Is het een vogel? Is het een vliegtuig? Nee, het is Michaman!

“Michaman” is opnieuw op de vingertjes getikt; hij mag ook na hoger beroep De Telegraaf niet langer “De Pedograaf” noemen en elke keer dat hij zich daar toch aan bezondigt verbeurt hij een dwangsom van duizend euronen. Michaman huilde daar, samen met zijn zonderlinge sidekick Hans Vogel, en plein public uitgebreid over uit.

Micha Kat verscheen zonder advocaat bij de Amsterdamse rechtbank en heeft twee uur lang zijn eigen zaak bepleit. Oorzaak van dit al is uiteindelijk het gegeven dat Micha Kat De Telegraaf placht aan te duiden als “De Pedograaf” en dat vonden ze bij TMG (uitgever van De Telegraaf) niet zo leuk. De voorzieningenrechter boog zich eerder over deze zaak en deze stelde dat de aanduiding “De Pedograaf” op de gewraakte wijze inderdaad diffamerend is, deze de reputatie van TMG (onnodig) schaadde en daarmee onrechtmatig is.

Ook in hoger beroep en met twee uur spreektijd heeft Michaman niet hard kunnen maken dat TMG bij pedofilie betrokken is of dat zelfs maar vergoelijkt.

Uit het vonnis:

Het betoog van Kat dat zich een misstand voordoet en dat hij gerechtigd is deze door het gebruik van de aanduiding “(de) pedograaf” op de in dit geding aan de orde zijnde wijze aan de kaak te stellen kan voorshands niet als juist worden aanvaard. 

Samen aan een tafel in een stemmige bibliotheek gezeten, de boeken op de achtergrond moeten hen enig cachet geven, zet het duo een boom op over dat vonnis van het Amsterdamse hof. Het beeld roept een herinnering in me op.
Het duurt even, maar dan weet ik het. Statler en Waldorf!

De heerschappen lijken overigens ‘voorshands’ te verwarren met ‘op voorhand’ en, zeker in een bibliotheek gezeten, is dat jammer. Voorshands betekent echter “vooreerst, voorlopig”.

Sidekick Hans:

Woorden niet mogen gebruiken is fascisme. In een vrije maatschappij moet je eigenlijk alles kunnen zeggen wat je wilt en als een ander zich gekwetst voelt of beledigd of geraakt, ja jammer. Het is een prijs die je betaalt voor de vrijheid, er zijn geen rozen zonder doornen. 


“Woorden niet mogen gebruiken is fascisme”. Ik heb er een poosje op gekauwd. Ik ben fel tegenstander van censuur, maar zie daar zeker nog geen vrijbrief in voor laster, smaad of smaadschrift. Ik heb het recht mijn mening vrijelijk en zonder toestemming vooraf te uiten, maar u heeft het recht op eerbiediging van uw eer en goede naam, zoals men dat pleegt te noemen. Mocht ik mij op zo’n manier uitlaten dat ik daarbij uw eer of goede naam aantast, dan heeft u recht op bescherming daartegen door de wet. Dat is tot in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zo geregeld.

Niemand hoeft zich dus beledigingen of zelfs valse beschuldigingen klakkeloos aan te laten leunen.

Echt grappig wordt het wanneer Sidekick Hans zich boos maakt over het “hofje” in Amsterdam:

Het zijn ook allemaal weer vrouwen die het doen? De feminisering van de rechtspraak duidt ook op een uitholling van de prestige van het vak. 

Weinig verrassend, die misogyne aap uit de mouw. Twee van die belegen, verzuurde mannetjes die zich stukbijten op de autoriteit van vrouwelijke rechters. Koddig!

Statler: Hey, Waldorf. Wake up. Here come the bikinis!
Waldorf: Oh, boy! We better synchronize our pacemakers.

Halloween, when the creeps come out

From ghoulies and ghosties
And long-leggedy beasties
And things that go bump in the night,
Good Lord, deliver us!

 
Onlangs kreeg meneer Dankbaar een brief van mevrouw Terpstra, moeder van de vermoorde Marianne Vaatstra, bij monde van haar advocaat. Via die advocaat doet zij Wim Dankbaar een dringend verzoek: Laat de zaak rusten. Laat af.

Er ligt een inmiddels onherroepelijk vonnis, gebaseerd op onomstotelijk en objectief DNA bewijs. De dader heeft een volledige bekentenis afgelegd. Na alle jaren van onzekerheid willen mevrouw Terpstra en haar familie in rust deze treurige zaak kunnen afsluiten. Zij laat weten ’s mans bemoeienissen als uiterst ongewenst en pijnlijk te ervaren en verzoekt hem met klem hiermee te staken.

Aanleiding voor het inschakelen van die advocaat en die brief op poten is het voornemen, dat Wim Dankbaar aangaf te hebben, om het dagboek van Maaike Terpstra te publiceren. Zij laat duidelijk weten dat ze dat niet wil. Met alles wat zij en haar familie hebben meegemaakt zou je verwachten dat die wens gerespecteerd wordt.

Prompt verscheen gisteren dat dagboek toch op verschillende plaatsen op het Internet. Ik verschaf u er geen links naar, want ik ben niet van zins aan zulke onbetamelijke en onfrisse zaken mee te werken. Ik schrijf namelijk zelf al jaren dagboeken vol, wat daar in staat ligt me na aan het hart en is privé. Delen wat er in je dagboek staat is een ultiem gebaar van het grootste vertrouwen. Meer privé dan dat wordt het niet. Wie het leest zit stiekem in het dagboek van een ander te neuzen.

Het delen en publiek maken van de gedachten van een rouwende moeder, expliciet zonder haar toestemming, is een nieuw dieptepunt in de gehele zaak Marianne Vaatstra – en er waren er al zo veel. Wie dat dagboek publiceert of deelt vent verdriet uit en schaadt de schrijfster ervan. Dat geldt de eerste die zich daaraan bezondigde, maar ook eenieder die zijn voorbeeld volgt.

Het is een vorm van secundaire victimisatie. Dat is iets om je vreselijk voor te schamen. 

Secundaire victimisatie door Vrijland, Kat en consorten

Het lijkt erop dat mevrouw Merzouk, de moeder van de jonge Anass Aouragh, door de rechter in het gelijk gesteld is in haar zaak tegen Martin Vrijland.  Meneer Vrijland heeft zo op het oog haar eis ingewilligd en heeft het filmpje, dat hij op zijn weblog en YouTube-kanaal publiceerde nadat zij zich publiekelijk van hem distantieerde, netjes verwijderd.

Het is treurig dat nabestaanden zich genoodzaakt zien zich op zo’n manier tegen lieden als Martin Vrijland te moeten weren. Mevrouw Merzouk is niet de enige die, na een kind verloren te hebben, te maken kreeg met mensen die zich onder een valse vlag van behulpzaamheid tegen haar keerden. Zohra Merzouk werd verdacht gemaakt en kreeg door de mensen van Niburu zelfs een prostitutieverleden toegedicht, opdat men haar “morele standaarden” maar in twijfel kon trekken. 

Ook Iris van der Schuit, de moeder van de jongens Ruben en Julian die door hun bloedeigen vader werden gedood en gedumpt, viel een behandeling als deze ten deel.

Bauke Vaatstra, wiens dochter Marianne jaren gelden verkracht en vermoord werd, werd ook lastiggevallen en belasterd. Kwade tongen, waaronder die van Micha Kat, beweren zelfs dat hij zich liet omkopen. Ik citeer:

“BAUKE GENOOT VAN ELKE SECONDE DAT HIJ IN HET ZONNETJE WERD GEZET OVER HET LIJK VAN ZIJN SATANISCH VERMOORDE DOCHTER * HOEVEEL GELD EN DRANK KREEG BAUKE VAN JORIS DEMMINK? * WIE DENKT ER AAN MAAIKE TERPSTRA DIE WEL VOOR DE WAARHEID GING?”

Secundair slachtofferschap

Slachtoffers en nabestaanden worden geregeld een tweede keer slachtoffer gemaakt; ze moeten getuigen, worden verhoord, lopen tegen onwillige ambtenaren en instanties op en worden met negatieve sociale reacties geconfronteerd. Deze secundaire victimisatie krijgt gelukkig steeds meer de aandacht.

In 2005 werd bijvoorbeeld het spreekrecht ingevoerd, voor slachtoffers én nabestaanden, en dat was bedoeld als “een bijdrage aan het (begin van) herstel van emotionele schade door middel van erkenning” – een direct gevolg van de ruimere aandacht die slachtoffers en nabestaanden verdienen binnen het strafrecht.

Om secundaire victimisatie te voorkomen wordt veel meer aandacht geschonken aan Slachtofferhulp, begeleiding, slachtofferbejegening en slachtofferonthaal.

Het lijkt me zo langzamerhand de vraag waarom er niet veel actiever opgetreden wordt tegen kwaadwillige lieden, die nabestaanden op deze manier secundair victimiseren.

Martin Vrijland en de dag die je wist dat zou komen

Morgen is de dag die we eigenlijk allemaal wisten dat zou komen – zij het kennelijk uitgezonderd de heren Martin Vrijland en Micha Kat.

Meneer Vrijland zal zich morgen om half twee bij de rechter moeten vervoegen. Die rechter zal beslissen over de eis van mevrouw Merzouk, die graag zou zien dat meneer Vrijland de van haar geschoten beelden van zowel zijn webstek als zijn videokanaal verwijdert. Het gaat daarbij om een compilatie van beelden van gesprekken tussen meneer Vrijland en mevrouw Merzouk, de moeder van Anass Aouragh, onder andere gevoerd in haar woning.

Die beelden lijken heimelijk gemaakt, want waar die camera ook op gericht is, het is in elk geval niet openlijk op haar gezicht en mevrouw Merzouk lijkt in het geheel niet te weten dat ze gefilmd wordt. Dat vind ik een flagrante schending van haar privacy.

Dat niet alleen, voor iemand die zich journalist zou willen noemen is de publicatie ervan een schending van de Code voor de Journalistiek.

“De journalist publiceert geen tekst of foto’s en zendt geen audio-opnames of beelden uit die zijn gemaakt van personen in privé-situaties zonder toestemming van de betrokkene, tenzij met de publicatie een groot maatschappelijk belang is gediend.”


Op zo’n wijze heimelijk filmen mag niet. Niet volgens de Code voor de Journalistiek, maar ook in wettelijke zin niet.

Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft:
  • 1°. hij die, gebruik makende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon, aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, een afbeelding vervaardigt;
  • 2°. hij die de beschikking heeft over een afbeelding welke, naar hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, door of ten gevolge van een onder 1° strafbaar gestelde handeling is verkregen.

Een belendend perceel wist de hand te leggen op een e-mail waaruit bleek dat meneer Vrijland die compilatie zelfs als pressiemiddel gebruikt zou hebben om de moeder van Anass tot medewerking te dwingen.

“Omdat je niet meer reageert voel ik me behoorlijk beschaamd in de vertrouwensband die ik meende dat wij hadden opgebouwd. Je zet mij in eens abrupt aan de kant, terwijl je toch een andere indruk gewekt hebt. Dat had ik absoluut niet van je verwacht, maar voor alle zekerheid heb ik er toch rekening mee gehouden (zie opname bijlage). Ik wil niet dat het noodzakelijk wordt dat ik deze of de rest van de opnames moet gebruiken.”

Die Code voor de Journalistiek dicteert dat de journalist de privacy van personen niet verder zal aantasten dan in het kader van een open berichtgeving noodzakelijk is. Publicatie van de beelden diende in dit geval dan ook in het geheel geen groot maatschappelijk belang, maar diende louter om mevrouw Merzouk tot medewerking te dwingen. De beelden zijn zelfs juist om die reden gemaakt, getuige de woorden van Martin Vrijland zelve.

Ook een dergelijke dwang zou zo maar eens strafrechtelijke no-no kunnen zijn, maar ook dat lijkt mevrouw Merzouk te laten voor wat het is. Zoals ik eerder al observeerde is mevrouw Merzouk dus erg mild, ze eist alleen verwijdering van gewraakt beeldmateriaal.

 Wat meneer Kat betreft echter, is het juist moeder Merzouk die er niets van snapt:

“De moeder schermt met begrippen als ‘portretrecht’ en ‘inbreuk op de persoonlijke levenssfeer’ maar begrijpt niet dat deze zaken geen enkele rol spelen als het gaat om journalistieke produkties.”

Micha Kat gilt in zijn bekende chocoladeletters om hardst over een “hetze tegen andere vrije journalisten” en noemt daarbij deze zaak tegen Martin Vrijland als voorbeeld. Daarbij gaat hij geheel voorbij aan het gegeven dat we hier niet van doen hebben met een door de overheid geplaagde journalist. Het is mevrouw Merzouk die geplaagd wordt door een wannabe journalist en zijn dubieuze praktijken. Alsof ze met het verlies van haar zoon niet al genoeg ellende over zich uitgestort gekregen heeft.

Ik vraag me dan ook af wat het beroep van “vrije journalist” dan inhouden moet. Vrij van de paar fatsoensregels uit de Code voor de Journalistiek? Vrij van de “beperkingen” van het strafrecht en dus vrij te vernielen, te smaden, te verzinnen en bronnen op oneigenlijke manieren tot medewerking te dwingen?

Daarmee willen deze lieden wel de lusten, de verregaande vrijheid en bescherming die journalisten geheel terecht genieten, maar niet de lasten van de verplichting tot waarheidsgetrouwheid, onafhankelijkheid, fair play en het open vizier.

Misschien kunnen de “vrije journalisten” me even uitleggen wat het op deze manier lastigvallen van een rouwende moeder nog met journalistiek te maken heeft?

O, en schei eens uit met dat gebiets en gebedel om “donaties”. Wanneer je van je schrijfsels je eigen broek niet op kunt houden is het vak van journalist gewoon niet voor je weggelegd.

Over persmuskieten, Micha Kat en andere beesten

Tijdens de persconferentie over het vinden van de lichamen van Ruben en Julian kreeg de pers van burgemeester Janssen een compliment; zij ging op buitengewoon  respectvolle wijze om met deze moeilijke periode. Dat is een steun geweest voor de naaste familie.

Dat is niet bepaald een compliment dat de dames en heren journalisten met regelmaat zullen krijgen, maar inderdaad, op de keper beschouwd ging het er behoorlijk beschaafd aan toe. Helaas maakte wat men de alternatieve media placht te noemen er dan weer wel een puinhoop van, maar je kunt kennelijk niet alles hebben.

Natuurlijk, daar was die ene persfotograaf die het beroepsmatig pottenkijken in zo’n mate overdreef, door met een heuse helikopter boven het plaats de delict te vliegen, dat de politie zich zelfs genoodzaakt zag het luchtruim boven die twee kinderlijkjes te sluiten.

Gelukkig voor de familie, de teerhartige zielen onder ons en het algemeen fatsoen was er al een tent opgezet die de lichamen van Ruben en Julian aan het zicht (en de telelens) van die fotograaf onttrok. Een lichaam dat twee weken lang in water gelegen heeft is immers een mensonterend gezicht en ik geloof ook niet dat men de vrije nieuwsgaring in gevaar brengt door zulke plaatjes onmogelijk te maken.

Het hele doopceel van vader, de Facebookpagina van moeder, de rapporten van Jeugdzorg en aanverwante organisaties, er lag inmiddels al zo veel op tafel. In de dood is niets privé, zoals ik over de jonge Anass al observeerde, maar mag er dan toch niet ergens nog een grens liggen – een waar we met zijn allen niet overheen willen?

Goed, noodzakelijkerwijs moest onze persmuskiet (dat in dit geval toch weer een geheel nieuwe lading krijgt) het doen met kiekjes van dat eenzame witte tentje, op een kruising van twee polderweggetjes.

Nou ja, èn een kiekje van de collegae journalisten, die zich met busjes, camera’s en statieven wel netjes achter het politielint opgesteld hadden. Sliep uit.

Er is natuurlijk ook wel een markt voor dit soort verslaggeving. Zo was daar de kennelijke noodzaak achter het twitterverzoek van de politie om niet met ons allen naar die vindplaats af te reizen. De ramptoerist, die graag een blik in die duiker zou werpen, of liever nog een stukje lijk in het echie had gezien. Ramptoerisme vanuit de luie stoel, ik weet echt niet of je dat als persfotograaf nu wel moet willen faciliteren. Voor mij hoeft dat in elk geval niet en ik vermoed dat we de eerste de beste krant die een foto van twee opgeblazen, verkleurde waterlijkjes op haar voorpagina had laten prijken onder luid gejoel over de morele kling gejaagd hadden. Of, lief Nederland, dat hóóp ik toch.

We laten ons al zo debiliseren, (welles, kijk maar naar televisieprogramma’s als Oh Oh Cherso en Ik Heb HET Nog Nooit Gedaan), het wordt echt hoog tijd dat we daar zelf eens paal en perk aan stelden. Nee, ik zou een moord doen voor een goed doorwrocht stuk onderzoeksjournalistiek. Al was het maar een keer in de week, in de weekendbijlage of zo.

Nu heb ik me al vaker geërgerd aan en zelfs ongemeen boos gemaakt om journaille als Mariska Orbán-de Haas, Jolande van der Graaf, de Telegraaf en het Algemeen Dagblad. In ons landje hebben we te kampen met een lichting ondermaatse journalisten en dat kunnen we toch niet helemaal op conto schrijven van het Windesheim, vrees ik. Korte stukjes, liefst vol taalfouten en op de voorpagina geneuzel over welke diva nu weer een ondeugende tepel aan haar decolleté liet ontsnappen – het journalistengilde legt haar eigen standaarden gewoon te laag.

Goed, dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten een figuur als Micha Kat uiteindelijk royeerde duidt op een rudimentair zelfreinigend vermogen, maar misschien is het raadzaam in het vervolg niet te wachten tot het tot een daadwerkelijke strafrechtelijke veroordeling komt. Vakbekwaamheid lijkt me een gezonder criterium. Dan was zo’n jongen jaren geleden al in een ander beroep beland, gewoon iets dat hij wel goed kan. Nu googelt hij een beetje in het wilde weg op namen van getuigen en bijt zich in willekeurige LinkedIn-accountjes vast. Je zult toch een argeloos naamgenoot zijn van die meneer Frank Popelier. Of erger; je zult die ene Frank Popelier zijn en helemaal niet bij de “Telegrraf” (sic) werken. Ben je mooi in de aap gelogeerd.

Voor je het weet organiseren hij en zijn adepten eigenhandig zoekingen in elke willekeurige groene Volvo die hun pad kruist, terwijl hij ook gewoon putjes had kunnen scheppen. Goed, dan gaat het ook over bagger maar deed hij de goegemeente er tenminste nog een plezier mee.

Dat, beste Nederlandse Vereniging van Journalisten, mag u zichzelf toch maar mooi aanrekenen.