#Kerstcrisis, de ondemocratische sluiproute van het kabinet

Heeft u gisteravond het debat over de nieuwe zorgwet een beetje kunnen volgen? Ik ben er voor opgebleven, zij het met de luxe wetenschap dat ik vanochtend uitslapen kon. Iedereen die wel eens een nachtdienst gedraaid heeft weet het: Naarmate het later wordt functioneer je slechter. Waarom onze dames en heren politici bij wijze van een soort traditie tot diep in de nacht door debatteren is me dan ook een raadsel.

Zeker bij belangrijke onderwerpen zoals de nieuwe Zorgverzekeringswet van minister Edith Schippers en, veel belangrijker nog, wanneer het kabinet eigenhandig een bijl in de wortels van de democratie slaat.

Misschien werd er juist daarom wel een nachtelijk debat gevoerd, het daglicht lijkt het in elk geval niet te kunnen verdragen.

Hedenochtend werd ik overigens erg verrast door de mildheid waar de politieke escapades van de laatste dagen en afgelopen nacht mee door de pers ontvangen worden.

Marktwerking en de vrije artsenkeuze

Wat was er nou aan de hand? Wel, in een notendop: Er moet gewoon één miljard euro op de zorg bezuinigd worden en dus moet het zorgstelsel hervormd. Marktwerking, met als gevolg een verschuiving van macht naar wat grote zorgverzekeraars, en een beperking van de vrije artsenkeuze (voornamelijk voor mensen die zich geen duurdere polis kunnen veroorloven) moesten daarvoor garant staan. Door verzekeraars meer zeggenschap te geven over de zorgverlener waarmee u als patiënt in zee moet, zult u straks vooral diensten van zorgverleners waar die verzekeraars een contractje mee hebben moeten afnemen. Dat is goedkoper, meent men.

Nu heeft u wel het fundamentele recht om zelf te bepalen door wie en hoe u zich laat behandelen en deze wet beperkt u daar dus in. Tenminste, zo lang u zich de duurdere “restitutiepolis” niet kunt veroorloven. Kunt u dat wel, dan behoudt u dat recht. Dat zou ik een bepaald ongezonde tweedeling in de maatschappij willen noemen.

Wanneer ik zeg “recht” dan bedoel ik uw in onze Grondwet verankerde rechten. Artikel 1 van de Grondwet bijvoorbeeld, die dicteert dat u in gelijke gevallen ook gelijk behandeld dient te worden. Daarnaast belooft Artikel 10 u eerbiediging van uw persoonlijke levenssfeer en Artikel 11 de onaantastbaarheid van uw menselijk lichaam. Artikel 22 van de Grondwet draagt de overheid op om maatregelen te treffen ter bevordering van de volksgezondheid. U heeft het recht op toegang tot gezondheidszorg en dat mag derhalve niet van uw financiële situatie afhangen.

De dwarsliggers van Eerste Kamer

Gelukkig stak de Eerste Kamer daar afgelopen dinsdag een kordaat stokje voor de nieuwe Zorgverzekeringswet. Achtendertig leden stemden tegen, waaronder drie leden van de Eerste Kamerfractie van de PvdA. Achtendertig senatoren lagen geheel terecht en volkomen principieel dwars. Daar houd ik van. Daarmee is meteen ook nut en noodzaak van de Eerste Kamer weer bewezen. Denkt u daaraan, de volgende keer als een of andere politicus oppert die weg te bezuinigen?

De organisatie Zorgverzekeraars Nederland reageerde “teleurgesteld” op het sneuvelen van het wetsvoorstel, maar de Landelijke Huisartsen Vereniging was juist positief: “Het is goed dat de kwaliteit en niet de prijs doorslaggevend zijn. Een groot goed voor patiënt en arts”, aldus LHV-bestuurslid Paulus Lips. Dat is een veelzeggende tweedeling, me dunkt.

Algemene Maatregel van Bestuur

Goed. Gebelgd probeerde het kabinet ons vervolgens een hoogst eigenaardig kunstje te flikken. Mevrouw Schippers dreigde met opstappen en erger nog, het kabinet dreigde met een Algemene Maatregel van Bestuur. Zou de Eerste Kamer een licht gewijzigde en opnieuw ingediende Zorgverzekeringswet weer afwijzen, dan zou het kabinet het parlement gewoon omzeilen om de nieuwe wet toch door te drukken. Een Algemene Maatregel van Bestuur vergt namelijk geen instemming van het parlement.

Dat is in strijd met het staatsrecht. Een Algemene Maatregel van Bestuur is weliswaar een besluit van de regering, dat zonder medewerking van de Eerste en Tweede Kamer gemaakt wordt, maar er moet wel een wet aan ten grondslag liggen. In een Algemene Maatregel van Bestuur wordt de inhoud van die wet verder uitgewerkt.

Mij overviel het beeld van stampvoetende kleuters. Minidictators met mantelpakjes en stropdasjes.

De kern van het wetsvoorstel blijft, ondanks de compromissen, echter overeind: Zorgverzekeraars hebben straks geen verplichting meer om de rekening van zo’n niet-gecontracteerde zorgverlener (grotendeels) te betalen. Het is dan ook afwachten of de Eerste Kamer het wetsvoorstel niet gewoon een tweede keer torpedeert én of het kabinet die Algemene Maatregel van Bestuur uit haar trukendoos tovert.

Komt het zo ver, dan is de tijd aangebroken het hele spul naar huis te sturen.

Rapportage Mensenrechten in Nederland 2013

Na het Jaarbericht Kinderrechten, dat op 17 juni jongstleden werd aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie, verschijnt vandaag jaarlijkse rapportage Mensenrechten in Nederland 2013. Deze rapportage wordt opgesteld door het College voor de Rechten van de Mens, een onafhankelijke toezichthouder op mensenrechten in Nederland.

Wie de moeite neemt de tweehonderd pagina’s tellende rapportage door te nemen zal op een aantal lelijke pijnpunten stuiten. Voor wie daar geen zin in heeft, wat high lights:

Discriminatie en non-discriminatie

Ik gooi maar meteen twee hoofdstukken uit de rapportage op een grote hoop. Discriminatie is dagelijkse praktijk. Het gebeurt in veel gevallen niet eens opzettelijk, maar het gebeurt. Zowel op basis van afkomst en cultuur als op basis van geslacht, leeftijd, handicap, seksuele gerichtheid en religie.

Uiteraard refereert de rapportage aan de hoogoplopende discussies over Zwarte Piet. Discriminatie komt op diverse gebieden voor; op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, de media, het horeca-deurbeleid, in het politieke klimaat (“Minder Marokkanen. Minder, minder, minder!”) en etnisch profileren door de politie.

Het College voor de Rechten van de Mens gaat in haar rapportage nog even op zoek naar de oorzaak daarvan en van de allergische reactie die de gemiddelde Nederlander kennelijk geeft op de constatering dat iets discriminatoir zou zijn. Blanke autochtonen schieten nogal eens in een krampachtige ontkenning en zelfverdediging. We wanen ons tolerante inwoners van een tolerant gidsland en hebben er moeite mee wanneer die illusie doorgeprikt wordt. Dat herken ik ook in mijzelf, ik heb me in de discussie over Zwarte Piet bijvoorbeeld ook geroerd.

Zorgelijk vind ik de observatie van een opkomend “nativisme”, waarbij men als “native” of oorspronkelijke bewoner oudere en zwaarwegender rechten te hebben dan relatieve nieuwkomers.

Vrouwen worden nog altijd niet gelijk betaald voor gelijk werk en ook zwangerschapsdiscriminatie is gewoon gemeengoed. Kom op zeg, Nederland, dat is structurele discriminatie van de helft van de populatie!

Transgenders komen er het bekaaidst vanaf, voor hen is zelfs niets voorzien in de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Nationale implementatie en infrastructuur

Een lang verhaal kort: Mensenrechten staan nog te laag op de agenda’s van onze Rijksoverheid en de gemeentes. Beleid zou vaker en beter aan mensenrechten getoetst moeten worden. Een gemeente die huishoudelijke hulp wegbezuinigt waardoor een hulpbehoevende niet langer zelfstandig kan wonen tast het recht op wonen en het recht op sociale bescherming van die hulpbehoevende aan.

De rapportage is ook kritisch over de opkomende participatiesamenleving. Participatie is prachtig en een teken van een overheid die burgers ziet als volwaardige, zelfredzame en autonome eigenboontjesdoppers. Het is wel een struikelblok voor hulpbehoevenden die om te beginnen al geen geschikt sociaal netwerk hebben waarop zij een beroep kunnen doen.

Rechtspleging en rechtsmiddelen

Om de doorlooptijden van eenvoudige rechtszaken te bekorten is de ZSM-werkwijze ingevoerd. De officier van Justitie kan daarbij een strafbeschikking opleggen en doet daarbij wat eigenlijk aan de rechter is voorbehouden. Een verdachte hoeft daar niet mee akkoord te gaan en kan zo alsnog toegang krijgen tot een onpartijdige en onafhankelijke rechter. Voorwaarde daarbij is dan wel dat die verdachte juist en volledig geïnformeerd wordt over de mogelijkheden tegen die strafbeschikking in te gaan en over zijn recht op rechtsbijstand.

Nog een lang verhaal kort: Bezuinigingen op de (gesubsidieerde) rechtsbijstand vormen een direct gevaar voor het recht op toegang tot een rechter en het recht op een eerlijk proces.

Waarborgen rond vrijheidsbeneming

Het College voor de rechten van de Mens maakt zich zorgen om een conceptwetsvoorstel dat het mogelijk moet maken dat verdachten, die nog niet onherroepelijk zijn veroordeeld en wiens schuld dus nog niet onomstotelijk vaststaat, toch alvast de gevangenis in kunnen verdwijnen.

Mensen blijken in Nederland regelmatig onterecht of te lang in voorlopige hechtenis te zitten. Dat is niet alleen in strijd met de mensenrechten, we betalen ons ook blauw (11,1 miljoen euro!) aan schadevergoedingen. Rechters maken simpelweg te weinig gebruik van bestaande alternatieven op die voorlopige hechtenis.

Het ergst van alles: Driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit daar in voorarrest, van hen is dus nog niet bekend of ze terecht vast zitten.

Migratie en mensenrechten 

In 2013 zaten toch nog dertig kinderen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie en hoe we dat ook wenden of keren, kinderen horen daar per definitie niet in thuis. Dit jaar worden er maatregelen ingevoerd die dat geheel onmogelijk moeten maken.

Vreemdelingen worden na binnenkomst eerst twee weken onder een zwaar verblijfsregime ondergebracht, onnodig, want een lichter en minder vrijheidsbeperkend regime in gewoon voorhanden. Wie in vreemdelingendetentie verblijft ondervindt ook nog eens onnodig veel drempels wanneer hij medische hulp nodig heeft.

Vreemdelingen die Nederland moeten verlaten maar dat niet kunnen, bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt, hebben geen toegang tot basale voorzieningen zoals onderdak en voedsel. Zieke vreemdelingen worden teruggestuurd naar hun thuisland, terwijl we van tevoren al weten dat zij daar niet de ziekenzorg zullen krijgen die ze nodig hebben.

Privacy

Nederlandse en Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten verzamelden en analyseerden vorig jaar op grote schaal onze gegevens. De wetgeving die ons tegen een dergelijke inbreuk in onze persoonlijke levenssfeer moet beschermen is verouderd en houdt geen rekening met alle technische vooruitgang op dat gebied.

De Nederlandse diensten vertrouwen daarnaast buitenlandse diensten op hun blauwe ogen dat zij zich daarbij wel aan de mensenrechten zullen houden en dat is in de praktijk hoogst onverstandig gebleken.

Uitbreidingen in cameratoezicht verdienen het ook uitermate kritisch te worden bekeken en dan met name de inzet van mobiele camera’s en drones, die nog een veel grotere inbreuk op onze privacy zijn.

Door de voorgenomen decentralisatie zullen gemeentes vaker en meer van onze gegevens met elkaar uit gaan wisselen, zo vreest het College. Er moet een wettelijke garantie ingebouwd worden dat die uitwisseling wel ondubbelzinnig, vrijwillig en in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens gebeurt.

Huwelijk en privé- en gezinsleven

Een grote vooruitgang werd vorig jaar geboekt in wetgeving die het privé- en gezinsleven beschermt van ouderparen van gelijk geslacht. Lieden die geen huwelijken willen voltrekken tussen paren van gelijk geslacht zijn (eindelijk!) niet meer benoembaar als trouwambtenaar.

Transgenders die hun gegevens bij de burgerlijke stand willen veranderen moeten daarbij een verklaring van een deskundige overleggen, die daarin verklaart over de “duurzaamheid van de wens van de transgender”. Dat staat in potentie op gespannen voet met het recht op zelfbeschikking.

De gaswinning in Groningen kan de veiligheid en het leefmilieu van de Groningers aantasten en daarbij wordt hun recht op bescherming van het privé- en gezinsleven aangetast. De overheid heeft in deze kwestie te weinig oog voor dat mensenrecht, zowel bij de afhandeling van reeds ontstane schade als bij haar besluitvorming omtrent de gaswinning.

Lichamelijke en geestelijke integriteit

Huiselijk geweld staat hoog op de agenda en dat is maar goed ook want het komt op grote schaal voor. Nederland maakt zich op om het Verdrag van Istanbul, over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in het algemeen, te ratificeren. Dat duurt echter wel erg lang en Caribisch Nederland laat het daarbij zelfs helemaal afweten.

Mensenhandel

Voor slachtoffers van binnenlandse mensenhandel, en dan vooral meisjes, is te weinig passende opvang en zorg. Jeugdzorg heeft zelfs onvoldoende kennis in huis om deze slachtoffers te herkennen. Tijdens de rechtsgang is een schadevergoeding voor slachtoffers als onderdeel van het vonnis nog altijd een ondergeschoven kindje.

Minder bekende vormen van mensenhandel, zoals gedwongen bedelen en gedwongen criminaliteit, dienen beter in kaart te worden gebracht. Al wat we weten is dat deze vormen in ruime mate naast seksuele uitbuiting bestaan, maar concrete cijfers zijn er niet.

Bedrijven en mensenrechten 

Bedrijven hebben wat mensenrechten betreft net zo goed hun verantwoordelijkheden. Te hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden, gezondheidsschade, ongewenste intimiteiten, onderbetaling en al wat dies meer zij kunnen een inbreuk op de mensenrechten vormen. Er is nog te weinig aandacht voor moderne slavernij. De regering heeft vorig jaar het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten aan de Tweede Kamer gepresenteerd, maar hoe dat verder in de praktijk vorm moet gaan krijgen is nog volledig onbekend.

Arbeid en sociale zekerheid

Discriminatie op de arbeidsmarkt gebeurt, op kleur, leeftijd, geslacht, handicap enzovoorts, en vooroordelen en stereotyperingen onder werkgevers spelen daar een rol in.

Huishoudelijk werkers hebben binnen het sociaal en arbeidsrecht een minder gunstige positie dan andere werknemers.

Gemeenten mogen bijstandgerechtigden tot een tegenprestatie verplichten, maar niet om het werk te doen van mensen in functies die zijn wegbezuinigd en niet ten faveure van private partijen. Ook die bijstandgerechtigden hebben gewoon recht op billijke en eerlijke arbeidsomstandigheden en gelijk loon.

Gezondheid en zorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder.

Het college maakt zich daar zorgen over, meer bepaald de ouderenzorg en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. In de laatste branche constateert het misstanden met een structurele aard; lichamelijke integriteit, privacy en rechtsbescherming van patiënten zijn in het geding.

Er is nog altijd te weinig garantie dat onze persoonlijke gegevens en het medisch beroepsgeheim naar behoren worden beschermd bij het delen van onze medische gegevens. Gelukkig zei ik ‘nee’ tegen het elektronisch patiënten dossier en heb ik duidelijk aangegeven dat mijn gegevens niet gedeeld mogen worden.

Onderwijs en mensenrechteneducatie

Mbo-studenten met een beperking ondervonden vorig jaar problemen bij toegang tot een opleiding en het vinden van een stageplaats, terwijl zij toch echt recht hebben op een gelijke behandeling en passend onderwijs.

Educatie over onze mensenrechten staat nog steeds niet in de kerndoelen van het onderwijs.

Levensstandaard 

Er zijn nog altijd groepen mensen die in armoede leven en die niet of nauwelijks in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het aantal daklozen is toegenomen en meer mensen zijn afhankelijk van de voedselbank. Een derde van alle armen zijn kinderen en jongeren onder de achttien jaar. Het huidige armoedebeleid is niet gestoeld op de mensenrechten en er is weinig oog voor de beschadigende gevolgen van armoede.

Caribisch Nederland 

Armoede is hier het grootste probleem. Het gemiddeld inkomen is er lager, de gemiddelde kosten voor levensonderhoud hoger. Het gemiddeld opleidingsniveau is laag en met de werkgelegenheid is het somber gesteld. Huiselijk geweld is een veelvoorkomend probleem. De detentieratio is relatief hoog, mede omdat er geen oog is voor alternatieven op vrijheidsstraffen.

Dierenleed. Mag het een onsje minder zijn?

Cheval palomino, Yann Arthus Bertrand 

Het paard is voor mij altijd een bijzonder wezen geweest. Dat is niet verwonderlijk, van alle dieren spreekt het paard waarschijnlijk het meest tot onze verbeelding. Om zijn kracht, zijn gratie en zijn schoonheid. Niet voor niets neemt het paard zo’n prominente rol in de literatuur en de kunst in. De mens heeft daarnaast ook veel aan het paard te danken. Het heeft, samen met de hond en het rund, de menselijke geschiedenis gevormd.

Het paard is door de mens bejaagd, gehouden voor het vlees en de melk, gebruikt als trek-, rij- en lastdier en we hebben het rücksichtslos gebruikt als oorlogsmachine. Alexander de Grote had zijn Bucephalus, Koning Arthur zijn Llamrei en Napoleon had Marengo. De laatste oorlog waarin we paarden gebruikten was de Eerste Wereldoorlog en naar schatting kwamen zes tot acht miljoen paarden om.

Vreemd voor een geboren stadskind misschien, maar de liefde voor paarden zat er bij mij bijzonder vroeg in. Ik heb jaren moeten zeuren bij mijn ouders, maar toen ik acht was had ik het eindelijk voor elkaar en mocht ik op paardrijles. De allereerste keer op de rug van een pony en ik voelde me als een vis in het water. Ik negeerde de opdracht van de instructeur aan de beginnende ruitertjes om in het midden van de bak te komen staan en galoppeerde stiekem met de rest een paar rondjes mee.

Vanaf dat moment draaide alles in mijn leven om het paard. Ik had mijn rijdier na een les nog niet op stal gezet of ik verlangde alweer naar de rijles van de volgende week. Bij de paarden was ik gelukkig. Paarden snapte ik tenminste, met mensen had ik daar moeite mee. Die hebben immers de beleefdheid niet hun oren plat in de nek te leggen alvorens naar je uit te halen.

Ik meen nog altijd dat opgroeien met dieren goed is voor kinderen. De wetenschap staaft dat: Huisdieren hebben een positief effect op de fysieke en mentale gezondheid van mensen. Het aaien van een huisdier verlaagt de bloeddruk. Kinderen die een emotionele band met een huisdier hebben blijken meer empathie voor hun medemens te ontwikkelen. Dieren leren je over het leven. De eerste geboorte die ik zag was die van een veulen. De eerste dood die ik van nabij meemaakte was die van een oud manegepaard.

Ik besloot prompt geen paardenvlees meer te eten. Stel je toch eens voor dat ik een stuk van een van mijn paardenvrienden op mijn bord zou treffen! Argwanend informeerde ik bij ieder stuk rood vlees en elke plak rookvlees; paard of koe? Het was het begin van mijn carrière als zeikerd met eten.

Ooit vertelde iemand me dat kreeften leven gekookt werden. Je kon ze zelfs horen gillen als ze de pan in gingen. Dat at ik dus mooi niet. Kikkers bleken levend van hun billen gescheiden te worden en dus heb ik nog nooit een vork in een portie kikkerbillen geprikt. Dank je de koekoek. Voor mijn tonijnsalade bleken ze dolfijnen in sleepnetten te verzuipen. Die schattige dolfijntjes! Ik ben dus part time vegetariër. Vlees eet ik weinig en wat ik aan vlees eet moet biologisch zijn, gescharreld hebben en zo humaan mogelijk aan zijn eindje gekomen zijn.

Ik ben sowieso nooit erg dol geweest op vlees en vleeswaren, maar salami vind ik lekker. Tot jaren geleden bekend werd dat men bij de Italiaanse grens te importeren slachtpaarden mishandelde omdat Italië voor wrak vee een lagere importbelasting hief. De beelden van paarden met stukgeslagen oogkassen en gebroken benen raakte ik tot op de dag van vandaag niet meer kwijt. Jasses, mijn plakje salami was van páárd en dan ook nog eens een mishandeld paard.

De uitzending van Tros Radar over de erbarmelijk omstandigheden waaronder slachtpaarden gehouden, vervoerd en geslacht worden had me dus niet moeten verbazen. Er is in al die jaren eigenlijk niets veranderd. Omwille van een lekker goedkoop biefstukje worden gewonde, wrakke paarden op transport gezet. Paarden worden in uiterste gevallen tot zesendertig uur lang zonder water en voer vervoerd en, omdat de aanhangers verzegeld worden, moeten paarden die ten val komen noodgedwongen blijven liggen – als ze al niet met lange stroomstokken terug op de benen gedwongen worden.

Nederland importeert 6.871 ton paardenvlees per jaar en behoort tot de drie grootste Europese importeurs van paardenvlees. Importeurs en supermarkten, zoals Jumbo, blijken glashard tegen hun consumenten te liegen over de omstandigheden waaronder deze paarden te lijden hebben. Dat niet alleen, afgekeurde en soms zelfs gestolen sport- en hobbypaarden komen ook in onze paardenvleesproducten terecht. Racepaarden ondergaan hetzelfde lot. Deze dieren krijgen bij leven medicijnen toegediend die niet voor menselijke consumptie geschikt zijn.

Doet u ook mee met de e-mail en petitie-actie tegen de gruwelijke lijdensweg van slachtpaarden voor Nederlandse consumptie? Dat kan hier.

Het rapport “Wrede waarheid achter paardenvlees in NL” van Eyes on Animals vindt u hier.

Meer weten of het tragisch lot van racepaarden?

Aletta Jacobs

Aletta Henriëtte Jacobs kwam op 9 februari 1854 ter wereld in Sappemeer. Ze was het achtste van elf kinderen. Haar vader, Abraham Jacobs, was heelmeester en werkte als huisarts en een van Aletta’s oudere broers, Julius, was ook arts. Zij hadden een verregaande invloed op de jonge Aletta. Vader Jacobs nam Aletta geregeld mee tijdens huisbezoeken, ze kreeg de artsenij met de paplepel ingegoten. 

“Van mijn zesde jaar af heb ik steeds met de meest mogelijke beslistheid verklaard, dat ik, net als Pa en Julius, dokter wou worden. Geen oogenblik is toen of later de gedachte bij mij opgekomen, dat dit voor een meisje moeilijk zou gaan. Hoe kon dat ook? Thuis werd immers tusschen jongens en meisjes geenerlei verschil gemaakt.”

Zoals in die dagen gewoonlijk was werd Aletta naar een school voor jonge dames gestuurd, alwaar men de meisjes zaken als handwerken en etiquette bij placht te brengen. Ze hield het er twee weken uit. Haar vader probeerde haar tegemoet te komen; als ze overdag haar moeder in de huishouding zou helpen, zou ze in de avonduren Frans en Duits onderwezen krijgen. Het baatte niet en Aletta kwijnde weg, ze werd ziek.

Broer Julius ontfermde zich over zijn zusje spoorde haar aan om een studie medicijnen op te vatten. Het idee alleen was genoeg om Aletta op te kikkeren. Toen ze vijftien jaar was leerde ze voor leerling-apotheker, het diploma daarvoor behaalde ze in 1870. Eerder had de liberale minister Thorbecke een jongeman vrijstelling verleend voor het toelatingsexamen voor de universiteit omdat hij hetzelfde diploma bezat.

De directeur van de Hoogere Burgerschool, gesterkt door het liberale en vooruitstrevende beleid van Thorbecke, stond Aletta toe als toehoorder de lessen bij te wonen. Ze was het enige meisje.

Minister Thorbecke

Aletta Jacobs stuurde Thorbecke een brief, waarin zij om vrijstelling vroeg van het toelatingsexamen voor de universiteit. Na heel wat over en weer schrijven, waar vader Jacobs ook in werd betrokken, besloot Thorbecke dat Aletta op proef een jaar medicijnen mocht gaan studeren. In 1871 ging ze naar de Groningse universiteit.

In het gehele land viel de pers over Aletta Jacobs heen. Ze werd gehoond en bespot. Het gezin Jacobs had hieronder te lijden. Een van de broers werd zo getreiterd en belaagd dat hij afstand van zijn zusje nam; hij verklaarde haar openlijk dood.

Met het bericht dat Thorbecke op sterven lag kwam Aletta’s universitaire loopbaan in gevaar. Een volgende minister zou heel wel roet in het eten kunnen gooien. Aletta stuurde hem de positieve uitslagen van enkele tentamens en vroeg hem om toestemming examens af te leggen. Twee dagen na Thorbecke’s dood viel een schrijven met zijn toestemming op de mat, met een begeleidend schrijven waarin Aletta verteld werd dat het verlenen van die toestemming een van ’s Ministers laatste ambtsbezigheden was geweest.

Aletta studeerde in 1878 af, de eerste vrouwelijke arts in Nederland. Ze promoveerde een jaar later tot doctor in de medicijnen met haar dissertatie Over localisatie van physiologische en pathologische verschijnselen in de groote hersenen”

Na haar promotie ging ze als huisarts te werk in Amsterdam. Ze hield er tweemaal per week een gratis spreekuur voor arme vrouwen uit de Jordaan. 

Stemrecht voor vrouwen

Nu Aletta arts was verdiende ze genoeg om aan de looneis te voldoen om te mogen stemmen. Ze wilde ook gebruik maken van dat stemrecht. Dat viel niet in goede aarde en er werd gevoeglijk een expliciet verbod in de wet opgenomen; vrouwen mochten niet stemmen. 
Aletta Jacobs’ deed in 1882 het verzoek aan de gemeenteraad van Amsterdam om haar op de kieslijst te plaatsen. Dat verzoek werd geweigerd met een beroep op de “geest van de wet”. In 1887 werd  de grondwet aangepast en mochten alleen mannelijke ingezetenen zich verkiesbaar stellen. 
De Vereniging voor Vrouwenkiesrecht werd in 1894 opgericht en het jaar daarna werd Aletta Jacobs daar presidente van. Samen met andere vrouwen trok ze door het land om lezingen te geven. Ze organiseerde congressen en schreef artikelen. In 1911 en 1912 maakte Aletta Jacobs een wereldreis met Carrie Chapman Catt om kiesrecht voor vrouwen te propageren en voor zichzelf te zien hoe het met vrouwen elders op deez’ aardkloot gesteld was. 
In 1916 vond de grote vrouwendemonstratie plaats, die ertoe leidde dat in 1917 de wet aangepast werd en vrouwen het passief kiesrecht bekwamen. Twee jaar later kregen vrouwen, volgens het wetsontwerp Marchand, dezelfde politieke rechten als mannen. De eerste keer dat vrouwen automatisch ook een stembriefje kregen volgde in 1922.

Vrede

Behalve voor het vrouwenstemrecht zette Jacobs zich ook in voor de vrede. Tijdens de Tweede Boerenoorlog, liet ze zich in felle bewoordingen uit over de concentratiekampen die de Britten daar voor de kinderen en vrouwen van de strijdende Boeren hadden ingericht. 
Ook tijdens de Eerste Wereldoorlog ijverde zij zowel in Nederland als daarbuiten voor vrede. In 1914 werd (mede op initiatief van Aletta Jacobs) een vrouwenvredescongres in Den Haag gehouden, niet over het vrouwenkiesrecht maar over het belang van vrede. De deelneemsters bogen zich zich over vraagstukken als hoe men een einde aan de oorlog kon maken en hoe een vreedzame samenleving te organiseren. 

Medische carrière 

Ook op medisch gebied veroorzaakte Aletta Jacobs ophef. Ze had bij jonge vrouwen, die als winkeljuffrouw werkten, gynaecologische afwijkingen ontdekt die direct te relateren waren aan hun werk. In die tijd werkte een winkeljuffrouw van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat en werkdagen van vijftien uur waren eerder regel dan uitzondering. Daarbij moesten ze de hele dag blijven staan. Dokter Jacobs deed dus in 1894 een oproep winkels, die hun personeel geen zitgelegenheid boden, te boycotten. Opnieuw haalde ze de kranten, maar in 1902 werd er toch een wet aangenomen die zo’n zitgelegenheid voor winkelpersoneel verplicht stelde.
Jacobs constateerde dat een overmatig aantal opeenvolgende zwangerschappen een verwoestend effect hadden op een vrouwenlichaam en introduceerde introduceerde het pessarium als voorbehoedsmiddel. Ze werd lid van de Nieuw-Malthusiaanse Bond, die voor geboortebeperking pleitte.
In haar artikelen en tijdens lezingen kaartte ze deze en andere taboes aan. Haar uitlatingen over het belang van geboortebeperking en haar kritiek op de heersende dubbele moraal over prostitutie kwam haar opnieuw op hoon en spotternij te staan en ze werd zelfs bedreigd.  
De belangrijkste verdienste op medisch gebied is toch wel haar vooruitstrevendheid in het delen van haar kennis. Vrouwen werden al niet geacht te weten wat prostitutie is, maar seksuele voorlichting was ook iets om verre van vrouwen te houden. Zelfs hoe hun eigen lijf in elkaar stak was voor vrouwen onbespreekbaar en dus kwam Aletta Jacobs in 1899 met haar boek “De vrouw, haar bouw en haar inwendige organen”

Persoonlijk leven

In 1884 ging Aletta Jacobs een vrij huwelijk aan met politicus Carel Victor Gerritsen. Carel was haar vriend, medestander, steun en toeverlaat. Acht jaar later trouwden ze, om praktische redenen, ook voor de wet. Daarbij legde ze onder protest de gelofte van gehoorzaamheid aan haar echtgenoot af.  
Ze kregen een kind, een zoontje, dat door een medische fout slechts één dag vermocht te leven. 
In 1904 werd Carel ziek, overwerkt naar hij dacht. Aletta en hij gingen desondanks op reis naar Amerika en ze keerden begin 1905 terug naar Nederland. Carel bleef kwakkelen, hij vermagerde en raakte uitgeput. Hij stierf op 4 juli van dat jaar. 
Aletta zelf stierf op 8 maart 1929. Ze kon terugkijken op een veelbewogen leven waarin zij veel van haar idealen had kunnen bewerkstelligen. Zes was de eerste vrouw in Nederland die een HBS bezocht, de eerste vrouw die universitair onderwijs volgde, de eerste vrouw die arts werd en de eerste vrouw die promoveerde. Ze vocht voor het vrouwenstemrecht, voor zitplaatsen voor winkeljuffrouwen en (medische) zorg voor prostituees, seksuele voorlichting en geboortebeperking – en leverde zelfs een bijdrage aan de wereldvrede. 
Ze liet ons haar brieven en boeken na. 
Ze is een van mijn heldinnen, mijn Grote Vrouwen en vandaag wil ik u haar in herinnering brengen.

Daar gaat een dominee voorbij

http://npoplayer.omroep.nl/share/?prid=EO_101196120&s=76&e=1063

Meneer Frits Woonink (zie ‘vaccinatie‘) schat het aantal met mazelen besmette mensen in onze bible belt inmiddels op zo’n vijfhonderd. Dat is een stuk meer dan de schatting van het RIVM van vorige week. Er liggen kinderen met zware complicaties in ziekenhuizen. Ook rodehond heeft er de kop opgestoken, een ongeluk komt ook nooit alleen.

De uitzending van De Vijfde Dag van gisteren vind ik ontluisterend. Zo is daar schooldirecteur Bor, ook nog eens vader van zieke kinderen, wiens halve leerlingenbestand inmiddels met mazelen thuis zit. Toch ziet hij nog altijd geen argument voor vaccinatie en over het tijdelijk sluiten van zijn school heeft hij nog geen moment nagedacht. Hij is wel bezorgd hoor en ja, hij weet ook wel dat de kinderen elkaar besmetten. Maar de Here, hè.

Aangrijpender nog vind ik de aanblik van Roelofje Mussche, die in 1971op elfjarige leeftijd polio kreeg. Omdat ze griepverschijnselen had en ze niet was ingeënt werd ze uit voorzorg in een ziekenhuis opgenomen. Niet dat de huisarts dacht dat ze polio had, want ze kon ” alles nog bewegen”. Zes uur later raakte Roelofje in een coma. Tien dagen later kwam ze daar uit bij, in een verwoest lichaam.

Roelofje heeft een ongezouten mening over de hardnekkigheid waarmee mensen vol blijven houden dat het “de wil van god” is. Ze vindt het kwalijk, een lekker makkelijk afschuiven van je eigen verantwoordelijk op god. Het zijn nog altijd de mensen die beslissingen nemen en dat is een rake observatie. Niet vaccineren is ook een beslissing, net als het niet sluiten van school waar de helft van de leerlingen aan een besmettelijke ziekte lijdt.

Als er toch iemand een stem verdient in deze kwestie, dan is het deze vrouw, die de gevolgen van polio elke dag aan den lijve ondervindt. Onnodig. In naam van een onbarmhartige god, waar ze nu in haar volwassen leven helemaal niet aan gelooft. Let wel, ze gelooft, naar eigen zeggen in een ander interview, welzeker nog in god, een god van liefde en goedheid.

Dominee Dorsman, die in die dagen zijn gelovigen onder druk zette hun kinderen vooral niet in te enten, bezocht de doodzieke Roelofje. Eenmaal aan haar ziekbed had de dominee geen woorden van troost voor het meiske. Integendeel:

“Er moet toch iemand boeten voor de zonden van de mensheid”.

Het zijn woorden die haar tot op de dag van vandaag achtervolgen.

Daar ben ik even stil van.

Vaccinatie

Heeft u ook naar de heren Knevel en Van den Brink gekeken gisteren? Met die meneer van de GGD, die kwam vertellen over de service aan huis, die de GGD in onze bible belt levert aan ouders die op de valreep toch nog besluiten hun kroost in te laten enten?

De GGD heeft dat die ouders aldaar per brief aangeboden “om de drempel zo laag mogelijk te houden”. Enkele tientallen mensen zijn inmiddels thuis gevaccineerd, aldus meneer Frits Woonink. Nu neemt het aantal kinderen dat met mazelen besmet raakt in die contreien behoorlijk toe, dus dat lijkt me geen overbodige luxe. Mij niet. Veel anderen denken daar toch anders over.

Nu is vaccinatie niet verplicht, zo is dat nu eenmaal geregeld in Nederland. Daar kun je over discussiëren, maar verplicht vaccineren hebben we hier al eens uitgeprobeerd en dat was geen succes. De vraag is ook of een verplichting noodzakelijk is, het absolute gros van de ouders laat zijn kinderen vaccineren en de vaccinatiegraad is zo ook hoog genoeg om de meeste ziekten netjes in toom te houden.

Ouders hebben de gelegenheid zelf een afweging te maken of ze hun kinderen al dan niet laten vaccineren. De overheid betaalt deze vaccinatieprogramma’s en dat kost een lieve duit. Zo’n beetje twee miljoen euro per jaar.

Vaccinaties dus. Waar vaccineren we in Nederland eigenlijk tegen?

Vaccinatieprogramma Nederland

In Nederland krijgen veruit de meeste kinderen een heel scala aan vaccinaties toegediend. Difterie, kinkhoest, tetanus, polio, haemophilus influenzae type b, hepatitis B, bof, mazelen, rodehond, meningokokken C en het humaan papillomavirus staan op het hedendaags vaccinatieprogramma.

Om dat rijtje maar eens af te gaan;

  • Difterie, een bacteriële infectieziekte, was voor ertegen gevaccineerd werd een van de voornaamste oorzaken van kindersterfte. Ook bekend onder de naam kroep is deze ziekte zonder behandeling vaak fataal. De bacterie maakt gifstoffen die de weefsels van de luchtwegen, de hartspier en het zenuwstelsel kunnen beschadigen. De slijmvliezen in de keel worden taai, hetgeen de ademhaling bemoeilijkt, en vormen pseudo-membranen die los kunnen geraken en de luchtweg vervolgens blokkeren. Herstel kan weken, soms zelfs maanden duren en een patiënt kan blijvende complicaties oplopen; van verlamming, scheelzien tot een verminderde visus.

  • Kinkhoest wordt ook door een bacterie, Bordetella pertussis, veroorzaakt. Zoals de naam al verraadt wordt deze ziekte vooral gekenmerkt door hevig en aanhoudend hoesten. Wanneer de symptomen op hun ergst zijn hoest een patiënt zich tot bijna-stikken toe leeg, waarop met een gierend geluid weer ingeademd wordt. Daarom noemt met kinkhoest in Engeland “whooping cough“. De ernstige hoestaanvallen kunnen braken opwekken en in het ernstigste geval de patiënt doen stikken.

  • Tetanus wordt veroorzaakt door de bacterie Clostridium tetani. Deze bacterie kun je bij een kleine verwonding oplopen en eenmaal in het lichaam produceert hij giftige afvalstoffen die spierweefsel aantasten, met hevige en pijnlijke spierkrampen tot gevolg. Verkrampte gezichtsspieren doen het gezicht in een sardonische grimas vertrekken. Het lichaam van de patiënt wordt door verkrampende spieren in een pijnlijke achterwaartse boog getrokken. Dat kan zo’n zes weken duren, waarna het tetanustoxine uiteindelijk de ademhalingsspieren of het hart kan bereiken, waardoor de patiënt sterft. Zelfs met een goede behandeling is tetanus in 50% van de gevallen fataal.

  • Polio is een virusaandoening. Het virus tast maag en darmen aan en veroorzaakt een ontsteking in het ruggenmerg. De ziekte verloopt in veruit de meeste gevallen mild, maar in 1% van de gevallen treden spierzwakte en -verlammingen op. In kinderen veroorzaken die op hun beurt misvormingen tijdens de groei. In een enkel geval veroorzaakt polio een verlamming van de ademhalingsspieren.

  • Haemophilus influenzae type b, Hib voor intimi, is een bacterie. Deze bacterie is verantwoordelijk voor 5% van de gevallen van hersenvliesontsteking bij zuigelingen en peuters en kan een strotklepontsteking veroorzaken. In 2% van de door Hib veroorzaakte gevallen van meningitis sterft de patiënt. Bij kinderen met Hib-infectie is dat zelfs 5 tot 10%. Bij 10% is er blijvende schade, zoals doofheid, epilepsie of een geestelijke achterstand.

  • Hepatitis B is een virus, dat leverontsteking veroorzaakt. De aandoening verloopt in veel gevallen onopgemerkt. Zijn er wel symptomen, dan kunt u in rekenen op zaken als geelzucht, vermoeidheid, koorts, spier- en gewrichtspijn, misselijkheid en pijn in de bovenbuik. Wordt de infectie ook nog eens chronisch dan raakt de lever beschadigd, levercirrose, en is er een grotere kans op leverkanker.

  • De bof is een virusziekte die in de meeste gevallen onschuldig verloopt. Het virus kan een ontsteking veroorzaken in de oorspeekselklier, met een flinke zwelling van de wang tot gevolg. In de gevallen dat het verloop van de bof niet zo onschuldig uitpakt kunnen er complicaties optreden als hersen- en hersenvliesontsteking of ontstekingen aan organen als de eileider, de testikel en de alvleesklier. Ook doofheid en blindheid  kunnen gevolg zijn van de bof.

  • Mazelen wordt veroorzaakt door een luchtwegvirus. In eerste instantie lijken de symptomen op die van een flinke griep, met bijbehorende koorts, totdat die rode jeukende vlekjes verschijnen en de koorts nog eens verder oploopt. Bijkomende mogelijke complicaties zijn middenoorontsteking, longontsteking, hersenvliesontsteking en, wanneer je het ongeluk hebt een gemuteerd mazelenvirus te treffen, subacute scleroserende panencefalitis. In ons welvaartlandje sterven een of twee patiëntjes per duizend infecties. In ontwikkelingslanden is dat vijf, soms zelfs tien procent. Wereldwijd stierven er in 2011 158.00 mensen aan mazelen, 71% minder dan voorheen omdat er steeds meer gevaccineerd wordt. Voordat men überhaupt begon met vaccinatie tegen mazelen stierven er naar schatting nog 2,6 miljoen mensen per jaar – en ondanks de vaccinatieprogramma’s is het mazelenvirus een van de voornaamste oorzaken van kindersterfte.

  • Rodehond wordt veroorzaakt door het rubellavirus en verloopt doorgaans onschuldig. Opgezette lymfeknopen, rode huiduitslag, soms koorts, oogbindvliesontsteking en gewrichtsklachten. Patiënten zijn nauwelijks ziek en rodehond is snel weer over. Het echte probleem met rodehond is wat het virus met de ongeboren vrucht kan doen, wanneer de aankomende moeder er in het begin van haar zwangerschap ziek van wordt. Geboorteafwijkingen als grijze staar, glaucoom, doofheid, hartafwijkingen of een vernauwing van de longslagader kunnen die ongeboren vrucht ten deel vallen.

  • Meningokokken C wordt veroorzaakt door een bacterie Neisseria meningitidis, die bij 10% van onze bevolking latent aanwezig is in de keel- en neusholte. Zij zijn drager. Daar heeft het merendeel van die groep geen last van, maar er zijn er die er een hersenvliesontsteking of (bijzonder snel verlopende) bloedvergiftiging van krijgen, beide soms met fatale gevolgen. Vooral jonge patiënten kunnen behoorlijk ziek worden. In 20 tot 30% van de gevallen leidt meningokokken C tot blijvende complicaties, zoals doofheid, motorische problemen en leer- en gedragsproblemen.

  • Het humaan papillomavirus kan een abnormale celgroei veroorzaken in huid en slijmvliezen. Er zijn honderden verschillende van deze papillomavirussen, de meeste ongevaarlijk, sommige veroorzaken wratten. Een infectie kan de kans op kanker (met name baarmoederhalskanker) vergroten. In 75% van de gevallen van baarmoederhalskanker is een humaan papillomavirus als oorzaak aan te wijzen.

Gods hand

Er zijn mensen die uit religieus oogpunt hun kinderen niet vaccineren, die vinden dat een mensenleven in Gods hand ligt en een ziekte door “Gods vaderlijke hand wordt toebedeeld“. Eenmaal ziek, dan mag je wel een beroep doen op de medische wereld. Dat heeft me altijd verwonderd; alsof een werkelijk almachtige god zich door zo’n vaccinatie tegen zou laten houden.

Sowieso, wanneer je blind moet vertrouwen op wat die God met je voorzien heeft, waarom ligt de grens dan kennelijk bij vaccinatie? De Zeeuwse meneer Boers, ook gast bij de heren Knevel en Van den Brink, ent zijn acht kinderen niet in, maar zou ze ook niet bij besmette kinderen thuis over de vloer laten komen.

Airbags, valhelmen, kinderzitjes, raambeveiligers, zwemles – allemaal geen issue.

Of ouderlijke vrijheid van religie moet betekenen dat ze met hun kinderen, uit religieus oogpunt, mogen doen wat ze willen? Nee. Natuurlijk niet en al zeker niet in absolute zin. Ouders die hun kinderen levensreddende zorg onthouden zetten we uit de ouderlijke macht. Ook over meisjesbesnijdenis zijn we het al eens; dat staan we ouders niet toe – ook niet onder het mom van religie.

Persoonlijk heb ik weinig begrip voor deze lieden en louter om het aanhangen van een religie verdient niemand mijn respect. Ook meneer Boers niet, al zou hij dat nog zo graag willen. Hooguit wil ik mijn macabere gevoel voor humor intomen en niet beginnen over grote gezinnen en zo heb je er toch een paar reserve.

Er zijn kinderen ziek, er liggen er op de intensive care. Daar zijn hun eigen ouders verantwoordelijk voor en dat lijkt me een hard gelag. Meneer Woonink verwacht de piek in deze mazelenepidemie pas in het najaar, laten we hopen dat er geen kinderen sterven, zoals bij de laatste mazelenuitbraak.

Onschuldige kinderziekten?

Er zijn ook mensen die menen dat je kinderziekten hun beloop moet laten. Antroposofen, bijvoorbeeld. “Onschuldige” kinderziekten moet je doormaken, want dat is goed voor je afweersysteem en ze zijn een stimulans voor je ontwikkeling.

Die antroposofische gedachtegang laat ruimte voor vaccinatie wanneer een ziekte toch teveel risico oplevert voor een kind. Zo laten antroposofen hun kinderen vaak wel tegen difterie, kinkhoest, tetanus en polio inenten, maar laten een inenting tegen bof, mazelen en rodehond achterwege vanwege “niet noodzakelijk”.

Die gedachtegang delen de antroposofen deels met de “kritische prikkers”, die zich verenigden in de Nederlandse Vereniging Kritisch Prikken. Ook die wegen argumenten voor en tegen vaccineren af, maar zij baseren zich daarbij niet op enige levensbeschouwing. Hun leus is “Vaccineren is een keuze. Uw keuze. Geen plicht.  Laat u informeren over vaccineren!”

Helemaal mee eens, vooral met dat informeren.

Rest de vraag; wat is onschuldig? Bepaal je dat aan het verloop van de ziekte, mogelijke complicaties, de kans op blijvende schade of zelfs overlijden?

Jan Peter Rake, kinderarts, meende daar gelukkig in Trouw al wat over te zeggen.

“Mazelen wordt vaak als een onschuldige kinderziekte gezien. Ten onrechte: ook in Nederland overlijdt één op de duizend tot tweeduizend kinderen er aan. Het virus kan een ernstige ontsteking van de longen en de hersenen geven. En er is geen medicijn. Tijdens de laatste epidemie in 1999/2000 werden ongeveer 3500 kinderen ziek. Drie kinderen overleden: een 2-jarige met een al bestaande hartaandoening, een gezonde 2-jarige en een gezonde 17-jarige.”

Groepsimmuniteit

Een tweede hamvraag is of je die noodzakelijkheid alleen wil bepalen aan de hand van de risico’s voor je eigen kinderen of kinderen in het algemeen. Vaccinatie tegen rodehond bijvoorbeeld, wordt dus niet gedaan omdat de ziekte zo naar verloopt en ook niet omdat de zieke zèlf een risico loopt op al dan niet blijvende ernstige complicaties. Het belang ligt daarbij vooral bij vroege zwangerschappen van anderen.

Het fenomeen groepsimmuniteit onderschrijft dat vaccinatie niet alleen voor het individu, maar ook voor de gehele populatie belangrijk is. Hoe meer mensen tegen een ziekte gevaccineerd zijn, hoe minder ongevaccineerden de kans lopen ermee besmet te raken. Het percentage mensen dat gevaccineerd moet zijn om die zogeheten groepsimmuniteit te verkrijgen verschilt per ziekte.

Rodehond is daar een mooi voorbeeld van. Niet alleen zijn er mensen die na vaccinatie toch geen antistoffen aanmaken, in eerste instantie werden alleen meisjes en jonge vrouwen met een kinderwens gevaccineerd. De vaccinatiegraad was zo laag dat het toch tot kleine epidemieën kwam, totdat men alle kinderen als baby al begon te vaccineren. Het percentage niet-vatbare personen is sindsdien zo hoog geworden dat het virus zich eenvoudigweg niet meer kan handhaven, hetgeen ook de ongevaccineerden bescherming biedt.

Is de vaccinatiegraad maar hoog genoeg, dan kunnen ziekten zelfs uitgeroeid worden. Pokken bijvoorbeeld, waarvan de Wereldgezondheids Organisatie in 1979 vaststelde dat ze was uitgeroeid.

Een ander, veelgehoord bezwaar, is dat het doorstaan van de ziekte een betere immuniteit oplevert dan vaccinatie. Dat is in het geval van de bof inderdaad zo. Ongeveer 5% van de mensen die tegen de bof worden ingeënt maken na één vaccinatie nog te weinig antistoffen aan om op lange termijn beschermd te blijven. Daarom vaccineren ze kinderen twee keer. Vaccinatie tegen de bof geeft inderdaad bij minder mensen een goede immuunrespons dan het doorstaan van de ziekte zelf, echter wel meer dan voldoende om epidemieën te voorkomen.

Ook geen kleinigheid, me dunkt.

Ook daarover heeft meneer Rake wat te zeggen; vaccineren is een maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Nadelen vaccineren

Dat vaccineren ook nadelen heeft is ontegenzeggelijk waar.

Neem nu dat vaccin tegen de bof, dat een minder goede immuniteit oplevert dan de ziekte zelf. In het geval van het vaccin tegen kinkhoest neemt de hoeveelheid antistoffen mettertijd af en na vijf tot tien jaar verdwijnen ze zelfs. Nu staat daar tegenover dat het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie evengoed geen garantie is voor een levenslange immuniteit tegen de ziekte. Ook de vaccinatie tegen rodehond werkt niet bij iedereen evengoed.

Zoals bij iedere medische kwestie is altijd weer de vraag of het middel niet erger is dan de kwaal. Sommige vaccins hebben bijwerkingen. Sommige vaccins kunnen zelfs heel ernstige bijwerkingen hebben. Daar mag geen enkele verwarring over bestaan. Toch is die er wel – soms zelfs onterecht.

Autisme

Zo gaat het verhaal dat er een causaal verband zou bestaan tussen BMR-vaccins en autisme. Aan de bron daarvan ligt een artikel uit 1998, in het tijdschrift The Lancet, van de hand van een meneer Andrew Wakefield. The Lancet trok het artikel in 2010 terug; niet alleen klopten de conclusies van meneer Wakefield niet, hij pleegde zelfs fraude met de onderzoeksgegevens op basis waarvan hij die trok. Onderzoeksjournalist Brian Deer ontdekte dat meneer Wakefield voor zijn fraude werd betaald door advocaten. Die advocaten nu, die hadden geleden schade willen claimen bij producenten van vaccins.

Meneer Wakefield werd gevoeglijk uit de artsenstand geknikkerd.

Kanker

Ook tussen vaccins en kanker wordt een verband gesuggereerd. Zo is om en nabij de zestiger jaren van de vorige eeuw een poliovaccin vervuild geraakt met het SV40-virus. Omdat dit virus somtijds samen met diverse vormen van kanker werd aangetroffen werd een verband tussen beide vermoed, vooral met het non-Hodgkin-lymfoom. Vervolgstudies lieten echter anders zien.

De hygiënehypothese

Door vaccinaties en doordat we in steeds schonere omgevingen leven beleven we steeds minder kinderziekten en dat zou ons immuunsysteem niet ten goede komen. Hoe meer infecties, hoe beter dat immuunsysteem werkt. Volgens de hygiënehypothese is er een direct verband tussen die schonere leefomgeving, schoon water, het gebruik van antibiotica en vaccinaties en een toename in allergieën, astma en auto-immuunziekten.

Dat blijft echter bij veronderstellingen en onbewezen theorieën. Dat rijtje kun je tot in het oneindige aanvullen met zaken als milieuverontreiniging en een toename in het gebruik van allerlei chemische stoffen – zoals de synthetische parfumstoffen waar ik zelf zo allergisch voor ben.

Informatievoorziening

Ouders hebben het recht te beslissen hun kinderen al dan niet te vaccineren en om tot een evenwichtige beslissing te komen hebben ze recht op informatie. Gewoon op een presenteerblaadje, alle voors en tegens, de risico’s, open en eerlijk. Daar hebben mensen en hun kinderen recht op, een ouder moet niet het halve Internet af moeten speuren.

Een kijkje op de site van het RIVM leert dat er wel over die bijwerkingen gesproken wordt. Van hangerigheid, koorts, slaapproblemen tot koortsstuipen en “collapsreacties” en netjes per prik wat de gevolgen kunnen zijn.

Niet alleen dat, het RIVM gaat zelfs zo ver zelfs vermeende verbanden te benoemen zoals die hygiënehypothese, tussen vaccinaties en een toename in allergieën en astma, tussen het kinkhoestvaccin en wiegendood, vaccins en respectievelijk suikerziekte, autisme, ADHD en het shaken baby-syndroom.

Mét bronvermelding. Ook dat nog.

Daar zit een luchtje aan

Wist u dat u allen in mijn allergie zit? Niet in de geijkte zin hoor, ik wil u vanaf deze plek zeker niet als irritant of zelfs onuitstaanbaar bestempelen – maar in letterlijke zin is ’t waar. Van sommigen van u krijg ik het, gewoon in het voorbijgaan, Spaans benauwd. Van anderen krijg ik jeuk en niet op leuke plekken.

Ik ben allergisch. Voor parfum. En dat draagt u bijna allemaal. In uw haren, op uw huid, in uw kleren. De een meer dan de ander en, getuige sommige ronduit vieze toiletverfrisserluchtjes, de een ook met meer smaak dan de ander.

Sterker nog, in veel winkels en supermarkten spuit men het, stiekem, ook kwistig rond. Bij gebrek aan een echte bakker, die ons met de geur van dampend verse broodjes verleiden kan, gebruikt men in de supermarkt simpelweg een synthetische broodgeur. Dat doet ons allen namelijk, geheel onbewust, tot drie keer meer brood kopen dan we in eerste instantie van zins waren. We zijn stom genoeg om daar in te tuinen, ook al zien we met eigen ogen hoe hermetisch in plastic afgesloten fabrieksbrood de supermarkt wordt ingerold. Van al onze zintuigen is onze reukzin namelijk de enige met een directe verbinding met ons limbische systeem, ons emotionele brein. Precies daar liggen de stukjes hersenen die betrokken zijn bij emotie, genot en onze herinneringen.

Geurt activeert herinneringen dan ook als niets anders. Een aangename geur, die van sinaasappelen bijvoorbeeld, verbetert ons humeur en dat tot wel (zo heeft men becijferd) tot 40%.

Koren op de molen, om nog maar even in het broodthema te blijven, van de dames en heren reclamepiepeltjes en ondernemers natuurlijk. Er is dan ook inmiddels een heuse markt in nepluchtjes. Geurmarketing noemt men dat.

Brood in de supermarkt. Appeltjes in de Ikea. Fris gewassen katoen in kledingwinkels. Kunstmatig popcornparfum in Disney World. Bamboe bij de autodealer. Zelfs de typische geur van een hagelnieuwe auto is zorgvuldig geconstrueerd en daarmee wordt, zodra het vehikel van de band rolt, het interieur doordrenkt.

Op maat gemaakte luchtjes bij de bank kalmeren ons wanneer we al te lang moeten wachten. Op kantoor zorgt de geur van lavendel en citroen dat u minder typefouten maakt. Met een vleugje pepermunt typt u meteen ook nog een stuk sneller. Serieus.

Het gaat zelfs zo ver dat sommige merken een geurtje aan hun product toevoegen om dat van andere te onderscheiden. Daarbij gaat het om volkomen banale zaken als “autobanden, naaigaren en tennisballen“.

Samsung werkt al aan geurtelevisie. Kunt u zich daar wat bij voorstellen? Ik weet overigens niet of ik daar zelfs zonder mijn allergie op zou zitten wachten. Ik kijk graag naar CSI.

Met iedere ademteug, en dat zijn er al gauw zo’n twintigduizend per dag, ademen we al die luchtjes in. We smeren ons er rijkelijk mee in, onder de douche, in bad. Ze zitten in deodorant, douchegel, shampoo, afwasmiddel en wasmiddelen.  Zelfs onze kinderen ontkomen er niet aan, ook al weten we dat parfumstoffen in die welriekende smeerseltjes het risico op een contactallergie voor parfum verhoogt. Sommige parfumstoffen veroorzaken een zonneallergie. Of hoofdpijn. Eczeem. Astmatische klachten. Misselijkheid. Depressie. Kanker.

Mag het gewoon niet een beetje minder?