Conversations with a pedophile

Het gegeven dat kindermisbruik ontstellend veel voorkomt, in Europa blijkt een op de vijf kinderen slachtoffer zijn, lijkt ook Brussel wakker te hebben geschud. Mensenrechtenorganisatie Raad van Europa wil een campagne lanceren om ouders de “ondergoedregel” onder de aandacht te brengen. Zij moeten hun kinderen leren dat die nooit aangeraakt mogen worden op plekken die onder ondergoed schuilgaan. Maud de Boer, plaatsvervangend secretaris-generaal van de Raad van Europa, reikt daarbij meteen een tweede gouden stelregel aan; “Ouders, oppassers, en anderen moeten ook over dit probleem blijven praten als straks de aandacht voor het tragische incident in Amsterdam is weggeëbt.”

Blijven praten. Luisteren. Zorgen dat je weet waarop te letten. En vooral kinderen weerbaar maken. Vertrouwen is een toverwoord, zoals geheimhouding dat voor de pedoseksueel is. Zonder geheimhouding is (langdurig) misbruik immers onmogelijk.

Amy Hammel-Zabin schreef aan de hand van een briefwisseling met Alan, een veroordeelde pedoseksueel, het boek “Conversations with a pedophile”, in het Nederlands vertaald als “In de knop gebroken”. Alan geeft middels zijn brieven een kijk in de geest van het beest. Hoe hij zijn slachtoffertjes selecteert, zich een weg wurmt in het sociale netwerk dat hen omringt en er een project van maakt hen voor zich te winnen. Hen “groomt”.

“Het is belangrijk te weten dat pedofielen doorgaans niet de stereotiepe vreemdelingen zijn die in het park ronddolen met een lange regenjas en kinderen lokken met snoepjes. Nee, het is je buurman, de pastoor, de leider bij de scouts, de oppas of zelfs een vriend of familielid. Pedofielen bevinden zich in je directe omgeving. Ze hebben een baan, gaan naar de kerk en doen vrijwilligerswerk – waardoor zij gemakkelijk in aanraking kunnen komen met kinderen.”

“Ik vroeg Alan ooit naar zijn belangrijkste wapen bij het strikken en misbruiken van honderden kinderen. Het antwoord luidde kort en bondig: ‘luisteren’.”

“Ik (Alan) probeerde een omgeving te creëren waarin ze vrijuit over alles konden praten en niet bang moesten zijn dat ze iets niet wisten of het mis hadden. In die ‘cocoon van aanvaarding’ voelden ze zich heel speciaal. Tragisch genoeg gebruikte ik deze kennis voor een absoluut zelfzuchtig en vernietigend doel. Maar als ik hun het gevoel kon geven dat ze speciaal waren, waarom zouden anderen dat dan niet kunnen leren en dat in het voordeel van deze kinderen toepassen? Ik ben vooral bang dat als ouders dit niet leren, er steeds meer verdorven geesten als ik zullen zijn die hun kinderen een funest alternatief bieden.”

Alan blijkt een meester-manipuleerder, niet alleen van kinderen, maar vooral ook van volwassenen;

“Op mijn veertiende had ik (Alan) al door dat manipulatie, planning en geduld veel meer effect sorteerden dan wild op iets afstormen en onnodig risico’s nemen. Door me nuttig te maken, kon ik een situatie creëren waarbij het initiatief om veel tijd met een jongetje door te brengen, van de ouders kwam. Het kwam erop neer dat de ouders me het kind aanreikten om aan hun eigen behoeften te kunnen voldoen. Niemand die daar iets achter zocht.”

Wie het boek leest komt tot het laten varen van in elke geval één illusie. Alan is niet zo zeer uit op de seksuele contacten an sich, maar alles daarom heen. Hij gaat project- en planmatig te werk, streeft ernaar zijn slachtoffers volledig in zijn ban te krijgen tot de kinderen geen kant meer op kunnen en ervaart iedere vooruitgang in dat proces als een climax. Hij spreekt genietend over de slaafse gehoorzaamheid, waarmee zijn slachtoffertjes uiteindelijk zijn seksuele handelingen ondergaan. De macht over zijn slachtoffertjes, geestelijk én lichamelijk, is zijn ultieme kick.

Nu gisteren bleek dat een van de verdachten in de Amsterdamse kindermisbruik en -pornozaak eerder in Duitsland al veroordeeld werd vanwege het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno, lijkt een blacklist op Europees, of liever nog mondiaal, niveau een absolute noodzaak. Was er zulks geweest, dan had Robert Mikelsons nooit aan een VOG kunnen komen, de vrijbrief die hem het mogelijk maakte zich op drie Amsterdamse kinderdagverblijven aan tientallen kinderen te vergrijpen. Ik kan me dan ook prima vinden in het idee van de Raad van Europa tot een internationaal antecedentenonderzoek voor mensen die met kinderen werken, zodat veroordeelde misbruikers niet in een ander land gewoon opnieuw hun slag kunnen slaan.

De Raad wil de verjaring van misbruik pas in laten gaan zodra het slachtoffer meerderjarig is, maar liever nog regelt men het zo dat zulks in het geheel niet meer verjaren kan. Daarbij zouden mensen, die kindermisbruikers faciliteren net zo zwaar gestraft moeten worden als de misbruiker. Het NRC bericht vandaag over het bisdom Den Bosch, dat decennia lang dossiers over seksueel misbruik in geheime archieven bewaarde en dergelijke stukken stelselmatig vernietigde. Mensen als monseigneur Bluyssen, die belastend materiaal over kindermisbruikende geestelijken door de versnipperaar haalde, zijn geen haar beter dan de misbruikers zelf. Zij zijn medeplichtig.

Gewoon anders

Vandaag publiceert het Sociaal Cultureel Planbureau haar rapportGewoon anders“, een onderzoek naar de mate van acceptatie van homoseksuelen onder Nederlanders. Ik heb het rapport onder het genot van een kannetje koffie op mijn gemak eens gelezen. Er blijkt onder andere uit dat homoseksualiteit door het gros van de mensen in Nederland heel redelijk wordt geaccepteerd; 91% van de bevolking staat er positief tegenover en vindt dat homoseksuele mensen gewoon moeten kunnen leven zoals ze dat willen. Tot zo ver geeft dat de burger moed.

Er zijn echter wat keerzijden. Zo maken we een onderscheid tussen mannen en vrouwen; over seks tussen twee mannen wordt een stuk moeilijker gedaan dan wanneer het twee vrouwen betreft, die met elkaar de liefde bedrijven. Een op de tien Nederlanders zou het homohuwelijk liever weer afgeschaft zien worden.

Homo- en biseksuele jongeren hebben het nog altijd zwaar, weinig verrassend lijden zij meer onder depressies naarmate zij meer met homo-onvriendelijke onwelgevalligheden geconfronteerd worden. Op scholen valt tweederde van de jonge homoseksuelen juist menig scheldpartij en pesterij ten deel, terwijl uitgerekend daar een veilige omgeving zo noodzakelijk is.

Uit de kast komen vergt gemiddeld drie jaar moed verzamelen en dan nog geeft 17% van de homoseksuele jongelui aan dat ze liever als hetero waren geboren. Hadden ze de keuze gehad, dan hadden ze dus voor de weg van de mindere weerstand gekozen. De helft van de onderzochte jongeren geeft aan serieuze zelfmoordgedachten gehad te hebben. Het aantal maal dat ze aan zelfmoord denken staat in direct verband met de aantallen homonegatieve reacties die ze te verduren kregen. Dat hebben we als maatschappij dan maar mooi op ons geweten, alweer geen wapenfeit om trots op te zijn.

Overigens is een verband tussen maatschappelijke acceptatie en pogingen tot suïcide niet nieuw voor me. Eerder al kreeg ik onderzoeken en cijfers van het CBS (Jaarrapport Integratie 2008) onder ogen waaruit bleek dat jonge allochtone mannen vaker zelfmoord plegen. Eenzelfde bericht over jonge Hindoestanen leidde zelfs tot Kamervragen. Ook zo werd in het Rotterdamse onderzoek gedaan naar het vaker ondernemen van pogingen tot zelfmoord door onder andere Surinaams-Hindoestaanse en Turkse meisjes. Overlevenden van dergelijke pogingen gaven aan dat het moeten conformeren aan rollenpatronen, het leven tussen twee verschillende culturen en de nooit aflatende strijd zèlf keuzes te mogen maken in het leven, hen deed besluiten er een einde aan te willen maken. Denk aan gedwongen huwelijken bijvoorbeeld.

Als iets voor het belang van de strijd tegen intolerantie en discriminatie pleit dan moet het toch dit gegeven wel zijn, eender om welke groep mensen het gaat.

Shocking overigens, vind ik het feit dat onder kinderen van lesbische moeders ruim tweederde het slachtoffer is van pesterijen en flauwe grappen. Dergelijke laffe grappenmakers richten hun pijlen kennelijk zonder schroom op de makkelijkste slachtoffers, die ook nog eens geen enkele blaam treft -als er van ‘blaam’ al sprake zou zijn.

Ook weinig verrassend is het gegeven dat enige acceptatie van de homoseksuele medemens onder orthodox religieuze mensen (orthodox gereformeerden voorop) bepaald achterblijft. De homo-onvriendelijke interpretatie van het verhaal van Lot achtervolgt ons kennelijk nog altijd. De schone schijn van het quasi tolereren van het homo-zijn als je maar niet homo-doet is daar symptoom van. Ook onder Nederlanders van respectievelijk Marokkaanse, Turkse, Chinese en Surinaamse komaf blijft (openlijke) homoseksualiteit een heikel punt en zo ook onder laagopgeleiden.

Nederland mag zichzelf dan vooralsnog koploper noemen waar het homotolerantie betreft, geweldplegingen en discriminatie jegens homoseksuelen nemen de laatste jaren hand over hand weer toe. Dat is een zorgwekkende tendens, die ook nog eens niet op zichzelf lijkt te staan. Ik zie in ieder geval een verband met politici die specifiek moslims op de korrel nemen én de stijgende mate van antisemitisme. Nu dan na de introductie van de lokhomo ook de lokjood een noodzakelijkheid lijkt te worden is het maar de vraag wat ons rest van de tolerantie waar Nederland zo bekend om staat. Kennelijk gaat die dezelfde weg als de Hollandse nuchterheid en geeft ze ook ruim baan aan het gemor van de onderbuik.

De weinig moedige beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat landen, die deel uitmaken van de Raad van Europa, bij voortduring de voltrekking van het huwelijk mogen weigeren aan partners van hetzelfde geslacht en zulks geen schending is van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens maakt pijnlijk duidelijk dat Nederland in dezen niet zozeer voorop loopt maar de rest van Europa eerder achterop blijft. Het Hof vindt dat afzonderlijke regeringen zelf moeten beslissen over het al dan niet toestaan van het homohuwelijk omdat die “het best op de hoogte zijn van de zeden in dat land“.

Artikel 12 – Recht te huwen
Mannen en vrouwen van huwbare leeftijd hebben het recht te huwen en een gezin te stichten volgens de nationale wetten die de uitoefening van dit recht beheersen.

Wat een schril contrast met de ferme tik op de vingers die Brussel, met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens in de hand, aan Zwitserland gaf omwille van het Zwitserse minarettenverbod. Gisteren nog liet de Raad van Europa in al haar wijsheid weten zich unaniem uit te spreken tegen een algemeen verbod op de boerka. Vrouwen moeten “vrijwillig” kunnen kiezen voor een leven in de anonimiteit door het dragen van de allesbedekkende gezichtssluier. Dergelijke verboden hebben kennelijk plotsklaps niets meer te maken met “de zeden” in het land dat ertoe beslist.

Religie is nog altijd het heiligste huisje dat er is. Zo heilig dat zelfs de Raad van Europa er met twee maten om wil meten. “Goddank” zijn resoluties van deze club niet bindend.