Racistisch paternalisme in het onderwijs

Wie de taal niet beheerst komt in onze maatschappij niet mee. Zonder taal kun je niet lezen, spreken, luisteren, schrijven en leren. Alles van waarde wordt overgedragen middels het geschreven woord. Literatuur, wetenschap, recht, filosofie en geschiedenis, als u niet kunt lezen en schrijven heeft u een enorm probleem.

Functionele taalvaardigheid is voor ons, als sociale en intelligente (al valt over dat laatste te twisten) mensaap, van levensbelang. Daar is geen ontkomen aan. Sterker nog, uw taalvaardigheid bepaalt uw succes op de maatschappelijke ladder en dan heb ik het nog niet eens over sollicitatiebrieven vol taalfouten, die een sollicitant bij voorbaat kansloos maken op de arbeidsmarkt.

Maatschappelijke ladder

Kinderen en jongeren die veel jeugdliteratuur lezen belanden namelijk hoger op die maatschappelijke ladder dan hun niet-lezende evenknieën. Mevrouw Suzanne Mol keek naar niet minder dan 146 internationale, wetenschappelijke studies over meer dan 10.000 kinderen en studenten van 2 tot 22 jaar. Wat bleek? De boekenlezers scoren hoger op taal- en leesvaardigheid, schoolsucces en intelligentie.

Criminaliteit

Jongeren die vroegtijdig schoolverlaten hebben ruim zes keer zo veel kans om in aanraking te komen met de politie dan jongeren die het onderwijs wel met een startkwalificatie verlaten. Cognitieve vaardigheden, te kunnen leren, onthouden, onderscheiden en  kennis uit te wisselen, zijn van invloed op de kans dat iemand voortijdig van school gaat of in aanraking komt met de politie. Taal is daarin van enorm belang. Toch, van onze 15-jarigen is 17,9% laaggeletterd. De kloof tussen zwakke en sterke lezers groeit nog steeds.

Meet-up NVAO en de Vereniging Hogescholen

Met dit alles in gedachten las ik met toenemend onbegrip de conclusies van een ‘meet-up‘ van de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO) en de Vereniging Hogescholen. Tijdens dit overleg werd een brede systeemanalyse van de tweedegraads lerarenopleidingen besproken.

Wat blijkt? Het beroep van leraar is niet aantrekkelijk genoeg. Het schort daarnaast aan diversiteit op de lerarenopleidingen.

Rolmodel

De heer Hans Huizer, directeur van de Johan de Witt Scholengroep uit Den Haag, heeft de zorg voor een leerlingengemeenschap waarvan 40% een taalachterstand heeft. Hij wil graag meer diversiteit onder zijn leraren, liefst uit diezelfde doelgroep: “Mijn diepste wens is dat bij de lerarenopleidingen zoveel mogelijk docenten uit onze doelgroep komen, zodat ze als rolmodellen kunnen functioneren. Dat is ook stimulerend voor leerlingen om te kiezen voor de lerarenopleiding.”

So far so good, ik ging er tot hier vanuit dat meneer Huizer leraren bedoelt die een taalachterstand overwonnen hebben en daarmee een prachtig rolmodel zijn voor leerlingen die met zo’n taalachterstand aan het worstelen zijn. Jongelui, er is hoop! Het komt goed!

Taalenthousiasme

Mevrouw Nienke Meijer, portefeuillehouder lerarenopleidingen van de Vereniging Hogescholen, vindt dat er minder naar de techniek van taal moet worden gekeken en meer naar het taalgebruik. Het moet er niet alleen om gaan dat mensen goed kunnen spellen met d’s en t’s, maar ook over de rijkheid van de taal, over de manier hoe we de taal gebruiken om te communiceren. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme, dixit mevrouw Meijer.

Daar kan ik ook mee uit de voeten. Taal is niet alleen alleen ons voornaamste gereedschap, maar het is op zichzelf natuurlijk ook een machtig mooi fenomeen. Wie van taal leert genieten, haar leuk leert vinden, gaat er vanzelf mee aan de slag.

Water bij de wijn

Maar dan opeens is daar een mevrouw Marja Poulussen, van de Hogeschool Rotterdam:

“Ik vind ook dat taal bicultureler moet zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.”

Bicultureel

Water bij de wijn omdat taal ‘bicultureler’ zou moeten zijn? Ik begrijp er niets van, hoe maakt de slechte beheersing van de Nederlandse taal haar in hemelsnaam ‘bicultureler’?

Verwonderd sloeg ik voor de zekerheid de Dikke Van Dale nog even open bij de o. Verdomd. Het staat er echt. Dan gaat het mevrouw Poulussen dus niet zo zeer om taalvaardigheid, het oplossen van taalachterstand of zelfs goed leraarschap, maar om de ‘allochtoon’.

Bedoelt zij nu dat we de lat láger moeten leggen omdat het onderwijs faalt in haar missie de allochtone leerling van zijn taalachterstand af te helpen? Dat lijkt me het failliet van ons onderwijs, eng paternalistisch en ronduit racistisch bovendien.

Perfect taalgebruik problematiseren

Als u denkt dat we ’t daarmee wel gehad hebben, het ergste moet nog komen. Mevrouw Mip van Suchtelen, die werkzaam is bij Hogeschool Inholland, zou zelfs graag zien dat we perfect taalgebruik problematiseren. Te veel aandacht op taal wordt gebruikt om mensen uit te sluiten, meent zij.

En ik maar denken dat mensen juist de taal goed leren te beheersen omdat een goede beheersing van de Nederlandse taal het belangrijkste middel is om goed mee te kunnen doen in de Nederlandse maatschappij.  Leraren die het Nederlands grammaticaal niet goed beheersen horen daarom ook helemaal niet voor een klas te staan. Dat is nu juist het probleem met goed onderwijs; dat krijg je niet door latten lager te leggen en water bij de wijn te doen.

Waarom niemand die zwatelaars gewoon met pek en veren die ‘meet-up’ uitgejaagd heeft is mij een raadsel. Juist aan hen gaat het onderwijs ten onder.

Vergeten Grote Vrouwen en de gender gap in het onderwijs

In het jaar 2000 maakte de internationale gemeenschap ‘harde’ afspraken over uitermate belangrijke onderwijsdoelen. Nu, vijftien jaar later, heeft UNESCO de vorderingen gemeten en haar conclusies gepubliceerd in het Education for All Global Monitoring Report 2015

Slechts een op de drie landen heeft alle onderwijsdoelen ook daadwerkelijk gehaald. Meer dan honderdtwintig miljoen kinderen en adolescenten gaan anno 2015 nog steeds niet naar school. De ongelijkheid in toegang tot enig onderwijs is zelfs verder toegenomen en wordt in grote mate bepaald door armoede… en gender. 

Dat rapport is dus in haar geheel ontluisterend, maar het schetst vooral een zorgwekkend beeld voor de helft van de gehele mondiale populatie: Vrouwen. In de ergste gevallen gaan meisjes helemaal niet naar school, er zijn landen waar voor elke duizend jongens die lager onderwijs genieten nog geen twintig meisjes diezelfde kans krijgen. Krijgen meisjes wel onderwijs, dan worden hun jonge geesten van meet af aan vergiftigd met stereotype rolpatronen.

Jong geleerd

Jong geleerd is oud gedaan en goed voorbeeld doet volgen. Daarom proberen we hele generaties kinderen zo goed mogelijk allerlei belangrijke (en minder belangrijke) zaken bij te brengen en vinden we de schoolgang zo belangrijk. 

Daarom ook hechten we eraan kinderen met goede rolmodellen te confronteren. Voor vaders, moeders, grootouders, leraren, iedereen in de omgeving van een kind geldt: Kinderen kopiëren hetgeen u hen voordoet. Ze observeren uw voorbeeldgedrag én de consequenties van dat gedrag. Observerend (of ook wel sociaal) leren heet dat. Wanneer kinderen bijvoorbeeld agressief gedrag ook nog eens beloond zien worden, dan zijn zij nog veel meer geneigd dat gedrag te imiteren. 
Wij mensen blijven overigens ons leven lang gevoelig voor rolmodellen. Naarmate we meer bewondering voor zo’n rolmodel koesteren zijn we ook meer geneigd diens gedragingen te imiteren. 

Essentiële rolmodellen

Uit studies, onder andere uitgevoerd door mevrouw Penelope Lockwood, bleek al dat vrouwen daarnaast hun zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde bepalen aan de hand van goede, succesvolle rolmodellen van het eigen geslacht. Mannen bleken daar lang zo gevoelig niet voor en voor hen bleek het ook niet uit te maken of ze met een rolmodel van het eigen of van het andere geslacht werden geconfronteerd. 

Outstanding women can function as inspirational examples of success, illustrating the kinds of achievements that are possible for women around them. They demonstrate that it is possible to overcome traditional gender barriers, indicating to other women that high levels of success are indeed attainable. Female role models can also serve as proxies, guides to the potential accomplishments for which other women can strive. Finally, by demonstrating their competence in traditionally male occupations, highly successful women may undermine traditional gender stereotypes about women, thus reducing the damaging potential of stereotype threat effects.

De mensen onder u die mijn blog wat langer volgen kennen mijn groeiende lijst van Grote Vrouwen natuurlijk wel. De opvallend vaak vergeten en ondergewaardeerde kunstenaars, dichters, wetenschappers, uitvinders en voorvechters van gelijke rechten. Vrouwen die zich ontworstelden aan de vooroordelen van hun tijd en ontstegen aan de ondergeschikte plaats die hen door de maatschappij werd toebedeeld. Ik houd van de grote vrouwen uit de menselijke geschiedenis. De Hatsjepsoets, de Boudicca’s, de Maiden Queens en de Hypatia’s. 
De Grote Vrouwen die maar al te vaak blijken te schitteren door afwezigheid in de geschiedenisboeken, waaruit we kinderen over de hele wereld leren over de menselijke geschiedenis. 
Die afwezigheid is in ruime mate bepalend voor het zelfbeeld van meisjes en vrouwen en is een extreem beperkende factor voor hun perceptie van hun toekomstmogelijkheden.  

Vrouwen in schoolboekjes: afwezig of onderdanig

Mevrouw Rae Blumberg, sociologe aan de Universiteit van Virginia, deed hier de laatste jaren uitgebreid onderzoek naar. Ze schreef er een rapport over voor de VN-onderwijsorganisatie UNESCO, dat als background paper dient voor het UNESCO Education for All Global Monitoring Report 2015
Blumberg verzamelde gegevens van een zestigtal onderzoeken naar hoe vrouwen worden beschreven en afgebeeld in schoolboeken van 21 landen. Meisjes en vrouwen blijken sterk ondervertegenwoordigd en als er al aan hen gerefereerd wordt, dan is dat bijna altijd in de stereotype rol van huisvrouw, passieve thuiszitter en met weinig meer om handen dan traditionele huishoudelijke taken. Vrouwen zijn onzichtbaar of onderdanig. 
De jongetjes zijn de van zelfvertrouwen blakende avonturiers, de slimme wetenschappers en uitvinders, de grote leiders en de succesvolle carrièretijgers.  De meisjes zijn timide vogeltjes, voorbestemd voor een huiselijk leven achter de schermen. Op veruit de meeste afbeeldingen in die boeken staan vrouwen te koken of voor hun gezin te zorgen.  Zelfs in verhalen over dieren gaat het bijna altijd over het mannetjesdier. 

Stereotypen en de kindergeest

Dat is fnuikend. Kinderen die niet terugzien in zulke schoolboeken blijken zich namelijk ook helemaal niet voor te kunnen stellen dat ze wél tot meer in staat zijn dan stereotype traditie dicteert. Mevrouw Blumberg wees daarom ook op een Israëlisch onderzoek uit 2009, waaruit duidelijk blijkt dat kinderen de stereotypen waarmee zij in zulke schoolboeken geconfronteerd worden overnemen. 
Kinderen, vooral meisjes dus, die onderwijs kregen uit schoolboeken waar die genderongelijkheid níet in staat denken juist dat de diverse carrières en activiteiten die het leven hen te bieden heeft geschikt zijn voor zowel meisjes als jongens.
Educatie is de sleutel tot emancipatie!

Sociaal leenstelsel

In Nederland mag je geen alcoholtabak of cannabis kopen wanneer je jonger bent dan achttien jaar. Die rommel is niet goed voor je en onze overheid vreest dat je op die leeftijd het inzicht niet hebt om dat goed en wel in te zien. Dus helpt ze je een handje. Verkopers riskeren een behoorlijke boete wanneer ze toch drank of sigaretten aan iemand jonger dan achttien verkopen en dus vragen ze, voor de zekerheid, iedereen die jonger dan vijfentwintig lijkt zich te legitimeren. Uitbaters van coffeeshops mogen zelfs niemand onder de achttien jaar in hun uitspanning hebben.

Terecht, want alcohol bijvoorbeeld is slecht voor het zich ontwikkelende brein. Er is een verband tussen vroeg en frequent middelengebruik en narigheden als leerproblemen, verminderde schoolprestaties, (mogelijk zelfs vroegtijdig schoolverlaten) depressie, agressie en zelfs delinquentie. Wie jong met alcohol begint loopt daarnaast een veel groter risico te eindigen als probleemdrinker.

Als jongere ben je voorts verplicht minimaal tot je achttiende naar school te gaan. Iemand zelfstandig een auto laten besturen voor zijn achttiende is ook onverstandig, dus ook dat is verboden. Stemmen mag je vanaf je achttiende levensjaar. Huwen idem dito. Ook de minimale leeftijd om een persoonlijke lening of een doorlopend krediet af te mogen sluiten is… achttien jaar.

Terecht, alweer. Het zijn toch zaken die verregaande en langslepende gevolgen kunnen hebben. Van 18-minners verwachten we niet dat ze al verstandig genoeg zijn om die te kunnen overzien en dus nemen we ze in bescherming.

Daarom heb ik nooit zo goed begrepen waarom leerlingen zich al op een vroeg moment in hun schoolcarrière moeten vastpinnen op een richting voor het leven. In de tweede fase van het voortgezet onderwijs moeten ze uit vier profielen kiezen, en met de keuze voor een profiel meteen ook een richting in het vervolgonderwijs.

Het invoeren van het sociaal leenstelsel, per 1 september volgend jaar, maakt die keuze nog veel belangrijker. Daarnaast is het kennelijk wel prima dat een jongmens zich met dat sociaal leenstelsel een lening op de hals haalt die behoorlijk op kan lopen en hen jarenlang mag blijven achtervolgen. Ze “krijgen” 35 jaar de tijd om hun lening af te lossen, máár dan wel tegen een schappelijke rente (hoe lang die schappelijk blijft is afwachten) – en daarom schijnt dit leenstelsel “sociaal” te mogen heten.

Ik ben niet overtuigd en niet alleen omdat ik het onverstandig vind jongelui leningen aan te praten, al helemaal niet in tijden van economische onzekerheid. Daarbij moet ik ook eerlijk bekennen dat ik, waar het om onderwijs gaat, waarschijnlijk te idealistisch ben ingesteld. Wat mij betreft werd het onderwijs in het geheel gratis aangeboden. Dat klinkt heel irreëel, maar het kan echt: Er zijn landen in Europa waar studenten geen collegegeld hoeven te betalen bijvoorbeeld.

Onderwijs is het middel bij uitstek om mensen kansengelijkheid te bieden en deze te waarborgen. Om mensen de gelegenheid te geven zichzelf te ontplooien, te ontdekken waar hun kwaliteiten liggen en deze ten volle te benutten, zich te verheffen en alles uit zichzelf en het leven te halen wat er in zit.

Hopelijk ten overvloede; dan heb ik het niet over het stereotype brallende student dat meer contacturen heeft met barpersoneel dan met onderwijzend personeel.

Voor een maatschappij geldt natuurlijk ook dat deze een eigenbelang heeft bij goed opgeleide mensen. Dat geldt bij uitstek voor Nederland, aangezien we het hier toch vooral van onze kenniseconomie moeten hebben. Die liegt er niet om, overigens, hij behoort tot de top 5 van meest concurrerende kenniseconomieën in de wereld. Investeren in onderwijs is niet alleen investeren in mensen, maar ook in de maatschappij waar zij deel van uitmaken; in sociale cohesie, de politiek, actief en kritisch burgerschap, de economie en de toekomst van ons allemaal.

Het is maar waar we onze prioriteiten leggen.