een sterk uitgesproken mening die hun platform gebruiken om een heikel punt op onze agenda’s te zetten, hoera, halleluja, hoezee, hosanna!

Maar wat maakte me dan zo pissig? Ik herlas het artikel. Meermaals. Op zoek naar het pijnpunt.

Natuurlijk, daar heb je dat white privilege weer waar ik zo slecht mee uit de voeten kan. De herinvoering van een nieuwe erfzonde, die van mijn witte huid. Die notie waarmee men mij met regelmaat wijs lijkt te willen maken dat ik niet ‘moet’ denken dat ik niet alles eenvoudigweg cadeau gekregen heb vanwege mijn roomblanke huidje. Ik schreef het eerder al: Rot op met je erfzonde. Ik ben niet in die nonsens van de eerste erfzonde getuind en wie denkt me met de tweede wel te kunnen vangen, die komt van een koude kermis thuis. Ik laat me niet uitsluiten, niet omdat ik een vrouw ben en ook niet omdat ik ‘wit’ ben.

Ik ben er zelf niet vies van om mannen op plagerige wijze de maat te nemen. Wanneer mevrouw Aslan tijdens het interview met NRC “Witte mannen, je moet ze bréken. Je moet laten zien dat je niet van ze onder de indruk bent” zegt (en interviewer Bas Blokker lijkt haar bij voortduring netjes te citeren) moet ik om het laatste glimlachen.

Mannen bréken, even ongeacht hun huidskleur, zo ver heb ik echter zelfs nog niet willen gaan. Dat deden stoere cowboys vroeger met paarden, bréken. Dan beten ze een paard in zijn oor om het dier te dwingen stil te blijven staan terwijl ze er een zadel oplegden en de singel aansjorden. Ik associeer de term met dwingende overmacht, pijn en stress om de wil van een levend wezen te breken en het tot willoze volgzaamheid te dwingen. Soit, misschien werd mevrouw ongelukkig geciteerd of was het een grapje.

Medestanders buitenspel

Toch, dat is niet waar ik de hik van krijg. Dat is het streng buitenspel zetten van medestanders. In een paar interviews tijd lijken drie van de geïnterviewde vrouwen de vierde al buitenspel te zetten vanwege niet ‘zwart’ genoeg. Erger, die vierde vraagt ’t ook zichzelf af: Heb ik wel recht van spreken en hoor ik hier wel bij? Juist omdat ‘zwarte’ mensen racisme het meest ervaren, aldus de dames volgens hun interviewer, ‘moeten’ zij in de discussie erover de meest vooraanstaande positie innemen.

Of dat werkelijk zo is, dat ‘zwarte’ mensen meer dan wie dan ook lijden onder racisme in het bijzonder of discriminatie in het algemeen, dat weet ik niet. Ik vermoed echter dat vrouwen met een hoofddoek er bepaald ook over kunnen meepraten, de schandalige en extreem discriminatoire ‘kopvoddentaks’ staat mij bijvoorbeeld nog helder voor de geest. Op de arbeidsmarkt bleken sollicitanten met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond minder kans om voor een sollicitatiegesprek uitgenodigd te worden dan hun Hindoestaans-Nederlandse evenknieën.

“Dat is het lastige voor niet-zwarte deelnemers aan de discussie over racisme – ze hebben hierin het minste recht van spreken”, zegt mevrouw Aslan, “ze hebben geen agency.” Vraag ik me toch weer af of die vrouw met een hoofddoekje geen agency heeft, het is een buitengewoon wonderlijke manier om te balloteren. Want dat is wat de dames lijken te doen: Ze vormen een zelfbenoemde ballotagecommissie.

Het wordt nog erger: Veel anderen ‘moeten’ er hun mond over houden. Het is niet genoeg om je bewust te zijn van racisme en niet racistisch te willen zijn en van goede bedoelingen willen de dames al helemaal niets weten. De ‘witte’ filmmaker Sunny Bergman hoort een film zoals ‘Zo zwart als roet’ niet maken, want zij is geen slachtoffer in dit verhaal, aldus mevrouw Mariam el Maslouhi.

Voor zulke ‘witten’ is een nieuwe term uit Amerika geïmporteerd: de helper whitey. Het helpende witje.

Al gauw volgt een ingezonden stuk “Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap” van de vier dames op Joop.nl, in antwoord op de ophef die het interview in het NRC opleverde. Het is voornamelijk de schuld van witte man Bas Blokker. De dames zijn door NRC ‘negatief geframed’.

Waar is zo’n helper whitey wanneer je hem nodig hebt?

Parallel met het feminisme

Want nodig heb je ‘m en dat is de werkelijk ongemakkelijke boodschap. Zonder op hem neer te kijken en hem af te schepen met een pejoratief klinkende titel. Zo zijn vrouwenrechten zijn echt niet door louter en alleen vrouwen bevochten. Mannelijke medestanders hebben juist ontzettend veel voor die goede zaak betekent. Friedrich Engels, Parker Pillsbury, John Stuart Mill, Denis Diderot – de lijst met mannen die zich met de strijd tegen seksisme en voor gelijke rechten bemoeid hebben is lang. Ik zou hen niet durven weg zetten als ‘helpende mannetjes’. Daarmee zou ik hun bijdragen bagatelliseren en dat verdienen zij niet. Ik ben hen juist erkentelijk. Mannen uitsluiten is net zo seksistisch als het uitsluiten van vrouwen. In die zin bevrijdden de mannelijke feministen ook zichzelf. Wil je werkelijk een zinnige en bovenal constructieve dialoog voeren, dan heb je elkaar nodig.

Sletten

Waarom maakt een lange lijst bedpartners een man stoer en een vrouw een hoer? Hoe vrij zijn vrouwen werkelijk in hun seksualiteit en wordt die vrijheid ingeperkt door de angst een slet gevonden te worden? Waarom hebben we nog altijd zo’n moeite met vrouwelijke seksualiteit en, erger, waarom zien we die nog zo vaak als dienstbaar aan de mannelijke seksualiteit?

Met wat vriendinnen kijk ik naar de documentaire “Sletvrees” van Sunny Bergman. Ik zag eerder “Beperkt Houdbaar” en “The Sunny Side of Seks” van deze documentairemaakster en het leek me een leuk idee haar laatste geesteskind in het gezelschap van deze vrouwen te bekijken.

Aan alle voorwaarden voor een gezellig entre nous is voldaan; hapjes, drankjes en goed gezelschap. Al gauw wordt er groepsgewijs beurtelings besmuikt gegniffeld, instemmend geknikt, meelevend gehumd en afkeurend gebromd. Halverwege de tweede fles wijn wordt het lachen luider en worden de grappen wat grover. Opvallend vaak gaan de laatste gepaard met een flinke dosis zelfspot.

Slet

Sunny Bergman presenteert het fenomeen “sletvrees” als bestaand gegeven. Uit de reacties van veel van de geïnterviewde jonge mensen, zowel mannen als vrouwen, moet blijken dat vrouwen die seksueel actiever zijn dan men aanvaardbaar acht en “veel” bedpartners gehad hebben nog altijd voor slet versleten worden. Quod erat demonstrandum.

Het gezelschap van vanavond heeft het in algemene zin al niet op pejoratieve termen voor mensen en slet wordt unaniem als beledigend ervaren.

Er worden ervaringen uitgewisseld, we zijn allemaal inderdaad weleens slet (of een van de opvallend vele synoniemen daarvan) genoemd, en aantallen bedpartners worden vergeleken. We kennen elkaar goed en niemand wordt op de lengte van haar lijstje aangekeken. Of we onszelf daar buiten dit vertrouwd gezelschap zo vrijelijk over zouden uitlaten? Zeker niet. Vriendin Een, met het “winnende” lijstje heft, met zowel een triomfantelijk glimlachje als een ongemakkelijke blos, haar glas.

Ik zet mijn glas neer en begin het relaas van de allereerste keer dat ik voor hoer versleten werd. Dat was op een zondagochtend, terwijl ik in de tram zat naar mijn allereerste bijbaantje. Er kwam een man op het stoeltje achter me zitten. Hij was mijn enige medepassagier. Ik was jong, had nog geen ervaring met jongens, laat staan met mannen, en taalde daar ook nog niet naar. De man, zo’n dertig jaar ouder dan ik, begon vuig tegen me te lispelen. Hij sprak luid genoeg zodat ook de tramchauffeur hem kon horen, maar die reed stoïcijns voort. Ik was “maar een hoer”, zei de man, dat “kon hij zo zien” en hij begon bedragen te noemen. Hij joeg me angst aan met zijn boosaardig gesis. Maakte dat ik me vies en geminacht voelde.

Op het mijne volgen de verhalen van de anderen en de rode draad is eigenlijk wel dat niemand van onze verbale belagers weet had van de lengte (of het gebrek daaraan) van ons lijstje – en opvallend vaak waren het juist mannen die een blauwtje liepen die ons slet of hoer noemden. Sletroepen is vooral projectie, besluiten we.

Maar waarom gaat het dan toch vooral om vrouwen, die zo afgeschilderd worden? Synoniemen van slet te over en zo goed als allemaal op de “ontuchtige” vrouw gericht. Scheldwoorden specifiek voor mannen van lichte zeden, ik zou er zo gauw geen weten. Op de bangalijsten van de jeugd van tegenwoordig prijken alleen meisjesnamen. 

Opknappers en afknappers

De scenes met vrouwen die bekennen geregeld tegen hun zin seks te hebben om hun man maar tevreden te houden zijn voor ons allemaal herkenbaar. Seks als voorwaarde voor een relatie, als onderdeel van de lange lijst aan huishoudelijke klusjes en nauw verbonden met de angst dat een partner je anders verlaten zal. Dat is niet zo heel vrij, zegt Sunny Bergman daarover en dat lijkt me het eufemisme van het jaar. Het is meteen ook de beste manier om je de lust helemaal te doen vergaan.

Overigens, juist de dames onder ons die goede seks hebben blijken er veel meer aan te doen en er veel meer zin in te hebben. Goede seks, en jawel heren dat is inclusief voorspel, doet wonderen voor je libido. Tel uit je winst.

Vriendin Twee, in lotushouding op de bank en met haar glas wijn als een soort offerande in beide handen geklemd, zucht eens diep. Haar nieuwe ex-minnaar heeft een hoge positie op de apenrots die bedrijfsleven heet en daar is ze vatbaar voor. Status vindt ze sexy. Hij heeft haar op de vrouw af gevraagd door hoeveel andere mannen ze al “is genomen” en daarmee heeft hij zich eigenhandig van zijn voetstuk gestort. Ze voelde zich beledigd, zowel door de impertinentie van de vraag als door het gegeven dat hij haar daarbij zelfs niet tot enige seksuele autonomie in staat leek te achten.

Daarmee komt het gesprek op andere afknappers. Porno is er daar op zich niet een van, al heeft het gezelschap unaniem bezwaar tegen de misstanden in de porno-industrie en tegen fenomenen als onnatuurlijk gladgetrokken vulva’s en kinderlijk bloot geschoren venusheuvels.

Voor de meesten van ons zijn het juist onze eigen remmingen en onzekerheden die goede seks in de weg staan. Het valt gewoon niet mee je ongegeneerd over te geven aan seksueel genot terwijl je angstvallig je buik in probeert te houden en je zorgen maakt of je er wel sexy, slank en mooi genoeg bij ligt. Verwachtingen, echt of ingebeeld, zijn funest.

Wat is dat trouwens met mannen die, liefst middenin het minnespel, een vrouw met een jongensachtig “toet!” in borsten knijpen? Vergelijkend warenonderzoek leert dat ik bepaald niet de enige ben die dit overkwam en ook bij mijn lotgenotes deed het de lust als sneeuw voor de zon verdwijnen.

De madonna en de hoer 

Veel van de door Sunny Bergman geïnterviewden lijken te lijden aan het aloude madonna-hoer-complex, waarbij het onmogelijk is in één vrouw zowel een gerespecteerde echtgenote als een opwindende minnares verenigd te zien. Meer seksuele contacten werkt duidelijk statusverhogend als het om mannen gaat, maar statusverlagend bij vrouwen.

Vriendin Drie, die zich met haar katachtige gratie (waar de rest van het gezelschap al sinds we haar kennen jaloers op is) naast vriendin Twee op de bank neergevlijd heeft, laat een aantal van haar minnaars de revue passeren. Ze is wat we serieel monogaam plegen te noemen, net als de meesten van ons. Ze is de mannen op haar ook niet onaanzienlijke lijstje altijd trouw geweest, maar komt in een relatie altijd wel weer op een punt waarop ze meent dat het tijd is to move on. Dat mensen haar aan de hand daarvan denken in te kunnen delen in een sociale categorie en haar sociale status te moeten bepalen maakt haar boos.

Ik vraag me af of de dames de lat anders leggen wanneer het gaat om ongebonden seks. Geen van ons heeft daar issues mee, al steken we er wat onszelf betreft verschillend in. Sommigen van ons ervaren seksueel contact zonder bijkomende emotionele binding zelf als onprettig, maar een moreel waardeoordeel wordt er niet aan verbonden.

Heel anders is dat met vreemdgaan, zonder uitzondering vinden we dat immoreel. Vanwege de vertrouwensbreuk die daar inherent aan is.

Blauwe en roze pillen

Bij het voorbij komen van de aftiteling dwalen we af. Naar de aangekondigde lustopwekkende pil voor vrouwen. Remedie voor zaken als voorgewende hoofdpijn, voor mannen die vaker willen dan hun vrouwen en bijvoorbeeld een al te drastische moralistische opvoeding“. Vrouwen lijden echt aan geen zin in seks en dat is echtscheidingsgrond nummer een, aldus ontwikkelaar Adriaan Tuiten. Erger; volgens deze man worstelt één op de vijf vrouwen met weinig lustgevoelens.

Vriendin Een grijnst breeduit wanneer ze ons vraagt of we al eens geleden hebben aan een gebrek aan zin in chocola. Hilariteit alom, ook al omdat we het best zien zitten om een avondje stomende seks te kunnen plannen. Een farmaceutische regulering van je seksleven heeft zo ook zijn voordelen.

Nee, ons lijkt het toch dat het vooral hun mannen zijn, die lijden onder een verminderde zin in seks bij vrouwen. Het verwondert ons dan ook niet dat juist een man op zoek ging naar een lustopwekkende pil voor vrouwen. Het lijkt een logisch vervolg op de uitvinding van Viagra, de befaamde blauwe pil tegen haperende erecties. Dé oplossing voor momenten waarop een man de lust al wel door de aderen giert maar zijn bloed maar niet naar dat ene, zo essentiële onderdeel wil vloeien.

Tsja en dan sta je eindelijk in het gelid, heeft je vrouw geen zin. Sjit.

Een synthetische slet, op afroep beschikbaar, is dan wel een uitkomst nietwaar?