Turks worstelen met de democratie

Uitgerekend bij het standbeeld De verwoeste stad van Osip Zadkine, op het Plein 1940, liggen vanochtend losse straatstenen als stille getuigen van een nacht vol vernielingen en ongeregeldheden. Twaalf arrestaties en zeven gewonden, waaronder een agent. Watskebeurt?

Wel, dat ligt zo. De Turkse president Erdogan wil met een wijziging van de Turkse grondwet zijn presidentiële macht uitbreiden. Niet alleen wil meneer Erdogan daarmee meer greep op de Turkse rechterlijke macht (dág scheiding der machten) én de mogelijkheid per decreet te regeren, ook zou het betekenen dat hij tot 2029 president mag blijven. Omdat het wetsvoorstel ook voorziet in de afschaffing van de premiersfunctie krijgt een president daarmee álle uitvoerende macht. Hij zal zelfs het hele parlement mogen ontbinden wanneer hem de goesting daartoe overvalt.

Het Turkse parlement is reeds akkoord gegaan en op 16 april mag het Turkse volk zich daarover uitspreken tijdens een referendum. Dat betekent dat er campagne gevoerd moet worden!

Per decreet 

Dat reageren per decreet is een reden tot zorg. Meneer Erdogan heeft na de mislukte coup van vorig jaar de noodtoestand uitgeroepen en mag sindsdien al per decreet regeren, dus we weten al waartoe zulks leiden kan. Na het uitroepen van de noodtoestand is het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens voor onbepaalde tijd opgeschort. Diverse mensenrechten (zoals die op een eerlijk proces en die op vrijheid en veiligheid en respect voor privé- en familieleven) zijn buiten werking gesteld. Verdachten mogen tot dertig dagen zonder officiële aanklacht vastgehouden worden.

Hij schorste of ontsloeg al 120.000 ambtenaren. Voorts liet hij duizend privéscholen sluiten, net als 165 televisiestations, persdiensten, kranten, tijdschriften, radiozenders en uitgeverijen. Hij liet 40.000 mensen arresteren, onder wie ruim 140 journalisten en parlementariërs van de (pro-Koerdische) partij HDP.

Vorig jaar schreef ik daar al wat over in Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting en ik ben de aanhouding van de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink nog niet vergeten, laat staan die van Ebru Umar. Die aanhoudingen vonden allebei ‘toevallig’ plaats tijdens afzonderlijke bezoekjes van onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders aan Turkije. Machtsvertoon heet dat.

Turkse stemgerechtigden weten dus wat hen te wachten staat. Als ik dat zo lees lijkt het me bepaald onverstandig daar ‘ja’ tegen te zeggen, maar onverstandig of niet, dat staat de kiezer vrij. Ook dat is democratie.

Campagne in het buitenland

De Turkse kieswet verbiedt politici al sinds 2008 campagne te voeren buiten de Turkse landsgrenzen. Artikel 94/A van de Turkse kieswet: “In het buitenland en in buitenlandse missies mogen geen campagneactiviteiten bedreven worden.”

Desondanks kondigde meneer Erdogans partij (AK) meteen grootschalige campagnebijeenkomsten aan in Europa. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu reisde af naar Duitsland, waar hij op 7 maart een campagnebijeenkomst hield in Hamburg. De Duitse regering wilde die bijeenkomst verbieden en werd derhalve door meneer Erdogan beticht van “nazipraktijken”. Dat is nogal wat en die uitspraak karakteriseert zowel de snel aangebrande natuur van meneer Erdogan als zijn politieke strategie van het gestrekte been.

Rotterdam

Goed. De volgende halte in de campagne van meneer Cavusoglu was Rotterdam, maar daar werd de bijeenkomst afgelast. In plaats daarvan moest er afgelopen zaterdag een bezoek gebracht worden aan het Turkse consulaat, ook in Rotterdam. De Nederlandse regering riep meneer Cavusoglu op niet naar Nederland te komen, want men voorzag problemen met de openbare orde en veiligheid. Zo’n bezoek was prima, maar dan wel graag kleinschalig en besloten. Dat was alles aan dovemansoren, de goede man stapte toch op het vliegtuig.

Het kabinet Rutte trok prompt (en on-Nederlands ondiplomatiek) de landingsrechten van ’s mans vliegtuig in. Meneer Erdogan ontstak alweer in woede en noemde Nederland een “nazi-overblijfsel” en “fascistisch”.

Ongewenst vreemdeling

De Turkse minister van Familiezaken, Fatma Betül Sayan Kaya, wilde op haar beurt acte de présence geven in Ermelo en Wehl. De eigenaars van daarvoor gehuurde uitspanningen zegden echter af. Ook haar leek het Turkse consulaat in Rotterdam een leuk alternatief. Maar die Hollanders doen zo vervelend!

Niet getreurd, mevrouw stapte gisteren in Duitsland met een heel gevolg van (al dan niet bewapende) beveiligers en medewerkers in een colonne auto’s en zette koers naar Rotterdam. Er vertrok kennelijk een tweede colonne auto’s, die de Nederlandse autoriteiten moest misleiden.

Eenmaal in Rotterdam werd de colonne staande gehouden en dat mondde uit in een volkomen surreële situatie, waarbij de minister urenlang weigerde uit haar gepantserde auto te komen.  Ze wilde de toegestroomde menigte, zo’n duizend man sterk, toespreken en ze wilde naar ‘haar consulaat’. Tot mevrouws ongenoegen mocht ze allebei niet: “Nederland schendt alle internationale wetten, conventies en rechten van de mens door mij niet binnen te laten gaan in het Turkse consulaat in Rotterdam.”

Enkele van de wagens uit de colonne werden weggesleept. Mevrouw Kaya werd tot ongewenst vreemdeling verklaard, afgevoerd en midden in de nacht terug geëscorteerd naar Duitsland. Toen kwam het dus tot rellen.  De ME, de politie te paard en een heus waterkanon moesten eraan te pas komen om de Westblaak en Plein 1940 schoon te vegen.

Vanochtend beloofde de Turkse premier Binali Yildirim “serieuze tegenmaatregelen tegen Nederland” en volgens hem is de diplomatieke onschendbaarheid van mevrouw Kaya aangetast. Dat laatste lijkt me onzin, overigens.

Diplomatieke onschendbaarheid

Buitenlandse diplomaten die in Nederland hun land vertegenwoordigen zijn onschendbaar. Die diplomatieke onschendbaarheid betekent dat gastland Nederland ze niet kan vervolgen of aanhouden. Deze bescherming geldt ambassadeurs, consuls, staatshoofden, regeringsleiders, ministers van Buitenlandse Zaken en permanente vertegenwoordigers bij internationale organisaties.

Diplomatieke onschendbaarheid is iets dat actief door het gastland erkend moet worden, alleen het dragen van een diplomatiek paspoort is dus niet genoeg. Doorgaans verstrekt het gastland een bijzonder identiteitsbewijs aan de betrokken diplomaat, waaruit de verleende onschendbaarheid blijkt.

Een Turkse minister van Familiezaken die onder valse voorwendselen én tegen de geldende wetgeving van Turkije én tegen de uitdrukkelijke wensen van gastland Nederland in afreist om campagne te voeren geniet in beginsel die diplomatieke onschendbaarheid dus niet.

Vrijheid en democratie

Toch, hè? Die Turkse ministers beroepen zich in Nederland op mensenrechten, die Turkije in eigen land zelf met voeten treedt. Een uitgelezen kans om te laten zien hoe het wél moet. 
Wees vrij je mening te uiten, ook als we die abject vinden. Onze democratie kan dat makkelijk hebben, daar hebben wij het volste vertrouwen in. Vooruit, hier heb je een mooie rode loper en voor de aardigheid richten we daar direct naast het grootste persvak ooit in. Natuurlijk mag je komen vertellen over hoe je graag zou willen dat je electoraat ‘ja’ zegt tegen je abjecte plannen je democratie uit te hollen, de vrijheden van je mensen op te schorten en de mensenrechten ongestraft met voeten te laten treden. Laten we je politieke tegenstrevers ook nog even aan het woord. Daarna zullen wij, in dezelfde vrijheid, daar wat van vinden. 
Of dat nu in een achteraf zaaltje is of in je eigen consulaat, leef je uit, met de pers erbij. Zodat iedereen weet wat je van plan bent. 

Verplichte anticonceptie?

Mag een overheid de vruchtbaarheid van mensen, die eigenhandig hebben bewezen niet goed voor een kind te kunnen zorgen, aan banden leggen?

Het is een vraag die op dit moment de Rotterdamse gemeenteraad verdeelt. Wethouder Hugo de Jonge (CDA) wil ijveren voor een wet die het gebruik van voorbehoedsmiddelen kan verplichten. Het gaat daarbij om wat men ‘onmachtige ouders’ noemt, maar uiteindelijk blijkt dat het vooral om ‘onmachtige moeders’ gaat – de ‘onmachtige vaders’ blijven buiten schot. Dat is jammer, want laten we wel zijn; It takes two to tango.

Die wetgeving zal namelijk vooral voor vrouwen gelden, die bijvoorbeeld verslaafd zijn, dakloos zijn, psychische problemen hebben of verstandelijk beperkt zijn, die verplicht een spiraaltje moeten laten inbrengen. “Sommige kinderen hebben het recht om niet geboren te worden” zegt de CDA’er.

Het Maasmeisje

Het deed mij denken aan de 12-jarige Géssica Gomes, die we allemaal kennen als ‘het Maasmeisje’, sinds haar bloedeigen vader haar doodde en haar lichaam in stukken sneed, om vervolgens de delen van haar lichaam in tassen te doen en in de Nieuwe Maas te gooien. De vader had al een geschiedenis van geweldplegingen, tegen zijn kinderen en zijn ex-vrouw. Hij dronk, gebruikte Ritalin, leed aan paranoïde psychoses en meende bezeten te zijn. Volgens een expert functioneerde hij op overwegend zwakbegaafd niveau.

Het Kofferbakmeisje

En dan dat andere onfortuinlijke kind, dat het nieuws zou halen als ‘het Kofferbakmeisje’. Bij leven werd Savanna de Jong, zoals de 3-jarige peuter heette, door haar biologische moeder en haar stiefvader geslagen en uitgehongerd. Er waren eerder al twee van moeder Sonja’s kinderen uit huis geplaatst toen Savanna ter wereld kwam in 2001. Al in de eerste maanden van haar jonge leventje werd ook Savanna uit huis geplaatst, maar Sonja kreeg het kind toch weer terug.

Savanna werd, bij wijze van ‘opvoeding’, in kastjes opgesloten als het stel haar zat was of kreeg een washandje in haar mond gepropt, zoals ook op de dag van haar dood, 20 september 2004. Het kind stierf de verstikkingsdood. Moeder Sonja leed aan een borderline persoonlijkheidsstoornis met antisociale trekken en had op haar beurt een traumatisch verleden.

Verantwoording van ouders

Nu heb ik vaker mijn twijfels wanneer sommige mensen besluiten hun kinderwens in daden om te zetten. Zo dacht een huisgenootje uit mijn studententijd dat haar droomman (en notoir rokkenjager, maar dat terzijde) wel definitief voor haar zou kiezen als ze een kind van hem zou baren. Ze stopte zonder wat te zeggen met de pil. Gelukkig, voor alle betrokken partijen, was hij niet voor één gat te vangen.

Een andere vrouw was ongelukkig en zadelde haar kind, nog voor conceptie, al met een baan op: het zou haar gelukkig moeten maken.

Ooit sprak ik een bevriend stel vermanend toe; beiden waren werkeloos en hadden geen cent om de spreekwoordelijke kont mee te krabben, toch moesten er kinderen komen vanwege de kroon op de relatie. Jawel, meervoud. Ik durfde de vraag te stellen hoe ze dat financieel dachten te kunnen bolwerken? Dat je zelf op sinaasappelkisten zit en van de voedselbank eet is een ding, maar een kind moet gevoed, opgevoed, gekleed, naar school en dat kost allemaal geld.

Kinderen hebben Kinderrechten, moet u weten en daar zijn ouders in beginsel verantwoordelijk voor. Ik vond daarom dat al die ongeboren vruchten recht hadden op een heroverweging, zij vonden het een goed moment de vriendschap op te zeggen.

Kinderrechten 

Kinderen hebben bijvoorbeeld recht op op een levensstandaard die voldoende is voor hun lichamelijke, geestelijke, intellectuele, zedelijke en maatschappelijke ontwikkeling. Ze hebben recht op onderwijs, recreatie, ontwikkeling, lichamelijke integriteit, een veilig thuis. En het recht op ouders die de verantwoordelijkheid nemen voor de opvoeding van hun kinderen en daarbij de belangen van die kinderen voorop stellen.

De gevolgen van een drugs- of drankverslaving tijdens de zwangerschap zijn gruwelijk. Baby’s van drugsverslaafde moeders komen verslaafd ter wereld en worstelen binnen de eerste 24 uur van hun leven al met ontwenningsverschijnselen. Bij baby’s van moeders die gedurende hun zwangerschap vijf of meer glazen alcohol drinken zien we groeiachterstanden, misvormingen en/of een aangetast zenuwstelsel. Dat is evengoed kindermishandeling als het ongenadig pak slaag dat meisje Savanna van haar moeder kreeg.

Bezint eer ge begint

Projecten zoals in Tilburg, en nu in Rotterdam, om ‘kwetsbare ouders’ ervan te overtuiging vrijwillig anticonceptie te gebruiken juich ik dan ook van harte toe.  Alles staat of valt met goede, eerlijke voorlichting en een gedegen begeleiding.

Deze problematiek geldt echter in het geheel niet alleen de relatief weinig verslaafde, dakloze, verstandelijke beperkte of met psychische problemen behepte vrouwen van wethouder De Jonge.

Ook gewone, wilsbekwame mannen en vrouwen lukt het regelmatig niet om fatsoenlijk voor een kind te zorgen. Jaarlijks worden alleen in Nederland 119.000 kinderen mishandeld. Fysiek, emotioneel en seksueel geweld, emotionele en fysieke verwaarlozing, het getuige zijn van huiselijk geweld en de gevolgen van vechtscheidingen zijn allemaal vormen van kindermishandeling, en gemiddeld is een kind per schoolklas er slachtoffer van. Kinderen zijn gemiddeld drie tot vijf jaar lang slachtoffer van huiselijk geweld. Gemiddeld sterft er elke week een kind aan de gevolgen van mishandeling.

Mensenrechten

Ook grote mensen hebben rechten. Mensenrechten. Op leven, vrijheid en onschendbaarheid van zijn persoon en de onaantastbaarheid van zijn menselijk lichaam. Het recht te huwen en een gezin te stichten. Een wilsbekwame vrouw vastbinden op een bed, haar met dwang een spiraaltje of een onderhuids anticonceptiestaafje inbrengen – het is eenvoudigweg in strijd met het Internationale Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De hamvraag is nu of de Mensenrechten van een vrouw als Sonja het niet moeten afleggen tegen de Kinderrechten van een kind als Savanna.

Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Anna Sophia Polak

Op 27 april 1874 werd, in mijn eigenste mooie Rotterdam, Anna Sophia Polak geboren. Zij was de enige dochter van Herman Joseph Polak en Louisa Helena Stibbe. Haar vader was leraar (en later hoogleraar) Griekse taal- en letterkunde en conrector van het Erasmiaans Gymnasium. ‘Het Erasmiaans’ is nog altijd een begrip in Rotterdam en het is een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs van Nederland.

Als telg van intellectueel en liberaal-joods gezin groeide zij dus op in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze ging naar de Hogere Burgerschool voor meisjes en werd daarnaast door haar vader onderricht in Latijn en Grieks. In 1893 legde zij met succes het eindexamen gymnasium-A af. Kort daarna zou het gezin Polak naar Groningen verhuizen, waar Herman Polak in 1894 hoogleraar in de Griekse taal- en letterkunde werd.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was Anna Polak zoekende. Ze voelde zich weliswaar aangetrokken tot de klassieke talen en had een uitgesproken literair talent, maar wilde geen lerares worden en dat was wel het enige beroep waar zij, als jonge vrouw, met die studie voor in aanmerking komen kon. Ze was intelligent en sociaal en maatschappelijk zeer betrokken. Ze deed een zelfstudie Italiaans, werd beëdigd vertaalster en gaf privélessen Italiaans. Daarnaast was ze actief op sociaal en politiek vlak en deed zij zogeheten ‘Toynbeewerk’, sociaal ontwikkelingswerk, onder fabrieksarbeidsters.

Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

In Groningen ontmoette Anna Polak de bevlogen feministe Cato Pekelharing-Doyer, de drijvende kracht achter de Vrouwenbond en de eerste vrouw die zitting nam in de Groningse Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs. Mevrouw Pekelharing-Doyer was een van de initiatiefneemsters van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag plaats vond. Niet toevallig is dat hetzelfde jaar waarin koningin Wilhelmina zou worden ingehuldigd. De tentoonstelling moest een ode worden aan vrouwenarbeid, in al haar facetten, en de arbeidspositie van vrouwen op de agenda zetten.

Tijdens deze tentoonstelling, die 90.000 bezoekers trok, werden lezingen gehouden en congressen georganiseerd en dat alles had tot doel de “werkkring van vrouwen te bevorderen” en hun lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Anna Polak stond Cato Pekelharing-Doyer tijdens de voorbereidingen voor die tentoonstelling bij en ze zou het gebeuren later “haar leerschool op het gebied der vrouwenbeweging” noemen. Geïnspireerd door het Toynbeewerk en de tentoonstelling begon Anna Polak zich te verdiepen in de vrouwenvraagstukken van haar tijd.

Een van haar andere inspiratoren was Catharine van Tussenbroek, de tweede vrouwelijk arts van Nederland, wiens naam in een adem met bijvoorbeeld die van Aletta Jacobs genoemd zou moeten worden. Catharine van Tussenbroek had uitgesproken ideeën over vrouwenemancipatie. Waar andere medici beweerden dat jonge vrouwen uit de middenklasse “te zwak” waren voor een arbeidzaam bestaan weet dokter Van Tussenbroek een “tekort aan levensenergie” onder deze vrouwen juist aan het ontbreken van een doel in het leven. Al wat deze jonge vrouwen na de middelbare school als toekomstperspectief hadden was een lijdzaam wachten op een geschikte huwelijkspartner, en wel, that will suck the life out of you.

Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bracht genoeg geld in het laatje om Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid op te richten én inspireerde Anna Sophia Polak tot het schrijven van haar eerste boek. Haar ‘Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging’ zag in 1902 het literair levenslicht. Een heel hoofdstuk over Catharine van Tussenbroek ontbreekt daar uiteraard niet aan. In het boek legt mevrouw Polak haar ideeën uit over vrouwenemancipatie en pleit zij voor een “evolutionair proces van ontvoogding van de vrouw” als middel daartoe.

Leven en loopbaan

Marie Heinen (links) en Anna Sophia Polak

Anna Polak werd in 1904 bestuurslid van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Ze was eerst lid en van 1907 tot 1908 bestuurslid van de Groningse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Anna Polak werd op 15 september 1908 de derde directrice van het in Den Haag gevestigde Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Ze verhuisde daarvoor naar Den Haag en van daar uit nam haar carrière een ware vlucht. Omdat haar vader in juni van dat jaar was overleden verhuisde haar moeder met haar mee. Louisa Helena zou tot haar dood in 1936 bij haar dochter blijven wonen.

In 1908 werd Anna Polak directeur van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid en samen met adjunct-directeur Marie Heinen zette ze zich actief in voor de verbetering van de positie van de vrouw in Nederland. Ze brachten vrouwenberoepen in kaart, organiseerden voorlichtingssessies en spreekuren en brachten diverse brochures uit.

In 1920 werd Anna Polak voorzitter van het Permanente Comité voor Vrouwenarbeid van de Internationale Vrouwenraad, een functie die zij vijf jaar lang zou bekleden. In 1926 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en van 1927 tot 1932 was ze voorzitter van de Nationale Vrouwenraad.

Anna Polak was wars van de confessionele opvatting dat meisjes slechts het huwelijk en het moederschap beschoren zou zijn en geloofde in het belang van betaald werk en economische onafhankelijkheid voor vrouwen en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt door goede vakopleidingen. Voor levensgeluk is een vrouw niet afhankelijk van een man, zo hield zij haar tijdgenoten voor. Arbeid, zo meende zij, moest niet als een negatief verschijnsel bezien worden, maar kon voor zowel mannen als vrouwen ‘een der rijkste bronnen van levensvreugde’ betekenen.  Amen to that!

Ze had heel wat op haar agenda; vrijheid van arbeid, gelijk loon voor gelijk werk en een einde aan discriminatie van (al dan niet getrouwde) vrouwen op de arbeidsmarkt en bij de toebedeling van gehuwden- en kindertoeslagen. Niet alleen dat, ze vond dat het huisvrouwenschap een beroep op zich was. Anna Polak vond verder dat vrouwen, die de capaciteiten hadden om een wetenschappelijke opleiding te volgen, ook de mogelijkheid daartoe moesten krijgen. Ze bleef daarom ijveren voor een gedegen beroepskeuzevoorlichting voor meisjes en het is aan haar te danken dat het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag in 1931 haar eerste vrouwelijke adviseur aanstelde.

En alles dat in een tijd waarin het nog volstrekt normaal gezien werd dat vrouwen ontslagen werden zodra zij trouwden, mevrouw Polak was met haar ideeën haar tijd revolutionair ver vooruit.

In 1936 sloeg echter het noodlot toe en werd Anna Polak ziek. Ze vertoonde verschijnselen van dementie, werd op grond daarvan arbeidsongeschikt verklaard en werd daarom, kort na de dood van haar moeder, eervol ontslagen. In 1941 waren die ziekteverschijnselen zo verergerd dat ze onder curatele was geplaatst en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag werd opgenomen. Nederland was toen uiteraard al bezet.

In 1943 deporteerden de Duitsers deze bijzondere vrouw, 69 jaar en inmiddels dement, naar Westerbork. Op 23 februari 1943 werd zij per trein op transport gesteld, naar Auschwitz. Na drie dagen, op 26 februari kwam de trein bij het vernietigingskamp aan. Anna Polak werd diezelfde dag nog vermoord.

Anna Sophia Polak is een van mijn Grote Vrouwen.

Scusa

Ontsteld kijk ik naar beelden van de Fontana della Barcaccia, waar Feyenoordse voetballiefhebbers zich op hebben uitgeleefd. Stukken travertijn zijn van Pietro Bernini’s Lekkende Boot gebroken en liggen op de bodem van de fontein, samen met bierflessen, peuken, scherven, rode en witte strandballen en alle ander zooi die de heren er in geflikkerd hebben. Ik schaam me rot.

In 2009 bezocht ik de stad en fotografeerde ik onder meer die Fontana della Barcaccia. Het bootje is een monument, het is ontworpen ter herinnering aan een overstroming in 1598. Het is ook een stukje vernuft, de waterdruk was er te laag voor de geijkte hoge waterstralen. De fontein, die dateert uit 1629, is net gerestaureerd en het lijkt erop dat de restaurateur wel opnieuw kan beginnen. Ook de Spaanse Trappen liggen erbij als een waar slagveld, ondergepist en vol rommel.

Dat alles is het resultaat van een tweedaags bezoekje van de, voornamelijk, heren hooligans aan Rome. Het zijn de stille getuigen van de invasie van Rome door onze voetbalbarbaren. Zoals we dat al kennen van zulke voetbalfans werd er gezopen, met de plaatselijke politie geknokt, met zwaar vuurwerk, flessen en al zo meer gesmeten en werd er lustig op los vernield. Het is weer een nieuw dieptepunt in de geschiedenis van het voetbal in het algemeen en van Feyenoord en haar aanhang in het bijzonder.

Rome nam voorzorgsmaatregelen. Het centrum werd drooggelegd, maar de voetbalfans namen hun eigen bier mee in plastic tasjes. De tasjes en de flesjes liggen nu in die fontein. De fans werden opgeroepen alstublieftdankuwel met de bus naar de voetbaltempel te reizen, men vreesde confrontaties met de inheemse voetbalbarbaren, maar het legioen had daar lak aan en ging ‘lekker toch’ in een stoet te voet. Ze werden van de Spaanse Trappen af gestuurd en daar kunnen ze niet tegen. Jonge broekies en brave huisvaders veranderen er in egomaniakale schuimbekkende barbaren van, die geweld en vernielingen plegen en met de politie op de vuist gaan. Want dat is natuurlijk niet de schuld van de voetbalfans zelf. Dat is het nooit. Tenminste, als je hen zelf geloven moet.

Het is de schuld van Rome en van de politie. Waren er meer vuilnisbakken neergezet dan hadden ze hun afval natuurlijk niet in de Lekkende Boot hoeven gooien en die schade aan die fontein valt heus best mee. Het is ook de schuld van de pers, want die wil van al die nuance niks weten.

Het zal u opvallen dat ik al heel lang geen onderscheid meer wens maken tussen “goedwillende” voetbalsupporters, clubs, harde kernen en hooligans. Er heerst een schrijnend gebrek aan zelfreinigend vermogen onder de diverse supportersgroepen. Men spreekt zich niet tot nauwelijks uit tegen excessen en doet bar weinig om de harde kern tot rede te brengen.

Supportersverenigingen verschuilen zich doorgaans zelfs achter een gebrekkige organisatie rondom wedstrijden, waarbij de verantwoordelijkheid voor wangedrag van voetbalfans afgeschoven wordt op de bordjes van overheden en politie. Feyenoord-woordvoerder Raymond Salomon demonstreert dat ook nu weer. Ook hij zegt in de Volkskrant dat de rellen in de stad onder de verantwoordelijkheid vallen van de Romeinse autoriteiten.

Als er al een supportersprotest georganiseerd wordt dan is dat tegen verplichte buscombi’s en andere maatregelen die genomen worden om de barbaarse voetbalhorden een beetje in toom te houden. Die “goedwillende” voetbalsupporters laten niets van zich horen en de voetbalclubs geraken alleen echt overstuur wanneer ze dreigen voor gemaakte kosten voor bijvoorbeeld politie-inzet te moeten gaan betalen.

De UEFA heeft al laten weten dat de rellen in Rome haar niet erg aangaan en Feyenoord niet hoeft te vrezen voor maatregelen als uitsluiting van de competitie. “We veroordelen wat er is gebeurd, maar de UEFA kan hier niets tegen doen. Wij gaan alleen over zaken die zich in het stadion hebben afgespeeld”. Lekker makkelijk is dat.

Vergeet echter niet dat de belastingbetaler al jarenlang tegen heug en meug de voornaamste voetbalsponsor is -en zowel de KNVB en UEFA, als de clubs en hun aanhangers daar al die tijd schaamteloos van hebben geprofiteerd. Bij wijze van dank breekt men hele binnensteden af.

Wat mij betreft hielden we daar gewoon mee op. Er gaat genoeg geld om in die voetbalwereld, bedruip jezelf maar. Reken de kosten door aan clubs en supporters, dan moet de voetbalwereld haar eigen verantwoordelijkheid wel nemen. Lukt dat niet, dan betekent dat een misschien einde aan het voetbal, maar dat is eigen schuld, dikke bult. Die belastingcentjes kunnen veel beter besteed worden, aan mensen die dat verdienen. Onze ouden van dagen, bijvoorbeeld.

Ik ben geboren en getogen Rotterdamse, ik schaam me rot, en ik wil maar even ‘scusa’ zeggen tegen de Romeinen. Sorry voor die delegatie eencelligen die uw mooie stad geterroriseerd heeft. Sorry voor de schade aan uw vier eeuwen oude erfgoed en het absolute gebrek aan respect waarmee Nederlandse barbaren er een vuilnisbelt van gemaakt hebben.

Echte Rotterdammers zouden beter moeten weten, het hart van hun eigen Rotterdam werd al eens onherstelbaar beschadigd.

Scusa. Scusa.

Naheffing

Ik ben alles behalve een rekenwonder, maar die naheffing van Brussel zit me niet lekker. Of we nog even ruim zeshonderd miljoen euronen willen gireren, maar waarom we dat zouden moeten doen blijft een beetje duister. De naheffing blijkt mede gebaseerd op nieuwe berekeningen van het nationaal inkomen van alle lidstaten. Elke lidstaat maakt die berekening zelf en voor Nederland doet het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat. Op zonderlinge wijze lijkt onze economie op papier opeens groter en als bij toverslag zijn we rijker dan we dachten. Ging dat nou met mijn huishoudboekje maar net zo makkelijk!

Het CBS is anders, beter of slechter gaan rekenen. Men houdt het alvast op beter, maar met de huidige staat van het onderwijs houd ik persoonlijk liever die derde optie wagenwijd open. Die ellende van almaar gebrekkiger onderwijs druppelt vanzelf door naar de werkende massa, dat is een kwestie van tijd nietwaar. Veel journalisten van nu kunnen niet erg goed spellen en het zou zo maar kunnen dat ook de kwaliteit van de beroepsmatig rekenkundigen niet meer is wat het moet zijn.

Die herberekening betreft de periode tussen 2002 en nu, maar de pijn zou het vooral in de laatste vier jaar zitten.

Helemaal achterdochtig werd ik toen minister Dijsselbloem Brussel om inzage vroeg in de cijfers van andere landen en Brussel hem afscheepte: Men “kan” de onderliggende cijfers niet voorleggen simpelweg omdat ze die niet hebben. Pardon?

De respectievelijke lidstaten hoeven alleen de uitkomst van hun berekening van hun nationaal inkomen aan Brussel voor te leggen. Brussel is een dure Europese hobby, zo blijkt maar weer. En kennelijk kun je als lidstaat die hobby zo duur maken als je zelf wilt, want de cijfertjes die aan je sommetjes ten grondslag liggen hoef je niet openbaar te maken aan Rentmeester Brussel.

Het is als met de inkomstenbelasting. Die ik overigens zonder al te veel morren betaal hoor, want zaken als infrastructuur, onderwijs, zorg, recht, veiligheid en al wat dies meer zij gaan mij zeer aan het hart en die kosten nu eenmaal geld. ‘Tuurlijk, ik vind dat ik wel erg veel belasting betaal, maar dat vinden we allemaal. Zonder heilige koe voor de deur en met een vakantiereisje per decennium red ik mij echter best.

Over heilige koeien gesproken, heeft u die briljante plannen gelezen die onze overheid heeft met mensen, die met hun eigen auto naar hun werk reizen en hun bolide parkeren op een door hun werkgever betaalde parkeerplaats? Die mogen daar straks ook nog eens belasting voor gaan betalen, want dat wordt binnenkort aangemerkt als deel van hun loon.

Nederlandse automobilisten zijn met hun tien miljoen auto’s elk jaar al goed voor 21 miljard euro. Die hoesten zij op in de vorm van allerlei belastingen en bekeuringen. Een automobilist betaalt al twee keer zoveel aan belastingen dan dat hij de overheid kost, maar hé, die zeshonderd miljoen euro moet straks ergens van betaald worden. Jawel, want betalen gaan we natuurlijk toch.

Soit. Wel vind ik dat voor sommige zaken het belasting betalen optioneel zou moeten zijn, als ze al van belastinggelden betaald zouden moeten worden. Onderwijs anders dan het openbaar onderwijs bijvoorbeeld. Laatst struinde ik door een museum met moderne kunst en dat lijkt me ook een voorbeeld bij uitstek van weggegooid belastinggeld. Als dat het resultaat is van beleid waarbij de moderne kunstenaar zijn eigen broek niet op hoeft te kunnen houden maar gesubsidieerd wordt, dan geef mijn portie maar aan Fikkie. Hetgeen me meteen op een ander belastinggedrocht brengt: De hondenbelasting in Rotterdam, waar ik al eens een poepblog over schreef.

De Belastingdienst mag tot vijf jaar terug belasting vorderen. Dat is best lang, maar niet onredelijk.

Moet u zich voorstellen dat die Belastingdienst, net als Brussel, twintig jaar na dato nog even bij u op de lijn komt omdat ze nu iets bedacht heeft waar ze destijds ook belasting over had kunnen heffen. U krijgt vervolgens alleen een blauwe envelop, waarin een acceptgiro zit met het onverwacht enorm grote bedrag dat u even overmaken moet. Hoe de Belastingdienst aan dat bedrag kwam kan ze u niet vertellen, want de onderliggende cijfers heeft ze niet.

Wel maakt ze een groot gebaar en u “mag” gespreid betalen.

Jottem!

Oorlog en vrede

“Mensen zijn niet geschapen voor oorlog. Mensen zijn geschapen voor vrede.”

Mooie woorden van de Rotterdamse burgervader vandaag, tijdens de herdenking bij het Nationaal Koopvaardijmonument De Boeg. Het is een van de mooiste monumenten in de stad, vind ik. De bijna vijftig meter hoge boeg die golven van gewapend beton doorklieft, met aan haar voet een bronzen beeldengroep. Een roerganger, drie zeelieden en een verdronkene, die verstild met een kabel aan elkaar en aan de boeg zijn verbonden. De kolossale scheepssteven is een monument ter nagedachtenis aan de ruim 3.500 burgerslachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlog het leven verloren op zee, bij de ondergang van honderden Nederlandse koopvaardijschepen.

Burgemeester Aboutaleb verwees tijdens zijn toespraak naar de tentoonstelling in de Kunsthal, waar op het moment honderd bijzondere voorwerpen uit de Tweede Wereldoorlog te bekijken zijn. Een van die voorwerpen is een kogelvrij vest, gedragen door Roeland Jan Kroesen. Toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak was hij een van de opvarenden van de Koopvaardijvloot en daar moest hij, bij Koninklijk Besluit, bij in dienst blijven. Die vaarplicht trof 12.000 opvarenden en zou pas in 1946 weer opgeheven worden. Op 25 april 1941 werd ss Pennland van de Holland-Amerika Lijn bij Kreta gebombardeerd en de oceaanstomer verging. Roeland Jan Kroesen was een van haar opvarenden, hij overleefde.

“Wie het gunner’s vest in de Kunsthal bekijkt, beseft hoe weinig veiligheid een kogelvrij vest kan bieden tegen de overmacht van onderzeeërs en jachtbommenwerpers. Er kan maar één conclusie zijn: mensen zijn niet geschapen voor oorlog. Want dat is de les die we kunnen trekken uit alle ellende en bruutheid van de Tweede Wereldoorlog.”


Tegen oorlogsgeweld zijn we inderdaad slecht bestand. Of dat betekent dat de mens niet voor oorlog maar voor vrede “geschapen” is, dat is dan weer een tweede. Aan de andere kant immers, die onderzeeërs en jachtbommenwerpers zijn wel van menselijke makelij. Het zijn mensen die zulk oorlogstuig verzinnen, fabriceren, verhandelen en gebruiken. Het zijn mensen die het gewapend conflict met elkaar opzoeken. De menselijke geschiedenis staat bol van oorlog, terreur en geweld. Oorlogszucht lijkt toch in onze menselijke natuur te zijn ingebakken, zo bezien.

Als we de omstreden demograaf en hoogleraar sociaalpedagogiek Gunnar Heinsohn mogen geloven is er zelfs een demografische oorzaak voor oorlog aan te wijzen. Dat legde hij jaren geleden uit in een boek, ‘Zonen grijpen de wereldmacht’.  Een bevolkingsexplosie die samengaat met een oververtegenwoordiging van jonge mannen (een ‘youth bulge’) blijkt, zeker wanneer die angry young men weinig goede vooruitzichten hebben, een beproefd recept voor gewelddadige conflicten.

Dat stemt somber, nietwaar? Toch gloort er hoop aan de horizon. Wie de moeite neemt de enorme pil ‘The Better Angels of Our Nature’ van Steven Pinker van kaft tot kaft te lezen komt daarmee tot de ontdekking dat de mens nu vreedzamer is dan hij ooit geweest is. Naarmate de geschiedenis vordert is de mens zich allengs minder gewelddadig gaan gedragen. Steven Pinker, hoogleraar psychologie te Harvard, verwijst met de titel naar een uitspraak van Abraham Lincoln over menselijke vermogens als empathie, moraal en rede.

Deze vermogens (die “better angels”) hebben in de loop van onze geschiedenis steeds meer vat op onze “innerlijke demonen”, zoals  prooigedrag, dominantie, wraak, sadisme en totalitaire ideologieën gekregen. Daardoor wordt er steeds minder oorlog gevoerd en dalen de moordcijfers. Die afname past, volgens meneer Pinker, in het beschavingsproces waarin de mens leert zijn driften te beheersen.

Hij wijst factoren aan die een dempend effect hebben op menselijk geweld; de humanitaire revolutie, een staatsmonopolie op geweld, de handel die ervoor zorgt dat vrede loont en het inruilen van eergevoel tegen persoonlijke waardigheid. Onze groeiende aversie tegen agressie uit zich in ‘rechtenrevoluties’; mensenrechten, burgerrechten, vrouwenrechten, kinderrechten, homorechten en zelfs dierenrechten.

In een ander boek, ‘The End of War’ van John Horgan, is verdere geruststelling te vinden: Biologisch gezien is de mens net zo goed geprogrammeerd voor een vreedzaam als voor een gewelddadig bestaan. Oorlog is niet onvermijdelijk en het is geen intrinsiek onderdeel van de menselijke natuur, maar een cultureel fenomeen en een keuze. John Horgan meent dat oorlog af te schaffen is, net zoals dat met slavernij gebeurd is.

Vandaag herdenken we álle slachtoffers, zowel burgers als militairen, die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog vielen, ongeacht of ze binnen of buiten de landsgrenzen stierven. In oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Allemaal slachtoffers van menselijk geweld. Slachtoffers van mensen die ervoor kozen anderen geweld aan te doen. Joden, Roma, Sinti, etnische Polen, Slaven en Sovjets, homoseksuelen, fysiek en mentaal gehandicapten, politieke tegenstanders, vakbondsleden, Spaanse republikeinen, sociaaldemocraten, communisten en socialisten, esperantisten. vrijmetselaars, Jehova’s getuigen, Vrije Bijbelonderzoekers, priesters en “asociale elementen” zoals woonwagenbewoners, kermisgasten  en werkweigeraars.

Dat herdenken is belangrijk, zeker in een tijd waarin een politicus ongegeneerd spreekt over “minder, minder, minder Marokkanen” en een jonge rapper onbeschroomd zingt over flikkers die hij geen handje wil geven en “die fokking Joden” die hij meer haat dan de nazi’s.

Je zou om minder even stil vallen.

Wah zeggie? Azzie vaw dan leggie

Heel Nederland spreekt er schande van; de verkiezingsposter “In Rotterdam spreken we Nederlands” van de Rotterdamse VVD, die sinds gisteren het straatbeeld ontsiert. Ontsiert inderdaad, want als verkiezingsposters toch ergens in uitblinken dan is dat eerst en vooral wel in lelijkheid. Een gebrek aan snedigheid komt wat mij betreft op de tweede plaats.

Cabaretier Jan Jaap van der Wal meende dat we de betekenis van het liberalisme in Rotterdam even in de Maas afgezonken hebben en Aydin Peksert, de nummer twee op de kandidatenlijst van de moslimpartij Nida in Rotterdam, vond dat de VVD “onmiddellijk moet ophouden met provoceren”.

Op Joop.nl werd de slogan vrij vertaald naar “We speak Dutch only”. Een jammerlijk gevalletje steenkolenengels, zo met dat erbij geplakte “only”, maar het is kennelijk een kniesoor die daar op let.

Ik heb het gedrocht op mijn gemak nog even staan bestuderen, tot ik begon te kijke als een aap op een roestig klokkie, en ik begrijp nog steeds de ophef niet. In Rotterdam spreken we inderdaad Nederlands. Liefst met een natte t en de typische gebrouwde Rotterdamse r.

As er nou “In Rotterdam spreken we alleen Nederlands” gestaan had, dan hebbie misschien nog een punt zo met se alle, maar hé, as as meel was en stront stroop dan aten we morgen pannenkoeken.

Goed, in Rotterdam spreken we dus Nederlands. Waarom maakt dat zovelen van u zo prinsessig op de erwt?

Gekke gemeentes (een poepblog)

Ik laat de hond van mijn zus uit. Op het Noordereiland, want daar woont ze. Het uitzicht is geweldig, de bruggen, de schepen, de hoogbouw, de knipperende lichtjes aan de overkant van het water.

Maar daar kijken honden niet naar, hè?

Ik laveer tussen de hondendrollen door, we bevinden ons op een “uitlaatplaats” waar geen opruimplicht geldt. De hond is naarstig op zoek naar het plekje met de minste viezigheid, ze is nogal vies uitgevallen, en hurkt op de koude keien neer. Er is geen grassprietje in zicht. Loslopen mag ze op een paar luttele vierkante meters, dus veel lol heeft ze er niet aan. Een balletje met haar gooien, haar liefste tijdverdrijf, is feitelijk illegaal.

Charlois

In Charlois is een proef begonnen, waarbij een hagelnieuwe APV dicteert dat hondenbezitters niet alleen verplicht zijn de drollen van hun dieren op te ruimen, maar ze verplicht zijn een “opruimmiddel” bij zich te hebben. Een draagplicht voor plastic zakjes. Ietwat verwonderd sta ik op die kale kade; zo’n draagplicht geldt nog niet eens voor mijn legitimatiebewijs – dat ik vanavond dan ook niet op zak heb.

Wie, op verzoek van een of andere ambtenaar, niet met een plastic zakje kan wapperen mag negentig euronen aftikken. Voorlopig alleen in Charlois, maar de andere deelgemeenten zullen snel volgen.

Goed, dat neem je dus niet één, maar twee van die “opruimmiddelen” mee, want heb je netjes zo’n vies-warme verse drol opgeruimd dan zit je zonder. Negen van de tien keer moet je dan nog met dat zakje warme bolus rond blijven lopen, want de ironie wil dat juist bij uitlaatplaatsen de vuilnisbakken schaars zijn. Praktisch gezien een makkelijk te omzeilen probleem, maar dat is niet waarom die nieuwe APV me toch onredelijk voorkomt.

Let wel; ik heb het ook niet op asociale hondenbezitters en poep op de stoep. Daar gaat het hier echter al lang niet meer over.

Mijn zus betaalt hondenbelasting, à raison van € 124,00 per jaar. Een tweede hond zou haar € 196,50 kosten. In Rotterdam betaal je voor een hond de hoofdprijs, geen enkele gemeente heft een hogere hondenbelasting. Voor dat geld en met de opruimplicht zou je verwachten dat een “uitlaatplaats” meer zou behelzen dan een paar vierkante meters steen. Makkelijk verdiend voor de gemeente, maar me dunkt dat de hondenbezitter van de gemeente wel wat terug mag verwachten voor dat geld.

Kinderoverlast

Terwijl ik van het avondlicht sta te genieten denk ik aan mijn eigen huis. Aan de kuddes schoolkinderen die sinds een paar weken meerdere keren per dag langs mijn woning trekken. Aan het oorverdovende gekrijs dat vanaf het schoolplein klinkt, dat daar geheel buiten het bestemmingsplan om stiekem toch is aangelegd.

Ik kocht mijn huis weloverwogen, in een van de mooiste wijken van Rotterdam en in een van de rustiger straatjes. Een paar maanden later werd ik al onaangenaam verrast door een ondergrondse container voor mijn deur. Zegge en schrijve één stuks en daar moeten drie straten het mee doen. Nu wonen hier alleen maar hele nette, bekakte (pun not intended) mensen – maar toch staan geregeld hele bergen vuilniszakken naast de container opgetast. De ratten en de meeuwen zijn er gelukkig mee. ’s Zomers zit ik geregeld met de ramen dicht, want de stank is fenomenaal.

De vraag van de buurtbewoners om een container erbij werd echter afgewimpeld; dat kan niet volgens het bestemmingsplan.

De gemeente Rotterdam was echter nog niet klaar met me. Op wonderlijke wijze werd het bestemmingsplan tóch aangepast en kon er een school achter mijn woning aanzienlijk uitgebreid worden. Vandaar dus dat kinderkoor, de gehele dag. Daar mag je niets van zeggen en er valt niets aan te doen; kindergeschreeuw is namelijk geen overlast, want dat is bij wet bepaald.

Ouders blokkeren het wegverkeer met hun dubbel geparkeerde bolides, op het voetpad maken fietsen, fietsjes en bolderkarren dat je geregeld moet rennen voor je leven. Zoals ik eerder al eens observeerde zijn ouders van nu vaak zelf behoorlijk asociaal en ach, appels vallen nog altijd niet ver van de boom.

Tegen mijn ramen gehangen, soms zelfs op mijn vensterbanken gezeten, wordt nog even nagekeuveld. Een enkele keer staat een van de leraren, in een oplichtend groen hesje, er beteuterd bij en kijkt ernaar.

Wanneer de school is uitgegaan blijft er een soort slagveld in de straat over. De pontificaal opgestelde ondergrondse container nodigt kennelijk niet uit tot het deponeren van klein afval; leeggedronken pakjes drinken, verpakkingen van divers etenswaar en al wat dies meer zij versieren het trottoir.

 

Het kan nóg erger

Toch, het had erger gekund. Ik had ook in Gouda kunnen wonen. Heb je daar de pech ter wereld te komen in een gezin waarvan een of beide ouders somatische, psychiatrische of psychosociale problemen heeft of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke handicap heeft, dan wordt je door de gemeente Gouda tewerkgesteld.

Nu ben ik old school opgevoed en dat kinderen klusjes doen in het huishouden vind ik volstrekt normaal. Jong geleerd is oud gedaan and all that. Wat ik niet normaal vind is dat een gemeente denkt kinderen vanaf vijf jaar verplicht aan het werk te kunnen zetten. Al is het tafeldekken, of afwassen. Kinderen mogen geen bepalende factor zijn in de aard en de omvang van de hulp, die hun ouders nodig hebben.

Je moet er toch niet aan denken dat zo’n gemeente dadelijk ook nog Jeugdzorg mag bestieren?

Exit Nieuwe Kuip

Het Rotterdamse college van Burgemeester en Wethouders heeft eindelijk het licht gezien. De gemeente ziet niets in een garantstelling voor een nieuwe Kuip.

Er zou vandaag worden gestemd in de gemeenteraad, maar vanochtend werd het voorstel voor een nieuw Feyenoordstadion zelfs ingetrokken. Aangezien Leefbaar Rotterdam gisteren liet weten unaniem tegen het voorstel te zullen stemmen en daarmee een meerderheid voor dat onzalige plan een onmogelijkheid maakte, is die stemronde kennelijk overbodig.

Tenminste, als je geen “nee” van “nederlaag” aan kunt en wilt horen natuurlijk.

Waarom het de gemeenteraad nu op zo’n slinkse manier onmogelijk gemaakt wordt haar “nee” middels een stemming ook luid en duidelijk kenbaar te maken is me een raadsel. Gaan we alleen nog voorstellen in stemming brengen wanneer we zeker weten dat er genoeg bijval is? Rare gang van zaken.

De gemeente Rotterdam en voetbalclub Feyenoord zijn al sinds 2006 plannen aan het maken voor een nieuwe Kuip. Dat had ook wat te maken met de onzalige wens het wereldkampioenschap voetbal van 2018 in Nederland en België plaats te laten vinden. Gelukkig besloot men dat kostbare feestje in Rusland te gaan vieren.

Volledige nieuwbouw is begroot op ruim 350 miljoen euro, waarbij de gemeente Rotterdam gevraagd wordt zich voor 165 miljoen garant te stellen. Daarnaast zou de gemeente Rotterdam 35 miljoen moeten investeren in infrastructuur, want dat nieuwe stadion zal ook bereikbaar gemaakt moeten worden. Voor een sportcampus annex omliggend stadionpark zou de gemeente nog eens 90 miljoen uit moeten geven.

Dat sportpark is van essentieel belang in het garant mogen staan door de gemeente Rotterdam, zo hield de rekenkamer de raadsleden al voor. De Wet Financiering Decentrale Overheden bepaalt immers dat een garantie of subsidie alleen toegekend mag worden wanneer er een uitgesproken publiek belang mee gediend wordt.

De rekenkamer becijferde ook nog eens dat de kans dat de garantstelling daadwerkelijk aangesproken zou moeten worden een behoorlijk reële is.

Het grootste struikelblok nu is de in het voorstel opgenomen garantstelling van 165 miljoen euro. Dat is een groot financieel risico en dat is een paar bruggen te ver in deze tijden van crisis. Ook de gemeente Rotterdam en haar inwoners moeten de broekriem aanhalen. Een poosje geleden verschenen er nog berichten over de oplopende schulden van de gemeente Rotterdam en liet men weten te vrezen dat het gat in de Rotterdamse begroting volgend jaar tot zelfs honderd miljoen op zou kunnen lopen. Rotterdam moet nog eens extra gaan bezuinigen en zou dan wel garant gaan staan voor een voetbaltempel?

Het draagvlak onder Rotterdammers blijkt dan ook uiterst klein en dat mag geen wonder heten. Wanneer iedereen bezuinigen moet is het ook raar om zo’n aanzienlijk financieel risico op de hals te halen voor wat toch uiteindelijk niet meer dan een hobby van een paar is.

In het betaald voetbal worden enorme bedragen neergelegd voor spelers. De uitbating van een voetbalstadion is een commerciële aangelegenheid. Feyenoord stelde eerder de benodigde gelden uit commerciële en private bronnen te kunnen werven; het hóefde de gemeente Rotterdam geen geld te kosten.

Geen woorden, maar daden zou ik dan ook willen zeggen.

Hou (en daar mag u vandaag de typerende Rotterdamse natte ‘t’ invoegen) lekker je eigen broek op.