Marrichgen Ariensdochter (en wat de CIA van haar had kunnen leren)

Van Marrichgen Ariensdochter weten we zo goed als niets. Het zal u dan waarschijnlijk ook verbazen dat ik haar vandaag in mijn lijst van Grote Vrouwen zal opnemen.

Het beetje dat we weten is dat ze ergens rond 1520 geboren werd in het Gelderse Poederoyen, ze ongehuwd gebleven is en tijdens haar leven in Nieuwpoort, Vianen en Utrecht gewoond heeft. Ze moet een kruidenvrouwtje zijn geweest. Daarnaast weten we dat ze op 18 december 1591 op de Steenenbrug voor het stadhuis in Schoonhoven als heks “genadelyk” werd gewurgd en op een brandstapel verbrand werd. Vandaag is dus haar sterfdag. Al wat we over haar weten berust op haar vonnis (en haar daarin opgenomen bekentenis) dat bewaard is gebleven.

Op 4 oktober 1591 werd ze beschuldigd van hekserij; ze zou een jongen betoverd hebben door hem aan te raken nadat hij weigerde weg te gaan. Door haar aanraking zou zijn haar zijn gekrompen alsof het werd uitgetrokken. De jongen moet het op een gillen gezet hebben, waarop omstanders zich tegen de oude vrouw keerden. “Feeks, zegent de jongen!” zouden ze tegen Marrichgen gezegd hebben en dat deed ze. Daarop zou het haar van de jongen zijn teruggekeerd, als bij de spreekwoordelijke toverslag.

De oploop leidde tot de gevangenneming van Marrichgen, toen ongeveer zeventig jaar oud, en ze werd overgedragen aan de schepenrechtbank van Schoonhoven. Baljuw Geerof Kluyt van Vorenbroek onderzocht de zaak en riep de rechtbank bijeen. Hij moet het onderzoek, voor zo ver daarvan gesproken kan worden, geleid hebben. Hij hield een requisitoir en formuleerde de strafeis.

Waarschijnlijk werd Marrichgen gemarteld als onderdeel van het “onderzoek” van de baljuw. Volgens het vonnis legde zij uiteindelijk een bekentenis “buyten banden van yseren” af, wat zoveel kan betekenen dat ze onder tortuur bekende en deze bekentenis later heeft herhaald. Bijstand van een advocaat (of wat daar in die tijd voor door moest gaan) kreeg ze uiteraard niet.

Op 18 december 1591 oordeelden zeven schepenen over het lot van de oude vrouw en nog dezelfde dag werd zij ter dood gebracht. Voor het stadhuis werd zij geworcht en voorts in den viere verbrant tot stoff.

Volgens haar bekentenis zou Marrichgen toen zij rond 1583 in Vianen woonde (onder de windmolen en desperaet van armoede) tweemaal zijn bezocht door de duivel. De duivel zou een lange man geweest zijn, geheel in het zwart gekleed, die zich Heijnken noemde. Heijnken beloofde haar te helpen, als ze God maar zou verloochenen en Heijnkens bevelen op zou volgen. Hij gaf haar een gouden muntstuk en nam een stukje van de nagel van haar rechter ringvinger om die afspraak te bezegelen. Haar ringvinger zou daarna altijd blauw en koud gebleven zijn. Heijnken, die door Marrichgen in haar bekentenis steevast “de vijand” genoemd wordt, gaf haar een potje zalf waarmee ze mensen betoveren kon.

Heijnken en Marichgen zouden daarnaast meermaals “als man en wijf” met elkaar verkeerd hebben, waarna Heijnken vertrok. Het goudstuk zou daarna in “vuiligheid als kinderdrek” zijn veranderd.

Marrichgen zou met die zalf, die uit “vireyssem” (het mondschuim van een stervende) of “paddenrith” (paddenzaad) moet hebben bestaan, meerdere mensen betoverd hebben. Soms moet Heijnken haar daarvoor zelfs ’s nacht bij haar slachtoffers gebracht hebben en meestal waren die slachtoffers mensen die haar kwaad hadden willen doen of over haar kwaadgesproken zouden hebben.

Tegenwoordig weten we, of althans de meesten van ons toch, wel beter dan te geloven in hekserij. We weten ook dat beschuldigingen van hekserij gebaseerd zijn op bijgeloof en ze een middel waren om met onwelgevallige buitenbeentjes af te rekenen. In de dagen van Marrichgen Ariensdochter liepen mensen met een gebrek, oude mensen en rare snuiters al snel het risico om van hekserij beschuldigd te worden.

Angst voor het onbekende of onverklaarbare ligt daar aan ten grondslag, waarbij de mens de oorzaak van vervelende gebeurtenissen graag aan een kwaadwillende ander toeschrijft. Werden dieren of mensen ziek, werd een man onvruchtbaar of verloor een vrouw haar kind, dan werd dergelijk ongeluk toegeschreven aan een heks.

Tegenwoordig weten we ook, zo dacht ik, dat marteling zinloos is. Pijnig iemand hard en lang genoeg en hij zal alles zeggen wat je maar horen wilt. Dat de CIA wrede “verhoormethodes” heeft gebruikt die we gerust marteling kunnen noemen verbaasde me nochtans niet. Wanneer angst regeert verliezen mensen alle redelijkheid en gevoel voor realiteit uit het oog en zijn we zonder meer tot het vreselijkste in staat. Dat de CIA loog over de aantallen mensen die ze jarenlang martelde, mishandelde en misbruikte verbaast me ook niets, dat past wel bij het beeld dat ik heb van die dienst en het land dat zij dient. Het land immers, dat de doodstraf nog kent en Guantanamo Bay bedacht. Bijna de helft, 46%, van de Amerikanen gelooft dat marteling van terrorismeverdachten een gerechtvaardigd middel is om informatie los te krijgen en de martelingen zullen ongestraft blijven.

Een gevangene onderging 183 maal de sensatie te verdrinken door middel van wat “water boarding” genoemd wordt. Gevangenen werden soms tot zelfs 180 uur aaneen wakker gehouden.

Die wrede verhoormethodes bleken opnieuw ineffectief, zoals te lezen is in het The Senate Committee’s Report on the C.I.A.’s Use of Torture. In tegenstelling tot wat de CIA altijd heeft beweerd werden er geen aanslagen voorkomen.

Dat hadden we ruim vierhonderd jaar geleden al kunnen leren van arme mensen als Marrichgen Ariensdochter.

Gott mit uns

Het staatsbezoek van paus Benedictus XVI aan Engeland is in volle gang. Het is een bijzonder bezoek en dat niet alleen omdat het de eerste keer is dat een paus een dergelijk bezoek brengt aan het seculiere Engeland.

Er ging aanzienlijk wat aan protesten en kritiek aan dit bezoek vooraf. Zo verscheen er in de Guardian een open brief waarin betoogd werd dat paus Benedictus niet de eer te beurt zou mogen vallen Engeland een staatsbezoek te brengen, omdat hij staatshoofd en religieus leider is van Vaticaanstad en respectievelijk de rooms-katholieke kerk. Die kerk nu, is volgens de ondertekenaars van die brief direct verantwoordelijk voor het ontmoedigen van condoomgebruik, met als direct gevolg een toename van grote gezinnen in arme landen én de verdere verspreiding van AIDS. Ook het promoten van gescheiden onderwijs, het kerkelijk anti-abortusbeleid, het tegenwerken van gelijke rechten voor mensen met een andere seksuele aard dan het hetereseksuele en de lakse houding tegenover de vele zaken van kindermisbruik binnen de eigen gelederen is die katholieke kerk te verwijten en daarom is de voorman van die kerk niet welkom in het Verenigd Koninkrijk. Was getekend, onder anderen, Stephen Fry, Richard Dawkins, Phillip Pullman en Ken Follet.

Daarmee heeft een hele plank van mijn boekenkast die brief mede ondertekend.

Dawkins ging nog een stapje verder en hij liet, samen met Christopher Hitchens, onderzoeken of de paus bij aankomst in Engeland aangehouden en vervolgd zou kunnen worden voor zijn aandeel in het onder de mijter houden van de vele misbruikschandalen in zijn kerk. Op een punt hebben beide heren absoluut gelijk; wanneer geestelijken van misdrijven of medeplichtigheid daaraan verdacht worden horen zij berecht te worden als ieder ander – en wel door het wereldlijk gerecht. Nochtans maakte hare majesteit koningin Elizabeth II gisteren haar opwachting en niet de plaatselijke Hermandad. Jammer, de affaire Pinochet indachtig had ik de Britten er best toe in staat gezien.

Ook binnen de gelederen van de katholieke kerk was men kennelijk niet onverdeeld positief. Zo deed kardinaal Kasper een duit in het zakje tijdens een interview met het Duitse blad Focus; “England today is a secularised, pluralistic country. When you land at Heathrow Airport, you sometimes think you’d landed in a Third World country.”

Enfin, de toon was gezet. Een opportune aanval van jicht stond Kasper daags na zijn uitspraak de reis naar Engeland in de weg, waardoor hem een bezoek aan zo’n Derde Wereldland bespaard blijft.

Paus Benedictus XVI begon zijn staatsbezoek op gelijke toon, tijdens een toespraak aan de koningin. Met een verwijzing naar het optrekje van koningin Elizabeth in Schotland, Holyroodhouse, neem zijne heiligheid een aanloopje om even later te claimen dat Engelands christelijke wortels ten grondslag liggen aan alle goeds in de hedendaagse Engelse maatschappij. “Your forefathers’ respect for truth and justice, for mercy and charity come to you from a faith that remains a mighty force for good in your kingdom, to the great benefit of Christians and non-Christians alike.”

Dankzij mensen als William Wilberforce en David Livingstone had Engeland actief hand in de afschaffing van de slavernij en zij waren daartoe geïnspireerd door het christelijk geloof, aldus de paus. Dat die afschaffing gedaan werd met een beroep op de religies overstijgende “moral rights” is kennelijk aan Benedictus voorbij gegaan. Dat Engeland kort daarvoor goed verdiende aan de slavernij in haar kolonies zonder dat Rome daartegen in het geweer kwam evengoed. Evenmin deed de kerk iets aan de eeuwenlange praktijk van lijfeigenschap. Dat men pas in de zeventiende eeuw tot de conclusie kwam dat slavernij “onchristelijk” was en de Verlichting van de achttiende eeuw pas het besef bracht dat slavernij indruist tegen “the rights of man” zegt beduidend meer over de denkers van die tijd dan over het christendom.

Sterker nog, de afschaffing van de slavernij begon met één enkele rechtzaak en wel over de weggelopen slaaf James Somerset. De rechter besloot dat slavernij op “gespannen voet stond met het Engelse recht” en baseerde zich daarbij op de Magna Carta en de zogeheten Habeas Corpus Act. Beide zijn direct gevolg van de strijd die burgers door de eeuwen heen voerden zich te emanciperen, individuele vrijheden te verwerven en zich te ontworstelen aan machtsmisbruikende vorsten.

Die Magna Carta werd in 1215 aan Jan zonder Land afgedwongen door diens baronnen. Zij deden dat omdat zij vonden dat de koning zijn macht misbruikte. Datzelfde jaar nog zou paus Innocentius III verklaren dat de Magna Carta geen rechtskracht bezat. Desondanks zou de Magna Carta blijven bestaan en ze werd in de loop van de tijd meermaals aangepast, almaar meer rechten toekennend aan steeds grotere aantallen burgers.

De Habeas Corpus Act vrijwaart burgers van gevangenneming zonder grond en stelt vandaag de dag dat een beschuldigde door de overheid voor het gerecht dient te worden gebracht om de rechtmatigheid van die gevangenneming te toetsen. Paus Innocentius IV zou nog veel verder gaan dan zijn voorganger; hij stond in 1243 marteling toe als verhoormethode.

Daarmee is Benedictus er echter nog niet. Met een pracht van een Godwin brengt hij de nazi’s in stelling. Waar hij Engeland prijst om haar moedig verzet tegen de de nazi’s, “wier tirannie tot doel had god uit de samenleving te bannen en die aan velen onze gemeenschappelijke menselijkheid ontzegden, in het bijzonder de Joden, die ongeschikt werden geacht te leven” neemt hij meteen de mogelijkheid te baat het atheïsme de mantel uit te vegen; “As we reflect on the sobering lessons of the atheist extremism of the twentieth century, let us never forget how the exclusion of God, religion and virtue from public life leads ultimately to a truncated vision of man and of society and thus to a “reductive vision of the person and his destiny”.”

Daarbij linkt hij het atheïsme op slinkse én onterechte wijze aan het nazisme. Niet alleen werd de leus “Gott mit uns” door wehrmachtsoldaten op hun uitrusting gevoerd, ook schreef Hitler in zijn Mein Kampf; “Daarom is het mijn overtuiging, dat ik werk in de geest van de almachtige Schepper: want door mij te verweren tegen de Jood strijd ik voor het werk van de Heer.” Ook de hang naar het occulte onder het naziregime kun je nauwelijks atheïstisch noemen, denk maar aan Hess en zijn Thule-Gesellschaft of Himmler en zijn Wewelsburg.

Dat daargelaten is het natuurlijk om te beginnen al dubieus van een voormalig prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, voorheen ook wel bekend als de Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis, een ander verwijten te maken – of dat nu vervolgingen van andersdenkenden betreft of eenvoudigweg kortzichtigheid. Met eenzelfde superioriteitswaan als de paus tijdens zijn speech aan de dag legt werden tijdens de hoogtijdagen van de Inquisitie andersdenkenden opgejaagd, gevangen genomen, gefolterd en ter dood gebracht. De Inquisitie werd een onaantastbare macht, inquisiteurs stonden boven de wet en waren niemand dan god verantwoording verschuldigd.

Waar de paus mensen als William Wilberforce, David Livingstone en Florence Nightingale portretteert als door het christelijk geloof geïnspireerd vergeet hij dat diezelfde religie ook een Simon de Montfort, Jacob Sprenger en de Reyes Católicos inspireerde en daarmee de vervolgingen van Katharen, Joden, “heksen“, homoseksuelen en al wat dies meer zij. Ook dat is de erfenis van de katholieke kerk.

Wanneer uitgerekend de paus waarschuwt tegen “agressieve vormen van secularisatie” vraag ik me ten zeerste af hoe hij dat dan voor zich ziet. In het vrije Westen is er vooralsnog niemand die zijn organisatie ook maar een strobreed in de weg legt (uitgezonderd vijf Algerijnse straatvegers kennelijk, maar die zijn de maat niet waar het om de secularisatie in het Westen gaat). Priesters worden niet vervolgd, ironisch genoeg ook niet wanneer zij wel vervolgd zouden móeten worden. Van een damnatio ad bestias heeft geen christen nog wat te vrezen en niet alleen bij gratie van een tekort aan leeuwen.

De enige dreiging die ik hier zie is die van een verouderd instituut van verzuurde, wereldvreemde oude mannen, dat de wereld haar krijgsregels nog altijd denkt op te kunnen leggen. Een beter pleit voor laïcisme is er niet.

"Zeg ne keer"

Roger Joseph Vangheluwe was bisschop van Brugge tot 23 april 2010, toen paus Benedictus XVI zijn de dag daarvoor aangevraagde ontslag honoreerde. Directe aanleiding daarvoor was een e-mail die in de nacht van 19 op 20 april aan de Belgische bisschoppen werd gestuurd en waarin kond werd gedaan van jarenlang misbruik van een minderjarige neef – door diezelfde bisschop van Brugge die op 19 april nog het gebleken misbruik in de kerk “ambetant” en “schandalig” noemde. Dit deed hij tijdens een gastcollege aan de universiteit van Leuven, hetgeen zijn laatste publieke optreden als bisschop zou worden. Opvallend is zijn roep om objectiviteit tijdens dat college, samen met zijn opmerking dat pedofilie volgens sommige artikelen “nergens zo weinig gebeurt als in de katholieke kerk”.

Vangheluwes slachtoffer hoorde tijdens een paasmis de toen nieuwbakken aartsbisschop André Léonard verwijzen naar de recente golf van misbruikschandalen binnen de katholieke kerk. Léonard is tijdens het homilie luid en duidelijk; die mogen niet in de doofpot. De neef, inmiddels een volwassen man, besluit de meerderen van zijn belager met het door hem gepleegde misbruik confronteren, iets dat hij nog niet eerder gedurfd heeft. In maart pakt hij de telefoon en vraagt zijn oom te spreken in het bijzijn van diens “overste” en er wordt daartoe op 8 april afgesproken in de abdij van Steenbrugge. In plaats van de aartsbisschop troont Vangheluwe kardinaal Godfried Danneels mee naar dat gesprek. Dat valt bij de neef, die de aartsbisschop en niet de gepensioneerde Danneels verwachtte, niet in goede aarde. Heimelijk neemt hij het gesprek met beide geestelijken op.

Vangheluwe misbruikte zijn neefje tussen diens vijfde en achttiende levensjaar. Het misbruik hield pas op toen de vader van het slachtoffer zijn broer de bisschop confronteerde. Bisschop Vangheluwe is inmiddels op leeftijd, zijn emeritaat is nakende en het slachtoffer geeft tijdens het gesprek aan niet te kunnen verteren dat Vangheluwe volgend jaar de gelegenheid krijgt “in glorie afscheid te nemen“. Hij verwacht dat de kerk Vangheluwe voordien tot ontslag zal dwingen. Sowieso is hij “het beu dat Vangheluwe naar buiten toe de deugdzame bisschop blijft spelen” terwijl hij zelf nog altijd de psychische en fysieke gevolgen van het dertien jaar durende misbruik draagt. Hij heeft daarin natuurlijk gelijk, dat rijmt niet, maar hij krijgt toch nul op het rekest.

Wanneer de familie even later bij het gesprek aanschuift geeft Vangheluwe het misbruik aan hen toe, voor het eerst. Behalve dat minimale stukje rehabilitatie levert het gesprek niets op en het slachtoffer gaat onverrichter zake huiswaarts. Vangheluwes slachtoffer raakt verder in gewetensnood wanneer hij op 15 april een rapportage van televisieprogramma Koppen ziet; in de negentiger jaren wijdde bisschop Vangheluwe een man tot diaken van wie hij wist dat deze een jongen misbruikt had. De jongen pleegde daarop zelfmoord.

Op 19 april raapt de neef van Vangheluwe dus nogmaals zijn moed bij elkaar en pleegt een telefoontje naar de commissie-Adriaenssens, die zaken van kindermisbruik door geestelijken onderzoekt. Diezelfde avond laat besluit een familielid, dat zich het leed van het slachtoffer aantrekt, de Belgische bisschoppen het relaas te mailen, met daarbij een ultimatum; ze krijgen tot Pinksteren de tijd om stappen tegen de grijpgrage bisschop te ondernemen.

Op 22 april beseft Vangheluwe dat hij onherstelbaar in het nauw zit en biedt dan eindelijk bij de paus zijn ontslag aan, die dat daags erna onmiddelijk honoreert.

Een geëmotioneerde aartsbisschop Léonard lichtte op 23 april het ontslag van Vangheluwe tijdens een persconferentie nader toe. Tijdens die conferentie zei hij ondermeer dat de Belgische kerk “resoluut een bladzijde wil omdraaien uit een niet eens zo ver verleden, waar stilte en doofpot verkozen werden”. Krokodillentranen, zo bleek reeds op 29 april. De aartsbisschop werd al eens aangeklampt door een slachtoffer van seksueel misbruik door een priester, met slechts overplaatsing naar een andere parochie tot gevolg waar de priester in kwestie gewoon door kon gaan met het lastigvallen van zijn slachtoffer.

Ook Danneels doet die dag een duit in het zakje wanneer hij gevraagd wordt naar het gesprek dat hij met de bisschop en diens slachtoffer voerde; “Er is van mijnentwege nooit maar een schijn van een poging ondernomen om de zaak in de doofpot te stoppen of er de mantel van de geheimhouding over te gooien.”

Het parket van Brugge kondigde kort daarna aan een onderzoek te openen naar de kindermisbruikende bisschop. De kerkelijke autoriteiten gaven op hun beurt aan het dossier aan de Congregatie voor de Geloofsleer te zullen doen toekomen. Dat instituut behapt sinds anno domini 2000 zaken van seksueel misbruik door geestelijken. Eric de Beukelaar, op dat moment woordvoerder van de bisschoppenconferentie, legde uit dat de Congregatie de bisschop “gezien de ernst van de feiten” geestelijke-af kan maken of hem kan verbieden nog langer missen op te dragen.

Dat deed me meewarig glimlachen; niet alleen is dat bijzonder mild ten aanzien van iemand die jarenlang een minderjarige misbruikte, het staat ook nog eens in schril contrast met hetgeen deze Congregatie aan straffen wist uit te delen in haar hoogtijdagen – toen ze nog Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis heette.

Op 27 april volgt ontluisterend nieuws; Roger Vangheluwe mag zichzelf gewoon bisschop blijven noemen. Begin juni is er nog altijd geen bericht van de Congregatie voor de Geloofsleer en mag Vangheluwe tot nader order de priesterlijke taken gewoon blijven uitoefenen.

Het Belgische gerecht lijkt vervolgens op 24 juni in te grijpen en ze neemt geen halve maatregelen. Aan de hand van verklaringen van Godelieve Halsberghe, de voorgangster van Peter Adriaenssens (de kinderpsycholoog naar wie de commissie-Adriaenssens genoemd is), besluit onderzoeksrechter Wim De Troy met “operatie Kelk” van start te gaan. Volgens Halsberghe heeft kardinaal Danneels een aantal dossiers die betrekking hebben op kindermisbruikzaken verborgen in een crypte in de Sint-Romboutskathedraal. De Troy wil erg graag weten of en hoeveel misbruikzaken de kerk (en Danneels) in de doofpot heeft laten verdwijnen. Er volgt dus een reeks invallen en huiszoekingen; in de kathedraal, de woning van Danneels en bij de commissie-Adriaenssens. De laatste heft zichzelf uit protest op.

Tussen de honderden dossiers die in beslag genomen worden zit ook dat van Vangheluwe.

De spierballentaal van het gerecht baart opzien en Rome reageert als door een wesp gestoken. Waar ze tijdens de gehele affaire radiostilte in acht leek te nemen veroordeelt Rome de invallen nu luidkeels. Op verzoek van het parket-generaal stelt de Kamer van Inbeschuldigingstelling een onderzoek naar de handelswijze van De Troy in. De resultaten daarvan blijven in eerste instantie geheim en De Troy mag het onderzoek verder voortzetten. In augustus blijkt dat hij toch onrechtmatig gehandeld heeft door de inval bij de commissie en het wegnemen van haar dossiers. Die dossier nu, dienen aan de commissie te worden teruggegeven. De overige invallen waren rechtmatig, aldus de Kamer van Inbeschuldigingstelling.

Rest ons Godfried Danneels. Volgens de lezing van kardinaal Danneels nam deze pas in april dit jaar kennis van het kindermisbruik door Vangheluwe, kort voor het gewraakte gesprek. Een priester, Rik Devillé, beweert echter anders. Devillé zou het genoemde misbruik al in de negentiger jaren bij de kardinaal gemeld hebben, maar daar verder niets meer van vernomen hebben.

Roger Vangheluwe werd in 1985 door kardinaal Godfried Danneels tot bisschop gewijd, de heren kennen elkaar dus langer dan vandaag. In die tijd al maakt hij zich schuldig aan het seksueel misbruik van zijn neefje en dat misbruik ging na zijn bisschopswijding gewoon door.

Wanneer het gerucht gaat dat Vangheluwe zijn slachtoffer jarenlang zwijggeld zou hebben betaald is de maat wat de neef betreft vol en hij stapt met de opnamen naar de Standaard. Met de publicatie van die opnamen op 28 augustus valt kardinaal Danneels door mand. Hij redeneert iedere optie die het slachtoffer heeft van tafel; omdat Danneels gepensioneerd is kan hijzelf niets doen, de handen van de aartsbisschop zijn hem op de rug gebonden omdat iedere bisschop “eigen baas is” en de paus heeft toch geen tijd voor een (onbeduidende?) zaak als deze. Danneels vraagt Vangheluwes neef meermaals te wachten met in de openbaarheid treden tot na het aftreden van de bisschop, dat ergens volgend jaar toch op de planning staat. Vangheluwe laat zich hoe dan ook niet tot het nemen van ontslag vermurwen.

Kardinaal Danneels reageert vandaag bij monde van zijn advocaat op deze “karaktermoord” door de Standaard. Hem valt juridisch niets te verwijten en hij heeft moreel juist gehandeld, aldus de advocaat. Of het herhaaldelijk gedane verzoek maar te wachten met een in de openbaarheid treden om de bisschop uit de wind te houden werkelijk zo “moreel correct” is -ik vind van niet.

Vandaag bericht men dat de katholieke kerk Roger Vangheluwe in het geheel niet zal gaan vervolgen. De zaak is volgens canonniek recht verjaard, hetgeen ik een al te makkelijke manier vind voor de katholieke kerk om haar geestelijken met dergelijke misdrijven weg te laten komen. Vangheluwe heeft zich tot bisschop laten wijden terwijl hij zich bezondigde aan een van de ernstigste misdaden die een mens een ander mens aan kan doen. Alleen daarom al zou Rome alle registers tegen de man open moeten trekken, maar niets van dat al.

Het ziet er voorlopig naar uit dat de man die een vijfjarige bepotelde en jarenlang niet met zijn tengels van dat arme kind af kon blijven in de gelegenheid gesteld wordt zijn dagen ongestraft en met behoud van pensioen (sic!) te slijten in de abdij van Westvleteren.

’t Is godgeklaagd.

Schijnheilig

Het bisdom Haarlem-Amsterdam heeft laten weten een pastoor per direct op non-actief gesteld te hebben en hem een heuse “bezinningsperiode” te hebben opgelegd. ’s Mans handelen heeft “in binnen- en buitenland bij gelovigen verontwaardiging gewekt” en dat is voor bisschop Punt reden de pastoor in kwestie van zijn priesterlijke taken te ontheffen.

Dat laatste deed me in eerste instantie vrezen voor opnieuw een aan de doofpot ontsnapt verhaal over een priester die zijn handen niet thuis houden kon. Eerder al stoorde ik me aan de relatief weinige felle, verontwaardigde reacties van gelovigen wereldwijd op de vele misbruikschandalen. Ook hier te lande maakte men zich eerder druk over een als beledigend ervaren uitzending van Man Bijt Hond, de al dan niet Tridentijnse ritus en het Tweede Vaticaans Concilie, dat allerlei frivole nieuwerwetsigheden met zich meebracht -tenminste, als je degenen moet geloven die een ander het liefst strak insnoeren in het korset van hun conservatieve rechtlijnigheid. Dat men nu zelfs wereldwijd schande spreekt, welnu, dan moest ’t ditmaal toch wel heel ernstig zijn!

Het resolute handelen van de bisschop scheen me al bemoedigend voor, een dergelijk lik-op-stukbeleid zou in een geval zoals bijvoorbeeld van een Lawrence Murphy veel leed voorkomen hebben. Murphy werd verdacht van het misbruiken van zo’n tweehonderd dove jongens, maar mocht nochtans aanblijven als pastoor.

Het valt in het onderhavige geval allengs mee, althans wat het delict betreft. De vreselijke misdaad die pastoor Paul Vlaar pleegde is het celebreren van een Oranjemis tijdens de aanloop naar de finale van het wereldkampioenschap voetbal. In, godbetert, een oranje kazuifel. En daar bleef het niet bij, de man had het lef de kerk te versieren met allerlei oranje voetbalparafernalia. Was ’t nu nog Ferrari-rood geweest, zoals paus Johannes Paulus II ooit het gehele Sint-Pietersplein deed kleuren, dan was ’t misschien nog tot daaraantoe geweest. Kennelijk is er een wezenlijk verschil tussen een pauselijke vlaag van Formule 1-gekte op het Sint-Pietersplein en een vlaag van voetbalgekte in Obdam.

Vlaars parochianen voelden zich al geroepen het voor hun pastoor op te nemen. De grote mate van waardering die zij voor deze pastoor hebben is opvallend en meermaals wordt er gewezen op het feit dat de kerk in Obdam, waar ’t hier om gaat, in tegenstelling tot vele andere kerken met regelmaat tjokvol zit. De aanpak van pastoor Vlaar heeft er volgens een parochiebestuurder zelfs voor gezorgd dat “mensen hun weg terug naar de kerk vinden“.

Kennelijk heeft de al te enthousiaste pastoor de juiste snaar bij zijn parochianen weten te raken, maar wie denkt dat hij zich daarmee van zijn taak kweet rekent buiten de waard. Het doet me denken aan mijn favoriete quote van Mark Twain, die de religieuze mens al doorzag;

“Man is a Religious Animal. He is the only Religious Animal. He is the only animal that has the True Religion–several of them. He is the only animal that loves his neighbor as himself and cuts his throat if his theology isn’t straight. He has made a graveyard of the globe in trying his honest best to smooth his brother’s path to happiness and heaven…”

Waar beduidend minder reuring over is, zijn de nieuwe richtlijnen voor hoe om te gaan met misbruikende priesters, waar het Vaticaan gisteren mee op de proppen kwam. De verjaringstermijn die men er voor dergelijke delicten op nahield is van tien jaar opgerekt naar twintig. Behalve misbruik is ook het in bezit hebben van kinderpornografie nu reden voor een disciplinaire bestraffing. Niet nader omschreven “ernstige gevallen” kunnen direct aan de paus worden voorgelegd, die kan beslissen hen uit het ambt te ontzetten en te excommuniceren. Was getekend, William Levada, de nieuwe Groot-Inquisiteur.

Een woordvoerder van het Vaticaan zou hebben laten weten dat dit alles dient om “de zwaarste gevallen van seksueel misbruik door priesters sneller en doeltreffender te kunnen aanpakken”. Als dat werkelijk zo is, dan vraag ik mij ten stelligste af hoe het dan toch kan dat er in het geheel niet wordt gerept over een verplichting voor bisschoppen om dergelijke misdrijven aan het wereldlijk recht te melden. Sterker nog, bisschoppen die zaken van kindermisbruik onder de mijter houden hoeven nog altijd niet op sancties te rekenen.

En passant stelt het clubje van Levada, voorheen ook wel bekend als de Inquisitie, tegelijkertijd meteen ook even ook de wijding van vrouwen strafbaar volgens canoniek recht. De weerstand die dit conservatieve mannenbolwerk heeft tegen al wat vrouwelijk is verbaast me al jaren en wetgeving zoals deze vind ik een knap staaltje achterlijkheid, de donkere middeleeuwen waardig. Er is niets aan het priesterlijk ambt dat een vrouw niet evengoed zou kunnen doen zou ze dat willen.

Het Vaticaan gaat echter nóg een stap verder in haar misogynie en stelt de wijding van vrouwen feitelijk gelijk aan het misbruik van kinderen door er dezelfde strafmaat op los te laten. Wie een vrouw tot priester wijdt kan op dezelfde straf rekenen als een kinderverkrachter.

Hoe affreus.

Holier than thou

Paus Benedictus XVI zou, toen hij nog kardinaal was, niets hebben ondernomen toen hem ter ore kwam dat een Amerikaanse priester mogelijk tweehonderd (!) dove jongens misbruikt had. In 1996 waarschuwden meerdere bisschoppen de huidige paus van de verdenkingen tegen de priester, Lawrence C. Murphy. De priester schreef Ratzinger een smeekbede, die in elk geval afdoende bleek om de Congregatie te doen besluiten af te zien van een kerkrechtelijke vervolging. Sterker nog; de man mocht aanblijven als priester.

Van Benedictus, die toen nog Joseph Ratzinger heette en die sinds anno domini 1981 prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer was, zou men een doortastender handelen verwacht hebben. Of dan toch in ieder geval een handelen. Hij heeft de naam en faam van die congregatie zogezegd geen eer aangedaan; het is exact hetzelfde instituut dat voorheen bekend stond als de Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis.

Jawel, de Inquisitie.

Dat de Kerk een instituut als de Inquisitie onder de valse vlag van een nieuwe, minder beladen naam heeft laten voortbestaan is, behalve mij een gruwel, een teken aan de wand. In dat licht bezien verbaast me de behendigheid niet, die de Kerk tentoongespreid heeft bij het schielijk in doofpotten laten verdwijnen van zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, onderwijl wel donderprekend over religieus-ethische kwesties als ‘de juiste seksuele moraal’.

Let wel; daarbij verlies ik zeker niet uit het oog dat kindermisbruik evengoed buiten de Kerk angstaanjagend veel voorkomt. Wat betreft de link tussen het celibaat en kindermisbruik, daarvan ben ik nog altijd niet overtuigd. Integendeel zelfs, want veruit het meeste kindermisbruik vindt in huiselijke kring plaats en daders zijn meestal familie of bekenden van het slachtoffer. Van de pedoseksuelen die buiten die kring opereren weten we ook het een en ander voor wat betreft hun modus operandi; Zij zoeken actief posities in de maatschappij waarin ze contact kunnen hebben met kinderen, dat geldt evengoed voor die viespeuk van een zwemleraar Benno L. en voor de Vlaardingse hopman Ronald B. als voor een grijpgrage pater Salesiaan.

Wat de Kerk aan te rekenen valt is dat zij meermaals kennis droeg, maar niet ageerde. Erger nog; dat ze daders verder faciliteerde door zaken in genoemde doofpot te stoppen en zich in stilzwijgen te hullen, daarbij het vertrouwen verder beschamend op basis waarvan kinderen aan de zorgen van de Kerk werden overgelaten. Hier gaat meer dan ook op dat wie zwijgt toestemt. Dat maakt de beladen woorden van kardinaal Simonis slechts nog maar wranger. “Wir haben es nicht gewusst”.

Van de paus, in zijn hoedanigheid als hoeder van de kerk, hebben we van meet af aan opvallend weinig vernomen in al die affaires. Het is waar; in het geval van het veelvuldig kindermisbruik in Ierland heeft hij weliswaar van zich laten horen middels een brief. Dat is dan nog iets. Het zal mij benieuwen of andere landen, waar zijn priesters hun handen niet van kinderen konden houden, dezelfde eer nog te beurt zullen gaan vallen. Amerika, Australië, Duitsland, Nederland, ik noem maar een paar zijstraten.

Mij staat de felle toon nog helder voor de geest waarmee hij drie jaar geleden van leer trok tegen het atheïsme, dat volgens de kerkvorst geleid heeft tot “de ergste vormen van wreedheid en schendingen van de rechtvaardigheid”. Is dat niet fraai, uitgerekend van zijne heiligheid de groot-inquisiteur?

Behalve het atheïsme kreeg ook het ‘moderne’ Christendom een veeg uit de pan. Dat alles in een heuse encycliek. Daar steekt de brief in schril contrast bij af.

Dat verklaart misschien meteen ook waarom het vele geroezemoes binnen de Nederlandse rooms-katholieke gemeente nog altijd niet zo zeer de wandaden van haar priesterorde betreft, maar waarom er wel protestbrieven rondzingen ten name van de NCRV over een uitzending van Man Bijt Hond -om nog maar niet te spreken van een woedende liedjesoorlog.