Internationale Vrouwendag 2015

Mijn Flickr, Artsy Lady

Internationale Vrouwendag staat dit jaar in het teken van economische zelfstandigheid. Dat is meteen een mooie gelegenheid om Nederland op dit vlak de maat eens te nemen. Hoe staat het met Nederlandse vrouwen en hun economische zelfstandigheid?

Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen. Nam in 1986 nog 44% van de vrouwen deel aan de arbeidsmarkt, in 2012 was dat 72%. De arbeidsdeelname van mannen (85%) bleef in deze periode vrijwel constant.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6 (CBS, 2012) procent minder dan hun mannelijke evenknieën.

Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Oorzaken van de loonkloof

De oorzaken daarvoor zijn divers, op het eerste oog dan. Vrouwen beginnen hun carrière al op achterstand en maken gedurende hun loopbaan keuzes die financieel gezien minder lonend zijn; ze werken vaker part-time, kiezen vaker voor een kleiner bedrijf als werkgever en voor beroepen en sectoren waarin de lonen relatief lager liggen, zoals de zorg of het onderwijs.

Part-time werken heeft verregaande gevolgen, want wie minder uren maakt doet minder ervaring op en komt minder vaak in aanmerking voor een leidinggevende functie. Van alle werkende vrouwen heeft slechts 4% een managementfunctie, tegenover 9% van de mannen. Dit verschil hangt volgens het CBS samen met het feit dat de meeste vrouwen in deeltijd werken, zeker wanneer ze jonge kinderen hebben. Maar de kleine groep moeders die fulltime werkt is juist relatief vaak manager, bijna net zo vaak als vaders.

Nederlandse vrouwen besteden veel meer tijd aan het huishouden en de zorg voor
kinderen en veel minder tijd aan betaald werk dan mannen. Vrouwen nemen een onevenredig groot aandeel zorg op zich. Ze zijn oververtegenwoordigd in de zorg voor kinderen, onder mantelzorgers en vrijwilligers. Met de opkomst van de ‘participatiesamenleving’ wordt er allengs een nog groter beroep op hen gedaan. Het aantal werkenden dat naast hun werk mantelzorg verleent stijgt. Zorgverplichtingen zijn de voornaamste reden om in deeltijd te werken (SCP, Aanbod van Arbeid 2014). Van de werkende vrouwen geeft 59% aan om die reden een deeltijdbaan te hebben, tegen over 28% van de mannen.

Het vreemdst van dat al is dat die onbetaalde zorg zo ondergewaardeerd wordt. Mensen die zorgen, mantelzorgen en vrijwilligerswerk doen leveren echter evengoed een belangrijke bijdrage aan onze maatschappij. Economisch nut kan en mag niet de enige maatstaf zijn.

Kinderen zijn hinderen

Het al dan niet hebben van kinderen is voor vrouwen een bepalende factor voor wat betreft arbeidsparticipatie, carrière en economische zelfstandigheid. Jonge vrouwen met een partner en zonder kinderen lopen voorop wat economische zelfstandigheid betreft. Van hen is bijna 70% economisch zelfstandig en zij gaan dus bijna gelijk op met mannen (73%).

Alleenstaande moeders met een kind in de peuterleeftijd ‘scoren’ het laagst met 40%. Zij lopen ook het meeste risico op armoede.

Van de mannen zijn gehuwde vaders met minderjarige kinderen juist het vaakst economisch zelfstandig (bijna 90%).

Struikelblok daarbij is het hopeloos ouderwetse idee dat de verantwoordelijkheid voor het huishouden en de zorg vooral bij vrouwen ligt en de man de gedoodverfde kostwinner is. De vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen zich nog altijd laten opzadelen met primaire zorgtaken is daarbij net zo funest als het verwachtingspatroon waarmee zij zich door dat achtergebleven stereotype rolpatroon geconfronteerd zien.

Idem dito voor de structurele onderwaardering van mannen waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. In mijn omgeving wordt soms nog wat lacherig gedaan over het fenomeen ‘papadag’, terwijl het de gewoonste zaak van de wereld zou moeten zijn.

Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Ook onze overheid zit vastgeroest in ouderwetse ideeën over ouderschap. De partner die niet baarde krijgt twee dagen kraamverlof en drie hele dagen ouderschapsverlof. Die regeling nodigt al te veel uit traditionele rolpatronen te volgen.

Het ‘onverklaarbaar’ loonverschil 

Er is echter meer aan de hand. In 2012 verdienden vrouwen gemiddeld ruim 80% van het bruto-uurloon van mannen. Rekening houdend met alle hierboven beschreven verschillen blijft er bij de overheid een verschil over van 4% en in het bedrijfsleven een verschil van 8%.

Al met al is er dus ook in ons prachtig welvarend Nederland, waar gelijke rechten en het recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen in onze wetgeving verankerd liggen, nog altijd werk aan de winkel. Emancipatie is nooit af.

En natuurlijk hebben we het hier hartstikke goed, vrouwen incluis. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: Elders hebben maar zeer weinig mensen het beter en velen hebben het slechter.

Waarom emancipatie en feminisme niet af zijn

Op deez’ aardkloot is het voor vrouwen vaak kommer en kwel. Mondiaal gezien komen vrouwen er nog veel bekaaider af; we mogen dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, we doen tweederde van al het werk en dat tegen een bijzonder karig salaris; vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen. Weing verwonderlijk is dan ook driekwart van de armen op deez’ aardkloot vrouw.

En dat is het ergste nog niet. Bij lange na niet. Gendergerelateerd geweld is een wereldwijd een enorm issue. 

Wereldwijd wordt één op de vijf vrouwen in haar leven slachtoffer van verkrachting of poging daartoe.

Mondiaal wordt 35% van de vrouwen slachtoffer van seksueel geweld en 30% van huiselijk geweld.

Van de gevallen van seksueel geweld is 50% gericht op meisjes jonger dan 16 jaar.

Naar schatting zullen 20.000 vrouwen het aankomend jaar uit eerwraak worden omgebracht.

Elke dag ondergaan zo’n zesduizend jonge meisjes de volstrekt barbaarse meisjesbesnijdenis. Meer dan 130 miljoen vrouwen leven met de gevolgen van genitale verminking.

Alleen dit jaar al zullen zo’n 15 miljoen jonge meisjes als kindbruid een huwelijksbootje in worden gedwongen. Soms zelfs al op leeftijden van acht of negen jaar.

Van de ongeveer 1,2 miljoen kinderen die dit jaar als slaaf verhandeld zullen worden zal 80% een meisje zijn.

Er is nog zo’n lange weg te gaan en die begint met gelijkheid, gelijkwaardigheid en emancipatie.



Pas a pas, se va luènh. Stapje voor stapje, maar zo komen we er ook.

Happy International Women’s Day!

Gisteren bereikte ons het heugelijk nieuws dat hoog opgeleide jonge (tussen 25 en 30 jaar) vrouwen gemiddeld een iets hoger brutoloon verdienen dan hun mannelijke evenknieën. Deze generatie lijkt hiermee dan eindelijk door het beruchte glazen plafond te breken en dat is geweldig. 
Over de gehele linie blijkt, volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het beloningsverschil af te nemen. In 2012 bestond er nochtans nog steeds een gemiddeld verschil in brutoloon van 18% tussen mannen en vrouwen. Dat is een verbetering van 2% ten opzichte van 2008. Dat verschil wordt groter naarmate vrouwen ouder worden. Veertigsters verdienen 17% minder dan veertigers in hetzelfde beroep en voor de vijftigsters is dat zelfs tot 25% minder. 
De internationale netwerkorganisatie Catalyst becijferde dat vrouwen aan het eind van hun carrière gemiddeld 315.000 euro minder hebben verdiend dan hun mannelijke collega’s. Dit komt, aldus het CBS, onder meer doordat vrouwen vaker hun carrière onderbreken of minder uren gaan werken met de komst van kinderen.

Moederen

Kinderen beperken hun ouders, meestal moeders want in die traditie zitten we in Nederland immers nog altijd vastgeroest, en daar kun je simpelweg niet omheen. Vrouwen die moeder worden stappen doorgaans een poosje uit het arbeidsproces en moeten daarna knokken voor een baan op het niveau van daarvoor. Of ze belanden in een relatief minder betaalde part time baan omdat er geschipperd moet worden tussen kroost, huishouden en werk. Onderbrekingen van de arbeidsmarktloopbaan en deeltijdwerk verkleinen de carrièrekansen van deze vrouwen met op langere termijn als resultaat een lager uurloon. Dat is een van de voornaamste redenen waarom vrouwen gemiddeld nog altijd minder betaald krijgen voor gelijk werk.
Regeringspartij PvdA heeft laten weten met een wetsvoorstel te zullen komen dat bedrijven verplicht cijfers over ongelijkheid tussen mannelijke en vrouwelijke werknemers te publiceren. Openheid van zaken helpt natuurlijk altijd. Wat mij betreft stellen we echter eerst maar eens de vraag in hoeverre het gerechtvaardigd is dat onderbrekingen in de loopbaan en deeltijdwerk ten behoeve van de kinderen een obstakel mogen zijn bij het gelijk belonen voor gelijk werk én waarom het nog altijd voornamelijk vrouwen zijn die zich daarvoor “opofferen”. 
Ik schreef het eerder al eens: Ik heb geen kinderen en dat maakt meteen dat mijn carrière soepeler verloopt. Ik ben niet gebonden aan schooltijden, schoolvakanties of kinderopvang. Via mij dus geen nieuwe generatie, geen toekomstige handen aan het bed, geen nieuwe lichting belastingbetalers. Ook geen nieuwe milieuvervuilers overigens en daar doe ik deez’ overbevolkte aardkloot dan weer een plezier mee. Op mijn oude dag zal ik misschien wel afhankelijk worden van de hulp van andermans kinderen. De kinderen van nu zijn immers de werkers, denkers en zorgers van morgen. Daar zal ik dan ongetwijfeld hun moeders erkentelijk, dankbaar zelfs voor zijn. Kinderen zijn in die zin ook een investering, nietwaar? 
We zijn er dus nog niet en dan hebben we het alleen nog maar over de financiële kant van vrouwenrechten en -emancipatie. 


Foto: Sylvia Grav

Gendergerelateerd geweld

De European Union Agency for Fundamental Rights (FRA) deed een grootschalig onderzoek naar gendergerelateerd geweld tegen vrouwen in alle lidstaten van de Europese Unie. Daarvoor werden steekproefsgewijs 42000 vrouwen tussen 18 en 74 jaar geïnterviewd. De resultaten zijn ontluisterend.

Een derde van de respondenten gaf aan slachtoffer te zijn geweest van lichamelijk en/of seksueel geweld, sinds hun vijftiende levensjaar. Ongeveer 12% van de vrouwen geeft aan een of andere vorm van seksueel misbruik of een incident met een volwassene te hebben meegemaakt vóór de leeftijd van 15 jaar.

Nederlandse vrouwen scoren hoog waar het om seksueel geweld gaat: 18% gaf aan daar na het vijftiende levensjaar slachtoffer van te zijn geworden. Alleen in Denemarken ligt dat cijfer hoger.

Van de ondervraagde vrouwen is 22% slachtoffer geweest van lichamelijk en/of seksueel geweld door een partner. Van alle vrouwen is 5% slachtoffer geweest van verkrachting. 43 % heeft een vorm van psychologisch geweld door een huidige of voormalige partner ondergaan.

Deze zaken staan bij lange na niet hoog genoeg op de maatschappelijke en politieke agenda’s.

Bread and Roses!

In het Amerika van 1908 legden vrouwen in de textiel- en kledinginsdustrie op 8 maart het werk neer. Vijftienduizend vrouwen gingen de straten van New York City op; vóór betere werkomstandigheden, een achturige werkdag, betere salariëring en vrouwenkiesrecht en tégen kinderarbeid. “Bread and Roses!” luidde hun slogan; het brood als symbool voor sociale zekerheid en de rozen voor betere leefomstandigheden.

Twee jaar later riep de Duitse vrouwenrechtenactiviste Clara Zetkin 8 maart uit tot Internationale Vrouwendag, tijdens een internationale vrouwenconferentie in Kopenhagen. De eerste Internationale Vrouwendag werd het jaar daarop gehouden. Vandaag dus op de kop af honderd jaar geleden.

Zetkin kwam in 1857 in het conservatieve Saksen ter wereld als Clara Eissner, de dochter van een Protestantse dorpsonderwijzer. Ze was op haar beurt voorbestemd onderwijzeres te worden en kwam tijdens haar opleiding in contact met het socialistische ideeëngoed van Russische emigranten. Ze trouwde met de marxistische Ossip Zetkin. Bismarcks socialistenvervolging deed hen Duitsland ontvluchten, om hun heil te zoeken in Oostenrijk, Zürich en Parijs. Ze kregen twee kinderen. Ze bleven marxistische kringen frequenteren.

Clara Zetkin pleitte voor economische en sociale gelijkheid van de vrouw, maakte zich hard voor een verlichting van huishoudelijke taken en pleitte voor een gelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen man en vrouw binnen het gezin. Na haar terugkeer naar Duitsland in 1890 nam ze de organisatie van de sociaaldemocratische vrouwenbeweging op zich. Duitse vrouwen hadden op dat moment nog geen stemrecht, net zoals hun Nederlandse evenknieën.

Dat is nu, meer dan honderd jaar later, wel anders, al verzet de SGP zich nog altijd tegen het actief stemrecht voor vrouwen. Wat vrouwenemancipatie betreft zijn we er echter nog lang niet. Er is nog altijd geen land ter wereld waar vrouwen werkelijk hetzelfde behandeld worden als mannen. Zelfs hier, in ons voorlijke kikkerlandje niet. Nederlandse vrouwen kampen nog altijd met een glazen plafond, verdienen gemiddeld 23% minder dan de heren en dat huiselijke taken en de zorg voor de kinderen hoofdzakelijk op vrouwen neerkomt ligt nog stevig ingebed in ons nationale idee van rolpatronen. Discriminatie van vrouwen blijft hier te lande een onderbelicht fenomeen, sterker nog, in sommige gevallen “moet het kunnen“.

Nee, voor vrouwen ligt de lat extra hoog; we worden geacht met gemak een voltijdsbaan te combineren met een kinderrijk gezin en een druk sociaal bestaan, hoogopgeleid en ambitieus carrière te maken maar ondertussen met zorg het huishouden te bestieren en dat alles liefst op hoge hakken, het schoonheidsideaal inachtnemend en uiteraard never a hair out of place. Dat veel van die carrièrevrouwen dat helemaal niet kunnen bolwerken is geen nieuws, laat staan dat we er niet gelukkiger van worden.

Mondiaal gezien komen vrouwen er nog veel bekaaider af; we mogen dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, we doen tweederde van al het werk en dat tegen een bijzonder karig salaris; vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen. Weing verwonderlijk is dan ook driekwart van de armen op deez’ aardkloot vrouw.

Bread and Roses!