Putatief noodweer, de zaak #MikeStok

We schrijven 7 april 2013. Rond 18:00 uur.

De toen 29-jarige Mike Stok, Rotterdammer, vader van een dochtertje en Feyenoordfan, had een bakkie op (misschien wel een te veel) en liet zijn honden uit op de Lepelaarsingel in Rotterdam. Niet aan de lijn, waar dat wel de bedoeling was. Niet voor het eerst ook nog eens.

Twee stadswachten van de gemeente Rotterdam, twee dames, spraken hem daar dus op aan en wilden hem er een bekeuring voor geven. Daar was Mike Stok echter niet van gediend.

Dat is een beetje een Nederlands probleem, hé? Mensen die niet op hun gedrag aangesproken wensen te worden. Dat zegt wat over een mens, denk ik. Ik heb ook wel eens zo’n bekeuring gekregen, omdat ik een vuilniszak te vroeg buiten zette. Dat was gemakzuchtig, een beetje dom en niet zo netjes van me, dus ik heb die bekeuring met een licht gevoel van gêne betaald.

Goed, terug naar 7 april 2013. Meneer Stok ontstak in woede bij de aanzegging van zijn bekeuring en hij belaagde de twee vrouwen die de euvele moed hadden hem aan te spreken. Het liep uit op een handgemeen. Meneer Stok duwde een van de vrouwen meermaals en hard en probeerde haar te slaan, waarbij zij ten val kwam.

Mannen die vrouwen willen slaan, daar heb ik een hekel aan. Andersom ook natuurlijk, maar ik heb toch altijd weer iets meer sympathie voor wie ik als de (fysieke) underdog beschouw. Het zegt ook al wat over een mens, denk ik. Zo halverwege het verhaal begin ik dus in de verleiding te komen iets te vinden van de mens Mike Stok. Dat is misschien niet zo netjes van me.

Enfin, een buurman greep in en gaf meneer Stok een klap (nee, ook niet netjes – ik hoor u wel brommen hoor), waardoor deze op zijn beurt ten val kwam. Mike Stok ging dus terug naar zijn huis, aan de Fazantstraat in Rotterdam. Niet om te kalmeren of een ontnuchterend kopje koffie te zetten, maar om daar een op een bijl gelijkende wandelstok met een ijzeren punt én een vleesmes te halen. Want die buurman, die zou hij wel te grazen nemen.

Een vleesmes en een tot bijl veredelde wapenstok. Ik weet niet hoe dat met u zit hoor, maar mij viel er toch heel even de bek bij open. Zo’n greep naar allerlei wapentuig, dat zegt ook wat over een mens, denk ik. O, verleiding.

Eenmaal weer op straat leek de agressieve meneer Stok volkomen door te draaien, wild zwaaiend met die op een bijl gelijkende wandelstok en het vleesmes. Die twee stadswachten zagen de boze, geagiteerde meneer Stok met die wapens op zich afkomen en riepen uiteraard meteen de assistentie van de politie in. ‘Spoedassistentie collega’ kraakte het vervolgens over de portofoons en bij het krijgen van die melding laat elke politieagent alles vallen waar hij of zij mee bezig is en spoedt zich ter plaatse.

Een agent in burger en op de fiets was als eerste ter plekke. Daarna verschenen nog twee agenten in een busje.

Mike Stok werd meermaals gesommeerd zijn wapens neer te leggen en om te blijven staan. De agent in burger moest zelfs tussen de agressieveling en een groepje passanten gaan staan. Dat bedoelen ze dus, wanneer ze zeggen dat de politieagent een stap naar voren doet wanneer de rest van ons een stapje terug doet.

Wild gebarend en gewapend liep meneer Stok vervolgens de binnentuin van zijn eigen wooncomplex in. De agenten zetten de achtervolging in, onderwijl ‘Politie!’ roepend. Ook riepen ze dat de achtervolgde moest blijven staan en zijn wapens neer moest leggen. Meneer Stok rende echter door, over de lage hekjes en heggetjes die de diverse rommelige tuintjes daar van elkaar scheiden.

Twee waarschuwingsschoten konden hem niet bij zinnen brengen. Hij stopte niet. Hij legde zijn wapens niet neer.

Twee van de achtervolgende agenten besloten vervolgens gericht te schieten omdat zij vreesden dat de gewapende en doorgedraaide meneer Stok een gevaar vormde voor anderen.

Mike Stok werd geraakt en zeeg ter aarde. Er werd nog een ambulance voor hem gewaarschuwd, maar hij overleed ter plekke. Naast zijn ontzielde lichaam lag een zilverkleurig vleesmes, waarop men later zijn eigen DNA aantreffen zou, en die rare wandelstok, met de bijlvormige kop en de stalen punt.

Terechtzitting 2015

Vandaag, meer dan twee jaar verder, stonden die twee agenten die zich op die noodlottige aprildag genoodzaakt zagen om de agressieve, gewapende en kennelijk doorgedraaide of verwarde Mike Stok met dodelijk geweld te doen stoppen, voor de rechter. Hun vonnissen staan inmiddels online.

De eerste agent, we noemen deze NN01, werd primair ‘doodslag’ ten laste gelegd. Terecht deed deze een beroep op wat we ‘putatief noodweer’ noemen. Uit alle feiten en omstandigheden die tijdens het onderzoek ter terechtzitting aan het licht kwamen blijkt dat die agenten redelijkerwijze aan mochten nemen dat meneer Stok een dreigend gevaar voor anderen was en hij dus gestopt moest worden. Een terecht beroep op putatief noodweer ontneemt elke vorm van schuld en strafbaarheid aan een gedraging en wat de doodslag betreft wordt de agent dus ontslagen van alle rechtsvervolging. NN01 werd secundair ‘dood door schuld’ ten laste gelegd, maar werd daar vandaag van vrijgesproken. Er is geen bewijs voor, vandaar.

De tweede agent, die we NN02 noemen. werd primair eveneens ‘doodslag’ ten laste gelegd en subsidiair ‘poging doodslag’ en eveneens ‘dood door schuld’. De rechter sprak deze diender vrij van het primair ten laste gelegde, voor het subsidiair ten laste gelegde eerste punt werd deze ontslagen van rechtsvervolging en voor het tweede opnieuw vrijspraak.

Het oordeel van de rechtbank is hier duidelijk: Het schieten door beide agenten was gerechtvaardigd en hen valt strafrechtelijk niets te verwijten.

De rechtbank laat de nabestaanden van Mike Stok weten dat zij zich realiseert dat haar uitspraak voor hen zeer wel teleurstellend is: “Uit de op de terechtzitting voorgelezen verklaringen van de nabestaanden is gebleken hoe ingrijpend hun leven nadien is veranderd en hoe schrijnend hun verdriet is. Dat Mike Stok is overleden moet zeer worden betreurd.”

Natuurlijk, voor ’s mans nabestaanden is zijn dood een absoluut drama. Hij laat een dochtertje achter en dat is al helemaal hartverscheurend. De nabestaanden van meneer Stok laten bij monde van hun advocaat De Jonge weten ”grote teleurstelling en boosheid” te voelen en door de uitspraak zijn ze ”teleurgesteld in het rechtssysteem”.

Nochtans moet daarbij wel opgemerkt, nu we het toch over schuld en verantwoordelijkheid hebben, dat het relaas van de gebeurtenissen op die noodlottige 7 april 2013 een ontluisterend beeld schept van deze man: Het belagen van twee stadswachten, uithalen naar een vrouw, een slag- en een steekwapen halen om de buur ‘te grazen te nemen’ die tussen beiden kwam. Met beide wapens woest zwaaiend over straat.

Meneer Stok was eigenhandig en meermaals schakel in deze vreselijke chain of events.

Dat is hard. Dat is verdrietig. Dat is teleurstellend.

Agent gewond zonder #ophef, de hypocrisie van opinie- en nieuwsmakend Nederland

Eergisternacht werd een agent in hand en rug gestoken door een 17-jarige jongeman. Dat gebeurde in Leerdam, waar de laatste tijd nogal veel brandstichtingen gepleegd worden, en de agent was samen met zijn collega’s in burger aan het werk. De nacht van zaterdag op zondag lijkt me inderdaad een opportuun moment om onherkenbaar in zo’n buurt de boel in de gaten te houden.

Kort na middernacht was het bingo: Een groepje ‘baldadige jongeren’ trok door de wijk en trok daarmee de aandacht van de agenten in burger. De agenten besloten de groep te volgen, maar werden daarbij door de ‘baldadige jongelui’ opgemerkt. Sterker nog, ze werden herkend als zijnde van de politie en de groep keerde zich tegen de dienders. 
Een van die jongelui trok een mes en bedreigde er een agent mee. De agent trok zich, voor zijn eigen veiligheid, terug. Dat wakkerde de agressie in de groep addergebroed echter alleen maar aan en ze zetten de achtervolging in. Een andere agent schoot zijn collega te hulp en moest dat met messteken in hand en rug bekopen.
Dan pas trekken de agenten hun vuurwapens en de jongen geeft zich over. 
Op de route van de ‘baldadige jeugd’ trof men naderhand een trits vernielde auto’s aan en er wordt onderzocht of zij die schades hebben gemaakt. De jonge messentrekker zit vast vanwege zijn poging doodslag op de agent in kwestie. 
Persoonlijk zat ik al in mijn WTF-modus op het moment dat ik las dat jongelui al vernielend en met een mes op zak buurten onveilig maken. Een jongen van 17 jaar die ook nog eens (meermaals!) insteekt op een politieman op het moment dat ‘ie vindt dat hij te veel in de gaten gehouden wordt doet me volledig afhaken. 
Waarom heet dat nog ‘baldadige jeugd’, wat moeten we met zo iemand nog aan en wat moet dat worden, later?

To #ophef or not to #ophef

Enfin, ik wachtte netjes een dag op de #ophef naar aanleiding van het eerste persbericht van de politie. Voor de zekerheid hield ik mijn adem nog maar niet in en inderdaad, ik had kunnen wachten tot ik een ons woog. Op krantenkoppen in chocoladeletters. Op schreeuwerige opiniestukjes en boude stellingnamen. Op demonstraties. Op boze tweets, misschien wel met de vragen of er al excuses waren aangeboden en of er al slachtofferhulp geregeld was. Tofik Dibi bleef echter stil. Meneer Appa repte er niet over. Niets.
De heren Gario en Breedveld blijken me op Twitter geblokt te hebben, maar ik durf te wedden dat er ook in hun tijdlijn weinig #ophef te vinden is. 
Voor de zekerheid deed ik nog een rondje langs de andere oproerkraaiers. Ik heb even over de schutting gegluurd bij Joop.nl, waar men op 3 juli jongstleden nog enthousiast op de kast klom toen er rond drie uur ’s nachts een 14-jarige jongen en een 26-jarige man door agenten met getrokken wapens werden aangehouden, omdat ze een man onder bedreiging met een vuurwapen beroofd zouden hebben. De video die van die aanhouding in Rotterdam gemaakt werd leverde een hysterisch stukje volksmennerij op. Maar nu? Noppes. 
Ook Abulkasim Al-Jaberi nam ik nog even onder de loep. Dat is de ‘journalist’ die ongegeneerd meeliftte op de gebeurtenis in Rotterdam en aan de hand daarvan een beeld schetste van jongeren die geteisterd worden door een racistisch politieapparaat en oreerde dat “die video net zo goed uit Palestina kunnen komen, waar Palestijnse kinderen dagelijks in de loop van een vuurwapen moeten kijken”. Ook van zijn pen: Nada. 
Ook de politie is het opgevallen dat zowel de media als de samenleving nu uitermate tam reageren. De artikeltjes hierover verschijnen bepaald niet in overdaad en als er al over geschreven wordt dan blijven de schrijvers ervan netjes zakelijk en op de vlakte. 
Deden ze dat nou maar vaker. 
Mevrouw Martine Vis, plaatsvervangend politiechef van de eenheid Rotterdam, confronteerde twitterend Nederland gevoeglijk met foto’s van de verwondingen van haar medewerker. 
De foto’s vind ik afgrijselijk om te zien, maar ze schudden de boel wel eindelijk wakker. Die bloederige plaatjes prijken inmiddels wel op heel wat voorpagina’s. 
Het zijn de stille getuigen van de hypocrisie van opinie- en nieuwsmakend Nederland. 

Gelukzoekers

Als er iets is dat ik leuk placht te vinden aan ons, Nederlanders, dan was het ons vermogen het leed van een ander aan te trekken. We hebben de naam zuinig te zijn, op het vervelende af, maar zijn daarnaast ook kampioenen in het schenken aan goede doelen. Nederlanders zijn het vrijgevigste volk op deez´ aardkloot, waar het om goede doelen gaat. Of het nu gaat om hongerende kinderen of slachtoffers van natuurgeweld, we trekken onze portemonnee wel en met graagte.

Sinds deze week zijn we echter ook het volk dat uitgeprocedeerde asielzoekers in wel vijf steden een paar weken in ‘bed, bad en brood’ wil voorzien, totdat ze ‘tot rust zijn gekomen’ – waarna we ze zonder pardon op straat zullen zetten. De gedachte daarachter is dat mensen, die niet langer in ons land mogen blijven maar weigeren te vertrekken, zich wel bedenken wanneer ze geconfronteerd worden met een zwervend bestaan.
Of dat zo is, dat weet ik zo net nog niet. Wie honger, oorlog of vervolging ontvlucht of eenvoudigweg op zoek is naar een beter bestaan voor zichzelf en zijn geliefden zich zo makkelijk niet laten ontmoedigen door een leven in de straten van een van de gelukkigste landen van de wereld. ‘Gelukzoekers’ noemen we die laatste categorie graag en dat bedoelen we dan allerminst positief.  
Toch, alle mensen zoeken naar het geluk in het leven. Ook wij. Voor de een is dat huisje, boompje, beestje en een ander zou willen dat hij zijn kinderen elke dag in elk geval bed, bad en brood kon geven. Het is immers nog altijd oneerlijk verdeeld in de wereld. Dat we iemand ‘maar’ een gelukzoeker vinden ontslaat ons niet van onze morele verplichtingen deze mensen humaan te behandelen.
Het ‘bed, bad, brood-akkoord’ is geen oplossing voor het probleem dat Nederland heeft met het laten terugkeren van mensen die hier niet langer mogen verblijven en levert zelfs extra problemen op. De overheid trekt haar handen van zo’n uitgeprocedeerde asielzoeker af en eenmaal op straat ziet hij maar hoe hij zich redt. Dat kan zwervend, bedelend, al dan niet met illegaal werk zijn of zelfs stelend, met de nodige overlast van dien, welke dan meteen in de vijf  aangewezen grote steden is geconcentreerd. 
Ongetwijfeld mogen de politie en vreemdelingenorganisaties zich daar dan verder over ontfermen. Wellicht is dat wat de heer Rutte nu werkelijk bedoelde met zijn participatiesamenleving; de overheid schuift haar verantwoordelijkheden af en de samenleving? Die dweilde voort. Met de kraan open.  
Dat is alles dat anderhalve week crisisberaad van ons kabinet heeft opgeleverd. Dat vind ik gênant. 
Gênanter nog was dat tijdens het debat over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers zo’n achthonderd mannen, vrouwen en kinderen de verdrinkingsdood stierven op de Middellandse zee en zelfs dat geen reality check meer voor ons is. Mensen die zich samen met hun kinderen in te grote getale op een gammele boot hadden laten samenpakken, op zoek naar geluk in Fort Europa. Op hun verscheiden werd met de nieuwe Hollandse hufterigheid gereageerd, want “dat scheelde ook weer achthonderd uitkeringstrekkers nietwaar?”  
Wat is er toch met ons gebeurd dat we schromen een drenkeling de helpende hand te bieden of een uitgeprocedeerde asielzoeker in elk geval te eten te geven, omdat we vrezen er zelf een boterham minder om te eten? 

L’amour plus fort que la haine

Gekwetste boze gelovigen, ik kan het niet helpen maar daar word ik altijd een beetje onwel van.

Nu heb ik ook nog een een nare griep onder de leden, van het soort dat me zo doet hoesten dat ik steeds verbaasd ben geen hele stukken long in mijn zakdoekjes aan te treffen, dus daar kan dat weeë gevoel in mijn maag natuurlijk ook vandaan komen. Ik verruil geregeld mijn bed voor mijn bank, zodat ik een waterige blik op de televisie kan werpen, en ben dankbaar voor de afstandbediening en mijn tablet – daardoor hoef ik niet onder mijn warme deken vandaan. Ook u treft het, ik mag dan geen stem hebben maar lastigvallen kan ik u zo toch.

Enfin, gekwetste boze gelovigen. Na de aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo liet dit slag ook in ons kikkerlandje weer luid van zich horen. Op een school in Heemskerk, het Kennemer College, hing een docent een poster op van Charlie Hebdo. U vindt hem hiernaast. “L’amour plus fort que la haine”, dat lijkt mij een prachtige boodschap in eender welke school. De directie van die school dacht daar echter heel anders over en ze liet, na klachten van voornamelijk moslimleerlingen, de prent prompt verwijderen want de poster is “aanstootgevend” en “tolerantie kent ook grenzen”.

O, kom op mevrouw de directrice! Ik heb griep, maar wat is uw excuus voor die slappe knieën?

Die directrice legde dat nader uit: “Ze reageerden er erg emotioneel op en hebben de poster als kwetsend ervaren. We hebben het over kinderen van 12 tot en met 15 jaar van beroepsgerichte vmbo-opleidingen die de Franse tekst (l’amour plus fort que la haine – liefde is sterker dan haat) niet begrepen. Zij zien de nuances niet en ervaren de afbeelding, die in een krant stond, als kwetsend voor hun geloof.”

De school had natuurlijk ook juist dat kunnen doen waar ze in beginsel haar bestaansrecht aan ontleent en dat is het hiaat in de kennis en het begripsvermogen van die kinderen dichten.

Dat was ook al niet gebeurd bij de drie moslimjongeren die Eva Jinek op haar beruchte bank uitnodigde. Drie studenten van 21 jaar oud, die ons allemaal pijnlijk confronteerden met de intolerantie die zij ervaren; een uit angst geboren wantrouwen door mensen die hen op één hoop gooien met extremisten zoals de aanslagplegers uit Parijs. Zot natuurlijk. Het venijn zat echter in de staart, toen ook zij betoogden dat er grenzen aan satire zouden zijn en het “niet kan” dat de profeet Mohammed beledigd wordt. Want dat doet pijn. Verongelijkt werden de Joden en de Holocaust er aan de haren bij getrokken want o, wat wordt er met twee maten gemeten.

De arrestatie van Gregorius Nekschot en de vervolging van Geert Wilders zeggen mij iets heel anders, maar tegen het Calimerocomplex is geen kruid gewassen.

Tolerantie kent maar één grens en dat is die waar intolerantie begint. Intolerantie zouden we niet moeten tolereren. Intolerantie, dat is nu precies iets waar buitengewoon veel religies en heilige boeken van bol staan en waar verontrustend veel religieuze mensen erg goed in zijn.

Ze staan bij mij gebroederlijk op een boekenplank; drie bijbels, twee korans, het boek van Mormon en nog zo wat aan heilige geschriften. Een beetje beduimeld, want allemaal uitgebreid gelezen. Ik heb er de mooiste levenslessen in gevonden, maar ook passages waar ik me een hoedje van geschrokken ben. Over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk. Waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld.

Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie en meningsuiting, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren. Natuurlijk hoor ik u wel brommen; dat ik zulke teksten wel in hun context moet zien en dat ik me als leek terughoudend op moet stellen wanneer het gaat om de interpretatie van dergelijke teksten. Ik doe mijn best. Heus.

Maar juist van mensen die met die heilige boeken zwaaien verwacht ik incasseringsvermogen.

Loser

Ik denk niet dat ik overdrijf wanneer ik zeg dat ik zo’n beetje alles, dat in de media over de gebeurtenissen in Frankrijk geschreven werd, ook gelezen heb. Infobesitas is my middle name. 

Eén opmerking blijft maar rondzingen in mijn hoofd: Chérif Kouachi was een ‘loser’.

Chérif Kouachi

Voordat de broers Chérif en Saïd Kouachi die gruwelijke aanslag pleegden op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo, was de eerste al eens veroordeeld. Dit omdat hij in 2008 af had willen reizen naar Irak, hij was dus een gekend jihadist. De advocaat, die hem toen vertegenwoordigde, herinnert zijn cliënt vooral als een ‘loser’. Een wietverslaafde mislukkeling, die geen idee had wat hij met zijn leven aanmoest en pizza’s bezorgde om zijn verslaving te bekostigen. Tot hij een club jihadisten tegen het lijf liep die hem het idee gaf dat hij ‘belangrijk’ was. 

    Chérif Kouachi werd tot drie jaar cel veroordeeld, waarvan hij slechts de helft daadwerkelijk in de gevangenis doorbracht. Eenmaal op vrije voeten, in 2005, sprak hij met journalisten over zijn doel te sterven als martelaar. Hij werd een van de onderwerpen van de documentaire Pièces à conviction. De makers van die documentaire beschreven hem als een “rapfan die liever achter meiden aanzit dan naar de moskee gaat”. Tot hij onder invloed kwam van moslimradicalen.

    Amédy Coulibaly

    Ook Amédy Coulibaly, een van de daders in het gijzeldrama in een Franse koosjere supermarkt, is een ‘loser’. Hij begint zijn carrière als kruimeldief, en escaleert van diefstal en drugshandel naar een gewapende bankoverval in 2002. Tijdens zijn verblijf in Huize Traliezicht raakt hij bevriend met moslimradicalen. Via hen kende hij de broers  Chérif en Saïd Kouachi.

    Djamel Beghal

    Gemene deler is de radicale moslim Djamel Beghal. Uit de pers: “Door de Britse geheime dienst werd Beghal een talentspotter genoemd. Hij zou een neus hebben voor gefrustreerde jonge moslims met talent voor geweld. Beghal sprak veel met hen over hun frustraties”.

    Djamel Beghal moet ook Richard Reid en Zacarias Moussaoui gerekruteerd hebben. Ook Richard Reid was een ‘loser’, een draaideurcrimineel zich onder meer bezondigde aan straatroof. Reid bekeerde zich in de gevangenis tot de islam.

    Mohammed Bouyeri

    Het deed me denken aan een stuk dat ik eerder in De Correspondent las. Daarvoor was men op zoek gegaan naar vrienden van Mohammed Bouyeri, de moordenaar van cineast Theo van Gogh. Ook Mohammed Bouyeri was eerst een jongen “die graag een biertje dronk en achter de meisjes aanzat”. Hij brak drie studies af en voelde zich als moslim niet serieus genomen toen zijn plannen voor een eigen buurtcentrum op niets uitliepen.

    Uit dat stuk kreeg ik al een beeld van ontevreden en gefrustreerde jongelui, die menen dat hen tekort gedaan werd. Dat gevoelen blijkt een bijzonder vruchtbare grond voor radicalisatie:

    ‘Dit land heeft mij niets te bieden,’ zei Abdellatif, die zichzelf onderhield met het rondbrengen van folders. ‘En dus heb ik dit land niets te bieden.’ Hij vond dat hij de kansen niet had gehad die hij had moeten krijgen. Niemand vond hem goed genoeg. En hij verwees naar Mohammed Bouyeri, die ook niet het begrip had gekregen dat hij verdiende. De plannen die Mohammed als buurtwerker voor de stad had bedacht, waren afgewezen. 

    De folderaar voelde zich waardeloos, tot hij de Koran was gaan lezen en in een andere wereld terechtkwam. Daarin vond hij de rechtvaardiging van zijn wraakgedachten. Hij herwon zijn zelfrespect. 

    Het waren jongens die door niemand werden opgemerkt. Totdat ze zich op het geloof stortten. Ze gingen hun zusjes bestraffend toespreken, ze bekritiseerden hun rokende vrienden.

    Rode draden

    Er wordt opvallend vaak geradicaliseerd door ‘losers’ – of toch in elk geval mensen die zich een ‘loser’ en waardeloos lijken te voelen. Ontevredenheid, frustratie en het (al dan niet terechte gevoel) achtergesteld te worden drijven jonge mensen in de armen van radicalen.

    Opvallend vaak is er sprake van een criminele voorgeschiedenis en komen ze elkaar tijdens een verblijf in de gevangenis tegen.

    Opvallend vaak kunnen radicalen ongestoord hun gang gaan bij het vergiftigen van de geesten van hun rekruten.

    Daar moeten we wat aan kunnen doen, lijkt me.

    De toets der kritiek en 1053 spelletjes FreeCell

    Kritiek doet zeer, maar van kritiek word je beter.

    Ik heb moeite met kritiek. Dat is een van de vele minpuntjes aan mij en ik weet ook precies waarom ik zo’n moeite heb met kritiek: Het raakt je in je kern, je diepste wezen en daar schuilt mijn onzekerheid. Kan ik de toets van uw kritiek wel doorstaan?

    Dan moet het echter wel gaan om kritiek die hout snijdt en moet ze afkomstig zijn van iemand die me op zijn minst een beetje kent. Daarnaast moet diegene ook wel wat van mijn achting genieten, er zijn er best een paar die ik in beginsel al niet au sérieux neem – waarmee ik u meteen een van mijn andere minpuntjes opbiecht. Jazeker; op het moment dat ik na rijp beraad besloten heb dat ik u echt een dwaas vind, dan glijdt uw kritiek van me af als water van een eend.

    Maakt een opmerking me boos, dan stel ik mijn reactie uit. Dat doe ik ook bij het schrijven van een blog. Dat doe ik omdat ik weet welk effect gevoelens als boosheid en angst op mijn rationele denken hebben. Zodra er lelijke of onredelijke dingen op mijn beeldscherm verschijnen moet ik een spelletje FreeCell spelen van mezelf en als ik eenmaal gewonnen heb en gekalmeerd ben, dan bekijk ik het geschrevene nog eens. Ik ben al 1053 spelletjes onverslagen.

    Vandaag speelde ik al drie spelletjes, in een poging de actualiteit te becommentariëren. Wat er in Frankrijk gebeurt is vreselijk en het is natuurlijk opeens ook wel erg dichtbij huis. De aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo, de aanslag op een Franse agente, de klopjachten, de schietpartijen en de gijzeling in een Joodse supermarkt… het zijn zulke enge taferelen.

    Verder weg, in Saudi-Arabië werd vanochtend, rond elf uur Nederlandse tijd, Raif Badawi uit zijn cel gehaald om de eerste vijftig van duizend zweepslagen te moeten ondergaan. Op zijn website werd namelijk kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd. Raif Badawi had kritiek op de religieuze politie voor het schenden van mensenrechten en erger nog; Raif Badawi had het gore lef om te vinden dat moslims, christenen, joden en atheïsten gelijkwaardig aan elkaar zijn en haalde zich daarmee de toorn van een islamgeleerde op de hals. Raif Badawi is een van velen.

    Ik word er boos en onredelijk van en dan ga je als mens nu eenmaal vreselijk domme dingen zeggen.

    Dat blijkt wel, als ik zo de dagbladen een doorspit en de nodige opinies lees.

    Schuld van de islam

    Zoals dat het allemaal de schuld van de islam is, terwijl een Anders Breivik geen enkele moeite had gruweldaden van dezelfde soort te plegen zonder islamitische overtuigingen. Daarnaast was de agent, Ahmed Merabet, die wij allemaal vermoord hebben zien worden, ook een moslim. Wie verder geruststelling nodig heeft zou eens op de facebookpagina “Niet mijn islam” moeten kijken, of op Twitter naar de hashtag #nietmijnislam.

    Dat alles wil niet zeggen dat de daders niet door de islam geïnspireerd geweest kunnen zijn, maar het is wel een gegeven dat extremisten van elke doctrine een handboek des doods kunnen maken.

    Ik schreef eerder deze week al over kleine geesten, vol benepenheid, angst en eigenbelang en niet zelden aartsconservatief. Ze bepalen op dit moment de publieke opinie, de politiek en niet zelden de realiteit van alledag. Ze hangen andere mensen het juk van hun kleingeestigheid om. Alles in dit ondermaanse heeft in hun beleving maar twee smaken; goed of slecht, vriend of vijand, mens of onmens. Iedere moslim is in hun beleving een gevaarlijke terrorist, iedere ongelovige een goddeloze slechterik, iedere homoseksueel een gevaar voor de vermeende “natuurlijke gang van zaken”, iedere priester een pedoseksueel, iedere vrouw een gevaarlijke verleidster.

    Het zijn de lieden die brandbommen gooien naar moskeeën, en de mensen die zulk geweld toejuichen. Het zijn de lieden die vrouwen maar één rechtmatige plaats toedichten in het leven en dat is pregnant and barefoot achter het aanrecht. Het zijn de mensen die andere mensen het hoofd afslaan, martelen, gevangennemen, en ontvoeren, die boeken en kruizen verbranden én de mensen die dat oogluikend toestaan.

    Door alle moslims over één kam te scheren, en daarmee toe te geven aan dat heerlijk overzichtelijke en daarom zo verleidelijke vijanddenken, geeft u toe aan die kleingeestigheid. U doet tekort aan de moslims achter #nietmijnislam en u speelt de terroristen in de kaart.

    Schuld van Charlie

    Nog een rare hersenkronkel; dat het de schuld van Charlie Hebdo zèlf zou zijn, dat ze de aanslag zou hebben uitgelokt met haar vlijmscherpe cartoons. Dat is dezelfde onzin als tegen een verkrachte vrouw zeggen dat ze de verkrachting uitlokte door een te kort rokje te dragen. Blaming the victim, noemen ze dat.

    Charlie Hebdo levert kritiek. Op alles en iedereen. Niets op deez’ aardkloot verdient het van kritiek gevrijwaard te blijven. De islam is daar geen uitzondering op.

    Mensen als deze terroristen, die de stemmen van critici in bloed proberen te smoren, zijn daarbij ook wel erg doorzichtig; zij zijn er duidelijk van tevoren al van overtuigd dat hun overtuigingen de toets der kritiek niet kunnen doorstaan.

    Maar daar kan Charlie niets aan doen.

    #JeSuisCharlie

    Over de terreur van kleine geesten

    Bent u wel eens met vreselijk veel tegenzin ontwaakt uit een prachtige droom, lucide waarschijnlijk, die zo echt leek dat u het heel zeker wist: Een andere, fantastische realiteit werd u zojuist door de neus geboord. Een waar alles mogelijk is, een waar u misschien uw beste ideeën opdoet. In het ergste geval draaide u zich om en was die droom daarmee onmiddellijk vervlogen. Bleef u achter met het gevoel iets fabuleus meegemaakt of bedacht te hebben, maar had u geen idee wat dat ook al weer was.

    Door stil te blijven liggen, vooral niet omdraaien, kunt u nog een paar heerlijke momenten lang genieten van die droom, hem onthouden zelfs. Uiteindelijk moet u er natuurlijk toch aan geloven en de werkelijkheid van alledag onder ogen komen.

    We dromen te weinig. Van grote dromen en heuse idealen. Daarom hebben we zo’n gebrek aan gezonde ambities. Daarom praten we over meer over kostenplaatjes dan over kwaliteit van leven als het om ouderenzorg gaat, bijvoorbeeld.

    Erger misschien, we vervelen ons lang niet genoeg meer. Wie zich verveelt kan zijn gedachten de vrije loop laten en van verveling komt zo inzicht, verdieping en creativiteit.

    Of dacht u dat een Sir Isaac Newton op zijn geweldige zwaartekrachttheorie gekomen was als hij een potje Candy Crush had zitten spelen op het moment dat die befaamde appelboom die ene appel vallen liet? Nee, de goede man zat te peinzen.

    Peinzen, dat is het rijpingsproces dat voorafgaat aan “Eureka!” Wie de tijd neemt om op zijn gemak peinzend opgedane kennis te herkauwen komt tot nieuwe inzichten. Net als Newton. Kleine geesten en kleine gedachten worden er groter van en dat is, met de huidige overkill aan benepen kleingeestigen en gebrek aan grote denkers, bittere noodzaak.

    Kleine geesten, vol benepenheid, angst en eigenbelang en niet zelden aartsconservatief. Ze bepalen op dit moment de publieke opinie, de politiek en niet zelden de realiteit van alledag. Ze hangen andere mensen het juk van hun kleingeestigheid om. Alles in dit ondermaanse heeft in hun beleving maar twee smaken; goed of slecht, vriend of vijand, mens of onmens. Iedere moslim is in hun beleving een gevaarlijke terrorist, iedere ongelovige een goddeloze slechterik, iedere homoseksueel een gevaar voor de vermeende “natuurlijke gang van zaken”, iedere priester een pedoseksueel, iedere vrouw een gevaarlijke verleidster.

    Het zijn de lieden die brandbommen gooien naar moskeeën, en de mensen die zulk geweld toejuichen. Het zijn de lieden die vrouwen maar één rechtmatige plaats toedichten in het leven en dat is pregnant and barefoot achter het aanrecht. Het zijn de mensen die andere mensen het hoofd afslaan, martelen, gevangennemen, en ontvoeren, die boeken en kruizen verbranden én de mensen die dat oogluikend toestaan.

    Zwijgen is toestemmen en dus wil ik niet zwijgen.

    Ik neem zonder terughoudendheid afstand van hen allemaal, maar hé, “eigen volk eerst”. Vol plaatsvervangende schaamte distantieer ik mij van mensen zoals hieronder. Zij zijn een smet op het Nederland waar ik van houd en dat spijt me.

    MH17 en het Groot Eigen Gewin

    Vanaf het eerste moment dat ik hoorde van de Boeing 777 van Malaysia Airlines, die boven Oekraïne werd neergehaald, ben ik met stomheid geslagen geweest. Pro-Russische separatisten zouden het vliegtuig neergeschoten hebben met een BUK luchtdoel-raketsysteem van Russische makelij.

    Er waren 298 zielen aan boord en niemand overleefde de ramp. Mannen, vrouwen, kinderen. Hele gezinnen.

    Ik was er stil van.

    Niemand is de situatie in Oost-Oekraïne ontgaan. Er waren al Oekraïense militaire vliegtuigen neergeschoten door pro-Russische separatisten en een deel van het luchtruim boven dat gebied was sinds 1 juli al gesloten. Geen enkel passagiersvliegtuig kan hoog genoeg vliegen om buiten het bereik van radargeleide luchtdoelraketten te vliegen. Ik vind het onbegrijpelijk, maar tientallen luchtvaartmaatschappijen lieten desondanks hun vliegtuigen kennelijk gewoon over Oost-Oekraïne vliegen. Dat is korter en dus goedkoper.

    Ik was er stil van.

    Op de plek des onheils gebeuren de vreselijkste dingen. Er wordt met lichamen gesleept. Lichamen verdwijnen met onbekende bestemming. Er werd geplunderd en er zouden creditcards van de omgekomenen zijn gestolen. Binnen no time wemelt het op het Internet van de meest schokkende foto’s. Van lichamen, brokstukken, paspoorten. Ze vinden gretig aftrek.

    Ik was er stil van.

    De strijdende partijen wijzen naar elkaar. Rusland wijst naar Kiev en Kiev wijst naar Rusland. Een staakt-het-vuren om de doden netjes te laten bergen is geen vanzelfsprekendheid, daar moet over onderhandeld worden. Het tegendeel gebeurt, hulpverleners, onderzoekers en journalisten worden gehinderd en in de omgeving gaan de gevechten door. Rebellenleider Igor Girkin laat bij monde van zijn assistent weten dat hij nog twijfelt of hij internationale onderzoekers überhaupt wel toegang geven wil tot de rampplek.

    Ik was er stil van.

    De ramp wordt al te snel ook misbruikt in geopolitieke steekspelen. De NOS citeerde president Poetin: “Dit zou niet zijn gebeurd als Kiev niet zou zijn doorgegaan met de vijandigheden in Oost-Oekraïne”. Een dag later belt meneer Poetin met onze minister-president om deze te laten weten dat hij een “onpartijdig onderzoek” wil. Alle wereldleiders vinden er wat van en ze bellen heel wat met elkaar af. Daar blijft het uiteraard wel bij, tegen de Russische Beer kun je het best niet al te hard keffen.

    Ik was er stil van.

    Onze minister-president Rutte laat weten tot op het bot gemotiveerd te zijn om ervoor te zorgen dat de bovenste steen komt en de daders worden berecht. “Eerder zullen wij niet rusten.” Onhandig genoeg laat hij zich daags daarna op het terras van een cafeetje fotograferen. Onderuitgezakt, in een t-shirtje en met een mobiele telefoon aan zijn oor.

    Ik was er stil van.

    Ook de kleine geesten van mindere importantie zetten de ramp op hun eigen benepen agendaatjes. Quinsy Gario jammerde, naar aanleiding van een persconferentie van de minister-president op Twitter: “White lives matter more than brown ones”.

    Ik was er stil van.

    Verschillende complottertjes gingen ook los en dat verbaasde me niets. De lucht van ontbindende lijken doet hen over het algemeen watertanden. Opeens zijn ze allemaal weer expert en weten als geen ander hoe een uit de lucht geschoten passagiersvliegtuig erbij hoort te liggen. Om over de doden nog maar niet te spreken. Alleen het gegeven dat MH17 vanaf Schiphol vertrok is volgens sommigen genoeg om tot de lumineuze conclusie te komen dat het vliegtuig in zijn geheel een biologisch wapen was, bedoeld om de wereldbevolking uit te roeien.

    Ik was er stil van.

    Vandaag wil ik er toch maar even wat over zeggen: Er zijn niet genoeg gestichten op deez’ aardkloot.

    "Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen"

    Op 11 augustus 2012 reed de Soedanese mevrouw C. in haar rode Renault Mégane naar de Amsterdamse Bijlmer. Naast haar zat haar zwangere vriendin en achter haar zat haar 2-jarige zoontje in zijn kinderzitje.

    Op de IJdoornlaan klapte een grijze Ford Galaxy bovenop de auto van de dames. De twee vrouwen raakten gewond. Mevrouw C. hoorde haar zoontje huilen, stapte uit om hem uit de auto te halen en voelde zich vervolgens onwel worden.

    Meneer S., die achter de auto van de dames reed, zag het ongeval gebeuren. Hij stapte uit om te gaan helpen en belde 112. Hulpverleners, politie en ambulance, kwamen gevoeglijk ter plaatse. Bij het eerste contact tussen meneer S. en de verpleegkundige van de ambulancedienst ging het echter direct al mis.

    Reconstructie van een rel

    Er ontstond verwarring tussen beiden toen de verpleegkundige van meneer S. wilde weten of de aanwezige peuter in de auto had gezeten tijdens de aanrijding. Meneer S. raakte geëmotioneerd en geïrriteerd door de vragen van de verpleegkundige en voelde zich “niet serieus genomen en afgewimpeld”. Volgens de verpleegkundige reageerde meneer S. vervolgens verbaal agressief en bedreigend. Meneer S. beet de hulpverlener toe dat deze “zijn werk moest doen”. De verpleegkundige, door de wol geverfd, liet dat voor wat het was.

    De ambulancechauffeur had ondertussen een barst in de ruit aan de passagierszijde van de Mégane gezien en maakte daaruit op dat degene die daar gezeten had, de zwangere mevrouw dus, wel nekletsel hebben moest. Hij gaf deze informatie door aan zijn collega en ze besloten dat de dame in kwestie zo snel mogelijk naar het ziekenhuis vervoerd diende te worden.

    “Waar bemoei jij je mee?” 

    Om mevrouw C. te kunnen helpen vroeg de verpleegkundige vervolgens omstanders even uit de weg te gaan. Mevrouw C. was op dat moment haar familie aan het bellen en haar vroeg hij om haar mobiele telefoon weg te doen.

    Dat zinde Meneer S. kennelijk niet. De ambulancechauffeur hoorde meneer S. tegen zijn collega schreeuwen: “Waar bemoei jij je mee? Die mevrouw heeft gewoon het recht om te bellen. Laar haar toch lekker bellen.”  De chauffeur ziet zijn collega geschrokken van het tafereel weglopen.

    Wanneer de politie de chauffeur van de grijze Ford aan het ondervragen is blijkt meneer S. zich ook niet in hun aanpak te kunnen vinden. Hij riep: “Jullie moeten hem aanhouden man! Hij zat fout! Ik ben getuige!” Meneer S. was op dat moment in gezelschap van twee andere mannen en had de peuter van mevrouw C. op zijn arm. De agent probeerde hen te kalmeren en vroeg hen afstand te nemen.

    Hulpverleners hebben nu eenmaal ruimte nodig om hun werk te doen.

    “Zou u rustig willen zijn?”

    Beide ambulancebroeders waren op dat moment bezig de zwangere vrouw op een wervelplank te leggen en de chauffeur had door het geschreeuw moeite zich op die taak te concentreren. Hij maakte zich zorgen over de toenemende agressie en grimmigheid om zich heen. Hij liep op meneer S. af, legde een hand op diens bovenarm en zei naar eigen zeggen: “Meneer, die dames hebben recht op snelle hulpverlening. Wij willen ze zo snel mogelijk naar het ziekenhuis brengen, gezien de klap. Zou u rustig willen zijn? Dan kunnen wij ons werk doen. Het leidt te veel af, het zweept op.” 

    Meneer S. zou daar later anders over verklaren. Volgens hem duwde de ambulancechauffeur hem weg en gaf deze hem met vlakke hand een duw tegen het bovenlijf. Volgens beider lezing begon meneer S. te schreeuwen dat de broeder van hem af moest blijven.

    De situatie escaleerde gestaag verder. Een cameraman van AT5 wist een en ander vast te leggen. Op de plaats van het ongeluk was het dan al een drukte van belang. Familie van de slachtoffers was ter plaatse gekomen, het was rumoerig. Zo rumoerig zelfs dat de bemanning van een tweede ter plaatse gekomen ambulance besloot niet aan het werk te gaan omdat ze de situatie niet veilig vonden. Ze vonden het geen gezond idee in die omstandigheden aan het werk toe moeten, zo met hun rug naar al die agressievelingen gekeerd.

    De politie vroeg de bemoeizuchtige omstanders meerdere keren te vertrekken, maar dat weigerden ze. Een van de agenten sommeerde de ambulancechauffeur zich met de gewonden te bemoeien en niet met de bemoeials.

    Vlam in de pan

    De ambulancechauffeur begon zich zo langzamerhand vreselijk zorgen te maken over het zwangere slachtoffer en haar ongeboren kind. Het “planken” duurde volgens hem veel te lang. Hij besloot opnieuw te proberen meneer S. te kalmeren en stapte weer op hem af met het verzoek “normaal te doen”. Meneer S. beet hem toe dat hij zelf normaal moest doen, gaf de nog altijd op zijn arm gezeten peuter aan een andere omstander door en vloog op de chauffeur af. Omstanders grepen in, zo ook een agente. Meneer S. raakte verder overstuur en moest door twee motoragenten vastgehouden worden. Hij vertelde hen dan de ambulancebroeder hem heeft weggeduwd, wees deze aan en vervolgens moet de broeder boos op meneer S. zijn afgestormd.

    Het komt tot een luidruchtig en chaotisch handgemeen, waarover de lezingen verschillen. Volgens de een valt meneer S. de ambulancechauffeur aan en weert de hulpverlener hem af, volgens de ander grijpt de ambulancebroeder meneer S. juist bij de keel. Daarnaast zou de ambulancechauffeur “Mongool, ik ben aan het werk, laat mij mijn werk doen” hebben geroepen.

    Op het filmpje van AT5 is in elk geval te zien hoe meneer S., brullend als een dolle stier en met aan elke arm een motoragent, op de broeder afgaat. Agenten springen ertussen en meneer S. wordt naar de grond gewerkt, waarbij zijn patellapees afscheurt. Liggend op het asfalt brult hij “Mijn knie, mijn knie, mijn knie!” De ironie wil dat hij met een ambulance moest worden afgevoerd.

    Een tweede vechtlustige bemoeial, een man van 32 jaar, werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel. Zowel meneer S. als de ambulancechauffeur deden aangifte, tegen elkaar en meneer S. ook nog tegen de politie.

    Rechtszaak

    De ambulancechauffeur heet Jeroen N. Eergisteren stond hij voor de rechter en hoorde het OM een voorwaardelijk taakstraf van twintig uur eisen met een proeftijd van twee jaar. Jeroen N. beriep zich op noodweer. Rechtbankverslaggeefster Saskia Belleman was erbij.

    Officier van Justitie Rob Kloos: “De omstanders hebben zich niet te bemoeien met wat daar gaande is en de ambulancemedewerkers en de politie moeten in de gelegenheid worden gesteld om in een veilige werkomgeving hun werk te doen.” Justitie moet voorgesteld hebben de zaak middels mediation uit te praten, maar Jeroen N. heeft de zaak alsnog voor laten komen. Hij verscheen in zijn werkkleding.

    Meneer Kloos vindt de gedragingen van Jeroen N. toch “strafwaardig”. Er waren zoveel politiemensen ter plaatse dat de officier meent dat Jeroen N. niet hoefde te vrezen voor zijn veiligheid. De advocate van Jeroen N. verweet op haar beurt de aanwezige politieagenten een gebrek aan daadkracht.

    Tijdens de rechtszaak bleek Jeroen N. een strafblad te hebben, waaruit je wellicht zou kunnen concluderen dat hij met een wat kort lontje behept zou kunnen zijn: “Belediging ambtenaar in 2006, mishandeling in 2010, huiselijk geweld in 2013”. Zo zeg.

    De uitspraak is op 10 juli. 

    “Handen af van onze hulpverleners” 

    Geweld tegen mensen met een publieke taak staat hoog op de agenda van onze Rijksoverheid:  

    Werknemers met een publieke taak krijgen vaak te maken met agressie en geweld tijdens hun werk. Bijvoorbeeld ambulancepersoneel, politieagenten en buschauffeurs. De overheid pakt dit geweld aan, onder andere door daders harder te straffen en de schade te verhalen op de daders.

    In dat licht wil ik u twee eigenaardigheden onder de aandacht brengen.

    De 32-jarige man, die werd aangehouden op verdenking van verstoring van de openbare orde en het belemmeren van het ambulancepersoneel, kreeg een enórme boete van vijftig euro.

    De aangifte tegen meneer S. werd zelfs geseponeerd omdat het Openbaar Ministerie in al haar wijsheid vindt dat hij met het letsel dat hij aan zijn knie opliep wel genoeg gestraft is.

    Tegen de ambulancebroeder werd echter een voorwaardelijke werkstraf van twintig uur geëist, met een proeftijd van twee jaar.

    Daarmee lijken mij de verhoudingen volledig zoek. 

    Trial by Internet

    Dat was me wat, hè, gisteren. Nee, niet dat malle voetbal – dat filmpje.

    Het verscheen gisteren op het Internet.

    Een groep opgeschoten jongens loopt joelend en jouwend achter een meisje aan. Een van hen filmt. Ze loopt stevig door, en dat is niet voor niets. Opeens valt een van de jongens haar van achteren aan. Hij is twee koppen groter dan zij. Snoeihard trapt hij haar onderuit en ze komt hard ten val. Hij blijft over haar heen gebogen staan, heft een hand en probeert dan haar bij de haren te grijpen. Een van zijn maten roept tegen de dader: “Klaar, klaar! Kuba ga weg!” 
    Het meisje weet op te staan. Boos gooit ze haar tas op straat. “Nee, ik wil niks doen, maar jij begint!” Ze schopt naar haar belager en het komt tot een handgemeen, waarbij hij haar weer tegen de grond werkt. Zodra ze languit in het gras ligt ziet hij zijn kans schoon en trapt haar vol op de nek. Toch staat ze weer op en stormt weer op de jongen af. Ze laat zich niet op haar kop zitten. Ik bewonder haar, wat een tijgerin. 
    Later blijkt dat het meisje al anderhalf jaar op school gepest wordt. Er is een zogeheten pestprotocol op haar school en eens te meer blijkt dat een buitengewoon gemankeerd middel te zijn. De rector van de betreffende school meent dat de mishandeling, die buiten en na schooltijd plaatsvond, niet door de school te voorkomen was geweest. Er ging echter een incident in de klas aan de mishandeling vooraf. 

    Manhunt

    Die eerste trap maakte me meteen wee in mijn maag. God, wat gaat dat hard. De beelden maken meteen het slechtste in me los, ik word er onnoemelijk kwaad van. Ik ben niet de enige, zo blijkt direct. De jacht begint, want zo werkt dat met verontwaardigd Internet: Cry havoc and let slip the dogs of war
    Al gauw circuleerden namen, foto’s adressen en zelfs een telefoonnummer. De dolle meute pikte het spoor op, rook bloed en zinde op wraak. Die meute is niet te stoppen, de jacht ging door ook nadat het nieuws naar buiten kwam dat de galbak was aangehouden. Mijn innerlijke middeleeuwer was in haar nopjes, dat moet ik eerlijk toegeven, en ze hoopt dat hij nog lang zeven kleuren mag schijten.
    Rationele ikke slaakt teleurgesteld een diepe zucht en maakt een facepalm. Niet omdat ze nou medelijden heeft met de jonge geweldpleger, dat zeker niet. We weten echter al dat zulke wijdverbreide aandacht via social media eenmaal bij de rechter een straf verminderende factor is. Dat hebben we immers al gezien bij de zaak van de “Eindhovense kopschoppers”. Ik citeer: 

    Een andere grond voor strafvermindering is gelegen in de gevolgen die de buitengewoon grote media-aandacht voor verdachte heeft gehad. De camerabeelden, waarop verdachte goed herkenbaar in beeld te zien is, zijn veelvuldig uitgezonden en nog steeds op elk gewenst moment te bekijken via internet. Verdachte heeft de voortdurende media-aandacht als zeer belastend ervaren. Nadat door de officier van justitie het beeldmateriaal van de mishandeling was vrijgegeven en de identiteit van verdachte bekend was geworden, is verdachte door bekende en onbekende personen benaderd. Verdachte is behalve voor zijn aandeel in de mishandeling ook verantwoordelijk gehouden voor veel verdergaande handelingen die hij niet heeft verricht. Hij heeft zijn baan verloren en zijn relatie is beëindigd. Zijn naam, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Hij is op straat herkend en achtervolgd. Men heeft voor zijn huis gepost. Hij is enkele dagen ondergedoken bij vrienden. Hij is zelfs enige tijd beveiligd door de Belgische politie. In de gevangenis is hij zodanig bedreigd dat hij, om zijn veiligheid te kunnen garanderen, moest worden overgeplaatst. Verdachte verwacht dat de beelden hem ook in de toekomst nog zullen achtervolgen en verstrekkende gevolgen zullen hebben voor zijn verdere leven. 

    Erger, in datzelfde vonnis is ook te lezen dat ook de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer daardoor werd aangetast. Daarnaast moet je er toch niet aan denken dat mensen het recht in eigen hand nemen. Zich daarbij misschien wel vergissen en iemand die niets met zo’n zaak te maken heeft op de korrel nemen. 
    Rationele ikke kreeg nog gelijk ook. Een van de circulerende adressen en het telefoonnummer blijken bij een volstrekt onschuldige meneer te horen, die nu politiebewaking behoeft. Het jonge slachtoffer dat zo gruwelijk werd onderuit getrapt heeft laten weten dat ze nu op straat herkend wordt en dat ze dat niet leuk vindt. 
    Daar moeten we wat mee. ‘We’ als in ons allemaal. Gebruikers van social media die berichten verspreidden, waarin adressen en telefoonnummers genoemd staan, zouden de verantwoordelijkheid moeten nemen die te rectificeren en te verwijderen. Wie het filmpje nog aanbiedt zou in elk geval het slachtoffer onherkenbaar moeten maken. 
    Ik hoor u wel brommen hoor; dat zijn druppels op een roodgloeiende plaat en eenmaal op Internet geplaatst is er geen redden mee aan… maar dat is al te gemakkelijk. 
    Het meisje staat al anderhalf jaar in de kou en daar moet je niet aan mee willen werken. 
    Ook niet in het klein.