GeenStijl: Grote muilen, tere zielen?

Honderd vrouwen vroegen adverteerders nog eens goed na te denken waar zij adverteren. Zij deden, heel beschaafd, een moreel appèl;

Maar bedenk u ook dat uw logo, uw zorgvuldig opgebouwde imago, naast dit soort teksten verschijnt: ‘Ze loenst een beetje, geil bij het pijpen als mij aankijkt, terwijl ik zeg dat ze echt een lekkere hoer is.’ U kiest er ook voor om niet te adverteren op sites met porno of extreem geweld. Waarom dan wel hierop? U betaalt mee aan de salarissen van de meest invloedrijke internettrollen. Een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering. Donderdag besloot defensie om zich voorlopig terug te trekken als adverteerder. Wij hopen dat meer bedrijven kritisch gaan nadenken over sites met een groot bereik, maar een beperkt moreel besef.

Roderick Veelo betichtte de dames bij Pauw van ‘naming and shaming’, dat vindt hij als journalist slecht en hij vindt het een gotspe dat journalisten daar voor ‘op de tafel gaan staan’. Ik vind dat lollig van meneer Veelo, want als er iemand grootmeester in het naming and shaming is, dan is dat GeenStijl.

Laten we daarbij ook vooral niet vergeten dat GeenStijl zelf ook graag tot boycots op placht te roepen. Zo moest HEMA het al eens ontgelden, want ‘zo rolt‘ GeenStijl. Jaren geleden verklaarde GeenStijl het NRC de oorlog en riep op tot een boycot van die krant. En laten we wel zijn, wie wil uitdelen zal op zijn tijd ook moeten incasseren.

Vrouwen die het aandurven een onwelgevallige mening te uiten krijgen standaard een stortvloed aan virulent seksistische vullis over zich uitgestort. Vrouwelijke journalisten zijn mikpunt van seksistische intimidatie en bedreiging op internet. Seksuele intimidatie is, zo bevestigt de NVJ, een vorm van intimidatie die “vooral vrouwelijke journalisten voor hun kiezen krijgen, als ze het lef hebben kritisch te zijn”. Dat is precies ook de aanleiding voor het verschijnen van dit manifest.

#wiebetaaltDumpertReeten 

NRC-journaliste Rosanne Hertzberger is daar een schoolvoorbeeld van. Zij had de euvele moed een column te wijden aan het beroemde en beruchte roze weblog GeenStijl, haar zusje Dumpert en het fenomeen ‘dumpertreeten’. Daarbij worden video’s beoordeeld aan de hand van blote vrouwenbillen, ‘reeten’. Mevrouw Hertzberger kaartte het seksisme daarachter aan en stelde zich de vraag wie dat vrouwonvriendelijke dumpertreeten toch betaalt.

Dat zijn de adverteerders op die sites, uiteraard, en dus besloot Hertzberger die adverteerders eens te wijzen op al dat vrouwonvriendelijke gedoe. Grolsch, WNF, Persgroep HAK, IKEA, KWF, Stichting Vluchteling en het Ministerie van Defensie haakten geschrokken af. Terecht natuurlijk, al was het maar in het kader van verantwoord ondernemen.

Haar journalistieke werk werd Hertzberger niet in dank genomen en kwam haar, zoals dat vaker met vrouwelijke journalisten gaat, op een stortvloed aan misogyne bagger te staan. De roze horde vond haar een ‘kuthoer’, een ‘droogsloot’ en een ‘teerhartig viswijf’, waarvan men hoopte dat ze zo zwaar verkracht zou worden, dat ze er een half jaar herstel van nodig zou hebben.

Let wel: Dat moet je dan, als vrouw, ook nog sportief opvatten wil je niet voor zeikwijf versleten worden.

Collega-journaliste Loes Reijmer schreef op haar beurt een artikel over de reacties die Rosanne Hertzberger op haar schrijven kreeg. Daar lustten de honden inderdaad geen brood van. Mevrouw Reijmer werd onmiddellijk de volgende op de heksenjachtlijst van GeenStijl. Er werd een foto van haar op de site geplaatst en GeenStijl stelde haar reaguurdersvolk de prangende vraag: “Zou u haar doen?” De Daar-Moet-Een-Piemol-Brigade liet zich gewillig mennen.

Vrijheid van meningsuiting

Dikke boehoe op de roze panelen, want oproepen tot een boycot door adverteerders is een heuse persbreidel en een aanslag het recht op vrije meningsuiting van de reaguurder.

Nu houd ik ontzettend van het recht op de vrije meningsuiting en ik ben een van haar grootste voorvechters. Toch haak ik hier af. Teksten als “Ik zou haar overdwars in alle gaatjes nemen. Lekker langzaam volpompen. Om daarna keihard haar mond over mijn keiharde lid te trekken. Hard duwen op dat hoofd. Kokhalzend krijgt ze mijn warme zaad. Hmm” hebben HELEMAAL niets te maken met die vrije meningsuiting. Net zo min als: “Met haar armen op haar rug gebonden en een stevig stuk grijze tape over haar mond geplakt zou ik haar zeker doen!” 

Zulke gewelddadige verkrachtingsfantasieën zouden reden moeten zijn je eens grondig na te laten kijken, maar in de wereld van GeenStijl heet dat ‘vrije meningsuiting’. Welnu, de vrijheid van meningsuiting is in Nederland niet absoluut en is dat ook nooit geweest. Die vrijheid geniet eenieder, dus ook de reaguurder, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die wet nu, stelt dat belediging, belediging van groepen mensen, laster, smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Een ‘artikel’ dat bestaat uit het plaatsen van een foto van een journaliste onder de kop “Zou u haar doen?” heeft NIETS te maken met journalistiek. Het is daarbij ook nog eens hypocriet om je te verschuilen achter persvrijheid, terwijl je zelf lak hebt aan kleinigheden zoals hoor en wederhoor, een eerlijke berichtgeving en het het journalistieke streven naar objectiviteit.

Persbreidel

Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer en criminoloog Marjolein Odekerken deden overigens een onderzoek naar de toenemende mate waarmee Nederlandse journalisten te maken krijgen met bedreigingen en intimidatie tijdens hun werk. Dat onderzoek (PDF Factsheet) werd in opdracht van de NVJ, Het Genootschap van Hoofdredacteuren en het Persvrijheidsfonds gedaan. Het verschijnt volgende maand.

Als u wil weten wie werkelijk de pers tracht te breidelen, dan vindt u daarin uw antwoord. Bijna een kwart van de journalisten ontvangt dreigementen via sociale media. Een groot deel ziet zich, door bedreigingen en intimidaties, genoodzaakt zijn berichtgeving te staken of aan te passen.

Dat, dus.

Het Vrije Woord

Het vrije woord, daar hebben we het de laatste week maar druk mee. Het Openbaar Ministerie is het nog het drukst mee van al.

We zijn de afgelopen tijd verdeeld geweest over het toelaten van ‘haatpredikers’ en wie wel of niet voor die titel in aanmerking komt. Zo mocht imam Adel al-Kalbani, die vindt dat “joden en christenen van het Arabisch schiereiland verdreven moeten worden”, uiteindelijk vanwege te veel ophef niet in Groningen spreken, maar wel in Amsterdam. Daarbij heeft hij overigens “niets onwettigs gezegd of gedaan”. Ook over de Saoedische geestelijke Aaidh al-Qarni en zijn (uiteindelijk afgeblazen) komst naar Eindhoven was heel wat te doen. Deze man moet gezegd hebben dat de “koppen en kelen van afvalligen van de islam doorgesneden moeten worden” en dat “Joden en hun helpers vernietigd moeten worden”. Het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) vindt dat de man ten onrechte ‘haatprediker’ genoemd wordt en vindt hem juist vooruitstrevend en anti-terrorisme.

Gisteren nam het Openbaar Ministerie Noord-Nederland het initiatief om de spreekkoren over joden van spelers en supporters van FC Groningen tijdens de huldiging te onderzoeken. Vandaag besloot datzelfde OM dat die spreekkoren geen strafbaar feit opleveren. Het spul zong uit volle borst dat “En wie niet springt die is een jood”. Onfris, maar niet strafbaar – aldus het OM Noord-Nederland.

Het Openbaar Ministerie gaat activist Abulkasim Al-Jaberi wél vervolgen, wegens majesteitsschennis. Meneer Al-Jaberi was een van de sprekers tijdens een manifestatie tegen de omstreden Zwarte Piet, op 16 november vorig jaar op het Amsterdamse Beursplein. “Fuck de koning, fuck de koningin, fuck het koningshuis” debiteerde meneer Al-Jaberi en hij werd prompt gearresteerd. Hetgeen niet zo’n verrassing is al menigeen zou willen doen voorkomen, belediging van de koning staat gewoon in ons Wetboek van Strafrecht als zijnde een strafbare gedraging en wie de gedraging pleegt kan ook verwachten dat het OM en uiteindelijk de rechter die zullen toetsen aan de geldende wetgeving en jurisprudentie. Het OM was in eerste instantie dan ook van zins de activist op 27 mei voor de rechter te brengen, maar is na protesten en een sepotverzoek van de advocaat van meneer Al-Jaberi intern verdeeld over de zaak. Moest ik er geld op inzetten dan vermoed ik dat het OM deze keutel wel weer intrekt, maar daar kom ik zo nog op terug.

Rapper Appa werd ook op de vingers getikt, zij het niet door het OM maar door het MDI, over zijn berichten van 3 mei op Twitter. Meneer Appa maakte zich een beetje druk over het optreden van Hans Teeuwen tijden het Festival van het Vrije Woord. Dat vind ik overigens aandoenlijk hoor, enfants terrible die elkaar de maat nemen.

Hans Teeuwen kwam tijdens het Festival van het Vrije Woord op in een oranje overall, van het soort dat we vaker gezien hebben bij gevangenen van IS. Op geheel eigen wijze bereed hij de stokpaardjes Vrije Meningsuiting, Islam, Koningshuis en Zwarte Piet. Met een Hitler-masker op vertelde de cabaretier hoe hij Hava Nagila zou zingen terwijl hij danste rond het lijk van Kurt Waldheim. Tenminste, als dat de ‘KW’ was, die bij het Festival was uitgenodigd. Hij had daarnaast het ‘verboden’ Mein Kampf meegenomen: “Je leest zes bladzijdes en je hebt gelijk zin om joden te vergassen. De kracht van literatuur! Het is echt niet te geloven! Heel goed dat dat achter slot en grendel ligt”. De ironie droop er vanaf, maar was kennelijk niet aan iedereen besteed.

Enfin, meneer Appa nam er aanstoot aan, haalde meneer Teeuwens tekst “Je leest zes bladzijdes en je hebt gelijk zin om joden te vergassen” uit de context van het optreden en sprak er schande van. Niet alleen dat: Hij bevroedde hypocrisie bij wie ‘we’ wel of niet het Vrije Woord gunnen. Dus zette hij een val en riposteerde met “De Holocoast is een Leugen. #HetVrijeWoord”. Want “Hans Teeuwen mag geintjes maken over joden onder t mom van t #vrijewoord dan mag ik dat ook! We gaan vol gas”.

Het MDI tuinde met gestrekt been in de ‘hypocrisieval’ en natuurlijk viel het halve Internet over de rapper heen, waarbij ook de tweet van de rapper uit de context waarin hij bedoeld was werd gehaald. Dat basht veel lekkerder. In die zin blijft het waar dat wie een kuil voor een ander graaft er zelf in valt.

Vrijheid van meningsuiting

De vrijheid van meningsuiting is in Nederland niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst.

Want die wet nu, die stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting, zou u zeggen. Ons rechtssysteem telt echter ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.

De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheden telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.

De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.

Ik vermoed dat het met het “Fuck de koning” van activist Abulkasim Al-Jaberi hetzelfde zal gaan. Ook hij riep zijn leus niet zo zeer om te beledigen maar in het kader van zijn activisme tegen Zwarte Piet.

Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist (witte man alert!) bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.

De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Aldof Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Foto: Brandon Robbins (Getty Images)

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.

Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.

Een absoluut Vrij Woord

Misschien moest ook die vrijheid van meningsuiting in Nederland maar absoluut worden, al was het maar om van het verongelijkt gezeur af te zijn. Ik ben het Nationaal Calimerocomplex beu en ik denk niet dat het afdwingen van enig fatsoen in het debat direct een taak voor de politie, het Openbaar Ministerie of de rechter is. Die hebben vast wel wat beters te doen.

Daarnaast, ik zou u geen strobreed in de weg willen leggen om te zeggen wat u werkelijk denkt, zo ik dat al kon. Al vind ik het vreselijk om te horen. Ik heb juist graag dat u uw mening maar gewoon uitspreekt, ook de meest onverkwikkelijke, want dan weet ik wat ik aan u heb. Van mij zou u de Holocaust mogen ontkennen wat u wilt, ook al is het de best gedocumenteerde misdaad tegen de mensheid. Iedereen heeft, ook weer wat mij betreft, volkomen het recht zich onsterfelijk belachelijk te maken. Toch?

Scusa

Ontsteld kijk ik naar beelden van de Fontana della Barcaccia, waar Feyenoordse voetballiefhebbers zich op hebben uitgeleefd. Stukken travertijn zijn van Pietro Bernini’s Lekkende Boot gebroken en liggen op de bodem van de fontein, samen met bierflessen, peuken, scherven, rode en witte strandballen en alle ander zooi die de heren er in geflikkerd hebben. Ik schaam me rot.

In 2009 bezocht ik de stad en fotografeerde ik onder meer die Fontana della Barcaccia. Het bootje is een monument, het is ontworpen ter herinnering aan een overstroming in 1598. Het is ook een stukje vernuft, de waterdruk was er te laag voor de geijkte hoge waterstralen. De fontein, die dateert uit 1629, is net gerestaureerd en het lijkt erop dat de restaurateur wel opnieuw kan beginnen. Ook de Spaanse Trappen liggen erbij als een waar slagveld, ondergepist en vol rommel.

Dat alles is het resultaat van een tweedaags bezoekje van de, voornamelijk, heren hooligans aan Rome. Het zijn de stille getuigen van de invasie van Rome door onze voetbalbarbaren. Zoals we dat al kennen van zulke voetbalfans werd er gezopen, met de plaatselijke politie geknokt, met zwaar vuurwerk, flessen en al zo meer gesmeten en werd er lustig op los vernield. Het is weer een nieuw dieptepunt in de geschiedenis van het voetbal in het algemeen en van Feyenoord en haar aanhang in het bijzonder.

Rome nam voorzorgsmaatregelen. Het centrum werd drooggelegd, maar de voetbalfans namen hun eigen bier mee in plastic tasjes. De tasjes en de flesjes liggen nu in die fontein. De fans werden opgeroepen alstublieftdankuwel met de bus naar de voetbaltempel te reizen, men vreesde confrontaties met de inheemse voetbalbarbaren, maar het legioen had daar lak aan en ging ‘lekker toch’ in een stoet te voet. Ze werden van de Spaanse Trappen af gestuurd en daar kunnen ze niet tegen. Jonge broekies en brave huisvaders veranderen er in egomaniakale schuimbekkende barbaren van, die geweld en vernielingen plegen en met de politie op de vuist gaan. Want dat is natuurlijk niet de schuld van de voetbalfans zelf. Dat is het nooit. Tenminste, als je hen zelf geloven moet.

Het is de schuld van Rome en van de politie. Waren er meer vuilnisbakken neergezet dan hadden ze hun afval natuurlijk niet in de Lekkende Boot hoeven gooien en die schade aan die fontein valt heus best mee. Het is ook de schuld van de pers, want die wil van al die nuance niks weten.

Het zal u opvallen dat ik al heel lang geen onderscheid meer wens maken tussen “goedwillende” voetbalsupporters, clubs, harde kernen en hooligans. Er heerst een schrijnend gebrek aan zelfreinigend vermogen onder de diverse supportersgroepen. Men spreekt zich niet tot nauwelijks uit tegen excessen en doet bar weinig om de harde kern tot rede te brengen.

Supportersverenigingen verschuilen zich doorgaans zelfs achter een gebrekkige organisatie rondom wedstrijden, waarbij de verantwoordelijkheid voor wangedrag van voetbalfans afgeschoven wordt op de bordjes van overheden en politie. Feyenoord-woordvoerder Raymond Salomon demonstreert dat ook nu weer. Ook hij zegt in de Volkskrant dat de rellen in de stad onder de verantwoordelijkheid vallen van de Romeinse autoriteiten.

Als er al een supportersprotest georganiseerd wordt dan is dat tegen verplichte buscombi’s en andere maatregelen die genomen worden om de barbaarse voetbalhorden een beetje in toom te houden. Die “goedwillende” voetbalsupporters laten niets van zich horen en de voetbalclubs geraken alleen echt overstuur wanneer ze dreigen voor gemaakte kosten voor bijvoorbeeld politie-inzet te moeten gaan betalen.

De UEFA heeft al laten weten dat de rellen in Rome haar niet erg aangaan en Feyenoord niet hoeft te vrezen voor maatregelen als uitsluiting van de competitie. “We veroordelen wat er is gebeurd, maar de UEFA kan hier niets tegen doen. Wij gaan alleen over zaken die zich in het stadion hebben afgespeeld”. Lekker makkelijk is dat.

Vergeet echter niet dat de belastingbetaler al jarenlang tegen heug en meug de voornaamste voetbalsponsor is -en zowel de KNVB en UEFA, als de clubs en hun aanhangers daar al die tijd schaamteloos van hebben geprofiteerd. Bij wijze van dank breekt men hele binnensteden af.

Wat mij betreft hielden we daar gewoon mee op. Er gaat genoeg geld om in die voetbalwereld, bedruip jezelf maar. Reken de kosten door aan clubs en supporters, dan moet de voetbalwereld haar eigen verantwoordelijkheid wel nemen. Lukt dat niet, dan betekent dat een misschien einde aan het voetbal, maar dat is eigen schuld, dikke bult. Die belastingcentjes kunnen veel beter besteed worden, aan mensen die dat verdienen. Onze ouden van dagen, bijvoorbeeld.

Ik ben geboren en getogen Rotterdamse, ik schaam me rot, en ik wil maar even ‘scusa’ zeggen tegen de Romeinen. Sorry voor die delegatie eencelligen die uw mooie stad geterroriseerd heeft. Sorry voor de schade aan uw vier eeuwen oude erfgoed en het absolute gebrek aan respect waarmee Nederlandse barbaren er een vuilnisbelt van gemaakt hebben.

Echte Rotterdammers zouden beter moeten weten, het hart van hun eigen Rotterdam werd al eens onherstelbaar beschadigd.

Scusa. Scusa.

Een straf voor losers

Het Openbaar Ministerie geeft maandelijks het blad Opportuun uit. In de editie van september komt Hester de Koning, de Officier van Justitie die de leiding kreeg over het onderzoek naar het schieten door de agenten tijdens de rellen in Hoek van Holland, uitgebreid aan het woord.

Ik las het boek dat de politie uitgaf over de gebeurtenissen ter plaatse. De verhalen van de betrokken agenten raakten me. Toch, bijna nog schokkender vind ik kille cijfers zoals de 444 (!) flesjes, die later uit het zand gevist werden. Alle gevuld met zand, alle gebruikt als projectiel. Een ongelofelijk aantal.

Twee passages wil ik u niet onthouden;

“Strafrechtelijk kan de dood van de jongeman niet aan de relschoppers worden verweten. Vanuit maatschappelijk perspectief zouden ze zich er wel verantwoordelijk voor moeten voelen. Maar wat doe je met die jongens. En bedenk wel: het waren niet alleen hooligans in de duinen. Dat waren vooral ook jongens en mannen die zich lieten meeslepen’, aldus Nelleke Klip. ‘In een groep zijn ze zo anders. Eén op één zijn het allemaal zielenpieten. Er blijft weinig van over. Het is kuddegedrag, waarschijnlijk onder invloed van drugs en alcohol.”
“En de echte bij de politie bekende hooligans? ‘Voor hen geldt: ontkennen is celstraf, verklaren is de doodstraf. Bij verdachten die wel wat gezegd hebben, zijn thuis ruiten ingegooid’, zo meldt Nelleke Klip. Niet dat daarvan aangifte is gedaan, uiteraard. ‘We kregen überhaupt geen aangiften: niet van gewonden die eerder op de avond zijn gevallen, niet van de Spoorwegen, niet van tankstationhouders, niet van strandtenteigenaren. Er is angst in de samenleving voor deze groep’, zegt ze.”

Er is angst in de samenleving voor hooligans, en wel in zo’n mate dat een organisatie als de Nederlandse Spoorwegen zelfs geen aangifte meer durft te doen. Dat is pure, onversneden terreur.

Die samenleving verdient het beschermd te worden tegen dit slag en daartoe is een middel zoals een plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (ISD) een prima optie, me dunkt. Een opruier als een Asim B. mag daar wat mij betreft langer logeren dan twee jaar, maar soit, het is iets. Aangezien de heren hooligans zelf een dergelijke maatregel een “straf voor losers” vinden is die dubbel gepast.

Politie(ke) ambities

De Voetbalwet lijkt toch een kans te hebben in de Eerste Kamer. Heerlijk actueel natuurlijk in het licht van het wereldkampioenschap voetbal, dat toch lang niet zo “zonder aan voetbal gerelateerde ellende gepaard gaat” als ik in mijn naïviteit dacht. Hoe teleurstellend. Het laatste voetbalsuccesje van Oranje stond ondermeer garant voor een treffen tussen tokkies en politie in IJmuiden en aanhoudingen in het Haagse vanwege belediging en opruiing. Dat laatste geeft de aard van de “onrust” op de Jonckbloetplein denkelijk aardig weer. Het voorlaatste succes werd in Den Haag ook met rellen en onlusten gevierd en zo ook in (of all places) het pittoreske Hoogeveen. Ergens verwacht je dat niet, in een stad waar men er prat op gaat dat men er onder tromgeroffel ter kerke placht te gaan.

Er wordt helaas al jaren gesteggeld over die Voetbalwet, hetgeen ik buitengewoon jammerlijk vind en dat vooral omdat die in Engeland haar waarde al ruimschoots bewezen heeft. Zij het dan dat de Nederlandse variant een poldercompromis daarop is; een afgeslankte en afgezwakte versie met beduidend minder lef. De ene helft van de Kamer valt over die afgeslankte vorm en ziet er nu de meerwaarde niet meer van, de andere helft van de Kamer vindt ook het poldermodel nog te rigoureus en vreest voor de privacy van de heren hooligans. Die zouden, wanneer die wet wordt aangenomen, onder andere kunnen rekenen op contactverboden, gebieds- en samenscholingsverboden en een meldplicht. Och heden.

In Engeland is het voetbalbeest door de voetbalwet getemd en men kan hem inmiddels zelfs zonder hekken houden. Of hij al opzit en pootjes geeft weet ik niet, maar voetbalwedstrijden verlopen er inmiddels zo rustig dat je er weer gezellig met het hele gezin naar een wedstrijd kunt. Politiecommissaris S. Thomas (Manchester) putte uit zijn persoonlijke ervaringen met hooligans bij het bedenken van de Engelse voetbalwet en denkelijk is ook dat een les die we hier ter harte zouden moeten nemen; neem de ervaringen en opgedane kennis van de diender uit de voorste linies mee.

Met de affaire Hoek van Holland is daar een beginnetje mee gemaakt. De agenten die vorig jaar tijdens de rellen op het strand van Hoek van Holland tegenover een hondsdolle meute kwamen te staan krijgen een welverdiende erepenning, zo las ik vandaag. De relschoppers, waaronder menig “voetballiefhebber” uit de rangen van Feyenoord, kwamen er vooralsnog met lichte straffen vanaf. Een paar maanden hier, een paar maanden daar.

De gehele gang van zaken in Hoek van Holland heeft desondanks meer gevolgen dan alleen voor de nieuwbakken bajesklanten. De rol van de politie en gemeente werd onderzocht en de conclusies van dat onderzoek werden samengevat in het zogeheten COT-rapport. Daaruit werd, terecht, lering getrokken; het vergunningenbeleid werd aangescherpt en er moest meer aandacht komen voor risicoanalyses. Ook andere gemeenten trekken lering uit de gebeurtenissen daar op het Hoekse strand. Zo besloot de gemeente Den Haag aan de hand van signalen van “dreigende wanordelijkheden” een optreden van Snoop Dogg op Parkpop te verbieden; rivaliserende groepen zagen in de komst van de rapper een mooie reden voor een treffen. In combinatie met een slecht te controleren (laat staan te beveiligen) feestterrein kon de gemeente de veiligheid niet garanderen en ze nam daarom genoemde maatregel.

Ondertussen lees ik hier te lande dan over verregaande bezuinigingen op de politie, die zo langzamerhand een belachelijke vorm beginnen te krijgen. We bezuinigen immers al kabinettenlang op belangrijke zaken als het onderwijs, de zorg en de politie, dus waar kun je dan nog in snijden? De rek raakt er een keer uit. De agent op straat blijkt een dankbaar doelwit, alweer. Bij gebrek aan voldoende collegae kampt hij al met een aanzienlijke roosterdruk, aldus de observatie van SP-Kamerlid Van Raak. In een volcontinue bedrijf betekent dat vaker weekenden, feestdagen en tijdens evenementen werken en eeuwig gezeur over vakanties. Denk aan ingetrokken verloven wanneer Oranje een ronde verder komt.

Nu is ook de persoonlijke uitrusting van oom agent aan de beurt; in het Amsterdamse moet hij het met een paar overhemden minder doen en hij krijgt eind dit jaar een afgeslankt kerstpakket. De kantine gaat dicht en als hij al een auto van de zaak heeft (een zeldzaamheid) krijgt hij in plaats van een Volkswagen Golf een Polo onder de billen. Van de regen in de drup zullen we maar zeggen, maar nog geen drama. Maar dan de klap op de vuurpijl; bij schietoefeningen mag hij drastisch minder kogels gebruiken dan voorheen. Tot zo ver de beroepsvaardighedentraining.

Hoe anders in Amerika, alwaar men een politieauto nieuwe stijl in ontwikkeling heeft. Niet aan de hand van aanbestedingen en volgens de theorie goedkoop is duurkoop, maar aan de hand van de input van agenten. Wat hebben die nodig? En dan gaat het niet zo zeer om een meer comfortabele stoel waarop ze zich neer kunnen vleien zonder dat portofoon of wapenstok hen in de nieren drukt. Net als voor Nederlandse agenten in de nooddienst is de auto voor Amerikaanse agenten beurtelings kantoor op wielen, racewagen, stille sluiper en arrestantenverblijf -afhankelijk van wat de werkdag hen brengt. Waar het hier te lande vooral niets mag kosten, de politie maar moet roeien met de riemen die ze (niet) heeft en we desondanks over de mate van veiligheid blijven mopperen kunnen we een gezonde dosis ambitie zoals in het Amerikaanse voorbeeld goed gebruiken.

Ik hoor u morren; in het artikel van de Telegraaf over de bezuinigingen kunt u immers ook lezen hoe de “torenhoge” salarissen van de politietop onaangetast blijven. In vergelijking met het bedrijfsleven zijn die zo torenhoog echter niet en, hoewel ik natuurlijk ook vind dat je de pijn het best kunt verdelen bij bezuinigingen, zit ik wel met de tendens naar het beter betalende bedrijfsleven over te stappen in mijn maag. Mijn eerste opwelling “ook inleveren dus” slik ik nog even in. Oók inleveren? Bijna trapte ik er in, maar ik wil helemaal niet dat er op politiesalarissen wordt ingeleverd. Wie is de volgende? De rechercheur?

Alle waar naar zijn geld en waarom zou een relatief “slecht” betaalde leidinggevende in een politiekorps blijven als het gras in het grazige weitje van het bedrijfsleven zoveel groener is? Enig loonverschil voedt ambitie hogerop te komen en vice versa wil iedereen loon naar werk, ondanks de ideologie achter een beroepskeuze. Ik denk ook nog even aan de heer Meijboom met zijn ongetwijfeld even riante salaris, wiens kop moest rollen ondanks dat het ergens in de rangen onder hem misging en de man zelf ten tijde van de Hoekse rellen op vakantie was. Wanneer ik spreek over het wettelijk minum salaris krijg ik geregeld een snoeverig “daar kom ik mijn bed nog niet voor uit” retour. Tegen welke lagere beloning zijn mensen nog bereid een dergelijke verantwoordelijkheid als die van de Rotterdamse korpschef te dragen?

Nu het draagvlak voor de verdere bezuinigingen op de politie in de Tweede Kamer vervliegt en ze eindelijk het demissionair kabinet heeft opgedragen daarmee te stoppen en de Voetbalwet hopelijk dan toch in aantocht is hoop ik op meer ambitie, lef en misschien zelfs (!) een investeren in de veiligheid van onze maatschappij.

Sportief

Het tweede deel van de KNVB bekerfinale, eindstrijd om de zilveren eikel Dennenappel. Wat mij betreft had men die beker doormidden gezaagd, beide partijen nog voor de finale een helft doen toekomen bij wijze van poedelprijs en het daarbij gelaten, maar ik besef me dat het vooral mijn aversie tegen de wanstaltigheden van de “voetbalfans” is die dan spreekt.

Nadat fans van Ajax met wanstaltige plaatjes en dito t-shirts op de proppen kwamen en ook de Feyenoordaanhang zich van haar slechtste kant liet zien door zich brutaalweg toegang te verschaffen tot het oefenveld was ik er al helemaal klaar mee.

Het feit dat er tijdens en na de wedstrijd weinig tot niets is voorgevallen in het Rotterdamse, ik begrijp dat zelfs de spreekkoren achterwege bleven in de Kuip, stemt me iets milder. Het kán dus wel. Jammer genoeg schijnbaar niet wanneer de aanhang van de tegenpartij mede wordt uitgenodigd en ook niet wanneer draconische maatregelen als een heuse drooglegging en massale inzet door de politie achterwege blijven. Ook het ultimatum van de KNVB zal meegeholpen hebben, om over vrachtwagenladingen hekken, supercamera’s en doventolken nog maar niet te spreken. Op zijn zachtst gezegd is er dus nog altijd ruimte voor verbetering.

Het gegeven dat men het gepresteerd heeft dertien collega-fans licht te verwonden met kassarollen, die door de organisatie bij wijze van serpentines uitgedeeld waren, laat ik dan gemakshalve buiten beschouwing. Ik ben er nog niet over uit of ik het uitgerekend de heren voetbalfans kwalijk moet nemen dat het benul er niet is dat, wil genoemde kassarol feestelijk uitrollen, het ene eind stevig vastgehouden zal moeten worden terwijl men het opgerolde eind van zich af werpt.

Nu zal natuurlijk ook meegewogen hebben dat er vanavond weinig te vieren viel. Twee keer verliezen is nu eenmaal geen reden voor een feestje, zelfs niet voor het soort feestjes dat deze lieden plachten te vieren. Ondanks de hekel die ik aan voetbal heb kruipt, als het erop aankomt, ook bij mij het Rotterdams bloed toch waar het niet gaan kan. Toch nam ik mij voor Ajax netjes te feliciteren met haar overwinning. Niet erg van harte dus, maar ik betoon mij liever een goed verliezer en uiteindelijk speelden ze toch tot tweemaal toe Feyenoord van het veld.

Dan bereiken mij beelden van een huldiging waarbij een van de spelers notabene een liedje meent te moeten zingen zoals de liedjes waarvoor in Rotterdam een doventolk werd ingezet. Zelfs het Vlaamse accent kan er niets onschuldigs of komisch van maken. Jan Vertonghen laat de voorbeeldfunctie varen, die hij als professioneel voetballer toch heeft, en zingt zijn achterban voor; “Het zijn maar kutkakkerlakken!”.

Dit alles in navolging van Ulrich van Gobbel die in een al even doldwaze bui “Wie niet springt die is een Jood!” over de speakers liet schallen. Van Gobbel overigens, genoot onmiddelijk de aandacht van het Openbaar Ministerie en kreeg van zijn eigen club de nodige maatregelen opgelegd. Dat laatste zal, naar ik hoop, ook voor Vertonghen zijn weggelegd.

Gefeliciteerd dan maar, hè?

Voetbal is oorlog

Ik heb in het geheel niets met voetbal. Sterker nog, ik heb er een hartgrondige hekel aan. Ik negeer consequent iedere uitleg van het fenomeen “buitenspel”, hoe goed bedoeld ook, en wanneer ik onverhoopt op een voetbalwedstrijd op televisie stuit zap ik zo snel mogelijk weg. Gras, zo is mijn stelligste overtuiging, is voor koeien.

Behalve dat het spel an sich me niet bekoren kan hebben de randverschijnselen, die deze sport in overvloed met zich mee brengt, mijn hekel door de jaren heen gevoed. Op de een of andere manier is het voornamelijk voetbal waar verschijnselen als georganiseerd hooliganisme en voetbalvandalisme (what’s in a name?) onlosmakelijk mee verbonden zijn.

Nergens wordt duidelijker dat de menselijke beschaving maar een dun laagje vernis is, waaronder nog altijd een primitieve aard schuilgaat, dan bij voetbal. Het doet me denken aan de stammenoorlogen van weleer; primitievelingen die zich verenigen in mannenbroederschappen en tegen elkaar stelling nemen louter omdat de tegenpartij tot een andere stam behoort. Zo’n stammenkrijg, een orgie van geweld, is een uitlaatklep bij uitstek voor een teveel aan testosteron. Opponenten dreigen en brullen om het hardst om hun tegenstander te imponeren en tooien zich met de wapens en kleuren van de achterban. De Slag bij Beverwijk klinkt als iets uit de donkere middeleeuwen.

Nee, deze sport verbroedert niet, maar maakt vooral het slechtste in de mens los en dan heb ik het niet alleen over de spreekkoren tijdens wedstrijden, het scanderen van schuttingtaal, toevoegingen als “Joden!” (liefst gepaard met venijnig gesis) wanneer Ajax speelt of vuurwerkgeluiden wanneer Twente de grasmat betreedt. Dat is alleszins erg genoeg, maar bleef het daar maar bij. Onder de valse vlag van “clubliefde” kwam het al tot vernielingen, geweldplegingen, heuse veldslagen en er vielen zelfs al doden.

Voetballiefhebbers hebben meermaals bewezen zich niet te kunnen gedragen; raakten ze niet slaags in een voetbalstadion, dan sloopten ze de binnenstad wel van een van de grote steden. Vorig jaar werd, omwille van ongeregeldheden tussen supporters van respectievelijk Feyenoord en Ajax na een wedstrijd tussen beide clubs, bij wijze van strafmaatregel, besloten dat wedstrijden tussen beide vijf jaar lang zonder uitpubliek gespeeld zouden worden.

Dat was mild, als het aan mij lag was het al lang en breed tijd het gras weer aan de koeien te laten. Die vragen een stuk minder ME-inzet, da’s meteen goedkoper ook.

De beslissing van burgervader Achmed Aboutaleb om die maatregel op te schorten voor de bekerfinale eind deze maand vind ik betreurenswaardig. Zeker na de rellen in Hoek van Holland, een nieuw dieptepunt, waarbij een ander kwalijk fenomeen dat opgeld doet onder deze piepeltjes nog eens uitvergroot werd; de neiging die opgeklopte agressie te botvieren op de autoriteiten. Dat zulks nu ook buiten de voetbalstadions en tijdens gelegenheden die niets met voetbalwedstrijden te maken hebben plaatsvindt is buitengewoon zorgwekkend.

Saillant detail is dan dat de gebleken relschoppers van dat “strandfeest” gewoon welkom zijn bij deze bekerfinale, want die is niet aangemerkt als risicowedstrijd.

Wellicht is het unfair hele supportersclubs te straffen voor wat een (niet bepaald selecte) groep onder hen aanricht, maar daar staat een schrijnend gebrek aan enig zelfreinigend vermogen onder de diverse supportersgroepen tegenover. Men spreekt zich nauwelijks uit tegen excessen en doet bar weinig de harde kern tot rede te brengen. Wanneer de zaken zo gelegen zijn, moeten de goeden maar onder de kwaden lijden. Vreemd genoeg doen ook de voetbalclubs en zelfs de KNVB weinig tot niets om hun aanhangers betere manieren bij te brengen. Zelfs maar de suggestie dat zij best mee kunnen betalen aan de inzet, die de politie plegen moet om de heren hooligans in toom te houden, is voor deze organisatie reden geweest om verongelijkt te reageren. Toch komt het mij erg vreemd voor dat de maatschappij hiervoor opdraaien moet.

Ik mag dus niets met voetbal ophebben, ik heb wel heel veel met Rotterdam, de stad waar ik geboren en getogen ben. Het plaatje dat supportersclub Afca meende op haar voorpagina te moeten voeren en de oproep tot geweld daarbij raakten me. Het gaat aan alle grenzen van het betamelijke voorbij. Mijn oma zaliger zat het bombardement op Rotterdam uit, een gebeurtenis die haar voor het leven geschaad heeft. Kort na het uitbreken van de Irakoorlog zat het mensje huilend en handenwringend voor haar televisie en een paar dagen laten stonden haar keukenkastjes vol conserven.

De onnadenkende, hersenloze onbeschoftheid die uit dat plaatje spreekt is kwalijk. Maar soit, dat is waarschijnlijk waarom de politie haar paarden mee naar voetbalwedstrijden placht te nemen en die dan op een steenworp afstand van de supporters parkeert -dat is natuurlijk in de goede hoop dat de schuimbekkende horden daar het nadenken aan over zouden laten.