Bart van U. een reconstructie

Hindsight is 20/20. Achteraf heb ik makkelijk praten en ik ben afhankelijk van de media voor mijn informatievoorziening. Het is echter verbazingwekkend wat ik nu over de man, die op 10 januari dit jaar zijn eigen zus gedood moet hebben en verantwoordelijk lijkt te zijn voor de moord op D66-coryfee Els Borst, kan achterhalen. De man moet erg in de war geweest zijn en dan vraag ik me toch af: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Bart van U. heet hij. Zijn hele achternaam weet ik ook, maar aangezien hij nog slechts verdachte is hanteer ik de ‘beleefdheid’ die niet te vermelden. Zo werkt dat in de rechtstaat Nederland: Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Die onschuldpresumptie is een van de pijlers waarop onze rechtstaat rust.

Van U. is opgegroeid in de omgeving van Amersfoort in een groot gezin met zes kinderen. Het gezin van U. moet nogal van de gereformeerde kerk geweest zijn en ook Bart van U. zou een actieve rol in de kerk gespeeld hebben. Op gegeven moment vertrekt hij naar Rotterdam, om daar te gaan werken. Hij is zeeman, zowel op de binnen- als de buitenvaart.

Angsten na 9/11

De aanslag op de Twin Towers is een keerpunt in zijn leven en angst voor moslimextremisten lijkt het leven van Bart van U. te gaan beheersen. Hij vraagt zelfs een wapenvergunning aan en krijgt die. Hij verzamelt wapens en zijn paranoia neemt allengs toe. Hij loopt daarnaast kennelijk ook in zeven sloten tegelijk en hij komt als ‘verward’ te boek te staan. In 2009 trekt men dus gevoeglijk zijn wapenvergunning in omdat er twijfels rijzen over zijn geestelijke gesteldheid.

Twee jaar later tipt iemand anoniem de politie over Bart van U. Hij zou een wapenverzameling in huis hebben en de politie valt de woning dus binnen. Inderdaad treft zij daar een behoorlijke collectie wapentuig aan. Bart van U. wordt aangehouden, niet in de woning maar elders zo begrijp ik, en hij blijkt gewapend te zijn met twee messen en een doorgeladen vuurwapen. Niet alleen dat, hij draagt ook een veiligheidsvest.

Verboden wapenbezit

Voor het verboden wapenbezit moet Bart van U. zich bij de rechter verantwoorden en spreekt daar zijn angst voor moslimextremisten uit en vertelt daarbij dat hij denkt een van hun doelwitten te zijn. Hij moet zich wel bewapenen, want hij moet zichzelf tegen hen beschermen. De rechter legt hem zes maanden gevangenisstraf op, die hij reeds in voorarrest uitgezeten heeft, en verplicht hem zich te laten behandelen voor zijn angsten. Dat laatste weigert Van U. echter categorisch.

“Meneer wil niet worden behandeld, dus dan kan het niet’.”

Zorgmijder en gevaarzetting

En daar zit volgens mij meteen het grootste probleem in deze zaak. Wanneer een zogeheten zorgmijder niet wil, dan is er niet of nauwelijks grond om hem te dwingen. Zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk ontbreken daar de middelen toe. De veroordeling voor wapenbezit alleen is geen grond voor het opleggen van tbs. De Wet bijzondere opneming psychiatrisch ziekenhuis (Bopz) voorziet alleen in verplichte psychiatrische hulp wanneer er sprake is van iemand die een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt en dan alleen nog wanneer er geen andere manier dan een verplichte opname is om dit gevaar af te wenden.

“Onvrijwillige behandeling mag alleen worden toegepast als iemand door zijn psychische stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen ín de instelling en dit gevaar alleen door die behandeling kan worden afgewend. In de GGZ is onvrijwillige behandeling ook toegestaan als zonder deze behandeling het gevaar dat wordt veroorzaakt door de geestesstoornis niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit laatste geldt dus ook voor gevaar dat iemand buiten de instelling vormt.”

Er volgt dus een hoger beroep, waarbij de rechtbank de verplichting tot het zich laten behandelen laat vallen, en ze legt hem in plaats daarvan een gevangenisstraf van drie jaar op. Het is de dames en rechters duidelijk dat Bart van U. het nodige mankeert in zijn bovenkamer. Niet alleen vindt men hem een gevaar voor de samenleving, men heeft hem ook graag zo lang mogelijk van straat en dat niet in het minst omdat Bart van U. behandeling weigert.

Cassatie in vrijheid afwachten

De rechtbank gebiedt zijn gevangenneming, maar omdat Van U. op dat moment in het buitenland op een schip aan het werk is lukt dat niet. Eenmaal terug in Nederland gaat Van U. in cassatie, die hij in vrijheid mocht afwachten. Dat vind ik wonderlijk, want zowel de reclassering, de rechter en GGZ-deskundigen menen dat dit onverstandig is.

De advocaat-generaal besloot echter, in al zijn wijsheid, dat Van U. de cassatie in vrijheid mocht afwachten. Dit omdat volgens hem “de eisen en de vonnissen bij de rechtbank en het hof zeer verschillend waren”.

De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, die de zaak in februari opnieuw zal behandelen, en daarmee viel Van U. opnieuw tussen wal en schip. Simpelweg omdat het vonnis niet definitief is.

Daarnaast wordt verzuimd DNA af te nemen van Van U.

Terug naar huis 

Hij betrekt een kamer in de woning van zijn zus Loïs, op de Oudedijk in Rotterdam. Er worden meer kamers verhuurd, het Algemeen Dagblad heeft inmiddels zelf een van zijn voormalige medehuurders geïnterviewd. Zij schetst een beeld van een buitengewoon zonderlinge man, die een teruggetrokken bestaan leidt. Hij is werkeloos, lijdt aan verzamelzucht en gaat vaak in de nachtelijke uren op pad. Ook valt hij zijn medehuurster, op wie hij een oogje zou hebben, lastig.

“Als ik aan Bart terugdenk had ik in eerste instantie niet gedacht dat hij tot iets als moord in staat zou zijn, maar dat hij nu verdacht wordt, verbaast me ook niks. Hij heeft het nooit over Els Borst gehad. We hebben het maar één keer over politiek  gehad. Toen hield hij een klaagzang over moslims, maar verder nooit.”

Ook buren vinden Van U. maar een rare snuiter, een schuchtere eenzaat die “hulp nodig had”. Iemand die vooral onzichtbaar was of zoals dat achteraf heet “onder de radar wist te blijven”. Dat past in het beeld dat ook een uitbater van een plaatselijke brasserie van de man schetst. Bart van U. kwam daar kennelijk regelmatig en een paar maanden geleden zat deze uitbater een uur lang met Van U. aan de bar te keuvelen. Dat Van U. in de war was, dat was ook de uitbater wel duidelijk, maar hij maakte wel gerust regelmatig een praatje met hem.

”Hij was niet goed bij zijn hoofd. Ik zag hem iedere dag wel op straat lopen en dan zwaaide hij vriendelijk. Hij werkte al lang niet meer als zeeman. Hij zat hier wel eens aan de bar, maar dan zei hij vaak niets. Altijd een zonnebril en pet op. Een enkele keer heb ik wel een gesprek met hem gehad. Nog niet zo lang geleden vond hij het belachelijk dat sommige mensen veel geld verdienen. Hij vond dat Bill Gates gewoon zijn geld moest weggeven.”

Bart van U. moet nochtans thuis voor behoorlijk wat overlast gezorgd hebben en zijn zus Loïs ziet hem op gegeven moment liever gaan dan komen. Ze probeert hem te doen vertrekken, maar dat lukt niet. Het lijkt er niet op dat ze daarbij voor haar broer vreesde. Een bekende van de familie Van U. moet aan Elsevier verteld hebben dat Bart van U. weliswaar schizofreen was, maar dat zijn zus probeerde te voorkomen dat hij zou worden opgenomen.

Op 10 januari jongstleden gaat het helemaal mis en Bart van U. steekt zijn zus dood. Hij vlucht, maar meldt zich de volgende dag toch bij een politiebureau in Amsterdam omdat het Openbaar Ministerie zijn foto verspreidde.

Moord op Elst Borst 

Wanneer dan eindelijk DNA wordt afgenomen van Bart van U. blijkt er een match met een DNA-monster dat op de plaats delict van de moord op oud-minister Els Borst werd aangetroffen. Achteraf gezien zou Bart van U. heel wel de man geweest kunnen zijn over wie mevrouw Borst aan haar kapper vertelde dat hij bij haar aan de deur gestaan had. Hij had haar naar het adres van Wim Kok of Jan-Peter Balkenende gevraagd.

Bart van U. maakte de dag na de moord op Els Borst stampij bij een politiebureau in Amersfoort, hij stak vuurwerk af en werd aangehouden. Hij zat er twee dagen vast en de politie haalde er een psycholoog bij om hem te beoordelen, zoals dat heet. Die psycholoog vond echter dat hij weer mocht gaan.

Zoals dat met mensen als Bart van U. pleegt te gaan werd hij, nadat hij dat vuurwerk afgestoken had, afgeschoven op het bordje van de plaatselijke wijkagent. Als niemand het nog weet, dan moet zo’n wijkagent zich er maar over ontfermen. Ook als dat de rechter, het OM en de diverse hulpverlenende instanties niet gelukt is. Zijn wijkagent kreeg dus het verzoek Van U. “in de gaten te houden”.

Wist u dat er in Nederland gemiddeld één hele wijkagent per 5000 inwoners is?

In 2011 werd het aantal zorgmijders, alleen in Rotterdam, op 30.000 geschat. Daarbij gaat het zeker niet allemaal om even zware gevallen als een Bart van U. maar het moge duidelijk zijn dat we van een wijkagent geen zaligmakende interventies kunnen en mogen verwachten.

Achteraf is redelijk makkelijk aan te wijzen waar het mis ging en wie er fouten maakte, waarbij ik heel duidelijk niet wil spreken van schuld. De mensen die contact hadden met Bart van U., de rechters, de advocaat-generaal, de hulpverleners, de beoordelend psycholoog en al wat dies meer zij hebben in goed vertrouwen gehandeld naar de situatie en de gesteldheid van Bart van U. waarmee zij zich geconfronteerd zagen. Binnen de wetgeving zoals zij voor handen is.

Voor Els Borst en Loïs van U. is het te laat en dat is ongelofelijk tragisch.

Er lopen echter meer mensen als Bart van U. rond. Daar moeten we wat mee, zeker in een welvarend land als het onze, met een uitgebreide gezondheidszorg, zou meer mogelijk moeten zijn voor en met mensen die mentaal zo getroebleerd zijn. De mogelijkheid iemand verplicht op te laten nemen en te behandelen schiet tekort en dat verdient remedie.

De zaak Bolhaar

Het is maandag, 5 maart 1984. Een buurmeisje klopt op de voordeur van het huis van haar vriendinnetje, met wie ze naar een voorstelling van de Dolly Dots zou gaan. Er wordt niet op haar aankloppen gereageerd en na een poosje probeert ze het opnieuw. Ook deze keer ter onverrichter zake, al hoort ze het jongste kind wel huilen. Dat vertelt ze thuis aan haar vader, die besluit zelf een kijkje te gaan nemen. Hij hoort inderdaad een zacht snikken en klopt aan. Ook hij krijgt geen reactie en hij probeert de deurklink. De deur blijkt open.

Hij stapt de hal binnen en treft de kleine aan, staand in zijn bedje. De gordijnen zijn dicht, een paar lampen branden. Wanneer hij zich richting de woonkamer begeeft ontdekt hij daar het lichaam van een van een kind. Het jongetje, zes jaren oud, heeft een springtouw om zijn hals. Hij ligt tegen het levenloze lichaam van, naar later blijkt, zijn moeder aan.

Hij belt de politie. Die meldt hij dat er nog een meisje mist en een blik in een slaapkamer leert dat ook dit kind zich levenloos in de woning bevindt. Het kind ligt in bed, het hoofdje schuin op een kussen, kin tegen de borst.

Corina Bolhaar en twee van haar drie kinderen, de negenjarige Donata en de zesjarige Sharon, zijn vermoord. Het jongste kind, anderhalf jaar oud, werd gespaard – naar men veronderstelt omdat het niets tegen de dader zou kunnen verklaren.

Onderzoek

Uit het onderzoek van de patholoog blijkt dat moeder Corina en beide kinderen werden verwurgd. Op de kinderen is daarnaast ook meermaals ingestoken. Het jongetje driemaal in de hals en tien keer in de rug, het meisje vijfmaal in de hartstreek, driemaal in de hals. De patholoog concludeert dat het jongetje nog ter nauwer nood in leven moet zijn geweest op het moment dat zijn moordenaar op hem instak.

Op geen van de drie lichamen worden zogeheten afweerverwondingen gevonden. Op een omgevallen stoel na wijst niets op een worsteling in de woning. Geen van de buren heeft geluiden gehoord die duiden op een worsteling, laat staan gegil.

Er worden geen sporen van braak of verbreking op de voordeur aangetroffen. Van getuigen weet men dat Corina Bolhaar haar voordeur doorgaans op het slot draaide en niet open placht te doen voor onbekenden. De dader zal dus hoogstwaarschijnlijk een bekende geweest zijn van Corina Bolhaar.

Later zal men weten te reconstrueren dat de drie in de vroege ochtend van 4 maart moeten zijn gedood. Corina moet daarbij het eerste slachtoffer zijn geweest. Het gegeven dat het drietal in nachtgewaad gevonden werd en hun magen leeg waren wijst erop dat ze waarschijnlijk vroeg in de ochtend werden gedood. Corina was waarschijnlijk wel al op, ze was opgemaakt en er werd een volle thermoskan koffie aangetroffen.

Het bloedsporenbeeld wordt onderzocht. Een onderzoeker van het NFI acht het aannemelijk dat de dader bloedsporen op zich heeft. Buren worden ondervraagd. De jonge Sharon was dat weekend niet in orde, er heeft ook nog een buurjongetje op de deur van de woning staan om kloppen om te vragen hoe het met hem gaat. Ook een andere buur heeft het jongste kind horen huilen, maar dat gebeurde vaker.

Verdachte in beeld

Uit het relaas van een van de getuigen blijkt dat Corina Bolhaar sinds een paar maanden voor haar dood voorzichtiger was geworden met het opendoen van haar voordeur. Ze maakte met bekenden de afspraak dat die, na aanbellen, op de stoep gingen staan zodat ze kon zien wie er voor de deur stond.

Corina Bolhaar had een knipperlicht relatie met een Louis Hagemann, een Hell’s Angel. Er zijn nog twee mogelijke verdachten, maar die vallen bij Justitie al snel af. Beiden hadden met regelmaat ruzie met elkaar, volgens Corina omdat Louis zich niet aan afspraken hield. Nadat zij herpes opliep was de boot helemaal aan en Corina zegde Louis de wacht aan. Louis Hagemann zou haar een aanzoek hebben gedaan, maar Corina wilde niet “met zo’n labiel persoon” trouwen.

Louis Hagemann is meteen in 1984 al in beeld en hij wordt in eerste instantie als getuige verhoord. Hij heeft een alibi, maar dat sneuvelt wanneer een taxichauffeur verklaart op zondagochtend een Hell’s Angel afgezet te hebben in de straat van het slachtoffer. Louis Hagemann voldoet aan het door de chauffeur opgegeven signalement en werd aangehouden. Hagemann bekent bij de woning geweest te zijn, maar houdt vol er niet binnen te zijn gegaan. Hij beweert vervolgens naar de tram gelopen te zijn en direct in lijn 24 gestapt te zijn. Zijn verhaal klopt echter ook nog eens niet met de dienstregeling van die dag en de trambestuurders van die ochtend menen hem niet vervoerd te hebben.

Na een aantal weken voorarrest komt hij vrij, wegens gebrek aan bewijs.

Op de valreep

Jarenlang ligt het onderzoek stil en de verjaringstermijn nadert met rassen schreden. In 2002 echter, met slechts nog een paar maanden te gaan, pakt een speciaal politieteam de zaak weer op. Misdaadjournalist Peter R. de Vries weet een ex-vriendin, Renetta van der Meer, van Louis Hagemann op te sporen die belastende verklaringen over hem aflegt. Met de verklaringen van de door de misdaadverslaggever aangeleverde getuige weet men de verjaring van de zaak te stuiten.

Het is echter bij lange na niet de enige getuige, die het verloop van deze zaak bepalen zou. Het is ook zeer zeker niet de enige verklaring, die leidde tot de veroordeling van Louis Hagemann.

Officier Nicole Voorhuis bijt zich in de zaak vast. Zij begint de vele losse eindjes in deze zaak te onderzoeken. Bewijsmateriaal blijkt verloren te zijn gegaan bij wateroverlast in het politiebureau, waar het lag opgeslagen, wat rest zijn twee sigarettenpeuken en het springtouw. Ze moet het dus vooral hebben van de vele getuigen en hun verklaringen. Die getuigen worden nog eens opgesnord, tot in het buitenland aan toe, en hun verklaringen worden naast elkaar gelegd.

Hagemann wordt opnieuw aangehouden en in 2003 wordt hij veroordeeld tot levenslang. Wat Corina Bolhaar betreft is voorbedachten rade niet te bewijzen, moord is dus uitgesloten en de verjaringstermijn voor doodslag is reeds verstreken. Wel acht men de moord op de kinderen bewezen. Voorbedachten rade leest men dan onder meer in het gegeven dat de verdachte in huis gezocht moet hebben naar middelen om de kinderen mee te verwurgen. Daarnaast zijn de aan de kinderen Bolhaar toegebrachte messteken niet in het wilde weg toegebracht, maar liggen de messteken juist erg precies vlak bij elkaar.

Wel klopt de modus operandi met de handelswijze van Hagemann, bekende van de politie, die bij veel geweldsincidenten betrokken was en daarbij mensen naar de keel greep of een mes trok.

Hij gaat in hoger beroep en in 2005 krijgt opnieuw een levenslange gevangenisstraf opgelegd. Het is een vonnis dat de nodige controverse oplevert. Hagemann houdt vol onschuldig te zijn. Ybo Buruma maakte zich er nog boos om. Er volgt cassatie in 2006, maar de Hoge Raad verwerpt het beroep.

Getuigen

Gedurende de zaak wordt een behoorlijk aantal getuigen gehoord. In het rechtbankverslag wordt zelfs naar een dertigste getuige verwezen. Een korte (nu ja, min of meer dan) bloemlezing wil ik u niet onthouden.

  • Een taxichauffeur (getuige 6) verklaart op zondag 4 maart 1984 omstreeks 06.25 het verzoek van de taxicentrale te hebben gekregen een klant op te pikken aan de H.J.E. Wenckebachweg 13 te Amsterdam; het clubhuis van de Hells Angels. De klant is een Hell’s Angel, een grote en grove kerel. Hij wil naar het Stadionplein en vraagt de chauffeur na de Tuyll van Seerooskerkenweg te stoppen. Dat verhaal wordt bevestigt door Hagemann tijdens een verklaring, die hij aflegt op 20 maart 1984. Hagemann zegt dan een paar maal te hebben aangebeld bij het latere slachtoffer.

  • Een voormalige vriendin van Louis Hagemann, Wil van W. en in de rechtbankverslagen “getuige 7”, verklaart ook het nodige. In de ochtenduren van maandagmorgen 5 maart 1984 staat Louis Hagemann onverwachts bij haar voor de deur. Hij draagt een jas over zijn clubkleuren heen. Louis meldt haar dat hij een paar dagen bij haar zou blijven omdat hij zich “wat rustig moet houden”; de politie is naar hem op zoek. Hij blijft inderdaad tot woensdag 7 maart en slaat die dinsdag de clubavond van de Hell’s Angels over. Op zijn jas zit een vlek en Hagemann vraagt Wil van W. die eruit te poetsen. Wanneer wil weggaat naar een kroeg om melk en een krant voor Hagemann te kopen is die jas verdwenen. In de tuin ligt er nog iets te smeulen. Louis Hagemann beaamt zijn bezoek aan Wil van H. in een van zijn verklaringen.

  • Wil van W. verkletst zich later tegen een andere vrouw (de latere getuige 8); Hagemanns jas zou onder het bloed gezeten hebben.

  • Een negende getuige is iemand die Louis Hagemann leert kennen wanneer beiden zijn gedetineerd in Den Bosch. In aanwezigheid van deze figuur vertelt Hagemann dat hij “een vriendin met twee koters het licht had uitgeblazen”. Hagemann zou daar vaker over gesproken hebben, hij werd kennelijk loslippig als hij gebruikt had.

  • Dat strookt met het relaas van getuige 11, die zelf als verdachte werd aangehouden in een ander onderzoek. Tijdens zijn verhoor vertelt hij de politie over Louis Hagemann, uit wiens mond hij gehoord had dat deze een vrouw en haar twee kinderen had vermoord.

  • Renetta van der Meer is getuige 10. Zij verklaart van 1996 tot 1998 een relatie met Hagemann te hebben gehad. Hij heeft haar, kennelijk in een vlaag van woede, verteld dat hij “al eens een vrouw en twee kinderen vermoord had” en noemde daarbij Corina bij haar voornaam. Die opmerking moest Van der Meer als waarschuwing dienen; hij voegde haar die toe terwijl hij haar mishandelde en waarschuwde dat haar hetzelfde kon gebeuren.

Novum

Er is een herzieningsverzoek ingediend, dat op dinsdag 19 november behandeld zal worden. Hagemanns advocaat, John Peters, wil de zaak graag heropend zien omdat de verklaringen van Renetta van der Meer in een kwade reuk kwamen te staan nu drie van haar exen, kennelijk onafhankelijk van elkaar, verklaren dat zij gezegd heeft dat ze een valse verklaring aflegde tegen Hagemann.

Erger; in zijn pleidooi beweert de advocaat dat Peter R. de Vries seksueel contact gehad zou hebben met “kroongetuige” Renetta. Iets dat de misdaadverslaggever zelf in alle toonaarden ontkent.

De Vries,op zijn beurt, beweert dat hij meermaals aangifte heeft gedaan vanwege bedreiging door Louis Hagemann en door diens aanhang jarenlang werd besmeurd, lastig gevallen en geterroriseerd.

De beschuldiging van seksuele escapades tussen De Vries en Renetta, gedaan door twee van haar ex-partners, maakt in elk geval dat de veroordeling van Louis Hagemann de laatste dagen weer helemaal hip in complottersland (1, 2, 3, 4, hoedje van…) en ik vermoed dat ’t zo nog wel even zal blijven.

In elk geval tot 19 november.

Vrouwenstandpunt

Heugelijk nieuws voor iedereen die discriminatie tegenstaat –ook de religieus geïnspireerde variant. De Hoge Raad heeft bepaald dat de SGP vrouwen gelijk dient te behandelen en hen niet mag verbieden bestuursfuncties binnen de partij te bekleden. Ook mag de partij hen daarom het actief danwel passief stemrecht niet onthouden. Dat druist immers in tegen het Vrouwenverdrag van de Verenigde Naties, dat de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen voorstaat.

Niet alleen dat overigens, want iedere Nederlander van achttien jaar en ouder geniet stemrecht. Dat is netjes in de Grondwet vastgelegd. Vooralsnog moet je een misdrijf gepleegd hebben en een gevangenisstraf van een jaar of meer verdiend hebben, wil een rechter je tijdelijk en als onderdeel van je straf je stemrecht kunnen ontzeggen. De houding van de SGP jegens vrouwen en hun stemrecht is dus behoorlijk aanmatigend.

De Hoge Raad gaat verder; niet alleen mag de SGP vrouwen niet weren van de kandidatenlijsten, de staat is op haar beurt verplicht ervoor te zorgen dat de partij vrouwen dat recht niet onthoudt. Mooi.

De SGP is vooralsnog vooral teleurgesteld en beraadt zich op een “uitgebreider reactie”. Misschien kunnen ze in hun beraad meenemen dat het eerste artikel uit onze Grondwet de lijm is van deze samenleving, die nog altijd voor zo’n beetje de helft uit vrouwen bestaat. Dit artikel behelst een van de voornaamste grondbeginselen van de democratie; het menselijk gelijkheidsideaal.

Artikel 1
Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.

Het om hun vrouwzijn aan vrouwen willen onthouden van hun stemrecht is, net als het in de hoedanigheid van gemeentelijk ambtenaar hen de uitgestoken hand willen weigeren, alleszins gewoon discriminatie natuurlijk. Ook wanneer zulks gedaan wordt met een zweterig handje op een heilig boek.

Een beroep op het zesde artikel van onze grondwet, dat de vrijheid van het belijden van een religie of levensovertuiging waarborgt, doet daar niets aan af. Zeker niet wanneer we dat artikel eens vergelijken met het eerste;

Artikel 6
1. Ieder heeft het recht zijn godsdienst of levensovertuiging, individueel of in gemeenschap met anderen, vrij te belijden, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.
2. De wet kan ter zake van de uitoefening van dit recht buiten gebouwen en besloten plaatsen regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden.

Opvallend is de zinsnede behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. Anders dan bij het eerste worden de grenzen van dit artikel duidelijk aangegeven; de vrijheid van geloof wordt omkaderd door de wet. De Hoge Raad wijst hier ook op; “In een democratische rechtsstaat mag aan politieke beginselen en programma’s slechts praktische uitvoering worden gegeven binnen de grenzen die wetten en verdragen daaraan stellen”.

Dat de staat niet langer discriminatie mag gedogen, in de vorm van het vrouwenstandpunt van de SGP, doet me deugd.