Aftellen voor de dolfijnenjacht in Taiji: Operation Infinite Patience

Ieder jaar begint op 1 september de “traditionele” jacht op dolfijnen, kleine walvissen en bruinvissen in Taiji, Japan. Deze jacht duurt zes maanden.

Deze bloederige traditie werd in 2009 in beeld gebracht in de documentaire “The Cove“.

In deze geruchtmakende documentaire maken we kennis met Richard O’Barry. Deze man ving en trainde dolfijnen, in de jaren zestig van de vorige eeuw maakte hij naam met de vijf dolfijnen die om beurten de rol van de beroemde televisiedolfijn Flipper speelden. In 1970 stopte een van deze dolfijnen, Kathy, met ademhalen. Ze kwam eenvoudigweg niet meer boven om adem te halen en stierf in O’Barry’s armen.

Richard O’Barry is er tot op de dag van vandaag van overtuigd dat de ongelukkige Kathy bewust een einde aan haar eigen leven maakte. Haar zelfmoord maakte dat hij zijn standpunten over het vangen en trainen van dolfijnen en dolfijnenshows radicaal veranderde. Hij werd hun grootste voorvechter.

De dolfijnenvangst brengt de documentairemakers naar het Japanse vissersstadje Taiji.

Bloedbaai

Jagers drijven met hun bootjes scholen dolfijnen bijeen. Hele dolfijnenfamilies worden opgejaagd en in een inham van de baai gedreven. Daar worden ze soms dagenlang “opgeslagen”. Vanwege de grote aantallen dieren, het gaat om vele duizenden dolfijnen per jaar, vinden de moordpartijen gefaseerd plaats.

Dat gebeurt door de dolfijnen met een priem in de ruggengraat te steken. Dat levert een lange doodstrijd op. De dieren worden met een touw om de staart aan de bootjes vastgemaakt en verdrinken. De ongelukkigste worden zelfs nog levend aan stukken gesneden. De wateren van de baai kleuren, letterlijk, bloedrood. Dat proberen de vissers tegenwoordig tegen te gaan door houten wiggen in de wonden van de dolfijnen te slaan. Bloedrood water is slechte PR, getuige The Cove.

Dolfijnen zijn intelligent, sociaal en zelfbewust. De dieren die nog niet aan de beurt zijn, zijn zich bewust van de paniek en het leed van hun soortgenoten.

Dolfinaria

Een deel van de gevangen dieren, de mooiste exemplaren, wordt levend verkocht aan dolfinaria. Daar verdienen de vissers tonnen aan, tot wel 150.000 euro per dolfijn, terwijl een geslachte dolfijn een paar honderd euro opbrengt. Deze dolfijnen is een ongelukkig leven in gevangenschap beschoren, in kleine betonnen bassins. In het wild zwemmen ze echter tientallen kilometers per dag. Deze dolfijnen zullen kunstjes moeten leren om ons mensen te vermaken. Of ze mogen zo fijn “knuffelen” met mensen die graag een beetje met zo’n op het oog goedlachs en olijk dier willen zwemmen.

Ook ons “eigen” dolfinarium Harderwijk, het grootste zeezoogdierenpark van Europa, kocht in het verleden dolfijnen, die in Taiji gevangen werden. Een aantal van hun dolfijnen, inmiddels hoogbejaard, zwom ooit in de oceaan.

Het vlees van dolfijnen is in Japan lang zo populair niet als de vissers van Taiji de wereld wilden doen geloven en daarnaast bevat het ongezonde hoeveelheden kwik. Het vlees van de dolfijnen belandt zelfs illegaal in de schappen onder het label ‘walvis’.

Het is dan ook de handel in levende dolfijnen die uiteindelijk de drijvende kracht is achter deze moorddadige praktijken.

Cove Guardians

Sinds 2010 voert Sea Shepherd Conservation Society campagne in Taiji; Operation Infinite Patience. Elk jaar reizen vrijwilligers, de Cove Guardians, naar de baai om zes maanden lang de wereld live te vertellen van de gruwelijke taferelen aldaar. Ook dit jaar zullen de Cove Guardians de gruwelijkheden van Taiji vastleggen en delen met de wereld.

Volgende week zondag is het weer zo ver. In ons kikkerlandje, waar het zelfs tot een stille tocht kwam voor een op een zandbank gestrande bultrugwalvis, trekt dolfinarium Harderwijk jaarlijks honderdduizenden bezoekers.

Een klein land op zijn smalst.

What YOU Can Do To Help

Hondstrouw

Bij een ramp als die in Japan blijft leed natuurlijk niet beperkt tot de mens. Dat ook dieren onder de moeilijkste omstandigheden in staat zijn tot compassie en zelfs loyaliteit blijkt wel als een stel journalisten op twee honden stuit, midden in het rampgebied.

Een van de dieren ligt stil en gewond tussen het debris. Zijn maatje wijkt niet van zijn zijde.

CNN berichtte inmiddels dat het aandoenlijke duo is opgevangen, met dank aan Japan Earthquake Animal Rescue and Support. De gewonde hond wordt door een dierenarts verzorgd en zijn vriendje is naar een asiel gebracht.

De WSPA maakt zich ondertussen op om dieren in het rampgebied te gaan helpen.

De Fukushima 50

De rampspoed die Japan getroffen heeft is me uiteraard niet ontgaan. Een aardbeving van die magnitude en de daaropvolgende de tsunami, bij zoveel natuurgeweld kan ik me nauwelijks iets voorstellen. De beelden op het nieuws en in de diverse dagbladen doen bijna onwerkelijk aan; hele dorpen, hele woonwijken zijn verdwenen. Duizenden doden, vermisten, gewonden, daklozen.

Het is de zwaarste aardbeving in de Japanse geschiedenis, een van de vier krachtigste ooit gemeten. Of aardbeving, eigenlijk is het een zeebeving. Het epicentrum lag dik honderd kilometer verwijderd van de stad Sendai, op zo’n tien kilometer diepte. In Sendai werd een tsunamigolf van tien meter hoog waargenomen.

Die zeebeving heeft het Japanse hoofdeiland met 2,4 meter verschoven en de as van de aarde met tien tot vijftien centimeter doen verschuiven. Hij heeft de draaiing van de aarde met 1,6 microseconden versneld.

Een kracht van 9,0 op de schaal van Richter, onvoorstelbaar. Bijna net zo onvoorstelbaar vind ik de beslissing Giro 555 niet open te stellen voor de Japanse slachtoffers. Japan is “te rijk” en kennelijk verdienen slachtoffers van dergelijke rampspoed onze hulp dan niet.

Er is echter altijd weer baas boven baas. Een man als de Drentse voorman van de SGP Willem Hartskamp spande de ellende van de getroffen Japanners zonder enige schroom voor zijn karretje. “Natùùrlijk was het geen bangmakerij van zijn kant maar dèze aardbeving voorzegt het einde der tijden. Iedereen moet zijn ogen openen voor de terugkeer van Jezus!” Een selecte groep Amerikanen betoonde zich van eenzelfde armoedig allooi en claimde dat Japan de aardbeving verdiende omwille van Pearl Harbor.

Van een kop in het Algemeen Dagblad van vandaag krijg ik opnieuw kippevel; De “Fukushima 50′ zijn nog maar met 48“. Japan is voor een groot deel afhankelijk van kernenergie en heeft tientallen kernreactoren. In de nucleaire centrale Fukushima 1 gaat er sinds de dag van de aardbeving al van alles mis. Kernen dreigen letterlijk de grond in te smelten, men was genoodzaakt gevaarlijke nucleaire stoom af te blazen en doet er alles aan de reactoren te koelen. Om dat te doen bleven vijftig ingenieurs achter terwijl honderden van hun collega’s werden geëvacueerd. Zij trotseren explosie- en stralingsgevaar, dat vergt ware heldenmoed. Na een explosie afgelopen maandag en een brand rond reactor 4 vandaag raakten twee van hen vermist. Drie werknemers van Fukushima zijn al ziek, niet verwonderlijk aangezien ze nu per uur aan tientallen malen meer straling worden blootsgesteld dan de toegestane jaarlimiet.

Het is het wonderlijke van de mens. We zijn tot alle uitersten in staat; van de kleinzielige benepenheid van een Hartskamp tot de altruïstische heldendaden van de Fukushima 50.