Joris Demmink, de auditu

Heeft u de zaak Demmink een beetje kunnen volgen, afgelopen week? Het kan eigenlijk nog maar twee kanten op; doofpot of lasterzaak. Ik heb mijn best gedaan bij te blijven van alle ontwikkelingen. Bij elke nieuwe wending in deze affaire wordt het verhaal ingewikkelder.

Ik schreef eerder al over de heren Van Huet en Molenkamp, beiden gewezen gevangenisdirecteuren, die bij een notaris een verklaring tegen Joris Demmink lieten vastleggen.

Volgens beider verklaringen zouden zij in mei 1992 een dienstreisje naar Londen hebben gemaakt onder begeleiding van een stafmedewerkster van Justitie, mevrouw Anna Storm van ’s Gravesande. ’s Avonds, tijdens het borrelen in de hotelbar, zou die medewerkster uit de school zijn geklapt over Joris Demmink. Ze beklaagde zich over het wangedrag van de toenmalig directeur Vreemdelingenzaken waarvoor zij, volgens die verklaringen, “via de telefoon jonge jongens voor hem moest regelen”. Volgens meneer Molenkamp het liefst van Thaise origine. 

Anna Storm van ’s Gravesande

Afgelopen maandag kwam mevrouw Anna Storm van ’s Gravesande aan het woord tijdens het civiel proces dat de stichting De Roestige Spijker tegen Joris Demmink aanspande. Ze heeft eerder al aangegeven dat ze stomverbaasd was over de uitlatingen van Molenkamp en van Van Huet en zich van het gesprek in het algemeen en de grote verontwaardiging in het bijzonder niets herinneren. Desgevraagd heeft ze ook aangegeven nooit werkzaamheden “voor of met de heer Demmink” te hebben verricht. Mevrouw deed gevoeglijk aangifte tegen beide heren, van smaad. 
Mevrouw Storm van ’s Gravesande weersprak de verklaringen tijdens haar verhoor opnieuw met klem. Ze noemde het zelfs  “vrij debiele uitlatingen”. Ze zei dat ze vrijwel nooit met Demmink te maken heeft gehad tijdens haar loopbaan en volgens haar hebben Van Huet en Molenkamp in samenspraak met de secretaris van de stichting De Roestige Spijker en tevens eveneens oud-medewerker van justitie, de heer Ben Ottens, welbewust een verklaring verzonnen om Joris Demmink in een kwaad daglicht te stellen. Volgens mevrouw Storm van ’s Gravesande hebben de drie heren meneer Demmink “te pakken genomen omdat ze voortijdig moesten vertrekken”.
Oei, dat is nogal wat. Onaardig, ook. Aan de andere kant, mevrouw wordt door de beide heren wel beschuldigd van medeplichtigheid aan het misdrijf kindermisbruik. 
Heeft u zich overigens al eens afgevraagd waarom een naar verluidt intelligente carrièretijger, zeker in de positie van Joris Demmink, een ondergeschikte zulke ongure en onfrisse zaakjes zou laten regelen? Ik wil het niet uitsluiten, er gebeuren nog wel gekkere dingen, maar toch: Dat is zó ontzettend dom dat ik het altijd nog onaannemelijk vind.  

Jacques van Huet

Van Huet moest volgens de stafmedewerkster “na megaproblemen” vertrekken. Dat klopt. 
Jacques van Huet, gewezen boegbeeld van het gevangeniswezen, kende ik inderdaad al van zijn conflict met minister Donner van Justitie in 2004. Het kwam zelfs tot een kort geding. Van Huet werd onder meer verweten dat hij tijdens een afscheidsspeech aan collega-gevangenisdirecteur Peter Scheffelaar Klots zou hebben gezegd dat “iedereen bij justitie de weg kwijt is”. Minister Donner, op zijn beurt, stelde in de Tweede Kamer dat sprake was van een “zodanige vertrouwensbreuk” met Van Huet dat hij liever iemand anders op diens functie zag. Jacques van Huet wilde rectificatie, maar kreeg een ontslagbrief. 
Jacques van Huet werd destijds beschreven als een man van principes. Een andere oud-directeur, Henk Greven, meende “dat Jacques van Huet bij grote persoonlijke bezwaren eerder zou opstappen dan het beleid niet uitvoeren”. Deze zo principiële meneer Van Huet hoorde die bewuste avond kennelijk het zoveelste verhaal over de vermeende escapades van Joris Demmink en diens bijzondere aandacht voor jonge jongens aan en deed daar vervolgens eenentwintig jaar lang niets mee
Meneer Van Huet daarover in zijn notariële verklaring: “Als ambtenaren was het het zoveelste verhaal over de heer Demmink zijn escapades en bijzondere aandacht voor jonge jongens. Veel hogere ambtenaren moeten hiervan hebben geweten. Niemand durfde hierover openlijk naar buiten te treden. Dat stond gelijk aan ambtelijke zelfdoding naar mening van ondergetekende.”

Gisteren voegde meneer Van Huet daar aan toe dat hij het verhaal van de stafmedewerkster destijds afdeed als “borrelpraat” en een “non-event” en zelfs “geen aanleiding zag er een misdrijf in te zien”. Dat schijnt met de aanstelling van meneer Demmink bij het Helsinki Comité voor Mensenrechten veranderd te zijn. Naar eigen zeggen maakte die aanstelling meneer Van Huet laaiend, want “Joris Demmink was niet van onbesproken gedrag en comité had ook doel kindermisbruik te bestrijden”.
Daar kan ik heel wel inkomen. Maar waarom had Joris Demminks aanstelling tot secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie, in 2002, niet hetzelfde effect op meneer Van Huets gemoed? 
Gisteren mocht meneer Van Huet zijn zegje doen bij de rechter. Hij vertelde al vanaf 1990 geruchten en roddels te hebben gehoord over de vermeende pedoseksuele activiteiten van meneer Demmink. Dat bleek een rode draad in ’s mans betoog; wat hij wist had hij van horen zeggen. In veel landen is zo’n zogeheten testimonium de auditu verboden, maar sinds het De auditu-arrest mogen verklaringen ‘van horen zeggen’ in Nederland als wettig bewijsmiddel worden aangevoerd. Let daarbij wel: Die wegen lang zo zwaar niet als verklaringen van de bron zelve.  
De door meneer Van Huet beschreven links tussen de familie Poot, de Chipsholaffaire en de stichting De Roestige Spijker maken de zaak er alleen maar onfrisser op – en zeker niet ten faveure van laatstgenoemde. 

Bart Molenkamp

Meneer Molenkamp, oud-directeur van respectievelijk De Koepel in Breda en de PI Vught, wordt op 25 maart bij de rechter verwacht om zijn verklaring nader toe te lichten.
Bart Molenkamp, deze man kent u van de discussie over de te sluiten gevangenissen in het Masterplan van meneer Teeven. Gevangenis De Koepel staat op het lijstje van gevangenissen die hun deuren wellicht zullen moeten sluiten. De gedetineerden zouden in dat geval in de PI Vught ondergebracht gaan worden, misschien zelfs met zijn tweeën op één cel. Dat laatste noemde meneer Molenkamp “uiterst onfatsoenlijk en onbehoorlijk”. Hij wees er fijntjes en geheel terecht op dat Nederland internationaal afgesproken heeft zich daar niet aan te ‘bezondigen’. 
Ik ben benieuwd naar wat deze man te vertellen heeft. En waar hij dat op zijn beurt vandaan heeft. 

Landsbelang

Zo, dat is een intrigerend zinnetje. Het is een antwoord van het Openbaar Ministerie, dat daar kennelijk door een oplettende journalist vragen over gekregen heeft.

Sepot

Seponeren, de beslissing om niet of niet verder te vervolgen, komt redelijk veel voor. Het is een recht van het OM, dat op het zogeheten opportuniteitsbeginsel steunt. De laatste jaren wordt ongeveer 10% van alle rechtbankzaken en 15% van alle kantonzaken door het OM afgedaan met een onvoorwaardelijk sepot. In totaal werden er door het OM in 2012 ruim 20.000 zaken geseponeerd, aldus De Volkskrant.

Er zijn verschillende soorten sepots; technische sepots en beleidssepots.

Beleidssepot

Heeft het OM het te druk met grotere en serieuzere zaken, dan mag het beslissen relatief onbeduidende zaken met een sepot af te doen. Dat is direct terug te brengen op het opportuniteitsbeginsel. Het strafrecht dient het openbaar belang en de beschikbare capaciteit moet optimaal ingezet worden. Via de beruchte artikel 12-procedure kan een belanghebbende daar een klacht over indienen bij een gerechtshof, met het verzoek het OM alsnog te bewegen tot vervolging over te gaan.

De beleidssepots zijn weer onder te verdelen in voorwaardelijke en onvoorwaardelijke sepots. Het voorwaardelijk sepot is een gulden middenweg. Het OM kan beslissen een verdachte voorwaarden op te leggen en hem, zo lang hij zich aan die voorwaarden houdt, niet te vervolgen. In dat geval moet het OM wel beschikken over sluitend bewijs. Houdt de verdachte zich netjes aan de hem opgelegde voorwaarden, dan kan het OM onvoorwaardelijk seponeren en is de kous daarmee af.

Technisch sepot

Wanneer het OM er een hard hoofd in heeft dat een zaak zowel wettelijk als overtuigend te bewijzen is, kan het ervoor kiezen de zaak te seponeren. Hetzelfde geldt voor zaken die wel bewezen kunnen worden, maar die niet binnen de omschrijving van enig strafbaar feit vallen en zaken waarbij de dader op het spreekwoordelijke kerkhof ligt. Zo zijn er heel wat redenen, netjes opgesomd in de Aanwijzing gebruik sepotgronden om van een rechtsvervolging af te zien.

In geval van beide soorten sepots is het overigens ook nog niet altijd gezegd dat een verdachte helemaal niet vervolgd wordt. Dat kan namelijk ook nog aan een andere instantie zijn, van een militaire tuchtraad tot vervolging in het buitenland.

Landsbelang

In die lijst sepotgronden is ook dat “landsbelang” te vinden, onder het kopje “Gronden samenhangende met de algemene rechtsorde”. Daarbij gaat het om “staatsveiligheid, het ontzien van buitenlandse betrekkingen, het voorkomen van ongewenste maatschappelijke onrust“.

Het OM wil die twaalf zaken niet nader duiden en wil zelfs geen voorbeelden geven van zaken die in het belang der natie geseponeerd werden. Omdat zulks zo weinig voorkomt, zo vreest men, zou de goegemeente zo’n voorbeeld meteen kunnen herleiden naar de mensen om wier zaak het gaat.

“Slechts” drie op de tienduizend rechtszaken wordt omwille van het landsbelang geseponeerd, dus de kans dat de persoonsgegevens van een verdachte op straat komen te liggen lijkt me inderdaad reëel. Of dat bezwaarlijk is, dat vind ik weer een tweede. Wanneer het belang van de rechtsgang in zo’n zaak al ondergeschikt is aan het landsbelang, lijken de rechten van een individu wel heel marginaal.

Je zou voor minder in een achterdochtige kramp schieten. Over wie hebben we het?

Een overijverige AIVD-er? Syriëgangers? Lieden die een nieuwe manier uitdokterden om op het randje van de wet hun medemens een poot uit te draaien?

Buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders? De helft daarvan betaalt eenvoudige boetes al niet, diplomatieke onschendbaarheid is een prachtige ‘get out of jail free card‘. Zo af en toe duikt in die wereld nog wel eens een uitgebuit dienstmeisje op, ook in Nederland. Wie weet?

Binnenlandse hoogwaardigheidsbekleders? Iemand van het koninklijk huis, of toch Joris Demmink, zoals ze bij GeenStijl al besloten hebben, bijvoorbeeld? 

Ergens betwijfel ik of het nog zin zou hebben om de inmiddels gepensioneerde Joris Demmink op zo’n manier uit de wind te houden. De schijn heeft hij al tegen en men heeft er eerder in het geheel niet voor geschroomd onderzoeken tegen hem te beginnen. Je zou zeggen dat, als er steekhoudend bewijs ligt, het nu de tijd is om dat boven water te toveren en hard te roepen dat de rechtspraak prima functioneert. Ben je eindelijk van het gezeur af.

Identiteit

 

Joris Demmink

Joris Demmink is in het nieuws. Ja, alweer. Vandaag heeft de Volkskrant een scoop; de heren Bart Molenkamp en Jacques van Huet (beiden gewezen gevangenisdirecteuren) lieten elk een verklaring vastleggen bij een notaris. Naar verluidt beogen beide heren door het afleggen van die verklaringen nieuw en onafhankelijk onderzoek af te dwingen.

In mei 1992 zouden deze heren een dienstreisje naar Londen hebben gemaakt, onder begeleiding van een medewerkster van Justitie. ’s Avonds, tijdens het borrelen in de hotelbar, zou die medewerkster uit de school zijn geklapt over Joris Demmink. Ze beklaagde zich over het wangedrag van de toenmalig directeur Vreemdelingenzaken waarvoor zij, volgens die verklaringen, “via de telefoon jonge jongens voor hem moest regelen”. Volgens meneer Molenkamp het liefst van Thaise origine.


De gebeurtenis waarover beide heerschappen verklaren dateert dus van eenentwintig jaar geleden.


Waarom zo lang gewacht? Eenieder die kennis draagt van enig strafbaar feit kan en mag daar aangifte van doen, waarom dan naar een notaris gestapt?


Bart Molenkamp

Volgens meneer Molenkamp, oud-directeur van respectievelijk De Koepel in Breda en de PI Vught, sprak de medewerkster “vanuit een zeer grote verontwaardiging“. Die medewerkster echter, die weet van niets. Ze is stomverbaasd en kan zich van het gesprek in het algemeen en de grote verontwaardiging in het bijzonder niets herinneren. Desgevraagd heeft ze ook nooit werkzaamheden “voor of met de heer Demmink” verricht.

Bijzonder. Nietwaar?


Bart Molenkamp kwam ik een poosje geleden al tegen in de discussie over de te sluiten gevangenissen in het Masterplan van meneer Teeven. Gevangenis De Koepel staat op het lijstje van gevangenissen die hun deuren wellicht zullen moeten sluiten. De gedetineerden zouden in dat geval in de PI Vught ondergebracht gaan worden, misschien zelfs met zijn tweeën op één cel. Dat laatste noemde meneer Molenkamp “uiterst onfatsoenlijk en onbehoorlijk“. Hij wees er fijntjes en geheel terecht op dat Nederland internationaal afgesproken heeft zich daar niet aan te ‘bezondigen’.


Jacques van Huet

Meneer Van Huet verklaart: “Als ambtenaren was het het zoveelste verhaal over de heer Demmink zijn escapades en bijzondere aandacht voor jonge jongens. Veel hogere ambtenaren moeten hiervan hebben geweten. Niemand durfde hierover openlijk naar buiten te treden. Dat stond gelijk aan ambtelijke zelfdoding naar mening van ondergetekende.”

 Jacques van Huet, gewezen boegbeeld van het gevangeniswezen, ken ik voornamelijk van zijn conflict met minister Donner van Justitie in 2004. Het kwam zelfs tot een kort gedingVan Huet werd onder meer verweten dat hij tijdens een afscheidsspeech aan collega-gevangenisdirecteur Peter Scheffelaar Klots zou hebben gezegd dat “iedereen bij justitie de weg kwijt is“. Minister Donner, op zijn beurt, stelde in de Tweede Kamer dat sprake was van een “zodanige vertrouwensbreuk” met Van Huet dat hij “liever iemand anders” op diens functie zag. Jacques van Huet wilde rectificatie, maar kreeg een ontslagbrief.


Het incident is me vooral bijgebleven omdat ik oud-minister Donner zo’n enge kwezel vind. Jacques van Huet werd beschreven als een man van principes. Een andere oud-directeur, Henk Greven, meende “dat Jacques van Huet bij grote persoonlijke bezwaren eerder zou opstappen dan het beleid niet uitvoeren“.


Rest de vraag waarom deze zo principiële meneer Van Huet die avond kennelijk het zoveelste verhaal over de escapades van Joris Demmink en diens  bijzondere aandacht voor jonge jongens aanhoorde en er eenentwintig jaar lang niets mee deed.

Joris Demmink, Netwerk en het Rolodex-onderzoek

Het is 1997-1998. De politie en het Ministerie van Justitie hebben een heel netwerk in het vizier van lieden die in Amsterdam jonge jongens prostitueren en kinderporno verspreiden. Er wordt een onderzoek naar gestart naar de pooiers en hun klanten, wat we nu kennen als het Rolodex-onderzoek.

Volgens informatie van de politie Amsterdam zouden de pooiers een rolodex hebben met daarin hun hele klantenbestand. De rolodex werd nooit gevonden. Het netwerk is goed georganiseerd; de lieden die kinderen ronselen doen alleen zaken met mensen die hun huizen ter beschikking stellen. Die laatsten doen op hun beurt weer alleen zaken met de “afnemers”.


In die tijd werden bij telefoontaps eerst alleen telefoonnummers genoteerd. Daarbij stuit de politie geheel onverwacht op de telefoonnummers van Nederlandse topambtenaren. Een officier van justitie. Een hoge ome van het ministerie van justitie. Burgemeesters. Daags nadat de OvJ toestemming geeft de gesprekken ook inhoudelijk af te luisteren staken de verdachten plotsklaps elk contact met elkaar.


Het onderzoek sterft een voortijdige dood. Wel worden twee van de kinderronselaars, Karel van M. en Willie S., uiteindelijk in 1999 veroordeeld voor hun wandaden.


Het televisieprogramma Netwerk wijdt in april 1998 twee uitzendingen aan een kinderprostitutienetwerk in Rotterdam. Het geeft een ontluisterend beeld hoe lieden als Lothar G. en Henk S. jonge jongens ronselen en exploiteren. Hoe vreselijk goed zo´n netwerk georganiseerd is. Erger nog, hoe een moeder actief haar eigen kinderen prostitueert. Volgens Netwerk laat een van de geluidsfragmenten (kennelijk afkomstig van het Rolodex-onderzoek) horen hoe een topambtenaar kinderen bestelt. De man wordt “Joris” genoemd.


De vox populi wijst Joris Demmink aan, volgens het ministerie van justitie moet het echter om een andere Joris gaan. Voor zo ver het absolute beginpunt van het feitenkruimelspoor.


Anne Frank-plantsoen

In 2003 komen de Gaykrant en Panorama met het verhaal dat Joris Demmink in het Anne Frankplantsoen te Eindhoven seks gehad zou hebben met jonge jongens. Toenmalig Minister van Justitie Piet-Hein Donner ontkent de aantijgingen. De beide bladen gaan in gesprek met Joris Demmink en zijn advocaat, waarop ze hun verhalen rectificeren.

Later kom het NOS Journaal met het verhaal dat het tot een schikking zou zijn gekomen tussen Panorama, de Gaykrant en Joris Demmink. Sterker; tijdens de gesprekken met beide bladen zou de topambtenaar zelf toegegeven hebben dat hij seksueel contact gehad had met jonge homoseksuelen en hij die jongemannen niet altijd naar hun leeftijd gevraagd had. Het kwam journalisten Lex Runderkamp en Hans Laroes op een klacht bij de Raad voor de Journalistiek te staan, die de Raad gegrond verklaarde omdat men niet bewijzen kon dat Joris Demmink die uitspraak gedaan had. Ook het NOS Journaal rectificeerde derhalve haar verhaal.

Dat jaar doet een voormalig jongensprostituee, Frank L. aangifte tegen meneer Demmink. Hij zegt Joris Demmink uitgerekend van dat Anne Frankplantsoen te kennen. Volgens Justitie betreft het hier een valse aangifte en inderdaad trekt de jongeman later zijn aangifte in, met daarbij de opmerking dat Panorama hem voor het doen van die aangifte betaald zou hebben. L. wordt in 2004 veroordeeld voor het doen van een valse aangifte.


Hüseyin Baybasin

In 2007 wordt er opnieuw een aangifte tegen Joris Demmink gedaan. Hüseyin Baybasin is de aangever. Volgens de Koerdische Baybasin heeft de Turkse overheid Joris Demmink gechanteerd met bewijs dat de topambtenaar zich aan kindermisbruik zou hebben schuldig gemaakt. De Turkse overheid zou zo de heer Baybasin onterecht tot een levenslange gevangenisstraf (voor moord, gijzeling en drugshandel, bepaald geen kleinigheden) hebben laten veroordelen. Baybasin zou namelijk hard kunnen maken dat die Turkse overheid actief bij drugshandel betrokken zou zijn.

Daarnaast zou Baybasin lid en financier van de PKK zijn.

Hüseyin Baybasin vroeg in 1995 politiek asiel aan in Nederland omdat de Turkse overheid hem zou willen doden vanwege zijn betrokkenheid bij de PKK. Datzelfde jaar vraagt Turkije om de uitlevering van Baybasin, hetgeen een Nederlandse rechter in 1997 definitief verbiedt omdat de Koerd in Turkije gemarteld zou zijn. Een jaar later wordt Baybasin in de kraag gegrepen, vanwege de handel in drugs en zijn betrokkenheid bij een criminele organisatie.

Een moeizaam en langdurig proces leidt tot een veroordeling  in 2002. Baybasin meent dat de geluidsfragmenten, die als bewijs tegen hem werden aangevoerd, zijn gemanipuleerd. Dat houdt geen stand en ook in hoger beroep wordt hij tot levenslang veroordeeld.


Een week nadat Baybasin in 2007 aangifte tegen hem deed gaat Joris Demmink bij hem op “regulier werkbezoek”. Baybasin spreekt echter van “intimidatie” en spant een kort geding aan tegen Demmink opdat deze zich niet langer met zijn zaak zal bemoeien.

Hm. Onhandig.

Het komt tot Kamervragen. In de zomer van 2007 verklaart toenmalig Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin aan de Tweede Kamer dat er geen enkele grond zou zijn voor de beschuldigingen van pedoseksuele handelingen door Joris Demmink. Ook van de beschuldiging van een complot tussen Joris Demmink en de Turkse overheid zou niets gebleken zijn. Hüseyin Baybasin laat het er niet bij zitten. Zijn advocate, Adèle van der Plas, begint een zogeheten artikel 12-procedure om het Openbaar Ministerie te dwingen tot rechtsvervolging van Joris Demmink over te gaan vanwege pedoseksuele activiteiten. Ook vanwege de taps, die bewijs vormden in de zaak tegen Baybasin en vervalst zouden zijn. In oktober van dat jaar verklaart het gerechtshof van Den Haag de zaak niet ontvankelijk. Als er al sprake is van pedoseksuele activiteiten, dan is Baybasin daar in persoon nog altijd geen slachtoffer van en dus is hij geen belanghebbende.

In 2011 doen twee Turkse mannen aangifte tegen meneer Demmink. Zij beschuldigen hem ervan hen als tieners te hebben misbruikt. De Rijksrecherche onderzoekt de zaak en aan de hand van dat onderzoek besluit het Openbaar Ministerie niet tot vervolging over te gaan. De reuring over deze beslissing dreunt door tot in de Amerikaanse Senaat.


Zaak tegen het Algemeen Dagblad

In oktober vorig jaar verschijnt er een artikel in het Algemeen Dagblad met de kop  “Justitiebaas had contact met pooier van jongetjes“. De krant beweert twee getuigen te hebben gesproken die beweren Joris Demmink in contact gezien hebben met een pooier, Dick Willard, die erom bekend stond pooier te zijn van jonge jongens. Ze zeggen Demmink zelfs in het gezelschap van zulke jonge jongens te hebben gezien.

Wat ik een van de opvallendste zaken vind in deze hele affaire is het stoïcijnse stilzwijgen van meneer Demmink. Op een kort briefje aan Vrij Nederland na dan. Jarenlang laat Joris Demmink al die aantijgingen van zich afglijden. Toch lijkt met het artikel van het Algemeen Dagblad in een keer de maat vol en het komt tot een rechtszaak.

Integriteit

Joris Demmink is inmiddels gepensioneerd, maar was tien jaar lang secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie. Vorig jaar zwaaide hij af, om meteen zitting te nemen in het Nederlands Helsinki Comité voor Mensenrechten. Dat laatste kennelijk tegen het zere been van de heren Molenkamp en Van Huet.

Er zijn in de loop der jaren talloze beschuldigingen tegen hem geuit, dus het is verleidelijk aan te nemen dat waar rook is, ook vuur zal zijn. Maar zo werkt dat niet, hè? Als we zo gaan beginnen kunnen we onze rechtstaat wel meteen ten grave dragen. Nee, iemand is onschuldig totdat het tegendeel bewezen wordt. Geruchten en van horen zeggen tellen daarin niet.


Lasterzaak of doofpot? In deze zaak ben ik al jaren het spoor een beetje bijster. Feiten zijn welhaast niet meer van fictie te onderscheiden en het Internet helpt me daar bepaald niet bij. De fact checker in mij struikelt over de vele fabelmachines en geruchtenpapegaaien, die het somtijds ronduit onmogelijk maken te achterhalen waar een verhaal werkelijk vandaan komt.


Er werden in elk geval behoorlijk wat ambtelijke onderzoeken naar de man ingesteld. Het Openbaar Ministerie, de Rijksrecherche en de AIVD konden geen van alle door Joris Demmink gepleegde strafbare feiten ontdekken. Op geen enkel moment wordt hij tijdens zo’n onderzoek overigens zelfs maar op non-actief gesteld en dat bevreemd me nog altijd, want uitgerekend in een topfunctie bij Justitie zou ik graag zelfs maar de schijn van partijdigheid, vriendjespolitiek en handjes boven hoofdjes vermeden zien worden. Oók met die onschuldpresumptie. Doen ze met simpele agenten ook. Dat schuurt.


Nu heb ik natuurlijk ook liever niet dat het bij imagopoetsen blijft, maar onkreukbaarheid en integriteit zie ik graag erg actief nagestreven worden.


Er werden zelfs Kamervragen over Joris Demmink gesteld. Waarbij ik meteen maar op wil merken dat kennelijk geen enkele van bovenstaande gelegenheden reden genoeg was voor de heren Molenkamp en Van Huet om hun verhaal aan betrokken instanties te doen. Teleurstellend, me dunkt.