Nederland in Europees perspectief

Het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerde op 8 oktober jongstleden de uitkomsten (PDF) van een onderzoek naar de stemming in Europa. Het onderzoek is uitgevoerd door onder anderen Jeroen Boelhouwer (SCP), Gerbert Kraaykamp (Radboud Universiteit) en Ineke Stoop (SCP). De stemming in andere Europese landen werd vergeleken met die in ons mooie kikkerlandje. Onze Nederlandse opinies, houdingen en waarden werden de maat genomen en tegen de Europese lat gelegd.

Binnen de context van de gebeurtenissen van de laatste jaren, zoals economische crisis, de penibele financiële situatie van Griekenland en de vluchtelingenstroom die onze kant op komt, zijn de onderzoekers op zoek gegaan naar de solidariteit en de bereidheid elkaar behulpzaam te zijn tussen de Europese landen onderling – en naar gedeelde en ongedeelde waarden, normen en opvattingen. Dat staat natuurlijk garant voor interessante uitkomsten, al was het maar omdat Europa alles behalve eenheidsworst is.

Om die stemming te peilen, en de respectievelijke stemmingen te kunnen vergelijken, hebben de onderzoekers zich toegespitst op een drietal pregnante onderwerpen; Migranten, het vertrouwen in de politiek en de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Daarnaast hebben zij het geluksgevoel onder de bevolking getracht te meten. Een onderzoek dus dat zich vooral bezighoudt met subjectieve zaken en dat op basis van subjectieve gegevens.

Voor hun onderzoek hebben zij onder andere gebruik gemaakt van gegevens uit de European Social Survey, uit 2012, waaraan 28 landen meededen. Eind dit jaar verwachten ze de uitkomsten van de meest recente European Social Survey. Daarnaast baseerden ze zich op hardere data zoals die van Eurostat, de oecd, de Wereldbank en het IMF en deden zij nader literatuuronderzoek.

Met dat alles willen ze ons, Nederlanders, graag een spiegel voorhouden.

Daar houd ik wel van. Kom maar op met je spiegel. Ik ben dus zo aardig geweest dit 144 pagina’s tellende rapport voor u door te spitten.

Migranten

Nederland blijkt een middenmoter voor wat betreft de weerstand die wij tegen migranten voelen. Er blijkt daarnaast een samenhang te zijn tussen in hoeverre wij migranten als een bedreiging ervaren en onze mate van ‘euroscepsis’. Lageropgeleiden blijken daarnaast meer dreiging van migranten te ervaren en tegelijkertijd sterker eurosceptisch te zijn dan hogeropgeleiden.

De onderzoekers zien een directe relatie tussen die ervaren dreiging en de daarbij behorende eurosceptische houding en de steun voor nationalistisch-populistische partijen. In landen met een relatief grote aanhang van nationalistisch-populistische partijen is de negatieve houding ten opzichte van migranten en de Europese Unie sterker.

De meeste Nederlanders (80%) vinden dat er slechts een beperkt aantal migranten moet worden toegelaten. Het percentage Nederlanders dat vindt dat er veel migranten of juist helemaal geen migranten moeten worden toegelaten is klein. Kennelijk geven die laatsten dan wel beduidend meer geluid, maar dat is mijn perceptie.

In het algemeen blijkt het in Nederland zo te zijn dat de moeite die iemand met migranten heeft, toeneemt naarmate het contact dichterbij komt. Maar ook hier is in Nederland de houding milder geworden. Tussen 2002 en 2013 is het aandeel mensen dat er moeite mee heeft mensen van een andere etnische achtergrond als buren te krijgen, afgenomen van bijna 60% tot 33%; de weerstand tegen iemand van een andere etnische achtergrond als schoonzoon is eveneens gedaald, maar is nog steeds beduidend groter (68% in 2004 en 58% in 2013; cijfers uit Den Ridder en Schyns 2013).

Tot aan 2013 werden we dus in het algemeen milder in onze opvattingen over migranten. Naarmate zo’n migrant ‘dichterbij’ komt vinden we hem echter steeds minder leuk.

Politiek vertrouwen

Als het gaat om ons vertrouwen in de politiek dan baseren we ons op onze tevredenheid over de nationale economie en niet op onze eigen portemonnee. Daarbij laten we ons vooral leiden door wat televisie en kranten ons vertellen en niet door onze eigen, persoonlijke financiële kwetsbaarheid of zekerheid. Tot hun eigen verbazing ontdekten de onderzoekers dat een hoog of zelfs stijgend werkeloosheidsniveau  (‘onverwacht en contra-intuïtief’) samengaat met een toename van dat politiek vertrouwen. Terwijl ons vertrouwen in de politiek fluctueert is het in de eurocrisislanden dan ook fors dalend.

Ons eigen fluctuerend vertrouwen is daarbij direct te herleiden naar hoe men zich ‘in Den Haag’ gedraagt. Is er gedoe, dan worden we daar meer wantrouwend van. Dat kunnen onze dames en heren politici dan ook meteen ter harte nemen, want we hebben niet zo veel vertrouwen in onze politici, politieke partijen en het parlement: die geven we gemiddeld een 5. Dat lijkt slechter dan het werkelijk is, het hoogst weggegeven cijfer is namelijk een 5,5 (Denemarken). Relatief gezien zitten we met onze 5 in de subtop.

In alle landen, dus ook het onze, blijkt het vertrouwen van burgers in het rechtsstelsel hoger dan het vertrouwen in de politiek. Andere mensen vertrouwen we overigens wel: Het sociaal vertrouwen is hier relatief hoog.

Rolverdeling tussen mannen en vrouwen

Nederlandse mannen en vrouwen onderschrijven relatief vaak een gelijke rolverdeling. Er is gelukkig weinig steun voor de notie dat een vrouw bereid zou moeten zijn minder betaald werk te verrichten omwille van haar gezin. Ook de opvatting dat vrouwen zouden moeten wijken voor mannen in tijden van banenschaarste kan op relatief weinig bijstand rekenen. Vrouwen hebben dan ook een enorme inhaalslag gemaakt op de arbeidsmarkt, al werken zij nog erg vaak in deeltijdverband.

Lageropgeleiden en niet-werkenden blijken er meer traditionele opvattingen op na te houden over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen. Nederlanders die opgroeiden met een hoogopgeleide of werkende moeder hebben juist weer meer egalitaire opvattingen. Goed voorbeeld doet dus volgen.

Het is pijnlijk, maar de grootste veranderingen op dit vlak voltrokken zich in Nederland tussen 1990 en 1999 en daarna zijn onze rolopvattingen nauwelijks meer egalitair geworden.

De verschillen die er zijn tussen landen in rolopvattingen tussen mannen en vrouwen blijken vooral gerelateerd aan het bruto binnenlands product (bbp). Economische voorspoed en het aantal zetels die vrouwen hebben in een nationaal parlement blijken sterk gerelateerd aan meer egalitaire rolopvattingen.

De stemming in Nederland en andere Europese landen

Nederlanders geven de mate waarin Nederland democratisch is een 6,9. Daarmee
staan we op de zevende plek van de 28 Europese landen die in 2012 aan de European Social Survey meededen.

We zijn gelukkig. In 2012 waren Nederlanders gemiddeld gelukkiger dan in 2002. Nederlanders gaven in 2012 het leven gemiddeld een 7,9 als rapportcijfer. Alleen de Denen zijn nog ‘veel’ gelukkiger dan wij zijn met hun 8,6.

Sowieso zijn burgers van de Noordse Europese landen gelukkiger dan de rest van Europa. Opvallend is verder dat de crisis van de laatste jaren nergens in Europa tot een daadwerkelijke, substantiële vermindering van de levenstevredenheid heeft geleid.

Verschillen in geluksgevoel

Mensen die werkloos zijn of die een laag inkomen hebben zijn overal minder tevreden met het leven dan werkenden en dan mensen met een hoog inkomen. Daarbij lijkt het zeker te ver gaan om te beweren dat geld gelukkig maakt, maar dat zorgen over een te weinig aan geld ongelukkiger maakt. Welvaart en levenstevredenheid hangen dus samen.

Laagopgeleiden en hoogopgeleiden blijken even gelukkig. De tegenstellingen tussen en laag- en hoogopgeleiden zijn overigens opvallend groot. Zij verschillen enorm van meningen waar het gaat over culturele smaak en sociaal-culturele thema’s zoals migranten, Europa en politiek in het algemeen. Daarnaast komen ze elkaar weinig tegen omdat zij zich beperken tot hun respectievelijke sociale netwerken.

Gezonde mensen zijn (en dat zal u niet verrassen) gelukkiger dan mensen met een minder goede gezondheid.

Wonderlijk genoeg hebben landskenmerken, economische cijfers en vrijheden van bijvoorbeeld vereniging en van meningsuiting geen directe relatie met ons geluksgevoel, terwijl de ervaren effectiviteit van de overheid dat juist weer wél heeft. Hoe effectiever de overheid wordt
ervaren en hoe beter de kwaliteit van haar publieke dienstverlening en haar ambtenarenapparaat, hoe groter het geluksgevoel bij de bevolking.

De verschillen met Zuid- en Oost-Europeanen zijn soms groot, maar die met andere West-Europese en Scandinavische landen zijn tamelijk gering. Op veel vlakken zijn we een middenmoter, maar o, wat hebben we het eigenlijk goed. En dat laat zich meten: Qua geluk zijn we een 7,9. Dat is een mooi spiegelbeeld om eens uitgebreid naar te staren. Het kan altijd nóg beter, maar we hebben het goed.

Dat is Dutch privilege.

Trial by Internet

Dat was me wat, hè, gisteren. Nee, niet dat malle voetbal – dat filmpje.

Het verscheen gisteren op het Internet.

Een groep opgeschoten jongens loopt joelend en jouwend achter een meisje aan. Een van hen filmt. Ze loopt stevig door, en dat is niet voor niets. Opeens valt een van de jongens haar van achteren aan. Hij is twee koppen groter dan zij. Snoeihard trapt hij haar onderuit en ze komt hard ten val. Hij blijft over haar heen gebogen staan, heft een hand en probeert dan haar bij de haren te grijpen. Een van zijn maten roept tegen de dader: “Klaar, klaar! Kuba ga weg!” 
Het meisje weet op te staan. Boos gooit ze haar tas op straat. “Nee, ik wil niks doen, maar jij begint!” Ze schopt naar haar belager en het komt tot een handgemeen, waarbij hij haar weer tegen de grond werkt. Zodra ze languit in het gras ligt ziet hij zijn kans schoon en trapt haar vol op de nek. Toch staat ze weer op en stormt weer op de jongen af. Ze laat zich niet op haar kop zitten. Ik bewonder haar, wat een tijgerin. 
Later blijkt dat het meisje al anderhalf jaar op school gepest wordt. Er is een zogeheten pestprotocol op haar school en eens te meer blijkt dat een buitengewoon gemankeerd middel te zijn. De rector van de betreffende school meent dat de mishandeling, die buiten en na schooltijd plaatsvond, niet door de school te voorkomen was geweest. Er ging echter een incident in de klas aan de mishandeling vooraf. 

Manhunt

Die eerste trap maakte me meteen wee in mijn maag. God, wat gaat dat hard. De beelden maken meteen het slechtste in me los, ik word er onnoemelijk kwaad van. Ik ben niet de enige, zo blijkt direct. De jacht begint, want zo werkt dat met verontwaardigd Internet: Cry havoc and let slip the dogs of war
Al gauw circuleerden namen, foto’s adressen en zelfs een telefoonnummer. De dolle meute pikte het spoor op, rook bloed en zinde op wraak. Die meute is niet te stoppen, de jacht ging door ook nadat het nieuws naar buiten kwam dat de galbak was aangehouden. Mijn innerlijke middeleeuwer was in haar nopjes, dat moet ik eerlijk toegeven, en ze hoopt dat hij nog lang zeven kleuren mag schijten.
Rationele ikke slaakt teleurgesteld een diepe zucht en maakt een facepalm. Niet omdat ze nou medelijden heeft met de jonge geweldpleger, dat zeker niet. We weten echter al dat zulke wijdverbreide aandacht via social media eenmaal bij de rechter een straf verminderende factor is. Dat hebben we immers al gezien bij de zaak van de “Eindhovense kopschoppers”. Ik citeer: 

Een andere grond voor strafvermindering is gelegen in de gevolgen die de buitengewoon grote media-aandacht voor verdachte heeft gehad. De camerabeelden, waarop verdachte goed herkenbaar in beeld te zien is, zijn veelvuldig uitgezonden en nog steeds op elk gewenst moment te bekijken via internet. Verdachte heeft de voortdurende media-aandacht als zeer belastend ervaren. Nadat door de officier van justitie het beeldmateriaal van de mishandeling was vrijgegeven en de identiteit van verdachte bekend was geworden, is verdachte door bekende en onbekende personen benaderd. Verdachte is behalve voor zijn aandeel in de mishandeling ook verantwoordelijk gehouden voor veel verdergaande handelingen die hij niet heeft verricht. Hij heeft zijn baan verloren en zijn relatie is beëindigd. Zijn naam, telefoonnummers en adressen stonden op internet. Hij is op straat herkend en achtervolgd. Men heeft voor zijn huis gepost. Hij is enkele dagen ondergedoken bij vrienden. Hij is zelfs enige tijd beveiligd door de Belgische politie. In de gevangenis is hij zodanig bedreigd dat hij, om zijn veiligheid te kunnen garanderen, moest worden overgeplaatst. Verdachte verwacht dat de beelden hem ook in de toekomst nog zullen achtervolgen en verstrekkende gevolgen zullen hebben voor zijn verdere leven. 

Erger, in datzelfde vonnis is ook te lezen dat ook de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer daardoor werd aangetast. Daarnaast moet je er toch niet aan denken dat mensen het recht in eigen hand nemen. Zich daarbij misschien wel vergissen en iemand die niets met zo’n zaak te maken heeft op de korrel nemen. 
Rationele ikke kreeg nog gelijk ook. Een van de circulerende adressen en het telefoonnummer blijken bij een volstrekt onschuldige meneer te horen, die nu politiebewaking behoeft. Het jonge slachtoffer dat zo gruwelijk werd onderuit getrapt heeft laten weten dat ze nu op straat herkend wordt en dat ze dat niet leuk vindt. 
Daar moeten we wat mee. ‘We’ als in ons allemaal. Gebruikers van social media die berichten verspreidden, waarin adressen en telefoonnummers genoemd staan, zouden de verantwoordelijkheid moeten nemen die te rectificeren en te verwijderen. Wie het filmpje nog aanbiedt zou in elk geval het slachtoffer onherkenbaar moeten maken. 
Ik hoor u wel brommen hoor; dat zijn druppels op een roodgloeiende plaat en eenmaal op Internet geplaatst is er geen redden mee aan… maar dat is al te gemakkelijk. 
Het meisje staat al anderhalf jaar in de kou en daar moet je niet aan mee willen werken. 
Ook niet in het klein. 

Martelaren van het vrije woord

Gisteren was het negen jaar geleden dat enfant terrible en autodidact cineast Theo van Gogh vermoord werd. Mohammed Bouyeri schoot hem neer, midden op de Amsterdamse Linnaeusstraat, en raakte daarbij twee omstanders.

Van Gogh vluchtte naar de overkant van de straat en zeeg op het fietspad neer. Terwijl hij daar lag schoot zijn belager hem nog een aantal kogels in het lijf, om hem daarna met een groot mes de keel door te zagen. Bouyeri stak dat mes vervolgens in Van Goghs borst, tot in de ruggengraat. Met een kleiner mes prikte hij een brief aan Ayaan Hirsi Ali in zijn slachtoffers lijf.

De laatste woorden van Theo van Gogh waren “Genade, genade. We kunnen er toch over praten!”

Dat raakt me nog altijd, dat wanhopige, mooie maar zinloze appel op de rede, op de dialoog. Mooi, want uiteindelijk is het alleen de dialoog waarmee we meningsverschillen echt uit kunnen vechten. Zinloos, want de rede bleek niet besteed aan de volkomen redelozen.

Theo van Gogh was van het rebelse type dat onverbloemd zegt wat hij denkt en dat ook nog eens op vlijmscherpe wijze onderbouwen kan. Voor Theo van Gogh bestonden er geen heilige huisjes en dat nam me voor hem in. Er is geen heilig huisje dat het niet verdient te worden opengebroken en Theo van Gogh ging er steevast met gestrekt been in. Een van zijn grootste talenten was wellicht wel de kunst mensen zo te tergen dat ze hun waarste aard toonden. Zijn optreden in het Zwarte Schaap illustreerde dat in extremis.

Ik ben desondanks nooit een groot fan van hem geweest, vond hem vaak onnodig grof en voelde me ongemakkelijk bij zijn grofste uitlatingen. Het spanningsveld waar de vrijheid van meningsuiting eindigt en het vermeend recht te beledigen begint. Zijn schuttingtaal heeft voor mij zo vreselijk afgedaan aan de boodschap die hij te brengen had. Toch, wat er ook over Theo van Gogh te zeggen valt, hij zocht altijd de dialoog – tot het bittere einde. Martelaar van het vrije woord.

Qu’ils mangent de la brioche

Ik vind het een ironisch gegeven dat Marie Antoinette op 2 november geboren werd. In 1793. Ze was in haar tijd al een veelbesproken type. Ze werd door de een verguisd en door de ander opgehemeld, in die zin lijkt ze wel wat op Theo van Gogh.

De ironie ligt hem er in dat Marie Antoinette misschien wel het bekendst geworden is om een uitspraak die ze naar alle waarschijnlijkheid nooit gedaan heeft. Toen haar ter ore kwam dat haar volk hongerde en geen brood had om te eten zou ze “Qu’ils mangent de la brioche” gezegd hebben, “dan eten ze toch cake”.

Nu stond Madame Déficit wel bekend om haar frivole en wat leeghoofdig karakter, om van het enorme gat in haar hand nog maar niet te spreken, maar zo ver ging ze niet. Wat ze wel deed is voor zes miljoen livres het Château de Saint-Cloud kopen, waar ze haar personeel haar kleuren liet dragen en niet die van haar koninklijke echtgenoot. Die opstandige breuk met de traditie dat de koning de heer des huizes is deed het volk vreselijk morren, maar doet mijn innerlijke feministe nog altijd glimlachen.

Marie Antoinette stierf in 1793, onder de valbijl van de guillotine. Een lot dat op 3 november van datzelfde jaar ook haar tijdgenote Marie-Olympe de Gouges trof.

Marie-Olympe de Gouges

Marie-Olympe de Gouges, schrijfster, feministe en politiek activiste avant la lettre, was een bijzondere vrouw. Ze is een van mijn heldinnen. Ze was erudiet, geëngageerd, strijdlustig. Ze verzette zich tegen de slavernij, tegen de doodstraf en de gedwongen intrede in kloosters. Zelf slachtoffer van een ongelukkig huwelijk (en gelukkig voor haar een vroeg weduwschap) maakte ze zich hard tegen de onverbrekelijkheid van het huwelijk. Ze streed voor de gelijkheid tussen man en vrouw.

Zo schreef ze haar Déclaration des Droits de la Femme et de la Citoyenne in antwoord op de bekende Déclaration des droits de l’homme et du citoyen. Die Verklaring van de rechten van de mens en de burger beperkte zich tot de rechten van de man. Het burgerschap was zelfs voorbehouden aan mannen.

In de tijd waarin gevochten werd om liberté, égalité, fraternité legde De Gouges daarmee een priemende vrouwenvinger op een stinkende wonde: de relativiteit waarmee de Franse revolutionairen hun égalité beijverden. Vrijheid, gelijkheid en broederschap – maar alleen als je man bent. Aan vrouwen werd die gelijkheid ontzegd.

Tot op de dag van vandaag is de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen te bewonderen in het Musée Carnavalet. Marie-Olympe de Gouges’ Déclaration des Droits de la Femme et de la Citoyenne schittert daar echter door afwezigheid.

De Gouges’ Les trois urnes, ou le salut de la Patrie, par un voyageur aérien, waarin ze pleitte voor een volksstemming waarmee de burgers zich konden uitspreken voor de overheidsvorm van hun keuze (een ondeelbare Republiek, een federalistische overheid of een constitutionele monarchie) werd haar ondergang.  Ze werd gearresteerd, veroordeeld en geëxecuteerd.
Pierre-Gaspard Chaumette, gemeenteprocureur van Parijs, schreef lovend over de executie van De Gouges en greep die gelegenheid aan om vrouwen nog even de plaats te wijzen die hij vond dat hen toekwam:

Virago, de man-vrouw, de onbeschaamde Olympe de Gouges die als eerste vrouwensociëteiten oprichtte, de zorgen voor haar huishouden verwaarloosde, politiseren wilde en misdaden beging […] Al deze immorele individuen zijn verpletterd onder het wrekend ijzer van de wetten. En u, zou u ze willen nadoen? Neen! U zal wel voelen dat u alleen maar interessant en achtenswaard bent, indien u dat bent wat de natuur gewild heeft dat u bent. Wij willen dat de vrouwen gerespecteerd worden, en daarom zullen we ze dwingen om zichzelf te respecteren.

Vandaag is voor Marie-Olympe. Voor het vrije woord, dat de sprekers en schrijvers ervan altijd overleeft. Sommigen van ons maakt het onsterfelijk – en weer anderen onsterfelijk belachelijk.

Daar is geen ontkomen aan. Ook niet voor de volkomen redelozen.

Anass

Op de ochtend van donderdag 7 februari jongstleden werd in een bos in Wassenaar het lichaam van een dertienjarige jongen gevonden. Al gauw werd duidelijk dat het om het stoffelijk overschot van de jonge Anass Aouragh ging.

De jongen werd al vermist; de woensdag ervoor was hij niet thuis gekomen van zijn rondje folders lopen. Ook de politie zoekt. Agenten. De Mobiele Eenheid. Speurhonden. Een helikopter. Er werd een Amber Alert voor hem verspreid. Ik weet niet hoe dat met u is, maar zulke berichten maken toch altijd dat je even aan die ouders denkt. Dat je je voorstelt hoe er iemand handenwringend paraat zit naast een telefoon, die maar niet rinkelen wil. Hoe er gezocht wordt, misschien wel in blinde paniek, in de omgeving. Het radeloos vragen aan bekende en onbekende gezichten; “Heb jij mijn jongen niet gezien?” Vreselijk.

Eerst wordt Anass’ fiets gevonden, woensdagavond al. Dan, de volgende ochtend, de jongen zelf.

Het duurde even eer dat bevestigd werd dat het werkelijk om Anass ging, maar wanneer je hoort dat er een lichaam gevonden is en even later het Amber Alert wordt ingetrokken laat zich dat wel raden. In de tijd dat daarvoor nodig was zal ook de familie van de jongen zijn ingelicht, je moet er immers niet aan denken dat die via de pers alvast te horen krijgen dat hun kind nooit meer thuis komt.

De politie laat op 8 februari weten dat er bij het eerste onderzoek “sterke aanwijzingen zijn aangetroffen, die op zelfmoord wijzen”. Welke aanwijzingen dat zijn, dat wilde men nog niet toelichten. Omdat een misdrijf nog niet voor de volle honderd procent kon worden uitgesloten wordt het onderzoek voortgezet. Er zal sectie verricht worden op het lichaam van Anass.

Die donderdag vertelt een vrouw aan Omroep West dat haar zoon gezien heeft hoe Anass samen met een “eng uitziende” man het bos in liep.

Een andere getuige vertelt gezien te hebben dat Anass juist werd belaagd door drie blonde jongens.

Nu gaan er ook verhalen dat Anass gepest werd. Een buurtbewoner vertelt zo iets ook aan Omroep West. “In zijn omgeving wordt er dan ook rekening mee gehouden dat de tiener zelfmoord heeft gepleegd”. Ook op school lijkt dat gepest algemeen bekend te zijn; Anass zou het daar van begin af aan al moeilijk gehad hebben en de school heeft gepoogd daarin in te grijpen. Er wordt een beeld geschetst van een wat flamboyante jongen, soms met vlinderdas, soms met een groene broek. Hij zou wel de indruk gewekt hebben gelukkig te zijn op school. Schijn bedriegt.

Dat breekt je hart, nietwaar? Het doet denken aan Tim Ribberink. Pesten blijft een vreselijk fenomeen waar we maatschappelijk veel te weinig aandacht voor hebben, de impact op slachtoffers is enorm.

Vader Aouragh is in het geheel niet overtuigd van de zelfmoord van zijn zoon. Anass wordt op maandag 11 februari begraven. Meneer Aouragh vertelt, tijdens de begrafenis aan het daar kennelijk ook aanwezige Marokkaanse persbureau MAP, dat “drie individuen Anass kort voor hij verdween meenamen“. Er zouden vingerafdrukken op de hals van zijn zoon zijn aangetroffen. Even zingt het verhaal rond dat een Leidse imam tijdens de herdenkingsdienst gezegd zou hebben dat Anass vermoord zou zijn, maar die Leidse imam heeft inmiddels laten weten dat daar niets van waar is.

Het begint me op te vallen dat er nogal wat verschillende lezingen zijn, over de omstandigheden waaronder Anass vermist werd en over wat er uiteindelijk met de jongen gebeurd moet zijn. De sentimenten van zijn vader begrijp ik, zo denk ik. Die man is zijn zoon al kwijt en ik weet niet wat erger voor een ouder is; dat iemand je kind heeft omgebracht of dat het zo wanhopig geweest is dat het uiteindelijk de hand aan zichzelf sloeg. De familie neemt een advocaat in de arm, die moet erop toe gaan zien dat de politie met overtuigend bewijs komt.

Het is 12 februari wanneer ik lees dat Anass onder toezicht stond van Bureau Jeugdzorg. Een woordvoerder vertelt “dat het de laatste tijd goed ging met Anass en dat er geen aanwijzingen waren dat hij zelfmoord zou plegen”.

Op 13 februari komt de politie naar buiten met het nieuws dat Anass Aouragh toch zelfmoord pleegde. “Uit de resultaten van het forensische technisch onderzoek dat inmiddels is afgerond zijn geen aanwijzingen gevonden die duiden op een misdrijf.” Patholoog Frank van de Groot geeft aan dat de vingerafdrukken die in de hals van Anass gevonden zijn niet op moord hoeven te wijzen.

De vader van Anass blijft ervan overtuigd dat zelfmoord uitgesloten is. In een interview met Jalal.tv  zegt hij dat er sprake moet zijn van een misdrijf. De site van Jalal.tv is dan één dag oud, Omroep West noemt het dan ook “opmerkelijk” dat die site direct op de proppen weet te komen met een exclusief interview met de vader van Anass. Tijdens dat interview zegt hij erg boos te zijn op de school en dat Anass daar erg gepest werd en dat ze schuldig zijn.

Dan is het 11 maart en verschijnt het voorlopig rapport van de patholoog op het Internet, samen met een proces verbaal van twee forensisch medewerkers. Dat is verbijsterend, niet alleen is die informatie wel heel erg privé – ook kan het uitlekken van informatie tijdens een lopend onderzoek dat onderzoek in gevaar brengen. Beide documenten verschijnen ook op een, tsja, wat obscure weblog van een meneer Martin Vrijland.

Uit het rapport van de patholoog blijkt dat het lichaam is onderzocht door de gemeentelijk schouwarts, een radioloog en de ondergetekende patholoog. Zo’n pathologisch onderzoek wordt in een geval als dit door het NFI afgewikkeld. De patholoog werkt volgens vastgelegde protocollen systematisch een reeks onderzoeken af aan en in het gehele lichaam. Die onderzoeken dienen de zoektocht naar de oorzaak van het overlijden en het uitsluiten van alle andere mogelijkheden. De patholoog stuurt een eerste, voorlopig rapport naar de Officier van Justitie. Daarna volgt het definitief rapport.

In het geval van het verschenen document gaat het om dat eerste, voorlopige rapport. Om de hals zat een snoerspoor van vijf centimeter breed. Er zijn geen fracturen aangetroffen. In beide handpalmen zat een op mos of alg gelijkende groene substantie. De patholoog beschrijft kneuzingen en puntbloedingen in het gelaat en geeft aan geen andere letsels te hebben aangetroffen. Het tongbeen en het strottenhoofd zijn macroscopisch onderzocht en daar zijn geen letsels in aangetroffen.

Anass werd gevonden met een sjaal strak om de hals gewikkeld, wat verklaart waarom de politie van meet af aan sprak van “sterke aanwijzingen” voor zelfmoord. Het gegeven dat tongbeen en strottenhoofd intact zijn is in de forensische opsporing van belang; daaraan kan de patholoog zien dat er inderdaad sprake is van zelfmoord.

Het proces verbaal van bevindingen verhaalt over precies dat; de bevindingen van de verbalisanten. Zij beschrijven kort de aanleiding van hun onderzoek; de vermissing van Anass en het aantreffen van zijn stoffelijk overschot. De vermissing van 6 februari heeft de politie doen besluiten een Team Grootschalig Onderzoek (TGO) te formeren en dat heeft de naam “Echo13” mee gekregen. Zo’n TGO wordt samengesteld onder meer voor levensdelicten, zedendelicten en “zorgwekkende vermissingen“.

Wanneer je dat rapport leest krijg je een goed beeld van de plaats waar het lichaam van Anass gevonden werd en hoe het kind werd aangetroffen. Zelfs de lijkstijfheid en plaats en kleur van de lijkvlekken wordt beschreven. Zij beschrijven hoe dat alles past in het beeld van een verhanging.

Op vrijdag 29 maart verschijnt de familie Aouragh in het programma de Halve Maan. Ik heb met bewondering naar hen gekeken, vooral het zusje. Anass was rustig, bedeesd en stipt, was nooit eerder te laat thuis gekomen en als hij al een hangplek had dan was het de bibliotheek. Het verdriet van de familie is schrijnend. Hun zoektocht naar antwoorden is logisch, daar hebben ze ook recht op. Ik hoop dat ze hun antwoorden krijgen en de kracht vinden door te gaan met het leven zonder hun Anass.

Tot zo ver. Zou u denken.

Toch neem ik u nog even mee terug naar die meneer Martin Vrijland. Die heeft zich in deze zaak vastgebeten en heeft kennelijk contact met de familie.

Plaatst hij op 11 maart zelf het proces verbaal van bevindingen waarin we kennismaken met TGO Echo13, op 4 april herontdekt hij het fenomeen TGO; “Het politie team dat de zaak onderzoekt is team TG013. Dit team wordt alleen ingezet als er sprake is van moord”. Dat laatste is, zoals ik u al heb laten zien, pertinent onwaar.

Meneer Vrijland beweert voorts dat de Officier van Justitie geen “verlof tot begraven” heeft afgegeven, dat weet hij omdat “er geen afschrift bij de burgerlijke stand is binnengekomen”. Wonderlijk genoeg geeft een Officier van Justitie helemaal geen “verlof tot begraven af”. Dat is de taak van de ambtenaar van de burgerlijke stand. In het geval van een niet-natuurlijke dood mag die ambtenaar dat pas doen als de Officier van Justitie een zogeheten “verklaring van geen bezwaar” afgegeven heeft. Dat alles is gewoon te vinden in de Wet op de Lijkbezorging.

Meneer Vrijland heeft een getuige die beweert dat er “geen speurhonden maar drugshonden zijn ingezet” en inderdaad, in een mail rept iemand over een hondengeleider met twee drugshonden. Dat intrigeerde me. Waarom zou een hondengeleider twee speurhonden met elk dezelfde “expertise”  meenemen? Zo’n drugshond ís een speurhond, namelijk. Wat blijkt? Een speurhondengeleider heeft áltijd twee honden bij zich; “Elke speurhond heeft zijn eigen discipline zoals het speuren naar drugs, explosieven of geld. Speurhondengeleiders hebben altijd twee soorten speurhonden bij zich: een speurhond menselijke geur en een explosievenhond of een verdovende middelenhond, ook wel narcoticahond genoemd”.

Deze getuige beweert een relatie te hebben met “één van de agenten die het bos hebben doorzocht”. Zo weet hij ook de de ene hond wel aansloeg, en de andere niet. Rest de vraag waarom uitgerekend een agent niet weet dat een narcoticahond evengoed een speurhond is én zijn collega sowieso twéé verschillende speurhonden bij zich heeft?

Hoe goed controleert meneer Vrijland zijn bronnen, vraag ik me dan af. Kan iedere willekeurige voorbijganger op de virtuele wegen van het wereldwijde web meneer Vrijland vertellen dat hij inside information heeft of misschien zelfs insider is? Iemand met nog meer argwaan dan ik nam de proef op de som. Er bleek niet meer voor nodig te zijn dan het aanmaken van een mailaccount en meneer Vrijland nam de inhoud van de hem doorgestuurde mails onmiddelijk over op zijn blog. Dolgelukkig communiceert hij inmiddels met iemand die doet alsof hij een agente is.

Martin, je krijgt de groeten van Kate Lans.

Dat politie en justitie meneer Vrijland niet op zijn gemakje alle stukken en vooral de foto’s van de vindplaats en het lichaam van Anass laat bekijken maakt hen verdacht, zo is de teneur van het blog. Alsof meneer Vrijland daar recht op heeft. Vage getuigen, vergezochte links naar rituele moorden, het koningshuis, verdachtmakingen tegen de moeder van Anass en de illuminatie – je vraagt je af waarom de familie zich inlaat met iemand die hun zaak tot in het belachelijke toe geen goed doet.

Media

Van bittere ellende heb ik in het afgelopen jaar een papieren krant opgezegd en me voor een tweetal digitale kranten afgemeld. Zoals het in de politiek al lang niet meer om standpunten gaat maar vooral om ego’s (wie vindt wie niet aardig en wie wil er niet met wie regeren?) zo gaat het de media al lang niet meer om echt, hard nieuws.

Voorpagina’s vol niemendalletjes over niemendalletjes deden me afhaken. Magere stukjes barstensvol taalfouten, liefst over La Spears, La Winehouse en La Cabau van Kasbergen en met schreeuwerige koppen alsof het wereldschokkend nieuws betrof. Zo weet ik van de laatste zelfs haar achternaam uit de losse pols te spellen, hij is me immers tot uitentreuren voorgehouden.

Wellicht is mijn ergernis overdreven, maar van iemand die van schrijven zijn vak maakte verwacht ik doorwrochte stukjes en als dat teveel gevraagd is dan toch in elk geval foutloos Nederlands. Allez, een d of t verkeerd wil ik hen wel vergeven en zo ook nog een combinatie van de twee, maar ook wanneer ik niet op alle slakken zout leg is het dramatisch gesteld.

Van een zichzelf respecterend journalist verwacht ik ook nog dat hij zijn bronnen en feiten checkt. Ook daar schort het nogal eens aan. Een van de schrijnendste voorbeelden daarvan is een oproep die ik ooit las, om vooral toch aangifte te komen doen tegen een vernielzuchtige zwaan. Het dier beschadigde menig autoportier terwijl hij trachtte zijn daarin gereflecteerde spiegelbeeld weg te jagen. Een aangifte tegen een dier? Misschien had die journalist zich eerst even in het strafrecht moeten verdiepen alvorens geluid te geven. Een Frits Wester die een vermist meisje doodverklaarde terwijl haar lichaam nog niet eens gevonden was doet de toch al witte zwaan verbleken.

De hype die de media de laatste dagen creëerden over de rug van een vermoorde twaalfjarige is het summum van de gemak- en sensatiezucht van de dames en heren journaille van nu. Programma’s werden onderbroken voor niet-nieuws; geen nieuwe ontwikkelingen maar heel even snel tussendoor een microfoon onder de neus van een willekeurige passant geduwd; ‘erg, hè vinnu ook niet?’ Breaking news; onze verslaggever heeft een blik over de anti-kijkschermen weten te werpen. Het item gaat gepaard met beelden van een verhit kijkende verslaggever en uitendelijk weten we, hoe brekend ook, nog niets.

Wat volgde was een opeenvolging van aannames en speculaties en erger nog, van meningen van ‘deskundigen’ die met graagte in kranten kond deden van ‘grove fouten’ en al wat dies meer zij. De beste stuurlui staan aan wal, zo heet het. Niemand die het ooit in zijn hoofd zou halen een slager of een loodgieter eens haarfijn uit de doeken te doen hoe diens werk in elkaar steekt, maar als het om politiewerk gaat weten we het allemaal beter. Ook zonder de feiten te kennen, we draaien er onze hand niet voor om.

Vandaag dan in de Telegraaf een ‘diepte-interview’ met een vrouw, die zegt een ex te zijn van Sander V. en die met alle liefde haar seksuele ervaringen tussen hem en haar met ons allemaal deelt -tot aan de obligate handboeien in bed toe. Ze sprak wel met de Telegraaf, maar deed haar verhaal opvallend genoeg niet bij de politie.

Femke Halsema noemde het beestje goddank bij de naam; onsmakelijk mediagehijg.

Dank, Femke.