Patsers profileren

De mens is in beginsel een agressieve diersoort. We zijn de meest agressieve van alle primaten, maar tegelijkertijd zijn we ook de meest empathische. Dat laatste is overigens uitgezonderd de 1% psychopaten onder ons. Ons empathisch vermogen is de basis voor ons moreel kompas.
Er is lang gedacht dat agressie eerst en vooral een hormonale kwestie was, waarbij het mannelijk geslachtshormoon testosteron de boosdoener moest zijn. Met die agressie werden dan gewelddadig en antisociaal gedrag in een adem ook genoemd.  Meer recente studies wijzen op een ingewikkelder verband dan louter een causaal verband tussen testosteron en menselijke agressie. Zo zou testosteron ervoor kunnen zorgen dat een man meer hecht aan sociale status, machismo en de baas op de apenrots willen zijn en agressie eerder het middel is om die doelen te bereiken en zich te doen gelden.
Mannen hebben gemiddeld een grotere prikkelzucht en zijn daarom niet alleen vaker dader, maar ook vaker slachtoffer. Het zien van agressie roept op zijn beurt zelfs agressief gedrag op. Mannen zijn in Nederland oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. In 2012 zaten er bijvoorbeeld 11415 mannen in de gevangenis, tegenover 695 vrouwen. Dat jaar werden in totaal 243530 mensen verdacht van een misdrijf, waarvan 197120 mannen en 45490 vrouwen. Van de 70330  verdachten (2012) van geweldsmisdrijven (in ruime zin) waren er 60250 man.
Aan die hand van die gegevens, maar vooral door scha en schande leert elke jonge vrouw al vroeg profileren. Ze leert onderscheid maken tussen vrouwelijke en mannelijke passanten en voor de laatsten (vooral wanneer deze in groepsverband worden aangetroffen) leert ze omlopen. Van de doorsnee vrouwelijke passant heeft zij beduidend minder te vrezen, zeker wanneer het gaat om onheuse bejegeningen en seksuele intimidatie op straat, maar ook als het gaat om handtastelijkheden, betwist eigenaarschap van portemonnee of mobiele telefoon en zelfs erger.

Ik kan me zo voorstellen dat dit voor een man ontzettend vervelend is om te lezen. Dat maakt de feiten niet minder waar. Zit criminaliteit daarmee in de genen? Natuurlijk niet. Wie criminaliteit wil voorkomen en tegengaan heeft er echter wel wat aan. 

Patsers

Natuurlijk kan een twintigjarige jongeling hard gespaard hebben voor zijn ontzettend dure bolide, of misschien kreeg hij wel een flinke erfenis, maar de kans is groot dat genoemde bolide niet met eerlijk verdiende eurootjes werd gekocht. Het bleek uitermate lonend te zijn opzichtige patsers eens te vragen hoe zij aan hun geld kwamen. In 2005 startte de politie in Amsterdam daarom een proefproject dat de ‘methode Cabrio’ werd genoemd. Onder de noemer ‘patseraanpak’ ging de methode landelijk. De juridische basis voor deze aanpak ligt ‘m in artikel 420 bis van het Wetboek van Strafrecht, ook wel het ‘witwasartikel’. 
Toen ik nog in het Centrum van Rotterdam woonde haalde ik ze er zo uit; jonge mannen die duidelijk geen dagbesteding zoals school of werk hadden en in bezit waren van extreem dure prullaria zoals scooters, motoren, auto’s, enorme gouden kettingen en de laatste nieuwe mobiele telefoons. 
Controles leveren veel op: flinke hoeveelheden verdovende middelen, messen, ploertendoders, boksbeugels, vuurwapens en op enig moment zelfs een kogelwerend vest. Met regelmaat duikt er een gestolen auto op of een bestuurder zonder rijbewijs. 
Dat is mooi, want misdaad mag niet lonen. Daar waren we het al over eens en het is ook de grondslag onder de Wet Bibob, om maar eens wat te noemen. 
Tegenwoordig worden die controles gezamenlijk uitgevoerd en sluiten de Douane, de Belastingdienst en de gemeente erbij aan. De Belastingdienst weet tijdens die controles behoorlijke bedragen achterstallig belastinggeld te innen. Er worden voor fortuinen aan openstaande boetes geïnd. 
Wij blij, zij blij, iedereen blij. Nou ja, behalve de patsers in kwestie. Zou je zeggen. 

Als het mis gaat

Er gaat natuurlijk wat mis wanneer zo’n methode onzuiver wordt ingezet. Wanneer het niet langer gaat om de onverklaarbaar dure bolide of de donker getinte ramen, maar om de kleur van de snoet van de bestuurder. Dat is evident. 
Daarnaast moeten we, zo denk ik, het kind ook niet met het badwater weggooien. Vragen we de politie adequaat te reageren op (een vermoeden van) eergerelateerd geweld, dan vragen we haar in beginsel dus etnisch te profileren. Dan vinden we dat onderdeel van de verantwoordelijkheid van de politie. Terecht, me dunkt, maar ingewikkeld is het zo wel. 

Treurdebat

Het is inmiddels een vertrouwd beeld, minister Van der Steur die op het matje geroepen wordt door de Tweede Kamer en daarbij het vuur aan de schenen gelegd krijgt. Er is dan ook heel wat aan de hand, bij zijn ‘superministerie’ van Veiligheid en Justitie. Een geplaagde Ard van der Steur moest al meermaals zijn excuses maken.

De foto van Volkert van der Graaf, mea culpa. Verkeerde informatie over de zogeheten ‘Teevendeal’, mea culpa. De onheuse bejegening van patholoog George Maat, mea culpa. De zaak rond Bart van U., mea maxima culpa.

De politie, onderdeel van zijn takenpakket, komt 300 miljoen euro tekort om haar werk naar behoren te kunnen doen en dat terwijl we allemaal vrezen voor terreur. De politie heeft als norm om in 90% van de spoedmeldingen binnen 15 minuten te plaatse te zijn, maar haalt die in veel gemeentes niet. Het rommelt bij de Dienst Speciale Interventies DSI. Overuren worden niet gecompenseerd, er is niet genoeg materieel en kritiek wordt afgestraft, aldus een twintigtal leden van deze dienst, die inmiddels een advocaat in de arm genomen hebben.

En dan was daar het gemiste signaal van de Turkse autoriteiten over Ibrahim el-Bakraoui, een van de zelfmoordterroristen van Zaventem. Minister Van der Steur hield vol dat er niets fout is gegaan bij het overbrengen van Ibrahim el Bakraoui naar Nederland, maar overtuigd heeft hij nog niemand.

Ibrahim en Khalid el-Bakraoui

Ibrahim el-Bakraoui werd op 9 oktober 1986 geboren in Brussel. Op 12 januari 1989 werd zijn broer, Khalid, geboren. De broers el-Bakraoui groeiden kennelijk op voor galg en rad. Ze waren al vroeg op het criminele pad en ’t waren losers. Net als Mohammed Bouyeri, Chérif Kouachi, Amédy Coulibaly, eigenlijk.

In 2009 was Ibrahim el-Bakraoui al betrokken bij in elk geval vier gevallen van carjacking en een bankoverval. Op 27 oktober 2009 beroofden hij en twee mededaders een filiaal van AXA, waarbij ze een kalasjnikov gebruikten om een bankmedewerkster te kidnappen en haar te dwingen het alarm uit te schakelen.

In januari 2010 was El-Bakraoui betrokken bij een overval op een wisselkantoor van Western Union in Brussel. Broer Khalid stond op de uitkijk. Die overval mislukte en de drie overvallers gingen op de vlucht. Toen ze op een door de politie opgeworpen wegversperring stuitten openden ze het vuur op de politie. Met niet minder dan een kalasjnikov. Een agent raakte zwaar gewond, maar overleeft. El-Bakraoui en zijn twee kompanen wisten te ontkomen en verscholen zich in een woning. Daar werden zij later door een speciale eenheid van de Belgische politie uitgehaald.

Op 30 september 2010 werd Ibrahim el-Bakraoui tot tien jaren gevangenisstraf veroordeeld. Toch kwam hij op 12 mei 2014 alweer vrij, als voorschotje op zijn voorwaardelijke vrijlating, zij het onder elektronisch toezicht. Die voorwaardelijke vrijlating werd formeel door een rechter bekrachtigd op 20 oktober 2014, in weerwil van de negatieve adviezen van de gevangenisdirectie.

Turkije

Al in de zomer van 2015 schond El-Bakraoui de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating door niet op te komen dagen bij zijn afspraken met de Belgische variant van de Reclassering. Hij bleek in Turkije te zitten. De Turkse politie pakte hem daar op in de stad Gaziantep, die nabij de Syrische grens gelegen is. Vermoed werd dat hij onderweg was naar Syrië om zich bij IS te voegen.

Later zou de Turkse president Erdogan verklaren dat de Turkse autoriteiten hun Belgische evenknie op de hoogte brachten van de aanhouding van Ibrahim el-Bakraoui, die volgens hen een gevaarlijke Syrië-strijder was. Omdat El-Bakraoui in België niet eerder met terrorisme in verband gebracht was zag men daar geen aanleiding de man te vervolgen. Sterker, men herroept zelfs zijn voorwaardelijke vrijlating niet.

Na een maand werd El Bakraoui door Turkije het land uitgezet. Wonderlijk maar waar, hij mocht zelf kiezen waarheen. Hij koos voor Amsterdam, ofschoon hij geboren Belg is vond Turkije dat prima, en op 14 juli 2015 kwam hij aan op Schiphol. Er gingen geen alarmbellen rinkelen.

Volgens premier Erdogan waarschuwden de Turken nochtans ook de Nederlandse autoriteiten voor ’s mans komst. Met een elektronisch kattebelletje, waar dat normaliter met een telefoontje wordt gedaan. Nadat Ibrahim el-Bakraoui in Nederland aankwam verdween hij ‘onder de radar’.

Ongezien reisde hij weer af, terug naar België.

Zaventem

Op 22 maart, om 7.58:28 uur, ontplofte een bom bij de balie van Brussels Airlines in de vertrekhal van Brussels Airport. Negen seconden later volgde een tweede explosie. Ibrahim El Bakraoui was een van de daders, de andere dader was Najim Laachraoui.

Koud een uur later, om 09:11 ontplofte er een derde explosief, in een metrotrein die zich op dat moment onder de Wetstraat in Brussel bevond. Ook hier betrof het een zelfmoordaanslag en wel door Khalid el-Bakraoui.

Motie van wantrouwen

Vandaag was minister Van der Steur dus aangeschoten wild. File bij de interruptiemicrofoon. Heeft de minister de grip op zijn ambtenaren verloren? Is hij überhaupt wel capabel? Is hij onderdeel van de oplossing of van het probleem? Ard van der Steur bleef er onbewogen onder, zei geen sorry en ging niet door het stof.

De Tweede Kamer wil een antwoord op de vraag waarom de gangen van El Bakraoui niet zijn nagegaan. De Kamer eist dat er alsnog wordt nagegaan wat El Bakraoui heeft gedaan voorafgaand aan de aanslagen in Brussel, maar de minister weigert. “Nach Canossa gehen wir nicht” leek hij denken. Na vier keer ‘sorry’ mogen zeggen tegen de Tweede Kamer wist hij natuurlijk ook wel beter.

Het kwam hem wel op een motie van wantrouwen te staan hoor, van de PVV, GroenLinks, de SP, Denk, Partij voor de Dieren, VNL en 50PLUS, die hij overleefde. Uiteraard zou ik bijna zeggen. Goed, voor de vorm wordt daar vanavond nog over gestemd, maar D66, CDA en ChristenUnie lieten al weten de minister nog een kans te geven.

Of dat verstandig is zal moeten blijken. We wachten gewoon de volgende blunder weer af, nietwaar?

Troonrede en Miljoenennota

Vandaag is de Derde Dinsdag van September. Prinsjesdag. De belangrijkste dag van het politieke werkjaar, waarbij we temperatuur van Nederland meten. Hoe gaat het en wat brengt de toekomst? In zijn troonrede heeft onze koning ons verteld hoe de vlag erbij hangt en, belangrijker, wat onze regering het aankomende jaar met ons van plan is. In de Tweede Kamer beginnen de algemene beschouwingen en wordt ook de Rijksbegroting gepresenteerd en besproken.

In vol ornaat en met het nodige ceremonieel trok de vleesgeworden staatsmacht aan ons voorbij. De koning, de politie, alle onderdelen van de strijdmacht en de nationale politie. In koetsen, te paard en op de voetjes.

Troonrede

Foto: ANP

Onze vorst bracht ons goed nieuws over onze economie. De Nederlandse samenleving staat er in sociaal-economisch opzicht relatief goed voor. De woningmarkt herstelt zich. De overheidsfinanciën zijn aan de beterende hand. De economie groeit weer en dat geeft de burger moed. We durven weer geld uit te geven. We kunnen nog niet gezapig achterover leunen, dat zeker niet, maar het gaat beter.

Daarbij mag u niet vergeten dat het kabinet een meevaller ‘heeft’ van 5 miljard euro. Het kabinet meent dat de economie volgend jaar met 2,4 procent zal groeien.

Daarmee is Nederland terug op het niveau van vóór de crisis en dat is goed nieuws.

Werkeloosheid en koopkracht

Het aantal banen neemt toe, maar nog niet afdoende om de werkloosheid op te lossen. Dat verdient remedie. De regering beoogt die te bewerkstelligen door het belastingstelsel aan te passen (al liggen de beide Kamers nog ongemakkelijk dwars). Ze wil de loonkosten voor werknemers die het minimumloon (of ietsje meer) verdienen verlagen en de inkomstenbelasting verlagen. Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering belooft onze regering de koopkracht op peil te houden.

“Nu de economie aantrekt en er voorzichtig ruimte ontstaat voor herstel van koopkracht en werkgelegenheid, kan het vertrouwen terugkeren dat ook toekomstige generaties het beter krijgen.”

Gelukkig! Oog voor de toekomst. In Nederland moeten mensen kunnen rekenen op goede zorg, hoogwaardig en toegankelijk onderwijs, adequate sociale voorzieningen en een solide pensioenstelsel. Dixit de koning. Dat kost wat, maar dan heb je ook wat.

Onderwijs

Het optimisme uit de troonrede, dat de hervormingen van de laatste jaren mensen in staat zouden stellen vorm te geven aan hun toekomst, deel ik nog niet. Ik maak me onverminderd zorgen over de uitgeholde kwaliteit en het aanbod van het onderwijs, bijvoorbeeld. Ik weet niet of 4000 extra docenten in het hoger onderwijs jaren van extreme bezuinigingen kunnen rechttrekken. Dat is linke soep, voor een kenniseconomie als de onze. Zeker als u in aanmerking neemt dat die extra docenten betaald worden van het nieuw ingevoerde studievoorschot voor studenten. Studeren wordt duurder en dat vind ik toch een kwalijke zaak.

Ouderen

Er komt weliswaar structureel 210 miljoen euro beschikbaar om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren en ruimte te maken voor meer persoonlijke aandacht, maar hoeveel van die verpleeghuizen hebben we inmiddels niet al gesloten?

Pensioenen

De koning zei dat het belangrijk is dat alle werkenden een goed pensioen op moeten kunnen bouwen, maar de moeizame onderhandelingen over een goede cao voor leraren, ambulance- en politiemedewerkers zeggen me iets anders. Na vier jaar op de nullijn heeft de regering hen een bruto loonstijging aangeboden van 5,05%. Daarvan betalen zij 2,4% zelf, doordat pensioenopbouw en -premie verlaagd worden. Wie dat doorberekent en daarbij die vier jaar nullijn niet vergeet komt op effectief 0,78% loonsverhoging per jaar uit. De jonge garde krijgt er dus een zakcentje bij, maar levert daarvoor behoorlijk wat pensioen in. Geen wonder dat politiemensen zich die sigaar uit eigen doos niet in de handen laten duwen.

Jonge ouders

Enfin, terug naar de troonrede. Jonge ouders krijgen het beter. Ze zullen meer kinderopvangtoeslag krijgen, betaalbare peuteropvang en jonge vaders krijgen meer bevallingsverlof. Vaders baren weliswaar niet, maar het gebaar is leuk.

Normen en waarden

Gelukkig deelt de koning en de regering mijn zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap voor een groot deel bestaat uit een goed voorbeeld geven komt er extra geld beschikbaar om de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden.

Dreiging, veiligheid en vrijheid

Koning Willem-Alexander noemde het beestje gelukkig bij de naam: Niet alleen is er de dreiging van radicalisering en terroristische aanslagen in Europa, maar deze zet ook nadrukkelijk onze samenleving onder druk. Angst maakt voor onderling wantrouwen. Conflicten in het buitenland kunnen een polariserend effect hebben in ons eigen land. Er is dus dubbel werk aan de winkel.

“Het kabinet reserveert daarom structureel extra geld om de operationele taak van de veiligheidsdiensten, het verzamelen en analyseren van informatie, en het preventiebeleid te versterken.”

Hé? Niets over de politie? De organisatie bij uitstek die in de frontlinie van onze maatschappij opereert en wier medewerkers al veel te lang moeten vechten om een fatsoenlijke cao? Niets over het fiasco van de reorganisatie naar een nationale politie? Niets over de extra 230 miljoen euro die nodig is om die reorganisatie weer een beetje op de rit te krijgen? Niets over de tekorten aan rechercheurs, waar we al sinds 2006 van weten? Voor de politie komt er geen extra geld.

Duidelijk ontwaar ik hier de regenteske handtekening van de VVD. Ard van der Steur houdt stug vast aan het politieparadepaardje van Ivo Opstelten, al kreupelt het inmiddels op drie benen amechtig voort.

Veiligheid en Justitie moet het met 0,1 miljard minder doen dan dit jaar, daarmee lijkt onze veiligheid niet langer hoog op de VVD-agenda te prijken.

Vluchtelingen

Een waarheid als een koe: De vluchtelingenstroom richting Europa groeit. Gedreven door militaire conflicten, politieke instabiliteit, schendingen van mensenrechten, armoede en gebrek aan kansen en toekomst gaan miljoenen mensen op zoek naar betere en veiligere oorden. We kunnen ons geen afwachtende houding meer veroorloven.

Had de wereld immers niet vier jaar lang werkeloos toegekeken hoe de situatie in Syrië zich ontspon, dan had het natuurlijk ook zo ver niet hoeven komen. We zijn dus ook zelf gebaat bij een adequate internationale conflictbeheersing. Mede daarom wordt structureel extra geld vrijgemaakt voor de krijgsmacht en voor de Nederlandse deelname aan militaire missies.

“Het gaat dan onder meer om internationale conflictbeheersing, opvang in de regio, het tegengaan van mensensmokkel, een strenge maar rechtvaardige asielprocedure in elk land, een effectief terugkeerbeleid en perspectief op integratie voor mensen die niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Alleen zo kan recht worden gedaan aan het humanitaire aspect en aan het maatschappelijk draagvlak in Nederland en andere Europese landen.”

Amen to that. Daarbij, noblesse oblige. We hebben echt nog altijd een heel menselijke morele verplichting om hulp te verlenen aan onze medemens in nood.

Extra geld voor opvang is niet ingeraamd. Dat zou nog wel een dingetje kunnen worden. Wie dan leeft, die dan zorgt? Hm…

Europa

Een alinea over Europa verlegt onze blik opnieuw naar buiten. Onze economie is gebaat bij een innovatief Europa, een goed functionerende Europese markt en open handelsrelaties. Met zorgenkindje Griekenland en het Britse referendum over het lidmaatschap van de EU wordt dat nog interessant.

Klimaat

Het klimaat is een issue en zeker niet alleen omdat onze koning nog altijd watermanager in hart en nieren is. De gaswinningsproblematiek in Groningen verdient aandacht en laten we wel zijn, we hebben de Groningers wat dat betreft ook wel behoorlijk in de kou laten staan.

In december van dit jaar vindt de VN-klimaattop in Parijs plaats. Minder uitstoot is inmiddels van levensbelang, zeker voor een waterland als het onze. Dijken moeten verstevigd en de Afsluitdijk vernieuwd.

Beetje tam

Al met al vind ik de troonrede een beetje tam. Geen grootse ideeën, geen visie, geen hervormingen waar die broodnodig zijn en de inzet van het kabinet is vooral gericht op de koopkracht en de zeer nabije toekomst. Concreet staat er niets in over hoe de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen en te controleren. Het probleem signaleren is een, het oplossen is nog altijd twee. Er werd met optimisme over de huizenmarkt gesproken, in financiële zin. Maar wat met de lange wachtlijsten en hoge huren?

Onze koning mag ons dan gewaarschuwd hebben dat we niet achterover kunnen leunen, de regering lijkt het langetermijndenken wel alvast op een laag pitje te hebben gezet.

Voortgangsbrief Politie, boekhouderstrucs en een kreupel paradepaardje

O, kijk aan. Daar viel toch de halfjaarlijkse ‘voortgangsbrief politie’ op de mat bij de Tweede Kamer.

Dat met die ‘voortgang’ is teken van een aandoenlijk positieve insteek. Aandoenlijk naïef, dat is, want we weten inmiddels allemaal al dat er wat de reorganisatie van de politie betreft eigenlijk helemaal geen sprake is van enige voortgang. Laat staat van vooruitgang.

Onmogelijke ambities

Er is nog eens goed gekeken naar het tempo en de ambities bij de vorming van de nationale politie. Alleszins weinig realistisch, zo is men daarbij eindelijk tot de conclusie gekomen, en dus pleit minister Van der Steur voor ‘meer realisme’. Hopelijk beseft hij dat een betere wereld ook in die zin nog altijd bij hemzelf begint.

De politie moest te veel tegelijkertijd doen en dus krijgt ze meer tijd om haar zaken op orde te brengen. De personele reorganisatie moet nog afgerond worden, het inrichtingsplan ingevoerd en de bedrijfsvoering ‘geharmoniseerd’. Pas in 2018 (!) denkt de minister dat een begin gemaakt kan worden aan verbeteringen van en daadwerkelijke veranderingen in de politieorganisatie. De reorganisatie naar een nationale politie gaat daarnaast ook meer kosten. Het budget wordt van 230 miljoen opgehoogd naar 460 miljoen euro.

U ziet, goedkoop is duurkoop.

Een ander opvallend knelpunt, volgens de minister in zijn schrijven, is dat de sturing op alle veranderingen en verbeteringen onvoldoende was.  Om dit te veranderen wordt ‘het gezag (zoals het Openbaar Ministerie en burgemeesters) via het artikel 19-overleg nadrukkelijker bij de belangrijke beheersbeslissingen betrokken’. Of er consequenties tegenover dat falen van hogerhand zullen staan blijft in het midden.

Tussen de regels van de voortgangsbrief is te lezen dat eerdere signalen van politiemensen, de politiebonden, de Centrale Ondernemingsraad én de commissie van toezicht dat de reorganisatie naar een nationale politie een gemankeerd vehikel en een “onmogelijke opdracht” was volkomen juist waren.

Had er maar naar geluisterd, dames en heren politici in het algemeen en oud-minister Opstelten in het bijzonder. U valt veel te verwijten en denk erom dat u dat nu niet weer op die politiemensen afwentelt, hé.

Plankzaken

Bijna vijf jaar geleden schreef ik mijn blog ‘Plankzaken’. Aanleiding was het onderzoeksrapport over een gezinsmoord in Enschede. Daarbij schoot een drieëndertigjarige man zijn ex, haar zoontje van negen en haar zus dood, om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan. De politie bleek de uiteindelijke schutter wel in de peiling gehad te hebben vanwege huiselijk geweld, maar had eenvoudigweg geen manskracht genoeg om de zaak tijdig op te pakken. En dat was toen al niet nieuw.

In 2006 luidde het LSOP al de alarmbel over een dreigend tekort aan rechercheurs, omdat er stevig werd gekort op het budget voor het opleiden van specialisten binnen de politie. September 2009 nodigde de Tweede Kamer toenmalig minister Ter Horst uit voor een spoeddebat over verdere bezuinigingen op de politie.

De politiekorpsen kampten inmiddels met zo’n chronisch tekort aan gekwalificeerde rechercheurs dat ook grote zaken van zware criminaliteit onopgelost op de plank bleven liggen. Minister Ter Horst beloofde er ‘wel’ honderd rechercheurs bij, terwijl de korpsen er gezamenlijk bijna vijfhonderd tekort kwamen. Van ellende liet men agenten uit de geüniformeerde dienst (het blauw op straat) en soms zelfs agenten in opleiding zaken onderzoeken. Korpschef Heijsman zei in 2010; “Mijn agenten moeten uitleggen aan de slachtoffers dat hun zaak niet wordt aangepakt omdat er onvoldoende rechercheurs zijn“.

Er is in de tussentijd niets verbeterd en nu vertelt de minister ons dat die verbeteringen op zijn vroegst in 2018 verwacht kunnen worden. Wel heeft korpschef Gerard Bouman de opdracht gekregen om nog vóór de begrotingsbehandeling de contouren te schetsen van een versterkingsprogramma opsporing. De kwaliteit van de opsporing vraagt in zo’n mate serieuze versterking, dat de minister daarmee liever niet tot na 2017 wacht. In de tussentijd blijven uw en mijn zaken op de stapels plankzaken liggen.

De vierde maatregel die minister Van der Steur in zijn brief aankondigt is het inzetten op meer kwaliteit, om te beginnen in de bedrijfsvoering. Ook daar lijken jarenlange bezuinigingen hun tol te hebben geheven: de benodigde kennis en kunde is niet (langer?) beschikbaar.

Het komt er dus eigenlijk op neer dat we de politie behoorlijk kapot bezuinigd hebben, maar dat gaan we natuurlijk niet hardop zeggen.

Personeelszorg en goed werkgeverschap

Terug naar de die halfjaarlijkse voortgangsbrief politie. Het derde punt dat de minister aansnijdt is schrijnend: Er is te weinig aandacht geweest voor het welzijn en de werkomstandigheden van politiemedewerkers, terwijl dat toch echt een randvoorwaarde had moeten zijn in de gehele reorganisatie. Die politiemedewerkers, de luitjes dus die met hun poten in de spreekwoordelijke klei staan, moeten de organisatie immers overeind houden terwijl er stug door gereorganiseerd wordt.

De personele reorganisatie moet dus voorrang krijgen. Daarbij rept de minister heel opvallend niets over de vele geschilprocedures (9000) en rechtszaken (2600) die politiemedewerkers aanspanden tegen de gevolgen van die personele reorganisatie.

In de reactiepanelen van de site van politiebond NPB staat een brandbrief te lezen van een medewerker van een servicecentrum van de politie. Over de uitholling van werkzaamheden, verspillingen op micro- en macroniveau en ongelijke betaling voor gelijk werk binnen de toekomstige nationale politie. Over een reorganisatie waarbij medewerkers van een 112-centrale herplaatsingskandidaat gemaakt worden, terwijl hun werk gewoon blijft bestaan en anderen dat in hun plaats zullen gaan doen. Gewoon, omdat de functie waarin ze gematcht werden niet klopt met hun werkelijke werkzaamheden. Zo ga je, ook tijdens een reorganisatie, niet met je mensen om.

Dan verwijst minister Van der Steur zijdelings ook nog naar de CAO-onderhandelingen, waarvan wij allemaal weten hoe moeizaam die verlopen: Hij “streeft naar afspraken die recht doen aan de zwaarte van het politieberoep”.

Dat lijkt vooral lippendienst. Er wordt al maandenlang actie gevoerd voor een betere CAO en minister Van der Steur dreigde de politievakbonden afgelopen vrijdag nog met een rechtszaak om hen de dwingen hun acties te stoppen.

Bod

Natuurlijk, er ligt een bod. Ruim 5 procent erbij, plus een eenmalige uitkering van €500. Op zich prachtig, ware het niet dat die loonsverhoging vooral bestaat uit geld dat in beginsel voor de pensioenfondsen bestemd is. Na bijna vijf jaar op de nullijn te zijn gehouden zouden ze wel gek zijn om akkoord te gaan met zo’n sigaar uit eigen doos. Iets waar minister Plasterk op zijn beurt mee dreigde om opnieuw in te voeren voor ambtenaren, want hoe durft dat plebs kritisch naar dat ‘riante’ bod van het kabinet te kijken en zo’n boekhouderstrucje te benoemen voor wat het is.

Er wordt vanuit de overheid ordinair gesteggeld over hele primaire arbeidsvoorwaarden, zoals gezond en veilig politiewerk en het recht op 21 vrije weekenden per jaar. Tsja, ook al begrijpt minister Van der Steur daar niets van, bij de politie zijn ’t uiteindelijk ook maar mensen en die willen net als iedereen wel eens een weekend vrij om met gezin, familie of vrienden samen te kunnen zijn. Een eerlijke vergoeding voor onregelmatige diensten en piket lijkt mij ook bepaald niet wereldvreemd.

Er is dus nog een lange weg te gaan en dat is eigenlijk volkomen onacceptabel. Al dat geblunder verdient een parlementaire enquête.

Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Stop of ik schiet niet

Godzijdank, voor u en mij en de rest van Nederland, ben ik geen agent. Ik zou er om te beginnen al niet dapper en stressbestendig genoeg voor zijn en ik zou niet durven voorspellen hoe ik in een echte stresssituatie zou reageren, zoals agenten die tijdens hun dagelijkse werk tegenkomen.

Fright, Fight, Flight, Freeze

De mens is voorgeprogrammeerd snel te reageren op angst of stress en als de situatie er echt om spant rest het menselijk lichaam een zeer beperkt aantal smaken waaruit kan kiezen; vluchten, vechten of verstarren. Dat is reuze handig hormonaal geregeld, want bij dreigend gevaar pompt ons eigen lichaam ons vol met adrenaline en cortisol. Beide stresshormonen jagen onze bloeddruk en hartslag omhoog, spannen onze spieren alvast voor ons en brengen zelfs onze pijngevoeligheid omlaag. Nou, dan ben je er dus helemaal kaar voor om te vechten of het op een lopen te zetten. Of volledig te blokkeren en te bevriezen, als het een beetje tegen zit.

Nu heb ik lang met een angststoornis gekampt en met mij kon je dus sowieso al alle kanten op. Op de moeilijkste momenten schoot ik al te snel in een van die drie reacties en doorgaans was dat de minst passende bij het probleem, waar ik me voor gesteld zag. Liep ik weg voor een situatie en had ik achteraf een hekel aan mezelf omdat ik niet voor mijzelf was opgekomen of liet ik een geweldige kans liggen omdat ik gewoon niet durfde. Of ik werd boos en zei iets waar ik later spijt van had. Het allerergst waren nog de momenten waarop ik bevroor en in een absolute onzekerheid belandde die me vleugellam maakte. Dat herkennen de meesten van u vast wel: Dat er uren naderhand een geniale repliek in u opkomt en u wilde dat u dat nou op het moment suprême bedacht had.

Heel eerlijk: Ik zou geen dag bestand zijn tegen wat agenten tijdens hun werk op straat tegen komen.

Dagelijks werk

Neem nou afgelopen week. Sprong er een man van een flatgebouw aan de Wilhelminakade in Rotterdam en dan moet je daar als agent naartoe. Kunt u zich voorstellen hoe iemand erbij ligt wanneer hij van hoogte ter aarde is gestort? Ik wel. Jaren geleden zat ik in een trein, waar een wanhopig iemand voor sprong. Toen de machinist de hele trein tot stilstand had gebracht bleek de coupe waar ik in zat ter hoogte van een onderbeen en een torso te staan. Het heeft lang geduurd eer ik dat beeld weer kwijt was.

Anyway, de politie zocht uit wie de man bij leven was en toog naar zijn huisadres om zijn familie te vertellen dat hij nooit meer thuis zou komen. Ze zullen dankzij de gemeentelijke basisadministratie van tevoren geweten hebben dat ze er een vrouw en twee achtjarige kinderen aan zouden treffen. Eenmaal in de woning bleek de vrouw des huizes daar echter levenloos te liggen. Hun kinderen waren die nacht uit logeren en men gaat ervan uit dat de man eerst zijn vrouw ombracht en daarna de hand aan zichzelf sloeg.

Waarschijnlijk was ik bij het aantreffen van de smurrie op straat al afgehaakt en had ik het plaats delict eerst ondergekotst om het daarna in vliegende vlucht te verlaten. Of ik naar dat huis had kunnen rijden, in de wetenschap dat je ’s mans vrouw en kinderen zulk slecht nieuws moet gaan brengen, is bepaald twijfelachtig. Wat een kutbaan eigenlijk, excusez mijn Rotterdams.

Zou ik, als agent, netjes en geduldig kunnen blijven wanneer ‘baldadige jeugd’ mijn collega’s, de Brandweer of ambulanciers belaagde? Zou ik, als agent, mezelf kunnen beheersen wanneer ik iemand moest aanhouden die een kind misbruikte, een vrouw verkrachtte of een dier martelde? Neem nou die zedenzaak in dat Valkenburgse hotel. Daar betrapte de politie een ‘klant’ op heterdaad terwijl hij seks had met een meisje van zestien en trof de pooier van dat kind op het toilet aan. Dan moet je, als rechercheur, daarna in gesprek met die pooier terwijl je weet dat hij een kind in een tiental dagen tijd door een stuk of tachtig (!) van die smerige viespeuken heeft laten misbruiken.

Heel eerlijk: Ik zou het niet kunnen. Ik weet zelfs niet of ik mijn handen thuis zou kunnen houden en zo’n smeerlap niet gewoon wat zou aandoen. Ik heb een innerlijke Middeleeuwer en zij heeft een kort lontje.

Nederland en haar politiemacht

De houding van de Nederlandse maatschappij zou me, als al het bovenstaande dat niet al gedaan had, de das om doen. We hebben een haat- liefdeverhouding met onze politie.

De mate van vrijheid die burgers in een land genieten is mede af te meten aan de hoeveelheid en aard van kritiek die een overheid zich over zichzelf laat welgevallen. Wat dat betreft scoort Nederland deze laatste weken weer uitmuntend, al moet daarbij gezegd dat wij met onze klaagcultuur natuurlijk wel bij voorbaat al een lichte voorsprong hebben. Volkomen terecht worden de machten van onze rechtsstaat met argusogen gevolgd en kritisch bekeken. Volkomen terecht zijn ook zij aan regels gebonden en worden ze daarmee geconfronteerd wanneer ze buiten hun boekje gaan.

Dat is zeker in het geval van de politie van groot belang, aan hen gunden wij immers het geweldsmonopolie. Agenten die misbruik maken van hun bevoegdheden, buitenproportioneel geweld gebruiken of anderszins de fout ingaan maken misbruik van het vertrouwen en het mandaat dat de samenleving hen gegeven heeft en dat mag nooit zonder verregaande consequenties blijven.

Kritiek is dus altijd positief, alleen schieten we nogal eens door in het onfatsoenlijke.

Dat zagen we bijvoorbeeld na de dood van Mitch Henriquez. Bekende en onbekende Nederlanders schoten door in onze oer-Hollandse sensatiezucht; er werd gespeculeerd, gescholden en gedreigd dat het lieve lust was. Wijkagent Marius Blok, die niets te maken had met het gebeuren in ’t Haagse Zuiderpark, werd met foto en al online gezet, vals beschuldigd en bedreigd. Daarmee hebben wij, de maatschappij, een bevlogen diender volledig onterecht in de kou laten staan.

Rapper Appa plaatste vervolgens een stemmig tweetje waarin hij suggereerde dat de politie van Den Haag een bus vol moslims, op weg naar het gebed, gestopt had om hen allemaal even preventief te fouilleren. De rapper bleek het verhaal uit zijn duim gezogen te hebben. De politie liet het zich opvallend genoeg, op één enkele milde tweet na, welgevallen.

Het was niet voor het eerst dat ik me afvroeg wat de reacties zouden zijn wanneer de politie de ruimte kreeg af en toe eens een vurig opiniestukje te lanceren.

De gemiddelde Nederlander is een enorme zeikerd, en dat zeg ik heel liefdevol als mede-zeikerd, en we lijden niet zelden aan het Calimerocomplex. Dat maakt dat we onze schuld graag op de ons betrappende agent projecteren: Veruit de meeste Nederlanders rijden niet te hard, maar “worden gepakt”. We verfrommelen het ons uitgereikte gele papiertje en lispelen een boos “ga toch boeven vangen” tegen de agent die ons betrapte, maar vergeten daarbij al te licht dat zulks nu juist hetgeen is dat hij zojuist deed. Hij is degene die ons van het asfalt moet lepelen wanneer het misgaat, maar zo kunnen wij dat zelf niet zien.

In ruil filmen we die agent wanneer hij te hard rijdt en verkeersregels negeert, al dan niet onder begeleiding van toeters en bellen, en spreken daar lekker een potje schande van. Dat hij dat gewoon mag wanneer zijn werk hem daartoe noopt vergeten we voor het gemak, want we kankeren nergens zo lekker op als op de politie. Nou ja, en op het weer.

Maar toen was daar opeens die agent, die in 2012 een vluchtende inbreker in een been schoot. De inbreker had zojuist, midden in de nacht, een kraak gezet in een woning in Heeswijk-Dinther.

Woninginbraak

Nu moet ik u eerst opbiechten dat ik ontzettend vooringenomen ben tegen woninginbrekerts. Er heeft er namelijk ooit een gepoogd in mijn woning in te breken. Omdat ik toen nog in het centrum van Rotterdam woonde had ik het enorme geluk dat er een extra stalen balk in de deur zat, die het inbrekersgeweld ternauwernood heeft kunnen weerstaan. De deur was zwaar gehavend, met tientallen diepe moeten van een groot formaat koevoet erop. De splinters lagen op de grond en de tegeltjes boven de deuropening waren gesprongen van de enorme kracht die op die deur was uitgeoefend. Na een lange dag werken trof ik de boel zo aan, de deur stijfklem in het frame en achter die deur kon ik mijn poezenbeesten horen jammeren. Ik kon zelf ook niet meer naar binnen en dus belde ik de politie.

Al gauw kwamen twee agenten ter plaatse. Een van die schatten heeft nog geprobeerd de deur open te krijgen, maar ook hij kreeg dat niet voor elkaar. Ze belden een slotenmaker voor me en namen de aangifte alvast voor me op. Nog voor de slotenmaker arriveerde kraakte hun portofoon, huiselijk geweld in een flatgebouw in de buurt van het mijne. Of ik het erg vond dat ze nu echt verder moesten? Ja natuurlijk wel, maar dat zei ik niet. Ik bedankte ze en wenste ze succes. Over dat laatste voelde ik me nog een beetje dwaas, toen ze de lift in verdwenen. Succes was het woord natuurlijk ook niet. Ik ging op het stoepje zitten naast mijn vernielde deur, huilde een beetje van de schrik en wachtte op de slotenboer.

Ik heb nog heel lang last gehad van die affaire. Het voelt namelijk alsof iemand het heel persoonlijk op jou gemunt heeft, een (poging) inbraak is een van de meest ingrijpende inbreuken op je persoonlijke levenssfeer die er maar zijn. Daarmee begon ook mijn obsessief-compulsieve gedrag. Tot op de dag van vandaag voel ik me onveilig en controleer ik meermaals of ik mijn voordeur wel goed heb afgesloten wanneer ik wegga. Het is een obsessieve drang waar ik nauwelijks weerstand aan kan bieden.

Stop of ik schiet

Goed, terug naar Heeswijk-Dinther. De agent betrapte die inbreker op heterdaad en de man sloeg op de vlucht. De agent beval hem twee keer te blijven staan, maar daar had die inbreker geen boodschap aan. Ook niet toen de agent zijn dienstwapen trok en “Stop of ik schiet!” riep. Toen de inbreker over een schutting wilde klimmen schoot de agent hem in een dij.

Daar komt natuurlijk mijn vooringenomenheid tegen woninginbrekers opborrelen, zo hoppa, recht vanuit mijn onderbuik. Ik gun degene, die zo brutaalweg met een enorme koevoet in zijn knuisten het Rotterdamse centrum doorkruiste en mijn huis binnen wilde, heel veel en niets daarvan is positief, leuk of aardig. Had een agent hem een kogel in een dij geschoten om hem aan te kunnen houden, dan had ik daar geen traan om gelaten. Misschien was ik zelfs wel een bosje bloemen gaan brengen op het bureau, met een kaartje “Dank je wel voor het vangen van mijn inbreker, moge hij nog lang mogen schoffelen”.

Het is toch een beetje het risico van het inbrekersvak, vind ik, dat je betrapt wordt door een agent of dappere bewoner en deze probeert je aan te houden. Desnoods hardhandig als je niet luisteren wilt.

Zo lang ze maar met hun hardhandigheid stoppen zodra die inbreker eenmaal overmeesterd is, want alles daarna is eigenrichting en dat kan nooit de bedoeling zijn. Mag niet.

So far so good, zou je denken. Maar niets van dat al. De inbreker diende een klacht in.

Net als in mijn geval waren de bewoners van dat huis in Heeswijk-Dinther niet thuis en dus had die agent niet mogen schieten op de vluchtende inbreker. Door te schieten maakte hij zich schuldig aan zware mishandeling, met voorbedachten rade nog al liefst. De agent moet de inbreker 2351,05 euro aan schadevergoeding betalen.

Actie GeenStijl en de vox populi

Dat kan alleen in Nederland, dat een agent een schadevergoeding moet betalen aan iemand die zojuist in de woning van een ander inbrak. Het beroemde en beruchte roze weblog GeenStijl vond daar ook wat van en besloot tot een inzamelingsactie voor de agent. Die actie liep als een tierelier, er is binnen no time vijftienduizend euro ingezameld. Daaruit valt af te lezen dat er veel meer mensen zijn die het raar vinden dat een agent schade moet vergoeden aan een op heterdaad betrapte inbreker.

Dat heeft alles te maken met de antipathie die wij allen tegen het inbrekersgilde koesteren. We hebben het niet over een onschuldige puber die het alleen bij het zien van de politie al op een lopen zet, we hebben het niet over ‘baldadige jeugd’ die vindt dat een agent wat te lang naar hem kijkt. Er werd niet “maar lukraak op een burger geschoten” zoals strafrechtadvocaat Sidney Smeets de burgerlijk ongehoorzame roze horde een tikkeltje verwaten verweet, maar op een ordinaire dief.

Een ordinaire dief die ook nog eens ‘netjes’ in een been geschoten werd om hem op te kunnen pakken, van enig ‘Wild West’ zoals meneer Smeets schetste, was dan ook geen sprake. Ook de beschuldiging dat GeenStijl zich met haar actie aan ‘uitlokking’ schuldig zou maken is tomeloos overdreven, maar overdrijving is het voorrecht van de opiniërende columnist, ook als hij rechten heeft gestudeerd. Opvallend is dat meneer Smeets in zijn episteltje en passant de kleurenkaart nog even trekt, maar hè, in oorlog en liefde is alles toegestaan.

Nee, voor zo iemand als deze inbreker heeft de meerderheid van de Nederlanders dus duidelijk geen enkel begrip. Het is de dief die moreel verwerpelijk is, aldus de vox populi. Dan mag meneer Smeets nog zo vinden dat mensen met iets meer dan een enkele hersencel zeer negatief op de actie van GeenStijl plegen te reageren, de vox populi heeft een punt. De rechtvaardigheid wordt met een schadevergoeding aan een op heterdaad betrapte inbreker gewoon niet gediend.

Van arrestatie tot poging doodslag

Gisteren werd nog een vonnis gewezen tegen een agent. Ditmaal een die tijdens actie van de Arrestatie-Eenheid op de bestuurder van een personenauto schoot, maar de bijrijder raakte. Dit alles gebeurde op 22 augustus 2013 op een parkeerplaats van een coffeeshop in Heerlen.

De politie had onderzoek gedaan naar een verdachte van meerdere ramkraken en wilde deze aanhouden. Daartoe had een observatieteam de auto van de verdachte gevolgd, die ze meermaals uit het zicht verloor omdat de bestuurder met snelheden van meer dan tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder pikte in Meerssen een passagier op en reed naar die parkeerplaats in Heerlen. De bestuurder stapte uit, ging de coffeeshop in en stapte weer in de auto. Op dat moment kwam het arrestatieteam in actie. Ze riepen “Uit de auto komen!” en “Politie!” en dus vergrendelde de bestuurder zijn portieren, gaf volledig gas, maakte een u-bocht en reed zich vervolgens klem tussen twee geparkeerd staande auto’s.

Een van die agenten had de opdracht de passagier uit de auto te halen en probeerde het rechter voorportier van de vluchtauto te openen, maar dat lukte niet. Dus riep hij “Politie!” en gaf een klap op de ruit. Toen de agent de automotor toeren hoorde maken sloeg hij met de kolf van zijn dienstwapen op de ruit en vervolgens schoot de auto weg.

Naar eigen zeggen was de agent bang dat de auto zijn collega’s omver zou rijden, hij kon de rijrichting niet inschatten, en vreesde hij voor zijn eigen leven. Hij zag meerdere mensen opzij springen en reageerde vervolgens instinctief en schoot gericht op de romp van de bestuurder. Hij miste en raakte de passagier. De auto reed weg met piepende banden en slippende wielen en kwam daarna dus tot stilstand tegen twee andere auto’s aan. 

Reconstructie NFI

Het Nationaal Forensisch instituut reconstrueerde de gebeurtenissen. De reconstructie duurt 21,3 seconden. Op seconde 15,0 komt de auto van de verdachte man in beweging, tussen seconde 15,0 en seconde 15,3 schiet de agent en op seconde 18,9 komt de auto tot stilstand. Op de reconstructie “is zichtbaar dat er zich op dat moment niemand in de rijrichting van de auto bevindt, met uitzondering van plaatsvervangend AE-commandant, die iets verderop staat”

Het aangetroffen acceleratiespoor blijkt 8,95 meter lang en over die korte afstand moet een snelheid van ergens tussen de 21 en 26 kilometer per uur bereikt zijn. Uit de reconstructie volgt dat de auto van tussen die seconden 15,0 en 15,3 een snelheid van minimaal 12 en maximaal 13 kilometer per uur had.

Twee jaar gevangenisstraf

Justitie had deze zaak eerst geseponeerd op grond van noodweer (exces), maar het slachtoffer stapte naar het gerechtshof in Den Bosch om vervolging af te dwingen, met succes.
De rechtbank vaagde elk verweer op basis van noodweer of noodweer-exces van tafel, omdat ze vindt dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding jegens de agent of een van zijn collega’s voorafgaand aan het moment dat de verdachte schoot. Kennelijk heeft de rechtbank niet zo veel op met die AE-commandant, die wel in de rijrichting stond, maar het is een kniesoor die daar op let.  
De rechtbank achtte, alles overziend, de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren “passend en geëigend”. Voor schade aan de kleding van de passagier, niet onderbouwd met aankoopbonnen en zonder enig idee van hoe oud die kleding was, moet  €750,00 aan schadevergoeding betaald worden. Plus nog eens €3.500,00 immateriële schade. 
Ik weet niet wat die passagier op dat moment aanhad, maar het moet iets heel bijzonders zijn geweest. Toch, €750,00 lijkt me kolderiek en wat mij betreft zegt dat ook iets over zo’n vonnis als geheel en de rechter in het bijzonder. Echt, dat is een beetje mal, hoor.

Daarnaast rijst bij mij de vraag in hoeverre hij die kosten niet gewoon op zijn maatje, de tweehonderd kilometer per uur rijdende seriële ramkrakenpleger had moeten verhalen.

Ambtsinstructie

De politie heeft een Ambtsinstructie, waarin beschreven staat wanneer zij een vuurwapen ter hand mag nemen. Is die zo onduidelijk dan, dat het voor een agent zo vreselijk mis kan gaan?

Ik sloeg hem er eens op na. Vuurwapengebruik komt aan bod in het tweede hoofdstuk:


Artikel 7  

1.Het gebruik van een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd:a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf1°. waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en2°. dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of3°. dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.c. tot het beteugelen van oproerige bewegingen of andere ernstige wanordelijkheden, indien er sprake is van een opdracht van het bevoegd gezag en een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;d. tot het beteugelen van militaire oproerige bewegingen, andere ernstige militaire wanordelijkheden of muiterij indien de militair van de Koninklijke marechaussee in opdracht van de minister van Defensie dan wel de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken in gesloten verband onder leiding van een meerdere optreedt.2.Het gebruik van het vuurwapen in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden.3.In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.4.Onder het plegen van een misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Een agent mag dus in beginsel zijn vuurwapen al gebruiken wanneer hij iemand aan wil houden die zich probeert te onttrekken aan zijn aanhouding en verdacht wordt van een misdrijf, waarop een straf staat van meer dan vier jaar gevangenisstraf.

In het geval van de inbreker, die in de nachtelijke uren op heterdaad betrapt werd, is aan die voorwaarde ruimschoots voldaan. Op inbraak en “diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt” staat een straf van maximaal zes jaren. Zoals gezegd vind ik een woninginbraak een verregaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer daarvan. Dat zo’n slachtoffer per definitie thuis moet zijn, dat lees ik er niet aan af.

In het licht van de wegrijdende verdachte van de ramkraak vind ik die Ambtsinstructie een behoorlijke kluif om even de revue te laten passeren binnen die paar tienden van een seconde waarin beslist moet worden. Achteraf staan de beste stuurlui aan wal, maar ik deed er al 51,46 seconden over om dat artikel 7 alleen nog maar even te lezen.

Ik was dus al meermaals voor mijn sodemieter gereden voor ik zelfs nog maar aan mijn afweging of ik wel of niet zou mogen schieten begonnen was. Er even van uitgaand dat ik mijn holster niet eerst acht keer open en weer dicht zou moeten doen, natuurlijk.

Maar er is meer mis met die Ambtsinstructie. De rechter negeerde hem namelijk en dat is raar wanneer het gaat om een agent die tijdens zijn werkzaamheden het geweld gebruikt, waartoe de samenleving hem een mandaat heeft gegeven.

Geen opzet = geen (poging) doodslag

In de basis zit onze wetgeving simpel in elkaar. Wordt namelijk niet aan álle onderdelen van een artikel uit het Wetboek van Strafrecht voldaan, dan is er geen sprake van strafbaarheid volgens dat artikel.

Doodslag is daar een mooi voorbeeld van:

Artikel 287 

Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De rechtbank geeft ruiterlijk toe dat uit geen van de processtukken ook maar enige opzet van de kant van de agent blijkt, om de passagier te doden. Die intentie had de agent niet, wat hij wilde was die passagier uit die vluchtende auto halen. Wel vindt de rechtbank dat de agent willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat hij mogelijk die passagier kon raken in plaats van de bestuurder, waar hij op mikte.

Die bestuurder dus, die aangehouden moest worden voor feiten waar meer dan vier jaren gevangenisstraf op staat. De bestuurder die dezelfde dag nog met levensgevaarlijke snelheden van tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder die geen zin had om aangehouden te worden, zijn portieren dus vergrendelde, volledig gas gaf, een u-bocht maakte en weg probeerde te rijden in de richting van de AE-commandant.

Jawel, de situatie lijkt dus geheel aan de voorwaarden van dat artikel 7 uit de ambtsinstructie.

De advocaat van de agent heeft dat de rechtbank ook uitgelegd. Maar omdat die raadsman verzuimde daar verdere conclusies aan te verbinden vindt de rechtbank dat ze dat niet in haar verdere overwegingen hoeft mee te nemen. De rechtbank neemt zelfs de moeite niet het zogeheten aanhoudingsvuur voor wat betreft rechtmatigheid te toetsen.

Tot slot merkt de rechtbank op dat de raadsman van de verdachte ter terechtzitting nog naar voren heeft gebracht dat verdachte heeft gehandeld conform artikel 7, eerste lid, van de Politiewet 2012. De verdachte mocht er volgens de raadsman in redelijkheid van uitgaan dat het gebruik van het vuurwapen in de onderhavige situatie geoorloofd was. Echter, nu de raadsman hier geen uitdrukkelijke conclusies aan heeft verbonden, bijvoorbeeld in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, behoeft het verweer van de raadsman geen (verdere) bespreking. De rechtbank merkt nog op dat de hoofdofficier in zijn schrijven van 12 februari 2014 (sepotbeslissing) tot de conclusie is gekomen dat verdachte in strijd met de Ambtsinstructie van Politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren heeft gehandeld.

De agent werd dus tekort gedaan voor wat betreft zijn verdediging. Geen wonder dat de politiebonden en korpschef Bouman verbijsterd op de uitspraak reageerden.

Natuurlijk volgt er hoger beroep. Daar werd over gepiept hoor, want daarmee zou de politie het gezag van de rechter niet erkennen en geen respect hebben voor de rechtsgang. Dat een hoger beroep gewoon onderdeel is van die rechtsgang werd gevoeglijk even vergeten, maar wat zei ik ook al weer over hoe lekker het kankeren is op de politie?

Krijgen we niet gewoon de politie waar we voor betalen? 

Nu moet de politie al maanden vechten voor een beetje nette CAO en dat na jaren op de nul-lijn. Oud-minister Opstelten zag zijn kan schoon en begon meteen aan hun arbeidsvoorwaarden te morrelen. Politiemensen hebben bijvoorbeeld het recht op 21 vrije weekenden per jaar en dat is natuurlijk overdreven. Dat beetje bescherming van hun sociaal en familiaal leven, daar konden best nog vier vrije weekenden vanaf. Zijn ze lekker ruim inzetbaar, ook een manier om ministerlijk hautain en tegen beter weten in te doen alsof er ‘meer blauw’ op straat is.

Afgelopen januari nog, luidden agenten de noodklok omdat zij zich onveilig voelen door een gebrek aan training. Uit angst voor sancties grijpen ze niet naar hun geweldsmiddelen. Ook de reorganisatie waar de politie middenin zit heeft verregaande negatieve gevolgen. Er is minder blauw op straat, agenten krijgen te weinig rust én training en werken te lange nachtdiensten. En, niet onbelangrijk, er worden zelfs zo’n 50.000 zaken minder opgelost. Ieder jaar worden agenten twee keer getoetst op hun beroepsvaardigheden, maar training is daar niet tot nauwelijks in. Slechts 32 uur per jaar, zo lees ik in een noodkreet op het Internet:

32 uur. Dat is het aantal uren dat een politieagent jaarlijks krijgt om alle geweldsbeheersing zich meester te maken. Dus dat betreft hand-tot-handgevechten. autoprocedures, gebruik van pepperspray en de korte en de lange wapenstok, het aanhouden in bussen, trams en treinen, het werken in grote mensenmassa’s zoals op festivals, het aanhouden van gestoorden, het doen van instappen in woningen, aanhoudingen in cafes en supermarkten, het lopen van een conditieparcours, het gebruik van het vuurwapen in alle mogelijke situaties en natuurlijk ook alle theorie die komt kijken bij het toepassen van geweld tijdens het werk. 32 uur. Per jaar.Vergelijk dat eens met een sportschutter: die moet, om zijn verlof tot het houden van een vuurwapen veilig te stellen, per jaar MINIMAAL 18 schietbeurten maken. En het spannendste dat een sportschutter doet is waarschijnlijk een wedstrijd schieten.Hoe kan het zijn dat de overheid politieagenten de straat op stuurt met zo’n 3 a 4 schietbeurten per jaar. Want vervolgens verwacht de minister, maar ook de burgers terecht, wel dat die politieagenten zeer goed met het wapen kunnen omgaan, weten wanneer wel en niet te schieten en dat wanneer ze schieten dat het ook raak is natuurlijk. En dat in het licht en het donker, in rust maar ook in doodsangst, in een minuut of een seconde, wanneer je lekker uitgerust bent maar ook na je vierde nachtdienst. 32 uur.

Als ik agent was leverde ik mijn schiettuig gewoon in, op het Binnenhof in Den Haag. 

Agent gewond zonder #ophef, de hypocrisie van opinie- en nieuwsmakend Nederland

Eergisternacht werd een agent in hand en rug gestoken door een 17-jarige jongeman. Dat gebeurde in Leerdam, waar de laatste tijd nogal veel brandstichtingen gepleegd worden, en de agent was samen met zijn collega’s in burger aan het werk. De nacht van zaterdag op zondag lijkt me inderdaad een opportuun moment om onherkenbaar in zo’n buurt de boel in de gaten te houden.

Kort na middernacht was het bingo: Een groepje ‘baldadige jongeren’ trok door de wijk en trok daarmee de aandacht van de agenten in burger. De agenten besloten de groep te volgen, maar werden daarbij door de ‘baldadige jongelui’ opgemerkt. Sterker nog, ze werden herkend als zijnde van de politie en de groep keerde zich tegen de dienders. 
Een van die jongelui trok een mes en bedreigde er een agent mee. De agent trok zich, voor zijn eigen veiligheid, terug. Dat wakkerde de agressie in de groep addergebroed echter alleen maar aan en ze zetten de achtervolging in. Een andere agent schoot zijn collega te hulp en moest dat met messteken in hand en rug bekopen.
Dan pas trekken de agenten hun vuurwapens en de jongen geeft zich over. 
Op de route van de ‘baldadige jeugd’ trof men naderhand een trits vernielde auto’s aan en er wordt onderzocht of zij die schades hebben gemaakt. De jonge messentrekker zit vast vanwege zijn poging doodslag op de agent in kwestie. 
Persoonlijk zat ik al in mijn WTF-modus op het moment dat ik las dat jongelui al vernielend en met een mes op zak buurten onveilig maken. Een jongen van 17 jaar die ook nog eens (meermaals!) insteekt op een politieman op het moment dat ‘ie vindt dat hij te veel in de gaten gehouden wordt doet me volledig afhaken. 
Waarom heet dat nog ‘baldadige jeugd’, wat moeten we met zo iemand nog aan en wat moet dat worden, later?

To #ophef or not to #ophef

Enfin, ik wachtte netjes een dag op de #ophef naar aanleiding van het eerste persbericht van de politie. Voor de zekerheid hield ik mijn adem nog maar niet in en inderdaad, ik had kunnen wachten tot ik een ons woog. Op krantenkoppen in chocoladeletters. Op schreeuwerige opiniestukjes en boude stellingnamen. Op demonstraties. Op boze tweets, misschien wel met de vragen of er al excuses waren aangeboden en of er al slachtofferhulp geregeld was. Tofik Dibi bleef echter stil. Meneer Appa repte er niet over. Niets.
De heren Gario en Breedveld blijken me op Twitter geblokt te hebben, maar ik durf te wedden dat er ook in hun tijdlijn weinig #ophef te vinden is. 
Voor de zekerheid deed ik nog een rondje langs de andere oproerkraaiers. Ik heb even over de schutting gegluurd bij Joop.nl, waar men op 3 juli jongstleden nog enthousiast op de kast klom toen er rond drie uur ’s nachts een 14-jarige jongen en een 26-jarige man door agenten met getrokken wapens werden aangehouden, omdat ze een man onder bedreiging met een vuurwapen beroofd zouden hebben. De video die van die aanhouding in Rotterdam gemaakt werd leverde een hysterisch stukje volksmennerij op. Maar nu? Noppes. 
Ook Abulkasim Al-Jaberi nam ik nog even onder de loep. Dat is de ‘journalist’ die ongegeneerd meeliftte op de gebeurtenis in Rotterdam en aan de hand daarvan een beeld schetste van jongeren die geteisterd worden door een racistisch politieapparaat en oreerde dat “die video net zo goed uit Palestina kunnen komen, waar Palestijnse kinderen dagelijks in de loop van een vuurwapen moeten kijken”. Ook van zijn pen: Nada. 
Ook de politie is het opgevallen dat zowel de media als de samenleving nu uitermate tam reageren. De artikeltjes hierover verschijnen bepaald niet in overdaad en als er al over geschreven wordt dan blijven de schrijvers ervan netjes zakelijk en op de vlakte. 
Deden ze dat nou maar vaker. 
Mevrouw Martine Vis, plaatsvervangend politiechef van de eenheid Rotterdam, confronteerde twitterend Nederland gevoeglijk met foto’s van de verwondingen van haar medewerker. 
De foto’s vind ik afgrijselijk om te zien, maar ze schudden de boel wel eindelijk wakker. Die bloederige plaatjes prijken inmiddels wel op heel wat voorpagina’s. 
Het zijn de stille getuigen van de hypocrisie van opinie- en nieuwsmakend Nederland. 

Loverboys en hoerenlopers: Zedenzaken Valkenburg openbaar

Vandaag begint het proces tegen 29 mannen die in een Valkenburgs hotel seks hadden met een 16-jarig meisje. Dat is uniek, nooit eerder werden de ‘klanten’ van een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken zo en masse vervolgd. Morgen begint de inhoudelijke behandeling van de zaak, maar vandaag is de zogeheten regiezitting.

In de aanloop naar morgen een resumé van wat de #Seksaffaire van Valkenburg is gaan heten, maar eigenlijk een schoolvoorbeeld is van een ‘loverboyzaak’.

Beide termen zijn overigens hopeloos eufemistisch want bij loverboys is de ‘love’ altijd ver te zoeken en ‘affaire’ klinkt lang niet zwaar genoeg om de ware aard van de gebeurtenissen te beschrijven.

Vermissing

Op 10 oktober 2014 schakelde een bezorgde vader een recherchebureau in omdat zijn 16-jarige dochter sinds twee dagen vermist werd. Het meisje had een relatie met een 21-jarige Iraans-Nederlandse jongen, ‘Atje’, waar ze smoorverliefd op was en haar ouders waren op die relatie tegen. Ze was, zoals vaker, weggelopen en had haar vader telefonisch laten weten dat ze België zat. De politie kon op dat moment nog niet veel voor hem betekenen.

Het recherchebureau Zuidema wist haar telefoon te traceren en het meisje bleek zich in de omgeving van Valkenburg op te houden. Via een kennis hoorde de vader vervolgens van een website Kinky.nl, een virtuele marktplaats voor prostituees, waarop zijn dochters foto bij een advertentie bleek te prijken. Onder de naam ‘Kimberley’ en er stond een telefoonnummer bij. De vader wendde zich opnieuw tot de politie, die met de nieuwe informatie wel aan de slag kon en een intensieve zoekactie op poten zette.

Inval

Nog in oktober 2014 deed de politie een inval in een appartement van het Valkenburgse hotel Botterweck waar het meisje te werk gesteld werd door de hoofdverdachte. Dat is Armin A., zoals ‘Atje’ in werkelijkheid blijkt te heten. Ze betrapten een klant in flagrante delicto en troffen Armin A. aan op het toilet. De politie nam de mobiele telefoon van Armin A. in beslag en vond daar de telefoonnummers van veel van zijn ‘klanten’ in. Niet alleen dat, de politie vond ook nog eens tientallen gebruikte condooms in een prullenbak in die kamer.

Ging men eerst uit van zo’n vijftig (!) mannen, die in een periode van tien dagen ontucht pleegden met die minderjarige, al gauw moest men dat cijfer bijstellen naar tachtig (!!). Jazeker, die mannen stonden letterlijk in de rij. Van een vijftigtal wist het Openbaar ministerie de identiteit te achterhalen. Alle bekende ‘klanten’ werden gehoord als verdachte en als getuige tegen Armin A.

Achtergrond

Inmiddels weten we meer van hoe dat meisje in die hotelkamers belandde. Het meisje had dus een relatie met ‘Atje’, ze was verliefd tot over haar bakvissenoren, en haar ouders keurden die relatie af. Atje gaf haar aandacht, charmeerde haar en maakte haar (emotioneel) afhankelijk, om haar uiteindelijk harteloos te manipuleren.

Atje verbrak daartoe op gegeven moment de relatie en alle contact met het meisje.  Het meisje probeerde na de breuk met haar Atje wanhopig toenadering met hem te zoeken en uiteindelijk “zwichtte” hij; Atje wilde haar wel ontmoeten, maar dat zou haar wel honderd euro per keer kosten.

Vanaf dat punt lopen de lezingen van het gebeurde uiteen. Volgens het Openbaar Ministerie kwam Atje “spontaan” op het idee dat ze dat geld wel kon verdienen door zich te prostitueren, volgens de raadsman echter bedacht het meisje zelf met dat plan voor de prostitutie zijn gekomen. Atje zou dat volgens die raadsman in eerste instantie geweigerd hebben, maar uiteindelijk “ter bescherming” geholpen hebben door een geschikte ruimte te zoeken en klanten op te halen. Ook onderhandelde Atje met die klanten over prijzen, de duur van hun ‘bezoek’, en de te leveren diensten.

‘Kimberley’ mocht van Atje geen contact meer opnemen met haar ouders. Tegen de wil van het meisje stelde hij potentiële klanten voor dat zij met meerdere personen tegelijkertijd seks met haar konden hebben en dat die seksuele handelingen ook wel zonder condoom mochten gebeuren. Ze had niks te vertellen, zo veel is inmiddels wel duidelijk.

Het meisje zelf legde twee verschillende verklaringen af. In het eerste geval verklaarde ze vrijwillig seks te hebben gehad, maar in het tweede verklaarde ze het tegenovergestelde. Wat op zich niet veel uitmaakt, Atje wist dat ze nog geen achttien was en toch speelde hij haar pooier. Een minderjarige kán daar helemaal geen toestemming voor geven of mee instemmen.

Houding Openbaar Ministerie

Opvallend van de harde lijn van het Openbaar Ministerie, dat van meet af aan lieten weten zich niet geroepen te voelen discreet om te gaan met de identiteit van de verdachten. Het OM liet de verdachten de keuze; ze konden zichzelf melden of bezoek aan huis verwachten.

“Menig huwelijkspartner zal verrast worden door de politie aan de deur. De vrouw weet waarschijnlijk van niks. Maar voor ons weegt seksuele uitbuiting zwaarder.”

De officier van justitie liet dus zijn tanden zien en zijn boodschap was duidelijk: Er waren buitengewoon ernstige zedendelicten met een minderjarige gepleegd en hij voelde zich niet geroepen de heren hoerenlopers te helpen bij het thuis geheimhouden van hun bezoekjes aan een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken.

Privacy, huwelijk, gezin

Daar kon ik me overigens prima in vinden. Ik zou me ook niet geroepen voelen het thuisfront van een stiekeme hoerenloper in het ongewisse te houden. Als je werkelijk zo aan je privacy, je huwelijk en je gezin gehecht bent dan kun je er in eerste beginsel natuurlijk ook gewoon voor kiezen om geen prostituees te bezoeken. En dan al helemaal geen prostituees die wel erg jong ogen (vooral in je hitsige anticipatie niet vragen om haar ID-bewijs!), in obscure hotelkamers werken en wiens pooier zich even terugtrekt op het belendende toilet.

Ik kan het u sterker vertellen: Als ik in een relatie verwikkeld zou zijn met een man die achter mijn rug om vreemdging of prostituees bezocht, dan zou ik dat heel graag willen weten. Ik gooide hem namelijk onmiddellijk mijn bed, mijn huis en mijn leven uit en liet me direct op seksueel overdraagbare aandoeningen controleren.

Saillant detail: Eén van de verdachten in deze zedenzaak is een ex-medewerker van jeugdzorginstelling Icarus in Cadier en Keer, waar hij jongeren met ernstige gedragsproblemen placht te begeleiden. Hoofdverdachte Armin A. heeft in diezelfde instelling verbleven. Beide heren kenden elkaar dus al. Deze verdachte meldde zich bij zijn werkgever, die hem ontsloeg omdat ze ’s mans gedrag onverenigbaar achtte met wat ze van een medewerker mag verwachten en daar had die werkgever groot gelijk in.

Goed. Er worden geen namen genoemd en geen foto’s getoond, dus de privacy van de verdachten is wel afdoende beschermd.

Zelfmoorden

De eerste verdachte, de man die op heterdaad betrapt werd, pleegde afgelopen februari zelfmoord. De spanningen die de zaak met zich meebracht werden hem kennelijk te veel. In maart deed een tweede verdachte hetzelfde. Dat is een drama en heel verdrietig.

Een advocaat, die de belangen van twintig van de heren behartigde, sprak schande van de werkwijze van het Openbaar Ministerie en sprak van “onherstelbare psychische druk”. Paniek, want door dat dreigement hadden ze opeens hun eigen leven en toekomst niet meer in de hand en hun vrouwen en kinderen konden zo maar opeens geconfronteerd worden met oom agent aan de deur.

Vonnis Armin A. 

Op 2 juli jongstleden wees de rechter vonnis in de zaak tegen Armin A. en veroordeelde hem voor mensenhandel en de onttrekking van een minderjarige aan het wettelijk gezag van haar ouders. De rechtbank van Limburg heeft hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, opgelegd.

Uitkomst regiezitting

Vandaag pleitten bijna alle verdachten (bij monde van hun advocaten, zelf waren ze opvallend afwezig) voor een behandeling achter gesloten deuren. En als de zitting dan toch openbaar moet zijn, dan willen ze er niet bij zijn.

De openbaarheid van rechtszaken is echter een groot goed en wanneer de verdachten meerderjarig zijn, dan zullen ze wel heel zwaarwegende belangen moeten hebben wil de rechter de zaak inderdaad achter gesloten deuren af handelen.

Het mag dan ook geen verrassing heten dat de officier van justitie vandaag fijntjes opmerkte dat niet deze mannen maar een 16-jarige meisje het slachtoffer van deze zaak is. Evenmin is het een verrassing dat de rechter het ene na het andere verzoek om een afhandeling achter gesloten deuren afwijst én deze de verdachten laat weten dat hij ze gewoon op hun zitting verwacht.

Alle zaken zullen openbaar zijn.

Als ze in die hotelkamer met hun groezelige billen bloot konden, dan moet dat bij de rechter toch ook wel lukken, me dunkt.

Cry ‘Havoc!’, and let slip the dogs of war (of hoe rellen geboren worden)

Er is iets wonderlijks aan de hand. Bekende en onbekende Nederlanders die de dood van Mitch Henriquez, de rellen in Den Haag en het hele racismevraagstuk voor hun eigen agenda’s gebruiken en met de slechtste bedoelingen. Doelbewust gooien ze nog even wat meer olie op het vuur. Vol verwondering kijk ik dat aan.

Rapper Appa bijvoorbeeld, die plaatste gisterochtend een stemmig tweetje waarin hij suggereert dat de politie van Den Haag een bus vol moslims, op weg naar het gebed, gestopt heeft om hen allemaal even preventief te fouilleren. Met een foto erbij, van die vrome moslims die gezellig samen met de bus naar de moskee zouden reizen. Een dame met een hoofddoek staat tegen die bus aangeplakt en wordt inderdaad gefouilleerd.

Wat een machtsvertoon! Die smeerlappen!

Een uitgelezen gezelschap buitelde direct over elkaar heen om schande te spreken van het hele gebeuren, no questions asked want #ophef moet je vooral niet kapot checken natuurlijk. Meneer Breedveld bijvoorbeeld, van het beroemde en beruchte FrontaalNaakt, nam het bericht van meneer Appa klakkeloos over en roerde op zijn beurt de oorlogstrom. Met zulke lieden is de strijd tegen racisme pas echt geholpen. Ja toch? Niet dan?

Wie dacht enige nuance in de discussie te brengen werd streng terecht gewezen. Moet je ook niet willen, enige nuance, want de rust dreigt net terug te keren in de Schilderswijk.

Ik herkende die bus echter. Ik moest heel even denken waarvan, maar een foto van diezelfde bus staat bij een artikel van het Algemeen Dagblad. Dat artikel kopt “ME’ers omcirkelen groep Schilderswijk; 200 arrestaties” en ja hoor, daar staat een foto van die bus.

Ik mag dan wat belegen raken, maar met dat geheugen is nog niets mis. Dezelfde stickers, datzelfde beige truitje, dezelfde arrestanten. Verdomd. Dat daargelaten, vond u ook niet al dat die mensen op de foto van meneer Appa er een beetje eigenaardig bij zitten? Verhip, net alsof hun handen achter hun rug geboeid zijn.

Er blijkt niets waar van het opgeklopte verhaal van meneer Appa.

Rotterdam

Maar het kan nóg fraaier hoor. De nieuwskrant van de website Marokko.nl kwam gisteravond met een ontluisterend artikel: “Marokkaans-Nederlandse jongen (14) onder schot gehouden door politie”. Mooi ingezonden filmpje erbij. Met wat moeite, het is erg donker, zien we Rotterdamse motoragenten een aanhouding verrichten. Het filmpje is gemaakt door een vrouw, die de aanhouding zo te zien vanuit de deuropening filmt en daar luidkeels commentaar bij geeft. Die afgrijselijke agenten houden zo te horen haar elfjarige broertje aan en hij moet op zijn knieën gaan zitten. Ze schreeuwt de agenten toe: “Ja maar hij is elf! Dit is geen Nederlandse wet om een elfjarige jongen op zijn knieën te laten! Jullie maken misbruik van jullie macht!”

Enfin, kijk zelf maar even op uw gemakje:

Zuslief beschrijft hoe doodsbang haar broertje is geweest. Ocherme, de jongen was bang dat hem hetzelfde zou gebeuren als ‘die man in Den Haag’. Mitch Henriquez, dus. Mooi, zijn beide zaken meteen aan elkaar verbonden en kan er in Rotterdam meegelift worden op de rellen in Den Haag.

En ja hoor, dat werkt. Meteen al die bekende en onbekende Nederlanderse tweeps de virtuele barricaden op. Tofik Dibi en Quinsy Gario voerden de eerste linie moraalridders aan. Hoog te paard. Waren er al excuses aangeboden en was er al slachtofferhulp voor de arme jongen geregeld?

Ook bij Joop.nl sprongen ze alvast op de kast: “Politie in Rotterdam houdt kind onder schot, dwingt hem op zijn knieën, zus is nog steeds in shock, kind heeft hartproblemen!”. Krapuul was er ook als de kippen bij om schande te spreken van dat enorme politiegeweld-zonder-enige-aanleiding. Stop zinloos politiegeweld!  Hoe durven die agenten zeg.

Maar even later blijkt de situatie toch net wat anders in elkaar te zitten.

In de nacht van donderdag op vrijdag, rond kwart voor drie, kreeg de Politie in Rotterdam een melding van een beroving op de Asserweg. Het slachtoffer zou door twee personen zijn bedreigd met een vuurwapen, waarna het tweetal met buit in een auto wegreed. Alle reden dus voor de politie om de achtervolging in te zetten en in de Jan Porcellistraat troffen ze die auto aan.

Volgens het persbericht, dat al uren voor de #ophef online stond, werd het tweetal, 14 en 26 jaar oud, aangehouden met een speciale benaderingstechniek voor gevaarlijke verdachten, een BTGV. Een watte? Dat zoeken we even op. Het blijkt een veilige manier om mogelijk (vuurwapen-) gevaarlijke verdachten vanaf een kleine afstand onder controle te brengen. Word je inderdaad een voor een uit een auto gepraat door politiemensen met getrokken wapens, moet je op je knietjes gaan zitten met je handjes omhoog en daarna languit op je buik gaan liggen zodat die politiemensen je de handboeien om kunnen doen. De politie van Rotterdam-Oost heeft een mooi filmpje van zo’n BTGV, bij daglicht ook nog, voor de mensen onder u die wel eens willen weten hoe dat eruit ziet.

Beide verdachten werden naar een politiebureau gebracht en gefouilleerd. Een vuurwapen werd niet aangetroffen, de geroofde buit wel.

Het jongmens is inderdaad geen elf, maar veertien jaar. Iets dat zijn bezorgde zuster schielijk even heeft aangepast op haar Facebookaccount. Misschien vergiste ze zich eerlijk, misschien ook is ze echt een beetje bekend met de wetgeving en weet ze dat kinderen onder de twaalf jaar toch niet vervolgd mogen worden. Joost mag het weten. En natuurlijk is het verhaal van de beroving verzonnen en was de melding vals. Begrijp me niet verkeerd, dat kan hoor, maar dat de politie aan de hand van zo’n melding toch het zekere voor het onzekere neemt lijkt me heel verstandig.

Oorlogshitsers

Opvallend is de dat meeste van die oorlogshitsers de nieuwe feiten stelselmatig negeren. Die zijn natuurlijk ook niet opportuun en passen niet in hun agenda’s en wereldbeeld.

In tegendeel. Bij Joop.nl geven ze vandaag, een dag na al die fraaie feiten, gewoon de ruimte aan ‘journalist’ Abulkasim Al-Jaberi. Zijn episteltje kopt alvast lekker: “De politie speelt met vuur.”

Ook meneer Al-Jaberi lift lekker even ongegeneerd mee op de gebeurtenis in Rotterdam en laat natuurlijk fijntjes buiten beschouwing dat het aangehouden jongmens mede betrokken was bij een ordinaire beroving. Dat zou afdoen aan het beeld dat hij liever schetst, dat van jongeren die geteisterd worden door een racistisch politieapparaat. Nee, hij doet er gewoon nog een schepje bovenop: Volgens meneer Al-Jaberi “had die video net zo goed uit Palestina kunnen komen, waar Palestijnse kinderen dagelijks in de loop van een vuurwapen moeten kijken”.

Ik weet niet wat ik erger vind; het vergoelijken van rellen, het schaamteloos overdrijven voor eigen gewin of de manier waarop de situatie van die Palestijnse kinderen daarmee tot op het beledigende af gebagatelliseerd wordt.

Racisme moet, ongeacht waar het gebeurt, aangepakt worden. Wat deze volksmenners doen echter, dat werkt volkomen averechts.

Gelukzoekers

Als er iets is dat ik leuk placht te vinden aan ons, Nederlanders, dan was het ons vermogen het leed van een ander aan te trekken. We hebben de naam zuinig te zijn, op het vervelende af, maar zijn daarnaast ook kampioenen in het schenken aan goede doelen. Nederlanders zijn het vrijgevigste volk op deez´ aardkloot, waar het om goede doelen gaat. Of het nu gaat om hongerende kinderen of slachtoffers van natuurgeweld, we trekken onze portemonnee wel en met graagte.

Sinds deze week zijn we echter ook het volk dat uitgeprocedeerde asielzoekers in wel vijf steden een paar weken in ‘bed, bad en brood’ wil voorzien, totdat ze ‘tot rust zijn gekomen’ – waarna we ze zonder pardon op straat zullen zetten. De gedachte daarachter is dat mensen, die niet langer in ons land mogen blijven maar weigeren te vertrekken, zich wel bedenken wanneer ze geconfronteerd worden met een zwervend bestaan.
Of dat zo is, dat weet ik zo net nog niet. Wie honger, oorlog of vervolging ontvlucht of eenvoudigweg op zoek is naar een beter bestaan voor zichzelf en zijn geliefden zich zo makkelijk niet laten ontmoedigen door een leven in de straten van een van de gelukkigste landen van de wereld. ‘Gelukzoekers’ noemen we die laatste categorie graag en dat bedoelen we dan allerminst positief.  
Toch, alle mensen zoeken naar het geluk in het leven. Ook wij. Voor de een is dat huisje, boompje, beestje en een ander zou willen dat hij zijn kinderen elke dag in elk geval bed, bad en brood kon geven. Het is immers nog altijd oneerlijk verdeeld in de wereld. Dat we iemand ‘maar’ een gelukzoeker vinden ontslaat ons niet van onze morele verplichtingen deze mensen humaan te behandelen.
Het ‘bed, bad, brood-akkoord’ is geen oplossing voor het probleem dat Nederland heeft met het laten terugkeren van mensen die hier niet langer mogen verblijven en levert zelfs extra problemen op. De overheid trekt haar handen van zo’n uitgeprocedeerde asielzoeker af en eenmaal op straat ziet hij maar hoe hij zich redt. Dat kan zwervend, bedelend, al dan niet met illegaal werk zijn of zelfs stelend, met de nodige overlast van dien, welke dan meteen in de vijf  aangewezen grote steden is geconcentreerd. 
Ongetwijfeld mogen de politie en vreemdelingenorganisaties zich daar dan verder over ontfermen. Wellicht is dat wat de heer Rutte nu werkelijk bedoelde met zijn participatiesamenleving; de overheid schuift haar verantwoordelijkheden af en de samenleving? Die dweilde voort. Met de kraan open.  
Dat is alles dat anderhalve week crisisberaad van ons kabinet heeft opgeleverd. Dat vind ik gênant. 
Gênanter nog was dat tijdens het debat over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers zo’n achthonderd mannen, vrouwen en kinderen de verdrinkingsdood stierven op de Middellandse zee en zelfs dat geen reality check meer voor ons is. Mensen die zich samen met hun kinderen in te grote getale op een gammele boot hadden laten samenpakken, op zoek naar geluk in Fort Europa. Op hun verscheiden werd met de nieuwe Hollandse hufterigheid gereageerd, want “dat scheelde ook weer achthonderd uitkeringstrekkers nietwaar?”  
Wat is er toch met ons gebeurd dat we schromen een drenkeling de helpende hand te bieden of een uitgeprocedeerde asielzoeker in elk geval te eten te geven, omdat we vrezen er zelf een boterham minder om te eten?