GeenStijl: Grote muilen, tere zielen?

Honderd vrouwen vroegen adverteerders nog eens goed na te denken waar zij adverteren. Zij deden, heel beschaafd, een moreel appèl;

Maar bedenk u ook dat uw logo, uw zorgvuldig opgebouwde imago, naast dit soort teksten verschijnt: ‘Ze loenst een beetje, geil bij het pijpen als mij aankijkt, terwijl ik zeg dat ze echt een lekkere hoer is.’ U kiest er ook voor om niet te adverteren op sites met porno of extreem geweld. Waarom dan wel hierop? U betaalt mee aan de salarissen van de meest invloedrijke internettrollen. Een site waar vrouwenvernedering en racisme de norm is, niet de uitzondering. Donderdag besloot defensie om zich voorlopig terug te trekken als adverteerder. Wij hopen dat meer bedrijven kritisch gaan nadenken over sites met een groot bereik, maar een beperkt moreel besef.

Roderick Veelo betichtte de dames bij Pauw van ‘naming and shaming’, dat vindt hij als journalist slecht en hij vindt het een gotspe dat journalisten daar voor ‘op de tafel gaan staan’. Ik vind dat lollig van meneer Veelo, want als er iemand grootmeester in het naming and shaming is, dan is dat GeenStijl.

Laten we daarbij ook vooral niet vergeten dat GeenStijl zelf ook graag tot boycots op placht te roepen. Zo moest HEMA het al eens ontgelden, want ‘zo rolt‘ GeenStijl. Jaren geleden verklaarde GeenStijl het NRC de oorlog en riep op tot een boycot van die krant. En laten we wel zijn, wie wil uitdelen zal op zijn tijd ook moeten incasseren.

Vrouwen die het aandurven een onwelgevallige mening te uiten krijgen standaard een stortvloed aan virulent seksistische vullis over zich uitgestort. Vrouwelijke journalisten zijn mikpunt van seksistische intimidatie en bedreiging op internet. Seksuele intimidatie is, zo bevestigt de NVJ, een vorm van intimidatie die “vooral vrouwelijke journalisten voor hun kiezen krijgen, als ze het lef hebben kritisch te zijn”. Dat is precies ook de aanleiding voor het verschijnen van dit manifest.

#wiebetaaltDumpertReeten 

NRC-journaliste Rosanne Hertzberger is daar een schoolvoorbeeld van. Zij had de euvele moed een column te wijden aan het beroemde en beruchte roze weblog GeenStijl, haar zusje Dumpert en het fenomeen ‘dumpertreeten’. Daarbij worden video’s beoordeeld aan de hand van blote vrouwenbillen, ‘reeten’. Mevrouw Hertzberger kaartte het seksisme daarachter aan en stelde zich de vraag wie dat vrouwonvriendelijke dumpertreeten toch betaalt.

Dat zijn de adverteerders op die sites, uiteraard, en dus besloot Hertzberger die adverteerders eens te wijzen op al dat vrouwonvriendelijke gedoe. Grolsch, WNF, Persgroep HAK, IKEA, KWF, Stichting Vluchteling en het Ministerie van Defensie haakten geschrokken af. Terecht natuurlijk, al was het maar in het kader van verantwoord ondernemen.

Haar journalistieke werk werd Hertzberger niet in dank genomen en kwam haar, zoals dat vaker met vrouwelijke journalisten gaat, op een stortvloed aan misogyne bagger te staan. De roze horde vond haar een ‘kuthoer’, een ‘droogsloot’ en een ‘teerhartig viswijf’, waarvan men hoopte dat ze zo zwaar verkracht zou worden, dat ze er een half jaar herstel van nodig zou hebben.

Let wel: Dat moet je dan, als vrouw, ook nog sportief opvatten wil je niet voor zeikwijf versleten worden.

Collega-journaliste Loes Reijmer schreef op haar beurt een artikel over de reacties die Rosanne Hertzberger op haar schrijven kreeg. Daar lustten de honden inderdaad geen brood van. Mevrouw Reijmer werd onmiddellijk de volgende op de heksenjachtlijst van GeenStijl. Er werd een foto van haar op de site geplaatst en GeenStijl stelde haar reaguurdersvolk de prangende vraag: “Zou u haar doen?” De Daar-Moet-Een-Piemol-Brigade liet zich gewillig mennen.

Vrijheid van meningsuiting

Dikke boehoe op de roze panelen, want oproepen tot een boycot door adverteerders is een heuse persbreidel en een aanslag het recht op vrije meningsuiting van de reaguurder.

Nu houd ik ontzettend van het recht op de vrije meningsuiting en ik ben een van haar grootste voorvechters. Toch haak ik hier af. Teksten als “Ik zou haar overdwars in alle gaatjes nemen. Lekker langzaam volpompen. Om daarna keihard haar mond over mijn keiharde lid te trekken. Hard duwen op dat hoofd. Kokhalzend krijgt ze mijn warme zaad. Hmm” hebben HELEMAAL niets te maken met die vrije meningsuiting. Net zo min als: “Met haar armen op haar rug gebonden en een stevig stuk grijze tape over haar mond geplakt zou ik haar zeker doen!” 

Zulke gewelddadige verkrachtingsfantasieën zouden reden moeten zijn je eens grondig na te laten kijken, maar in de wereld van GeenStijl heet dat ‘vrije meningsuiting’. Welnu, de vrijheid van meningsuiting is in Nederland niet absoluut en is dat ook nooit geweest. Die vrijheid geniet eenieder, dus ook de reaguurder, behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet. Die wet nu, stelt dat belediging, belediging van groepen mensen, laster, smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting.

Een ‘artikel’ dat bestaat uit het plaatsen van een foto van een journaliste onder de kop “Zou u haar doen?” heeft NIETS te maken met journalistiek. Het is daarbij ook nog eens hypocriet om je te verschuilen achter persvrijheid, terwijl je zelf lak hebt aan kleinigheden zoals hoor en wederhoor, een eerlijke berichtgeving en het het journalistieke streven naar objectiviteit.

Persbreidel

Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer en criminoloog Marjolein Odekerken deden overigens een onderzoek naar de toenemende mate waarmee Nederlandse journalisten te maken krijgen met bedreigingen en intimidatie tijdens hun werk. Dat onderzoek (PDF Factsheet) werd in opdracht van de NVJ, Het Genootschap van Hoofdredacteuren en het Persvrijheidsfonds gedaan. Het verschijnt volgende maand.

Als u wil weten wie werkelijk de pers tracht te breidelen, dan vindt u daarin uw antwoord. Bijna een kwart van de journalisten ontvangt dreigementen via sociale media. Een groot deel ziet zich, door bedreigingen en intimidaties, genoodzaakt zijn berichtgeving te staken of aan te passen.

Dat, dus.

#JusticeForFarkhunda

Farkhunda Malikzada

Kunt u zich de 27-jarige Farkhunda Malikzada nog herinneren? Deze jonge Afghaanse vrouw werd valselijk beschuldigd van het verbranden van een koran en werd gevoeglijk door een dolle meute gelyncht. Ze werd van een dak af gegooid, ze werd geslagen, er werd op haar lijf gestampt, ze werd overreden en uiteindelijk gestenigd. Haar ontzielde lichaam werd vervolgens in brand gestoken. Haar lijdensweg duurde 25 minuten en werd met mobiele telefoons gefilmd.

Farkhunda, zelf een vroom moslima, was de confrontatie aangegaan met de geestelijke van de Shah-Du-Shamshaira-moskee in Kabul, Omran, over de kwakzalvers die hij bij dat heiligdom amuletten en toverspreuken liet verkopen. Omran beschuldigde de vrouw er vervolgens valselijk van dat ze een koran zou hebben verbrand en hitste de menigte tegen haar op, aldus getuigen.

De beelden van de brute lynchpartij die daarop volgde gingen al gauw als een lopend vuurtje over het Internet. Haar gruwelijke dood leverde voor Afghanistan ongekende taferelen op, waarbij vrouwenactivisten op de been kwamen en er openlijk gepleit werd voor het inperken van de macht van geestelijken. Vrouwen verfden hun gezichten rood en gingen boos de straat op. Farkhunda Malikzada’s kist werd door vrouwen naar haar laatste rustplaats gedragen.

Vier van de mannen die de jonge Farkhunda vermoordden kregen de doodstraf opgelegd en acht anderen kregen zestien jaar gevangenisstraf. Elf politiemannen, die zonder wat te doen hadden toegekeken, kregen elk een jaar gevangenisstraf opgelegd.

Nu zijn die vonnissen stilletjes en achter gesloten deuren van tafel geveegd. In het geval van die doodsvonnissen kan ik daar niet rouwig om zijn: De doodstraf is een barbaarse straf die in geen enkel land mogelijk zou moeten zijn. Die doodstraffen zijn omgezet in straffen van twintig jaar.

Omran, de geestelijke die Farkhunda Malikzada valselijk beschuldigde en een meute mannen aanzette tot haar gruwelijke dood, werd echter vrijgesproken.

De familie van Farkhunda en activisten kaarten deze wanstaltige beslissing nu aan. Haar broer, Najibullah, vertelde het volgende aan de BBC:

“It’s not a court, it’s just a show… The media should have been there, we should been there, the lawyers should have been there. It’s a real theatre. The whole world laughs at the judicial system of Afghanistan. Do the judges have families, sisters, mothers – or not? Do they have a heart? We will not accept this decision.”

Farkhunda Malikzada was een dappere vrouw om zo de confrontatie aan te gaan met die geestelijke. Ze was hulpvaardig en betrokken bij het lot van arme mensen.

Haar dood gaf mensen moed, moed om de macht van die geestelijken openlijk tegen te streven en om de onderdrukking van vrouwen te bestrijden.

Farkhunda Malikzada is een van mijn Grote Vrouwen.

Catherine Gody Wolf

Vandaag is de verjaardag van Catherine Gody Wolf. Deze intelligente, betrokken en levenslustige vrouw werd op 25 mei 1947 geboren in Washington D.C.

Catherine Gody Wolf is psycholoog en uitvindster, ze heeft zes patenten op haar naam staan. Daarnaast schreef ze meer dan honderd researchartikelen over (toegepaste) kunstmatige intelligentie en de interactie tussen mensen en computers. Ze studeerde aan de Tufts University en Brown University en volgde postuniversitair onderwijs aan MIT. Ze werkte daarna negentien jaar lang als onderzoekspsycholoog voor IBM, bij het Thomas J. Watson Research Center in New York, en maakte naam met haar werkzaamheden aldaar. Ze raakte geïntrigeerd door de manier waarop mensen tijdens hun werk met computers en software omgaan en spraaksystemen. Ze ontwierp systemen die gesproken en handgeschreven taal om kunnen zetten naar het digitale.

Ze ontmoette haar grote liefde en latere echtgenoot Joel Wolf in 1967 en zij kregen samen twee dochters, Laura and Erika. Het gezin Wolf was bepaald ‘outdoorsy’. Ze wandelden in de bergen, zochten de zee op en zeilden. Moeder Wolf liep graag hard.

Tot ze in 1996, tijdens een les in moderne dans, merkte dat ze een van haar voeten niet naar behoren kon buigen.

Amyotrofische laterale sclerose (ALS)

Een jaar later bleek ze aan de progressieve spierziekte amyotrofische laterale sclerose (ALS) te lijden. De aandoening vrat zich langzaam maar zeker een weg door haar lichaam en gaandeweg verloor ze steeds meer controle over haar spieren. Haar spraakvermogen ging achteruit. Ze raakte aan een rolstoel gebonden. In 2001 zag ze zich genoodzaakt een tracheotomie te ondergaan, de ziekte had haar keel en neus bereikt, en sindsdien ademt ze door een tube. Nochtans ze werkte door bij IBM tot in 2004, toen ze met langdurig ziekteverlof ging. Ook daarna bleef ze werkzaam, onder andere voor het New York State Department of Health. Ze besloot haar laatste jaren doel en richting te geven door zich te storten op de strijd tegen ALS.

Catherine Gody Wolf deed onderzoek naar de ALS Functional Rating Scale, waarmee men de functionele beperkingen van ALS-patiënten in kaart brengt. Ze wist deze te verbeteren en heeft met haar werk inzicht gebracht in de functioneringsmogelijkheden van patiënten bij wie ALS reeds vergevorderd is.

Inmiddels is de ziekte bij Cathy Wolf zo ver gevorderd dat zij alleen de spieren van haar ogen en wenkbrauwen nog gebruiken kan. Ze schrijft gedichten en artikelen, is actief op FaceBook, e-mailt en geeft af en toe nog een interview. Dat alles met een computerprogramma, dat ze met de bewegingen van haar wenkbrauwen bestuurt.

Met een of twee woorden per minuut houdt deze bijzondere vrouw contact met de wereld en is zij een van de grootste pleitbezorgers voor ALS-patiënten en hun belangen. Daarnaast maakt ze zich hard voor mensenrechten, voor de openstelling van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht, het recht op abortus, voor gelijkheid, een einde aan de oorlogen in Irak en Afghanistan, voor dierenrechten en voor het afschaffen van de doodstraf.

Ze werkt samen met diverse andere wetenschappers aan een manier om via EEG een computer te kunnen besturen.   

Words 

Very,

Slow,

Ly,

Moving my head to the rhythm of beeps

Thankful for each tiny movement

Concentrating letter by letter

Squeezing each word out with gargantuan intensity

Like an ancient chiseling words in Aramaic

I will be heard!


Catherine Gody Wolf


Catherine Gody Wolf is een van mijn Grote Vrouwen.

Happy Birthday Mrs. Wolf!

Vergeten Grote Vrouwen en de gender gap in het onderwijs

In het jaar 2000 maakte de internationale gemeenschap ‘harde’ afspraken over uitermate belangrijke onderwijsdoelen. Nu, vijftien jaar later, heeft UNESCO de vorderingen gemeten en haar conclusies gepubliceerd in het Education for All Global Monitoring Report 2015

Slechts een op de drie landen heeft alle onderwijsdoelen ook daadwerkelijk gehaald. Meer dan honderdtwintig miljoen kinderen en adolescenten gaan anno 2015 nog steeds niet naar school. De ongelijkheid in toegang tot enig onderwijs is zelfs verder toegenomen en wordt in grote mate bepaald door armoede… en gender. 

Dat rapport is dus in haar geheel ontluisterend, maar het schetst vooral een zorgwekkend beeld voor de helft van de gehele mondiale populatie: Vrouwen. In de ergste gevallen gaan meisjes helemaal niet naar school, er zijn landen waar voor elke duizend jongens die lager onderwijs genieten nog geen twintig meisjes diezelfde kans krijgen. Krijgen meisjes wel onderwijs, dan worden hun jonge geesten van meet af aan vergiftigd met stereotype rolpatronen.

Jong geleerd

Jong geleerd is oud gedaan en goed voorbeeld doet volgen. Daarom proberen we hele generaties kinderen zo goed mogelijk allerlei belangrijke (en minder belangrijke) zaken bij te brengen en vinden we de schoolgang zo belangrijk. 

Daarom ook hechten we eraan kinderen met goede rolmodellen te confronteren. Voor vaders, moeders, grootouders, leraren, iedereen in de omgeving van een kind geldt: Kinderen kopiëren hetgeen u hen voordoet. Ze observeren uw voorbeeldgedrag én de consequenties van dat gedrag. Observerend (of ook wel sociaal) leren heet dat. Wanneer kinderen bijvoorbeeld agressief gedrag ook nog eens beloond zien worden, dan zijn zij nog veel meer geneigd dat gedrag te imiteren. 
Wij mensen blijven overigens ons leven lang gevoelig voor rolmodellen. Naarmate we meer bewondering voor zo’n rolmodel koesteren zijn we ook meer geneigd diens gedragingen te imiteren. 

Essentiële rolmodellen

Uit studies, onder andere uitgevoerd door mevrouw Penelope Lockwood, bleek al dat vrouwen daarnaast hun zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde bepalen aan de hand van goede, succesvolle rolmodellen van het eigen geslacht. Mannen bleken daar lang zo gevoelig niet voor en voor hen bleek het ook niet uit te maken of ze met een rolmodel van het eigen of van het andere geslacht werden geconfronteerd. 

Outstanding women can function as inspirational examples of success, illustrating the kinds of achievements that are possible for women around them. They demonstrate that it is possible to overcome traditional gender barriers, indicating to other women that high levels of success are indeed attainable. Female role models can also serve as proxies, guides to the potential accomplishments for which other women can strive. Finally, by demonstrating their competence in traditionally male occupations, highly successful women may undermine traditional gender stereotypes about women, thus reducing the damaging potential of stereotype threat effects.

De mensen onder u die mijn blog wat langer volgen kennen mijn groeiende lijst van Grote Vrouwen natuurlijk wel. De opvallend vaak vergeten en ondergewaardeerde kunstenaars, dichters, wetenschappers, uitvinders en voorvechters van gelijke rechten. Vrouwen die zich ontworstelden aan de vooroordelen van hun tijd en ontstegen aan de ondergeschikte plaats die hen door de maatschappij werd toebedeeld. Ik houd van de grote vrouwen uit de menselijke geschiedenis. De Hatsjepsoets, de Boudicca’s, de Maiden Queens en de Hypatia’s. 
De Grote Vrouwen die maar al te vaak blijken te schitteren door afwezigheid in de geschiedenisboeken, waaruit we kinderen over de hele wereld leren over de menselijke geschiedenis. 
Die afwezigheid is in ruime mate bepalend voor het zelfbeeld van meisjes en vrouwen en is een extreem beperkende factor voor hun perceptie van hun toekomstmogelijkheden.  

Vrouwen in schoolboekjes: afwezig of onderdanig

Mevrouw Rae Blumberg, sociologe aan de Universiteit van Virginia, deed hier de laatste jaren uitgebreid onderzoek naar. Ze schreef er een rapport over voor de VN-onderwijsorganisatie UNESCO, dat als background paper dient voor het UNESCO Education for All Global Monitoring Report 2015
Blumberg verzamelde gegevens van een zestigtal onderzoeken naar hoe vrouwen worden beschreven en afgebeeld in schoolboeken van 21 landen. Meisjes en vrouwen blijken sterk ondervertegenwoordigd en als er al aan hen gerefereerd wordt, dan is dat bijna altijd in de stereotype rol van huisvrouw, passieve thuiszitter en met weinig meer om handen dan traditionele huishoudelijke taken. Vrouwen zijn onzichtbaar of onderdanig. 
De jongetjes zijn de van zelfvertrouwen blakende avonturiers, de slimme wetenschappers en uitvinders, de grote leiders en de succesvolle carrièretijgers.  De meisjes zijn timide vogeltjes, voorbestemd voor een huiselijk leven achter de schermen. Op veruit de meeste afbeeldingen in die boeken staan vrouwen te koken of voor hun gezin te zorgen.  Zelfs in verhalen over dieren gaat het bijna altijd over het mannetjesdier. 

Stereotypen en de kindergeest

Dat is fnuikend. Kinderen die niet terugzien in zulke schoolboeken blijken zich namelijk ook helemaal niet voor te kunnen stellen dat ze wél tot meer in staat zijn dan stereotype traditie dicteert. Mevrouw Blumberg wees daarom ook op een Israëlisch onderzoek uit 2009, waaruit duidelijk blijkt dat kinderen de stereotypen waarmee zij in zulke schoolboeken geconfronteerd worden overnemen. 
Kinderen, vooral meisjes dus, die onderwijs kregen uit schoolboeken waar die genderongelijkheid níet in staat denken juist dat de diverse carrières en activiteiten die het leven hen te bieden heeft geschikt zijn voor zowel meisjes als jongens.
Educatie is de sleutel tot emancipatie!

Anna Sophia Polak

Op 27 april 1874 werd, in mijn eigenste mooie Rotterdam, Anna Sophia Polak geboren. Zij was de enige dochter van Herman Joseph Polak en Louisa Helena Stibbe. Haar vader was leraar (en later hoogleraar) Griekse taal- en letterkunde en conrector van het Erasmiaans Gymnasium. ‘Het Erasmiaans’ is nog altijd een begrip in Rotterdam en het is een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs van Nederland.

Als telg van intellectueel en liberaal-joods gezin groeide zij dus op in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze ging naar de Hogere Burgerschool voor meisjes en werd daarnaast door haar vader onderricht in Latijn en Grieks. In 1893 legde zij met succes het eindexamen gymnasium-A af. Kort daarna zou het gezin Polak naar Groningen verhuizen, waar Herman Polak in 1894 hoogleraar in de Griekse taal- en letterkunde werd.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was Anna Polak zoekende. Ze voelde zich weliswaar aangetrokken tot de klassieke talen en had een uitgesproken literair talent, maar wilde geen lerares worden en dat was wel het enige beroep waar zij, als jonge vrouw, met die studie voor in aanmerking komen kon. Ze was intelligent en sociaal en maatschappelijk zeer betrokken. Ze deed een zelfstudie Italiaans, werd beëdigd vertaalster en gaf privélessen Italiaans. Daarnaast was ze actief op sociaal en politiek vlak en deed zij zogeheten ‘Toynbeewerk’, sociaal ontwikkelingswerk, onder fabrieksarbeidsters.

Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

In Groningen ontmoette Anna Polak de bevlogen feministe Cato Pekelharing-Doyer, de drijvende kracht achter de Vrouwenbond en de eerste vrouw die zitting nam in de Groningse Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs. Mevrouw Pekelharing-Doyer was een van de initiatiefneemsters van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag plaats vond. Niet toevallig is dat hetzelfde jaar waarin koningin Wilhelmina zou worden ingehuldigd. De tentoonstelling moest een ode worden aan vrouwenarbeid, in al haar facetten, en de arbeidspositie van vrouwen op de agenda zetten.

Tijdens deze tentoonstelling, die 90.000 bezoekers trok, werden lezingen gehouden en congressen georganiseerd en dat alles had tot doel de “werkkring van vrouwen te bevorderen” en hun lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Anna Polak stond Cato Pekelharing-Doyer tijdens de voorbereidingen voor die tentoonstelling bij en ze zou het gebeuren later “haar leerschool op het gebied der vrouwenbeweging” noemen. Geïnspireerd door het Toynbeewerk en de tentoonstelling begon Anna Polak zich te verdiepen in de vrouwenvraagstukken van haar tijd.

Een van haar andere inspiratoren was Catharine van Tussenbroek, de tweede vrouwelijk arts van Nederland, wiens naam in een adem met bijvoorbeeld die van Aletta Jacobs genoemd zou moeten worden. Catharine van Tussenbroek had uitgesproken ideeën over vrouwenemancipatie. Waar andere medici beweerden dat jonge vrouwen uit de middenklasse “te zwak” waren voor een arbeidzaam bestaan weet dokter Van Tussenbroek een “tekort aan levensenergie” onder deze vrouwen juist aan het ontbreken van een doel in het leven. Al wat deze jonge vrouwen na de middelbare school als toekomstperspectief hadden was een lijdzaam wachten op een geschikte huwelijkspartner, en wel, that will suck the life out of you.

Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bracht genoeg geld in het laatje om Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid op te richten én inspireerde Anna Sophia Polak tot het schrijven van haar eerste boek. Haar ‘Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging’ zag in 1902 het literair levenslicht. Een heel hoofdstuk over Catharine van Tussenbroek ontbreekt daar uiteraard niet aan. In het boek legt mevrouw Polak haar ideeën uit over vrouwenemancipatie en pleit zij voor een “evolutionair proces van ontvoogding van de vrouw” als middel daartoe.

Leven en loopbaan

Marie Heinen (links) en Anna Sophia Polak

Anna Polak werd in 1904 bestuurslid van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Ze was eerst lid en van 1907 tot 1908 bestuurslid van de Groningse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Anna Polak werd op 15 september 1908 de derde directrice van het in Den Haag gevestigde Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Ze verhuisde daarvoor naar Den Haag en van daar uit nam haar carrière een ware vlucht. Omdat haar vader in juni van dat jaar was overleden verhuisde haar moeder met haar mee. Louisa Helena zou tot haar dood in 1936 bij haar dochter blijven wonen.

In 1908 werd Anna Polak directeur van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid en samen met adjunct-directeur Marie Heinen zette ze zich actief in voor de verbetering van de positie van de vrouw in Nederland. Ze brachten vrouwenberoepen in kaart, organiseerden voorlichtingssessies en spreekuren en brachten diverse brochures uit.

In 1920 werd Anna Polak voorzitter van het Permanente Comité voor Vrouwenarbeid van de Internationale Vrouwenraad, een functie die zij vijf jaar lang zou bekleden. In 1926 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en van 1927 tot 1932 was ze voorzitter van de Nationale Vrouwenraad.

Anna Polak was wars van de confessionele opvatting dat meisjes slechts het huwelijk en het moederschap beschoren zou zijn en geloofde in het belang van betaald werk en economische onafhankelijkheid voor vrouwen en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt door goede vakopleidingen. Voor levensgeluk is een vrouw niet afhankelijk van een man, zo hield zij haar tijdgenoten voor. Arbeid, zo meende zij, moest niet als een negatief verschijnsel bezien worden, maar kon voor zowel mannen als vrouwen ‘een der rijkste bronnen van levensvreugde’ betekenen.  Amen to that!

Ze had heel wat op haar agenda; vrijheid van arbeid, gelijk loon voor gelijk werk en een einde aan discriminatie van (al dan niet getrouwde) vrouwen op de arbeidsmarkt en bij de toebedeling van gehuwden- en kindertoeslagen. Niet alleen dat, ze vond dat het huisvrouwenschap een beroep op zich was. Anna Polak vond verder dat vrouwen, die de capaciteiten hadden om een wetenschappelijke opleiding te volgen, ook de mogelijkheid daartoe moesten krijgen. Ze bleef daarom ijveren voor een gedegen beroepskeuzevoorlichting voor meisjes en het is aan haar te danken dat het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag in 1931 haar eerste vrouwelijke adviseur aanstelde.

En alles dat in een tijd waarin het nog volstrekt normaal gezien werd dat vrouwen ontslagen werden zodra zij trouwden, mevrouw Polak was met haar ideeën haar tijd revolutionair ver vooruit.

In 1936 sloeg echter het noodlot toe en werd Anna Polak ziek. Ze vertoonde verschijnselen van dementie, werd op grond daarvan arbeidsongeschikt verklaard en werd daarom, kort na de dood van haar moeder, eervol ontslagen. In 1941 waren die ziekteverschijnselen zo verergerd dat ze onder curatele was geplaatst en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag werd opgenomen. Nederland was toen uiteraard al bezet.

In 1943 deporteerden de Duitsers deze bijzondere vrouw, 69 jaar en inmiddels dement, naar Westerbork. Op 23 februari 1943 werd zij per trein op transport gesteld, naar Auschwitz. Na drie dagen, op 26 februari kwam de trein bij het vernietigingskamp aan. Anna Polak werd diezelfde dag nog vermoord.

Anna Sophia Polak is een van mijn Grote Vrouwen.

Internationale Vrouwendag 2015

Mijn Flickr, Artsy Lady

Internationale Vrouwendag staat dit jaar in het teken van economische zelfstandigheid. Dat is meteen een mooie gelegenheid om Nederland op dit vlak de maat eens te nemen. Hoe staat het met Nederlandse vrouwen en hun economische zelfstandigheid?

Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen. Nam in 1986 nog 44% van de vrouwen deel aan de arbeidsmarkt, in 2012 was dat 72%. De arbeidsdeelname van mannen (85%) bleef in deze periode vrijwel constant.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6 (CBS, 2012) procent minder dan hun mannelijke evenknieën.

Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Oorzaken van de loonkloof

De oorzaken daarvoor zijn divers, op het eerste oog dan. Vrouwen beginnen hun carrière al op achterstand en maken gedurende hun loopbaan keuzes die financieel gezien minder lonend zijn; ze werken vaker part-time, kiezen vaker voor een kleiner bedrijf als werkgever en voor beroepen en sectoren waarin de lonen relatief lager liggen, zoals de zorg of het onderwijs.

Part-time werken heeft verregaande gevolgen, want wie minder uren maakt doet minder ervaring op en komt minder vaak in aanmerking voor een leidinggevende functie. Van alle werkende vrouwen heeft slechts 4% een managementfunctie, tegenover 9% van de mannen. Dit verschil hangt volgens het CBS samen met het feit dat de meeste vrouwen in deeltijd werken, zeker wanneer ze jonge kinderen hebben. Maar de kleine groep moeders die fulltime werkt is juist relatief vaak manager, bijna net zo vaak als vaders.

Nederlandse vrouwen besteden veel meer tijd aan het huishouden en de zorg voor
kinderen en veel minder tijd aan betaald werk dan mannen. Vrouwen nemen een onevenredig groot aandeel zorg op zich. Ze zijn oververtegenwoordigd in de zorg voor kinderen, onder mantelzorgers en vrijwilligers. Met de opkomst van de ‘participatiesamenleving’ wordt er allengs een nog groter beroep op hen gedaan. Het aantal werkenden dat naast hun werk mantelzorg verleent stijgt. Zorgverplichtingen zijn de voornaamste reden om in deeltijd te werken (SCP, Aanbod van Arbeid 2014). Van de werkende vrouwen geeft 59% aan om die reden een deeltijdbaan te hebben, tegen over 28% van de mannen.

Het vreemdst van dat al is dat die onbetaalde zorg zo ondergewaardeerd wordt. Mensen die zorgen, mantelzorgen en vrijwilligerswerk doen leveren echter evengoed een belangrijke bijdrage aan onze maatschappij. Economisch nut kan en mag niet de enige maatstaf zijn.

Kinderen zijn hinderen

Het al dan niet hebben van kinderen is voor vrouwen een bepalende factor voor wat betreft arbeidsparticipatie, carrière en economische zelfstandigheid. Jonge vrouwen met een partner en zonder kinderen lopen voorop wat economische zelfstandigheid betreft. Van hen is bijna 70% economisch zelfstandig en zij gaan dus bijna gelijk op met mannen (73%).

Alleenstaande moeders met een kind in de peuterleeftijd ‘scoren’ het laagst met 40%. Zij lopen ook het meeste risico op armoede.

Van de mannen zijn gehuwde vaders met minderjarige kinderen juist het vaakst economisch zelfstandig (bijna 90%).

Struikelblok daarbij is het hopeloos ouderwetse idee dat de verantwoordelijkheid voor het huishouden en de zorg vooral bij vrouwen ligt en de man de gedoodverfde kostwinner is. De vanzelfsprekendheid waarmee vrouwen zich nog altijd laten opzadelen met primaire zorgtaken is daarbij net zo funest als het verwachtingspatroon waarmee zij zich door dat achtergebleven stereotype rolpatroon geconfronteerd zien.

Idem dito voor de structurele onderwaardering van mannen waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. In mijn omgeving wordt soms nog wat lacherig gedaan over het fenomeen ‘papadag’, terwijl het de gewoonste zaak van de wereld zou moeten zijn.

Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Ook onze overheid zit vastgeroest in ouderwetse ideeën over ouderschap. De partner die niet baarde krijgt twee dagen kraamverlof en drie hele dagen ouderschapsverlof. Die regeling nodigt al te veel uit traditionele rolpatronen te volgen.

Het ‘onverklaarbaar’ loonverschil 

Er is echter meer aan de hand. In 2012 verdienden vrouwen gemiddeld ruim 80% van het bruto-uurloon van mannen. Rekening houdend met alle hierboven beschreven verschillen blijft er bij de overheid een verschil over van 4% en in het bedrijfsleven een verschil van 8%.

Al met al is er dus ook in ons prachtig welvarend Nederland, waar gelijke rechten en het recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen in onze wetgeving verankerd liggen, nog altijd werk aan de winkel. Emancipatie is nooit af.

En natuurlijk hebben we het hier hartstikke goed, vrouwen incluis. Ik kan het niet vaak genoeg herhalen: Elders hebben maar zeer weinig mensen het beter en velen hebben het slechter.

Waarom emancipatie en feminisme niet af zijn

Op deez’ aardkloot is het voor vrouwen vaak kommer en kwel. Mondiaal gezien komen vrouwen er nog veel bekaaider af; we mogen dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, we doen tweederde van al het werk en dat tegen een bijzonder karig salaris; vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen. Weing verwonderlijk is dan ook driekwart van de armen op deez’ aardkloot vrouw.

En dat is het ergste nog niet. Bij lange na niet. Gendergerelateerd geweld is een wereldwijd een enorm issue. 

Wereldwijd wordt één op de vijf vrouwen in haar leven slachtoffer van verkrachting of poging daartoe.

Mondiaal wordt 35% van de vrouwen slachtoffer van seksueel geweld en 30% van huiselijk geweld.

Van de gevallen van seksueel geweld is 50% gericht op meisjes jonger dan 16 jaar.

Naar schatting zullen 20.000 vrouwen het aankomend jaar uit eerwraak worden omgebracht.

Elke dag ondergaan zo’n zesduizend jonge meisjes de volstrekt barbaarse meisjesbesnijdenis. Meer dan 130 miljoen vrouwen leven met de gevolgen van genitale verminking.

Alleen dit jaar al zullen zo’n 15 miljoen jonge meisjes als kindbruid een huwelijksbootje in worden gedwongen. Soms zelfs al op leeftijden van acht of negen jaar.

Van de ongeveer 1,2 miljoen kinderen die dit jaar als slaaf verhandeld zullen worden zal 80% een meisje zijn.

Er is nog zo’n lange weg te gaan en die begint met gelijkheid, gelijkwaardigheid en emancipatie.



Pas a pas, se va luènh. Stapje voor stapje, maar zo komen we er ook.

Zenzile Miriam Makeba, Mama Africa

Op 4 maart 1932 kwam Zenzile Miriam Makeba ter wereld in Prospect Township, bij Johannesburg, in het Zuid-Afrika van de Apartheid.

Haar moeder was een Swazi sangoma, een traditionele kruidenheler, en haar vader was een Xhosa. Miriam Makeba’s leven was van meet af aan alles behalve makkelijk. Toen zij net achttien dagen oud was werd haar moeder gearresteerd en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het verkopen van thuis gebrouwen Afrikaans bier. De eerste zes maanden van haar leven bracht de jonge Miriam in de gevangenis door. Haar vader stierf toen zij zes jaar oud was.

Ze ging naar een basisschool in Pretoria, waar ze in het koor zong. Dat zingen, dat zou ze haar hele leven blijven doen. Toen met de apartheidswetten van 1948 rassendiscriminatie werd geïnstitutionaliseerd was ze dus net 16 jaar oud.

Miriam Makeba trouwde op jonge leeftijd met James Kubay en ze kreeg haar eerste en enige kind toen zij achttien jaar oud was. Een dochter, Bongi Makeba. Miriam kreeg borstkanker en werd kort na die diagnose door James verlaten.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw zong ze in een Zuid-Afrikaanse jazzgroep, de Manhattan Brothers, en dat was het begin van haar zangcarrière. Ze ruilde de Manhattan Brothers in voor The Skylarks. The Skylarks, waarin alleen vrouwen zongen, mixte jazz met Zuid-Afrikaanse traditionele melodieën. Al in 1957 breekt ze door met het nummer “Pata Pata“, dat in de bantoetaal Xhosa geschreven werd door Dorothy Masuka.

Behalve een begenadigd zangeres was Miriam Makeba ook een bevlogen politiek activiste. Ze verzette zich tegen de Apartheid en streed voor burgerrechten.


1959, een keerpunt

In 1959 trad Miriam Makeba in het huwelijk met zanger Sonny Pillay, maar ook dat huwelijk zou niet lang stand houden. Ze zou datzelfde jaar nog van hem scheiden.

Dat jaar trad ze op in een anti-apartheid semi-documentaire van Lionel Rogosin. Die documentaire, Come Back, Africa, sloeg in als een bom. Come back, Africa confronteerde de wereld met de harde werkelijkheid van het Zuid-Afrika van de jaren vijftig. Ze schetste de gevolgen van het onmenselijke apartheidsregime voor Zuid-Afrika’s zwarte burgers; de achterstelling, de uitbuiting, de armoede, de willekeur van dat schrikbewind.

De documentaire zette Miriam Makeba internationaal op de kaart. Rogosin wist een visum voor Miriam te regelen, waar hij de nodige hoogwaardigheidsbekleders voor moest omkopen, zodat ze bij de première in Italië kon zijn.

Ze kreeg de vrouwelijke hoofdrol in de musical King Kong en kort daarna, op 1 november 1959, verscheen ze in The Steve Allen Show. Ze reisde af naar Londen, waar ze Harry Belafonte ontmoette, die haar onder zijn hoede nam en haar aan Amerika voorstelde. Ook in Amerika was ze een groot succes.

Ballingschap

Dat alles was de Zuid-Afrikaanse overheid niet ontgaan. Toen Miriams moeder in 1960 overleed en ze haar begrafenis bij wilde wonen, bleek ze niet langer welkom in haar geboorteland. Haar paspoort was ongeldig verklaard en haar terugreisvisum werd ingetrokken. Daarmee begon een ballingschap, die dertig jaar lang zou duren.

Zenzile Miriam Makeba bleef echter strijdbaar en ging bepaald niet bij de pakken neerzitten. Ze tekende een platencontract in de VS en bracht haar eerste Amerikaanse album uit: Miriam Makeba

In 1962 zong Miriam Makeba samen met Harry Belafonte op het grootse verjaardagsfeest van John F. Kennedy op Madison Square Garden en het jaar daarop bracht ze haar tweede album uit.

In 1963 verscheen ze bij de Verenigde Naties waar ze haar verhaal deed en tegen Apartheid pleitte.

“I ask all the leaders of the world: would you act differently, would you keep silent and do nothing if you were in our place, would you not resist if you were allowed no right in your own country because the color of your skin was different from the color of the rulers?”

Amerika

Miriam besloot in Amerika te gaan wonen. In 1964 trouwde ze met befaamd trompettist Hugh Masekela, die ze kende van de musical King Kong, maar het stel zou in 1966 alweer uit elkaar gaan. Ze bleven bevriend. In 1966 won ze een Grammy Award, samen met Harry Belafonte, voor het album An Evening with Belafonte/Makeba. 

Amerika deed haar goed en ze werd er een ster. Ze bracht er een paar van haar mooiste nummers uit, waaronder “Qongqothwane” (“The Click Song”) en “Malaika”. Ze combineerde jazz met traditionele Afrikaanse muziek en dat deed ze virtuoos. Ze verscheen standaard zonder make-up voor haar optredens en weigerde heur haar te ‘stylen’ – waarmee ze eigenhandig de ‘afrolook’ introduceerde.

Met haar succes vond ze ook gehoor; gehoor voor het leed van zwarte Zuid-Afrikanen. Zelf zou ze daar erg bescheiden over blijven, maar door haar levenservaringen in haar muziek te verwerken maakte ze een wereld van verschil. Een van de mooiste voorbeelden daarvan is “Khawuleza”, dat deel uitmaakt het album An Evening with Belafonte/Makeba.

Khawuleza is a South African song. It comes from the townships, locations, reservations, whichever, near the cities of South Africa, where all the black South Africans live. The children shout from the streets as they see police cars coming to raid their homes for one thing or another. They say “Khawuleza Mama!” which simply means “Hurry Mama! Please, please don’t let them catch you!”


Qongqothwane, dat is mijn favoriet – samen met Oxgam. Om de betekenis ervan en die prachtige klik-fonemen. Van origine is het een lied dat door Xhosa gezongen wordt bij een huwelijk. Het lied gaat over een keversoort die een kloppend geluid maakt en geluk zou brengen. Het diertje zou de weg wijzen in moeilijke tijden.

In 1968 huwde ze een Black Power-activist, Stokely Carmichael, en dat huwelijk veroorzaakte veel ophef op in Amerika. Het paar week uit naar Guinee, waar het in 1978 tot een scheiding kwam. Miriam Makeba bleef in Guinee, waar ze opnieuw zou trouwen, ditmaal met Bageot Bah.

In 1985 stierf Miriams dochter Bongi in het kraambed, in Guinee. Miriam Makeba verhuisde naar Brussel en in 1987 deed ze mee aan de Graceland-tour van Paul Simon.

Ontheemd als ze was wist ze een echte wereldburger te worden. De wereld omarmde haar en ze kon uiteindelijk bogen op paspoorten van negen verschillende landen en tien naties maakten haar tot ereburger. Als ’s werelds bekende Afrikaanse zangeres en boegbeeld van de strijd tegen Apartheid werd ze ‘Mama Afrika’ genoemd. Zuid-Afrika zou ze echter pas in 1990 weerzien, op uitnodiging van Nelson Mandela.

Dood en erfenis

Zenzile Miriam Makeba stierf op 9 november 2008, in Italië, aan een hartaanval. Ze stierf in het harnas, zo te zeggen, een dag nadat ze optrad bij een antimaffiaconcert. Dat concert werd georganiseerd als steunbetuiging voor antimaffiaschrijver Roberto Saviano, die destijds met de dood werd bedreigd.

Mama Afrika zong en veranderde de wereld. Deze prachtige vrouw laat ons haar muziek en haar boodschap na en ik hoop dat vele generaties na ons haar stem zullen mogen horen.

Ze is een legende, en een van mijn Grote Vrouwen.

Margaret E. Knight, wonderkind en uitvindster

Zo, bent u al een beetje bekomen van Valentijnsdag? Kreeg u een bloemetje of een kaartje van uw lief, of misschien een teken van leven van een stille aanbidder? Na het Valentijnssacherijn van vorig jaar beleefde ik vandaag mijn ideale Valentijnsdag: met mijn drie poezenbeesten genoot ik van een ontbijt op bed, in de woonkamer staat een enorme bos lelies te geuren en het mooist van dat al is dat ik mijn bed verder voor mijzelf alleen had. Ik heb de verwachtingen van onze maatschappij eindelijk van me afgeschud: ik ben zonder schroom de belichaming van de happy single. Het verstokte vrijgezellenbestaan past me als een oude jas, het zit me als gegoten.

Terwijl ik, ingebakerd tussen drie katten, genoot van deze heerlijke ochtend moest ik denken aan Marvelous Mattie. Genie, getrouwd met haar passie, uitvindster, zelfstandig, selfmade, single en prachtig rolmodel. Vandaag is haar geboortedag.

Margaret “Mattie” E. Knight

Margaret “Mattie” E. Knight werd op 14 februari 1838 geboren in York, in het Amerikaanse Maine. Al tijdens haar kinderjaren kwam haar vader, James Knight, te overlijden. De jonge Margaret ging tot haar twaalfde levensjaar naar school, om daarna zoals buitengewoon veel meisjes en jonge vrouwen, in een katoenfabriek aan het werk te gaan. Haar broers, Charlie en Jim, werkten daar ook.

Kinderarbeid was toen nog heel normaal en ook de slavernij moest nog afgeschaft worden, achterlijkheid kent geen tijd, so there you go.

Margaret Knight was al op jonge leeftijd gefascineerd door machines en gereedschappen. Gewapend met haar schetsboek “My Inventions”, een zakmes en de gereedschapskist van haar vader knutselde ze speelgoed, sleeën en een voetwarmer in elkaar. Ze observeerde de ratelende machines in de fabrieken waar ze werkte en maakte zich zo de techniek eigen. Ze wilde niet alleen weten hoe alles werkte, maar liet er ook haar creatieve geest op los in een zoektocht naar hoe ’t beter kon.

Haar eerste ‘echte’ uitvinding zou ze al gedaan hebben toen ze twaalf jaar oud was, nadat ze een ongeval met een weefmachine zag gebeuren. Een draad schoot los, de schietspoel schoot uit de weefmachine en raakte een fabrieksarbeider. Zulke ongevallen gebeurden met regelmaat. Ze bedacht een mechanisme dat een machine deed stoppen zodra er iets in vastliep en een metalen afscherming die fabrieksarbeiders beschermde tegen rondvliegende schietspoelen. Al gauw werd haar vondst in alle textielfabrieken gebruikt. Mattie was jong en naïef en haar familie wist niet beter en dus werd er niets vastgelegd met betrekking tot de vondst van de jonge uitvindster. Ze verdiende er dus niets aan en bleef dus een ‘eenvoudig’ fabrieksarbeidster.

In the bag

Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de strijd tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Staten, vestigde Margaret Knight zich in Massachusetts waar ze werk vond in een fabriek waar papieren zakken gemaakt werden. Tijdens haar werk bedacht ze dat het veel makkelijker zou zijn om spullen in die papieren zakken te stoppen als die een vierkante bodem zouden hebben. Ze ging met dat idee aan de slag en vond een machine uit die het papier in de juiste vorm sneed, het vouwde en de onderkant van de papieren zakken dichtlijmde. Het ding kon in zijn eentje doen waar voorheen dertig arbeiders voor nodig geweest waren.

Patent model 1879 (Smithsonian Museum)                        

Haar eerste prototype, van hout, was niet afdoende om er een patent mee aan te vragen ook al werkte het. Daarvoor moest ze een werkende prototype in staal kunnen laten zien en dus liet ze haar machine in staal fabriceren. Een van de medewerkers, Charles Annan, van de werkplaats waar ze dat liet doen ging met haar geesteskind aan de haal. Hij stal het ontwerp en vroeg er patent op aan.

Margaret E. Knight liet het er niet bij zitten en toog naar de rechter. Charles Annan beweerde, naar verluidt, dat het ontwerp wel van zijn hand moest zijn omdat een vrouw nu eenmaal niet in staat was om zo’n innovatief idee te bedenken. Mevrouw Knight kon echter met harde bewijzen aantonen dat ze daar heel wel toe in staat geweest was en dat het idee voor de machine echt aan haar brein ontsproten was. Talloze schetsen, ontwerpen en het houten model zorgden ervoor dat ze de zaak won en dat was in die tijd voor een vrouw een bijzonderheid. Had ik al gezegd dat achterlijkheid geen tijd kent? Enfin, in 1871 kwam het patent dus alsnog op haar naam te staan.

In samenwerking met een zakenman uit Massachusetts zette ze een eigen bedrijf op, Eastern Paper Bag Co. Haar verbeterde versie van de papieren zak, met de iconische vierkante bodem, wordt tot op de dag van vandaag nog gebruikt. We kennen hem vooral als boodschappentas in typisch Amerikaanse winkels.

Uitvindster pur sang

Gedurende haar leven zou Margaret Knight bijna honderd uitvindingen doen en meer dan twintig patenten op haar naam hebben. Ze vond een machine uit die schoenzolen kon snijden, een rotatiemotor, een verbrandingsmotor, een raamkozijn met schuifraam – Margaret E. Knight was van alle markten thuis. Ze bleef haar leven lang ongehuwd en leefde van wat haar uitvindingen opbrachten. Ze was zelfstandig en liet zich niet ontmoedigen door de achterlijke opvattingen over vrouwen en hun intellect, die in haar tijd gemeengoed waren en ook in onze tijd nog altijd niet overal zijn uitgebannen. Een selfmade woman.

Margaret E. Knight stierf op 12 oktober 1914 aan een longontsteking. In haar overlijdensbericht werd ze een “vrouwelijke Edison” genoemd, hetgeen haar eigenlijk geen recht deed, ze was meer dan dat en heeft een vergelijking met Edison helemaal niet nodig. Ze was, geheel en al op eigen merites, de beroemdste uitvindster van de negentiende eeuw, een op zichzelf staand fenomeen. Ze was een van ’s werelds eerste vrouwelijke patenthouders en een technisch genie.

“It is only following our nature. As a child i never cared for coddling bits of porcelain with senseless faces: the only things I wanted were a jack-knife, a gimlet and pieces of wood…I’m not surprised at what I’ve done. I’m only sorry I couldn’t have had as good a chance as a boy and have been put to my trade regularly.”

Margaret E. Knight is een van mijn Grote Vrouwen.

Slava Raškaj

Slava Raškaj, zelfportret 1898

Vandaag is de geboortedag van Slava Raškaj, een vrouw wier naam u naar alle waarschijnlijkheid onbekend is omdat zij een vergeten kunstenares is en dat, lief publiek, verdient remedie.

Op 2 januari 1877 kwam zij ter wereld als Friderika Slavomira Olga Raškaj. Ze werd in Ozalj geboren, een plaats in het toenmalige Oostenrijk-Hongerije en het hedendaags Kroatië. Ze bleek doof.

Haar moeder had een hoge functie bij de plaatselijke posterijen en schilderde in haar vrije tijd. De liefde voor het schilderen heeft zij overgebracht op haar twee dochters Slava en Paula. De beide meisjes zouden hun leven lang blijven schilderen.

Van haar achtste tot haar vijftiende levensjaar volgde Slava Raškaj een opleiding in een tehuis voor doven in Wenen, waarna ze naar haar geboorteplaats terugkeerde. In het tehuis leerde zij het Duits en het Frans, maar ook tekenen.

Eenmaal terug in Ozalj trok ze de aandacht van de lokale schoolleraar, die haar artistieke talent herkende. Hij adviseerde Slava’s ouders haar naar Zagreb te sturen, waar ze bij een vriend van hem in de leer zou kunnen gaan. Deze vriend, Vlaho Bukovac, weigerde haar echter als leerling aan te nemen. Een andere kunstenaar, Bela Čikoš-Sesija, besloot de jonge Slava wel onder zijn hoede te nemen.

Slava Raškaj, Lopoči u Botaničkom vrtu u Zagrebu II

Slava Raškaj bleek een buitengewoon begenadigd kunstenaar, met een voorliefde voor pastelkrijt en waterverf en een buitengewoon verfijnd gevoel voor kleur en pigmenten. Onder haar werk vindt u landschappen, stillevens, interieurs en zelfportretten. Vooral haar serie waterlelies heb ik lief. In later werk legt ze vooral haar gevoelens vast, een ontwikkeling die een toenemende somberheid en eenzaamheid laat zien.

Voor haar stillevens koos ze vaak zonderlinge en soms zelfs wat macabere onderwerpen. Ze schilderde graag buiten, in de botanische tuin van Zagreb bijvoorbeeld. Dat vinden we nu gewoon, maar dat was het in haar tijd zeker niet. Al gauw maakte ze naam.

Ze exposeerde in 1898 haar werk in Zagreb, tijdens een gezamenlijke tentoonstelling van meerdere Kroatische kunstenaars. Twee jaar later nam ze deel aan de Wereldtentoonstelling in Parijs en kort daarna werd er in Sint-Petersburg een tentoonstelling aan haar alleen gewijd. Ze werd lid van het Genootschap van Kroatische Kunstenaars, waarbij ze twaalf van haar werken ten toon stelde.

Slava Raškaj, Tree in Snow

Vanaf 1902 leed zij aan aan ernstige depressies en ze werd uiteindelijk zelfs opgenomen in een psychiatrische inrichting. Daar overleed ze op 29 maart 1906, net 29 jaar oud, aan tuberculose.

Ofschoon haar werk tijdens haar leven gewaardeerd werd in Europa werd zij daarna door kunsthistorici vergeten. Pas in de negentiger jaren van de vorige eeuw werd ze herontdekt.

Vanaf vandaag maakt ze deel uit van mijn almaar groeiende lijst van Grote Vrouwen.

Marrichgen Ariensdochter (en wat de CIA van haar had kunnen leren)

Van Marrichgen Ariensdochter weten we zo goed als niets. Het zal u dan waarschijnlijk ook verbazen dat ik haar vandaag in mijn lijst van Grote Vrouwen zal opnemen.

Het beetje dat we weten is dat ze ergens rond 1520 geboren werd in het Gelderse Poederoyen, ze ongehuwd gebleven is en tijdens haar leven in Nieuwpoort, Vianen en Utrecht gewoond heeft. Ze moet een kruidenvrouwtje zijn geweest. Daarnaast weten we dat ze op 18 december 1591 op de Steenenbrug voor het stadhuis in Schoonhoven als heks “genadelyk” werd gewurgd en op een brandstapel verbrand werd. Vandaag is dus haar sterfdag. Al wat we over haar weten berust op haar vonnis (en haar daarin opgenomen bekentenis) dat bewaard is gebleven.

Op 4 oktober 1591 werd ze beschuldigd van hekserij; ze zou een jongen betoverd hebben door hem aan te raken nadat hij weigerde weg te gaan. Door haar aanraking zou zijn haar zijn gekrompen alsof het werd uitgetrokken. De jongen moet het op een gillen gezet hebben, waarop omstanders zich tegen de oude vrouw keerden. “Feeks, zegent de jongen!” zouden ze tegen Marrichgen gezegd hebben en dat deed ze. Daarop zou het haar van de jongen zijn teruggekeerd, als bij de spreekwoordelijke toverslag.

De oploop leidde tot de gevangenneming van Marrichgen, toen ongeveer zeventig jaar oud, en ze werd overgedragen aan de schepenrechtbank van Schoonhoven. Baljuw Geerof Kluyt van Vorenbroek onderzocht de zaak en riep de rechtbank bijeen. Hij moet het onderzoek, voor zo ver daarvan gesproken kan worden, geleid hebben. Hij hield een requisitoir en formuleerde de strafeis.

Waarschijnlijk werd Marrichgen gemarteld als onderdeel van het “onderzoek” van de baljuw. Volgens het vonnis legde zij uiteindelijk een bekentenis “buyten banden van yseren” af, wat zoveel kan betekenen dat ze onder tortuur bekende en deze bekentenis later heeft herhaald. Bijstand van een advocaat (of wat daar in die tijd voor door moest gaan) kreeg ze uiteraard niet.

Op 18 december 1591 oordeelden zeven schepenen over het lot van de oude vrouw en nog dezelfde dag werd zij ter dood gebracht. Voor het stadhuis werd zij geworcht en voorts in den viere verbrant tot stoff.

Volgens haar bekentenis zou Marrichgen toen zij rond 1583 in Vianen woonde (onder de windmolen en desperaet van armoede) tweemaal zijn bezocht door de duivel. De duivel zou een lange man geweest zijn, geheel in het zwart gekleed, die zich Heijnken noemde. Heijnken beloofde haar te helpen, als ze God maar zou verloochenen en Heijnkens bevelen op zou volgen. Hij gaf haar een gouden muntstuk en nam een stukje van de nagel van haar rechter ringvinger om die afspraak te bezegelen. Haar ringvinger zou daarna altijd blauw en koud gebleven zijn. Heijnken, die door Marrichgen in haar bekentenis steevast “de vijand” genoemd wordt, gaf haar een potje zalf waarmee ze mensen betoveren kon.

Heijnken en Marichgen zouden daarnaast meermaals “als man en wijf” met elkaar verkeerd hebben, waarna Heijnken vertrok. Het goudstuk zou daarna in “vuiligheid als kinderdrek” zijn veranderd.

Marrichgen zou met die zalf, die uit “vireyssem” (het mondschuim van een stervende) of “paddenrith” (paddenzaad) moet hebben bestaan, meerdere mensen betoverd hebben. Soms moet Heijnken haar daarvoor zelfs ’s nacht bij haar slachtoffers gebracht hebben en meestal waren die slachtoffers mensen die haar kwaad hadden willen doen of over haar kwaadgesproken zouden hebben.

Tegenwoordig weten we, of althans de meesten van ons toch, wel beter dan te geloven in hekserij. We weten ook dat beschuldigingen van hekserij gebaseerd zijn op bijgeloof en ze een middel waren om met onwelgevallige buitenbeentjes af te rekenen. In de dagen van Marrichgen Ariensdochter liepen mensen met een gebrek, oude mensen en rare snuiters al snel het risico om van hekserij beschuldigd te worden.

Angst voor het onbekende of onverklaarbare ligt daar aan ten grondslag, waarbij de mens de oorzaak van vervelende gebeurtenissen graag aan een kwaadwillende ander toeschrijft. Werden dieren of mensen ziek, werd een man onvruchtbaar of verloor een vrouw haar kind, dan werd dergelijk ongeluk toegeschreven aan een heks.

Tegenwoordig weten we ook, zo dacht ik, dat marteling zinloos is. Pijnig iemand hard en lang genoeg en hij zal alles zeggen wat je maar horen wilt. Dat de CIA wrede “verhoormethodes” heeft gebruikt die we gerust marteling kunnen noemen verbaasde me nochtans niet. Wanneer angst regeert verliezen mensen alle redelijkheid en gevoel voor realiteit uit het oog en zijn we zonder meer tot het vreselijkste in staat. Dat de CIA loog over de aantallen mensen die ze jarenlang martelde, mishandelde en misbruikte verbaast me ook niets, dat past wel bij het beeld dat ik heb van die dienst en het land dat zij dient. Het land immers, dat de doodstraf nog kent en Guantanamo Bay bedacht. Bijna de helft, 46%, van de Amerikanen gelooft dat marteling van terrorismeverdachten een gerechtvaardigd middel is om informatie los te krijgen en de martelingen zullen ongestraft blijven.

Een gevangene onderging 183 maal de sensatie te verdrinken door middel van wat “water boarding” genoemd wordt. Gevangenen werden soms tot zelfs 180 uur aaneen wakker gehouden.

Die wrede verhoormethodes bleken opnieuw ineffectief, zoals te lezen is in het The Senate Committee’s Report on the C.I.A.’s Use of Torture. In tegenstelling tot wat de CIA altijd heeft beweerd werden er geen aanslagen voorkomen.

Dat hadden we ruim vierhonderd jaar geleden al kunnen leren van arme mensen als Marrichgen Ariensdochter.