Bart van U. een reconstructie

Hindsight is 20/20. Achteraf heb ik makkelijk praten en ik ben afhankelijk van de media voor mijn informatievoorziening. Het is echter verbazingwekkend wat ik nu over de man, die op 10 januari dit jaar zijn eigen zus gedood moet hebben en verantwoordelijk lijkt te zijn voor de moord op D66-coryfee Els Borst, kan achterhalen. De man moet erg in de war geweest zijn en dan vraag ik me toch af: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Bart van U. heet hij. Zijn hele achternaam weet ik ook, maar aangezien hij nog slechts verdachte is hanteer ik de ‘beleefdheid’ die niet te vermelden. Zo werkt dat in de rechtstaat Nederland: Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Die onschuldpresumptie is een van de pijlers waarop onze rechtstaat rust.

Van U. is opgegroeid in de omgeving van Amersfoort in een groot gezin met zes kinderen. Het gezin van U. moet nogal van de gereformeerde kerk geweest zijn en ook Bart van U. zou een actieve rol in de kerk gespeeld hebben. Op gegeven moment vertrekt hij naar Rotterdam, om daar te gaan werken. Hij is zeeman, zowel op de binnen- als de buitenvaart.

Angsten na 9/11

De aanslag op de Twin Towers is een keerpunt in zijn leven en angst voor moslimextremisten lijkt het leven van Bart van U. te gaan beheersen. Hij vraagt zelfs een wapenvergunning aan en krijgt die. Hij verzamelt wapens en zijn paranoia neemt allengs toe. Hij loopt daarnaast kennelijk ook in zeven sloten tegelijk en hij komt als ‘verward’ te boek te staan. In 2009 trekt men dus gevoeglijk zijn wapenvergunning in omdat er twijfels rijzen over zijn geestelijke gesteldheid.

Twee jaar later tipt iemand anoniem de politie over Bart van U. Hij zou een wapenverzameling in huis hebben en de politie valt de woning dus binnen. Inderdaad treft zij daar een behoorlijke collectie wapentuig aan. Bart van U. wordt aangehouden, niet in de woning maar elders zo begrijp ik, en hij blijkt gewapend te zijn met twee messen en een doorgeladen vuurwapen. Niet alleen dat, hij draagt ook een veiligheidsvest.

Verboden wapenbezit

Voor het verboden wapenbezit moet Bart van U. zich bij de rechter verantwoorden en spreekt daar zijn angst voor moslimextremisten uit en vertelt daarbij dat hij denkt een van hun doelwitten te zijn. Hij moet zich wel bewapenen, want hij moet zichzelf tegen hen beschermen. De rechter legt hem zes maanden gevangenisstraf op, die hij reeds in voorarrest uitgezeten heeft, en verplicht hem zich te laten behandelen voor zijn angsten. Dat laatste weigert Van U. echter categorisch.

“Meneer wil niet worden behandeld, dus dan kan het niet’.”

Zorgmijder en gevaarzetting

En daar zit volgens mij meteen het grootste probleem in deze zaak. Wanneer een zogeheten zorgmijder niet wil, dan is er niet of nauwelijks grond om hem te dwingen. Zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk ontbreken daar de middelen toe. De veroordeling voor wapenbezit alleen is geen grond voor het opleggen van tbs. De Wet bijzondere opneming psychiatrisch ziekenhuis (Bopz) voorziet alleen in verplichte psychiatrische hulp wanneer er sprake is van iemand die een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt en dan alleen nog wanneer er geen andere manier dan een verplichte opname is om dit gevaar af te wenden.

“Onvrijwillige behandeling mag alleen worden toegepast als iemand door zijn psychische stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen ín de instelling en dit gevaar alleen door die behandeling kan worden afgewend. In de GGZ is onvrijwillige behandeling ook toegestaan als zonder deze behandeling het gevaar dat wordt veroorzaakt door de geestesstoornis niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit laatste geldt dus ook voor gevaar dat iemand buiten de instelling vormt.”

Er volgt dus een hoger beroep, waarbij de rechtbank de verplichting tot het zich laten behandelen laat vallen, en ze legt hem in plaats daarvan een gevangenisstraf van drie jaar op. Het is de dames en rechters duidelijk dat Bart van U. het nodige mankeert in zijn bovenkamer. Niet alleen vindt men hem een gevaar voor de samenleving, men heeft hem ook graag zo lang mogelijk van straat en dat niet in het minst omdat Bart van U. behandeling weigert.

Cassatie in vrijheid afwachten

De rechtbank gebiedt zijn gevangenneming, maar omdat Van U. op dat moment in het buitenland op een schip aan het werk is lukt dat niet. Eenmaal terug in Nederland gaat Van U. in cassatie, die hij in vrijheid mocht afwachten. Dat vind ik wonderlijk, want zowel de reclassering, de rechter en GGZ-deskundigen menen dat dit onverstandig is.

De advocaat-generaal besloot echter, in al zijn wijsheid, dat Van U. de cassatie in vrijheid mocht afwachten. Dit omdat volgens hem “de eisen en de vonnissen bij de rechtbank en het hof zeer verschillend waren”.

De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, die de zaak in februari opnieuw zal behandelen, en daarmee viel Van U. opnieuw tussen wal en schip. Simpelweg omdat het vonnis niet definitief is.

Daarnaast wordt verzuimd DNA af te nemen van Van U.

Terug naar huis 

Hij betrekt een kamer in de woning van zijn zus Loïs, op de Oudedijk in Rotterdam. Er worden meer kamers verhuurd, het Algemeen Dagblad heeft inmiddels zelf een van zijn voormalige medehuurders geïnterviewd. Zij schetst een beeld van een buitengewoon zonderlinge man, die een teruggetrokken bestaan leidt. Hij is werkeloos, lijdt aan verzamelzucht en gaat vaak in de nachtelijke uren op pad. Ook valt hij zijn medehuurster, op wie hij een oogje zou hebben, lastig.

“Als ik aan Bart terugdenk had ik in eerste instantie niet gedacht dat hij tot iets als moord in staat zou zijn, maar dat hij nu verdacht wordt, verbaast me ook niks. Hij heeft het nooit over Els Borst gehad. We hebben het maar één keer over politiek  gehad. Toen hield hij een klaagzang over moslims, maar verder nooit.”

Ook buren vinden Van U. maar een rare snuiter, een schuchtere eenzaat die “hulp nodig had”. Iemand die vooral onzichtbaar was of zoals dat achteraf heet “onder de radar wist te blijven”. Dat past in het beeld dat ook een uitbater van een plaatselijke brasserie van de man schetst. Bart van U. kwam daar kennelijk regelmatig en een paar maanden geleden zat deze uitbater een uur lang met Van U. aan de bar te keuvelen. Dat Van U. in de war was, dat was ook de uitbater wel duidelijk, maar hij maakte wel gerust regelmatig een praatje met hem.

”Hij was niet goed bij zijn hoofd. Ik zag hem iedere dag wel op straat lopen en dan zwaaide hij vriendelijk. Hij werkte al lang niet meer als zeeman. Hij zat hier wel eens aan de bar, maar dan zei hij vaak niets. Altijd een zonnebril en pet op. Een enkele keer heb ik wel een gesprek met hem gehad. Nog niet zo lang geleden vond hij het belachelijk dat sommige mensen veel geld verdienen. Hij vond dat Bill Gates gewoon zijn geld moest weggeven.”

Bart van U. moet nochtans thuis voor behoorlijk wat overlast gezorgd hebben en zijn zus Loïs ziet hem op gegeven moment liever gaan dan komen. Ze probeert hem te doen vertrekken, maar dat lukt niet. Het lijkt er niet op dat ze daarbij voor haar broer vreesde. Een bekende van de familie Van U. moet aan Elsevier verteld hebben dat Bart van U. weliswaar schizofreen was, maar dat zijn zus probeerde te voorkomen dat hij zou worden opgenomen.

Op 10 januari jongstleden gaat het helemaal mis en Bart van U. steekt zijn zus dood. Hij vlucht, maar meldt zich de volgende dag toch bij een politiebureau in Amsterdam omdat het Openbaar Ministerie zijn foto verspreidde.

Moord op Elst Borst 

Wanneer dan eindelijk DNA wordt afgenomen van Bart van U. blijkt er een match met een DNA-monster dat op de plaats delict van de moord op oud-minister Els Borst werd aangetroffen. Achteraf gezien zou Bart van U. heel wel de man geweest kunnen zijn over wie mevrouw Borst aan haar kapper vertelde dat hij bij haar aan de deur gestaan had. Hij had haar naar het adres van Wim Kok of Jan-Peter Balkenende gevraagd.

Bart van U. maakte de dag na de moord op Els Borst stampij bij een politiebureau in Amersfoort, hij stak vuurwerk af en werd aangehouden. Hij zat er twee dagen vast en de politie haalde er een psycholoog bij om hem te beoordelen, zoals dat heet. Die psycholoog vond echter dat hij weer mocht gaan.

Zoals dat met mensen als Bart van U. pleegt te gaan werd hij, nadat hij dat vuurwerk afgestoken had, afgeschoven op het bordje van de plaatselijke wijkagent. Als niemand het nog weet, dan moet zo’n wijkagent zich er maar over ontfermen. Ook als dat de rechter, het OM en de diverse hulpverlenende instanties niet gelukt is. Zijn wijkagent kreeg dus het verzoek Van U. “in de gaten te houden”.

Wist u dat er in Nederland gemiddeld één hele wijkagent per 5000 inwoners is?

In 2011 werd het aantal zorgmijders, alleen in Rotterdam, op 30.000 geschat. Daarbij gaat het zeker niet allemaal om even zware gevallen als een Bart van U. maar het moge duidelijk zijn dat we van een wijkagent geen zaligmakende interventies kunnen en mogen verwachten.

Achteraf is redelijk makkelijk aan te wijzen waar het mis ging en wie er fouten maakte, waarbij ik heel duidelijk niet wil spreken van schuld. De mensen die contact hadden met Bart van U., de rechters, de advocaat-generaal, de hulpverleners, de beoordelend psycholoog en al wat dies meer zij hebben in goed vertrouwen gehandeld naar de situatie en de gesteldheid van Bart van U. waarmee zij zich geconfronteerd zagen. Binnen de wetgeving zoals zij voor handen is.

Voor Els Borst en Loïs van U. is het te laat en dat is ongelofelijk tragisch.

Er lopen echter meer mensen als Bart van U. rond. Daar moeten we wat mee, zeker in een welvarend land als het onze, met een uitgebreide gezondheidszorg, zou meer mogelijk moeten zijn voor en met mensen die mentaal zo getroebleerd zijn. De mogelijkheid iemand verplicht op te laten nemen en te behandelen schiet tekort en dat verdient remedie.

De vier managers van de Apocalyps

Als er ooit al een apocalyps plaats zal hebben, dan geloof ik niet dat de mensheid die meemaken zal. Moeder Natuur of (en de kans daarop is beduidend groter) de mens zelf zal de mensheid lang voor het einde van deze wereld doen ten ondergaan. De aarde zal daarna nog miljarden jaren, opgelucht zuchtend, haar ellipsen rond de zon draaien.

Niks geen vier Ruiters, nee, wij zullen ongetwijfeld buigen en barsten door toedoen van de vier Managers van de Menselijke Apocalyps.

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een witte Lexus, en die daarin zat, zijn naam is Onbenul.

Goed leiderschap is zeldzaam. Een whopping 68% van de Nederlandse managers weet geen goede of zelfs maar neutrale werksfeer neer te zetten. “Slecht leiderschap verpest de sfeer, leidt tot hoog personeelsverloop en frequent verzuim en beïnvloedt daarmee het bedrijfsresultaat.” 

En een andere bolide ging uit, die Ferrari-rood was; en dien, die daarin zat, zijn naam is Ego.

Ego, u kent het type vast wel, is de manager die te lang vasthoudt aan zijn zelfbedachte maar zieltogende paradepaardjes. Hij reorganiseert om het reorganiseren en om zijn stempel op het bedrijf te drukken, het is zijn manier van een territoriaal plasje doen.

De Nationale Politie is daar wel een mooi voorbeeld van. Politici, de managers van de B.V. Nederland, glibberen welhaast van hun pluchen zetels bij het idee hun stempel op zo’n organisatie te kunnen drukken. Hebben we eerder gezien; van een landelijke politie naar de onderverdeling in regio’s en nu weer landelijk. Kost wat hoor en dan hebbie nog niks. Er is minder blauw op straat, agenten krijgen te weinig rust én training en werken te lange nachtdiensten. En, niet onbelangrijk, er worden zelfs zo’n 50.000 zaken minder opgelost.

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een Mercedes inferno black, en die daarin zat, had een weegschaal in zijn hand. Zijn naam is Winstbejag en hij gaat over lijken. 

Deze week werden achtduizend kerngezonde eenden afgemaakt, vergast uit vrees voor de vogelgriep. De dieren waren nog niet besmet, maar voor de zekerheid werden ze toch ‘geruimd’.  We zijn bang voor een nieuwe massale epidemie zoals die in 2003, toen een derde van de totale pluimveestapel werd geruimd. We zijn daar wel van geschrokken hoor, maar zijn de dieren niet kleinschaliger gaan houden. Dat was voor de eendjes en de kippetjes beter geweest, maar niet voor de winst. We kunnen de beestjes ook inenten, dat scheelt dierenleed, maar dan blieven de buitenlandse afnemers de dieren niet meer. Tel uit je winst.

Vandaag bleek uit onderzoek dat het virus in het geheel niet op die boerderij aanwezig was, maar daar hebben die achtduizend eenden niets meer aan hé?

Dit is het slag manager dat werk uitbesteedt aan sweatshops, waar mensen onder erbarmelijke omstandigheden werken, en pas boodschap heeft aan mensen- en dierenleed zodra de pers er lucht van krijgt. 

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal kruiwagentje, en die daarin zat, zijn naam is Oneerlijkheid.

Het mag geen verrassing heten: slechte managers houden elkaar in stand. Kruiwagens, erebaantjes, vriendjespolitiek en het old boys’ network. Oneerlijke managers maken mensen letterlijk ziek. Werkgevers blijken daarnaast massaal hun personeel uit te buiten. FNV ontdekte dat er door middel van schijnconstructies en het ontduiken van cao’s gesjoemeld wordt met salarissen. Werkgevers drukken miljarden achterover, over de ruggen van hun werknemers – aldus FNV.  

Waar is toch die driekoppige waakhond als je hem nodig hebt? 

Gerard T.

Voor zo ver we weten sloeg de man, die bekend zou komen te staan als de Utrechtse serieverkrachter, voor het eerst toe op 5 september 1995. Op de avond van 26 september 1995 fietste een jonge vrouw door de Archimedeslaan in Utrecht, toen er hij naast haar kwam fietsen en haar klem reed. Nadat hij haar dwong van haar fiets te stappen trok hij haar een bosschage in, waar hij haar verkrachtte. In 1995 en 1996 verkrachtte hij zes vrouwen en probeerde dat bij nog eens twaalf.

Signalement en modus operandi

Uit de beschrijvingen van zijn slachtoffers bleek dat de Utrechtse serieverkrachter een blanke man moest zijn, een vadsige man met een bol gelaat en een oorbel in een oor. Zijn modus operandi was steeds hetzelfde: Hij bereidde zijn misdrijven goed voor, zo knipte hij van tevoren gaten in afrasteringen om een vluchtweg zeker te stellen. Hij naderde zijn slachtoffers van achteren, eerst op een fiets en later met een scooter, en nam ze onder bedreiging met een mes een bos in om hen daar te verkrachten – op alle mogelijke manieren. De handen van zijn slachtoffers bond hij met witte tie-wraps vast. Bij het verkrachten ging hij bruut te werk, zo gebruikte hij meermaals een fietspomp.

Hij schold zijn slachtoffers uit en bedreigde hen, maar na de verkrachting deed hij juist aardig tegen zijn slachtoffers en betuigde zelfs spijt.

Zo plotseling als de serie verkrachtingen begon, zo plotseling leek deze ook te eindigen. Tot de man in 2001 weer toeslaat en een vrouw van haar fiets rijdt. Wanneer hij twee maanden later een meisje van zestien jaar te grazen neemt en haar meerdere malen verkracht is het zeker: De Utrechtse serieverkrachter is terug. Het kind wordt uren later onderkoeld en aan een boom vastgebonden gevonden, haar mond met tape dichtgeplakt.

Onderzoek en aanhouding

Bijna twintig jaar lang is er naar hem gespeurd, meer dan 75 rechercheurs hielden zich met die zoektocht bezig, van bij elkaar 1750 mannen werden alibi’s nagetrokken, duizenden tips nagelopen en er werd een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek opgetuigd.

Er werd een daderprofiel van hem opgesteld: Een op het oog normale man. Een man die niet uit woede of bij gelegenheid verkracht, maar op zoek is naar macht en controle over vrouwen. Men vermoedde dat hij een eenzame man moest zijn, onaantrekkelijk wellicht, die zijn teleurstelling in het leven op seksuele wijze af zou reageren.

Dan maakt de serieverkrachter eindelijk een fatale fout. Hij steelt een lokfiets en moet vanwege dit feit verplicht DNA afstaan. Op diefstal staat namelijk een maximum straf van vier jaren en het is een zogeheten voorlopig-hechtenis-misdrijf, waarbij dus de afnameplicht geldt.

Dat afgenomen DNA levert een match op met genetisch materiaal, dat bij drie van de verkrachtingen door de Utrechtse serieverkrachter werd aangetroffen. Eindelijk is er een doorbraak. Verdachte is de 51-jarige Gerard T. uit Nieuwegein, die in juli van dit jaar werd gearresteerd.

Gerard T. blijkt zelfs tot tweemaal toe al in beeld geweest te zijn als vermoedelijke dader, zijn collega’s meenden hem op de compositietekening te herkennen, maar er werd geen bewijs tegen hem gevonden. Hij was een van de weinigen die weigerde mee te werken aan het DNA-verwantschapsonderzoek.

“Gewoon een gezellige jongen.”

Het jaren geleden geschetste daderprofiel lijkt nu alvast, deels in elk geval, accuraat. Een voormalig collega van Gerard T. beschrijft hem als “Een harde werker en een vrolijke gast. Gewoon een goede jongen. Het was wel een jongen waar je geen ruzie mee moest krijgen, als je eenmaal ruzie met hem had dan moest je uit de buurt blijven.”

Vandaag vond de eerste openbare zitting in deze zaak plaats. Gerard T., die er tot nu toe stoïcijns het zwijgen toe doet, is door de rechtbank bevolen bij deze zitting te verschijnen.

Deze pro-forma zitting konden we natuurlijk live volgen, onder andere via Twitter. De pers was in ruime mate aanwezig. Niet dat we er veel wijzer van werden, al wat de man zegt is “geen antwoord”.
Kennelijk is hij zo spraakzaam niet meer. 
Gerard T. blijft voorlopig vastzitten. Op 19 januari 2015, om 10 uur, volgt de volgende zitting. 

Rapportage Mensenrechten in Nederland 2013

Na het Jaarbericht Kinderrechten, dat op 17 juni jongstleden werd aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie, verschijnt vandaag jaarlijkse rapportage Mensenrechten in Nederland 2013. Deze rapportage wordt opgesteld door het College voor de Rechten van de Mens, een onafhankelijke toezichthouder op mensenrechten in Nederland.

Wie de moeite neemt de tweehonderd pagina’s tellende rapportage door te nemen zal op een aantal lelijke pijnpunten stuiten. Voor wie daar geen zin in heeft, wat high lights:

Discriminatie en non-discriminatie

Ik gooi maar meteen twee hoofdstukken uit de rapportage op een grote hoop. Discriminatie is dagelijkse praktijk. Het gebeurt in veel gevallen niet eens opzettelijk, maar het gebeurt. Zowel op basis van afkomst en cultuur als op basis van geslacht, leeftijd, handicap, seksuele gerichtheid en religie.

Uiteraard refereert de rapportage aan de hoogoplopende discussies over Zwarte Piet. Discriminatie komt op diverse gebieden voor; op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, de media, het horeca-deurbeleid, in het politieke klimaat (“Minder Marokkanen. Minder, minder, minder!”) en etnisch profileren door de politie.

Het College voor de Rechten van de Mens gaat in haar rapportage nog even op zoek naar de oorzaak daarvan en van de allergische reactie die de gemiddelde Nederlander kennelijk geeft op de constatering dat iets discriminatoir zou zijn. Blanke autochtonen schieten nogal eens in een krampachtige ontkenning en zelfverdediging. We wanen ons tolerante inwoners van een tolerant gidsland en hebben er moeite mee wanneer die illusie doorgeprikt wordt. Dat herken ik ook in mijzelf, ik heb me in de discussie over Zwarte Piet bijvoorbeeld ook geroerd.

Zorgelijk vind ik de observatie van een opkomend “nativisme”, waarbij men als “native” of oorspronkelijke bewoner oudere en zwaarwegender rechten te hebben dan relatieve nieuwkomers.

Vrouwen worden nog altijd niet gelijk betaald voor gelijk werk en ook zwangerschapsdiscriminatie is gewoon gemeengoed. Kom op zeg, Nederland, dat is structurele discriminatie van de helft van de populatie!

Transgenders komen er het bekaaidst vanaf, voor hen is zelfs niets voorzien in de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Nationale implementatie en infrastructuur

Een lang verhaal kort: Mensenrechten staan nog te laag op de agenda’s van onze Rijksoverheid en de gemeentes. Beleid zou vaker en beter aan mensenrechten getoetst moeten worden. Een gemeente die huishoudelijke hulp wegbezuinigt waardoor een hulpbehoevende niet langer zelfstandig kan wonen tast het recht op wonen en het recht op sociale bescherming van die hulpbehoevende aan.

De rapportage is ook kritisch over de opkomende participatiesamenleving. Participatie is prachtig en een teken van een overheid die burgers ziet als volwaardige, zelfredzame en autonome eigenboontjesdoppers. Het is wel een struikelblok voor hulpbehoevenden die om te beginnen al geen geschikt sociaal netwerk hebben waarop zij een beroep kunnen doen.

Rechtspleging en rechtsmiddelen

Om de doorlooptijden van eenvoudige rechtszaken te bekorten is de ZSM-werkwijze ingevoerd. De officier van Justitie kan daarbij een strafbeschikking opleggen en doet daarbij wat eigenlijk aan de rechter is voorbehouden. Een verdachte hoeft daar niet mee akkoord te gaan en kan zo alsnog toegang krijgen tot een onpartijdige en onafhankelijke rechter. Voorwaarde daarbij is dan wel dat die verdachte juist en volledig geïnformeerd wordt over de mogelijkheden tegen die strafbeschikking in te gaan en over zijn recht op rechtsbijstand.

Nog een lang verhaal kort: Bezuinigingen op de (gesubsidieerde) rechtsbijstand vormen een direct gevaar voor het recht op toegang tot een rechter en het recht op een eerlijk proces.

Waarborgen rond vrijheidsbeneming

Het College voor de rechten van de Mens maakt zich zorgen om een conceptwetsvoorstel dat het mogelijk moet maken dat verdachten, die nog niet onherroepelijk zijn veroordeeld en wiens schuld dus nog niet onomstotelijk vaststaat, toch alvast de gevangenis in kunnen verdwijnen.

Mensen blijken in Nederland regelmatig onterecht of te lang in voorlopige hechtenis te zitten. Dat is niet alleen in strijd met de mensenrechten, we betalen ons ook blauw (11,1 miljoen euro!) aan schadevergoedingen. Rechters maken simpelweg te weinig gebruik van bestaande alternatieven op die voorlopige hechtenis.

Het ergst van alles: Driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit daar in voorarrest, van hen is dus nog niet bekend of ze terecht vast zitten.

Migratie en mensenrechten 

In 2013 zaten toch nog dertig kinderen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie en hoe we dat ook wenden of keren, kinderen horen daar per definitie niet in thuis. Dit jaar worden er maatregelen ingevoerd die dat geheel onmogelijk moeten maken.

Vreemdelingen worden na binnenkomst eerst twee weken onder een zwaar verblijfsregime ondergebracht, onnodig, want een lichter en minder vrijheidsbeperkend regime in gewoon voorhanden. Wie in vreemdelingendetentie verblijft ondervindt ook nog eens onnodig veel drempels wanneer hij medische hulp nodig heeft.

Vreemdelingen die Nederland moeten verlaten maar dat niet kunnen, bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt, hebben geen toegang tot basale voorzieningen zoals onderdak en voedsel. Zieke vreemdelingen worden teruggestuurd naar hun thuisland, terwijl we van tevoren al weten dat zij daar niet de ziekenzorg zullen krijgen die ze nodig hebben.

Privacy

Nederlandse en Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten verzamelden en analyseerden vorig jaar op grote schaal onze gegevens. De wetgeving die ons tegen een dergelijke inbreuk in onze persoonlijke levenssfeer moet beschermen is verouderd en houdt geen rekening met alle technische vooruitgang op dat gebied.

De Nederlandse diensten vertrouwen daarnaast buitenlandse diensten op hun blauwe ogen dat zij zich daarbij wel aan de mensenrechten zullen houden en dat is in de praktijk hoogst onverstandig gebleken.

Uitbreidingen in cameratoezicht verdienen het ook uitermate kritisch te worden bekeken en dan met name de inzet van mobiele camera’s en drones, die nog een veel grotere inbreuk op onze privacy zijn.

Door de voorgenomen decentralisatie zullen gemeentes vaker en meer van onze gegevens met elkaar uit gaan wisselen, zo vreest het College. Er moet een wettelijke garantie ingebouwd worden dat die uitwisseling wel ondubbelzinnig, vrijwillig en in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens gebeurt.

Huwelijk en privé- en gezinsleven

Een grote vooruitgang werd vorig jaar geboekt in wetgeving die het privé- en gezinsleven beschermt van ouderparen van gelijk geslacht. Lieden die geen huwelijken willen voltrekken tussen paren van gelijk geslacht zijn (eindelijk!) niet meer benoembaar als trouwambtenaar.

Transgenders die hun gegevens bij de burgerlijke stand willen veranderen moeten daarbij een verklaring van een deskundige overleggen, die daarin verklaart over de “duurzaamheid van de wens van de transgender”. Dat staat in potentie op gespannen voet met het recht op zelfbeschikking.

De gaswinning in Groningen kan de veiligheid en het leefmilieu van de Groningers aantasten en daarbij wordt hun recht op bescherming van het privé- en gezinsleven aangetast. De overheid heeft in deze kwestie te weinig oog voor dat mensenrecht, zowel bij de afhandeling van reeds ontstane schade als bij haar besluitvorming omtrent de gaswinning.

Lichamelijke en geestelijke integriteit

Huiselijk geweld staat hoog op de agenda en dat is maar goed ook want het komt op grote schaal voor. Nederland maakt zich op om het Verdrag van Istanbul, over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in het algemeen, te ratificeren. Dat duurt echter wel erg lang en Caribisch Nederland laat het daarbij zelfs helemaal afweten.

Mensenhandel

Voor slachtoffers van binnenlandse mensenhandel, en dan vooral meisjes, is te weinig passende opvang en zorg. Jeugdzorg heeft zelfs onvoldoende kennis in huis om deze slachtoffers te herkennen. Tijdens de rechtsgang is een schadevergoeding voor slachtoffers als onderdeel van het vonnis nog altijd een ondergeschoven kindje.

Minder bekende vormen van mensenhandel, zoals gedwongen bedelen en gedwongen criminaliteit, dienen beter in kaart te worden gebracht. Al wat we weten is dat deze vormen in ruime mate naast seksuele uitbuiting bestaan, maar concrete cijfers zijn er niet.

Bedrijven en mensenrechten 

Bedrijven hebben wat mensenrechten betreft net zo goed hun verantwoordelijkheden. Te hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden, gezondheidsschade, ongewenste intimiteiten, onderbetaling en al wat dies meer zij kunnen een inbreuk op de mensenrechten vormen. Er is nog te weinig aandacht voor moderne slavernij. De regering heeft vorig jaar het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten aan de Tweede Kamer gepresenteerd, maar hoe dat verder in de praktijk vorm moet gaan krijgen is nog volledig onbekend.

Arbeid en sociale zekerheid

Discriminatie op de arbeidsmarkt gebeurt, op kleur, leeftijd, geslacht, handicap enzovoorts, en vooroordelen en stereotyperingen onder werkgevers spelen daar een rol in.

Huishoudelijk werkers hebben binnen het sociaal en arbeidsrecht een minder gunstige positie dan andere werknemers.

Gemeenten mogen bijstandgerechtigden tot een tegenprestatie verplichten, maar niet om het werk te doen van mensen in functies die zijn wegbezuinigd en niet ten faveure van private partijen. Ook die bijstandgerechtigden hebben gewoon recht op billijke en eerlijke arbeidsomstandigheden en gelijk loon.

Gezondheid en zorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder.

Het college maakt zich daar zorgen over, meer bepaald de ouderenzorg en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. In de laatste branche constateert het misstanden met een structurele aard; lichamelijke integriteit, privacy en rechtsbescherming van patiënten zijn in het geding.

Er is nog altijd te weinig garantie dat onze persoonlijke gegevens en het medisch beroepsgeheim naar behoren worden beschermd bij het delen van onze medische gegevens. Gelukkig zei ik ‘nee’ tegen het elektronisch patiënten dossier en heb ik duidelijk aangegeven dat mijn gegevens niet gedeeld mogen worden.

Onderwijs en mensenrechteneducatie

Mbo-studenten met een beperking ondervonden vorig jaar problemen bij toegang tot een opleiding en het vinden van een stageplaats, terwijl zij toch echt recht hebben op een gelijke behandeling en passend onderwijs.

Educatie over onze mensenrechten staat nog steeds niet in de kerndoelen van het onderwijs.

Levensstandaard 

Er zijn nog altijd groepen mensen die in armoede leven en die niet of nauwelijks in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het aantal daklozen is toegenomen en meer mensen zijn afhankelijk van de voedselbank. Een derde van alle armen zijn kinderen en jongeren onder de achttien jaar. Het huidige armoedebeleid is niet gestoeld op de mensenrechten en er is weinig oog voor de beschadigende gevolgen van armoede.

Caribisch Nederland 

Armoede is hier het grootste probleem. Het gemiddeld inkomen is er lager, de gemiddelde kosten voor levensonderhoud hoger. Het gemiddeld opleidingsniveau is laag en met de werkgelegenheid is het somber gesteld. Huiselijk geweld is een veelvoorkomend probleem. De detentieratio is relatief hoog, mede omdat er geen oog is voor alternatieven op vrijheidsstraffen.

"Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen"

Op 11 augustus 2012 reed de Soedanese mevrouw C. in haar rode Renault Mégane naar de Amsterdamse Bijlmer. Naast haar zat haar zwangere vriendin en achter haar zat haar 2-jarige zoontje in zijn kinderzitje.

Op de IJdoornlaan klapte een grijze Ford Galaxy bovenop de auto van de dames. De twee vrouwen raakten gewond. Mevrouw C. hoorde haar zoontje huilen, stapte uit om hem uit de auto te halen en voelde zich vervolgens onwel worden.

Meneer S., die achter de auto van de dames reed, zag het ongeval gebeuren. Hij stapte uit om te gaan helpen en belde 112. Hulpverleners, politie en ambulance, kwamen gevoeglijk ter plaatse. Bij het eerste contact tussen meneer S. en de verpleegkundige van de ambulancedienst ging het echter direct al mis.

Reconstructie van een rel

Er ontstond verwarring tussen beiden toen de verpleegkundige van meneer S. wilde weten of de aanwezige peuter in de auto had gezeten tijdens de aanrijding. Meneer S. raakte geëmotioneerd en geïrriteerd door de vragen van de verpleegkundige en voelde zich “niet serieus genomen en afgewimpeld”. Volgens de verpleegkundige reageerde meneer S. vervolgens verbaal agressief en bedreigend. Meneer S. beet de hulpverlener toe dat deze “zijn werk moest doen”. De verpleegkundige, door de wol geverfd, liet dat voor wat het was.

De ambulancechauffeur had ondertussen een barst in de ruit aan de passagierszijde van de Mégane gezien en maakte daaruit op dat degene die daar gezeten had, de zwangere mevrouw dus, wel nekletsel hebben moest. Hij gaf deze informatie door aan zijn collega en ze besloten dat de dame in kwestie zo snel mogelijk naar het ziekenhuis vervoerd diende te worden.

“Waar bemoei jij je mee?” 

Om mevrouw C. te kunnen helpen vroeg de verpleegkundige vervolgens omstanders even uit de weg te gaan. Mevrouw C. was op dat moment haar familie aan het bellen en haar vroeg hij om haar mobiele telefoon weg te doen.

Dat zinde Meneer S. kennelijk niet. De ambulancechauffeur hoorde meneer S. tegen zijn collega schreeuwen: “Waar bemoei jij je mee? Die mevrouw heeft gewoon het recht om te bellen. Laar haar toch lekker bellen.”  De chauffeur ziet zijn collega geschrokken van het tafereel weglopen.

Wanneer de politie de chauffeur van de grijze Ford aan het ondervragen is blijkt meneer S. zich ook niet in hun aanpak te kunnen vinden. Hij riep: “Jullie moeten hem aanhouden man! Hij zat fout! Ik ben getuige!” Meneer S. was op dat moment in gezelschap van twee andere mannen en had de peuter van mevrouw C. op zijn arm. De agent probeerde hen te kalmeren en vroeg hen afstand te nemen.

Hulpverleners hebben nu eenmaal ruimte nodig om hun werk te doen.

“Zou u rustig willen zijn?”

Beide ambulancebroeders waren op dat moment bezig de zwangere vrouw op een wervelplank te leggen en de chauffeur had door het geschreeuw moeite zich op die taak te concentreren. Hij maakte zich zorgen over de toenemende agressie en grimmigheid om zich heen. Hij liep op meneer S. af, legde een hand op diens bovenarm en zei naar eigen zeggen: “Meneer, die dames hebben recht op snelle hulpverlening. Wij willen ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis brengen, gezien de klap. Zou u rustig willen zijn? Dan kunnen wij ons werk doen. Het leidt te veel af, het zweept op.” 

Meneer S. zou daar later anders over verklaren. Volgens hem duwde de ambulancechauffeur hem weg en gaf deze hem met vlakke hand een duw tegen het bovenlijf. Volgens beider lezing begon meneer S. te schreeuwen dat de broeder van hem af moest blijven.

De situatie escaleerde gestaag verder. Een cameraman van AT5 wist een en ander vast te leggen. Op de plaats van het ongeluk was het dan al een drukte van belang. Familie van de slachtoffers was ter plaatse gekomen, het was rumoerig. Zo rumoerig zelfs dat de bemanning van een tweede ter plaatse gekomen ambulance besloot niet aan het werk te gaan omdat ze de situatie niet veilig vonden. Ze vonden het geen gezond idee in die omstandigheden aan het werk toe moeten, zo met hun rug naar al die agressievelingen gekeerd.

De politie vroeg de bemoeizuchtige omstanders meerdere keren te vertrekken, maar dat weigerden ze. Een van de agenten sommeerde de ambulancechauffeur zich met de gewonden te bemoeien en niet met de bemoeials.

Vlam in de pan

De ambulancechauffeur begon zich zo langzamerhand vreselijk zorgen te maken over het zwangere slachtoffer en haar ongeboren kind. Het “planken” duurde volgens hem veel te lang. Hij besloot opnieuw te proberen meneer S. te kalmeren en stapte weer op hem af met het verzoek “normaal te doen”. Meneer S. beet hem toe dat hij zelf normaal moest doen, gaf de nog altijd op zijn arm gezeten peuter aan een andere omstander door en vloog op de chauffeur af. Omstanders grepen in, zo ook een agente. Meneer S. raakte verder overstuur en moest door twee motoragenten vastgehouden worden. Hij vertelde hen dan de ambulancebroeder hem heeft weggeduwd, wees deze aan en vervolgens moet de broeder boos op meneer S. zijn afgestormd.

Het komt tot een luidruchtig en chaotisch handgemeen, waarover de lezingen verschillen. Volgens de een valt meneer S. de ambulancechauffeur aan en weert de hulpverlener hem af, volgens de ander grijpt de ambulancebroeder meneer S. juist bij de keel. Daarnaast zou de ambulancechauffeur “Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen” hebben geroepen.

Op het filmpje van AT5 is in elk geval te zien hoe meneer S., brullend als een dolle stier en met aan elke arm een motoragent, op de broeder afgaat. Agenten springen ertussen en meneer S. wordt naar de grond gewerkt, waarbij zijn patellapees afscheurt. Liggend op het asfalt brult hij “Mijn knie, mijn knie, mijn knie!” De ironie wil dat hij met een ambulance moest worden afgevoerd.

Een tweede vechtlustige bemoeial, een man van 32 jaar, werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel. Zowel meneer S. als de ambulancechauffeur deden aangifte, tegen elkaar en meneer S. ook nog tegen de politie.

Rechtszaak

De ambulancechauffeur heet Jeroen N. Eergisteren stond hij voor de rechter en hoorde het OM een voorwaardelijk taakstraf van twintig uur eisen met een proeftijd van twee jaar. Jeroen N. beriep zich op noodweer. Rechtbankverslaggeefster Saskia Belleman was erbij.

Officier van Justitie Rob Kloos: “De omstanders hebben zich niet te bemoeien met wat daar gaande is en de ambulancemedewerkers en de politie moeten in de gelegenheid worden gesteld om in een veilige werkomgeving hun werk te doen.” Justitie moet voorgesteld hebben de zaak middels mediation uit te praten, maar Jeroen N. heeft de zaak alsnog voor laten komen. Hij verscheen in zijn werkkleding.

Meneer Kloos vindt de gedragingen van Jeroen N. toch “strafwaardig”. Er waren zoveel politiemensen ter plaatse dat de officier meent dat Jeroen N. niet hoefde te vrezen voor zijn veiligheid. De advocate van Jeroen N. verweet op haar beurt de aanwezige politieagenten een gebrek aan daadkracht.

Tijdens de rechtszaak bleek Jeroen N. een strafblad te hebben, waaruit je wellicht zou kunnen concluderen dat hij met een wat kort lontje behept zou kunnen zijn: “Belediging ambtenaar in 2006, mishandeling in 2010, huiselijk geweld in 2013”. Zo zeg.

De uitspraak is op 10 juli. 

“Handen af van onze hulpverleners” 

Geweld tegen mensen met een publieke taak staat hoog op de agenda van onze Rijksoverheid:  

Werknemers met een publieke taak krijgen vaak te maken met agressie en geweld tijdens hun werk. Bijvoorbeeld ambulancepersoneel, politieagenten en buschauffeurs. De overheid pakt dit geweld aan, onder andere door daders harder te straffen en de schade te verhalen op de daders.

In dat licht wil ik u twee eigenaardigheden onder de aandacht brengen.

De 32-jarige man, die werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel, kreeg een enórme boete van vijftig euro.

De aangifte tegen meneer S. werd zelfs geseponeerd omdat het Openbaar Ministerie in al haar wijsheid vindt dat hij met het letsel dat hij aan zijn knie opliep wel genoeg gestraft is.

Tegen de ambulancebroeder werd echter een voorwaardelijke werkstraf van twintig uur geëist, met een proeftijd van twee jaar.

Daarmee lijken mij de verhoudingen volledig zoek. 

Het burgerarrest, hoe zit dat nou?

Wist u dat u in Nederland, als burger, de bevoegdheid heeft een verdachte van een strafbaar feit eigenhandig aan te houden? Wanneer magdawel en wanneer magdaniet?

De verdachte

De wet regelt wie verdachte is; dat is iemand tegen wie op grond van feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan enig strafbaar feit bestaat.

Artikel 27 Wetboek van Strafvordering 

1. Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan eenig strafbaar feit voortvloeit.

2. Daarna wordt als verdachte aangemerkt degene tegen wien de vervolging is gericht.

3.  De aan de verdachte toekomende rechten komen tevens toe aan de veroordeelde tegen wie een strafrechtelijk financieel onderzoek is ingesteld of te wiens aanzien op een vordering van het openbaar ministerie als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht niet onherroepelijk is beslist.

De aanhouding

Als burger mag u zo’n verdachte dus aanhouden. Voorwaarde daarbij is dat u het door hem gepleegde feit heterdaad zag gebeuren. Buiten heterdaad mag u dus niet aanhouden. Heeft u gezien dat u fiets gestolen werd en ziet u de dader een week later lopen, dan mag u hem dus niet bij zijn kladden grijpen.

Artikel 53 Wetboek van Strafvordering 

1. In geval van ontdekking op heterdaad is ieder bevoegd de verdachte aan te houden. 

2. In zodanig geval is de officier van justitie of de hulpofficier bevoegd de verdachte, na aanhouding, naar een plaats van verhoor te geleiden; hij kan ook diens aanhouding of voorgeleiding bevelen. 

 3. Geschiedt de aanhouding door een andere opsporingsambtenaar, dan draagt deze zorg dat de aangehoudene ten spoedigste voor de officier van justitie of een van diens hulpofficieren wordt geleid. 

 4. Geschiedt de aanhouding door een ander, dan levert deze de aangehoudene onverwijld aan een opsporingsambtenaar over, onder afgifte aan deze van mogelijk in beslag genomen voorwerpen, die dan handelt overeenkomstig de bepalingen van het voorgaande lid en, zo nodig, de artikelen 156 en 157. 

Nadat u de verdachte heeft aangehouden dient u hem dus “onverwijld” aan een opsporingsambtenaar over te dragen. In afwachting van de komst van die opsporingsambtenaar mag u de verdachte verhinderen het hazenpad te kiezen en daarbij mag u dwang uitoefenen. Zo veel als nodig is om de verdachte ter plaatse te houden.

Mocht dat nodig zijn om uzelf te verdedigen mag u zelfs proportioneel geweld gebruiken, het door u gebruikte geweld moet dus in verhouding zijn met het geweld dat de verdachte gebruikt. Het gebruik van wapens is daarbij niet toegestaan, dat is aan de politie voorbehouden. Als u dat geweld vervolgens ook maar direct staakt zodra de verdachte zich overgeeft of weerloos raakt. Alles wat u daarna nog aan geweld gebruikt is eigenrichting en dat mag natuurlijk niet.

Inbeslagname

Ook als u als burger een aanhouding verricht bent u bevoegd zaken, die de verdachte met zich mee voert en die voor inbeslagneming vatbaar zijn, in beslag te nemen. Fouilleren mag u hem niet.

Artikel 95 Wetboek van Strafvordering 

Hij die de verdachte aanhoudt of staande houdt, kan voor inbeslagneming vatbare voorwerpen, door deze met zich gevoerd, in beslag nemen.
Met betrekking tot het onderzoek aan het lichaam of de kleding van de aangehouden verdachte geldt de bepaling van artikel 56, eerste tot en met vierde lid. 

Aanhouding wel, staandehouding niet

Wat u als burger in het geheel niet mag is een verdachte staandehouden. Deze bevoegdheid is voorbehouden aan opsporingsambtenaren.

Artikel 52 Wetboek van Strafvordering 

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd den verdachte naar zijn naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en woon- of verblijfplaats te vragen en hem daartoe staande te houden. 

U bent, als burger, dus niet bevoegd een verdachte naar zijn identiteit te vragen en hij hoeft zich aan u dan ook in het geheel niet te identificeren. Dat is hij alleen aan het bevoegd gezag verplicht.

Artikel 2 Wet op de Identificatieplicht

Een ieder die de leeftijd van veertien jaar heeft bereikt, is verplicht op de eerste vordering van een ambtenaar als bedoeld in artikel 8a van de Politiewet 1993, een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 ter inzage aan te bieden. Deze verplichting geldt ook indien de vordering wordt gedaan door een toezichthouder.

Vitalifabels

Op buurblogs Barracuda en Swapichou werd al aandacht besteed aan soevereinen die al te enthousiast en opmerkelijk slecht geïnformeerd aan de slag zijn gegaan met het burgerarrest. Zo werd een deurwaarder gegijzeld en werd gepoogd een rechter aan te houden. De deurwaarder in kwestie legitimeerde zich zoals voorgeschreven in de Gerechtsdeurwaarderswet, door middel van het daartoe door de Minister afgegeven legitimatiebewijs. Meer hoefde ze wat dat betreft niet te doen.

Het vasthouden van deze deurwaarder miste dan ook de rechtelijke basis, die nodig is voor een aanhouding, en dan spreken we in feite dus al over een wederrechtelijke vrijheidsberoving. Werd de deurwaarder bij de schermutseling pijn toegebracht, dan loopt loopt men ook nog het risico mishandeling ten laste gelegd te krijgen.

Vermakelijke kost misschien, ware het niet dat zulke stunts een verspilling zijn van tijd en belastinggeld. De dames en heren rechters hebben het al druk genoeg en ook de politie kan zijn tijd wel beter gebruiken. Alle lof overigens voor het engelengeduld waarmee deze soevereinen werden behandeld.

Daarnaast is het wel erg schrijnend te zien hoeveel problemen deze mensen zichzelf op de hals weten te halen. Van rechtszaken en huisuitzettingen tot aanhoudingen. Dat is toch treurig.

Een juwelier per jaar

2009 N.N. – overleden

Op 23 maart werd een 54-jarige juwelier in zijn woning in Amsterdam-Oost overvallen. De overvallers, vermoedelijk vier stuks, drongen ’s nachts via het balkon zijn woning binnen. Ze belaagden de man met een schroevendraaier, schopten en sloegen hem en dreigden hem dood te schieten. Een tweede slachtoffer in de woning werd vastgebonden en eveneens bedreigd. De juwelenhandelaar liep aanzienlijk letsel op, waarop zijn hart het begaf.

2010 Fred Hund – overleden

Op 7 oktober 2010 werd de 66-jarige juwelier Fred Hund door twee mannen overvallen in zijn zaak aan de Jan Evertsenstraat in Amsterdam-West. Fred Hund wist de overvallers naar buiten te werken, maar werd vervolgens beschoten. Een van zijn belagers schoot hem een kogel in zijn buik, die hem fataal werd. De politie tuigde een grootschalig onderzoek op en kreeg Soufiane B. in beeld, wiens DNA op een plastic tas en een sportschoen werd aangetroffen, die na de overval in de winkel waren achtergebleven.

Soufiane B. bleek tot een groep jonge mannen te behoren die bepaald professioneel te werk ging. Op Internet werd naar geschikte doelwitten gezocht, waarna deze en hun omgeving grondig werden verkend. Ze probeerden eind juni 2011 in Krommenie opnieuw een juwelier te overvallen, maar deze rook onraad en hield zijn deur wijselijk gesloten. De overvallers waren goed voorbereid; ze waren bewapend, droegen maskers en ze hadden een scooter klaarstaan om mee te kunnen vluchten. Tijdens een voorverkenning, begin juli 2011 in Bleiswijk, werd de groep door een arrestatieteam ingerekend.

Na een hoger beroep kreeg de dan 21-jarige Soufiane B. in 2013 15 jaar gevangenisstraf opgelegd.

2011 Jos Kamerbeek – blijvend verlamd

Op 23 april 2011 werd juwelier Jos Kamerbeek in Nijmegen door twee mannen overvallen. Het is de achtste overval op zijn winkel. Hij raakte in gevecht met een van hen en ze kwamen buiten de winkel in een slecht afgezette bouwput ten val. De juwelier raakte deels verlamd door een dwarslaesie. Het juweliersechtpaar Kamerbeek raakt later opnieuw in het nieuws wanneer ze besluiten niet langer jonge allochtonen hun winkel binnen te laten.

De twee overvallers werden nooit gepakt. Een 29-jarige man, die hielp bij hun voorbereidingen en die de vluchtscooter bestuurde, wel en hij kreeg daar 5,5 jaar gevangenisstraf voor opgelegd.

2012 Ruud Stratmann – overleden

Op 25 april 2012 deed juwelier Ruud Stratmann argeloos de deur van zijn winkel open voor twee jonge mannen, tieners nog. Ze droegen allebei een dure Ray-Ban zonnebril en zeiden ringen te willen kopen. Wat Ruud Stratmann niet wist is dat een van de mannen al drie weken met het plan liep een overval te plegen.

Toen Ruud Stratmann met een tableau gouden ringen naar de toonbank liep trokken de beide mannen een wapen. Een van hen, de Georgiër Sandro G., had een echt vuurwapen bij zich en zijn kompaan, de van oorsprong Turkse Ziya B. een nepwapen. De Georgiër schreeuwde de juwelier toe op de grond te gaan liggen, maar Ruud Stratmann werkte niet mee. Het kwam tot een worsteling tussen hem en de Georgiër, en de overvaller probeerde via de achterzijde van het pand te vluchten. De deur aldaar bleek op slot te zitten en Sandro G. rende terug de winkel in, waar de juwelier een bus traangas op hem richtte. G. schoot en raakte de juwelier twee maal, eenmaal in het hart en eenmaal in een long. Ook deze juwelier liet het leven. Hij liet een vrouw en vijf kinderen na.

Schutter Sandro G. kreeg (eveneens na hoger beroep) 10 jaar gevangenisstraf en Ziya B. 8 jaar.

2013 Ben de Vries – blijvend oogletsel. Omstanders neergeschoten 

Juwelier De Vries doet vandaag zijn verhaal in de Volkskrant. Op 3 april 2013 werd hij overvallen. De overvallers bedreigden hem met een vuurwapen en hij werd gesommeerd op de grond te gaan liggen. Dat deed hij, al wist hij eerst wel de overvalknop nog in te drukken. Terwijl hij op de grond lag spoot een van zijn belagers hem traangas in de ogen. Zijn ogen zijn blijvend beschadigd. 
De twee overvallers vernielden drie vitrines, klauwden die leeg en vluchtten met hun buit. Een voorbijganger probeerde het tweetal te stoppen en werd daarbij, voor de ogen van een kindje van drie jaar, in een been geschoten. Hij liep een slagaderlijke bloeding op en kon daar gelukkig met succes aan geopereerd worden, al hebben hij dokters laten weten dat het weinig heeft gescheeld of ze hadden zijn been moeten amputeren.  
De twee overvallers konden uiteindelijk aangehouden worden. Noureddine A. en Bilal S., respectievelijk 21 en 22 jaar oud, bleken geharde beroepscriminelen. Noureddine A. heeft een strafblad van acht pagina’s lang en Bilal S. een van tien pagina’s. Afgelopen dinsdag diende de inhoudelijke rechtszaak tegen zijn overvallers, die er onbewogen en zwijgend bij zaten. Het Openbaar Ministerie eiste een gevangenisstraf van 9 jaar tegen hen.
Ook in 2013, op 23 december, overvielen drie mannen een juwelier aan het Hof van Spaland te Schiedam, waarbij ze het aanwezige personeel met een vuurwapen bedreigden. Het drietal zette het met de buit op een lopen en drie omstanders zetten de achtervolging in. Een van de overvallers schoot op de achtervolgers en raakte een van hen in zijn been. De overvallers vluchtten een flat in, waar ze door een arrestatieteam ingerekend konden worden. 
Het is maar een korte opsomming, er wordt ieder jaar een veelvoud aan mensen overvallen en dat beperkt zich zeker niet tot juweliers. De impact op de slachtoffers is enorm. 

2014 Juwelier Goldies – twee overvallers overleden

Dan is op 28 maart een overval op juwelier Goldies in Deurne. Er vallen twee doden, maar in dit geval zijn het de overvallers die het loodje leggen en niet de juwelier. De rollen lijken omgedraaid en dat wekte mijn sympathie. Daar mag u natuurlijk het uwe van denken, maar mensen die zich tegen lafhartige overvallers verweren, daar heb ik bewondering voor. Ik geloof niet dat ik ’t zou durven. Ik heb ook per definitie geen sympathie voor schoelje dat hardwerkende mensen overvalt. 
De juwelier raakte gewond, hij werd in zijn hand geschoten. Naar het zich laat aanzien heeft zijn vrouw de overvallers neergeschoten, zij zou in elk geval schietend te zien zijn op beelden van een bewakingscamera. Op die beelden moet ook te zien zijn hoe haar man met een van de overvallers worstelt en deze zijn vuurwapen afhandig maakt. Twee overvallers lieten dus het leven en er wordt nog gezocht naar een mogelijke derde en zelfs vierde overvaller. 
Het lichaam van de doodgeschoten overvaller 20-jarige Abdel H. werd afgelopen maandag vrijgegeven en gisteren werd hij herdacht in de Al Fourkaan-moskee in zijn woonplaats Eindhoven. In de pers verscheen een heel in memoriam, waarin een beeld geschetst werd van een “vriendelijke jongen in geldnood”, naïef en beïnvloedbaar, moeilijke jeugd gehad en gek op voetbal. Hoor ik u nu ook om een teiltje vragen? 
Anyway. Die vriendelijke jongen was ook een goede bekende van de plaatselijke Hermandad en pleegde al eens eerder een gewapende overval. En wat zei ik nou laatst? All criminals are bastards. Mensen die willens en wetens anderen bestelen, beroven, mishandelen, aanranden of verkrachten zijn klootzakken. Uitgezonderd mentaal getroebleerde ontoerekeningsvatbare lieden is het plegen van een misdrijf een keuze. Lieve, goede jongens en meisjes met harten van goud plegen ze niet. Hoe lief ze ook voor hun moeder zijn, ’t blijven klootzakken. 
Angstvallig blijft men overigens spreken over Abdel H. en de naam van zijn kompaan is zelfs nog geheel onbekend. Over de identiteit van de vrouw die hen mogelijk heeft neergeschoten, mogelijk uit zelfverdediging, doet men veel minder schroomvallig. Zij heet in de berichtgeving gewoon voluit Marina Sanders. Dat zij en haar man Willy geen wapenvergunning hadden weten we inmiddels ook, al weten we de herkomst van het vuurwapen waarmee de dodelijke schoten gelost werden nog niet. Aan speculatie weer geen gebrek. 

Debiele demonstranten Deurne

Ik heb ook al geen goed woord over voor de jongelui die afgelopen zondag in Deurne demonstreerden. Al helemaal niet voor de malloten die “Marina is een moordenaar” scandeerden en “Wat moet er gebeuren? Straffen, straffen straffen … ” Onzin. Moord, jongelui, is iemand opzettelijk en met voorbedachten rade doden. Aangezien deze overvallers zich onverwacht en ongevraagd toegang verschaften tot de juwelierswinkel kán de juweliersvrouw hun dood niet van tevoren gepland of beraamd hebben. Noodweer is een recht. Overvallen plegen niet. Noodweer en noodweer-exces zijn strafuitsluitingsgronden, eigenrichting is dat niet en de beslissing daarover is aan justitie. Dat zo’n situatie binnen de rechtspraak getoetst moet worden spreekt vanzelf.
Evenmin overigens, ben ik te spreken over sommige tegendemonstranten, te weten die met NVU-sympathieën. Evengoed terug onder je steen, rapaille. Schoelje zoals deze overvallers komen in de beste, nette en roomblanke families voor, zelfs in die van mij. Mocht de persoon in kwestie eens tegen de verkeerde aanlopen dan zal ik er geen traan om laten en ik zal de laatste zijn om anders te beweren dan dat er een zwart hart in zijn borstkas klopte. 
Het had alleen gekookt op zijn rug moeten hangen en dan zo laag dat de honden erbij konden.  

De zaak Bolhaar

Het is maandag, 5 maart 1984. Een buurmeisje klopt op de voordeur van het huis van haar vriendinnetje, met wie ze naar een voorstelling van de Dolly Dots zou gaan. Er wordt niet op haar aankloppen gereageerd en na een poosje probeert ze het opnieuw. Ook deze keer ter onverrichter zake, al hoort ze het jongste kind wel huilen. Dat vertelt ze thuis aan haar vader, die besluit zelf een kijkje te gaan nemen. Hij hoort inderdaad een zacht snikken en klopt aan. Ook hij krijgt geen reactie en hij probeert de deurklink. De deur blijkt open.

Hij stapt de hal binnen en treft de kleine aan, staand in zijn bedje. De gordijnen zijn dicht, een paar lampen branden. Wanneer hij zich richting de woonkamer begeeft ontdekt hij daar het lichaam van een van een kind. Het jongetje, zes jaren oud, heeft een springtouw om zijn hals. Hij ligt tegen het levenloze lichaam van, naar later blijkt, zijn moeder aan.

Hij belt de politie. Die meldt hij dat er nog een meisje mist en een blik in een slaapkamer leert dat ook dit kind zich levenloos in de woning bevindt. Het kind ligt in bed, het hoofdje schuin op een kussen, kin tegen de borst.

Corina Bolhaar en twee van haar drie kinderen, de negenjarige Donata en de zesjarige Sharon, zijn vermoord. Het jongste kind, anderhalf jaar oud, werd gespaard – naar men veronderstelt omdat het niets tegen de dader zou kunnen verklaren.

Onderzoek

Uit het onderzoek van de patholoog blijkt dat moeder Corina en beide kinderen werden verwurgd. Op de kinderen is daarnaast ook meermaals ingestoken. Het jongetje driemaal in de hals en tien keer in de rug, het meisje vijfmaal in de hartstreek, driemaal in de hals. De patholoog concludeert dat het jongetje nog ter nauwer nood in leven moet zijn geweest op het moment dat zijn moordenaar op hem instak.

Op geen van de drie lichamen worden zogeheten afweerverwondingen gevonden. Op een omgevallen stoel na wijst niets op een worsteling in de woning. Geen van de buren heeft geluiden gehoord die duiden op een worsteling, laat staan gegil.

Er worden geen sporen van braak of verbreking op de voordeur aangetroffen. Van getuigen weet men dat Corina Bolhaar haar voordeur doorgaans op het slot draaide en niet open placht te doen voor onbekenden. De dader zal dus hoogstwaarschijnlijk een bekende geweest zijn van Corina Bolhaar.

Later zal men weten te reconstrueren dat de drie in de vroege ochtend van 4 maart moeten zijn gedood. Corina moet daarbij het eerste slachtoffer zijn geweest. Het gegeven dat het drietal in nachtgewaad gevonden werd en hun magen leeg waren wijst erop dat ze waarschijnlijk vroeg in de ochtend werden gedood. Corina was waarschijnlijk wel al op, ze was opgemaakt en er werd een volle thermoskan koffie aangetroffen.

Het bloedsporenbeeld wordt onderzocht. Een onderzoeker van het NFI acht het aannemelijk dat de dader bloedsporen op zich heeft. Buren worden ondervraagd. De jonge Sharon was dat weekend niet in orde, er heeft ook nog een buurjongetje op de deur van de woning staan om kloppen om te vragen hoe het met hem gaat. Ook een andere buur heeft het jongste kind horen huilen, maar dat gebeurde vaker.

Verdachte in beeld

Uit het relaas van een van de getuigen blijkt dat Corina Bolhaar sinds een paar maanden voor haar dood voorzichtiger was geworden met het opendoen van haar voordeur. Ze maakte met bekenden de afspraak dat die, na aanbellen, op de stoep gingen staan zodat ze kon zien wie er voor de deur stond.

Corina Bolhaar had een knipperlicht relatie met een Louis Hagemann, een Hell’s Angel. Er zijn nog twee mogelijke verdachten, maar die vallen bij Justitie al snel af. Beiden hadden met regelmaat ruzie met elkaar, volgens Corina omdat Louis zich niet aan afspraken hield. Nadat zij herpes opliep was de boot helemaal aan en Corina zegde Louis de wacht aan. Louis Hagemann zou haar een aanzoek hebben gedaan, maar Corina wilde niet “met zo’n labiel persoon” trouwen.

Louis Hagemann is meteen in 1984 al in beeld en hij wordt in eerste instantie als getuige verhoord. Hij heeft een alibi, maar dat sneuvelt wanneer een taxichauffeur verklaart op zondagochtend een Hell’s Angel afgezet te hebben in de straat van het slachtoffer. Louis Hagemann voldoet aan het door de chauffeur opgegeven signalement en werd aangehouden. Hagemann bekent bij de woning geweest te zijn, maar houdt vol er niet binnen te zijn gegaan. Hij beweert vervolgens naar de tram gelopen te zijn en direct in lijn 24 gestapt te zijn. Zijn verhaal klopt echter ook nog eens niet met de dienstregeling van die dag en de trambestuurders van die ochtend menen hem niet vervoerd te hebben.

Na een aantal weken voorarrest komt hij vrij, wegens gebrek aan bewijs.

Op de valreep

Jarenlang ligt het onderzoek stil en de verjaringstermijn nadert met rassen schreden. In 2002 echter, met slechts nog een paar maanden te gaan, pakt een speciaal politieteam de zaak weer op. Misdaadjournalist Peter R. de Vries weet een ex-vriendin, Renetta van der Meer, van Louis Hagemann op te sporen die belastende verklaringen over hem aflegt. Met de verklaringen van de door de misdaadverslaggever aangeleverde getuige weet men de verjaring van de zaak te stuiten.

Het is echter bij lange na niet de enige getuige, die het verloop van deze zaak bepalen zou. Het is ook zeer zeker niet de enige verklaring, die leidde tot de veroordeling van Louis Hagemann.

Officier Nicole Voorhuis bijt zich in de zaak vast. Zij begint de vele losse eindjes in deze zaak te onderzoeken. Bewijsmateriaal blijkt verloren te zijn gegaan bij wateroverlast in het politiebureau, waar het lag opgeslagen, wat rest zijn twee sigarettenpeuken en het springtouw. Ze moet het dus vooral hebben van de vele getuigen en hun verklaringen. Die getuigen worden nog eens opgesnord, tot in het buitenland aan toe, en hun verklaringen worden naast elkaar gelegd.

Hagemann wordt opnieuw aangehouden en in 2003 wordt hij veroordeeld tot levenslang. Wat Corina Bolhaar betreft is voorbedachten rade niet te bewijzen, moord is dus uitgesloten en de verjaringstermijn voor doodslag is reeds verstreken. Wel acht men de moord op de kinderen bewezen. Voorbedachten rade leest men dan onder meer in het gegeven dat de verdachte in huis gezocht moet hebben naar middelen om de kinderen mee te verwurgen. Daarnaast zijn de aan de kinderen Bolhaar toegebrachte messteken niet in het wilde weg toegebracht, maar liggen de messteken juist erg precies vlak bij elkaar.

Wel klopt de modus operandi met de handelswijze van Hagemann, bekende van de politie, die bij veel geweldsincidenten betrokken was en daarbij mensen naar de keel greep of een mes trok.

Hij gaat in hoger beroep en in 2005 krijgt opnieuw een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Het is een vonnis dat de nodige controverse oplevert. Hagemann houdt vol onschuldig te zijn. Ybo Buruma maakte zich er nog boos om. Er volgt cassatie in 2006, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep.

Getuigen

Gedurende de zaak wordt een behoorlijk aantal getuigen gehoord. In het rechtbankverslag wordt zelfs naar een dertigste getuige verwezen. Een korte (nu ja, min of meer dan) bloemlezing wil ik u niet onthouden.

  • Een taxichauffeur (getuige 6) verklaart op zondag 4 maart 1984 omstreeks 06.25 het verzoek van de taxicentrale te hebben gekregen een klant op te pikken aan de H.J.E. Wenckebachweg 13 te Amsterdam; het clubhuis van de Hells Angels. De klant is een Hell’s Angel, een grote en grove kerel. Hij wil naar het Stadionplein en vraagt de chauffeur na de Tuyll van Seerooskerkenweg te stoppen. Dat verhaal wordt bevestigt door Hagemann tijdens een verklaring, die hij aflegt op 20 maart 1984. Hagemann zegt dan een paar maal te hebben aangebeld bij het latere slachtoffer.

  • Een voormalige vriendin van Louis Hagemann, Wil van W. en in de rechtbankverslagen “getuige 7”, verklaart ook het nodige. In de ochtenduren van maandagmorgen 5 maart 1984 staat Louis Hagemann onverwachts bij haar voor de deur. Hij draagt een jas over zijn clubkleuren heen. Louis meldt haar dat hij een paar dagen bij haar zou blijven omdat hij zich “wat rustig moet houden”; de politie is naar hem op zoek. Hij blijft inderdaad tot woensdag 7 maart en slaat die dinsdag de clubavond van de Hell’s Angels over. Op zijn jas zit een vlek en Hagemann vraagt Wil van W. die eruit te poetsen. Wanneer wil weggaat naar een kroeg om melk en een krant voor Hagemann te kopen is die jas verdwenen. In de tuin ligt er nog iets te smeulen. Louis Hagemann beaamt zijn bezoek aan Wil van H. in een van zijn verklaringen.

  • Wil van W. verkletst zich later tegen een andere vrouw (de latere getuige 8); Hagemanns jas zou onder het bloed gezeten hebben.

  • Een negende getuige is iemand die Louis Hagemann leert kennen wanneer beiden zijn gedetineerd in Den Bosch. In aanwezigheid van deze figuur vertelt Hagemann dat hij “een vriendin met twee koters het licht had uitgeblazen”. Hagemann zou daar vaker over gesproken hebben, hij werd kennelijk loslippig als hij gebruikt had.

  • Dat strookt met het relaas van getuige 11, die zelf als verdachte werd aangehouden in een ander onderzoek. Tijdens zijn verhoor vertelt hij de politie over Louis Hagemann, uit wiens mond hij gehoord had dat deze een vrouw en haar twee kinderen had vermoord.

  • Renetta van der Meer is getuige 10. Zij verklaart van 1996 tot 1998 een relatie met Hagemann te hebben gehad. Hij heeft haar, kennelijk in een vlaag van woede, verteld dat hij “al eens een vrouw en twee kinderen vermoord had” en noemde daarbij Corina bij haar voornaam. Die opmerking moest Van der Meer als waarschuwing dienen; hij voegde haar die toe terwijl hij haar mishandelde en waarschuwde dat haar hetzelfde kon gebeuren.

Novum

Er is een herzieningsverzoek ingediend, dat op dinsdag 19 november behandeld zal worden. Hagemanns advocaat, John Peters, wil de zaak graag heropend zien omdat de verklaringen van Renetta van der Meer in een kwade reuk kwamen te staan nu drie van haar exen, kennelijk onafhankelijk van elkaar, verklaren dat zij gezegd heeft dat ze een valse verklaring aflegde tegen Hagemann.

Erger; in zijn pleidooi beweert de advocaat dat Peter R. de Vries seksueel contact gehad zou hebben met “kroongetuige” Renetta. Iets dat de misdaadverslaggever zelf in alle toonaarden ontkent.

De Vries,op zijn beurt, beweert dat hij meermaals aangifte heeft gedaan vanwege bedreiging door Louis Hagemann en door diens aanhang jarenlang werd besmeurd, lastig gevallen en geterroriseerd.

De beschuldiging van seksuele escapades tussen De Vries en Renetta, gedaan door twee van haar ex-partners, maakt in elk geval dat de veroordeling van Louis Hagemann de laatste dagen weer helemaal hip in complottersland (1, 2, 3, 4, hoedje van…) en ik vermoed dat ’t zo nog wel even zal blijven.

In elk geval tot 19 november.

Marianne Vaatstra. Het verhaal van haar moord.

“Marianne Vaatstra. Het verhaal van haar moord”. Het boek heeft een ingetogen uitstraling, de bekende foto van het meisje Vaatstra prijkt prominent op de kaft. Meisje Vaatstra. Jong, een open blik, een spleetje tussen de tanden, zorgvuldig langs het het gezichtje gedrapeerde krullen. De wereld lag, op het moment van die foto, nog aan haar voeten.

Simon Vuyk schreef het boek op verzoek van Bauke Vaatstra en “met medewerking van o.a. Bauke Vaatstra en Peter R. de Vries”. Het moest hét boek over de moord op Marianne Vaatstra worden, geschreven voor het nageslacht. Maar ook, aldus meneer Vaatstra, omdat er meer mensen zijn die een boek over deze vreselijke gebeurtenis willen schrijven. Mensen die links en rechts liever wat weg zouden willen laten en die de waarheid niet weten. Simon Vuyk schreef twee jaar lang aan dit geesteskind; een monument van een vader voor zijn dochter.

Het boek doet meer dan de titel belooft. Het beperkt zich zeker niet tot de moord op Marianne Vaatstra, maar verhaalt ook over haar leven, haar familie en vrienden. Over wat die vreselijke gebeurtenis deed met de achterblijvers, haar nabestaanden.

Meneer Vuyk schetst voorts een ontluisterend beeld van de perikelen rond het opsporingsproces, de ophef om de asielzoekers, van stoorzenders en botsende koppige mensen. Speurder Verkaik bijvoorbeeld, die van meet af aan botst met vader Vaatstra. In zo’n mate zelfs dat Bauke Vaatstra later kennelijk zijn Duitse herder naar hem heeft vernoemd.

Direct betrokken maar buitenstaander tegen wil en dank

Het verhaal van Marianne is ook het verhaal van een stoïcijns Openbaar Ministerie, dat de nabestaanden eerder als lastige bemoeials behandelt dan als de slachtoffers, die ook zij zijn. Vooral het OM verschanst zich in haar hoge toren, doet daar haar ding en verwaardigt zich niet ook maar iets te delen met de familie Vaatstra. Hardnekkig stilzwijgen, de harde “Lijn-Den Hollander” en frictie tussen politie en justitie enerzijds en de nabestaanden anderzijds, het is een centrale lijn in dit verhaal.

Hoe hoger iemand zich in de voedselketen van zo’n instantie bevindt, hoe minder zijn besluiten nog werkelijk met de menselijke maat van doen hebben. Afstand levert minder emotionele betrokkenheid op en dat schept duidelijk ruimte voor harde beslissingen. Let wel, die mensen zijn ook nodig. Tot in zekere mate, weliswaar. Politie en justitie, mankracht en opsporingsmiddelen, het wordt allemaal van zuurverdiend belastinggeld betaald en daar moet zo efficiënt mogelijk mee worden omgegaan.

Hardvochtige beslissingen zijn veel makkelijker te nemen, wanneer je het lijdend voorwerp ervan niet in de ogen hoeft te kijken. Helemaal makkelijk zal het zijn, wanneer je een of andere onderknuppel de onheilstijding kunt laten brengen. In elk geval wordt de familie Vaatstra, met al hun gemis, verdriet en hun vragen, behandeld als een buitenstaander.

Een van de mooiste monumenten voor de zaak Vaatstra is dan ook de invoering van de zogeheten familierechercheur, die de directe betrokkenen begeleidt en een schakel is tussen hen en het onderzoeksteam. Door deze zaak en de ervaringen van Marianne’s nabestaanden is er gelukkig veel veranderd in de houding van politie en justitie naar slachtoffers en nabestaanden.

In all fairness; een deel van het stoïcijns stilzwijgen begrijp ik toch wel. Ik begrijp dat rechercheteams bijvoorbeeld liever in alle rust en ongestoord hun werk doen. Dat ze, om geen slapende honden wakker te maken, het achterste van hun tong niet laten zien. Het belang van het geheimhouden van daderwetenschap in het onderzoek. Vooral in de aanloop naar het grootschalig verwantschapsonderzoek, waarvan het zo lang onzeker was óf en zo ja, wanneer het plaats zou kunnen vinden; leg je te vroeg zo’n troef op tafel, dan is de kans groot dat de dader aan zijn stutten trekt.

Bauke Vaatstra 

Evengoed begrijp ik Bauke Vaatstra, die zich al die jaren vastbeet in de zaak en het vaste voornemen had de dader boven water te krijgen. Niet goedschiks, dan kwaadschiks – zo eerlijk is Simon Vuyk ook nog. Vader Vaatstra leert door de jaren heen politie en justitie wantrouwen, handelt daarnaast uit wanhoop en niet aflatende wrok en spant iedereen die hij maar kan voor zijn karretje.

In tijden van stilte benadert hij de pers, manipuleert die soms zelfs. Naarmate de wanhoop groeit kan het hem ook niet meer schelen of dat positief of negatief uitpakt; als de zaak maar onder de aandacht blijft en, belangrijker nog, het de druk op de ketel van politie en justitie houdt.

Jaren later zou hij er de Machiavelliprijs voor krijgen, een prijs voor een bijzondere prestatie op het gebied van publieke communicatie. De toekenning van die prijs zet kwaad bloed, onder andere bij een oud-directeur van Vluchtelingenwerk Leeuwarden en bij (medestanders van) wat complotdenkers.

De moord op zijn dochter beheerst zijn leven en kost hem zelfs zijn huwelijk. Bauke Vaatstra weet van geen wijken en al helemaal niet van opgeven en daarom bewonder ik hem zeer.

Geef de man eens ongelijk. Hij stond die noodlottige dag in een weiland, waar twee sporen in het hoge gras naartoe leidden en slechts een terug. Bij het ontzielde, koude lichaam van zijn jongste dochter. Vrijwel geheel ontkleed, haar bh om de nek gesnoerd en met doorgesneden keel.

De politiek en het DNA-verwantschapsonderzoek

Dan is er nog de politiek, die lippendienst bewijst aan het belang van het opsporen van daders en het oplossen van zaken, maar die doorgaans wel erg afwijzend staat tegen nieuwe ontwikkelingen in bijvoorbeeld opsporingsmiddelen als het DNA-verwantschapsonderzoek. Dat geldt evengoed de roep om “meer blauw op straat”, terwijl er toch almaar meer op de politie bezuinigd wordt en er al jaren een nijpend tekort aan rechercheurs bestaat.

Toch, het onderzoeksteam dat in 1999 het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra startte pleitte kennelijk destijds al voor een DNA-onderzoek. Zo ook de familie Vaatstra, in de loop der jaren. Eén enkele voortvarende beslissing en een berg lef had er wellicht voor kunnen zorgen dat het onderzoek geen jaren (en miljoenen euro’s) zou hebben gekost. Maar zo iets gaat over te veel schijven en er moeten nog zo veel politici een plasje over doen. Het politiek gevecht om het DNA-verwantschapsonderzoek sleepte zich daarom jarenlang voort.

Anyway, hindsight is 20/20.

Wanneer de kogel eenmaal door de politieke privacy-kerk is, gaat het snel. Er komt een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek. Voor de dader is er geen ontkomen meer aan; ook hij meldt zich voor het afstaan van wangslijm. Hij heeft familie in de omgeving, die doen mee aan het onderzoek, dus hij heeft weinig andere keus. Tijdens de moord op Marianne Vaatstra liet hij een spoor van bloed achter op haar jas en spermasporen in haar vagina en op haar bh. Op 14 november 2012 is er een match.

Jasper S.

Zondag 18 november 2012, in de avond, wordt boer Jasper S. op zijn eigen erf door een arrestatieteam overmeesterd. Jasper S. is een wat schlemielige, kleine man die vindt dat hij thuis op seksueel vlak veel tekort komt. De man leidt een dubbelleven, overdag een hardwerkende boer en vader, ’s nachts een gefrustreerde hoerenloper. Zijn DNA heeft hem verraden. Hij bekent al snel.

Het nieuws van de aanhouding slaat in als een bom. Bij de Vaatstra’s. Bij hun familie, vrienden en bekenden. In de pers wordt over weinig anders meer gesproken. De zaak Marianne Vaatstra is opgelost.

Al snel volgt de rechtszaak. Die is tekenend overigens, voor de jarenlange gang van zaken; de familie zit tijdens een zitting letterlijk tweederangs. Achter de rechtbanktekenaars. Ze kunnen slecht horen wat er gezegd wordt, krijgen maar de helft van de zaak echt mee.

Tijdens de rechtszaak blijkt Jasper S. een manipulatief mannetje. Hij dreigt zijn mond te zullen houden als er opnames gemaakt worden. Op cruciale momenten laat zijn geheugen hem heel opportuun in de steek. Hij weet dat hij brood at voor zijn avondeten, maar weet niet of zijn slachtoffer zich tegen hem verzet heeft. Hij beweert van niet, zijn DNA onder haar vingernagels zegt echter van wel. Dat hij Marianne’s polsen met haar bh vastgebonden zou hebben ontkent hij. Ook de beruchte aansteker kent hij niet. Of Marianne nog wat gezegd heeft weet hij ook niet meer. Rechter Dölle raakt er geïrriteerd van.

Het relaas van Jasper S. is bloedstollend. Marianne had op gegeven moment door dat hij haar volgde. Al fietsend legde de boer zijn hand op haar mond, probeerde haar tot stoppen te dwingen en, al struikelend, lukt hem dat. Marianne wilde wegrennen, maar Jasper S. houdt haar tegen. Ze bijt in zijn hand, zijn bloed kwam op haar jas terecht. Het meisje blijft worstelen, probeert zich opnieuw los te rukken. Dan zet Jasper S. haar zijn mes op de keel.

Onder bedreiging met het mes dwingt hij het meisje hem oraal te bevredigen. Dan verkracht hij haar ook vaginaal. Ze is dan nog bij bewustzijn en doodsbang. Eenmaal aan zijn gerief gekomen vreest Jasper S. de gevolgen van zijn daad en hij draait zijn slachtoffertje om, gaat op haar rug zitten, grijpt haar bh en begint haar te wurgen. Daarna pakt hij zijn mes, tilt haar hoofd op en snijdt haar de keel door.

Jasper S. laat het levenloze lichaam van Marianne liggen en gaat naar huis. Hij bewaart het mes, wast het schoon.

Uitspraak

Op 19 juli 2013 doet rechter Dölle uitspraak. Die uitspraak wordt vrijwel meteen digitaal gepubliceerd (klikkerdeklik); de rechtbank acht verkrachting, meermalen gepleegd, en moord bewezen. Jasper S. krijgt een gevangenisstraf van achttien jaar opgelegd, maar is zelf niet aanwezig om zijn vonnis aan te horen. Er komt geen hoger beroep.

Langzaamaan begint de rust wat terug te keren binnen de verscheurde familie Vaatstra. Bij Bauke Vaatstra blijft het relaas van Jasper S. knagen: “Omdat die rat niet alles wil vertellen”.

Het liefst zou vader Vaatstra de moordenaar van zijn dochter zelf pakken. Zulke wonden helen nooit. Niet echt.

Stoorzenders

Simon Vuyk wijdt een paar pagina’s aan lieden als Micha Kat en Wim Dankbaar, “internetjournalisten” die zich aanvankelijk als medestanders bij de familie Vaatstra aandienden. Mensen met, aldus Vuyk, financiële armslag, concrete mogelijkheden, ambitie en lef, imposante netwerken en ervaring op het gebied van Internet. Zij “ontfermen” zich over de ouders Vaatstra, vooral over moeder Maaike. Van meet af aan zetten ze zich op het spoor dat een asielzoeker de moord moet hebben gepleegd. Feik Mostafa en Ali Hussein Hassan zijn de gedoodverfde verdachten. De eerste als aanstichter, de tweede als moordenaar.

Wanneer Jan Vlug, de advocaat van Jasper S., zijn veelbesproken en veel becommentarieerde verklaring over de bekentenis van zijn cliënt geeft, doet hij dat mede vanwege deze lieden. De complotdenkers, die de families van zowel de verdachte als die van het slachtoffer tot last waren. Het was “schofferend”. Hinderlijk, voor iedereen.

Peter R. de Vries noemt de heren Dankbaar en Kat bij de naam en meent zij “op gewetenloze wijze op talloze betrokkenen karaktermoord hebben gepleegd”.

Dat is een van de vormen van secundaire victimisatie, waar de nabestaanden van Marianne Vaatstra mee te kampen hebben gekregen en nóg hebben. Micha Kat schreef onlangs nog het volgende over Bauke Vaatstra:

 “BAUKE GENOOT VAN ELKE SECONDE DAT HIJ IN HET ZONNETJE WERD GEZET OVER HET LIJK VAN ZIJN SATANISCH VERMOORDE DOCHTER * HOEVEEL GELD EN DRANK KREEG BAUKE VAN JORIS DEMMINK? * WIE DENKT ER AAN MAAIKE TERPSTRA DIE WEL VOOR DE WAARHEID GING?”

Karaktermoord. Dat is het woord wel. Wanneer ik dat zo lees dan begrijp ik meteen ook een andere opmerking van Peter R. de Vries, waarin hij stelt dat hij “weleens heeft gedacht dat er bij Wim Dankbaar en Micha Kat nog meer een steek loszat dan bij Jasper S.”

Ook Bauke Vaatstra refereert in dit boek aan Wim Dankbaar, die “de vreselijkste dingen plaatste op het Internet. Ik ging ervan over m’n nek gewoon”.

Het boek

Het boek leest bijna prettig weg, de kniesoor in mij valt her en der wat over het taalgebruik en meneer Vuyks kennelijke aversie tegen samengestelde zinnen. Aan de andere kant zijn ’s mans beschrijvingen helder en duidelijk, juist doordat hij zijn teksten niet opsmukt. Simon Vuyk neemt je van het allereerste begin, de brute verkrachting en moord tijdens de nacht van 30 april op 1 mei 1999, mee op een reis door de tijd.

Bijna dertien jaar aan nieuwe ontwikkelingen, voortschrijdende inzichten, verschuivende onderlinge verhoudingen en herziene meningen. Blunders, missers, doorbraken in de zaak. Ontwikkelingen op het gebied van DNA-onderzoek die tergend langzaam zicht op de moordenaar van Marianne Vaatstra bieden. Maar ook bijna dertien jaar lang menselijke tragiek, het gemis van een geliefde en de strijd tegen de al te traag malende politieke en justitiële molens van ons kikkerlandje.

Een must-read.

Ibn Ghaldoun IV, catastrofe

Het Algemeen Dagblad heeft het politiedossier in mogen zien van de affaire met de gestolen eindexamens op het Ibn Ghaldoun.

Docenten hebben met het uitdelen van de examens wel degelijk gemerkt dat er met de pakketten gerommeld was. Ze waren namelijk met een superlijm van de bouwmarkt weer dichtgelijmd en op het moment suprême waren sommige van die pakketten nauwelijks nog te openen. Eén pakket was zichtbaar beschadigd.

Volgens de aangehouden scholieren zijn meerdere docenten op verschillende examendagen daardoor in paniek geraakt. Niemand van hen echter, verwittigde de Onderwijsinspectie.

Ook schooldirecteur Renders, met zijn “inspectieachtergrond“, niet. Ik vroeg me al af hoe kan het dat meneer de schooldirecteur die geopende verpakkingen niet heeft gezien. Volgens een voorgeschreven protocol moeten die immers aan het begin van het examen door de directeur worden geopend, in bijzijn van tenminste één medewerker èn de kandidaten.

De examenpikkers verschaften zich tot vijfmaal toe toegang tot de ruimte waar de examens opgeborgen lagen. Gewoon, “op klaarlichte dag en onder schooltijd“. Er lag altijd een ladder voor het grijpen bij het technieklokaal, waarmee ze naar het dakluik klommen dat boven die ruimte gelegen is. Dat dakluik werd vervolgens geforceerd – dat eenmaal zelfs door een huiswerkbegeleider gehoord is. Kinderlijk eenvoudig omzeilden ze zo de verzwaarde deur die deze ruimte moest beveiligen.

Het doet me denken aan de gevleugelde woorden van de klokkenluider, die deze affaire aankaartte door het examen Frans online te zetten: “Op een profielwerkstukavond bijvoorbeeld, in combinatie met slechte kluizen en een schroevendraaier van de Gamma“.

De klucht van de kluis met het dakluik. Bredero had het niet leuker kunnen bedenken.

De examens werden mee naar huis genomen, geopend en gefotografeerd en vervolgens weer dichtgelijmd. In de bieb zochten de snoodaards vervolgens de antwoorden op. De examens werden niet alleen in Rotterdam, maar ook in Utrecht, Den Haag en Amsterdam verkocht voor bedragen tussen de twintig en de tweehonderdvijftig euronen.

Naast de zoon van de leraar natuurkunde is ook de zoon van de systeembeheerder van Ibn Ghaldoun aangehouden.

Met dank aan het altijd oplettend GeenStijl een saillant detail; leerlinge Safae “ging nog een stapje verder” en sprak de antwoorden in. Tijdens het examen luisterde ze die af, de oordopjes van haar koptelefoon netjes verborgen onder haar hoofddoekje.

En de docenten? Zij hoorden, zij zagen en zij zwegen.

Voorzitter Tonca leek het vorige week nog wel te zien zitten. Na de zomer bestaat Ibn Ghaldoun nog zei hij monter, “want ouders hebben het recht op voortgezet onderwijs met een islamitische grondslag“.

Denkelijk kan hij zich beter eerst druk maken om het recht van kinderen op gedegen onderwijs en een diploma dat boven twijfel verheven is. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, meneer Tonca!