De lessen van Donald Trump

Met de nieuwbakken president Donald Trump op ramkoers met iedereen én zijn moeder ben ik vastbesloten goed geïnformeerd te gaan stemmen. In Amerika kunnen we nu allemaal goed zien wat er gebeurt wanneer je ondoordacht een stemhokje bezoekt.

Moslimban

Neem nu ’s mans ‘tijdelijke moslimban’, zoals zijn laatste decreet in de volksmond is gaan heten. Om zijn Amerikanen tegen terreur te beschermen mochten mensen uit Irak, Iran, Jemen, Libië, Somalië, Soedan en Syrië niet langer het land in. Nou ja, of ze moesten van christelijke huize zijn. In dat geval haalt Donald Trump een hart over zijn hand. “I’m establishing new vetting measures to keep radical Islamic terrorists out of the United States of America. Don’t want them here,” aldus de nieuwe Grote Leider. Ook mensen die al legaal in Amerika wonen en een green card hebben worden door deze ban getroffen. Curiouser and curiouser, zou Alice zeggen.

Vervelend detail is dan wel dat de mensen die tot nog toe aanslagen pleegden op Amerika opvallend vaak helemaal niet uit deze zeven landen komen. Landen zoals Egypte, Libanon en Saoedi-Arabië, waar de daders van de aanslagen op 9/11 vandaan kwamen, ontbreken op Trumps lijstje. Niet toevallig zijn dat landen waar president Trump zakelijk belang bij heeft.

Omar Mateen, de gewapende man die op 12 juni 2016 het vuur op bezoekers van de nachtclub in Orlando opende en daarbij vijftig mensen doodde, was een geboren Amerikaan met Afghaanse ouders. Op zaterdag 17 september 2016 werden bomaanslagen gepleegd in New York en in New Jersey. De verdachte, Ahmad Khan Rahami, kwam van origine uit Afghanistan. Afghanistan staat nochtans ook niet op het Lijstje van Trump.

Ongrondwettelijk

Nu is het zo gelegen dat de Grondwet van de good ol’ U.S. of A. een dergelijk onderscheid naar nationaliteit verbiedt. Een federale rechter in Seattle stelde het inreis-decreet dan ook gevoeglijk buiten werking. President Trump, kennelijk geheel en al onbekend met het concept van de rechtsstaat, twitterde zijn infantiel ongenoegen de wereld in. Zo’n tekst is natuurlijk een president onwaardig, maar dat is echt het minste probleem met deze man.

Censuur

In het land van de Free Speech legde hij al duizenden van zijn ambtenaren een spreekverbod op. Ambtenaren van onder andere het milieuagentschap EPA (Environmental Protection Agency) en het US Department of Agriculture and Health and Human Services mogen niet meer met het publiek communiceren. De regering-Trump praat namelijk liever feitenvrij over zaken als het klimaat, de opwarming van de aarde en het Clean Power Plan. Feiten en wetenschappelijk onderzoek zijn bad for business.

Donald Trumps beslissing Scott Pruitt aan te stellen als nieuwe baas van EPA spreekt boekdelen. Pruitt heeft in het verleden meerdere rechtszaken tegen EPA aangespannen en hij heeft sterke banden met de olie- en gasindustrie.

Abortus

Meer dan veertig jaar geleden bepaalde Amerika’s hoogste rechtbank dat vrouwen het grondwettelijke recht (ja, daar hebbie die vervelende grondwet weer) hebben om een zwangerschap vroegtijdig te beëindigen. De zaak Roe vs. Wade (1973) was daarin allesbepalend.

Donald Trump heeft nu in al zijn onwijsheid besloten een oude wet nieuw leven in te blazen, die alle financiële steun verbiedt aan NGO’s die in ontwikkelingslanden seksuele voorlichting, anticonceptie en al wat dies meer zij verzorgen als (informeren over) abortus daar onderdeel van is.

Met één pennenstreek en omringd door een select gezelschap van slegs witte mannen schrapte Trump 600 miljoen dollar aan subsidie. Daarmee maakt hij organisaties zoals Marie Stopes International effectief vleugellam. Dat terwijl die wet eerder al heeft bewezen contraproductief te werken: het aantal abortussen daalt er niet mee, terwijl het aantal illegale en onveilige abortussen er juist door stijgt.

Op 15 maart 2017 nemen 28 partijen deel aan de Tweede Kamerverkiezing van ons eigen kikkerlandje. Dat betekent dat ik 28 partijprogramma’s zal doorworstelen. I’ll keep you posted. 🙂

 1. VVD
 2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
 3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
 4. SP (Socialistische Partij)
 5. CDA
 6. Democraten 66 (D66)
 7. ChristenUnie
 8. GROENLINKS
 9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
 10. Partij voor de Dieren
 11. 50PLUS
 12. OndernemersPartij
 13. VNL (VoorNederland)
 14. DENK
 15. NIEUWE WEGEN
 16. Forum voor Democratie
 17. De Burger Beweging
 18. Vrijzinnige Partij
 19. GeenPeil
 20. Piratenpartij
 21. Artikel 1
 22. Niet Stemmers
 23. Libertarische Partij (LP)
 24. Lokaal in de Kamer
 25. JEZUS LEEFT
 26. StemNL
 27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
 28. Vrije Democratische Partij (VDP)

Minder, minder, minder

Gisteren wees de rechtbank vonnis in de zaak tegen PVV-voorman Geert Wilders. Grote afwezige was meneer Wilders zelf. Ook zijn advocaat, meester Knoops, maakte zijn opwachting niet.

Geert Wilders is voor zijn uitspraken op woensdag 19 maart 2014 veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar kreeg geen straf of maatregel opgelegd.

De belangrijkste vraag in dit proces is of de heer Wilders een grens over is gegaan. Die vraag is in dit vonnis beantwoord. Daarmee vindt de rechtbank dat voldoende recht is gedaan. Hij krijgt daarom geen straf.

De rechtbank houdt er rekening mee dat Geert Wilders een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger is, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer. Daarom meent de rechtbank dat hij al genoeg gestraft is door de schuldverklaring alleen en daarmee lijkt de rechtbank de geit en de kool te willen sparen.

Wat zei Geert Wilders ook al weer? 

Op 12 maart 2014, tijdens een interview op de Loosduinse markt in Den Haag, zei de heer Wilders: “Belangrijkste is toch voor de mensen hier op de markt de Hagenaars, Hagenezen en Scheveningers zoals Léon dat altijd netjes en terecht noemt. Voor die mensen doen we het nu. Die stemmen nu op een veiliger en socialer en in ieder geval een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen.”

Op 19 maart 2014 vroeg meneer Wilders aan een vooraf geïnstrueerd publiek: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” Zijn publiek scandeerde braaf “Minder, minder, minder!” Daarop zei de heer Wilders: “Nah, dan gaan we dat regelen”.

Meer dan zesduizend aangiften werden gedaan, wegens groepsbelediging, aanzetten tot haat en aanzetten tot discriminatie. Dat is het goed recht van de aangevers natuurlijk. In Nederland haal je je recht via de rechter, wanneer je meent onnodig en in strafrechtelijke zin gegriefd te zijn, en niet anders.

Groepsbelediging

Artikel 137c 

1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.  

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Tijdens Wilders’ Wilde Woensdagavond ging het dus opeens niet meer over criminele Marokkanen, zoals voordien. Het ging ook niet over Marokkanen in de bijstand. Het ging over Marokkanen in het algemeen: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” De meute liet zich gewillig mennen. Ik telde mee; zestien keer een gretig “minder!” Ik boog het hoofd en schaamde me diep en plaatsvervangend. Het zijn beelden die me deden denken aan de Weimarrepubliek, toen men zigeuners afschilderde als asociale en criminele elementen.

Omdat hij zich dus niet beperkte tot ‘criminele Marokkanen’ alleen acht de rechtbank dat een groepsbelediging ten aanzien van Marokkanen. Dat lijkt me terecht. Vervang ‘Marokkanen’ door een willekeurige andere groep mensen uit onze samenleving en het kan niet anders of u wordt daar ongerust van. Komaan, we proberen het even:

“Willen jullie in deze stad meer of minder gehandicapten/homoseksuelen/joden/vrouwen?” 

“Minder, minder, minder!”

“Nah, dan gaan we dat regelen”.

Niet eng? Nee? Echt niet ook maar een beetje ongerust? Het spijt me het te moeten zeggen maar dan moet uw moreel kompas herijkt.

Goed, terug naar artikel 137c uit ons Wetboek van Strafrecht. Omdat de uitspraak van tevoren was uitgedacht en het publiek van meneer Wilders van tevoren werd geïnstrueerd acht de rechtbank opzet aanwezig.

Context

De rechters hebben uiteraard overwogen of de gewraakte uitspraak in een zeker context bezien kan of moet worden, die maakt dat deze niet strafbaar is. Wordt een uitlating bijvoorbeeld tijdens een debat gedaan, ten behoeve van het maatschappelijk debat of uit geloofsovertuiging dan neemt dat gegeven het beledigende karakter van het gezegde weg.

Denkt u maar eens terug aan de zaak  (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam El-Moumni die op televisie verkondigde dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Een dergelijke context acht de rechtbank in de zaak tegen Geert Wilders niet aanwezig, zij ziet de gedane uitspraak op geen enkele wijze als een bijdrage geleverd aan enig publiek debat. Ook het verweer dat de uitspraken gezien moeten worden in het licht van het partijprogramma van de PVV hield bij de rechter geen stand; over Marokkanen in het algemeen is daar niets over terug te vinden.

Politieke arena en parlementaire onschendbaarheid

Ook een gekozen politicus staat niet boven de wet, en weet u? Dat is maar goed ook. Dat zo’n politicus zich voor een rechter moet verantwoorden maakt zijn proces ook zeker niet automatisch tot een politiek proces.

Wel moet ik u toegeven dat ik er moeite mee heb, dat deze kwestie niet in de politieke arena werd uitgevochten. Had de heer Wilders de tegenwoordigheid van geest gehad zijn uitspraak daar te doen, waar hij parlementaire onschendbaarheid als Kamerlid heeft, dan was het heel misschien nog tot een interessant maatschappelijk debat gekomen.

Aan de andere kant, bijkomend voordeel zou nu kunnen zijn dat we het eindelijk weer eens kunnen hebben over het pleidooi dat Femke Halsema in 2011 hield voor uitbreiding van de parlementaire onschendbaarheid, ook buiten de Tweede Kamer en Eerste Kamer, “overal waar een Kamerlid uit hoofde van zijn functie het woord voert”.

Vrije meningsuiting

Ook de rechters beseffen zich terdege dat onze vrije meningsuiting een groot goed is en deze een fundament is onder onze democratische samenleving. Onze denkbeelden en opvattingen mogen anderen choqueren, verontrusten en zelfs kwetsen.

De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting is in Nederland nochtans niet absoluut (nooit geweest ook), maar wordt ingekaderd door wetgeving zoals die tegen laster, smaad of bedreiging. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden staat die begrenzing van de vrije meningsuiting door wetgeving toe.

 Artikel 7 Grondwet

1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Aanzetten tot haat of discriminatie

Artikel 137d 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd. 

Geert Wilders riep op geen enkele manier op mensen wat aan te (laten)  doen, voor het aanzetten tot haat is dan ook geen enkel bewijs – en daar werd hij dan ook voor vrijgesproken. Wat de heer Wilders riep op 19 maart 2014 heeft volgens de rechters een discriminatoir en opruiend karakter. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met zijn publiek schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot discriminatie. 

De rechtbank acht Geert Wilders dan ook schuldig aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Zij legt geen straf of maatregel op en benadeelde partijen kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding, want zij werden niet persoonlijk geschaad.

De rechtspraak

De rechtspraak is net zo goed een fundament onder onze democratische samenleving. Ook daar moeten we dan ook zuinig op willen zijn. Dat wil overigens zeker niet zeggen dat we ’t met uitspraken niet oneens mogen zijn of we ons bij elke uitspraak klakkeloos neer dienen te leggen. Daarom is de rechtspraak dan ook openbaar, het is juist de bedoeling dat we er wat van vinden en haar op die manier controleren.

Dat Geert Wilders het oneens is met zijn veroordeling ligt in de lijn der verwachtingen. Dat gebeurt vaker, daarom is een hoger beroep altijd een mogelijkheid. Niet zelden wordt er in hoger beroep anders geoordeeld dan in eerste aanleg.

Rechters toetsen aan de bestaande wetgeving, maar ze maken die wetgeving niet. Zijn we het fundamenteel oneens met een stuk wetgeving, dan staat het ons vrij een wetswijziging te beijveren, via het parlement. De heer Wilders, als gekozen volksvertegenwoordiger, volbloed politicus en fractievoorzitter van de PVV in de Tweede Kamer, weet dat natuurlijk als geen ander.

Geert Wilders sprak de rechters, die hem veroordeelden, boos toe: “U heeft miljoenen Nederlanders hun vrijheid van meningsuiting ingeperkt en daarmee eigenlijk iedereen veroordeeld. Niemand vertrouwt u meer”. Op Twitter fulmineerde hij: “Drie PVV-hatende rechters verklaren Marokkanen tot ras en veroordelen mij en half Nederland. Knettergek”.

Wie het vonnis leest echter, gewoon van begin tot eind, leest anders. Louter juridische overwegingen, zoals het hoort.  Dankzij onze onafhankelijke en openbare rechtspraak kunt u dat zelf verifiëren, hier: Klikkerdeklik. De vrijheid van meningsuiting was in beginsel al niet absoluut en is door dit vonnis zeker niet verder ingeperkt. Ik mocht al geen groepen mensen opzettelijk beledigen en dat mag ik nu nog steeds niet.

Het zou kunnen dat wij, als maatschappij, willen naar een ruimere of zelfs absolute vrijheid van meningsuiting. Voor ons allemaal als geheel of politici in het bijzonder.

Die kwestie hoort alleen niet in de rechtszaal thuis, daarvoor moet u in het parlement zijn.

Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Wat mag je zeggen van een regime dat kranten en tv-zenders, die kritische geluiden over genoemd regime publiceren, met veel machtsvertoon overneemt en onder curatele stelt – om hen vervolgens als platform te gebruiken voor haar eigen propaganda?

In Turkije trof de kranten Bugün, Millet en Zaman en de televisiezender Kanaltürk dit lot. De politie viel met veel vertoon en geweld hun redacties binnen. Sinds die overname berichten deze media pro-regime. Honderden journalisten, columnisten en (hoofd-) redacteuren werden ontslagen onder politieke druk van het regime van president Recep Tayyip Erdoğan en zijn partij AKP.

Wat mag je zeggen van een regime dat journalisten in gevangenissen opsluit omdat ze hun werk deden? De hoofdredacteur van de krant Cumhuriyet, Can Dundar, staat in Turkije terecht omdat hij de euvele moed had te berichten over wapenleveringen vanuit Turkije aan Syrische rebellen en omdat hij een artikel publiceerde over een corruptieschandaal uit 2013. Met de berichtgeving over dat corruptieschandaal ‘beledigde’ hij Recep Tayyip Erdogan en diens aanhangers, waarvoor hij afgelopen maandag veroordeeld werd tot een boete van  € 9.000. Twee jaar geleden publiceerde Dundar een video waarop te zien zou zijn hoe Turkse inlichtingendiensten vrachtwagens met wapens naar Syrië smokkelen. Daarom staat hij nu terecht wegens ‘hoogverraad’ en loopt hij het risico levenslang te worden opgesloten. 
Twee andere Turkse journalisten werden afgelopen donderdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar, omdat ze in januari 2015 bij een redactioneel commentaar een cartoon van de profeet Mohammed van Charlie Hebdo publiceerden. Die cartoon prijkte op de voorpagina van Charlie Hebdo, na de aanslag op het hoofdkantoor van het Franse satirische weekblad. Met de publicatie van die cover ‘beledigden’ de twee Turkse journalisten de religieuze goegemeente en maakten zich schuldig aan godslastering.
Wat mag je van een regime zeggen dat buitenlandse journalisten de toegang tot het land ontzegt? Het gebeurde onder anderen de Amerikaanse journalist David Lepeska, de Duitse journalist Volker Schwenck, Griekse persfotograaf Giorgos Moutafis, de Noorse Silje Ronning Kampesaeter, de Deense Claus Blok Thomsen en natuurlijk de Nederlandse Fréderike Geerdink. 
Wat mag je zeggen van een regime dat de zowel de inhoud als de programmering van haar onwelgevallige documentaires probeert te beïnvloeden door druk uit te oefenen vanuit haar ambassade?
Wat mag je zeggen van een regime dat ervoor ijvert onwelgevallige buitenlandse komieken te laten vervolgen? De Duitse tv-komiek Jan Böhmermann weet er inmiddels alles van. Met zijn optreden zette hij een politieke hamvraag op scherp: “Hoe gaan we om met verschrikkelijke regimes waarmee we ook moeten samenwerken?” Dat is een goede vraag, maar wel een die hem inmiddels op dreiging van vervolging, bedreigingen, honderden aangiftes en de noodzaak tot onderduiken is komen te staan. 

Intimidatie in Nederland

Wat mag je zeggen van een regime dat een klopjacht houdt op haar critici, tot in het buitenland aan toe? De lange arm van het regime-Erdoğan reikt tot in Nederland, waar Nederlandse burgers bezocht worden door mensen van het Turkse consulaat, telefonisch lastiggevallen worden, belasterd en bedreigd worden. Gewoon, omdat ze zich kritisch durven uit te laten over het regime-Erdoğan.

”Ik kreeg mensen van het consulaat over de vloer. Ze hebben op een subtiele manier kenbaar gemaakt dat ik mijn mening over Erdoğan moet herzien en dat ik geen zaken moet doen met Gülen-sympathisanten omdat dat gevolgen kan hebben voor mijn handel met Turkije”

Het Turkse consulaat in, nota bene, mijn eigen Rotterdam stuurde een mail rond waarin zij opriep ‘beledigingen’ aan het adres van president Erdoğan te melden bij het consulaat. Met namen en rugnummers, alstublieft. 
Gelukkig was dat een vergissing van een medewerker van dat consulaat, een misverstandje, anders had ik nu moeten beginnen over NSB’ers, judaskussen en adders aan de borst. 
En dit stuk is al zo lang. 

Wat te zeggen

Goed. Van zo’n regime en haar voorman mag je alles zeggen. Het zou zelfs kwalijk zijn dat niet te doen. ‘Tiranniek’ zou ik hen bijvoorbeeld willen noemen. ‘Dictatoriaal.’ ‘Ondemocratisch.’ ‘Verraderlijk.’ Er is sprake van verregaand machtsmisbruik, een persbreidel en mensenrechtenschendingen. Recep Tayyip Erdoğan smoort elke kritiek op zijn persoon in de kiem, en wel met bijzonder onfrisse middelen. 
Moet Europa daar zaken mee willen doen? En als het dat dan doet, mag Europa nog verbaasd opkijken als blijkt dat afspraken niet nagekomen worden? Zo lang onze politici zich daar tam over op de vlakte houden zouden we juist dankbaar moeten zijn dat satirici en columnisten wél de moeite nemen om aan die onwelriekende pot te rammelen. 
Nee, wij moeten het doen met een politica zoals Frau Merkel, die meneer Böhmermann voor de leeuwen gooide door zijn hekeldicht als “opzettelijk kwetsend” af te doen. Dat was voorbarig en dom. 

Ebru Umar

Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bezocht Turkije in januari 2015. Prompt werd, tijdens zijn verblijf aldaar, de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink in hechtenis genomen. Geerdink werd door een acht man sterk team van de Turkse Anti-Terrorisme Eenheid aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Haar huis werd doorzocht en ze werd beschuldigd van “het verkondigen van ‘propaganda voor een terroristische organisatie”. Tijdens datzelfde verblijf van Koenders in Turkije werd de Turks-Nederlandse journalist Mehmet Ülger opgepakt op het vliegveld van Istanboel.
Was het toeval dat columniste Ebru Umar werd aangehouden kort nadat minister Koenders Turkije weer met een bezoekje verblijdde? Op 10 april prees hij zijn Turkse ambtgenoot voor het feit dat Turkije “met toewijding en energie” zo veel vluchtelingen opvangt én sprak hij met vertegenwoordigers van Amnesty International en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. 
Amnesty International en UNHCR berichtten de minister over misstanden bij de terugkeer van vluchtelingen in Turkije. Turkije heeft enkele duizenden Syrische vluchtelingen illegaal teruggestuurd naar Syrië, terug de oorlog aldaar in. Die informatie brengt de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije in gevaar. De Tweede Kamer vroeg minister Koenders daar navraag naar te doen.
Op 23 april werd Ebru Umar door de Turkse politie in haar vakantiehuis in Kusadasi gearresteerd. Inmiddels in ze weer vrijgelaten, maar ze mag het land niet verlaten. Of dat toeval is, dat waag ik te betwijfelen. 

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Onze vrijheid van meningsuiting is niet in het geding. Zeker, dat durf ik met droge ogen neer te pennen. Er is geen overheidsorgaan, commissie van wijzen of censor die ons van tevoren de maat neemt en besluit of hetgeen wij wilden gaan zeggen, schrijven of uitzenden wel toelaatbaar is. 
Achteraf kan een uitlating door een rechter getoetst worden, dat dan weer wel. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland namelijk niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. In onze Grondwet kunt u het volgende lezen: 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.            
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

De wet is dus enige restrictie aan onze vrijheid van meningsuiting. Niet het goede fatsoen, whatever that may be. We hebben zelfs niet de plicht goed na te denken voor we wat zeggen, laat staan een plicht om het debat met steekhoudende en beschaafde argumenten te voeren. 
Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken kent ons rechtssysteem ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet beledigen, discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.
De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheid van meningsuiting telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. 
Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De op een na laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.
De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.
Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.
De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. 
Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Adolf Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.
Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” 
Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t. 
Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. 
Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.
Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Extra bescherming

Zo’n wetsartikel dat de ene mens meer bescherming door de wet biedt dan de andere mens, past dat wel in een democratie, die per definitie gestoeld is op het menselijk gelijkheidsideaal? Is het gewone wetsartikel dat belediging verbiedt niet goed genoeg voor de religieuze medemens, de koning en de ambtenaar in functie? 
De belediging van bevriende staatshoofden en regeringslieden (zo lang ze onze vrindjes niet zijn beledigt u maar een end weg) is ook bij wet verboden, vermits zij ten tijde van de belediging ambtelijk in Nederland verpoosden. 
De affaire Jan Böhmermann bewijst het gevaar van zo’n wetsartikel. Daar maakt een langetenenpotentaat zoals de Turkse president handig misbruik van, door Duitslands eigen wetgeving in stelling te brengen tegen een van haar eigen komieken. 
Het is Turks olieworstelen met de vrije meningsuiting, een glibberige bedoening die het risico met zich meebrengt dat een van de lange armen van Erdogan zo maar opeens je broek in glipt en hij je bij de spreekwoordelijke ballen heeft. 
Moet je niet willen. 

Treurdebat

Het is inmiddels een vertrouwd beeld, minister Van der Steur die op het matje geroepen wordt door de Tweede Kamer en daarbij het vuur aan de schenen gelegd krijgt. Er is dan ook heel wat aan de hand, bij zijn ‘superministerie’ van Veiligheid en Justitie. Een geplaagde Ard van der Steur moest al meermaals zijn excuses maken.

De foto van Volkert van der Graaf, mea culpa. Verkeerde informatie over de zogeheten ‘Teevendeal’, mea culpa. De onheuse bejegening van patholoog George Maat, mea culpa. De zaak rond Bart van U., mea maxima culpa.

De politie, onderdeel van zijn takenpakket, komt 300 miljoen euro tekort om haar werk naar behoren te kunnen doen en dat terwijl we allemaal vrezen voor terreur. De politie heeft als norm om in 90% van de spoedmeldingen binnen 15 minuten te plaatse te zijn, maar haalt die in veel gemeentes niet. Het rommelt bij de Dienst Speciale Interventies DSI. Overuren worden niet gecompenseerd, er is niet genoeg materieel en kritiek wordt afgestraft, aldus een twintigtal leden van deze dienst, die inmiddels een advocaat in de arm genomen hebben.

En dan was daar het gemiste signaal van de Turkse autoriteiten over Ibrahim el-Bakraoui, een van de zelfmoordterroristen van Zaventem. Minister Van der Steur hield vol dat er niets fout is gegaan bij het overbrengen van Ibrahim el Bakraoui naar Nederland, maar overtuigd heeft hij nog niemand.

Ibrahim en Khalid el-Bakraoui

Ibrahim el-Bakraoui werd op 9 oktober 1986 geboren in Brussel. Op 12 januari 1989 werd zijn broer, Khalid, geboren. De broers el-Bakraoui groeiden kennelijk op voor galg en rad. Ze waren al vroeg op het criminele pad en ’t waren losers. Net als Mohammed Bouyeri, Chérif Kouachi, Amédy Coulibaly, eigenlijk.

In 2009 was Ibrahim el-Bakraoui al betrokken bij in elk geval vier gevallen van carjacking en een bankoverval. Op 27 oktober 2009 beroofden hij en twee mededaders een filiaal van AXA, waarbij ze een kalasjnikov gebruikten om een bankmedewerkster te kidnappen en haar te dwingen het alarm uit te schakelen.

In januari 2010 was El-Bakraoui betrokken bij een overval op een wisselkantoor van Western Union in Brussel. Broer Khalid stond op de uitkijk. Die overval mislukte en de drie overvallers gingen op de vlucht. Toen ze op een door de politie opgeworpen wegversperring stuitten openden ze het vuur op de politie. Met niet minder dan een kalasjnikov. Een agent raakte zwaar gewond, maar overleeft. El-Bakraoui en zijn twee kompanen wisten te ontkomen en verscholen zich in een woning. Daar werden zij later door een speciale eenheid van de Belgische politie uitgehaald.

Op 30 september 2010 werd Ibrahim el-Bakraoui tot tien jaren gevangenisstraf veroordeeld. Toch kwam hij op 12 mei 2014 alweer vrij, als voorschotje op zijn voorwaardelijke vrijlating, zij het onder elektronisch toezicht. Die voorwaardelijke vrijlating werd formeel door een rechter bekrachtigd op 20 oktober 2014, in weerwil van de negatieve adviezen van de gevangenisdirectie.

Turkije

Al in de zomer van 2015 schond El-Bakraoui de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating door niet op te komen dagen bij zijn afspraken met de Belgische variant van de Reclassering. Hij bleek in Turkije te zitten. De Turkse politie pakte hem daar op in de stad Gaziantep, die nabij de Syrische grens gelegen is. Vermoed werd dat hij onderweg was naar Syrië om zich bij IS te voegen.

Later zou de Turkse president Erdogan verklaren dat de Turkse autoriteiten hun Belgische evenknie op de hoogte brachten van de aanhouding van Ibrahim el-Bakraoui, die volgens hen een gevaarlijke Syrië-strijder was. Omdat El-Bakraoui in België niet eerder met terrorisme in verband gebracht was zag men daar geen aanleiding de man te vervolgen. Sterker, men herroept zelfs zijn voorwaardelijke vrijlating niet.

Na een maand werd El Bakraoui door Turkije het land uitgezet. Wonderlijk maar waar, hij mocht zelf kiezen waarheen. Hij koos voor Amsterdam, ofschoon hij geboren Belg is vond Turkije dat prima, en op 14 juli 2015 kwam hij aan op Schiphol. Er gingen geen alarmbellen rinkelen.

Volgens premier Erdogan waarschuwden de Turken nochtans ook de Nederlandse autoriteiten voor ’s mans komst. Met een elektronisch kattebelletje, waar dat normaliter met een telefoontje wordt gedaan. Nadat Ibrahim el-Bakraoui in Nederland aankwam verdween hij ‘onder de radar’.

Ongezien reisde hij weer af, terug naar België.

Zaventem

Op 22 maart, om 7.58:28 uur, ontplofte een bom bij de balie van Brussels Airlines in de vertrekhal van Brussels Airport. Negen seconden later volgde een tweede explosie. Ibrahim El Bakraoui was een van de daders, de andere dader was Najim Laachraoui.

Koud een uur later, om 09:11 ontplofte er een derde explosief, in een metrotrein die zich op dat moment onder de Wetstraat in Brussel bevond. Ook hier betrof het een zelfmoordaanslag en wel door Khalid el-Bakraoui.

Motie van wantrouwen

Vandaag was minister Van der Steur dus aangeschoten wild. File bij de interruptiemicrofoon. Heeft de minister de grip op zijn ambtenaren verloren? Is hij überhaupt wel capabel? Is hij onderdeel van de oplossing of van het probleem? Ard van der Steur bleef er onbewogen onder, zei geen sorry en ging niet door het stof.

De Tweede Kamer wil een antwoord op de vraag waarom de gangen van El Bakraoui niet zijn nagegaan. De Kamer eist dat er alsnog wordt nagegaan wat El Bakraoui heeft gedaan voorafgaand aan de aanslagen in Brussel, maar de minister weigert. “Nach Canossa gehen wir nicht” leek hij denken. Na vier keer ‘sorry’ mogen zeggen tegen de Tweede Kamer wist hij natuurlijk ook wel beter.

Het kwam hem wel op een motie van wantrouwen te staan hoor, van de PVV, GroenLinks, de SP, Denk, Partij voor de Dieren, VNL en 50PLUS, die hij overleefde. Uiteraard zou ik bijna zeggen. Goed, voor de vorm wordt daar vanavond nog over gestemd, maar D66, CDA en ChristenUnie lieten al weten de minister nog een kans te geven.

Of dat verstandig is zal moeten blijken. We wachten gewoon de volgende blunder weer af, nietwaar?

Strafeis Gerard T.

De afgelopen twee dagen stond Gerard T. weer voor de rechter. De man staat terecht voor vier gevallen van verkrachting, maar wordt verdacht van nóg eens achttien aanrandingen en verkrachtingen. In drie van die vier verkrachtingszaken is ’s mans DNA doorslaggevend bewijs, in de vierde is dat zijn modus operandi.

Die andere zaken worden deels niet meegenomen in het strafproces vanwege een gebrek aan steekhoudend bewijs. Een deel is verjaard; het delict verkrachting verjaart in Nederland pas sinds 2013 niet meer.

Gerard T., die bekend zou komen te staan als de Utrechtse serieverkrachter, sloeg voor het eerst toe op 5 september 1995. In 1995 en 1996 verkrachtte hij zes vrouwen en probeerde dat bij nog eens twaalf. Hij had het gemunt op jonge vrouwen, een aantal was net 16 jaar toen hij hen greep. Hij was gewelddadig en vernederde zijn slachtoffers.

Hij bereidde zijn misdrijven goed voor, zo knipte hij van tevoren gaten in afrasteringen om een vluchtweg zeker te stellen. Soms droeg hij een nylonkous over zijn hoofd, in andere gevallen verbood hij zijn slachtoffers hem in het gezicht te kijken. Hij naderde zijn slachtoffers van achteren, eerst op een fiets en later met een scooter, en nam ze onder bedreiging met een mes een bos in om hen daar te verkrachten – oraal, vaginaal en anaal. De handen van zijn slachtoffers bond hij met witte tie-wraps vast. Bij het verkrachten ging hij bruut te werk, zo gebruikte hij zelfs een fietspomp. Hij gebruikte geen condoom, het DNA dat als bewijs is aangevoerd bestaat uit spermasporen.

Zo plotseling als de serie verkrachtingen begon, zo plotseling leek deze ook te eindigen. Tot Gerard T. in 2001 weer toesloeg en een vrouw van haar fiets reed. Wanneer hij twee maanden later een meisje van zestien jaar te grazen neemt en haar meerdere malen verkracht is het zeker: De Utrechtse serieverkrachter is terug. Het kind wordt uren later onderkoeld en aan een boom vastgebonden gevonden, haar mond met tape dichtgeplakt.

Het is dat ze gevonden werd, maar als het aan Gerard T. gelegen had dan had ze daar het leven kunnen laten en had haar ontzielde lichaam daar nu nog aan die boom kunnen hangen. Hij liet het kind achter als oud vuil.

Een inkijk in de geest van het beest

Gerard T. zwijgt nog altijd stoïcijns, net als op de eerste zitting op 27 oktober het vorige jaar. Hij verscheen voor de rechtbank met een capuchon over het hoofd. Zwijgend en, op het oog, onaangedaan hoorde hij afgelopen maandag de emotionele verklaringen van zijn slachtoffers aan. Dat stilzwijgen tekent hem, vind ik. Tegen zijn slachtoffers had hij juist veel praatjes, hij bedreigde hen en sloeg obscene taal tegen hen uit: “Kun je pijpen? Dan leer je dat maar!”

De geestesgesteldheid van Gerard T. is onderzocht in het Pieter Baan Centrum en daaruit is gebleken dat hij geen psychische stoornis heeft. Hij kwam op de onderzoekers over als ‘een sociaal voelende man met normen en waarden, met een goede impulsbeheersing en goede agressieregulatie’. Dat betekent dat TBS in beginsel niet opgelegd kan worden.

Omdat Gerard T. ook in het Pieter Baan Centrum zijn kaken op elkaar hield kunnen deskundigen niets zeggen over toerekeningsvatbaarheid ten tijde van de verkrachtingen waar hij van verdacht wordt. Ook kunnen ze niets zeggen over de kans op herhaling.

Het gegeven dan hij jarenlang slachtoffers maakte en na een korte stop van vijf jaar opnieuw toesloeg lijkt mij wat dat betreft veelzeggend genoeg.

Zo zwijgzaam als Gerard T. in de rechtszaal en het Pieter Baan Centrum was, zo spraakzaam was hij tegen een medegedetineerde. Tegen die medegedetineerde, een undercover-agent zo blijkt nu, heeft Gerard T. gezegd dat hij de Utrechtse serieverkrachter is. Hij was er kennelijk nog trots op ook, hij deed er ‘gewichtig’ over en liet zich er daarbij op voorstaan dat hij nooit condooms gebruikte bij zijn misdaden.

Gerard T. trouwde in 1990, ten tijde van de verkrachtingen was hij dus ‘gewoon’ getrouwd. Zijn dochter beschrijft hem als “agressief en onderdrukkend”. Hij mishandelde zijn inmiddels ex-vrouw (ze scheidden in 2010). Hun dochter was getuige van dat huiselijk geweld, hetgeen op zichzelf evengoed een vorm van huiselijk geweld is. Hij verklaarde dat hij ten tijde van de verkrachtingen veel dronk, maar zijn ex-vrouw heeft laten weten dat daar geen sprake van was.

Tot zo ver dus die ‘sociaal voelende man met normen en waarden, met een goede impulsbeheersing en goede agressieregulatie’

Hij verschuilt zich voorts achter PTSS, door misbruik in zijn kinderjaren en een moeilijke jeugd, maar de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum hebben daar niets van kunnen ontdekken. Vlak voordat hij verplicht DNA af moest komen staan heeft hij een zelfmoordpoging gedaan. In die tijd maakte hij wat zoekslagen op het Internet, met zoektermen als ‘serieverkrachter’ en ‘uitkering tijdens detentie’.

Calculerende klootzak.

Strafeis

Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf geëist van 16 jaar, het maximum in gevallen als deze. De maximum straf die een rechter een verkrachter op kan leggen is namelijk 12 jaar. Voor het ‘meermaals gepleegd’ kan de rechter die straf met een derde verhogen.

Artikel 242

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie. 

Een gevangenisstraf van 16 jaar dus voor vier gewelddadige verkrachtingen. Een berekenende dader, die voorbereid en met voorbedachten rade op pad gaat. Een slachtoffer van 16 jaar.

Indien opgelegd zal Gerard T. van die gevangenisstraf (minus de tijd in voorarrest) twee derde uitzitten. Als het een beetje tegenzit kan hij dus over tien jaar alweer op vrije voeten zijn. Dat staat natuurlijk in geen enkele verhouding tot die vier brute, gewelddadige verkrachtingen.

Het onderliggende probleem is dat er geen mogelijkheid bestaat straffen te stapelen bij dit soort zware delicten. Ik schreef het eerder al eens; Of een monster als Robert M. acht of tachtig slachtoffers maakt zien we in een verschil in strafmaat te weinig terug.

En weet u? Dat zegt wat over Nederland, onze maatschappij en onze rechtstaat. Let wel, daarbij zit niemand natuurlijk te wachten op Amerikaanse onzinstraffen van honderden jaren. Ook ik niet. Dat laat onverlet dat ook hier de verhoudingen soms een beetje zoek zijn. Dat verdient remedie.

De rechtbank doet op 12 februari uitspraak.

De brul van het woord

Nimr Baqr al-Nimr was een vooraanstaand shia-geestelijke in Saoedi-Arabië. Hij was uitermate kritisch over de situatie van de sjiitische moslims, een minderheid in het koninkrijk die structureel wordt achtergesteld, en over de Saoedische overheid. Meneer Nimr al-Nimr riep zelfs op tot vrije verkiezingen, zeer tegen het zere been van het Saoedisch koninklijk huis.

Tijdens de Saoedisch-Arabische protesten (2011-2012) riep hij de protestanten op politiekogels niet te beantwoorden met geweld, maar met de ‘brul van het woord’.

Op 8 juli 2012 werd meneer Al-Nimr door de politie in een been geschoten en gearresteerd. Duizenden liepen dagenlang te hoop om tegen zijn arrestatie te protesteren, maar dat mocht niet baten. Sjeik Al-Nimr ging een maand later in hongerstaking en zou in die periode vermoedelijk gemarteld zijn.

Op 15 oktober 2014 werd de sjeik ter dood veroordeeld, omdat hij om buitenlandse bemoeienis zou hebben gevraagd, ongehoorzaam geweest was aan de Saoedische heersers en omdat hij de wapens zou hebben opgepakt tegen de veiligheidsdiensten. Het vonnis luidde ‘onthoofding en kruisiging’.

’s Mans broer, Mohammed al-Nimr, stuurde een tweet de wereld in over dit doodsvonnis en werd daarom dezelfde dag nog gearresteerd. Hij zit tot op de dag van vandaag vast.

Gisteren voerde Saoudi-Arabië dat vonnis uit, tijdens een heuse massa-executie. In 12 verschillende Saoedische steden werden 47 mensen omgebracht door middel van onthoofding of een vuurpeloton. Allen waren veroordeeld voor ‘terrorisme’, sommigen zaten al tien jaar vast. Zoals de secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties al observeerde zijn een aantal van deze mensen ter dood gebracht na rechtszaken die ‘serieuze vragen oproepen over de aard van de aanklachten en de eerlijkheid van de processen’.

Situatie Saoedi-Arabië

Dat het Saoedische regime tegenstanders uit de weg werkt door middel van valse aanklachten en oneerlijke processen zou me niets verbazen. Met mensenrechten in het algemeen is het immers treurig gesteld in het Saoedisch koninkrijk, die worden er bij de vleet geschonden. Lijfstraffen zijn er nog goed gebruik, slachtoffers van verkrachting kunnen er zelfs met de zweep krijgen. Homoseksualiteit is er strafbaar, in de zin zelfs dat homoseksuelen publiekelijk onthoofd of gestenigd kunnen worden voor hun ‘misdaad’. Ook op afvalligheid staat er de doodstraf.

Onderdrukking en achterstelling van minderheden is er dagelijks gebruik. Saoedische vrouwen mogen niet stemmen, geen auto rijden en ze mogen zonder een mannelijke voogd, een ‘mahram’, zelfs überhaupt niet reizen. In het koninkrijk zijn kindhuwelijken toegestaan, meisjes van negen jaar worden er gezien als geschikt huwelijkspartner.

Daarnaast zijn we allemaal bekend met het gruwelijke verhaal van de Saudische blogger Raif Badawi, die veroordeeld werd tot 10 jaar cel, een boete van bijna 240.000 euro en duizend stokslagen. Zijn misdaad? Het schrijven van kritische blogs en vreedzaam activisme. Op zijn website werd kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd.

Saoedi-Arabië is een schurkenstaat. Een door de rest van de wereld en zelfs door het ‘beschaafde’ Westen gesanctioneerde schurkenstaat.

Met droge ogen spreekt het Westen nog altijd over Saoedi-Arabië als een ‘bondgenoot’ en heel wat Westerse landen leveren wapens aan het koninkrijk.

Reactie Nederland

Het kabinet en de Tweede Kamer bespraken de door Saoedi-Arabië voorgenomen massa-executie een maand geleden tijdens het Vragenuur. Minister Jeanine Hennis (Defensie) nam daarbij de honneurs waar voor de afwezige minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken). Bij monde van minister Hennis sprak het kabinet haar zorgen uit, maar daar bleef het bij. Nederland zou haar afkeur uitspreken, alweer, maar zou daar geen enkele consequentie aan verbinden. Minister Hennis benadrukte hoe belangrijk het is om ‘goed contact’ met de Saudi’s te onderhouden, omdat dat de enige manier is om het koninkrijk op de misstanden aan te spreken. Dat aanspreken, dat gebeurt ook echt – aldus de minister. 
D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma wilde wel eens weten wat er moet gebeuren voordat ook voor de minister de maat vol is. Hij verwees daarbij naar het gebruik van verboden clustermunitie door het Saudische leger in Jemen, het blokkeren van een onafhankelijk onderzoek naar de oorlogsmisdaden in Jemen en de vele onthoofdingen in het koninkrijk. 

VOC-mentaliteit

Goede vraag. Zo lang er echter economische belangen gediend kunnen worden lijkt ons kabinet echter met graagte te willen buigen voor Saoedi-Arabië. Dat hebben we vaker gezien, na de onsympathieke sticker-actie van meneer Wilders bijvoorbeeld. Die sticker, groen met witte letters, leek op de Saoedi-Arabische vlag en er stond “De islam is een leugen, Mohammed een crimineel en de Koran gif” opgedrukt. Meneer Wilders moet die sticker in een enveloppe van de Tweede Kamer naar de Saoedische ambassade in Den Haag gestuurd hebben en daar heeft men een half jaartje op dit affront moeten zouten. Tot toch opeens de spreekwoordelijke kogel door de moskee was  en men tot op het bot beledigd besloot te zijn. Zo beledigd zelfs dat men een handelsboycot overwoog.
Een handelsboycot! Paniek in de tent! Toenmalig minister Timmermans stuurde stante pede een van zijn hogere ambtenaren naar Saoedi-Arabië en was prompt voornemens ook zelf naar het gebelgde koninkrijk af te reizen. Dat alles om de plooien in de Saoedi-Arabische vlag glad te strijken. Dat is wat twee miljard exporteuronen met ons kabinet en haar moreel kompas doen. 
Nu gaat het dan ook niet anders. Saoedi-Arabië krijgt begin dit jaar bezoek van de Nederlandse mensenrechtenambassadeur van het ministerie van Buitenlandse Zaken, om samen nog eens gezellig te keuvelen over de mensenrechtensituatie in het land. Dat zal ze leren, die Saoedische mensenrechtenschenders! 
Goed gebruld, mottige tandeloze leeuw!

Reactie Europa

De Europese Unie heeft de executies sterk veroordeeld, maar laat het ook bij lippendienst. Ze doet slechts een beroep op de Saoedische autoriteiten om aan te sturen op verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen. 


“The Kingdom of Saudi Arabia carried out 47 executions earlier today.
The EU reiterates its strong opposition to the use of the death penalty in all circumstances, and in particular in cases of mass executions.

The specific case of Sheikh Nimr al-Nimr raises serious concerns regarding freedom of expression and the respect of basic civil and political rights, to be safeguarded in all cases, also in the framework of the fight against terrorism. This case has also the potential of enflaming further the sectarian tensions that already bring so much damage to the entire region, with dangerous consequences.

The EU calls on the Saudi authorities to promote reconciliation between the different communities in the Kingdom, and all actors to show restraint and responsibility.”

Minister Koenders heeft die verklaring uiteraard netjes onderschreven: “Nederland bevestigt, mede als EU-voorzitter, de EU-verklaring over de executies in Saoedi-Arabië.” Hij voegde daaraan toe dat Nederland “principieel en actief tegenstander van de doodstraf is”.
Dat alles staat in schril contrast met bijvoorbeeld de reactie van de Duitse eurocommissaris Günther Oettinger op de nieuwe mediawet, die Polen heeft aangenomen. Volgens die wet kan de Poolse regering de directie en hoofdredactie van de publieke omroep zelf benoemen en ontslaan. Schandalig natuurlijk, want daarmee breidelt Polen de pers en muilkorft de vrije meningsuiting. Niet alleen wil meneer Oettinger voorstellen dat de Europese Unie Polen daarom onder toezicht stelt, ook is hij voornemens Polen haar stemrecht in Brussel af te nemen vanwege die nieuwe mediawet als het land zich niet naar de Europese mores voegt. 

Reactie Verenigde Naties

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties had dus al zo zijn twijfels bij de aanklachten tegen de 47 gedode Saoedische gevangenen en de eerlijkheid van hun processen. Daarnaast heeft ook hij natuurlijk laten weten hoe ‘geschokt’ hij is door die 47 executies. Hij had de Saoedische autoriteiten opgeroepen, tevergeefs en waarschijnlijk tegen beter weten in, de doodvonnissen om te zetten naar andere straffen. 
Nu is het zo gelegen dat de Verenigde Naties vorig jaar nog de Saudi-Arabische Faisal bin Hassan Trad aangesteld hebben als hoofd van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. 
Destijds gaf meneer Faisal Bin Hassan Trad commentaar op een VN-rapport over de doodstraf, dat door secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon gepresenteerd werd. Daarbij liet hij weten dat hij daarbij het standpunt van de VN niet deelt dat de doodstraf overal op deez’ aardkloot afgeschaft zou moeten worden. Daarmee hebben we nu de wonderlijke omstandigheid dat juist het hoofd van de Mensenraad van de Verenigde Naties uitgesproken pro-doodstraf is. 
Meneer Trad vervolgde zijn betoog met de opmerking dat Saudi-Arabië een islamitisch land is en het vast wenst te houden aan de sharia. Daarom voert het de doodstraf uit. Volgens meneer Trad wordt die doodstraf alleen opgelegd bij ernstige misdrijven en bij gevaar voor de Saudische maatschappij. Afvalligheid en homoseksualiteit vallen daar volgens deze meneer onder. Net als overspel en toverij en het uiten van een onwelgevallige mening, getuige het lot van mensen als Nimr Baqr al-Nimr. 
Het vriendelijk verzoek van meneer Ban Ki-moon zal door de Saoediërs dan ook wel met een bulderende lach terzijde geschoven zijn. 
Ik verafschuw geweld. Ik verafschuw de doodstraf. Ik verafschuw het wegkijken. 
Hear me roar. 

Hiya’s – hoe ’s werelds grootste kinderpornonetwerk werd opgerold

Onvoorstelbaar. Walgelijk. Niet te bevatten. Een kinderpornosite met meer dan 360.000 foto’s en films en ruim 45.000 leden. Het moet ’s werelds grootste kinderpornonetwerk zijn en het werd onlangs opgerold door de FBI en rechercheurs uit Australië en Nederland.

Twee Nederlanders en een Australiër zijn opgepakt, zij beheerden die enorme site, en zij zijn inmiddels veroordeeld. Het gaat om (onder anderen) de Almeloër Erwin van den B. (medebeheerder van de site van Shannon McCoole) en Auke V. (medebeheerder van een tweede, kleinere kinderpornosite van diezelfde Shannon McCoole) uit het Friese Pingjum. Nog eens drie Nederlanders zijn aangehouden omdat zij verdacht worden van betrokkenheid en naar hen lopen nog onderzoeken.

Wat we inmiddels over dat netwerk weten is onvoorstelbaar. De wreedheid onbeschrijflijk.

“Het is walgelijk. Dit is de donkerste kant van de samenleving die ik ooit heb gezien. Het gaat om filmpjes van kinderen die misbruikt worden, gemarteld worden.”

Inge Philips, plaatsvervangend hoofd van de landelijke recherche

Shannon McCoole 

De Australiër was de hoofdbeheerder van al die gorigheid. Deze Shannon McCoole is 33 jaar en werkte als jeugdverzorger in een kinderopvanghuis van de Australische kinderbescherming. Dat laatste verraste me overigens niet, pedoseksuele roofdieren gaan vaak gestructureerd en berekenend te werk en ze zoeken vaak werk waar ze makkelijk toegang hebben tot kwetsbare kinderen.

Denkt u maar aan zwemleraar Benno L., die tientallen meisjes aanrandde en het vooral gemunt had op kinderen met een handicap of watervrees. Of Robert Mikelsons, die emplooi zocht bij kinderdagverblijven. En Ronald B., die als hopman bij een scoutinggroep tijdens scoutingkampen jonge meisjes aanrandde.

Al moet daarbij opgemerkt dat binnen dit netwerk ook genoeg pedoseksuelen hun eigen kinderen bruut misbruikten, dat zijn ook ‘makkelijke’ slachtoffers – altijd voorhanden en geen kans eraan te ontsnappen. Zo’n 80% van de slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

McCoole ging al net zo berekenend te werk met zijn kinderpornosites. Toegang verleende hij alleen aan mensen die zelf foto’s uploadden, om er zeker van te zijn dat ze niet van de politie waren. Hoe hoger de uploadfrequentie van de gebruiker en hoe heftiger de door hem aangeleverde beelden, hoe meer toegang die bezoeker op de sites kreeg. Gebruikers waren verplicht om elke maand nieuw materiaal te uploaden. Iedere 30 dagen, 45.000 leden.

Ook Shannon McCoole vergreep zich aan kinderen die onder zijn zorg gesteld waren, zeker zes van zijn slachtoffertjes verbleven in het kinderopvanghuis waar hij werkte. De jongste van zijn slachtoffertjes was een meisje van 18 maanden oud. De oudste was drie. Dat komt hem op een gevangenisstraf van 35 jaar te staan, waarvan 28 onvoorwaardelijk.

Rechercheurs wisten zijn ware identiteit te achterhalen aan de hand van niet meer dan zijn opvallende standaard begroeting ‘hiya’s’, een fake Facebookaccount met een foto van een witte auto en een minuscule moedervlek op een van zijn vingers. Toen de politie zijn woning binnenviel, seconden nadat hij op de site inlogde, stond zijn laptop nog aan. Bingo. Ze troffen nog ongepubliceerde beelden aan op een camera. Bingo.

Een van de rechercheurs die McCoole verhoorde, Stephen Hegarty, vertelde naderhand over de trots waarmee McCoole tot zijn verbazing sprak over diens website. De pedoseksueel was trots op wat hij een hele ‘prestatie’ noemde. Sergeant Hegarty beschrijft McCoole voorts als bijzonder intelligent en ontzettend manipulatief.

“I think that is one reason why his victim range was so young. As soon as he thought a child would be capable of reporting anything he would shy away from them. He would be very selective of who he targeted as victims.”

De bijzondere speurtocht naar ‘NUKE’

Op zijn kinderpornosites noemde McCoole zich ‘NUKE’. Deze nick name dook, samen met de naam van de kinderpornosite, voor het eerst op na een arrestatie in een kinderpornozaak in Duitsland in 2011. De man die destijds door de Duitse politie gearresteerd werd was administrator. Behalve de naam ‘NUKE’ was er niets bekend over de persoon die achter deze alias schuilging, behalve dat hij misschien uit Australië afkomstig zou zijn.

Ergens in het begin van 2014 vond er nog een arrestatie plaats en wel in Nederland. Tijdens het Nederlandse onderzoek duikt opnieuw de nick name ‘NUKE’ op en de Nederlandse rechercheurs weten informatie op de website te achterhalen waaruit blijkt dat ‘NUKE’ kinderpornografisch materiaal op die website eigenhandig gemaakt heeft. Van ten minste drie verschillende kinderen; een meisje van ongeveer vier jaar en twee jongetjes, van hooguit twee jaar oud. Het op de door ‘NUKE’ gemaakte beeldmateriaal vastgelegde misbruik is extreem. Ze weten zelfs metadata te achterhalen die leidt naar een specifieke camera van het merk Panasonic. Exact dezelfde camera als die de Australische politie later zou aantreffen in het huis van Shannon McCoole.

Die informatie wordt doorgespeeld aan Australië, samen met informatie van verder surfgedrag van ‘NUKE’. De Australische onderzoekers ontdekken vervolgens een connectie met een Facebookpagina in Zuid-Australië. Goed recherchewerk leverde nog meer op: ‘NUKE’ was ook nog actief op een forum over vierwielaangedreven auto’s en daar ondertekende hij niet met ‘NUKE’ maar met ‘Shannon’. Op dat forum maakte hij een fatale fout: Hij plaatste er een foto van zijn eigen witte VW Amarok, inclusief voorste kentekenplaat.

De aanhouding van Shannon McCoole werd door de opsporende instanties in eerste instantie onder de pet gehouden en ze plozen die enorme website uit. Daarvoor deden ze iets dat de Nederlandse politie volgens de alhier geldende wetgeving nooit had mogen doen: Ze namen het beheerdersaccount over, deden zich een half jaar lang voor als Shannon McCoole en onderzochten zo het afgeschermde dataverkeer waar alleen mensen met beheerdersprivileges toegang tot hadden.

Dat onderzoek leidde tot een internationale actie van onder meer de FBI, een Australisch rechercheteam en Nederlandse rechercheurs, waarbij tot nog toe 303 mensen aangehouden werden. Deze kinderpornoproducenten werden opgepakt in tien verschillende landen, onder meer in Nederland, Groot-Brittannië, Australië, Zuid-Korea en de Verenigde Arabische Emiraten.

Erwin de B. 

De 35-jarige Erwin de B. blijkt al twaalf jaar lang kinderporno te verzamelen en te verspreiden. Hij moet geopereerd hebben vanuit een zolderkamer in Almelo. Hij is computerprogrammeur en bleek meer dan 224.000 kinderpornografische afbeeldingen, foto’s en films, in zijn bezit te hebben. Beelden van peuters en baby’s. Hij komt in beeld omdat hij chat met NUKE, nadat de Australische politie dat account heeft overgenomen. Zij seinen hun Nederlandse collega’s in en die vallem met een team de woning van Erwin de B. binnen. Er werd een groot aantal harde schijven vol dieren- en kinderpornografisch materiaal bij hem aangetroffen. Het politieteam nam daarnaast ’s mans uploadserver in beslag en haalde deze uit de lucht, waarmee ze het onmogelijk maakte om nog langer nieuwe kinderporno op de site te plaatsen.

Als medebeheerder van de kinderpornosite van McCoole verschafte Erwin de B. toegang aan de 45.000 leden van die site. Daarbij moet hij dus per bezoeker diens uploadfrequentie en de aard van de door die bezoeker geüploade beelden beoordeeld hebben, om het vervolgens een specifieke mate van bewegingsvrijheid op die kinderpornosite toe te kennen.

Erwin de B. werd door psychiaters onderzocht en werd net als Auke V. ‘verminderd toerekeningsvatbaar’ bevonden. Hij werd in juni veroordeeld tot een celstraf van 18 maanden en tbs met voorwaarden.

Auke V. 

Auke V. is 37 jaar en hij heeft een voorkeur voor kinderporno met uitgesproken jonge kinderen en misbruik met een zeer gewelddadig karakter. Deze man verkrachtte in 2012 een tienjarig meisje. Hij filmde die verkrachting en zette de beelden online. Vorig jaar april werd hij aangehouden en de politie doorzocht zijn woning. Die doorzoeking leverde een twee videocamera’s en een enorme verzameling kinderpornografische foto’s en films op.

De Zweedse politie ontdekte een filmpje waarin Auke V. samen met andere mannen een meisje van net tien jaar oud misbruikt. De FBI ontdekte op haar beurt Auke V. op beelden waarop een jonge jongen verkracht werd.

Deze Auke V. zou tevens in de zomer van 2010 met een Deense pedoseksueel T.L. naar Roemenië zijn afgereisd. De Deen zou van plan zijn geweest om daar een baby te kopen, om die thuis seksueel te mishandelen. Auke V. verklaarde inmiddels tegen een Deense rechtbank over de plannen van T.L. en de rit die hij samen met de Deen naar Roemenië ondernam. De koop zou mislukt zijn en ik hoop bij alles dat ik liefheb dat dat ook werkelijk zo was.

Auke V. werd door psychiaters onderzocht en ‘verminderd toerekeningsvatbaar’ bevonden, hij heeft kennelijk een persoonlijkheidsstoornis die (serieus!) Niet Anders Omschreven (NAO) heet. Hij is inmiddels veroordeeld tot 5 jaar cel met tbs.

Uit het psychiatrisch en psychologisch onderzoek komt onder meer naar voren dat bij verdachte sprake is van pedofilie en van een persoonlijkheidsstoornis NAO, met ontwijkende en afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Beide stoornissen werken negatief versterkend op elkaar in. Gelet op deze diagnostiek is geadviseerd verdachte verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De rechtbank neemt de conclusies uit de rapporten in zoverre over en maakt deze tot de hare.

Ook de buurman van de Pingjumer Auke V. is aangehouden en hij is inmiddels ook veroordeeld, tot een gevangenisstraf van vijf jaar. Hij heeft samen met, onder meer, Auke V., dat meisje van net tien jaar oud misbruikt.

Barend van D.

D 66-jarige Amsterdammer Barend van D. was vier jaar lang ‘lid’ van Shannon McCooles kinderpornosites heeft zich gedurende die tijd verlekkerd aan al het gruwelijke materiaal dat het netwerk te bieden had. Hij downloadde én verspreidde filmpjes waarin seks met kinderen en met dieren of met een combinatie van beide voorkomt. Hij had er diverse USB-sticks vol van in zijn bezit. Hij is mede veroordeeld voor feiten die in de Limburgse woonplaats van Van de B. plaatshadden en zou ook contacten met Van de B. onderhouden hebben.

Van D. manipuleerde kinderen speciaal voor hem te poseren en die kinderen moesten daarbij een bordje ophouden waarop zijn nick name geschreven had. Iets dat de rechercheurs meermaals tegen kwamen in hun onderzoek naar het kinderpornonetwerk. Bordjes en briefjes met zo’n internetalias moesten bijvoorbeeld bewijzen dat filmpjes of foto’s van eigen makelij waren. De pedoseksuelen moesten immers aan een uploadfrequentie voldoen om lid te mogen blijven of toegang te krijgen tot alsmaar erger wordend materiaal.

Volgens advocaat Coen van de Heuvel stond Barend van D. onderaan de keten in het wereldwijde kinderpornonetwerk: “Hij was een afnemer, niet meer dan dat. Hij wist dat hij bijvangst was in een heel groot onderzoek.”

Van D. is veroordeeld tot 10 maanden onvoorwaardelijke celstraf.

Eerbetoon

Wat heb ik een enorm respect voor de mannen en vrouwen die pedoseksuelen als deze mannen opsporen. Die dag en nacht in touw zijn, die beelden moeten bekijken die hen hun leven lang zullen blijven achtervolgen en de daders ervan moeten ondervragen.

Alleen met dit internationale onderzoek al wisten zij meer dan honderd slachtoffertjes te achterhalen en deze in sommige gevallen zelfs uit de klauwen van hun misbruikers te redden.

De Nederlandse maatschappij is al heel lang niet erkentelijk genoeg voor wat zij doen. Al jaren zijn er tekorten, aan rechercheurs, aan middelen, aan budget, aan wetgeving zelfs.

“We blijven op de daders jagen. Ik heb het grootste respect voor deze rechercheurs. Dat zijn echte helden. Wat die mensen doen – zij beluisteren door het gekrijs heen de geluiden, zij bekijken de verschrikkelijkste beelden, op zoek naar aanwijzingen van daders. Zij absorberen al dat leed om dat te kunnen omzetten in gerechtigheid. Ik vind dat een bovenmenselijke kwaliteit.” 

Inge Philips, plaatsvervangend hoofd van de landelijke recherche

Dat jullie er zijn. Dat jullie dit werk doen. Dat is zo vreselijk fantastisch. Dank jullie wel.

"Schiet hem kapot, schiet hem kapot!"

Op 28 maart 2014 pleegden twee mannen een overval op juwelier Goldies in Deurne. Goldies wordt gedreven door een echtpaar, Willy en Marina Sanders. Een van de twee mannen stapte omstreeks 18:36 de juwelierszaak binnen en werd in eerste instantie te woord gestaan door mevrouw. Zij riep echter haar man erbij om de ‘klant’ te woord te staan en zelf ging zij naar een achter de winkel gelegen ruimte.

Ze had haar hielen nauwelijks gelicht of de tweede man stapte de juwelierswinkel binnen en hij was gewapend met een pistool. De eerste man bleek een busje pepperspray bij zich te hebben en het eerste dat hij deed, toen zijn kompaan binnenkwam, was daarmee in het gezicht van de juwelier spuiten. Er ontstond direct een vechtpartij tussen een van de twee overvallers en de juwelier. Tijdens die worsteling wist de juwelier zijn belager diens pistool afhandig te maken. De tweede overvaller probeerde onderwijl de ruimte in te komen, waar de juweliersvrouw zich verschanst had.

In de achtergelegen ruimte heeft de vrouw de vechtpartij dan echter al gehoord, zij hoort een van de overvaller roepen “Schiet hem kapot, schiet hem kapot!” en zij ziet op camerabeelden haar man met pepperspray bespoten worden. In blinde paniek pakte ze een vuurwapen, dat daar lag. Het was namelijk niet voor het eerst dat Goldies werd overvallen en dus had haar echtgenoot zich bewapend. Het echtpaar had dat vuurwapen illegaal in bezit en was niet in het bezit van een wapenvergunning.

Enfin, de vrouw wist vier maal te schieten, dwars door de deur heen en door de deuropening. Dat deed ze niet onverdienstelijk: Een overvaller raakt zij meerdere keren en de ander eenmaal. Ook haar eigen man raakte ze, in een van zijn handen.

Beide overvallers verloren het leven en gelukkig kon het juweliersechtpaar ook deze overval navertellen. Daarbij moet u weten dat gemiddeld een juwelier per jaar dat níet kan.

Abdel H.

Een van de doodgeschoten overvallers heette bij leven Abdel H. Na zijn verscheiden, dat hij uiteindelijk toch geheel en al aan zichzelf te wijten had, gebeurde er iets wonderlijks. Niet alleen werd hij herdacht in de Al Fourkaan-moskee in zijn woonplaats Eindhoven, maar in de pers verscheen ook nog eens een heel in memoriam, waarin een beeld geschetst werd van een “vriendelijke jongen in geldnood”, naïef en beïnvloedbaar, moeilijke jeugd gehad en gek op voetbal.

In weerwil van de gegevens dat die vriendelijke jongen een goede bekende was van de plaatselijke Hermandad en al eens eerder een gewapende overval verpleegde werd er een demonstratie gehouden voor Abdel H. en zijn kompaan. “Marina is een moordenaar” scandeerden de tientallen demonstranten en “Wat moet er gebeuren? Straffen, straffen straffen … “

Ik maakte me daar destijds al een beetje boos over. Dat geneuzel over ordinaire overvallers die van die goeie jongens waren, daar moet ik niet zo veel van hebben. Goeie jongens plegen geen overvallen. Dat zo’n engnek bij leven toch wel liev voor zijn moeder was doet daar echt niets aan af.

Daarbij, wie een overval pleegt of inbreekt in een woning neemt willens en wetens een aantal risico’s. Dat het beoogde slachtoffer zich niet lijdzaam laat overvallen of beroven bijvoorbeeld. Dat het beoogde slachtoffer heel wel hardhandig zou kunnen zijn in zijn verzet, ook zo iets. Betrapping door een agent behoort ook tot de mogelijkheden en jawel, die zou best eens op je kunnen schieten. Of zijn diensthond de opdracht te geven je bij je kladden te pakken als je dan toch niet luisteren wilde. Dat is echt risico van het vak, hoor. Mijn sympathie heb je sowieso niet.

Ik heb ook veel liever dat een slachtoffer het na kan vertellen dan een dader, als ik toch moet kiezen. Ieder mensenleven telt, maar dat van agressors als deze net een beetje minder zwaar dan dat van een onschuldig slachtoffer.

Rechtsvervolging juwelier

De juwelier zelf werd vervolgd en veroordeeld voor verboden wapenbezit. Hij kreeg honderd uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden voor het aanschaffen van dat vuurwapen. Terecht, hoe hard ook. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik ’s mans angst niet begrijp, maar illegaal wapentuig in huis halen is ook niet goed.

Het Openbaar Ministerie concludeerde daarnaast dat mevrouw Sanders het vuur opende uit noodweer om haar echtgenoot te verdedigen en besloot haar daarom niet te vervolgen.

De zus van een van de overvallers en de moeder van de andere dachten daar echter heel anders over en zij namen advocaat Ficq in de arm, om een zogeheten artikel-12-procedure aan te spannen. Behalve de traumatiserende ervaring van de overval leefde mevrouw Sanders dus maandenlang met de onzekerheid van het juridische zwaard van Damocles der vervolging boven het hoofd. Dat zou ik toch secundaire victimisatie willen noemen.

Goed. Het gerechtshof in Den Bosch boog zich dus over de zaak en ook het hof komt tot de conclusie dat mevrouw Sanders met succes een beroep op noodweer kan doen en strafvervolging in dit geval niet aangewezen is. Er was sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waartegen verdediging geboden was. Die ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding bestond eruit dat beide heerschappen “gewapend met onder meer een vuurwapen de winkel betraden met het onmiskenbare doel deze gewelddadig te overvallen en dat zij direct de confrontatie zijn aangegaan, waarbij zij buitensporig geweld toepasten, te weten onder meer het spuiten van pepperspray, het dreigen met het vuurwapen en – naar de verklaring van beklaagde – het uitroepen van de woorden: “Schiet ‘m kapot, schiet ‘m kapot”.”

De beide vonnissen leest u hier: 1 en 2.

Mevrouw Sanders wordt dus definitief niet vervolgd. Gelukkig maar, want dat zou toch al te dwaas geweest zijn. Hopelijk kunnen zij en haar man de hele zaak nu achter zich laten en verder met hun leven. Ik wens hen in elk geval sterkte.

Dat wens ik de nabestaanden van Abdel H. en diens kompaan ook. Het is vreselijk een zoon of broer te verliezen, ook al was het hun eigen rotschuld. Dat maakt het verlies er ongetwijfeld niet minder op.

Laat dat arme juweliersechtpaar verder met rust. Niemand vraagt erom op zo’n brute manier te worden overvallen, noodweer was hun goed recht. 

Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Loverboys en hoerenlopers: Zedenzaken Valkenburg openbaar

Vandaag begint het proces tegen 29 mannen die in een Valkenburgs hotel seks hadden met een 16-jarig meisje. Dat is uniek, nooit eerder werden de ‘klanten’ van een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken zo en masse vervolgd. Morgen begint de inhoudelijke behandeling van de zaak, maar vandaag is de zogeheten regiezitting.

In de aanloop naar morgen een resumé van wat de #Seksaffaire van Valkenburg is gaan heten, maar eigenlijk een schoolvoorbeeld is van een ‘loverboyzaak’.

Beide termen zijn overigens hopeloos eufemistisch want bij loverboys is de ‘love’ altijd ver te zoeken en ‘affaire’ klinkt lang niet zwaar genoeg om de ware aard van de gebeurtenissen te beschrijven.

Vermissing

Op 10 oktober 2014 schakelde een bezorgde vader een recherchebureau in omdat zijn 16-jarige dochter sinds twee dagen vermist werd. Het meisje had een relatie met een 21-jarige Iraans-Nederlandse jongen, ‘Atje’, waar ze smoorverliefd op was en haar ouders waren op die relatie tegen. Ze was, zoals vaker, weggelopen en had haar vader telefonisch laten weten dat ze België zat. De politie kon op dat moment nog niet veel voor hem betekenen.

Het recherchebureau Zuidema wist haar telefoon te traceren en het meisje bleek zich in de omgeving van Valkenburg op te houden. Via een kennis hoorde de vader vervolgens van een website Kinky.nl, een virtuele marktplaats voor prostituees, waarop zijn dochters foto bij een advertentie bleek te prijken. Onder de naam ‘Kimberley’ en er stond een telefoonnummer bij. De vader wendde zich opnieuw tot de politie, die met de nieuwe informatie wel aan de slag kon en een intensieve zoekactie op poten zette.

Inval

Nog in oktober 2014 deed de politie een inval in een appartement van het Valkenburgse hotel Botterweck waar het meisje te werk gesteld werd door de hoofdverdachte. Dat is Armin A., zoals ‘Atje’ in werkelijkheid blijkt te heten. Ze betrapten een klant in flagrante delicto en troffen Armin A. aan op het toilet. De politie nam de mobiele telefoon van Armin A. in beslag en vond daar de telefoonnummers van veel van zijn ‘klanten’ in. Niet alleen dat, de politie vond ook nog eens tientallen gebruikte condooms in een prullenbak in die kamer.

Ging men eerst uit van zo’n vijftig (!) mannen, die in een periode van tien dagen ontucht pleegden met die minderjarige, al gauw moest men dat cijfer bijstellen naar tachtig (!!). Jazeker, die mannen stonden letterlijk in de rij. Van een vijftigtal wist het Openbaar ministerie de identiteit te achterhalen. Alle bekende ‘klanten’ werden gehoord als verdachte en als getuige tegen Armin A.

Achtergrond

Inmiddels weten we meer van hoe dat meisje in die hotelkamers belandde. Het meisje had dus een relatie met ‘Atje’, ze was verliefd tot over haar bakvissenoren, en haar ouders keurden die relatie af. Atje gaf haar aandacht, charmeerde haar en maakte haar (emotioneel) afhankelijk, om haar uiteindelijk harteloos te manipuleren.

Atje verbrak daartoe op gegeven moment de relatie en alle contact met het meisje.  Het meisje probeerde na de breuk met haar Atje wanhopig toenadering met hem te zoeken en uiteindelijk “zwichtte” hij; Atje wilde haar wel ontmoeten, maar dat zou haar wel honderd euro per keer kosten.

Vanaf dat punt lopen de lezingen van het gebeurde uiteen. Volgens het Openbaar Ministerie kwam Atje “spontaan” op het idee dat ze dat geld wel kon verdienen door zich te prostitueren, volgens de raadsman echter bedacht het meisje zelf met dat plan voor de prostitutie zijn gekomen. Atje zou dat volgens die raadsman in eerste instantie geweigerd hebben, maar uiteindelijk “ter bescherming” geholpen hebben door een geschikte ruimte te zoeken en klanten op te halen. Ook onderhandelde Atje met die klanten over prijzen, de duur van hun ‘bezoek’, en de te leveren diensten.

‘Kimberley’ mocht van Atje geen contact meer opnemen met haar ouders. Tegen de wil van het meisje stelde hij potentiële klanten voor dat zij met meerdere personen tegelijkertijd seks met haar konden hebben en dat die seksuele handelingen ook wel zonder condoom mochten gebeuren. Ze had niks te vertellen, zo veel is inmiddels wel duidelijk.

Het meisje zelf legde twee verschillende verklaringen af. In het eerste geval verklaarde ze vrijwillig seks te hebben gehad, maar in het tweede verklaarde ze het tegenovergestelde. Wat op zich niet veel uitmaakt, Atje wist dat ze nog geen achttien was en toch speelde hij haar pooier. Een minderjarige kán daar helemaal geen toestemming voor geven of mee instemmen.

Houding Openbaar Ministerie

Opvallend van de harde lijn van het Openbaar Ministerie, dat van meet af aan lieten weten zich niet geroepen te voelen discreet om te gaan met de identiteit van de verdachten. Het OM liet de verdachten de keuze; ze konden zichzelf melden of bezoek aan huis verwachten.

“Menig huwelijkspartner zal verrast worden door de politie aan de deur. De vrouw weet waarschijnlijk van niks. Maar voor ons weegt seksuele uitbuiting zwaarder.”

De officier van justitie liet dus zijn tanden zien en zijn boodschap was duidelijk: Er waren buitengewoon ernstige zedendelicten met een minderjarige gepleegd en hij voelde zich niet geroepen de heren hoerenlopers te helpen bij het thuis geheimhouden van hun bezoekjes aan een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken.

Privacy, huwelijk, gezin

Daar kon ik me overigens prima in vinden. Ik zou me ook niet geroepen voelen het thuisfront van een stiekeme hoerenloper in het ongewisse te houden. Als je werkelijk zo aan je privacy, je huwelijk en je gezin gehecht bent dan kun je er in eerste beginsel natuurlijk ook gewoon voor kiezen om geen prostituees te bezoeken. En dan al helemaal geen prostituees die wel erg jong ogen (vooral in je hitsige anticipatie niet vragen om haar ID-bewijs!), in obscure hotelkamers werken en wiens pooier zich even terugtrekt op het belendende toilet.

Ik kan het u sterker vertellen: Als ik in een relatie verwikkeld zou zijn met een man die achter mijn rug om vreemdging of prostituees bezocht, dan zou ik dat heel graag willen weten. Ik gooide hem namelijk onmiddellijk mijn bed, mijn huis en mijn leven uit en liet me direct op seksueel overdraagbare aandoeningen controleren.

Saillant detail: Eén van de verdachten in deze zedenzaak is een ex-medewerker van jeugdzorginstelling Icarus in Cadier en Keer, waar hij jongeren met ernstige gedragsproblemen placht te begeleiden. Hoofdverdachte Armin A. heeft in diezelfde instelling verbleven. Beide heren kenden elkaar dus al. Deze verdachte meldde zich bij zijn werkgever, die hem ontsloeg omdat ze ’s mans gedrag onverenigbaar achtte met wat ze van een medewerker mag verwachten en daar had die werkgever groot gelijk in.

Goed. Er worden geen namen genoemd en geen foto’s getoond, dus de privacy van de verdachten is wel afdoende beschermd.

Zelfmoorden

De eerste verdachte, de man die op heterdaad betrapt werd, pleegde afgelopen februari zelfmoord. De spanningen die de zaak met zich meebracht werden hem kennelijk te veel. In maart deed een tweede verdachte hetzelfde. Dat is een drama en heel verdrietig.

Een advocaat, die de belangen van twintig van de heren behartigde, sprak schande van de werkwijze van het Openbaar Ministerie en sprak van “onherstelbare psychische druk”. Paniek, want door dat dreigement hadden ze opeens hun eigen leven en toekomst niet meer in de hand en hun vrouwen en kinderen konden zo maar opeens geconfronteerd worden met oom agent aan de deur.

Vonnis Armin A. 

Op 2 juli jongstleden wees de rechter vonnis in de zaak tegen Armin A. en veroordeelde hem voor mensenhandel en de onttrekking van een minderjarige aan het wettelijk gezag van haar ouders. De rechtbank van Limburg heeft hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, opgelegd.

Uitkomst regiezitting

Vandaag pleitten bijna alle verdachten (bij monde van hun advocaten, zelf waren ze opvallend afwezig) voor een behandeling achter gesloten deuren. En als de zitting dan toch openbaar moet zijn, dan willen ze er niet bij zijn.

De openbaarheid van rechtszaken is echter een groot goed en wanneer de verdachten meerderjarig zijn, dan zullen ze wel heel zwaarwegende belangen moeten hebben wil de rechter de zaak inderdaad achter gesloten deuren af handelen.

Het mag dan ook geen verrassing heten dat de officier van justitie vandaag fijntjes opmerkte dat niet deze mannen maar een 16-jarige meisje het slachtoffer van deze zaak is. Evenmin is het een verrassing dat de rechter het ene na het andere verzoek om een afhandeling achter gesloten deuren afwijst én deze de verdachten laat weten dat hij ze gewoon op hun zitting verwacht.

Alle zaken zullen openbaar zijn.

Als ze in die hotelkamer met hun groezelige billen bloot konden, dan moet dat bij de rechter toch ook wel lukken, me dunkt.