De zaak Bolhaar

Het is maandag, 5 maart 1984. Een buurmeisje klopt op de voordeur van het huis van haar vriendinnetje, met wie ze naar een voorstelling van de Dolly Dots zou gaan. Er wordt niet op haar aankloppen gereageerd en na een poosje probeert ze het opnieuw. Ook deze keer ter onverrichter zake, al hoort ze het jongste kind wel huilen. Dat vertelt ze thuis aan haar vader, die besluit zelf een kijkje te gaan nemen. Hij hoort inderdaad een zacht snikken en klopt aan. Ook hij krijgt geen reactie en hij probeert de deurklink. De deur blijkt open.

Hij stapt de hal binnen en treft de kleine aan, staand in zijn bedje. De gordijnen zijn dicht, een paar lampen branden. Wanneer hij zich richting de woonkamer begeeft ontdekt hij daar het lichaam van een van een kind. Het jongetje, zes jaren oud, heeft een springtouw om zijn hals. Hij ligt tegen het levenloze lichaam van, naar later blijkt, zijn moeder aan.

Hij belt de politie. Die meldt hij dat er nog een meisje mist en een blik in een slaapkamer leert dat ook dit kind zich levenloos in de woning bevindt. Het kind ligt in bed, het hoofdje schuin op een kussen, kin tegen de borst.

Corina Bolhaar en twee van haar drie kinderen, de negenjarige Donata en de zesjarige Sharon, zijn vermoord. Het jongste kind, anderhalf jaar oud, werd gespaard – naar men veronderstelt omdat het niets tegen de dader zou kunnen verklaren.

Onderzoek

Uit het onderzoek van de patholoog blijkt dat moeder Corina en beide kinderen werden verwurgd. Op de kinderen is daarnaast ook meermaals ingestoken. Het jongetje driemaal in de hals en tien keer in de rug, het meisje vijfmaal in de hartstreek, driemaal in de hals. De patholoog concludeert dat het jongetje nog ter nauwer nood in leven moet zijn geweest op het moment dat zijn moordenaar op hem instak.

Op geen van de drie lichamen worden zogeheten afweerverwondingen gevonden. Op een omgevallen stoel na wijst niets op een worsteling in de woning. Geen van de buren heeft geluiden gehoord die duiden op een worsteling, laat staan gegil.

Er worden geen sporen van braak of verbreking op de voordeur aangetroffen. Van getuigen weet men dat Corina Bolhaar haar voordeur doorgaans op het slot draaide en niet open placht te doen voor onbekenden. De dader zal dus hoogstwaarschijnlijk een bekende geweest zijn van Corina Bolhaar.

Later zal men weten te reconstrueren dat de drie in de vroege ochtend van 4 maart moeten zijn gedood. Corina moet daarbij het eerste slachtoffer zijn geweest. Het gegeven dat het drietal in nachtgewaad gevonden werd en hun magen leeg waren wijst erop dat ze waarschijnlijk vroeg in de ochtend werden gedood. Corina was waarschijnlijk wel al op, ze was opgemaakt en er werd een volle thermoskan koffie aangetroffen.

Het bloedsporenbeeld wordt onderzocht. Een onderzoeker van het NFI acht het aannemelijk dat de dader bloedsporen op zich heeft. Buren worden ondervraagd. De jonge Sharon was dat weekend niet in orde, er heeft ook nog een buurjongetje op de deur van de woning staan om kloppen om te vragen hoe het met hem gaat. Ook een andere buur heeft het jongste kind horen huilen, maar dat gebeurde vaker.

Verdachte in beeld

Uit het relaas van een van de getuigen blijkt dat Corina Bolhaar sinds een paar maanden voor haar dood voorzichtiger was geworden met het opendoen van haar voordeur. Ze maakte met bekenden de afspraak dat die, na aanbellen, op de stoep gingen staan zodat ze kon zien wie er voor de deur stond.

Corina Bolhaar had een knipperlicht relatie met een Louis Hagemann, een Hell’s Angel. Er zijn nog twee mogelijke verdachten, maar die vallen bij Justitie al snel af. Beiden hadden met regelmaat ruzie met elkaar, volgens Corina omdat Louis zich niet aan afspraken hield. Nadat zij herpes opliep was de boot helemaal aan en Corina zegde Louis de wacht aan. Louis Hagemann zou haar een aanzoek hebben gedaan, maar Corina wilde niet “met zo’n labiel persoon” trouwen.

Louis Hagemann is meteen in 1984 al in beeld en hij wordt in eerste instantie als getuige verhoord. Hij heeft een alibi, maar dat sneuvelt wanneer een taxichauffeur verklaart op zondagochtend een Hell’s Angel afgezet te hebben in de straat van het slachtoffer. Louis Hagemann voldoet aan het door de chauffeur opgegeven signalement en werd aangehouden. Hagemann bekent bij de woning geweest te zijn, maar houdt vol er niet binnen te zijn gegaan. Hij beweert vervolgens naar de tram gelopen te zijn en direct in lijn 24 gestapt te zijn. Zijn verhaal klopt echter ook nog eens niet met de dienstregeling van die dag en de trambestuurders van die ochtend menen hem niet vervoerd te hebben.

Na een aantal weken voorarrest komt hij vrij, wegens gebrek aan bewijs.

Op de valreep

Jarenlang ligt het onderzoek stil en de verjaringstermijn nadert met rassen schreden. In 2002 echter, met slechts nog een paar maanden te gaan, pakt een speciaal politieteam de zaak weer op. Misdaadjournalist Peter R. de Vries weet een ex-vriendin, Renetta van der Meer, van Louis Hagemann op te sporen die belastende verklaringen over hem aflegt. Met de verklaringen van de door de misdaadverslaggever aangeleverde getuige weet men de verjaring van de zaak te stuiten.

Het is echter bij lange na niet de enige getuige, die het verloop van deze zaak bepalen zou. Het is ook zeer zeker niet de enige verklaring, die leidde tot de veroordeling van Louis Hagemann.

Officier Nicole Voorhuis bijt zich in de zaak vast. Zij begint de vele losse eindjes in deze zaak te onderzoeken. Bewijsmateriaal blijkt verloren te zijn gegaan bij wateroverlast in het politiebureau, waar het lag opgeslagen, wat rest zijn twee sigarettenpeuken en het springtouw. Ze moet het dus vooral hebben van de vele getuigen en hun verklaringen. Die getuigen worden nog eens opgesnord, tot in het buitenland aan toe, en hun verklaringen worden naast elkaar gelegd.

Hagemann wordt opnieuw aangehouden en in 2003 wordt hij veroordeeld tot levenslang. Wat Corina Bolhaar betreft is voorbedachten rade niet te bewijzen, moord is dus uitgesloten en de verjaringstermijn voor doodslag is reeds verstreken. Wel acht men de moord op de kinderen bewezen. Voorbedachten rade leest men dan onder meer in het gegeven dat de verdachte in huis gezocht moet hebben naar middelen om de kinderen mee te verwurgen. Daarnaast zijn de aan de kinderen Bolhaar toegebrachte messteken niet in het wilde weg toegebracht, maar liggen de messteken juist erg precies vlak bij elkaar.

Wel klopt de modus operandi met de handelswijze van Hagemann, bekende van de politie, die bij veel geweldsincidenten betrokken was en daarbij mensen naar de keel greep of een mes trok.

Hij gaat in hoger beroep en in 2005 krijgt opnieuw een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Het is een vonnis dat de nodige controverse oplevert. Hagemann houdt vol onschuldig te zijn. Ybo Buruma maakte zich er nog boos om. Er volgt cassatie in 2006, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep.

Getuigen

Gedurende de zaak wordt een behoorlijk aantal getuigen gehoord. In het rechtbankverslag wordt zelfs naar een dertigste getuige verwezen. Een korte (nu ja, min of meer dan) bloemlezing wil ik u niet onthouden.

  • Een taxichauffeur (getuige 6) verklaart op zondag 4 maart 1984 omstreeks 06.25 het verzoek van de taxicentrale te hebben gekregen een klant op te pikken aan de H.J.E. Wenckebachweg 13 te Amsterdam; het clubhuis van de Hells Angels. De klant is een Hell’s Angel, een grote en grove kerel. Hij wil naar het Stadionplein en vraagt de chauffeur na de Tuyll van Seerooskerkenweg te stoppen. Dat verhaal wordt bevestigt door Hagemann tijdens een verklaring, die hij aflegt op 20 maart 1984. Hagemann zegt dan een paar maal te hebben aangebeld bij het latere slachtoffer.

  • Een voormalige vriendin van Louis Hagemann, Wil van W. en in de rechtbankverslagen “getuige 7”, verklaart ook het nodige. In de ochtenduren van maandagmorgen 5 maart 1984 staat Louis Hagemann onverwachts bij haar voor de deur. Hij draagt een jas over zijn clubkleuren heen. Louis meldt haar dat hij een paar dagen bij haar zou blijven omdat hij zich “wat rustig moet houden”; de politie is naar hem op zoek. Hij blijft inderdaad tot woensdag 7 maart en slaat die dinsdag de clubavond van de Hell’s Angels over. Op zijn jas zit een vlek en Hagemann vraagt Wil van W. die eruit te poetsen. Wanneer wil weggaat naar een kroeg om melk en een krant voor Hagemann te kopen is die jas verdwenen. In de tuin ligt er nog iets te smeulen. Louis Hagemann beaamt zijn bezoek aan Wil van H. in een van zijn verklaringen.

  • Wil van W. verkletst zich later tegen een andere vrouw (de latere getuige 8); Hagemanns jas zou onder het bloed gezeten hebben.

  • Een negende getuige is iemand die Louis Hagemann leert kennen wanneer beiden zijn gedetineerd in Den Bosch. In aanwezigheid van deze figuur vertelt Hagemann dat hij “een vriendin met twee koters het licht had uitgeblazen”. Hagemann zou daar vaker over gesproken hebben, hij werd kennelijk loslippig als hij gebruikt had.

  • Dat strookt met het relaas van getuige 11, die zelf als verdachte werd aangehouden in een ander onderzoek. Tijdens zijn verhoor vertelt hij de politie over Louis Hagemann, uit wiens mond hij gehoord had dat deze een vrouw en haar twee kinderen had vermoord.

  • Renetta van der Meer is getuige 10. Zij verklaart van 1996 tot 1998 een relatie met Hagemann te hebben gehad. Hij heeft haar, kennelijk in een vlaag van woede, verteld dat hij “al eens een vrouw en twee kinderen vermoord had” en noemde daarbij Corina bij haar voornaam. Die opmerking moest Van der Meer als waarschuwing dienen; hij voegde haar die toe terwijl hij haar mishandelde en waarschuwde dat haar hetzelfde kon gebeuren.

Novum

Er is een herzieningsverzoek ingediend, dat op dinsdag 19 november behandeld zal worden. Hagemanns advocaat, John Peters, wil de zaak graag heropend zien omdat de verklaringen van Renetta van der Meer in een kwade reuk kwamen te staan nu drie van haar exen, kennelijk onafhankelijk van elkaar, verklaren dat zij gezegd heeft dat ze een valse verklaring aflegde tegen Hagemann.

Erger; in zijn pleidooi beweert de advocaat dat Peter R. de Vries seksueel contact gehad zou hebben met “kroongetuige” Renetta. Iets dat de misdaadverslaggever zelf in alle toonaarden ontkent.

De Vries,op zijn beurt, beweert dat hij meermaals aangifte heeft gedaan vanwege bedreiging door Louis Hagemann en door diens aanhang jarenlang werd besmeurd, lastig gevallen en geterroriseerd.

De beschuldiging van seksuele escapades tussen De Vries en Renetta, gedaan door twee van haar ex-partners, maakt in elk geval dat de veroordeling van Louis Hagemann de laatste dagen weer helemaal hip in complottersland (1, 2, 3, 4, hoedje van…) en ik vermoed dat ’t zo nog wel even zal blijven.

In elk geval tot 19 november.