Minder, minder, minder

Gisteren wees de rechtbank vonnis in de zaak tegen PVV-voorman Geert Wilders. Grote afwezige was meneer Wilders zelf. Ook zijn advocaat, meester Knoops, maakte zijn opwachting niet.

Geert Wilders is voor zijn uitspraken op woensdag 19 maart 2014 veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar kreeg geen straf of maatregel opgelegd.

De belangrijkste vraag in dit proces is of de heer Wilders een grens over is gegaan. Die vraag is in dit vonnis beantwoord. Daarmee vindt de rechtbank dat voldoende recht is gedaan. Hij krijgt daarom geen straf.

De rechtbank houdt er rekening mee dat Geert Wilders een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger is, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer. Daarom meent de rechtbank dat hij al genoeg gestraft is door de schuldverklaring alleen en daarmee lijkt de rechtbank de geit en de kool te willen sparen.

Wat zei Geert Wilders ook al weer? 

Op 12 maart 2014, tijdens een interview op de Loosduinse markt in Den Haag, zei de heer Wilders: “Belangrijkste is toch voor de mensen hier op de markt de Hagenaars, Hagenezen en Scheveningers zoals Léon dat altijd netjes en terecht noemt. Voor die mensen doen we het nu. Die stemmen nu op een veiliger en socialer en in ieder geval een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen.”

Op 19 maart 2014 vroeg meneer Wilders aan een vooraf geïnstrueerd publiek: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” Zijn publiek scandeerde braaf “Minder, minder, minder!” Daarop zei de heer Wilders: “Nah, dan gaan we dat regelen”.

Meer dan zesduizend aangiften werden gedaan, wegens groepsbelediging, aanzetten tot haat en aanzetten tot discriminatie. Dat is het goed recht van de aangevers natuurlijk. In Nederland haal je je recht via de rechter, wanneer je meent onnodig en in strafrechtelijke zin gegriefd te zijn, en niet anders.

Groepsbelediging

Artikel 137c 

1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.  

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Tijdens Wilders’ Wilde Woensdagavond ging het dus opeens niet meer over criminele Marokkanen, zoals voordien. Het ging ook niet over Marokkanen in de bijstand. Het ging over Marokkanen in het algemeen: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” De meute liet zich gewillig mennen. Ik telde mee; zestien keer een gretig “minder!” Ik boog het hoofd en schaamde me diep en plaatsvervangend. Het zijn beelden die me deden denken aan de Weimarrepubliek, toen men zigeuners afschilderde als asociale en criminele elementen.

Omdat hij zich dus niet beperkte tot ‘criminele Marokkanen’ alleen acht de rechtbank dat een groepsbelediging ten aanzien van Marokkanen. Dat lijkt me terecht. Vervang ‘Marokkanen’ door een willekeurige andere groep mensen uit onze samenleving en het kan niet anders of u wordt daar ongerust van. Komaan, we proberen het even:

“Willen jullie in deze stad meer of minder gehandicapten/homoseksuelen/joden/vrouwen?” 

“Minder, minder, minder!”

“Nah, dan gaan we dat regelen”.

Niet eng? Nee? Echt niet ook maar een beetje ongerust? Het spijt me het te moeten zeggen maar dan moet uw moreel kompas herijkt.

Goed, terug naar artikel 137c uit ons Wetboek van Strafrecht. Omdat de uitspraak van tevoren was uitgedacht en het publiek van meneer Wilders van tevoren werd geïnstrueerd acht de rechtbank opzet aanwezig.

Context

De rechters hebben uiteraard overwogen of de gewraakte uitspraak in een zeker context bezien kan of moet worden, die maakt dat deze niet strafbaar is. Wordt een uitlating bijvoorbeeld tijdens een debat gedaan, ten behoeve van het maatschappelijk debat of uit geloofsovertuiging dan neemt dat gegeven het beledigende karakter van het gezegde weg.

Denkt u maar eens terug aan de zaak  (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam El-Moumni die op televisie verkondigde dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Een dergelijke context acht de rechtbank in de zaak tegen Geert Wilders niet aanwezig, zij ziet de gedane uitspraak op geen enkele wijze als een bijdrage geleverd aan enig publiek debat. Ook het verweer dat de uitspraken gezien moeten worden in het licht van het partijprogramma van de PVV hield bij de rechter geen stand; over Marokkanen in het algemeen is daar niets over terug te vinden.

Politieke arena en parlementaire onschendbaarheid

Ook een gekozen politicus staat niet boven de wet, en weet u? Dat is maar goed ook. Dat zo’n politicus zich voor een rechter moet verantwoorden maakt zijn proces ook zeker niet automatisch tot een politiek proces.

Wel moet ik u toegeven dat ik er moeite mee heb, dat deze kwestie niet in de politieke arena werd uitgevochten. Had de heer Wilders de tegenwoordigheid van geest gehad zijn uitspraak daar te doen, waar hij parlementaire onschendbaarheid als Kamerlid heeft, dan was het heel misschien nog tot een interessant maatschappelijk debat gekomen.

Aan de andere kant, bijkomend voordeel zou nu kunnen zijn dat we het eindelijk weer eens kunnen hebben over het pleidooi dat Femke Halsema in 2011 hield voor uitbreiding van de parlementaire onschendbaarheid, ook buiten de Tweede Kamer en Eerste Kamer, “overal waar een Kamerlid uit hoofde van zijn functie het woord voert”.

Vrije meningsuiting

Ook de rechters beseffen zich terdege dat onze vrije meningsuiting een groot goed is en deze een fundament is onder onze democratische samenleving. Onze denkbeelden en opvattingen mogen anderen choqueren, verontrusten en zelfs kwetsen.

De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting is in Nederland nochtans niet absoluut (nooit geweest ook), maar wordt ingekaderd door wetgeving zoals die tegen laster, smaad of bedreiging. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden staat die begrenzing van de vrije meningsuiting door wetgeving toe.

 Artikel 7 Grondwet

1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Aanzetten tot haat of discriminatie

Artikel 137d 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd. 

Geert Wilders riep op geen enkele manier op mensen wat aan te (laten)  doen, voor het aanzetten tot haat is dan ook geen enkel bewijs – en daar werd hij dan ook voor vrijgesproken. Wat de heer Wilders riep op 19 maart 2014 heeft volgens de rechters een discriminatoir en opruiend karakter. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met zijn publiek schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot discriminatie. 

De rechtbank acht Geert Wilders dan ook schuldig aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Zij legt geen straf of maatregel op en benadeelde partijen kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding, want zij werden niet persoonlijk geschaad.

De rechtspraak

De rechtspraak is net zo goed een fundament onder onze democratische samenleving. Ook daar moeten we dan ook zuinig op willen zijn. Dat wil overigens zeker niet zeggen dat we ’t met uitspraken niet oneens mogen zijn of we ons bij elke uitspraak klakkeloos neer dienen te leggen. Daarom is de rechtspraak dan ook openbaar, het is juist de bedoeling dat we er wat van vinden en haar op die manier controleren.

Dat Geert Wilders het oneens is met zijn veroordeling ligt in de lijn der verwachtingen. Dat gebeurt vaker, daarom is een hoger beroep altijd een mogelijkheid. Niet zelden wordt er in hoger beroep anders geoordeeld dan in eerste aanleg.

Rechters toetsen aan de bestaande wetgeving, maar ze maken die wetgeving niet. Zijn we het fundamenteel oneens met een stuk wetgeving, dan staat het ons vrij een wetswijziging te beijveren, via het parlement. De heer Wilders, als gekozen volksvertegenwoordiger, volbloed politicus en fractievoorzitter van de PVV in de Tweede Kamer, weet dat natuurlijk als geen ander.

Geert Wilders sprak de rechters, die hem veroordeelden, boos toe: “U heeft miljoenen Nederlanders hun vrijheid van meningsuiting ingeperkt en daarmee eigenlijk iedereen veroordeeld. Niemand vertrouwt u meer”. Op Twitter fulmineerde hij: “Drie PVV-hatende rechters verklaren Marokkanen tot ras en veroordelen mij en half Nederland. Knettergek”.

Wie het vonnis leest echter, gewoon van begin tot eind, leest anders. Louter juridische overwegingen, zoals het hoort.  Dankzij onze onafhankelijke en openbare rechtspraak kunt u dat zelf verifiëren, hier: Klikkerdeklik. De vrijheid van meningsuiting was in beginsel al niet absoluut en is door dit vonnis zeker niet verder ingeperkt. Ik mocht al geen groepen mensen opzettelijk beledigen en dat mag ik nu nog steeds niet.

Het zou kunnen dat wij, als maatschappij, willen naar een ruimere of zelfs absolute vrijheid van meningsuiting. Voor ons allemaal als geheel of politici in het bijzonder.

Die kwestie hoort alleen niet in de rechtszaal thuis, daarvoor moet u in het parlement zijn.

Strafeis Gerard T.

De afgelopen twee dagen stond Gerard T. weer voor de rechter. De man staat terecht voor vier gevallen van verkrachting, maar wordt verdacht van nóg eens achttien aanrandingen en verkrachtingen. In drie van die vier verkrachtingszaken is ’s mans DNA doorslaggevend bewijs, in de vierde is dat zijn modus operandi.

Die andere zaken worden deels niet meegenomen in het strafproces vanwege een gebrek aan steekhoudend bewijs. Een deel is verjaard; het delict verkrachting verjaart in Nederland pas sinds 2013 niet meer.

Gerard T., die bekend zou komen te staan als de Utrechtse serieverkrachter, sloeg voor het eerst toe op 5 september 1995. In 1995 en 1996 verkrachtte hij zes vrouwen en probeerde dat bij nog eens twaalf. Hij had het gemunt op jonge vrouwen, een aantal was net 16 jaar toen hij hen greep. Hij was gewelddadig en vernederde zijn slachtoffers.

Hij bereidde zijn misdrijven goed voor, zo knipte hij van tevoren gaten in afrasteringen om een vluchtweg zeker te stellen. Soms droeg hij een nylonkous over zijn hoofd, in andere gevallen verbood hij zijn slachtoffers hem in het gezicht te kijken. Hij naderde zijn slachtoffers van achteren, eerst op een fiets en later met een scooter, en nam ze onder bedreiging met een mes een bos in om hen daar te verkrachten – oraal, vaginaal en anaal. De handen van zijn slachtoffers bond hij met witte tie-wraps vast. Bij het verkrachten ging hij bruut te werk, zo gebruikte hij zelfs een fietspomp. Hij gebruikte geen condoom, het DNA dat als bewijs is aangevoerd bestaat uit spermasporen.

Zo plotseling als de serie verkrachtingen begon, zo plotseling leek deze ook te eindigen. Tot Gerard T. in 2001 weer toesloeg en een vrouw van haar fiets reed. Wanneer hij twee maanden later een meisje van zestien jaar te grazen neemt en haar meerdere malen verkracht is het zeker: De Utrechtse serieverkrachter is terug. Het kind wordt uren later onderkoeld en aan een boom vastgebonden gevonden, haar mond met tape dichtgeplakt.

Het is dat ze gevonden werd, maar als het aan Gerard T. gelegen had dan had ze daar het leven kunnen laten en had haar ontzielde lichaam daar nu nog aan die boom kunnen hangen. Hij liet het kind achter als oud vuil.

Een inkijk in de geest van het beest

Gerard T. zwijgt nog altijd stoïcijns, net als op de eerste zitting op 27 oktober het vorige jaar. Hij verscheen voor de rechtbank met een capuchon over het hoofd. Zwijgend en, op het oog, onaangedaan hoorde hij afgelopen maandag de emotionele verklaringen van zijn slachtoffers aan. Dat stilzwijgen tekent hem, vind ik. Tegen zijn slachtoffers had hij juist veel praatjes, hij bedreigde hen en sloeg obscene taal tegen hen uit: “Kun je pijpen? Dan leer je dat maar!”

De geestesgesteldheid van Gerard T. is onderzocht in het Pieter Baan Centrum en daaruit is gebleken dat hij geen psychische stoornis heeft. Hij kwam op de onderzoekers over als ‘een sociaal voelende man met normen en waarden, met een goede impulsbeheersing en goede agressieregulatie’. Dat betekent dat TBS in beginsel niet opgelegd kan worden.

Omdat Gerard T. ook in het Pieter Baan Centrum zijn kaken op elkaar hield kunnen deskundigen niets zeggen over toerekeningsvatbaarheid ten tijde van de verkrachtingen waar hij van verdacht wordt. Ook kunnen ze niets zeggen over de kans op herhaling.

Het gegeven dan hij jarenlang slachtoffers maakte en na een korte stop van vijf jaar opnieuw toesloeg lijkt mij wat dat betreft veelzeggend genoeg.

Zo zwijgzaam als Gerard T. in de rechtszaal en het Pieter Baan Centrum was, zo spraakzaam was hij tegen een medegedetineerde. Tegen die medegedetineerde, een undercover-agent zo blijkt nu, heeft Gerard T. gezegd dat hij de Utrechtse serieverkrachter is. Hij was er kennelijk nog trots op ook, hij deed er ‘gewichtig’ over en liet zich er daarbij op voorstaan dat hij nooit condooms gebruikte bij zijn misdaden.

Gerard T. trouwde in 1990, ten tijde van de verkrachtingen was hij dus ‘gewoon’ getrouwd. Zijn dochter beschrijft hem als “agressief en onderdrukkend”. Hij mishandelde zijn inmiddels ex-vrouw (ze scheidden in 2010). Hun dochter was getuige van dat huiselijk geweld, hetgeen op zichzelf evengoed een vorm van huiselijk geweld is. Hij verklaarde dat hij ten tijde van de verkrachtingen veel dronk, maar zijn ex-vrouw heeft laten weten dat daar geen sprake van was.

Tot zo ver dus die ‘sociaal voelende man met normen en waarden, met een goede impulsbeheersing en goede agressieregulatie’

Hij verschuilt zich voorts achter PTSS, door misbruik in zijn kinderjaren en een moeilijke jeugd, maar de onderzoekers van het Pieter Baan Centrum hebben daar niets van kunnen ontdekken. Vlak voordat hij verplicht DNA af moest komen staan heeft hij een zelfmoordpoging gedaan. In die tijd maakte hij wat zoekslagen op het Internet, met zoektermen als ‘serieverkrachter’ en ‘uitkering tijdens detentie’.

Calculerende klootzak.

Strafeis

Het Openbaar Ministerie heeft een gevangenisstraf geëist van 16 jaar, het maximum in gevallen als deze. De maximum straf die een rechter een verkrachter op kan leggen is namelijk 12 jaar. Voor het ‘meermaals gepleegd’ kan de rechter die straf met een derde verhogen.

Artikel 242

Hij die door geweld of een andere feitelijkheid of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid iemand dwingt tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt als schuldig aan verkrachting gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren of geldboete van de vijfde categorie. 

Een gevangenisstraf van 16 jaar dus voor vier gewelddadige verkrachtingen. Een berekenende dader, die voorbereid en met voorbedachten rade op pad gaat. Een slachtoffer van 16 jaar.

Indien opgelegd zal Gerard T. van die gevangenisstraf (minus de tijd in voorarrest) twee derde uitzitten. Als het een beetje tegenzit kan hij dus over tien jaar alweer op vrije voeten zijn. Dat staat natuurlijk in geen enkele verhouding tot die vier brute, gewelddadige verkrachtingen.

Het onderliggende probleem is dat er geen mogelijkheid bestaat straffen te stapelen bij dit soort zware delicten. Ik schreef het eerder al eens; Of een monster als Robert M. acht of tachtig slachtoffers maakt zien we in een verschil in strafmaat te weinig terug.

En weet u? Dat zegt wat over Nederland, onze maatschappij en onze rechtstaat. Let wel, daarbij zit niemand natuurlijk te wachten op Amerikaanse onzinstraffen van honderden jaren. Ook ik niet. Dat laat onverlet dat ook hier de verhoudingen soms een beetje zoek zijn. Dat verdient remedie.

De rechtbank doet op 12 februari uitspraak.

Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde op alle fronten niet

Ah, kijk aan, daar is het langverwachte oordeel van de commissie-Oosting over de deal die toenmalig officier van justitie Fred Teeven maakte met drugscrimineel Cees H.

De onderzoekscommissie-Oosting, speciaal in het leven geroepen om onderzoek te doen naar de ‘Teevendeal’ presenteerde vandaag haar eindrapport (PDF).

Wie was Cees H. ook alweer?

Cees H. was in de jaren ’80 en ’90 een van de naaste medewerkers van Johan
V. (de ‘Hakkelaar’). Cees H. importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daarna stortte hij zich op de import van en handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in cocaïne kreeg hij acht jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna onder een valse naam in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld voor het organiseren van drugstransporten. Daar kreeg hij vier jaren gevangenisstraf voor opgelegd en de eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse en Belgische bankrekeningen en liet deze bevriezen.

Saillant detail: Op 20 oktober 1994 deed H. weer een ontsnappingspoging. Met semtex wilde hij
een uitbraak forceren, maar dat mislukte. De semtex zou naar binnen zijn gesmokkeld door een gevangenisbewaker, die later daarvoor een jaar gevangenisstraf kreeg. Voor zijn uitbraakpoging kreeg H. nog eens twee jaar gevangenisstraf opgelegd.

Meneer Teeven bezocht Cees H. in de EBI in Vught op 21 mei 1995, omdat meneer H. hem ‘iets te vertellen had’. Wát, dat wil meneer Teeven tot op de dag van vandaag niet vertellen, ook niet aan de commissie-Oosting. Cees H. moet inlichtingen verstrekt hebben die vallen onder het ambtsgeheim van de heer Teeven en te maken gehad moeten hebben met de veiligheid van onder meer de heer Teeven zelf.

Fred Teeven werd in die tijd bedreigd. De bende van de Hakkelaar wilde in de jaren negentig zelfs de kinderen van toenmalig officier van justitie Fred Teeven ontvoeren, zo valt er in het onderzoeksrapport te lezen. Daarnaast zou meneer H. door meneer Teeven gevraagd zijn tegen Johan V. te verklaren.

De ‘Teevendeal’ 

Er kwam echter een kink in de kabel: kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven sloot daarom vijftien jaar geleden een deal met drugsbaron Cees H.

De heren kwamen tot een schikking waarbij Cees H. 750.000 gulden (een schijntje naast die 500 miljoen aan oneerlijk verdiend bloedgeld) aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen aan bloedgeld stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Let wel: als u of ik zo iets zou doen dan heet dat gewoon ‘witwassen’.

Het bonnetje

Wat er precies op die Luxemburgse rekeningen stond, daar werd lang geheimzinnig over gedaan. Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers ging het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

Lastige bijkomstigheid was dat oud-minister Opstelten het bonnetje van die transactie kwijt was. Of althans, dat heeft hij altijd beweerd. Toen waren daar opeens de speurneuzen van het programma Nieuwsuur, die bewezen dat wie zoekt toch zal vinden.

De onthullingen van Nieuwsuur op 11 maart 2014 leidden tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. Écht niet. Heus. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie.

Gelukkig had oud-topadvocaat Piet Doedens zijn administratie beter op orde.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Op maandag 9 maart 2015 om tien uur ’s avonds maakten de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten en de toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven bekend af te treden. Gestruikeld over een bonnetje.

De Tweede Kamer was echter nog niet klaar met beide heerschappen. Ze verzocht de regering een onafhankelijke commissie van onderzoek op te tuigen en deze onderzoek te laten doen naar de schikkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de heer Cees H. en het aandeel van de heer Teeven daarin.

Resultaten van het onderzoek

Het is gênant te lezen hoe de leden van de onderzoekscommissie de stukken, die betrekking op de zaken hebben, aantrof. De documentatie van het Openbaar Ministerie was incompleet, er zaten stukken tussen die helemaal geen betrekking hadden op Cees H. en betalingsgegevens van de schikking zaten in het verkeerde dossier, te weten dat van de semtex-zaak uit 1994.

Het relaas van twee jaar lang ordinair handjeklap tussen Justitie en Cees H. vind ik stuitend. De voorstellen over en weer, het geheimzinnig gedoe, en dan het negeren van een advies van de Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, dat al aangaf dat het voorstel in enkele verhouding stond tot het door Cees H. wederrechtelijk verkregen voordeel. Verschillende ministers hebben van deze zaak geweten (in 2002 werden de eerste Kamervragen over Cees H. gesteld!), maar niets gedaan. Al in 2002 was de vermelding van het bedrag van twee miljoen gulden in de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer feitelijk onjuist.

Uiteindelijk zou gratie verleend worden voor de veroordeling uit 1985, voor de handel in cocaïne, en werd Cees H. achttien maanden van deze straf kwijtgescholden. De twee jaar voor zijn uitbraakpoging met semtex hoefde hij ook niet uit te zitten.

Alhoewel het college van procureurs-generaal op 26 januari 2000 besloot dat het overleg met de Belastingdienst wél plaats diende te vinden (dit in overeenstemming met haar eigen Richtlijn ontneming) werd de fiscus dus nadrukkelijk in het ongewisse gehouden. Iets waar toenmalig minister in het Kamerdebat van 13 maart 2014 over zou liegen tegen de Tweede Kamer.

Erger, tijdens dat debat zou hij zich ook nog eens op het standpunt stellen dat het Openbaar Ministerie wat hem betreft de vrijheid had af te wijken van wetgeving die het zelf in het leven had geroepen.

Samenvattend, ontkomt de Onderzoekscommissie niet aan het oordeel dat de ontnemingsschikking de toets van de kritiek niet kan doorstaan, zowel naar de inhoud, als uit een oogpunt van totstandkoming en afwikkeling.

Het heeft allemaal schrijnend weinig te maken met recht of rechtvaardigheid.

Het menselijk roofdier

Hij is zo’n goedzak. Hij is terughoudend, maar als het ijs eenmaal gebroken is dan blijkt achter zijn onzekere schuchterheid een lieve, zachtmoedige ziel schuil te gaan. Hij doet soms wel stoer, maar hij is het stiekem niet. Er klopt maar een klein hartje in zijn brede borst. Daarnaast hangt hij erg aan me en dat ontroert me. Wanneer ik thuiskom van mijn werk laat hij duidelijk merken hoe erg hij me gemist heeft. Op zijn eigen manier, maar toch. Ik kan hem lezen als een boek.

Dacht ik. Tot hij eerder deze week een moord pleegde. Ik was in shock. Ik heb me laten leiden en in slaap laten sussen door zijn aaibare voorkomen. Nu is dat in mijn geval zonder al te verstrekkende gevolgen gebleven. Het gaat hier om een van mijn huiskatten die, met door mij onverwachte moordzucht, een koolmeesje omlegde. Geërgerd vond ik mezelf een domme doos, want hij is en blijft een roofdier ook al ligt hij ’s avond graag in zijn hangmatje tegen de warme radiator aan geschurkt en eet hij beschaafd voer uit blik. Hoe kon ik dat vergeten?

Maar dit is het wel probleem met mensen hé? We denken een ander te kennen, hem goed in te kunnen schatten naargelang het beeld dat we van hem hebben. Soms ook, horen we vooral datgene dat we wíllen horen. Daarbij laten we onszelf ook nogal eens in de maling nemen, door schone schijn. We projecteren onze eigen belevingswereld graag op anderen en vervallen al te gauw in de fout te denken dat een ander net zo denkt als wij. Zelfs dieren neigen we op die manier te vermenselijken, en die neiging is zo wijdverbreid dat ze een eigen naam gekregen heeft; ‘antropomorfisme’. Vice versa hebben we moeite het roofdier in de mens te herkennen.

Totdat alle (al dan niet ingebeelde) gemeenschappelijke grond wegvalt en de ander blijk geeft van een belevingswereld die wij, binnen het raamwerk van de onze, niet bevatten kunnen.

Volkert van der Graaf

Dat bleek deze week ook al in de kwestie van Volkert van der Graaf  en de foto, die paparazzo Ferry de Kok van hem maakte. Was u ook zo ondersteboven van de uitzending van Brandpunt? Had u verwacht dat hij, na het uitzitten van twaalf van de achttien hem opgelegde jaren gevangenisstraf, als milder en berouwvol mens aan zijn resocialisatie in onze maatschappij begonnen was? Had u gedacht dat hij de kans, die hij met zijn voorwaardelijke invrijheidstelling kreeg, dankbaar aan zou pakken?

Niets van dat al. ‘Natuurlijk niet’ zou ik willen zeggen, maar zelfs met mijn wantrouwige natuur was ik nog verrast over ’s mans verwerpelijke houding, verwaten opvattingen en tomeloze arrogantie. Daarbij, gevangenissen maken veroordeelden nu eenmaal niet tot beter mens. De notie dat ze dat wel zouden doen is een klassiek voorbeeld van magisch denken.

Anyway, terug naar meneer Van der Graaf. De onderzoekers van het Pieter Baan Centrum beschreven hem in 2003 nog als “overdreven gewetensvol” en “scrupuleus”. Als hij dat toen al was, dan heeft hij daar nu in elk geval geen last meer van. Werken wil hij niet, daar lijkt hij zich zelfs te goed voor te voelen. Wel wil hij zijn hand ophouden bij de samenleving, die hij al zoveel schade berokkende. Eerlijk werk vindt hij dwangarbeid. Hij geniet dus een uitkering en om die maximaal uit te kunnen melken woont hij een deel van de week op zichzelf, weg van zijn gezin. Zou hij een baan zoeken, dan moet hij proceskosten betalen en daar heeft hij geen zin in. Berekenend en uitgenast doet hij er alles aan om het de Reclassering en het UWV moeilijk te maken en het hele rechtssysteem uit te buiten.

Volkert van der Graaf geeft het ruiterlijk toe: Hij speelt een spelletje, neemt die instanties in de maling en leeft daar goed van. Hij hoeft daarvoor eigenlijk niets anders te doen dan mensen te vertellen wat ze willen horen.

Wat die uitkeringsfraude betreft is hij er een van velen. Heeft u enig idee hoeveel we in dit landje frauderen? De Rekenkamer berichtte in 2013 over schattingen (bij gebrek aan harde cijfers):

• Belastingfraude minimaal 4 miljard euro
• Zorgfraude ongeveer 2 à 3 miljard euro
• Sociale uitkeringsfraude ongeveer 1 miljard euro

Het vervelende daarvan is nog wel dat buitengemeen veel van die fraudeurs helemaal geen criminelen zijn à la Volkert van der Graaf. Het gros is gewoon huis- tuin- en keuken-Nederlander.

De kwetsbare samenleving

Onze samenleving en de diverse systemen die we daarin ingebed hebben om in sociale zekerheden en veiligheid te voorzien zijn vaker kwetsbaar gebleken voor mensen die dat spelletje mee weten te spelen. Dat is een relatief klein probleem wanneer mensen misbruik maken van het sociale vangnet dat uitkering heet, maar het is een schreeuwerige-chocoladeletters-groot probleem wanneer er doden vallen. Zoals met de jeugd-tbs’er die ervan verdacht wordt een 48-jarige Tilburger doodgeschoten te hebben tijdens, jawel alweer, een verlof.

Problemen met tbs’ers op verlof, daar kan ik inmiddels een schier oneindige lijst van opdreunen. Van Dannyboy T.Saban B. en Murat O., Nabil F., Johannes van T. tot de verlofganger die in een Udense Hema op een winkelende vrouw instak – en dit zijn dan alleen de zaken waar ik over geschreven heb.

Natuurlijk zou het verneukeratief zijn om daar niet bij te vermelden dat ieder jaar zo’n 50.000 ‘verlofbewegingen’ plaatsvinden. Procentueel gezien valt het aantal onttrekkingen reuze mee. De meeste tbs’ers die zich aan hun verlof onttrekken keren na  een kort uitje ook uit eigen beweging weer terug. Daarbij, tbs werkt. Het recidivecijfer voor ex-tbs’ers veel lager is dan voor veroordeelde niet-tbs’ers.

Nog verneukeratiever zou het zijn om u er niet bij te vertellen dat het uitermate waardevol is mensen te resocialiseren nadat ze een misdaad pleegden en daarvoor hun straf uit zaten. De Reclassering, zoals we die in Nederland kennen, heeft daarbij haar waarde ruimschoots bewezen.

En, met het risico dat u mij nu volledig als zijnde een geitenwollen sok afschrijft, werkstraffen, blijken een goedkopere en effectievere manier om te straffen én recidive te voorkomen dan gevangenisstraf, niet in het minst omdat bij een werkstraf nadruk ligt op resocialisatie en re-integratie.

Ik heb familie met een draaideurabonnement bij Justitie. Niet een van zijn vele logeerpartijen in een van onze staatshotels heeft hem tot een beter mens gemaakt. Net als meneer Van der Graaf voelt hij zich te goed voor “de sleur” van een arbeidzaam leven, heeft hij een asociale persoonlijkheid en meent hij dat de rest van de samenleving hem maar moet onderhouden. Sterker, hij vindt dat hij gewoon recht heeft op geld. Juist dat slag zou gebaat zijn bij werken-voor-zijn-geld en de waardevolle, bijkomende les dat deze maatschappij hen niets verschuldigd is.

Alleen, die werkstraffen komen niet tegemoet aan de behoefte tot genoegdoening die (potentiële) slachtoffers en de samenleving voelen.

Hetgeen overigens niet uitsluit dat er altijd mensen zullen zijn die niet mee willen werken, ongeneeslijk onverbeterlijk of zelfs in het geheel niet te ‘repareren’ zijn.

Justitie

Hoe verleidelijk ook, incidenten zoals met die ontsnapte tbs’ers en de klaplopende Volkert van der Graaf, mogen ons het kind niet met het badwater doen weggooien. Het systeem werkt, maar het is mensenwerk. Mensen maken (inschatting-) fouten. Daar moet iedereen in de hele keten van willen leren.

Dat vraagt openheid en transparantie. Fair play. Integriteit. Eerlijk af willen rekenen op misstanden.

En dat is dus heel iets anders dan in het geniep afspraken maken met paparazzi en het volk en haar vertegenwoordigers verkeerd voorlichten.

"Schiet hem kapot, schiet hem kapot!"

Op 28 maart 2014 pleegden twee mannen een overval op juwelier Goldies in Deurne. Goldies wordt gedreven door een echtpaar, Willy en Marina Sanders. Een van de twee mannen stapte omstreeks 18:36 de juwelierszaak binnen en werd in eerste instantie te woord gestaan door mevrouw. Zij riep echter haar man erbij om de ‘klant’ te woord te staan en zelf ging zij naar een achter de winkel gelegen ruimte.

Ze had haar hielen nauwelijks gelicht of de tweede man stapte de juwelierswinkel binnen en hij was gewapend met een pistool. De eerste man bleek een busje pepperspray bij zich te hebben en het eerste dat hij deed, toen zijn kompaan binnenkwam, was daarmee in het gezicht van de juwelier spuiten. Er ontstond direct een vechtpartij tussen een van de twee overvallers en de juwelier. Tijdens die worsteling wist de juwelier zijn belager diens pistool afhandig te maken. De tweede overvaller probeerde onderwijl de ruimte in te komen, waar de juweliersvrouw zich verschanst had.

In de achtergelegen ruimte heeft de vrouw de vechtpartij dan echter al gehoord, zij hoort een van de overvaller roepen “Schiet hem kapot, schiet hem kapot!” en zij ziet op camerabeelden haar man met pepperspray bespoten worden. In blinde paniek pakte ze een vuurwapen, dat daar lag. Het was namelijk niet voor het eerst dat Goldies werd overvallen en dus had haar echtgenoot zich bewapend. Het echtpaar had dat vuurwapen illegaal in bezit en was niet in het bezit van een wapenvergunning.

Enfin, de vrouw wist vier maal te schieten, dwars door de deur heen en door de deuropening. Dat deed ze niet onverdienstelijk: Een overvaller raakt zij meerdere keren en de ander eenmaal. Ook haar eigen man raakte ze, in een van zijn handen.

Beide overvallers verloren het leven en gelukkig kon het juweliersechtpaar ook deze overval navertellen. Daarbij moet u weten dat gemiddeld een juwelier per jaar dat níet kan.

Abdel H.

Een van de doodgeschoten overvallers heette bij leven Abdel H. Na zijn verscheiden, dat hij uiteindelijk toch geheel en al aan zichzelf te wijten had, gebeurde er iets wonderlijks. Niet alleen werd hij herdacht in de Al Fourkaan-moskee in zijn woonplaats Eindhoven, maar in de pers verscheen ook nog eens een heel in memoriam, waarin een beeld geschetst werd van een “vriendelijke jongen in geldnood”, naïef en beïnvloedbaar, moeilijke jeugd gehad en gek op voetbal.

In weerwil van de gegevens dat die vriendelijke jongen een goede bekende was van de plaatselijke Hermandad en al eens eerder een gewapende overval verpleegde werd er een demonstratie gehouden voor Abdel H. en zijn kompaan. “Marina is een moordenaar” scandeerden de tientallen demonstranten en “Wat moet er gebeuren? Straffen, straffen straffen … “

Ik maakte me daar destijds al een beetje boos over. Dat geneuzel over ordinaire overvallers die van die goeie jongens waren, daar moet ik niet zo veel van hebben. Goeie jongens plegen geen overvallen. Dat zo’n engnek bij leven toch wel liev voor zijn moeder was doet daar echt niets aan af.

Daarbij, wie een overval pleegt of inbreekt in een woning neemt willens en wetens een aantal risico’s. Dat het beoogde slachtoffer zich niet lijdzaam laat overvallen of beroven bijvoorbeeld. Dat het beoogde slachtoffer heel wel hardhandig zou kunnen zijn in zijn verzet, ook zo iets. Betrapping door een agent behoort ook tot de mogelijkheden en jawel, die zou best eens op je kunnen schieten. Of zijn diensthond de opdracht te geven je bij je kladden te pakken als je dan toch niet luisteren wilde. Dat is echt risico van het vak, hoor. Mijn sympathie heb je sowieso niet.

Ik heb ook veel liever dat een slachtoffer het na kan vertellen dan een dader, als ik toch moet kiezen. Ieder mensenleven telt, maar dat van agressors als deze net een beetje minder zwaar dan dat van een onschuldig slachtoffer.

Rechtsvervolging juwelier

De juwelier zelf werd vervolgd en veroordeeld voor verboden wapenbezit. Hij kreeg honderd uur werkstraf en een voorwaardelijke celstraf van drie maanden voor het aanschaffen van dat vuurwapen. Terecht, hoe hard ook. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik ’s mans angst niet begrijp, maar illegaal wapentuig in huis halen is ook niet goed.

Het Openbaar Ministerie concludeerde daarnaast dat mevrouw Sanders het vuur opende uit noodweer om haar echtgenoot te verdedigen en besloot haar daarom niet te vervolgen.

De zus van een van de overvallers en de moeder van de andere dachten daar echter heel anders over en zij namen advocaat Ficq in de arm, om een zogeheten artikel-12-procedure aan te spannen. Behalve de traumatiserende ervaring van de overval leefde mevrouw Sanders dus maandenlang met de onzekerheid van het juridische zwaard van Damocles der vervolging boven het hoofd. Dat zou ik toch secundaire victimisatie willen noemen.

Goed. Het gerechtshof in Den Bosch boog zich dus over de zaak en ook het hof komt tot de conclusie dat mevrouw Sanders met succes een beroep op noodweer kan doen en strafvervolging in dit geval niet aangewezen is. Er was sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding, waartegen verdediging geboden was. Die ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding bestond eruit dat beide heerschappen “gewapend met onder meer een vuurwapen de winkel betraden met het onmiskenbare doel deze gewelddadig te overvallen en dat zij direct de confrontatie zijn aangegaan, waarbij zij buitensporig geweld toepasten, te weten onder meer het spuiten van pepperspray, het dreigen met het vuurwapen en – naar de verklaring van beklaagde – het uitroepen van de woorden: “Schiet ‘m kapot, schiet ‘m kapot”.”

De beide vonnissen leest u hier: 1 en 2.

Mevrouw Sanders wordt dus definitief niet vervolgd. Gelukkig maar, want dat zou toch al te dwaas geweest zijn. Hopelijk kunnen zij en haar man de hele zaak nu achter zich laten en verder met hun leven. Ik wens hen in elk geval sterkte.

Dat wens ik de nabestaanden van Abdel H. en diens kompaan ook. Het is vreselijk een zoon of broer te verliezen, ook al was het hun eigen rotschuld. Dat maakt het verlies er ongetwijfeld niet minder op.

Laat dat arme juweliersechtpaar verder met rust. Niemand vraagt erom op zo’n brute manier te worden overvallen, noodweer was hun goed recht. 

Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Loverboys en hoerenlopers: Zedenzaken Valkenburg openbaar

Vandaag begint het proces tegen 29 mannen die in een Valkenburgs hotel seks hadden met een 16-jarig meisje. Dat is uniek, nooit eerder werden de ‘klanten’ van een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken zo en masse vervolgd. Morgen begint de inhoudelijke behandeling van de zaak, maar vandaag is de zogeheten regiezitting.

In de aanloop naar morgen een resumé van wat de #Seksaffaire van Valkenburg is gaan heten, maar eigenlijk een schoolvoorbeeld is van een ‘loverboyzaak’.

Beide termen zijn overigens hopeloos eufemistisch want bij loverboys is de ‘love’ altijd ver te zoeken en ‘affaire’ klinkt lang niet zwaar genoeg om de ware aard van de gebeurtenissen te beschrijven.

Vermissing

Op 10 oktober 2014 schakelde een bezorgde vader een recherchebureau in omdat zijn 16-jarige dochter sinds twee dagen vermist werd. Het meisje had een relatie met een 21-jarige Iraans-Nederlandse jongen, ‘Atje’, waar ze smoorverliefd op was en haar ouders waren op die relatie tegen. Ze was, zoals vaker, weggelopen en had haar vader telefonisch laten weten dat ze België zat. De politie kon op dat moment nog niet veel voor hem betekenen.

Het recherchebureau Zuidema wist haar telefoon te traceren en het meisje bleek zich in de omgeving van Valkenburg op te houden. Via een kennis hoorde de vader vervolgens van een website Kinky.nl, een virtuele marktplaats voor prostituees, waarop zijn dochters foto bij een advertentie bleek te prijken. Onder de naam ‘Kimberley’ en er stond een telefoonnummer bij. De vader wendde zich opnieuw tot de politie, die met de nieuwe informatie wel aan de slag kon en een intensieve zoekactie op poten zette.

Inval

Nog in oktober 2014 deed de politie een inval in een appartement van het Valkenburgse hotel Botterweck waar het meisje te werk gesteld werd door de hoofdverdachte. Dat is Armin A., zoals ‘Atje’ in werkelijkheid blijkt te heten. Ze betrapten een klant in flagrante delicto en troffen Armin A. aan op het toilet. De politie nam de mobiele telefoon van Armin A. in beslag en vond daar de telefoonnummers van veel van zijn ‘klanten’ in. Niet alleen dat, de politie vond ook nog eens tientallen gebruikte condooms in een prullenbak in die kamer.

Ging men eerst uit van zo’n vijftig (!) mannen, die in een periode van tien dagen ontucht pleegden met die minderjarige, al gauw moest men dat cijfer bijstellen naar tachtig (!!). Jazeker, die mannen stonden letterlijk in de rij. Van een vijftigtal wist het Openbaar ministerie de identiteit te achterhalen. Alle bekende ‘klanten’ werden gehoord als verdachte en als getuige tegen Armin A.

Achtergrond

Inmiddels weten we meer van hoe dat meisje in die hotelkamers belandde. Het meisje had dus een relatie met ‘Atje’, ze was verliefd tot over haar bakvissenoren, en haar ouders keurden die relatie af. Atje gaf haar aandacht, charmeerde haar en maakte haar (emotioneel) afhankelijk, om haar uiteindelijk harteloos te manipuleren.

Atje verbrak daartoe op gegeven moment de relatie en alle contact met het meisje.  Het meisje probeerde na de breuk met haar Atje wanhopig toenadering met hem te zoeken en uiteindelijk “zwichtte” hij; Atje wilde haar wel ontmoeten, maar dat zou haar wel honderd euro per keer kosten.

Vanaf dat punt lopen de lezingen van het gebeurde uiteen. Volgens het Openbaar Ministerie kwam Atje “spontaan” op het idee dat ze dat geld wel kon verdienen door zich te prostitueren, volgens de raadsman echter bedacht het meisje zelf met dat plan voor de prostitutie zijn gekomen. Atje zou dat volgens die raadsman in eerste instantie geweigerd hebben, maar uiteindelijk “ter bescherming” geholpen hebben door een geschikte ruimte te zoeken en klanten op te halen. Ook onderhandelde Atje met die klanten over prijzen, de duur van hun ‘bezoek’, en de te leveren diensten.

‘Kimberley’ mocht van Atje geen contact meer opnemen met haar ouders. Tegen de wil van het meisje stelde hij potentiële klanten voor dat zij met meerdere personen tegelijkertijd seks met haar konden hebben en dat die seksuele handelingen ook wel zonder condoom mochten gebeuren. Ze had niks te vertellen, zo veel is inmiddels wel duidelijk.

Het meisje zelf legde twee verschillende verklaringen af. In het eerste geval verklaarde ze vrijwillig seks te hebben gehad, maar in het tweede verklaarde ze het tegenovergestelde. Wat op zich niet veel uitmaakt, Atje wist dat ze nog geen achttien was en toch speelde hij haar pooier. Een minderjarige kán daar helemaal geen toestemming voor geven of mee instemmen.

Houding Openbaar Ministerie

Opvallend van de harde lijn van het Openbaar Ministerie, dat van meet af aan lieten weten zich niet geroepen te voelen discreet om te gaan met de identiteit van de verdachten. Het OM liet de verdachten de keuze; ze konden zichzelf melden of bezoek aan huis verwachten.

“Menig huwelijkspartner zal verrast worden door de politie aan de deur. De vrouw weet waarschijnlijk van niks. Maar voor ons weegt seksuele uitbuiting zwaarder.”

De officier van justitie liet dus zijn tanden zien en zijn boodschap was duidelijk: Er waren buitengewoon ernstige zedendelicten met een minderjarige gepleegd en hij voelde zich niet geroepen de heren hoerenlopers te helpen bij het thuis geheimhouden van hun bezoekjes aan een minderjarig slachtoffer van loverboypraktijken.

Privacy, huwelijk, gezin

Daar kon ik me overigens prima in vinden. Ik zou me ook niet geroepen voelen het thuisfront van een stiekeme hoerenloper in het ongewisse te houden. Als je werkelijk zo aan je privacy, je huwelijk en je gezin gehecht bent dan kun je er in eerste beginsel natuurlijk ook gewoon voor kiezen om geen prostituees te bezoeken. En dan al helemaal geen prostituees die wel erg jong ogen (vooral in je hitsige anticipatie niet vragen om haar ID-bewijs!), in obscure hotelkamers werken en wiens pooier zich even terugtrekt op het belendende toilet.

Ik kan het u sterker vertellen: Als ik in een relatie verwikkeld zou zijn met een man die achter mijn rug om vreemdging of prostituees bezocht, dan zou ik dat heel graag willen weten. Ik gooide hem namelijk onmiddellijk mijn bed, mijn huis en mijn leven uit en liet me direct op seksueel overdraagbare aandoeningen controleren.

Saillant detail: Eén van de verdachten in deze zedenzaak is een ex-medewerker van jeugdzorginstelling Icarus in Cadier en Keer, waar hij jongeren met ernstige gedragsproblemen placht te begeleiden. Hoofdverdachte Armin A. heeft in diezelfde instelling verbleven. Beide heren kenden elkaar dus al. Deze verdachte meldde zich bij zijn werkgever, die hem ontsloeg omdat ze ’s mans gedrag onverenigbaar achtte met wat ze van een medewerker mag verwachten en daar had die werkgever groot gelijk in.

Goed. Er worden geen namen genoemd en geen foto’s getoond, dus de privacy van de verdachten is wel afdoende beschermd.

Zelfmoorden

De eerste verdachte, de man die op heterdaad betrapt werd, pleegde afgelopen februari zelfmoord. De spanningen die de zaak met zich meebracht werden hem kennelijk te veel. In maart deed een tweede verdachte hetzelfde. Dat is een drama en heel verdrietig.

Een advocaat, die de belangen van twintig van de heren behartigde, sprak schande van de werkwijze van het Openbaar Ministerie en sprak van “onherstelbare psychische druk”. Paniek, want door dat dreigement hadden ze opeens hun eigen leven en toekomst niet meer in de hand en hun vrouwen en kinderen konden zo maar opeens geconfronteerd worden met oom agent aan de deur.

Vonnis Armin A. 

Op 2 juli jongstleden wees de rechter vonnis in de zaak tegen Armin A. en veroordeelde hem voor mensenhandel en de onttrekking van een minderjarige aan het wettelijk gezag van haar ouders. De rechtbank van Limburg heeft hem een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, opgelegd.

Uitkomst regiezitting

Vandaag pleitten bijna alle verdachten (bij monde van hun advocaten, zelf waren ze opvallend afwezig) voor een behandeling achter gesloten deuren. En als de zitting dan toch openbaar moet zijn, dan willen ze er niet bij zijn.

De openbaarheid van rechtszaken is echter een groot goed en wanneer de verdachten meerderjarig zijn, dan zullen ze wel heel zwaarwegende belangen moeten hebben wil de rechter de zaak inderdaad achter gesloten deuren af handelen.

Het mag dan ook geen verrassing heten dat de officier van justitie vandaag fijntjes opmerkte dat niet deze mannen maar een 16-jarige meisje het slachtoffer van deze zaak is. Evenmin is het een verrassing dat de rechter het ene na het andere verzoek om een afhandeling achter gesloten deuren afwijst én deze de verdachten laat weten dat hij ze gewoon op hun zitting verwacht.

Alle zaken zullen openbaar zijn.

Als ze in die hotelkamer met hun groezelige billen bloot konden, dan moet dat bij de rechter toch ook wel lukken, me dunkt.

Het bloedgeld van Cees H. en de zondeval van een ministerie

Ik heb van al te nabij moeten aanschouwen wat een verslaving aan verdovende middelen doet met een mens en daarmee met diens naaste omgeving. De fysieke en mentale aftakeling. Liegen, bedriegen, stelen, dreigen en roven om het beest dat verslaving heet te kunnen blijven voeden. De wanhoop waartoe een verslaafde zijn familie drijven kan, de angst die hij hen aanjaagt. Om nog maar niet te spreken van wat hij de maatschappij aan schade berokkent. Verslaafden kosten ons miljarden per jaar.

De dealers en handelaars zien dat ook en ze zien het graag, want zij leven er goed van, van die uitgeteerde junk die zijn eigen oma nog van haar ringen beroofde. Wie drugs verkoopt pleegt eigenlijk een moord, die jarenlang duurt en de moordenaar veel geld oplevert.

Ik heb dus een heel uitgesproken mening over mensen die zich met de handel in verdovende middelen bezighouden. Met drugs verdiend geld is bloedgeld.

Cees H. en zijn drugsmiljoenen

Cees H. is zo’n handelaar. Een drugsbaron. Hij importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Een grote jongen dus, al schijnt hij maar klein van stuk te zijn, en een bekende naam in de Amsterdamse onderwereld. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daar zal hij het grote geld wel geroken hebben, dat onlosmakelijk verbonden is met de handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in hasj kreeg hij negen jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld, tot vier jaar gevangenisstraf dit keer, voor het organiseren van drugstransporten. De eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse bankrekeningen en liet deze bevriezen.

So far, so good. Zou je zeggen.

Dodelijke deal

Nee dus. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, die zich inmiddels staatssecretaris mag noemen, sloot een deal met Cees H. Kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. De mensen van het programma Nieuwsuur onthulden vorig jaar de deal die veertien jaar geleden daarom met Cees H. gemaakt werd.

Wat meneer Teeven met Cees H. precies afsprak blijft grotendeels duister. In elk geval kwam het tot een schikking, waarbij Cees H. 750.000 gulden aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Wat er precies op die rekeningen stond, daar wordt geheimzinnig over gedaan.

Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers gaat het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Oud-topadvocaat Piet Doedens

Cees H. kreeg zijn bloedgeld dus gewoon terug en Justitie waste dat voor hem wit. Men hield, als klap op de vuurpijl, de Belastingdienst daarover in het ongewisse.

Onoorbaar, vind ik dat. Niet-integer.

Zo’n drugsbaron komt daarnaast wel heel makkelijk weg, en dat alleen al staat in schril contrast met de vorderingsjacht waar het Openbaar Ministerie berucht om is wanneer het gaat om het innen van bijvoorbeeld verkeersboetes.

Spoeddebat

De onthullingen van Nieuwsuur leidden vorig jaar tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie. Onvindbaar.

Andere documenten met betrekking tot de schikking wilde de minister niet geven. Hij benadrukte meermaals de Tweede Kamer juist geïnformeerd te hebben over de deal met Cees H. en leek daarbij te verwachten dat de leden hem op zijn blauwe ogen zouden vertrouwen.

“U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.” 

Minister Opstelten op 13 maart in de Tweede Kamer

De mensen van het programma Nieuwsuur claimen echter het gewraakte bonnetje gevonden te hebben. Wie zoekt zal vinden, zullen we maar zeggen. En op dat bonnetje moet het bedrag van 4.710.627 ouderwetse guldens en 18 centen prijken. Volgens hen wisten minister Opstelten en zijn ambtenaren daarvan, maar zouden ze de Tweede Kamer bewust verkeerd geïnformeerd hebben. Nieuwsuur claimt documenten ingezien te hebben die dat staven.

De huidige advocaat van Cees H., Jan-Hein Kuijpers, zei in het programma Pauw in bezit te zijn van genoemd bonnetje én hij bevestigde het bedrag. Op verzoek van Cees H. maakt hij het afschrift echter niet openbaar.

Daarmee is het vertrouwen in minister Opstelten (opnieuw) in het geding en hetzelfde geldt zijn staatssecretaris. De laatste verschuilt zich achter minister Opstelten en lijkt de kritiek op zijn persoontje af te willen doen als gebrabbel van mensen die toch niet weten waar ze het over hebben.

Gesproken met de arrogantie van een waar plucheplakker.

The plot thickens 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft al laten weten dat de beweringen van Nieuwsuur onjuist zijn. Ook laat het weten dat staatssecretaris Teeven, net als andere betrokkenen, “onvoldoende herinneringen heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking”.

Officieren van Justitie die deals sluiten met criminelen, dat klonk altijd zo Amerikaans. Iets uit televisieseries, maar een fenomeen waarvan ik ooit stellig hoopte dat we daar in Nederland wars van zouden zijn. Gewoon, omdat het niet klopt. Inmiddels weet ik natuurlijk ook wel beter. Toch, mijn standpunt is daarbij onveranderd. Uit principiële overwegingen hoort ’t gewoon niet.

Hopelijk debatteert de Tweede Kamer vanavond nog. Over handjeklap met criminelen, geheime deals in een rechtstaat waarin het recht openbaar hoort te zijn en de integriteit én houdbaarheidsdatum van deze bewindslieden.

Power, power, power!

Bart van U. een reconstructie

Hindsight is 20/20. Achteraf heb ik makkelijk praten en ik ben afhankelijk van de media voor mijn informatievoorziening. Het is echter verbazingwekkend wat ik nu over de man, die op 10 januari dit jaar zijn eigen zus gedood moet hebben en verantwoordelijk lijkt te zijn voor de moord op D66-coryfee Els Borst, kan achterhalen. De man moet erg in de war geweest zijn en dan vraag ik me toch af: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Bart van U. heet hij. Zijn hele achternaam weet ik ook, maar aangezien hij nog slechts verdachte is hanteer ik de ‘beleefdheid’ die niet te vermelden. Zo werkt dat in de rechtstaat Nederland: Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Die onschuldpresumptie is een van de pijlers waarop onze rechtstaat rust.

Van U. is opgegroeid in de omgeving van Amersfoort in een groot gezin met zes kinderen. Het gezin van U. moet nogal van de gereformeerde kerk geweest zijn en ook Bart van U. zou een actieve rol in de kerk gespeeld hebben. Op gegeven moment vertrekt hij naar Rotterdam, om daar te gaan werken. Hij is zeeman, zowel op de binnen- als de buitenvaart.

Angsten na 9/11

De aanslag op de Twin Towers is een keerpunt in zijn leven en angst voor moslimextremisten lijkt het leven van Bart van U. te gaan beheersen. Hij vraagt zelfs een wapenvergunning aan en krijgt die. Hij verzamelt wapens en zijn paranoia neemt allengs toe. Hij loopt daarnaast kennelijk ook in zeven sloten tegelijk en hij komt als ‘verward’ te boek te staan. In 2009 trekt men dus gevoeglijk zijn wapenvergunning in omdat er twijfels rijzen over zijn geestelijke gesteldheid.

Twee jaar later tipt iemand anoniem de politie over Bart van U. Hij zou een wapenverzameling in huis hebben en de politie valt de woning dus binnen. Inderdaad treft zij daar een behoorlijke collectie wapentuig aan. Bart van U. wordt aangehouden, niet in de woning maar elders zo begrijp ik, en hij blijkt gewapend te zijn met twee messen en een doorgeladen vuurwapen. Niet alleen dat, hij draagt ook een veiligheidsvest.

Verboden wapenbezit

Voor het verboden wapenbezit moet Bart van U. zich bij de rechter verantwoorden en spreekt daar zijn angst voor moslimextremisten uit en vertelt daarbij dat hij denkt een van hun doelwitten te zijn. Hij moet zich wel bewapenen, want hij moet zichzelf tegen hen beschermen. De rechter legt hem zes maanden gevangenisstraf op, die hij reeds in voorarrest uitgezeten heeft, en verplicht hem zich te laten behandelen voor zijn angsten. Dat laatste weigert Van U. echter categorisch.

“Meneer wil niet worden behandeld, dus dan kan het niet’.”

Zorgmijder en gevaarzetting

En daar zit volgens mij meteen het grootste probleem in deze zaak. Wanneer een zogeheten zorgmijder niet wil, dan is er niet of nauwelijks grond om hem te dwingen. Zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk ontbreken daar de middelen toe. De veroordeling voor wapenbezit alleen is geen grond voor het opleggen van tbs. De Wet bijzondere opneming psychiatrisch ziekenhuis (Bopz) voorziet alleen in verplichte psychiatrische hulp wanneer er sprake is van iemand die een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt en dan alleen nog wanneer er geen andere manier dan een verplichte opname is om dit gevaar af te wenden.

“Onvrijwillige behandeling mag alleen worden toegepast als iemand door zijn psychische stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen ín de instelling en dit gevaar alleen door die behandeling kan worden afgewend. In de GGZ is onvrijwillige behandeling ook toegestaan als zonder deze behandeling het gevaar dat wordt veroorzaakt door de geestesstoornis niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit laatste geldt dus ook voor gevaar dat iemand buiten de instelling vormt.”

Er volgt dus een hoger beroep, waarbij de rechtbank de verplichting tot het zich laten behandelen laat vallen, en ze legt hem in plaats daarvan een gevangenisstraf van drie jaar op. Het is de dames en rechters duidelijk dat Bart van U. het nodige mankeert in zijn bovenkamer. Niet alleen vindt men hem een gevaar voor de samenleving, men heeft hem ook graag zo lang mogelijk van straat en dat niet in het minst omdat Bart van U. behandeling weigert.

Cassatie in vrijheid afwachten

De rechtbank gebiedt zijn gevangenneming, maar omdat Van U. op dat moment in het buitenland op een schip aan het werk is lukt dat niet. Eenmaal terug in Nederland gaat Van U. in cassatie, die hij in vrijheid mocht afwachten. Dat vind ik wonderlijk, want zowel de reclassering, de rechter en GGZ-deskundigen menen dat dit onverstandig is.

De advocaat-generaal besloot echter, in al zijn wijsheid, dat Van U. de cassatie in vrijheid mocht afwachten. Dit omdat volgens hem “de eisen en de vonnissen bij de rechtbank en het hof zeer verschillend waren”.

De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, die de zaak in februari opnieuw zal behandelen, en daarmee viel Van U. opnieuw tussen wal en schip. Simpelweg omdat het vonnis niet definitief is.

Daarnaast wordt verzuimd DNA af te nemen van Van U.

Terug naar huis 

Hij betrekt een kamer in de woning van zijn zus Loïs, op de Oudedijk in Rotterdam. Er worden meer kamers verhuurd, het Algemeen Dagblad heeft inmiddels zelf een van zijn voormalige medehuurders geïnterviewd. Zij schetst een beeld van een buitengewoon zonderlinge man, die een teruggetrokken bestaan leidt. Hij is werkeloos, lijdt aan verzamelzucht en gaat vaak in de nachtelijke uren op pad. Ook valt hij zijn medehuurster, op wie hij een oogje zou hebben, lastig.

“Als ik aan Bart terugdenk had ik in eerste instantie niet gedacht dat hij tot iets als moord in staat zou zijn, maar dat hij nu verdacht wordt, verbaast me ook niks. Hij heeft het nooit over Els Borst gehad. We hebben het maar één keer over politiek  gehad. Toen hield hij een klaagzang over moslims, maar verder nooit.”

Ook buren vinden Van U. maar een rare snuiter, een schuchtere eenzaat die “hulp nodig had”. Iemand die vooral onzichtbaar was of zoals dat achteraf heet “onder de radar wist te blijven”. Dat past in het beeld dat ook een uitbater van een plaatselijke brasserie van de man schetst. Bart van U. kwam daar kennelijk regelmatig en een paar maanden geleden zat deze uitbater een uur lang met Van U. aan de bar te keuvelen. Dat Van U. in de war was, dat was ook de uitbater wel duidelijk, maar hij maakte wel gerust regelmatig een praatje met hem.

”Hij was niet goed bij zijn hoofd. Ik zag hem iedere dag wel op straat lopen en dan zwaaide hij vriendelijk. Hij werkte al lang niet meer als zeeman. Hij zat hier wel eens aan de bar, maar dan zei hij vaak niets. Altijd een zonnebril en pet op. Een enkele keer heb ik wel een gesprek met hem gehad. Nog niet zo lang geleden vond hij het belachelijk dat sommige mensen veel geld verdienen. Hij vond dat Bill Gates gewoon zijn geld moest weggeven.”

Bart van U. moet nochtans thuis voor behoorlijk wat overlast gezorgd hebben en zijn zus Loïs ziet hem op gegeven moment liever gaan dan komen. Ze probeert hem te doen vertrekken, maar dat lukt niet. Het lijkt er niet op dat ze daarbij voor haar broer vreesde. Een bekende van de familie Van U. moet aan Elsevier verteld hebben dat Bart van U. weliswaar schizofreen was, maar dat zijn zus probeerde te voorkomen dat hij zou worden opgenomen.

Op 10 januari jongstleden gaat het helemaal mis en Bart van U. steekt zijn zus dood. Hij vlucht, maar meldt zich de volgende dag toch bij een politiebureau in Amsterdam omdat het Openbaar Ministerie zijn foto verspreidde.

Moord op Elst Borst 

Wanneer dan eindelijk DNA wordt afgenomen van Bart van U. blijkt er een match met een DNA-monster dat op de plaats delict van de moord op oud-minister Els Borst werd aangetroffen. Achteraf gezien zou Bart van U. heel wel de man geweest kunnen zijn over wie mevrouw Borst aan haar kapper vertelde dat hij bij haar aan de deur gestaan had. Hij had haar naar het adres van Wim Kok of Jan-Peter Balkenende gevraagd.

Bart van U. maakte de dag na de moord op Els Borst stampij bij een politiebureau in Amersfoort, hij stak vuurwerk af en werd aangehouden. Hij zat er twee dagen vast en de politie haalde er een psycholoog bij om hem te beoordelen, zoals dat heet. Die psycholoog vond echter dat hij weer mocht gaan.

Zoals dat met mensen als Bart van U. pleegt te gaan werd hij, nadat hij dat vuurwerk afgestoken had, afgeschoven op het bordje van de plaatselijke wijkagent. Als niemand het nog weet, dan moet zo’n wijkagent zich er maar over ontfermen. Ook als dat de rechter, het OM en de diverse hulpverlenende instanties niet gelukt is. Zijn wijkagent kreeg dus het verzoek Van U. “in de gaten te houden”.

Wist u dat er in Nederland gemiddeld één hele wijkagent per 5000 inwoners is?

In 2011 werd het aantal zorgmijders, alleen in Rotterdam, op 30.000 geschat. Daarbij gaat het zeker niet allemaal om even zware gevallen als een Bart van U. maar het moge duidelijk zijn dat we van een wijkagent geen zaligmakende interventies kunnen en mogen verwachten.

Achteraf is redelijk makkelijk aan te wijzen waar het mis ging en wie er fouten maakte, waarbij ik heel duidelijk niet wil spreken van schuld. De mensen die contact hadden met Bart van U., de rechters, de advocaat-generaal, de hulpverleners, de beoordelend psycholoog en al wat dies meer zij hebben in goed vertrouwen gehandeld naar de situatie en de gesteldheid van Bart van U. waarmee zij zich geconfronteerd zagen. Binnen de wetgeving zoals zij voor handen is.

Voor Els Borst en Loïs van U. is het te laat en dat is ongelofelijk tragisch.

Er lopen echter meer mensen als Bart van U. rond. Daar moeten we wat mee, zeker in een welvarend land als het onze, met een uitgebreide gezondheidszorg, zou meer mogelijk moeten zijn voor en met mensen die mentaal zo getroebleerd zijn. De mogelijkheid iemand verplicht op te laten nemen en te behandelen schiet tekort en dat verdient remedie.

Gerard T.

Voor zo ver we weten sloeg de man, die bekend zou komen te staan als de Utrechtse serieverkrachter, voor het eerst toe op 5 september 1995. Op de avond van 26 september 1995 fietste een jonge vrouw door de Archimedeslaan in Utrecht, toen er hij naast haar kwam fietsen en haar klem reed. Nadat hij haar dwong van haar fiets te stappen trok hij haar een bosschage in, waar hij haar verkrachtte. In 1995 en 1996 verkrachtte hij zes vrouwen en probeerde dat bij nog eens twaalf.

Signalement en modus operandi

Uit de beschrijvingen van zijn slachtoffers bleek dat de Utrechtse serieverkrachter een blanke man moest zijn, een vadsige man met een bol gelaat en een oorbel in een oor. Zijn modus operandi was steeds hetzelfde: Hij bereidde zijn misdrijven goed voor, zo knipte hij van tevoren gaten in afrasteringen om een vluchtweg zeker te stellen. Hij naderde zijn slachtoffers van achteren, eerst op een fiets en later met een scooter, en nam ze onder bedreiging met een mes een bos in om hen daar te verkrachten – op alle mogelijke manieren. De handen van zijn slachtoffers bond hij met witte tie-wraps vast. Bij het verkrachten ging hij bruut te werk, zo gebruikte hij meermaals een fietspomp.

Hij schold zijn slachtoffers uit en bedreigde hen, maar na de verkrachting deed hij juist aardig tegen zijn slachtoffers en betuigde zelfs spijt.

Zo plotseling als de serie verkrachtingen begon, zo plotseling leek deze ook te eindigen. Tot de man in 2001 weer toeslaat en een vrouw van haar fiets rijdt. Wanneer hij twee maanden later een meisje van zestien jaar te grazen neemt en haar meerdere malen verkracht is het zeker: De Utrechtse serieverkrachter is terug. Het kind wordt uren later onderkoeld en aan een boom vastgebonden gevonden, haar mond met tape dichtgeplakt.

Onderzoek en aanhouding

Bijna twintig jaar lang is er naar hem gespeurd, meer dan 75 rechercheurs hielden zich met die zoektocht bezig, van bij elkaar 1750 mannen werden alibi’s nagetrokken, duizenden tips nagelopen en er werd een grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek opgetuigd.

Er werd een daderprofiel van hem opgesteld: Een op het oog normale man. Een man die niet uit woede of bij gelegenheid verkracht, maar op zoek is naar macht en controle over vrouwen. Men vermoedde dat hij een eenzame man moest zijn, onaantrekkelijk wellicht, die zijn teleurstelling in het leven op seksuele wijze af zou reageren.

Dan maakt de serieverkrachter eindelijk een fatale fout. Hij steelt een lokfiets en moet vanwege dit feit verplicht DNA afstaan. Op diefstal staat namelijk een maximum straf van vier jaren en het is een zogeheten voorlopig-hechtenis-misdrijf, waarbij dus de afnameplicht geldt.

Dat afgenomen DNA levert een match op met genetisch materiaal, dat bij drie van de verkrachtingen door de Utrechtse serieverkrachter werd aangetroffen. Eindelijk is er een doorbraak. Verdachte is de 51-jarige Gerard T. uit Nieuwegein, die in juli van dit jaar werd gearresteerd.

Gerard T. blijkt zelfs tot tweemaal toe al in beeld geweest te zijn als vermoedelijke dader, zijn collega’s meenden hem op de compositietekening te herkennen, maar er werd geen bewijs tegen hem gevonden. Hij was een van de weinigen die weigerde mee te werken aan het DNA-verwantschapsonderzoek.

“Gewoon een gezellige jongen.”

Het jaren geleden geschetste daderprofiel lijkt nu alvast, deels in elk geval, accuraat. Een voormalig collega van Gerard T. beschrijft hem als “Een harde werker en een vrolijke gast. Gewoon een goede jongen. Het was wel een jongen waar je geen ruzie mee moest krijgen, als je eenmaal ruzie met hem had dan moest je uit de buurt blijven.”

Vandaag vond de eerste openbare zitting in deze zaak plaats. Gerard T., die er tot nu toe stoïcijns het zwijgen toe doet, is door de rechtbank bevolen bij deze zitting te verschijnen.

Deze pro-forma zitting konden we natuurlijk live volgen, onder andere via Twitter. De pers was in ruime mate aanwezig. Niet dat we er veel wijzer van werden, al wat de man zegt is “geen antwoord”.
Kennelijk is hij zo spraakzaam niet meer. 
Gerard T. blijft voorlopig vastzitten. Op 19 januari 2015, om 10 uur, volgt de volgende zitting.