Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde op alle fronten niet

Ah, kijk aan, daar is het langverwachte oordeel van de commissie-Oosting over de deal die toenmalig officier van justitie Fred Teeven maakte met drugscrimineel Cees H.

De onderzoekscommissie-Oosting, speciaal in het leven geroepen om onderzoek te doen naar de ‘Teevendeal’ presenteerde vandaag haar eindrapport (PDF).

Wie was Cees H. ook alweer?

Cees H. was in de jaren ’80 en ’90 een van de naaste medewerkers van Johan
V. (de ‘Hakkelaar’). Cees H. importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daarna stortte hij zich op de import van en handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in cocaïne kreeg hij acht jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna onder een valse naam in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld voor het organiseren van drugstransporten. Daar kreeg hij vier jaren gevangenisstraf voor opgelegd en de eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse en Belgische bankrekeningen en liet deze bevriezen.

Saillant detail: Op 20 oktober 1994 deed H. weer een ontsnappingspoging. Met semtex wilde hij
een uitbraak forceren, maar dat mislukte. De semtex zou naar binnen zijn gesmokkeld door een gevangenisbewaker, die later daarvoor een jaar gevangenisstraf kreeg. Voor zijn uitbraakpoging kreeg H. nog eens twee jaar gevangenisstraf opgelegd.

Meneer Teeven bezocht Cees H. in de EBI in Vught op 21 mei 1995, omdat meneer H. hem ‘iets te vertellen had’. Wát, dat wil meneer Teeven tot op de dag van vandaag niet vertellen, ook niet aan de commissie-Oosting. Cees H. moet inlichtingen verstrekt hebben die vallen onder het ambtsgeheim van de heer Teeven en te maken gehad moeten hebben met de veiligheid van onder meer de heer Teeven zelf.

Fred Teeven werd in die tijd bedreigd. De bende van de Hakkelaar wilde in de jaren negentig zelfs de kinderen van toenmalig officier van justitie Fred Teeven ontvoeren, zo valt er in het onderzoeksrapport te lezen. Daarnaast zou meneer H. door meneer Teeven gevraagd zijn tegen Johan V. te verklaren.

De ‘Teevendeal’ 

Er kwam echter een kink in de kabel: kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven sloot daarom vijftien jaar geleden een deal met drugsbaron Cees H.

De heren kwamen tot een schikking waarbij Cees H. 750.000 gulden (een schijntje naast die 500 miljoen aan oneerlijk verdiend bloedgeld) aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen aan bloedgeld stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Let wel: als u of ik zo iets zou doen dan heet dat gewoon ‘witwassen’.

Het bonnetje

Wat er precies op die Luxemburgse rekeningen stond, daar werd lang geheimzinnig over gedaan. Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers ging het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

Lastige bijkomstigheid was dat oud-minister Opstelten het bonnetje van die transactie kwijt was. Of althans, dat heeft hij altijd beweerd. Toen waren daar opeens de speurneuzen van het programma Nieuwsuur, die bewezen dat wie zoekt toch zal vinden.

De onthullingen van Nieuwsuur op 11 maart 2014 leidden tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. Écht niet. Heus. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie.

Gelukkig had oud-topadvocaat Piet Doedens zijn administratie beter op orde.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Op maandag 9 maart 2015 om tien uur ’s avonds maakten de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten en de toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven bekend af te treden. Gestruikeld over een bonnetje.

De Tweede Kamer was echter nog niet klaar met beide heerschappen. Ze verzocht de regering een onafhankelijke commissie van onderzoek op te tuigen en deze onderzoek te laten doen naar de schikkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de heer Cees H. en het aandeel van de heer Teeven daarin.

Resultaten van het onderzoek

Het is gênant te lezen hoe de leden van de onderzoekscommissie de stukken, die betrekking op de zaken hebben, aantrof. De documentatie van het Openbaar Ministerie was incompleet, er zaten stukken tussen die helemaal geen betrekking hadden op Cees H. en betalingsgegevens van de schikking zaten in het verkeerde dossier, te weten dat van de semtex-zaak uit 1994.

Het relaas van twee jaar lang ordinair handjeklap tussen Justitie en Cees H. vind ik stuitend. De voorstellen over en weer, het geheimzinnig gedoe, en dan het negeren van een advies van de Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, dat al aangaf dat het voorstel in enkele verhouding stond tot het door Cees H. wederrechtelijk verkregen voordeel. Verschillende ministers hebben van deze zaak geweten (in 2002 werden de eerste Kamervragen over Cees H. gesteld!), maar niets gedaan. Al in 2002 was de vermelding van het bedrag van twee miljoen gulden in de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer feitelijk onjuist.

Uiteindelijk zou gratie verleend worden voor de veroordeling uit 1985, voor de handel in cocaïne, en werd Cees H. achttien maanden van deze straf kwijtgescholden. De twee jaar voor zijn uitbraakpoging met semtex hoefde hij ook niet uit te zitten.

Alhoewel het college van procureurs-generaal op 26 januari 2000 besloot dat het overleg met de Belastingdienst wél plaats diende te vinden (dit in overeenstemming met haar eigen Richtlijn ontneming) werd de fiscus dus nadrukkelijk in het ongewisse gehouden. Iets waar toenmalig minister in het Kamerdebat van 13 maart 2014 over zou liegen tegen de Tweede Kamer.

Erger, tijdens dat debat zou hij zich ook nog eens op het standpunt stellen dat het Openbaar Ministerie wat hem betreft de vrijheid had af te wijken van wetgeving die het zelf in het leven had geroepen.

Samenvattend, ontkomt de Onderzoekscommissie niet aan het oordeel dat de ontnemingsschikking de toets van de kritiek niet kan doorstaan, zowel naar de inhoud, als uit een oogpunt van totstandkoming en afwikkeling.

Het heeft allemaal schrijnend weinig te maken met recht of rechtvaardigheid.

Troonrede en Miljoenennota

Vandaag is de Derde Dinsdag van September. Prinsjesdag. De belangrijkste dag van het politieke werkjaar, waarbij we temperatuur van Nederland meten. Hoe gaat het en wat brengt de toekomst? In zijn troonrede heeft onze koning ons verteld hoe de vlag erbij hangt en, belangrijker, wat onze regering het aankomende jaar met ons van plan is. In de Tweede Kamer beginnen de algemene beschouwingen en wordt ook de Rijksbegroting gepresenteerd en besproken.

In vol ornaat en met het nodige ceremonieel trok de vleesgeworden staatsmacht aan ons voorbij. De koning, de politie, alle onderdelen van de strijdmacht en de nationale politie. In koetsen, te paard en op de voetjes.

Troonrede

Foto: ANP

Onze vorst bracht ons goed nieuws over onze economie. De Nederlandse samenleving staat er in sociaal-economisch opzicht relatief goed voor. De woningmarkt herstelt zich. De overheidsfinanciën zijn aan de beterende hand. De economie groeit weer en dat geeft de burger moed. We durven weer geld uit te geven. We kunnen nog niet gezapig achterover leunen, dat zeker niet, maar het gaat beter.

Daarbij mag u niet vergeten dat het kabinet een meevaller ‘heeft’ van 5 miljard euro. Het kabinet meent dat de economie volgend jaar met 2,4 procent zal groeien.

Daarmee is Nederland terug op het niveau van vóór de crisis en dat is goed nieuws.

Werkeloosheid en koopkracht

Het aantal banen neemt toe, maar nog niet afdoende om de werkloosheid op te lossen. Dat verdient remedie. De regering beoogt die te bewerkstelligen door het belastingstelsel aan te passen (al liggen de beide Kamers nog ongemakkelijk dwars). Ze wil de loonkosten voor werknemers die het minimumloon (of ietsje meer) verdienen verlagen en de inkomstenbelasting verlagen. Voor gepensioneerden en mensen met een uitkering belooft onze regering de koopkracht op peil te houden.

“Nu de economie aantrekt en er voorzichtig ruimte ontstaat voor herstel van koopkracht en werkgelegenheid, kan het vertrouwen terugkeren dat ook toekomstige generaties het beter krijgen.”

Gelukkig! Oog voor de toekomst. In Nederland moeten mensen kunnen rekenen op goede zorg, hoogwaardig en toegankelijk onderwijs, adequate sociale voorzieningen en een solide pensioenstelsel. Dixit de koning. Dat kost wat, maar dan heb je ook wat.

Onderwijs

Het optimisme uit de troonrede, dat de hervormingen van de laatste jaren mensen in staat zouden stellen vorm te geven aan hun toekomst, deel ik nog niet. Ik maak me onverminderd zorgen over de uitgeholde kwaliteit en het aanbod van het onderwijs, bijvoorbeeld. Ik weet niet of 4000 extra docenten in het hoger onderwijs jaren van extreme bezuinigingen kunnen rechttrekken. Dat is linke soep, voor een kenniseconomie als de onze. Zeker als u in aanmerking neemt dat die extra docenten betaald worden van het nieuw ingevoerde studievoorschot voor studenten. Studeren wordt duurder en dat vind ik toch een kwalijke zaak.

Ouderen

Er komt weliswaar structureel 210 miljoen euro beschikbaar om de zorg in de verpleeghuizen te verbeteren en ruimte te maken voor meer persoonlijke aandacht, maar hoeveel van die verpleeghuizen hebben we inmiddels niet al gesloten?

Pensioenen

De koning zei dat het belangrijk is dat alle werkenden een goed pensioen op moeten kunnen bouwen, maar de moeizame onderhandelingen over een goede cao voor leraren, ambulance- en politiemedewerkers zeggen me iets anders. Na vier jaar op de nullijn heeft de regering hen een bruto loonstijging aangeboden van 5,05%. Daarvan betalen zij 2,4% zelf, doordat pensioenopbouw en -premie verlaagd worden. Wie dat doorberekent en daarbij die vier jaar nullijn niet vergeet komt op effectief 0,78% loonsverhoging per jaar uit. De jonge garde krijgt er dus een zakcentje bij, maar levert daarvoor behoorlijk wat pensioen in. Geen wonder dat politiemensen zich die sigaar uit eigen doos niet in de handen laten duwen.

Jonge ouders

Enfin, terug naar de troonrede. Jonge ouders krijgen het beter. Ze zullen meer kinderopvangtoeslag krijgen, betaalbare peuteropvang en jonge vaders krijgen meer bevallingsverlof. Vaders baren weliswaar niet, maar het gebaar is leuk.

Normen en waarden

Gelukkig deelt de koning en de regering mijn zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap voor een groot deel bestaat uit een goed voorbeeld geven komt er extra geld beschikbaar om de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden.

Dreiging, veiligheid en vrijheid

Koning Willem-Alexander noemde het beestje gelukkig bij de naam: Niet alleen is er de dreiging van radicalisering en terroristische aanslagen in Europa, maar deze zet ook nadrukkelijk onze samenleving onder druk. Angst maakt voor onderling wantrouwen. Conflicten in het buitenland kunnen een polariserend effect hebben in ons eigen land. Er is dus dubbel werk aan de winkel.

“Het kabinet reserveert daarom structureel extra geld om de operationele taak van de veiligheidsdiensten, het verzamelen en analyseren van informatie, en het preventiebeleid te versterken.”

Hé? Niets over de politie? De organisatie bij uitstek die in de frontlinie van onze maatschappij opereert en wier medewerkers al veel te lang moeten vechten om een fatsoenlijke cao? Niets over het fiasco van de reorganisatie naar een nationale politie? Niets over de extra 230 miljoen euro die nodig is om die reorganisatie weer een beetje op de rit te krijgen? Niets over de tekorten aan rechercheurs, waar we al sinds 2006 van weten? Voor de politie komt er geen extra geld.

Duidelijk ontwaar ik hier de regenteske handtekening van de VVD. Ard van der Steur houdt stug vast aan het politieparadepaardje van Ivo Opstelten, al kreupelt het inmiddels op drie benen amechtig voort.

Veiligheid en Justitie moet het met 0,1 miljard minder doen dan dit jaar, daarmee lijkt onze veiligheid niet langer hoog op de VVD-agenda te prijken.

Vluchtelingen

Een waarheid als een koe: De vluchtelingenstroom richting Europa groeit. Gedreven door militaire conflicten, politieke instabiliteit, schendingen van mensenrechten, armoede en gebrek aan kansen en toekomst gaan miljoenen mensen op zoek naar betere en veiligere oorden. We kunnen ons geen afwachtende houding meer veroorloven.

Had de wereld immers niet vier jaar lang werkeloos toegekeken hoe de situatie in Syrië zich ontspon, dan had het natuurlijk ook zo ver niet hoeven komen. We zijn dus ook zelf gebaat bij een adequate internationale conflictbeheersing. Mede daarom wordt structureel extra geld vrijgemaakt voor de krijgsmacht en voor de Nederlandse deelname aan militaire missies.

“Het gaat dan onder meer om internationale conflictbeheersing, opvang in de regio, het tegengaan van mensensmokkel, een strenge maar rechtvaardige asielprocedure in elk land, een effectief terugkeerbeleid en perspectief op integratie voor mensen die niet kunnen terugkeren naar het land van herkomst. Alleen zo kan recht worden gedaan aan het humanitaire aspect en aan het maatschappelijk draagvlak in Nederland en andere Europese landen.”

Amen to that. Daarbij, noblesse oblige. We hebben echt nog altijd een heel menselijke morele verplichting om hulp te verlenen aan onze medemens in nood.

Extra geld voor opvang is niet ingeraamd. Dat zou nog wel een dingetje kunnen worden. Wie dan leeft, die dan zorgt? Hm…

Europa

Een alinea over Europa verlegt onze blik opnieuw naar buiten. Onze economie is gebaat bij een innovatief Europa, een goed functionerende Europese markt en open handelsrelaties. Met zorgenkindje Griekenland en het Britse referendum over het lidmaatschap van de EU wordt dat nog interessant.

Klimaat

Het klimaat is een issue en zeker niet alleen omdat onze koning nog altijd watermanager in hart en nieren is. De gaswinningsproblematiek in Groningen verdient aandacht en laten we wel zijn, we hebben de Groningers wat dat betreft ook wel behoorlijk in de kou laten staan.

In december van dit jaar vindt de VN-klimaattop in Parijs plaats. Minder uitstoot is inmiddels van levensbelang, zeker voor een waterland als het onze. Dijken moeten verstevigd en de Afsluitdijk vernieuwd.

Beetje tam

Al met al vind ik de troonrede een beetje tam. Geen grootse ideeën, geen visie, geen hervormingen waar die broodnodig zijn en de inzet van het kabinet is vooral gericht op de koopkracht en de zeer nabije toekomst. Concreet staat er niets in over hoe de vluchtelingenstroom naar Europa in te dammen en te controleren. Het probleem signaleren is een, het oplossen is nog altijd twee. Er werd met optimisme over de huizenmarkt gesproken, in financiële zin. Maar wat met de lange wachtlijsten en hoge huren?

Onze koning mag ons dan gewaarschuwd hebben dat we niet achterover kunnen leunen, de regering lijkt het langetermijndenken wel alvast op een laag pitje te hebben gezet.

Voortgangsbrief Politie, boekhouderstrucs en een kreupel paradepaardje

O, kijk aan. Daar viel toch de halfjaarlijkse ‘voortgangsbrief politie’ op de mat bij de Tweede Kamer.

Dat met die ‘voortgang’ is teken van een aandoenlijk positieve insteek. Aandoenlijk naïef, dat is, want we weten inmiddels allemaal al dat er wat de reorganisatie van de politie betreft eigenlijk helemaal geen sprake is van enige voortgang. Laat staat van vooruitgang.

Onmogelijke ambities

Er is nog eens goed gekeken naar het tempo en de ambities bij de vorming van de nationale politie. Alleszins weinig realistisch, zo is men daarbij eindelijk tot de conclusie gekomen, en dus pleit minister Van der Steur voor ‘meer realisme’. Hopelijk beseft hij dat een betere wereld ook in die zin nog altijd bij hemzelf begint.

De politie moest te veel tegelijkertijd doen en dus krijgt ze meer tijd om haar zaken op orde te brengen. De personele reorganisatie moet nog afgerond worden, het inrichtingsplan ingevoerd en de bedrijfsvoering ‘geharmoniseerd’. Pas in 2018 (!) denkt de minister dat een begin gemaakt kan worden aan verbeteringen van en daadwerkelijke veranderingen in de politieorganisatie. De reorganisatie naar een nationale politie gaat daarnaast ook meer kosten. Het budget wordt van 230 miljoen opgehoogd naar 460 miljoen euro.

U ziet, goedkoop is duurkoop.

Een ander opvallend knelpunt, volgens de minister in zijn schrijven, is dat de sturing op alle veranderingen en verbeteringen onvoldoende was.  Om dit te veranderen wordt ‘het gezag (zoals het Openbaar Ministerie en burgemeesters) via het artikel 19-overleg nadrukkelijker bij de belangrijke beheersbeslissingen betrokken’. Of er consequenties tegenover dat falen van hogerhand zullen staan blijft in het midden.

Tussen de regels van de voortgangsbrief is te lezen dat eerdere signalen van politiemensen, de politiebonden, de Centrale Ondernemingsraad én de commissie van toezicht dat de reorganisatie naar een nationale politie een gemankeerd vehikel en een “onmogelijke opdracht” was volkomen juist waren.

Had er maar naar geluisterd, dames en heren politici in het algemeen en oud-minister Opstelten in het bijzonder. U valt veel te verwijten en denk erom dat u dat nu niet weer op die politiemensen afwentelt, hé.

Plankzaken

Bijna vijf jaar geleden schreef ik mijn blog ‘Plankzaken’. Aanleiding was het onderzoeksrapport over een gezinsmoord in Enschede. Daarbij schoot een drieëndertigjarige man zijn ex, haar zoontje van negen en haar zus dood, om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan. De politie bleek de uiteindelijke schutter wel in de peiling gehad te hebben vanwege huiselijk geweld, maar had eenvoudigweg geen manskracht genoeg om de zaak tijdig op te pakken. En dat was toen al niet nieuw.

In 2006 luidde het LSOP al de alarmbel over een dreigend tekort aan rechercheurs, omdat er stevig werd gekort op het budget voor het opleiden van specialisten binnen de politie. September 2009 nodigde de Tweede Kamer toenmalig minister Ter Horst uit voor een spoeddebat over verdere bezuinigingen op de politie.

De politiekorpsen kampten inmiddels met zo’n chronisch tekort aan gekwalificeerde rechercheurs dat ook grote zaken van zware criminaliteit onopgelost op de plank bleven liggen. Minister Ter Horst beloofde er ‘wel’ honderd rechercheurs bij, terwijl de korpsen er gezamenlijk bijna vijfhonderd tekort kwamen. Van ellende liet men agenten uit de geüniformeerde dienst (het blauw op straat) en soms zelfs agenten in opleiding zaken onderzoeken. Korpschef Heijsman zei in 2010; “Mijn agenten moeten uitleggen aan de slachtoffers dat hun zaak niet wordt aangepakt omdat er onvoldoende rechercheurs zijn“.

Er is in de tussentijd niets verbeterd en nu vertelt de minister ons dat die verbeteringen op zijn vroegst in 2018 verwacht kunnen worden. Wel heeft korpschef Gerard Bouman de opdracht gekregen om nog vóór de begrotingsbehandeling de contouren te schetsen van een versterkingsprogramma opsporing. De kwaliteit van de opsporing vraagt in zo’n mate serieuze versterking, dat de minister daarmee liever niet tot na 2017 wacht. In de tussentijd blijven uw en mijn zaken op de stapels plankzaken liggen.

De vierde maatregel die minister Van der Steur in zijn brief aankondigt is het inzetten op meer kwaliteit, om te beginnen in de bedrijfsvoering. Ook daar lijken jarenlange bezuinigingen hun tol te hebben geheven: de benodigde kennis en kunde is niet (langer?) beschikbaar.

Het komt er dus eigenlijk op neer dat we de politie behoorlijk kapot bezuinigd hebben, maar dat gaan we natuurlijk niet hardop zeggen.

Personeelszorg en goed werkgeverschap

Terug naar de die halfjaarlijkse voortgangsbrief politie. Het derde punt dat de minister aansnijdt is schrijnend: Er is te weinig aandacht geweest voor het welzijn en de werkomstandigheden van politiemedewerkers, terwijl dat toch echt een randvoorwaarde had moeten zijn in de gehele reorganisatie. Die politiemedewerkers, de luitjes dus die met hun poten in de spreekwoordelijke klei staan, moeten de organisatie immers overeind houden terwijl er stug door gereorganiseerd wordt.

De personele reorganisatie moet dus voorrang krijgen. Daarbij rept de minister heel opvallend niets over de vele geschilprocedures (9000) en rechtszaken (2600) die politiemedewerkers aanspanden tegen de gevolgen van die personele reorganisatie.

In de reactiepanelen van de site van politiebond NPB staat een brandbrief te lezen van een medewerker van een servicecentrum van de politie. Over de uitholling van werkzaamheden, verspillingen op micro- en macroniveau en ongelijke betaling voor gelijk werk binnen de toekomstige nationale politie. Over een reorganisatie waarbij medewerkers van een 112-centrale herplaatsingskandidaat gemaakt worden, terwijl hun werk gewoon blijft bestaan en anderen dat in hun plaats zullen gaan doen. Gewoon, omdat de functie waarin ze gematcht werden niet klopt met hun werkelijke werkzaamheden. Zo ga je, ook tijdens een reorganisatie, niet met je mensen om.

Dan verwijst minister Van der Steur zijdelings ook nog naar de CAO-onderhandelingen, waarvan wij allemaal weten hoe moeizaam die verlopen: Hij “streeft naar afspraken die recht doen aan de zwaarte van het politieberoep”.

Dat lijkt vooral lippendienst. Er wordt al maandenlang actie gevoerd voor een betere CAO en minister Van der Steur dreigde de politievakbonden afgelopen vrijdag nog met een rechtszaak om hen de dwingen hun acties te stoppen.

Bod

Natuurlijk, er ligt een bod. Ruim 5 procent erbij, plus een eenmalige uitkering van €500. Op zich prachtig, ware het niet dat die loonsverhoging vooral bestaat uit geld dat in beginsel voor de pensioenfondsen bestemd is. Na bijna vijf jaar op de nullijn te zijn gehouden zouden ze wel gek zijn om akkoord te gaan met zo’n sigaar uit eigen doos. Iets waar minister Plasterk op zijn beurt mee dreigde om opnieuw in te voeren voor ambtenaren, want hoe durft dat plebs kritisch naar dat ‘riante’ bod van het kabinet te kijken en zo’n boekhouderstrucje te benoemen voor wat het is.

Er wordt vanuit de overheid ordinair gesteggeld over hele primaire arbeidsvoorwaarden, zoals gezond en veilig politiewerk en het recht op 21 vrije weekenden per jaar. Tsja, ook al begrijpt minister Van der Steur daar niets van, bij de politie zijn ’t uiteindelijk ook maar mensen en die willen net als iedereen wel eens een weekend vrij om met gezin, familie of vrienden samen te kunnen zijn. Een eerlijke vergoeding voor onregelmatige diensten en piket lijkt mij ook bepaald niet wereldvreemd.

Er is dus nog een lange weg te gaan en dat is eigenlijk volkomen onacceptabel. Al dat geblunder verdient een parlementaire enquête.

Het bloedgeld van Cees H. en de zondeval van een ministerie

Ik heb van al te nabij moeten aanschouwen wat een verslaving aan verdovende middelen doet met een mens en daarmee met diens naaste omgeving. De fysieke en mentale aftakeling. Liegen, bedriegen, stelen, dreigen en roven om het beest dat verslaving heet te kunnen blijven voeden. De wanhoop waartoe een verslaafde zijn familie drijven kan, de angst die hij hen aanjaagt. Om nog maar niet te spreken van wat hij de maatschappij aan schade berokkent. Verslaafden kosten ons miljarden per jaar.

De dealers en handelaars zien dat ook en ze zien het graag, want zij leven er goed van, van die uitgeteerde junk die zijn eigen oma nog van haar ringen beroofde. Wie drugs verkoopt pleegt eigenlijk een moord, die jarenlang duurt en de moordenaar veel geld oplevert.

Ik heb dus een heel uitgesproken mening over mensen die zich met de handel in verdovende middelen bezighouden. Met drugs verdiend geld is bloedgeld.

Cees H. en zijn drugsmiljoenen

Cees H. is zo’n handelaar. Een drugsbaron. Hij importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Een grote jongen dus, al schijnt hij maar klein van stuk te zijn, en een bekende naam in de Amsterdamse onderwereld. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daar zal hij het grote geld wel geroken hebben, dat onlosmakelijk verbonden is met de handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in hasj kreeg hij negen jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld, tot vier jaar gevangenisstraf dit keer, voor het organiseren van drugstransporten. De eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse bankrekeningen en liet deze bevriezen.

So far, so good. Zou je zeggen.

Dodelijke deal

Nee dus. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, die zich inmiddels staatssecretaris mag noemen, sloot een deal met Cees H. Kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. De mensen van het programma Nieuwsuur onthulden vorig jaar de deal die veertien jaar geleden daarom met Cees H. gemaakt werd.

Wat meneer Teeven met Cees H. precies afsprak blijft grotendeels duister. In elk geval kwam het tot een schikking, waarbij Cees H. 750.000 gulden aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Wat er precies op die rekeningen stond, daar wordt geheimzinnig over gedaan.

Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers gaat het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Oud-topadvocaat Piet Doedens

Cees H. kreeg zijn bloedgeld dus gewoon terug en Justitie waste dat voor hem wit. Men hield, als klap op de vuurpijl, de Belastingdienst daarover in het ongewisse.

Onoorbaar, vind ik dat. Niet-integer.

Zo’n drugsbaron komt daarnaast wel heel makkelijk weg, en dat alleen al staat in schril contrast met de vorderingsjacht waar het Openbaar Ministerie berucht om is wanneer het gaat om het innen van bijvoorbeeld verkeersboetes.

Spoeddebat

De onthullingen van Nieuwsuur leidden vorig jaar tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie. Onvindbaar.

Andere documenten met betrekking tot de schikking wilde de minister niet geven. Hij benadrukte meermaals de Tweede Kamer juist geïnformeerd te hebben over de deal met Cees H. en leek daarbij te verwachten dat de leden hem op zijn blauwe ogen zouden vertrouwen.

“U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.” 

Minister Opstelten op 13 maart in de Tweede Kamer

De mensen van het programma Nieuwsuur claimen echter het gewraakte bonnetje gevonden te hebben. Wie zoekt zal vinden, zullen we maar zeggen. En op dat bonnetje moet het bedrag van 4.710.627 ouderwetse guldens en 18 centen prijken. Volgens hen wisten minister Opstelten en zijn ambtenaren daarvan, maar zouden ze de Tweede Kamer bewust verkeerd geïnformeerd hebben. Nieuwsuur claimt documenten ingezien te hebben die dat staven.

De huidige advocaat van Cees H., Jan-Hein Kuijpers, zei in het programma Pauw in bezit te zijn van genoemd bonnetje én hij bevestigde het bedrag. Op verzoek van Cees H. maakt hij het afschrift echter niet openbaar.

Daarmee is het vertrouwen in minister Opstelten (opnieuw) in het geding en hetzelfde geldt zijn staatssecretaris. De laatste verschuilt zich achter minister Opstelten en lijkt de kritiek op zijn persoontje af te willen doen als gebrabbel van mensen die toch niet weten waar ze het over hebben.

Gesproken met de arrogantie van een waar plucheplakker.

The plot thickens 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft al laten weten dat de beweringen van Nieuwsuur onjuist zijn. Ook laat het weten dat staatssecretaris Teeven, net als andere betrokkenen, “onvoldoende herinneringen heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking”.

Officieren van Justitie die deals sluiten met criminelen, dat klonk altijd zo Amerikaans. Iets uit televisieseries, maar een fenomeen waarvan ik ooit stellig hoopte dat we daar in Nederland wars van zouden zijn. Gewoon, omdat het niet klopt. Inmiddels weet ik natuurlijk ook wel beter. Toch, mijn standpunt is daarbij onveranderd. Uit principiële overwegingen hoort ’t gewoon niet.

Hopelijk debatteert de Tweede Kamer vanavond nog. Over handjeklap met criminelen, geheime deals in een rechtstaat waarin het recht openbaar hoort te zijn en de integriteit én houdbaarheidsdatum van deze bewindslieden.

Power, power, power!

De vier managers van de Apocalyps

Als er ooit al een apocalyps plaats zal hebben, dan geloof ik niet dat de mensheid die meemaken zal. Moeder Natuur of (en de kans daarop is beduidend groter) de mens zelf zal de mensheid lang voor het einde van deze wereld doen ten ondergaan. De aarde zal daarna nog miljarden jaren, opgelucht zuchtend, haar ellipsen rond de zon draaien.

Niks geen vier Ruiters, nee, wij zullen ongetwijfeld buigen en barsten door toedoen van de vier Managers van de Menselijke Apocalyps.

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een witte Lexus, en die daarin zat, zijn naam is Onbenul.

Goed leiderschap is zeldzaam. Een whopping 68% van de Nederlandse managers weet geen goede of zelfs maar neutrale werksfeer neer te zetten. “Slecht leiderschap verpest de sfeer, leidt tot hoog personeelsverloop en frequent verzuim en beïnvloedt daarmee het bedrijfsresultaat.” 

En een andere bolide ging uit, die Ferrari-rood was; en dien, die daarin zat, zijn naam is Ego.

Ego, u kent het type vast wel, is de manager die te lang vasthoudt aan zijn zelfbedachte maar zieltogende paradepaardjes. Hij reorganiseert om het reorganiseren en om zijn stempel op het bedrijf te drukken, het is zijn manier van een territoriaal plasje doen.

De Nationale Politie is daar wel een mooi voorbeeld van. Politici, de managers van de B.V. Nederland, glibberen welhaast van hun pluchen zetels bij het idee hun stempel op zo’n organisatie te kunnen drukken. Hebben we eerder gezien; van een landelijke politie naar de onderverdeling in regio’s en nu weer landelijk. Kost wat hoor en dan hebbie nog niks. Er is minder blauw op straat, agenten krijgen te weinig rust én training en werken te lange nachtdiensten. En, niet onbelangrijk, er worden zelfs zo’n 50.000 zaken minder opgelost.

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een Mercedes inferno black, en die daarin zat, had een weegschaal in zijn hand. Zijn naam is Winstbejag en hij gaat over lijken. 

Deze week werden achtduizend kerngezonde eenden afgemaakt, vergast uit vrees voor de vogelgriep. De dieren waren nog niet besmet, maar voor de zekerheid werden ze toch ‘geruimd’.  We zijn bang voor een nieuwe massale epidemie zoals die in 2003, toen een derde van de totale pluimveestapel werd geruimd. We zijn daar wel van geschrokken hoor, maar zijn de dieren niet kleinschaliger gaan houden. Dat was voor de eendjes en de kippetjes beter geweest, maar niet voor de winst. We kunnen de beestjes ook inenten, dat scheelt dierenleed, maar dan blieven de buitenlandse afnemers de dieren niet meer. Tel uit je winst.

Vandaag bleek uit onderzoek dat het virus in het geheel niet op die boerderij aanwezig was, maar daar hebben die achtduizend eenden niets meer aan hé?

Dit is het slag manager dat werk uitbesteedt aan sweatshops, waar mensen onder erbarmelijke omstandigheden werken, en pas boodschap heeft aan mensen- en dierenleed zodra de pers er lucht van krijgt. 

Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal kruiwagentje, en die daarin zat, zijn naam is Oneerlijkheid.

Het mag geen verrassing heten: slechte managers houden elkaar in stand. Kruiwagens, erebaantjes, vriendjespolitiek en het old boys’ network. Oneerlijke managers maken mensen letterlijk ziek. Werkgevers blijken daarnaast massaal hun personeel uit te buiten. FNV ontdekte dat er door middel van schijnconstructies en het ontduiken van cao’s gesjoemeld wordt met salarissen. Werkgevers drukken miljarden achterover, over de ruggen van hun werknemers – aldus FNV.  

Waar is toch die driekoppige waakhond als je hem nodig hebt? 

Inpakken en wegwezen

Mag iemand dromen van een betere toekomst? Een betere wereld? Van een utopie?

Dat lijkt buiten kijf te staan, hè? “I Have a Dream” zei Martin Luther King 51 jaar geleden voor het Lincoln Memorial in Washington en zijn droom van gelijkheid en gelijke rechten dromen we nog. Althans, velen van ons. Wie denkt aan de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten denkt aan Martin Luther King. Laten we wel zijn, gelijkwaardigheid en gelijke rechten, beoordeeld worden op je karakter en niet je looks, die filosofie van vreedzaam protest, what’s not to like?

Maar mag iemand ook dromen van een betere wereld wanneer hij meent dat in die betere wereld geen ruimte is voor mensen die anders denken dan hij? Van een monoculturele utopie, een communistische heilstaat of een kalifaat? Mag iemand met gelijkgezinden verlangend mijmeren over het invoeren van de sharia?

Aha. Betrapt. Dat doet me even slikken. Voltaire, Disputax, Voltaire! Ik had toch het “Ik verafschuw wat u zegt, maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen” zo hoog in het vaandel staan? Dat prachtcitaat, dat ten onrechte aan Voltaire toegeschreven wordt maar het recht op vrije meningsuiting zo mooi verwoordt!

Die Gedanken sind frei. Denken, dromen, mijmeren – ik zou u geen strobreed in de weg willen leggen zo ik dat al kon. Ik heb zelfs graag dat u uw mening maar gewoon uitspreekt, ook de meest onverkwikkelijke, dan weet ik wat ik aan u heb.

Onze wetgever ziet dat laatste een klein beetje anders. Die vindt dat wij allemaal het recht op vrije meningsuiting hebben, máár behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Niet onredelijk, vind ik. Vanuit de samenleving gezien lijkt me dat redelijk en noodzakelijk en ik kan zeker niet zeggen dat die wettelijke omkadering van mijn vrijheid mijn mening te uiten me in de weg zit. Maar wat als dat wel zo zou zijn?

Inpakken en wegwezen

Lang geleden heb ik Nederland eens een poosje gelaten voor wat het was. Buurland België bood me een kans op een studie, die men me in Nederland bij voorbaat meende te moeten ontzeggen. Dat laatste deed een beetje zeer, want ik wist van kind af aan wat ik wilden worden. Ik had een droom, ook al was het maar een kleintje in vergelijking met die van meneer King. Tegen de goede adviezen van leraren in had ik mezelf daarom de ellende op de hals gehaald van een uitgesproken bètavakkenpakket. Na de havo deed ik, opnieuw tegen die adviezen in, het vwo. Het werd een martelgang, maar ik slaagde maar mooi wel. Met de hakken over de sloot weliswaar, maar hè, ik had al die betweters toch maar even een poepie laten ruiken!

Ik werd prompt uitgeloot. Teleurgesteld in Nederland vertrok ik, onbezonnen snotneus met mijn opgeblazen sense of entitlement, dus met goede moed naar het bourgondische België, waar de mensen me zo veel vriendelijker toeschenen dan in mijn eigen land. Twee jaar later kwam ik met hangende pootjes en een dramatische cijferlijst terug. Gebuisd. Een ervaring rijker en meerdere illusies armer.

Toch, spijt heb ik daar niet van. Ik ben plat op mijn bek gegaan, maar ik heb het in elk geval geprobeerd. Wanneer je het ergens niet naar je zin hebt, ontevreden bent of zelfs meent niet de kansen te krijgen die je verdient – dan ben je het aan jezelf verschuldigd te proberen die situatie te verbeteren. Heel zwart-wit, dat weet ik, maar vertrekken uit een onwenselijke situatie is altijd een optie. Tenminste, in ons vreedzame landje wel. 

Hier, waar het gras het groenst is

Mijn twee jaar durende aaneenrijging van desillusies had een groot voordeel: Ik leerde mijn beperkingen kennen én Nederland herwaarderen en nu, jaren later, besef ik me met regelmaat hoe goed ik het hier eigenlijk heb. Ben ik dankbaar dat ik in dit land geboren ben, waar ik in veiligheid, welvaart en vrijheid ben opgegroeid, als meisje dezelfde kansen kreeg als de jongens en waar ik gedegen onderwijs heb mogen genieten. Gewoon, met dezelfde rechten en plichten als u. Het land waar ik met mijn actief en passief kiesrecht een klein maar proportioneel vingertje in de pap heb.

Niet dat je hier alles zo maar cadeau krijgt, Nederland is geen land van melk en honing, geen Luilekkerland. De rivieren zijn niet van limonade en de gebraden ganzen vliegen niet zo je bakkes in, om het maar zo te zeggen. Daarvoor schijnt u zeven mijlen voorbij Kerstmis te moeten reizen.

Nee, mijn ouders hebben zich voor die welvaart het schompes gewerkt bijvoorbeeld en ze hebben ook jarenlang moeten sappelen. Dat heb ik op mijn beurt ook moeten doen en weet u? Dat is niet erg. 

Elders hebben maar zeer weinigen het beter. Elders hebben zeer velen het slechter. 

Syriëgangers

Daarom reageerde ik dan ook in beginsel wat laconiek op de berichten over Syriëgangers. Hè, wanneer je denkt daar gelukkiger te worden dan je hier ooit was – vooral gaan. Maar daar gaat het niet om. In Syrië woedt een vreselijke burgeroorlog. Miljoenen Syriërs zijn op de vlucht. Tienduizenden lieten het leven. Een derde van de bevolking heeft zelfs geen huis meer. Er wordt “etnisch gezuiverd” zoals dat zo mooi eufemistisch heet. Niet een land dus, waar je naartoe gaat om te settelen. Laat staan met een gezinnetje. Nee, er moet een ideologische strijd gevochten worden.

Minister Ronald Plasterk van Binnenlandse Zaken trad gistermorgen op in het televisieprogramma WNL Op Zondag. Wat hij te vertellen had was ontluisterend. In “een stuk of tien” Nederlandse gemeenten bevinden zich kleine groepjes van jihad-aanhangers. Het gaat om een paar honderd mensen die dat gedachtegoed echt aanhangen en duizenden sympathisanten.

Eng hoor!

Zo’n honderdveertig Nederlandse jongelui reisden al af naar Syrië en Irak om te vechten voor de Islamitische Staat (IS). Jonge mensen, zowel hoog- als laagopgeleid, die zich kennelijk in het geheel niet thuis voelen in onze democratische rechtstaat en deze graag inruilen voor een kalifaat. Vijftien van hen sneuvelden en naar verluidt zijn er dertig teruggekeerd.

Er zouden zelfs twee hele gezinnen zijn afgereisd, “om zich in Syrië aan te sluiten bij een jihadistische groepering”. Een van die gezinnen is vermoedelijk dat van Jermaine J. Hij is de broer van Jason W., die u vast nog wel kent van zijn aandeel in de Hofstadgroep. Hij moet drie minderjarige kinderen mee op sleeptouw hebben genomen. Dat vind ik vreselijk.

Veiligheidsdiensten hebben er nog een aantal in de peiling, dat ook naar Syrië af zou willen reizen. Hoeveel dat er zijn, dat wilde minister Plasterk niet vertellen.

De minister noemde dat “heel gevaarlijk”. Ze kunnen getraumatiseerd terugkomen. Ze kunnen daar allerlei vervelende technieken leren en die dan hier in de praktijk willen brengen. Net als de teruggekeerde Syriëganger, die een aanslag pleegde op een Joods museum in Brussel. Je moet er toch niet aan denken dat een koppensneller zoals Khalid K. zich doodleuk weer in Almere vestigt.

Doodeng natuurlijk en daar maken we ons allemáál zorgen over, het leeuwendeel van de Nederlandse moslims incluis. Die zorg wordt zo breed gedragen dat het zelfs de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb (PvdA) en wethouder Joost Eerdmans (Leefbaar Rotterdam) tot elkaar bracht in een gezamenlijk geschreven open brief in het dagblad Trouw. De heren zijn het eens:

“Wie oproept tot het afreizen naar oorlogsgebieden om de wapens op te pakken, pleegt verraad. Niet alleen aan de kernwaarden van onze democratie, maar ook aan zijn ouders, die juist naar het vrije en tolerante Nederland zijn gekomen of gevlucht om hun kinderen een goede toekomst te geven”.

De heren kaarten en passant nog even een kardinaal probleem aan: het ontbreekt Rotterdam aan juridische middelen om haatpredikers uit de VS en Groot-Brittannië tegen te houden. Die hebben geen visum nodig en kunnen ongehinderd Nederland binnenkomen.

Nu het kabinet toch bezig is met haar actieplan tegen jihadisme… daar wat tegen doen lijkt me een stuk productiever dan het rücksichtslos opslaan van de reisgegevens van alle Nederlanders. Iedere keer dat ons schrik aangejaagd wordt lijkt er aan onze privacy gemorreld te moeten worden en dat lijkt me nu ook weer niet de bedoeling.

Om nog maar niet te spreken van minister Opstelten, die deze gelegenheid aanpakte om in het openbaar te dromen van het buitenspel zetten van de rechter. Nee, zonder tussenkomst van die rechter wil hij graag eigenhandig paspoorten af gaan nemen van Syriëgangers. Et tu, Brute? Ook u heeft van onze rechtstaat af te blijven hoor!

Paspoort

Ahmed Aboutaleb riep voorts Nederlandse jihadgangers op hun paspoort bij hem te komen inleveren, want als je de Nederlandse grondwet verwerpt door met IS mee te willen vechten, dan verwerp je ook het Nederlandse paspoort. Tegen mensen die zeggen Nederland te verachten en niets te maken denken te hebben met haar grondwet zegt hij: “Wees dan een vent en kom maandag om half negen je paspoort bij mij inleveren”.

Hij heeft gelijk, vind ik. Wie zo weinig binding heeft met de democratische rechtstaat Nederland dat hij zich geroepen voelt zich in den vreemde in de gewapende strijd te mengen doet er beter aan Nederland helemaal de rug toe te keren. Mensen die het nodig vinden hun “broeders” te gaan helpen in de gewapende strijd. Lever je Nederlandse paspoort in.

Was u verbaasd trouwens, over die “broeders” achter de laatste link? Dat het geen moslims zijn? Desondanks toch honderden jongeren die de afgelopen jaren bij een vreemde strijdmacht leerden vechten?

Enfin. Vroegâh (u weet wel – toen alles beter was) raakten Nederlanders die in vreemde krijgsdienst traden vrijwel automatisch het Nederlanderschap kwijt en daarna was het nog maar de vraag of ze überhaupt nog in het land werden toegelaten. Vervelend, maar dan hadden ze maar niet onder andermans vlag de vechtjas uit moeten hangen. Daar is heel wat voor te zeggen en, zoals Dr. Phil zijn publiek graag voorhoudt; “If you choose the behavior, you choose the consequence”. Nu kunt u van die kalende Texaan zeggen wat u wilt, maar dat is een waarheid als een koe.

Uitgerekend democratie laat zich niet gewapenderhand opleggen, maar wanneer ze u niet zint bent u wel vrij haar de rug toe te keren.

Rest de vraag wat te doen wanneer de desillusie toeslaat? 

Een "sympathiek idee"

Bij deze het vriendelijk verzoek aan de dames en heren artsen en verpleegkundigen; of zij vanaf vandaag in hun witte doktersjassen over straat willen gaan, opdat de zichtbaarheid van de mensen in de zorg vergroot wordt. Huisartsen kunnen en passant de nodige kwaaltjes verhelpen, verplegend personeel kan ook in de tram een willekeurige bejaarde wel even een sponsbadje geven en de zielenknijpers kunnen zich op straat alvast over de vele schaarloos rondlopende psychatrisch patiënten ontfermen. Eenmaal herkenbaar op straat mag u zo’n zorgvraag immers niet weigeren, denkt aan uw Hippocratische eed! O, en niet vergeten dat we u wel op tijd op uw werkplekje verwachten natuurlijk.

Jarenlange bezuinigingen en een tekort aan personeel willen we graag goedmaken en wel met uw reistijd. Onbezoldigd uiteraard, want uw vrije tijd kost ons geen geld.

Wat een buitengemeen vreemd verzoek, nietwaar?

Toch, nieuwbakken minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten lijkt au sérieux met een dergelijk “sympathiek idee” aan de slag te willen. Dat we naar de ons beloofde drieduizend extra agenten kunnen fluiten was me al wel duidelijk. Ook dat er opnieuw niet serieus paal en perk gesteld zal gaan worden aan verloven van ontoerekeningsvatbare tbs-ers voel ik al aan mijn water, om nog maar niet te spreken van het laten voortbestaan van rechters die vrijelijk dwalen.

Nee, we gaan het eens serieus hebben over de eigen tijd van agenten, waarin zij van en naar hun werkplek reizen. Laten we dienders in hun vrije tijd laten doen alsof er meer blauw op straat is… wat een volksverlakkerij!

Nee, heren Opstelten en Achten, legt u mij nu toch eens uit hoe u met een onbenullig plan als dit de slagkracht van de Nederlandse politie effectief denkt te vergroten? Hoe lost dit nijpende tekorten aan rechercheurs op? We kunnen inmiddels vanuit onze luie stoel een aangifte doen, maar wat baat dat als er niemand meer is die onze zaak verder op kan pakken? Hoe maakt dit onzalig plan de wegbezuinigde maar o zo broodnodige specialisten en expertise goed?