Het menselijk roofdier

Hij is zo’n goedzak. Hij is terughoudend, maar als het ijs eenmaal gebroken is dan blijkt achter zijn onzekere schuchterheid een lieve, zachtmoedige ziel schuil te gaan. Hij doet soms wel stoer, maar hij is het stiekem niet. Er klopt maar een klein hartje in zijn brede borst. Daarnaast hangt hij erg aan me en dat ontroert me. Wanneer ik thuiskom van mijn werk laat hij duidelijk merken hoe erg hij me gemist heeft. Op zijn eigen manier, maar toch. Ik kan hem lezen als een boek.

Dacht ik. Tot hij eerder deze week een moord pleegde. Ik was in shock. Ik heb me laten leiden en in slaap laten sussen door zijn aaibare voorkomen. Nu is dat in mijn geval zonder al te verstrekkende gevolgen gebleven. Het gaat hier om een van mijn huiskatten die, met door mij onverwachte moordzucht, een koolmeesje omlegde. Geërgerd vond ik mezelf een domme doos, want hij is en blijft een roofdier ook al ligt hij ’s avond graag in zijn hangmatje tegen de warme radiator aan geschurkt en eet hij beschaafd voer uit blik. Hoe kon ik dat vergeten?

Maar dit is het wel probleem met mensen hé? We denken een ander te kennen, hem goed in te kunnen schatten naargelang het beeld dat we van hem hebben. Soms ook, horen we vooral datgene dat we wíllen horen. Daarbij laten we onszelf ook nogal eens in de maling nemen, door schone schijn. We projecteren onze eigen belevingswereld graag op anderen en vervallen al te gauw in de fout te denken dat een ander net zo denkt als wij. Zelfs dieren neigen we op die manier te vermenselijken, en die neiging is zo wijdverbreid dat ze een eigen naam gekregen heeft; ‘antropomorfisme’. Vice versa hebben we moeite het roofdier in de mens te herkennen.

Totdat alle (al dan niet ingebeelde) gemeenschappelijke grond wegvalt en de ander blijk geeft van een belevingswereld die wij, binnen het raamwerk van de onze, niet bevatten kunnen.

Volkert van der Graaf

Dat bleek deze week ook al in de kwestie van Volkert van der Graaf  en de foto, die paparazzo Ferry de Kok van hem maakte. Was u ook zo ondersteboven van de uitzending van Brandpunt? Had u verwacht dat hij, na het uitzitten van twaalf van de achttien hem opgelegde jaren gevangenisstraf, als milder en berouwvol mens aan zijn resocialisatie in onze maatschappij begonnen was? Had u gedacht dat hij de kans, die hij met zijn voorwaardelijke invrijheidstelling kreeg, dankbaar aan zou pakken?

Niets van dat al. ‘Natuurlijk niet’ zou ik willen zeggen, maar zelfs met mijn wantrouwige natuur was ik nog verrast over ’s mans verwerpelijke houding, verwaten opvattingen en tomeloze arrogantie. Daarbij, gevangenissen maken veroordeelden nu eenmaal niet tot beter mens. De notie dat ze dat wel zouden doen is een klassiek voorbeeld van magisch denken.

Anyway, terug naar meneer Van der Graaf. De onderzoekers van het Pieter Baan Centrum beschreven hem in 2003 nog als “overdreven gewetensvol” en “scrupuleus”. Als hij dat toen al was, dan heeft hij daar nu in elk geval geen last meer van. Werken wil hij niet, daar lijkt hij zich zelfs te goed voor te voelen. Wel wil hij zijn hand ophouden bij de samenleving, die hij al zoveel schade berokkende. Eerlijk werk vindt hij dwangarbeid. Hij geniet dus een uitkering en om die maximaal uit te kunnen melken woont hij een deel van de week op zichzelf, weg van zijn gezin. Zou hij een baan zoeken, dan moet hij proceskosten betalen en daar heeft hij geen zin in. Berekenend en uitgenast doet hij er alles aan om het de Reclassering en het UWV moeilijk te maken en het hele rechtssysteem uit te buiten.

Volkert van der Graaf geeft het ruiterlijk toe: Hij speelt een spelletje, neemt die instanties in de maling en leeft daar goed van. Hij hoeft daarvoor eigenlijk niets anders te doen dan mensen te vertellen wat ze willen horen.

Wat die uitkeringsfraude betreft is hij er een van velen. Heeft u enig idee hoeveel we in dit landje frauderen? De Rekenkamer berichtte in 2013 over schattingen (bij gebrek aan harde cijfers):

• Belastingfraude minimaal 4 miljard euro
• Zorgfraude ongeveer 2 à 3 miljard euro
• Sociale uitkeringsfraude ongeveer 1 miljard euro

Het vervelende daarvan is nog wel dat buitengemeen veel van die fraudeurs helemaal geen criminelen zijn à la Volkert van der Graaf. Het gros is gewoon huis- tuin- en keuken-Nederlander.

De kwetsbare samenleving

Onze samenleving en de diverse systemen die we daarin ingebed hebben om in sociale zekerheden en veiligheid te voorzien zijn vaker kwetsbaar gebleken voor mensen die dat spelletje mee weten te spelen. Dat is een relatief klein probleem wanneer mensen misbruik maken van het sociale vangnet dat uitkering heet, maar het is een schreeuwerige-chocoladeletters-groot probleem wanneer er doden vallen. Zoals met de jeugd-tbs’er die ervan verdacht wordt een 48-jarige Tilburger doodgeschoten te hebben tijdens, jawel alweer, een verlof.

Problemen met tbs’ers op verlof, daar kan ik inmiddels een schier oneindige lijst van opdreunen. Van Dannyboy T.Saban B. en Murat O., Nabil F., Johannes van T. tot de verlofganger die in een Udense Hema op een winkelende vrouw instak – en dit zijn dan alleen de zaken waar ik over geschreven heb.

Natuurlijk zou het verneukeratief zijn om daar niet bij te vermelden dat ieder jaar zo’n 50.000 ‘verlofbewegingen’ plaatsvinden. Procentueel gezien valt het aantal onttrekkingen reuze mee. De meeste tbs’ers die zich aan hun verlof onttrekken keren na  een kort uitje ook uit eigen beweging weer terug. Daarbij, tbs werkt. Het recidivecijfer voor ex-tbs’ers veel lager is dan voor veroordeelde niet-tbs’ers.

Nog verneukeratiever zou het zijn om u er niet bij te vertellen dat het uitermate waardevol is mensen te resocialiseren nadat ze een misdaad pleegden en daarvoor hun straf uit zaten. De Reclassering, zoals we die in Nederland kennen, heeft daarbij haar waarde ruimschoots bewezen.

En, met het risico dat u mij nu volledig als zijnde een geitenwollen sok afschrijft, werkstraffen, blijken een goedkopere en effectievere manier om te straffen én recidive te voorkomen dan gevangenisstraf, niet in het minst omdat bij een werkstraf nadruk ligt op resocialisatie en re-integratie.

Ik heb familie met een draaideurabonnement bij Justitie. Niet een van zijn vele logeerpartijen in een van onze staatshotels heeft hem tot een beter mens gemaakt. Net als meneer Van der Graaf voelt hij zich te goed voor “de sleur” van een arbeidzaam leven, heeft hij een asociale persoonlijkheid en meent hij dat de rest van de samenleving hem maar moet onderhouden. Sterker, hij vindt dat hij gewoon recht heeft op geld. Juist dat slag zou gebaat zijn bij werken-voor-zijn-geld en de waardevolle, bijkomende les dat deze maatschappij hen niets verschuldigd is.

Alleen, die werkstraffen komen niet tegemoet aan de behoefte tot genoegdoening die (potentiële) slachtoffers en de samenleving voelen.

Hetgeen overigens niet uitsluit dat er altijd mensen zullen zijn die niet mee willen werken, ongeneeslijk onverbeterlijk of zelfs in het geheel niet te ‘repareren’ zijn.

Justitie

Hoe verleidelijk ook, incidenten zoals met die ontsnapte tbs’ers en de klaplopende Volkert van der Graaf, mogen ons het kind niet met het badwater doen weggooien. Het systeem werkt, maar het is mensenwerk. Mensen maken (inschatting-) fouten. Daar moet iedereen in de hele keten van willen leren.

Dat vraagt openheid en transparantie. Fair play. Integriteit. Eerlijk af willen rekenen op misstanden.

En dat is dus heel iets anders dan in het geniep afspraken maken met paparazzi en het volk en haar vertegenwoordigers verkeerd voorlichten.

Het bloedgeld van Cees H. en de zondeval van een ministerie

Ik heb van al te nabij moeten aanschouwen wat een verslaving aan verdovende middelen doet met een mens en daarmee met diens naaste omgeving. De fysieke en mentale aftakeling. Liegen, bedriegen, stelen, dreigen en roven om het beest dat verslaving heet te kunnen blijven voeden. De wanhoop waartoe een verslaafde zijn familie drijven kan, de angst die hij hen aanjaagt. Om nog maar niet te spreken van wat hij de maatschappij aan schade berokkent. Verslaafden kosten ons miljarden per jaar.

De dealers en handelaars zien dat ook en ze zien het graag, want zij leven er goed van, van die uitgeteerde junk die zijn eigen oma nog van haar ringen beroofde. Wie drugs verkoopt pleegt eigenlijk een moord, die jarenlang duurt en de moordenaar veel geld oplevert.

Ik heb dus een heel uitgesproken mening over mensen die zich met de handel in verdovende middelen bezighouden. Met drugs verdiend geld is bloedgeld.

Cees H. en zijn drugsmiljoenen

Cees H. is zo’n handelaar. Een drugsbaron. Hij importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Een grote jongen dus, al schijnt hij maar klein van stuk te zijn, en een bekende naam in de Amsterdamse onderwereld. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daar zal hij het grote geld wel geroken hebben, dat onlosmakelijk verbonden is met de handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in hasj kreeg hij negen jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld, tot vier jaar gevangenisstraf dit keer, voor het organiseren van drugstransporten. De eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse bankrekeningen en liet deze bevriezen.

So far, so good. Zou je zeggen.

Dodelijke deal

Nee dus. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, die zich inmiddels staatssecretaris mag noemen, sloot een deal met Cees H. Kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. De mensen van het programma Nieuwsuur onthulden vorig jaar de deal die veertien jaar geleden daarom met Cees H. gemaakt werd.

Wat meneer Teeven met Cees H. precies afsprak blijft grotendeels duister. In elk geval kwam het tot een schikking, waarbij Cees H. 750.000 gulden aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Wat er precies op die rekeningen stond, daar wordt geheimzinnig over gedaan.

Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers gaat het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Oud-topadvocaat Piet Doedens

Cees H. kreeg zijn bloedgeld dus gewoon terug en Justitie waste dat voor hem wit. Men hield, als klap op de vuurpijl, de Belastingdienst daarover in het ongewisse.

Onoorbaar, vind ik dat. Niet-integer.

Zo’n drugsbaron komt daarnaast wel heel makkelijk weg, en dat alleen al staat in schril contrast met de vorderingsjacht waar het Openbaar Ministerie berucht om is wanneer het gaat om het innen van bijvoorbeeld verkeersboetes.

Spoeddebat

De onthullingen van Nieuwsuur leidden vorig jaar tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie. Onvindbaar.

Andere documenten met betrekking tot de schikking wilde de minister niet geven. Hij benadrukte meermaals de Tweede Kamer juist geïnformeerd te hebben over de deal met Cees H. en leek daarbij te verwachten dat de leden hem op zijn blauwe ogen zouden vertrouwen.

“U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.” 

Minister Opstelten op 13 maart in de Tweede Kamer

De mensen van het programma Nieuwsuur claimen echter het gewraakte bonnetje gevonden te hebben. Wie zoekt zal vinden, zullen we maar zeggen. En op dat bonnetje moet het bedrag van 4.710.627 ouderwetse guldens en 18 centen prijken. Volgens hen wisten minister Opstelten en zijn ambtenaren daarvan, maar zouden ze de Tweede Kamer bewust verkeerd geïnformeerd hebben. Nieuwsuur claimt documenten ingezien te hebben die dat staven.

De huidige advocaat van Cees H., Jan-Hein Kuijpers, zei in het programma Pauw in bezit te zijn van genoemd bonnetje én hij bevestigde het bedrag. Op verzoek van Cees H. maakt hij het afschrift echter niet openbaar.

Daarmee is het vertrouwen in minister Opstelten (opnieuw) in het geding en hetzelfde geldt zijn staatssecretaris. De laatste verschuilt zich achter minister Opstelten en lijkt de kritiek op zijn persoontje af te willen doen als gebrabbel van mensen die toch niet weten waar ze het over hebben.

Gesproken met de arrogantie van een waar plucheplakker.

The plot thickens 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft al laten weten dat de beweringen van Nieuwsuur onjuist zijn. Ook laat het weten dat staatssecretaris Teeven, net als andere betrokkenen, “onvoldoende herinneringen heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking”.

Officieren van Justitie die deals sluiten met criminelen, dat klonk altijd zo Amerikaans. Iets uit televisieseries, maar een fenomeen waarvan ik ooit stellig hoopte dat we daar in Nederland wars van zouden zijn. Gewoon, omdat het niet klopt. Inmiddels weet ik natuurlijk ook wel beter. Toch, mijn standpunt is daarbij onveranderd. Uit principiële overwegingen hoort ’t gewoon niet.

Hopelijk debatteert de Tweede Kamer vanavond nog. Over handjeklap met criminelen, geheime deals in een rechtstaat waarin het recht openbaar hoort te zijn en de integriteit én houdbaarheidsdatum van deze bewindslieden.

Power, power, power!

Discrimineren de rechters in Nederland?

Grote krantenkoppen vandaag, te beginnen bij Trouw: “Allochtone dader heeft grotere kans op zware straf”. Allochtone daders zouden vaker een gevangenisstraf opgelegd krijgen dan autochtone verdachten én de hun opgelegde straffen zijn ook nog eens langer dan die van hun autochtone evenknieën. Dat riekt naar onversneden discriminatie en waar blijven we dan helemaal met ons mooie grondwettelijke gelijkheidsbeginsel? Nou, dat is nogal wat om je zorgen over te maken!

De krant baseert zich daarbij op een onderzoek dat door de afdeling Criminologie van de Rijksuniversiteit Leiden werd uitgevoerd. Helaas heeft de scribent niet het fatsoen gehad even naar dat onderzoek te linken, opdat zijn lezer dat meteen even voor zichzelf bekijken kan. Dat kan natuurlijk wel, u vindt het hier bijvoorbeeld in pdf: klikkerdeklik. Wie de moeite neemt dat onderzoek zelf even tot zich te nemen komt voor verrassingen te staan.

Dat Leidse onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak, omwille van een eerder onderzoek, in 2012, waarbij zittingen van de politierechter werden bijgewoond en men tot de observatie kwam dat het niet hebben van een uitgesproken Nederlands voorkomen en het de Nederlandse taal niet machtig zijn de kans op een onvoorwaardelijke straf verhoogde.

Dat leidt uiteraard tot de hamvraag: Discrimineren de rechters in Nederland?

In de rechtszaal

Ik heb de goede gewoonte de rechtspraak aardig op de voet te volgen, uitspraken uitgebreid te lezen en ik heb in mijn tijd een aantal rechtszaken bezocht. Onze rechtspraak is immers openbaar en dat is een buitengemeen goede zaak. Ik kan u zo’n bezoek aan een rechtszaak warm aanbevelen: Er gaat waarlijk een wereld voor u open.

Wat mij bij de straftoemeting altijd is opgevallen is de ruimte mate waarin rechters de persoonlijke omstandigheden van verdachten meewegen. Heeft de verdachte een baan bijvoorbeeld, dan wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vaak vermeden omdat een verblijf in Huize Traliezicht die baan doorgaans in gevaar brengt. De meeste werkgevers hebben namelijk helemaal geen zin om een paar maanden op hun werknemer te wachten, terwijl die zijn gevangenisstraf uitzit. Het verliezen van die baan wordt door zo’n rechter als extra straf gezien en dat is niet eerlijk.

Spijtbetuigingen, daar zijn rechters ook gevoelig voor. Hebben ze het idee dat een verdachte zich goed beseft wat hij heeft uitgevroten en wat de consequenties daarvan waren en daarom ‘echt’ spijt heeft, dan leggen ze minder zware straffen op. Wie beterschap belooft, belooft braaf af te gaan kicken en het nóóit meer te doen kan zelfs jarenlang vaste bezoeker zijn van de strafketen. Wie echter, zeker in weerwil van het bewijs in zijn zaak, hardnekkig blijft ontkennen – die heeft een probleem.

Hoe iemand zich verhoudt ten opzichte van het door hem gepleegde delict en zijn houding en gedrag bepalen de straftoemeting. Dat is overigens niet zo zeer mijn gevoel als observant. Zo bleek in 2006 uit onderzoek (Nederlands Juristenblad, nummer 25, 2006) van Mieke Komen al dat een allochtone jongere gemiddeld langer vastzat. Volgens Komen wordt het gedrag van allochtonen jongeren niet goed begrepen door de (meestal autochtone) gedragskundigen. Dat leidt ertoe dat hun oordeel over die allochtone jongere vaak negatiever uitvalt en dat werkt door in de hoogte van de straf die de rechter oplegt.

Het onderzoek

De Leidse onderzoekers hebben drie bestanden over “alle veroordeelden 2007, mensen bij wie de RISc is afgenomen in de periode 2005-2007 en gedetineerden in het Prison Project”. Daarbij gaat het alleen om volwassen verdachten.

Dan is het handig te weten wat de RISc is. Het is een hulpmiddel voor de reclassering en het gevangeniswezen bij het inschatten van de recidivekans, gevaarzetting en de beste interventie voor een specifieke ‘cliënt’. Daarbij wordt een totaalplaatje geschetst van die persoon, van zijn antecedenten, cognitieve vermogens, thuissituatie en al dan niet foute vrinden tot zijn geestesgesteldheid en emotioneel welbevinden.

Het Prison Project is een langlopende monsterstudie naar de effecten van detentie op gevangenen en hun familie. Het betreft mannen die tussen oktober 2010 en april 2011 minimaal drie weken lang in een Huis van Bewaring werden ingesloten.

Opvallend is een eerste, voorzichtige conclusie in het onderzoek: “Een eerste antwoord is dat als we geen rekening houden met andere straftoemetingsfactoren er substantiële verschillen blijken te bestaan tussen etnische groepen: daders met een allochtone herkomst krijgen substantieel vaker en langere gevangenisstraffen opgelegd.”

Maar wat gebeurt er als we wél met die factoren en verschillen rekening houden? Dan blijkt er bar weinig over te blijven van die grotere kans die allochtone daders zouden hebben dan autochtone op een (langere) gevangenisstraf. De paar procent die er wel overblijft is ook allerminst met zekerheid te wijten aan etnische verschillen.

“Zo zien we dat niet-Nederlandse verdachten voor andere delicten terechtstaan (vaker drugsdelicten), vaker al eerder een gevangenisstraf hebben gehad, vaker en langer voorlopig gehecht zijn, vaker ontkennen en minder vaak vrouw zijn.”

Het soort delict waar iemand voor terechtstaat maakt uit. Of hij gerecidiveerd heeft maakt uit. Hoe lang zijn strafblad is, dat maakt ook uit.

Een ander opvallend gegeven zijn de factoren waarmee in dit onderzoek geen rekening gehouden werd. Die zijn namelijk bepaald essentieel. De houding van de verdachte is er daar een van. Wat de onderzoekers “cultureel onbegrip” (zie het onderzoek van Mieke Komen) noemen eveneens en ook de kwaliteit van de verdediging werd ook niet meegewogen.

Conclusie

De grootste verrassing, na het doorspitten van honderd pagina’s, is dus wel dat het onderzoek eigenlijk niets heeft opgeleverd, er is zelfs in het geheel geen concrete aanwijzing dat de verschillen veroorzaakt worden door discriminerende rechters, en er nog meer onderzoek moet komen.

Daar sta je dan, als journalist, met je chocoladeletters.

Bart van U. een reconstructie

Hindsight is 20/20. Achteraf heb ik makkelijk praten en ik ben afhankelijk van de media voor mijn informatievoorziening. Het is echter verbazingwekkend wat ik nu over de man, die op 10 januari dit jaar zijn eigen zus gedood moet hebben en verantwoordelijk lijkt te zijn voor de moord op D66-coryfee Els Borst, kan achterhalen. De man moet erg in de war geweest zijn en dan vraag ik me toch af: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Bart van U. heet hij. Zijn hele achternaam weet ik ook, maar aangezien hij nog slechts verdachte is hanteer ik de ‘beleefdheid’ die niet te vermelden. Zo werkt dat in de rechtstaat Nederland: Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Die onschuldpresumptie is een van de pijlers waarop onze rechtstaat rust.

Van U. is opgegroeid in de omgeving van Amersfoort in een groot gezin met zes kinderen. Het gezin van U. moet nogal van de gereformeerde kerk geweest zijn en ook Bart van U. zou een actieve rol in de kerk gespeeld hebben. Op gegeven moment vertrekt hij naar Rotterdam, om daar te gaan werken. Hij is zeeman, zowel op de binnen- als de buitenvaart.

Angsten na 9/11

De aanslag op de Twin Towers is een keerpunt in zijn leven en angst voor moslimextremisten lijkt het leven van Bart van U. te gaan beheersen. Hij vraagt zelfs een wapenvergunning aan en krijgt die. Hij verzamelt wapens en zijn paranoia neemt allengs toe. Hij loopt daarnaast kennelijk ook in zeven sloten tegelijk en hij komt als ‘verward’ te boek te staan. In 2009 trekt men dus gevoeglijk zijn wapenvergunning in omdat er twijfels rijzen over zijn geestelijke gesteldheid.

Twee jaar later tipt iemand anoniem de politie over Bart van U. Hij zou een wapenverzameling in huis hebben en de politie valt de woning dus binnen. Inderdaad treft zij daar een behoorlijke collectie wapentuig aan. Bart van U. wordt aangehouden, niet in de woning maar elders zo begrijp ik, en hij blijkt gewapend te zijn met twee messen en een doorgeladen vuurwapen. Niet alleen dat, hij draagt ook een veiligheidsvest.

Verboden wapenbezit

Voor het verboden wapenbezit moet Bart van U. zich bij de rechter verantwoorden en spreekt daar zijn angst voor moslimextremisten uit en vertelt daarbij dat hij denkt een van hun doelwitten te zijn. Hij moet zich wel bewapenen, want hij moet zichzelf tegen hen beschermen. De rechter legt hem zes maanden gevangenisstraf op, die hij reeds in voorarrest uitgezeten heeft, en verplicht hem zich te laten behandelen voor zijn angsten. Dat laatste weigert Van U. echter categorisch.

“Meneer wil niet worden behandeld, dus dan kan het niet’.”

Zorgmijder en gevaarzetting

En daar zit volgens mij meteen het grootste probleem in deze zaak. Wanneer een zogeheten zorgmijder niet wil, dan is er niet of nauwelijks grond om hem te dwingen. Zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk ontbreken daar de middelen toe. De veroordeling voor wapenbezit alleen is geen grond voor het opleggen van tbs. De Wet bijzondere opneming psychiatrisch ziekenhuis (Bopz) voorziet alleen in verplichte psychiatrische hulp wanneer er sprake is van iemand die een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt en dan alleen nog wanneer er geen andere manier dan een verplichte opname is om dit gevaar af te wenden.

“Onvrijwillige behandeling mag alleen worden toegepast als iemand door zijn psychische stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen ín de instelling en dit gevaar alleen door die behandeling kan worden afgewend. In de GGZ is onvrijwillige behandeling ook toegestaan als zonder deze behandeling het gevaar dat wordt veroorzaakt door de geestesstoornis niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit laatste geldt dus ook voor gevaar dat iemand buiten de instelling vormt.”

Er volgt dus een hoger beroep, waarbij de rechtbank de verplichting tot het zich laten behandelen laat vallen, en ze legt hem in plaats daarvan een gevangenisstraf van drie jaar op. Het is de dames en rechters duidelijk dat Bart van U. het nodige mankeert in zijn bovenkamer. Niet alleen vindt men hem een gevaar voor de samenleving, men heeft hem ook graag zo lang mogelijk van straat en dat niet in het minst omdat Bart van U. behandeling weigert.

Cassatie in vrijheid afwachten

De rechtbank gebiedt zijn gevangenneming, maar omdat Van U. op dat moment in het buitenland op een schip aan het werk is lukt dat niet. Eenmaal terug in Nederland gaat Van U. in cassatie, die hij in vrijheid mocht afwachten. Dat vind ik wonderlijk, want zowel de reclassering, de rechter en GGZ-deskundigen menen dat dit onverstandig is.

De advocaat-generaal besloot echter, in al zijn wijsheid, dat Van U. de cassatie in vrijheid mocht afwachten. Dit omdat volgens hem “de eisen en de vonnissen bij de rechtbank en het hof zeer verschillend waren”.

De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, die de zaak in februari opnieuw zal behandelen, en daarmee viel Van U. opnieuw tussen wal en schip. Simpelweg omdat het vonnis niet definitief is.

Daarnaast wordt verzuimd DNA af te nemen van Van U.

Terug naar huis 

Hij betrekt een kamer in de woning van zijn zus Loïs, op de Oudedijk in Rotterdam. Er worden meer kamers verhuurd, het Algemeen Dagblad heeft inmiddels zelf een van zijn voormalige medehuurders geïnterviewd. Zij schetst een beeld van een buitengewoon zonderlinge man, die een teruggetrokken bestaan leidt. Hij is werkeloos, lijdt aan verzamelzucht en gaat vaak in de nachtelijke uren op pad. Ook valt hij zijn medehuurster, op wie hij een oogje zou hebben, lastig.

“Als ik aan Bart terugdenk had ik in eerste instantie niet gedacht dat hij tot iets als moord in staat zou zijn, maar dat hij nu verdacht wordt, verbaast me ook niks. Hij heeft het nooit over Els Borst gehad. We hebben het maar één keer over politiek  gehad. Toen hield hij een klaagzang over moslims, maar verder nooit.”

Ook buren vinden Van U. maar een rare snuiter, een schuchtere eenzaat die “hulp nodig had”. Iemand die vooral onzichtbaar was of zoals dat achteraf heet “onder de radar wist te blijven”. Dat past in het beeld dat ook een uitbater van een plaatselijke brasserie van de man schetst. Bart van U. kwam daar kennelijk regelmatig en een paar maanden geleden zat deze uitbater een uur lang met Van U. aan de bar te keuvelen. Dat Van U. in de war was, dat was ook de uitbater wel duidelijk, maar hij maakte wel gerust regelmatig een praatje met hem.

”Hij was niet goed bij zijn hoofd. Ik zag hem iedere dag wel op straat lopen en dan zwaaide hij vriendelijk. Hij werkte al lang niet meer als zeeman. Hij zat hier wel eens aan de bar, maar dan zei hij vaak niets. Altijd een zonnebril en pet op. Een enkele keer heb ik wel een gesprek met hem gehad. Nog niet zo lang geleden vond hij het belachelijk dat sommige mensen veel geld verdienen. Hij vond dat Bill Gates gewoon zijn geld moest weggeven.”

Bart van U. moet nochtans thuis voor behoorlijk wat overlast gezorgd hebben en zijn zus Loïs ziet hem op gegeven moment liever gaan dan komen. Ze probeert hem te doen vertrekken, maar dat lukt niet. Het lijkt er niet op dat ze daarbij voor haar broer vreesde. Een bekende van de familie Van U. moet aan Elsevier verteld hebben dat Bart van U. weliswaar schizofreen was, maar dat zijn zus probeerde te voorkomen dat hij zou worden opgenomen.

Op 10 januari jongstleden gaat het helemaal mis en Bart van U. steekt zijn zus dood. Hij vlucht, maar meldt zich de volgende dag toch bij een politiebureau in Amsterdam omdat het Openbaar Ministerie zijn foto verspreidde.

Moord op Elst Borst 

Wanneer dan eindelijk DNA wordt afgenomen van Bart van U. blijkt er een match met een DNA-monster dat op de plaats delict van de moord op oud-minister Els Borst werd aangetroffen. Achteraf gezien zou Bart van U. heel wel de man geweest kunnen zijn over wie mevrouw Borst aan haar kapper vertelde dat hij bij haar aan de deur gestaan had. Hij had haar naar het adres van Wim Kok of Jan-Peter Balkenende gevraagd.

Bart van U. maakte de dag na de moord op Els Borst stampij bij een politiebureau in Amersfoort, hij stak vuurwerk af en werd aangehouden. Hij zat er twee dagen vast en de politie haalde er een psycholoog bij om hem te beoordelen, zoals dat heet. Die psycholoog vond echter dat hij weer mocht gaan.

Zoals dat met mensen als Bart van U. pleegt te gaan werd hij, nadat hij dat vuurwerk afgestoken had, afgeschoven op het bordje van de plaatselijke wijkagent. Als niemand het nog weet, dan moet zo’n wijkagent zich er maar over ontfermen. Ook als dat de rechter, het OM en de diverse hulpverlenende instanties niet gelukt is. Zijn wijkagent kreeg dus het verzoek Van U. “in de gaten te houden”.

Wist u dat er in Nederland gemiddeld één hele wijkagent per 5000 inwoners is?

In 2011 werd het aantal zorgmijders, alleen in Rotterdam, op 30.000 geschat. Daarbij gaat het zeker niet allemaal om even zware gevallen als een Bart van U. maar het moge duidelijk zijn dat we van een wijkagent geen zaligmakende interventies kunnen en mogen verwachten.

Achteraf is redelijk makkelijk aan te wijzen waar het mis ging en wie er fouten maakte, waarbij ik heel duidelijk niet wil spreken van schuld. De mensen die contact hadden met Bart van U., de rechters, de advocaat-generaal, de hulpverleners, de beoordelend psycholoog en al wat dies meer zij hebben in goed vertrouwen gehandeld naar de situatie en de gesteldheid van Bart van U. waarmee zij zich geconfronteerd zagen. Binnen de wetgeving zoals zij voor handen is.

Voor Els Borst en Loïs van U. is het te laat en dat is ongelofelijk tragisch.

Er lopen echter meer mensen als Bart van U. rond. Daar moeten we wat mee, zeker in een welvarend land als het onze, met een uitgebreide gezondheidszorg, zou meer mogelijk moeten zijn voor en met mensen die mentaal zo getroebleerd zijn. De mogelijkheid iemand verplicht op te laten nemen en te behandelen schiet tekort en dat verdient remedie.

Rapportage Mensenrechten in Nederland 2013

Na het Jaarbericht Kinderrechten, dat op 17 juni jongstleden werd aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie, verschijnt vandaag jaarlijkse rapportage Mensenrechten in Nederland 2013. Deze rapportage wordt opgesteld door het College voor de Rechten van de Mens, een onafhankelijke toezichthouder op mensenrechten in Nederland.

Wie de moeite neemt de tweehonderd pagina’s tellende rapportage door te nemen zal op een aantal lelijke pijnpunten stuiten. Voor wie daar geen zin in heeft, wat high lights:

Discriminatie en non-discriminatie

Ik gooi maar meteen twee hoofdstukken uit de rapportage op een grote hoop. Discriminatie is dagelijkse praktijk. Het gebeurt in veel gevallen niet eens opzettelijk, maar het gebeurt. Zowel op basis van afkomst en cultuur als op basis van geslacht, leeftijd, handicap, seksuele gerichtheid en religie.

Uiteraard refereert de rapportage aan de hoogoplopende discussies over Zwarte Piet. Discriminatie komt op diverse gebieden voor; op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, de media, het horeca-deurbeleid, in het politieke klimaat (“Minder Marokkanen. Minder, minder, minder!”) en etnisch profileren door de politie.

Het College voor de Rechten van de Mens gaat in haar rapportage nog even op zoek naar de oorzaak daarvan en van de allergische reactie die de gemiddelde Nederlander kennelijk geeft op de constatering dat iets discriminatoir zou zijn. Blanke autochtonen schieten nogal eens in een krampachtige ontkenning en zelfverdediging. We wanen ons tolerante inwoners van een tolerant gidsland en hebben er moeite mee wanneer die illusie doorgeprikt wordt. Dat herken ik ook in mijzelf, ik heb me in de discussie over Zwarte Piet bijvoorbeeld ook geroerd.

Zorgelijk vind ik de observatie van een opkomend “nativisme”, waarbij men als “native” of oorspronkelijke bewoner oudere en zwaarwegender rechten te hebben dan relatieve nieuwkomers.

Vrouwen worden nog altijd niet gelijk betaald voor gelijk werk en ook zwangerschapsdiscriminatie is gewoon gemeengoed. Kom op zeg, Nederland, dat is structurele discriminatie van de helft van de populatie!

Transgenders komen er het bekaaidst vanaf, voor hen is zelfs niets voorzien in de Algemene Wet Gelijke Behandeling.

Nationale implementatie en infrastructuur

Een lang verhaal kort: Mensenrechten staan nog te laag op de agenda’s van onze Rijksoverheid en de gemeentes. Beleid zou vaker en beter aan mensenrechten getoetst moeten worden. Een gemeente die huishoudelijke hulp wegbezuinigt waardoor een hulpbehoevende niet langer zelfstandig kan wonen tast het recht op wonen en het recht op sociale bescherming van die hulpbehoevende aan.

De rapportage is ook kritisch over de opkomende participatiesamenleving. Participatie is prachtig en een teken van een overheid die burgers ziet als volwaardige, zelfredzame en autonome eigenboontjesdoppers. Het is wel een struikelblok voor hulpbehoevenden die om te beginnen al geen geschikt sociaal netwerk hebben waarop zij een beroep kunnen doen.

Rechtspleging en rechtsmiddelen

Om de doorlooptijden van eenvoudige rechtszaken te bekorten is de ZSM-werkwijze ingevoerd. De officier van Justitie kan daarbij een strafbeschikking opleggen en doet daarbij wat eigenlijk aan de rechter is voorbehouden. Een verdachte hoeft daar niet mee akkoord te gaan en kan zo alsnog toegang krijgen tot een onpartijdige en onafhankelijke rechter. Voorwaarde daarbij is dan wel dat die verdachte juist en volledig geïnformeerd wordt over de mogelijkheden tegen die strafbeschikking in te gaan en over zijn recht op rechtsbijstand.

Nog een lang verhaal kort: Bezuinigingen op de (gesubsidieerde) rechtsbijstand vormen een direct gevaar voor het recht op toegang tot een rechter en het recht op een eerlijk proces.

Waarborgen rond vrijheidsbeneming

Het College voor de rechten van de Mens maakt zich zorgen om een conceptwetsvoorstel dat het mogelijk moet maken dat verdachten, die nog niet onherroepelijk zijn veroordeeld en wiens schuld dus nog niet onomstotelijk vaststaat, toch alvast de gevangenis in kunnen verdwijnen.

Mensen blijken in Nederland regelmatig onterecht of te lang in voorlopige hechtenis te zitten. Dat is niet alleen in strijd met de mensenrechten, we betalen ons ook blauw (11,1 miljoen euro!) aan schadevergoedingen. Rechters maken simpelweg te weinig gebruik van bestaande alternatieven op die voorlopige hechtenis.

Het ergst van alles: Driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit daar in voorarrest, van hen is dus nog niet bekend of ze terecht vast zitten.

Migratie en mensenrechten 

In 2013 zaten toch nog dertig kinderen in vreemdelingenbewaring of grensdetentie en hoe we dat ook wenden of keren, kinderen horen daar per definitie niet in thuis. Dit jaar worden er maatregelen ingevoerd die dat geheel onmogelijk moeten maken.

Vreemdelingen worden na binnenkomst eerst twee weken onder een zwaar verblijfsregime ondergebracht, onnodig, want een lichter en minder vrijheidsbeperkend regime in gewoon voorhanden. Wie in vreemdelingendetentie verblijft ondervindt ook nog eens onnodig veel drempels wanneer hij medische hulp nodig heeft.

Vreemdelingen die Nederland moeten verlaten maar dat niet kunnen, bijvoorbeeld omdat het land van herkomst niet meewerkt, hebben geen toegang tot basale voorzieningen zoals onderdak en voedsel. Zieke vreemdelingen worden teruggestuurd naar hun thuisland, terwijl we van tevoren al weten dat zij daar niet de ziekenzorg zullen krijgen die ze nodig hebben.

Privacy

Nederlandse en Amerikaanse inlichtingen- en veiligheidsdiensten verzamelden en analyseerden vorig jaar op grote schaal onze gegevens. De wetgeving die ons tegen een dergelijke inbreuk in onze persoonlijke levenssfeer moet beschermen is verouderd en houdt geen rekening met alle technische vooruitgang op dat gebied.

De Nederlandse diensten vertrouwen daarnaast buitenlandse diensten op hun blauwe ogen dat zij zich daarbij wel aan de mensenrechten zullen houden en dat is in de praktijk hoogst onverstandig gebleken.

Uitbreidingen in cameratoezicht verdienen het ook uitermate kritisch te worden bekeken en dan met name de inzet van mobiele camera’s en drones, die nog een veel grotere inbreuk op onze privacy zijn.

Door de voorgenomen decentralisatie zullen gemeentes vaker en meer van onze gegevens met elkaar uit gaan wisselen, zo vreest het College. Er moet een wettelijke garantie ingebouwd worden dat die uitwisseling wel ondubbelzinnig, vrijwillig en in overeenstemming met de Wet Bescherming Persoonsgegevens gebeurt.

Huwelijk en privé- en gezinsleven

Een grote vooruitgang werd vorig jaar geboekt in wetgeving die het privé- en gezinsleven beschermt van ouderparen van gelijk geslacht. Lieden die geen huwelijken willen voltrekken tussen paren van gelijk geslacht zijn (eindelijk!) niet meer benoembaar als trouwambtenaar.

Transgenders die hun gegevens bij de burgerlijke stand willen veranderen moeten daarbij een verklaring van een deskundige overleggen, die daarin verklaart over de “duurzaamheid van de wens van de transgender”. Dat staat in potentie op gespannen voet met het recht op zelfbeschikking.

De gaswinning in Groningen kan de veiligheid en het leefmilieu van de Groningers aantasten en daarbij wordt hun recht op bescherming van het privé- en gezinsleven aangetast. De overheid heeft in deze kwestie te weinig oog voor dat mensenrecht, zowel bij de afhandeling van reeds ontstane schade als bij haar besluitvorming omtrent de gaswinning.

Lichamelijke en geestelijke integriteit

Huiselijk geweld staat hoog op de agenda en dat is maar goed ook want het komt op grote schaal voor. Nederland maakt zich op om het Verdrag van Istanbul, over geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in het algemeen, te ratificeren. Dat duurt echter wel erg lang en Caribisch Nederland laat het daarbij zelfs helemaal afweten.

Mensenhandel

Voor slachtoffers van binnenlandse mensenhandel, en dan vooral meisjes, is te weinig passende opvang en zorg. Jeugdzorg heeft zelfs onvoldoende kennis in huis om deze slachtoffers te herkennen. Tijdens de rechtsgang is een schadevergoeding voor slachtoffers als onderdeel van het vonnis nog altijd een ondergeschoven kindje.

Minder bekende vormen van mensenhandel, zoals gedwongen bedelen en gedwongen criminaliteit, dienen beter in kaart te worden gebracht. Al wat we weten is dat deze vormen in ruime mate naast seksuele uitbuiting bestaan, maar concrete cijfers zijn er niet.

Bedrijven en mensenrechten 

Bedrijven hebben wat mensenrechten betreft net zo goed hun verantwoordelijkheden. Te hoge werkdruk, slechte arbeidsomstandigheden, gezondheidsschade, ongewenste intimiteiten, onderbetaling en al wat dies meer zij kunnen een inbreuk op de mensenrechten vormen. Er is nog te weinig aandacht voor moderne slavernij. De regering heeft vorig jaar het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten aan de Tweede Kamer gepresenteerd, maar hoe dat verder in de praktijk vorm moet gaan krijgen is nog volledig onbekend.

Arbeid en sociale zekerheid

Discriminatie op de arbeidsmarkt gebeurt, op kleur, leeftijd, geslacht, handicap enzovoorts, en vooroordelen en stereotyperingen onder werkgevers spelen daar een rol in.

Huishoudelijk werkers hebben binnen het sociaal en arbeidsrecht een minder gunstige positie dan andere werknemers.

Gemeenten mogen bijstandgerechtigden tot een tegenprestatie verplichten, maar niet om het werk te doen van mensen in functies die zijn wegbezuinigd en niet ten faveure van private partijen. Ook die bijstandgerechtigden hebben gewoon recht op billijke en eerlijke arbeidsomstandigheden en gelijk loon.

Gezondheid en zorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder.

Het college maakt zich daar zorgen over, meer bepaald de ouderenzorg en de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. In de laatste branche constateert het misstanden met een structurele aard; lichamelijke integriteit, privacy en rechtsbescherming van patiënten zijn in het geding.

Er is nog altijd te weinig garantie dat onze persoonlijke gegevens en het medisch beroepsgeheim naar behoren worden beschermd bij het delen van onze medische gegevens. Gelukkig zei ik ‘nee’ tegen het elektronisch patiënten dossier en heb ik duidelijk aangegeven dat mijn gegevens niet gedeeld mogen worden.

Onderwijs en mensenrechteneducatie

Mbo-studenten met een beperking ondervonden vorig jaar problemen bij toegang tot een opleiding en het vinden van een stageplaats, terwijl zij toch echt recht hebben op een gelijke behandeling en passend onderwijs.

Educatie over onze mensenrechten staat nog steeds niet in de kerndoelen van het onderwijs.

Levensstandaard 

Er zijn nog altijd groepen mensen die in armoede leven en die niet of nauwelijks in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Het aantal daklozen is toegenomen en meer mensen zijn afhankelijk van de voedselbank. Een derde van alle armen zijn kinderen en jongeren onder de achttien jaar. Het huidige armoedebeleid is niet gestoeld op de mensenrechten en er is weinig oog voor de beschadigende gevolgen van armoede.

Caribisch Nederland 

Armoede is hier het grootste probleem. Het gemiddeld inkomen is er lager, de gemiddelde kosten voor levensonderhoud hoger. Het gemiddeld opleidingsniveau is laag en met de werkgelegenheid is het somber gesteld. Huiselijk geweld is een veelvoorkomend probleem. De detentieratio is relatief hoog, mede omdat er geen oog is voor alternatieven op vrijheidsstraffen.

Zorgwekkend: Jaarbericht Kinderrechten 2014


Dit jaar, op 20 november, bestaat het VN-Kinderrechtenverdrag 25 jaar. Op de Verenigde Staten en Somalië na hebben alle landen op deez’ aardkloot het verdrag geratificeerd. Nederland deed dat in 1995.

Nederland behoort al jaren tot de top van landen waar kinderen het gelukkigst zijn (UNICEF). Wat materiële rijkdom, gezondheid en veiligheid, onderwijs, gedrag en risico’s en huisvesting en woonomgeving betreft hebben kinderen het hier, vergeleken met de rest van de wereld, het hartstikke goed. Dat betekent natuurlijk niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Verre van dat, zelfs.

In ons kikkerlandje worden nog altijd en met grote regelmaat kinderrechten geschonden.

Sinds zeven jaar stellen UNICEF Nederland en Defence for Children elk jaar een rapport op dat de kinderrechtensituatie in Nederland in kaart brengt, het Jaarbericht Kinderrechten (PDF). Aan de hand van cijfers schetsen zij de huidige stand van zaken op vijf gebieden: kindermishandeling, uitbuiting, jeugdzorg, migratie en jeugdstrafrecht. 

Daarmee wordt dus meteen gekeken naar de vijf meest kwetsbare groepen kinderen in onze samenleving; kinderen in de jeugdzorg, slachtoffers van kindermishandeling en van uitbuiting, kinderen die te maken hebben met het jeugd strafrecht en met het migratierecht.

Het Jaarbericht Kinderrechten 2014 werd vandaag om 13:30 aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie. Aan de hand van dat rapport kan de overheid haar beleid, de huidige wetgeving en de dagelijkse praktijk in Nederland toetsen aan het VN-Kinderrechtenverdrag. 

Kinderrechten & uitbuiting

Het aantal slachtoffertjes van uitbuiting is toegenomen. Tenminste een op de zes in Nederland bekende slachtoffers van mensenhandel is jonger dan achttien. Uitbuiting wordt daarbij uitgesplitst in seksuele, criminele en economische uitbuiting. Daarbij moet u denken aan bijvoorbeeld loverboypraktijken, gedwongen criminaliteit, gedwongen bedelen.

In 2013 telde men 260 gevallen van uitbuiting en dat is 17% meer dan in 2012 en ruim een verdubbeling van de gevallen in 2009. In totaal zijn 260 slachtoffers onder de 18 geregistreerd, onder wie 94 buitenlandse slachtoffers.

Volgens het rapport:

“De grootste groep betreft Nederlandse minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting. Van veel slachtoffers is onbekend in welke sector ze zijn uitgebuit, of ze zijn geïdentificeerd voordat ze zijn uitgebuit zonder vermelding van de sector waarvoor ze waren verhandeld.”

Desgevraagd heeft het Meldpunt Kinderporno laten weten dat het aantal meldingen over kinderpornografisch materiaal dat op servers in Nederland staat gestegen is van 1260 in 2010 naar 10.587 in 2013. Dat zegt gelukkig nog iets positiefs over onze meldingsbereidheid, maar die aantallen zijn wel ontstellend.

Nederland staat nu in de top drie van landen waar kinderporno wordt gehost. Dat nu, beste lezer, is een grof schandaal.

UNICEF Nederland en Defence for Children waarschuwen daarbij voor het capaciteitsgebrek bij de Nederlandse politie om al die meldingen af te kunnen handelen. Er zijn 150 specialisten, maar dat is bij lange na niet genoeg. Ook hostingproviders laten het nog te vaak afweten, sommige laten zelfs na gemeld illegaal materiaal te verwijderen. Daarnaast adviseren zij veel meer aandacht te besteden aan het voorkomen van seksueel misbruik van kinderen via internetcommunicatie (grooming en wat ik de kinderlokker 2.0 pleeg te noemen) en wijzen zij op de bittere noodzaak kinderen goed voor te lichten.

Kinderrechten & jeugdstrafrecht

Er is een duidelijk daling van het aantal kinderen dat met de politie in aanraking komt, dat is goed nieuws, maar het percentage kinderen dat in voorarrest zit blijft echter schrikbarend hoog. Van alle strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit 74% in voorarrest in afwachting van een uitspraak van de rechter over hun zaak. Bijna 7.000 kinderen zijn in 2013 in verzekering gesteld, waarbij de meeste een nacht of meer doorbrachten in een politiecel.

Uit cijfers van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Dienst Justitiële Inrichtingen) blijkt dat er in 2013 in totaal 27 kinderen van 12 of 13 jaar waren opgesloten in een justitiële jeugdinrichting, met een gemiddelde verblijfsduur van 39 dagen. Voor kinderen van die leeftijd is dat ronduit onwenselijk.

Ontluisterend:

“Van driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen is nog niet bekend of ze terecht vast zitten.”

Ook aan het traject na een verblijf in een justitiële inrichting mankeert het nodige. In het Jaarbericht Kinderrechten wordt verwezen naar een nog te publiceren onderzoek van de Universiteit Leiden, waaruit blijkt dat het met 90% van de meisjes die een justitiële jeugdinrichting hebben verlaten, vijf jaar later niet goed gaat.

Een groot aantal jongeren blijkt zichzelf na het verlaten van een gesloten instelling moeilijk staande te kunnen houden. Schuldenproblematiek, moeilijkheden met het vinden van woning en werk, een gebrekkig of niet-bestaand sociaal netwerk en een gebrek aan psychologische hulp – de nazorg moet dus veel beter.

UNICEF Nederland en Defence for Children maken zich zorgen over het hoge aantal opgeslagen DNA-profielen van kinderen:

In 2013 werd er van 2.368 minderjarigen DNA-materiaal opgeslagen in de DNA-databank voor Strafzaken. Eind 2013 stonden er in deze databank maar liefst 22.649 DNA-profielen geregistreerd op basis van een jeugdveroordeling. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2009.”

Kinderrechten & jeugdzorg

Er stonden in 2013 11% minder kinderen op de wachtlijst van Bureau Jeugdzorg dan in 2012.

Per 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking en komt de verantwoordelijkheid voor alle vormen van jeugdhulp bij de gemeenten te liggen. UNICEF Nederland en Defence for Children steunen de gedachte achter het nieuwe stelsel; gemeenten zouden de geboden hulp beter af kunnen stemmen op lokale en individuele noden en jeugdigen en hun ouders zouden daarbij actief betrokken kunnen worden bij de besluitvorming, de invulling en de beoordeling van de jeugdhulp. Toch maken zij zich ook zorgen, er zouden grote verschillen kunnen ontstaan tussen gemeentes in aangeboden zorg waarbij specifieke gespecialiseerde en passende jeugdhulp in de ene gemeente wel en de andere niet voorhanden kan komen te zijn.

De nieuwe Jeugdwet sluit niet-rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarigen uit en dat is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag.

De nieuwe Jeugdwet is ook in strijd met het internationale recht, omdat deze het mogelijk maakt om kinderen in de gesloten jeugdzorg op te nemen zonder een direct daaraan voorgaande rechterlijke toets.

Die nieuwe Jeugdwet behoeft dus nog wat broodnodige aanpassingen, me dunkt.

In 2013 lag het aantal ondertoezichtstellingen op 27.989 en is daarmee gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Ook het aantal uithuisplaatsingen bij een ondertoezichtstelling daalt. Kinderombudsman Marc Dullaert observeerde vorig jaar nog dat er regelmatig fouten voorkomen in het onderzoeksproces en in rapportages in de besluitvorming rond uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen.

Uit zijn rapport “Is de zorg gegrond”:

“Concluderend kan worden gesteld dat het AMK, BJZ en de Raad over het algemeen professioneel en deskundig te werk gaan. Desondanks komen fouten in het onderzoeksproces en rapportages – zoals hierboven geschetst – met enige regelmaat voor. Dat varieert van een te eenzijdige duiding van incidenten, tot het vermengen van feiten en meningen in de rapportage, en van onzorgvuldige bronvermeldingen tot het niet navolgbaar formuleren van conclusies en tot het niet altijd laten accorderen van informatie van informanten.

Fouten kunnen om verschillende redenen ontstaan. Bijvoorbeeld doordat professionals onder druk staan om snel te werken, doordat sommigen niet voldoende reflecteren op gemaakte keuzes en hun eigen pedagogische normen. Een andere reden is dat sommigen over onvoldoende vaardigheden beschikken om met een complexe doelgroep ouders te werken. Daartegenover staat dat ook ouders soms – in strijd met het belang van hun kind – een machtsstrijd met elkaar of met jeugdzorg aangaan. In de werkprocessen zijn er op dit moment niet voldoende kwaliteitswaarborgen ingebouwd om deze knelpunten volledig te ondervangen. Daardoor bestaat het risico dat fouten verderop in de jeugdzorgketen doorwerken. Het is dan mogelijk dat er beslissingen worden genomen op basis van onvolledige, onvoldoende onderbouwde informatie. In een uiterst geval wordt een kinderbeschermingsmaatregel ten onrechte opgelegd dan wel beëindigd of verlengd, of wordt tot een omgangsregeling met een ouder besloten die beperkter is dan nodig.”

Kinderrechten & migratie

Er is een flinke afname in het aantal alleenstaande minderjarigen dat in vreemdelingenbewaring of grensdetentie zat. In 2013 waren dat er nog “maar” 30, tegenover 300 in 2009. Dat is een verbetering, maar uiteindelijk horen kinderen natuurlijk helemaal niet in vreemdelingenbewaring of grensdetentie thuis.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn positief over het in 2013 ingevoerde Kinderpardon, maar zien aan de andere kant dat de regels nog niet helemaal in lijn zijn met het VN-Kinderrechtenverdrag. Als een ouder niet aan de criteria voldoet, krijgt het kind dat zelf wel aan de criteria voldoet toch geen vergunning en dat is in strijd met het VN-Kinderverdrag. 2.511 kinderen uit het buitenland mochten niet naar hun vader of moeder komen die legaal in Nederland woont door de bijzonder kind-onvriendelijke gezinsmigratieregels.

Een kind dat in een asielprocedure zit moet gemiddeld eens per jaar verhuizen en dat schaadt zijn of haar cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Ook dat verdient dus remedie.

Kinderrechten & kindermishandeling

Alhoewel er ontzettend veel aandacht is voor de aanpak en preventie van kindermishandeling is geweest in 2012 en 2013 is er maar weinig zichtbare verbetering te zien. In veel gemeente schiet het beleid wat dat betreft tekort of is zelfs non-existent.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn erg positief over de ingevoerde “kindcheck”, waarbij professionele hulpverleners bij hun volwassen patiënten en cliënten na moeten gaan of deze kinderen hebben en, zo ja, of de veiligheid van die kinderen in het geding is.

Beide organisaties maken zich wel zorgen over de voortvarendheid waarmee de diverse instanties daadwerkelijk de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling invoeren en zouden graag zien dat de controle daarop sneller gebeurt.

Bij opleidingen voor beroepskrachten zoals leraren is er te weinig aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling in het curriculum. Is er niet eens een (wettelijke) om deze zaken deel uit te laten maken van de beroepsopleidingscurricula.

In de rechtsgang is er nog te weinig aandacht voor minderjarige slachtoffers en getuigen; informatie wordt niet op een kindvriendelijke manier gebracht en er zit nog te veel tijd tussen het moment van aangifte en de uitspraak.

Zoveel ruimte voor verregaande verbetering en dat in het land met de gelukkigste kinderen ter wereld.

Vooruit lief Nederland, we moeten aan de bak!

Lieve Minister Timmermans

Ik heb begrepen dat u inmiddels een van uw hogere ambtenaren naar Saoedi-Arabië gestuurd heeft en u zelfs voornemens bent er zelf naartoe af te reizen. Dat alles om de plooien in de Saoedi-Arabische vlag glad te strijken die de stickeractie van meneer Wilders teweeg heeft gebracht.

Op de stickers van meneer Wilders, die hij in november van het vorige jaar al presenteerde, staat in Arabisch schrift de anti-islamitische boodschap “De islam is een leugen, Mohammed een crimineel en de Koran gif” – of woorden van gelijke strekking, ik ben het Arabisch niet machtig dus ik verlaat mij hier op de vertaling van anderen.

De sticker, groen met witte letters, lijkt op de Saoedi-Arabische vlag. Op die vlag, ook groen met witte belettering, staat de islamitische geloofsbelijdenis: “Ik getuig dat (er) geen godheid is (dan) alleen God en ik getuig dat Mohammed de gezant van God is.” Of, alweer, woorden van gelijke strekking.

Meneer Wilders maakt met zijn sticker de islamitische profeet en godsdienst belachelijk en misbruikt daarbij de nationale vlag van Saoedi-Arabië. Dat is onaardig van meneer Wilders en onfatsoenlijk bovendien, vond ik, maar hij is vrij zijn mening te uiten en vlagschennis is in Nederland in het geheel niet strafbaar.

Daarnaast moet hij die sticker in een enveloppe van de Tweede Kamer naar de Saoedische ambassade in Den Haag gestuurd hebben en daar heeft men kennelijk een half jaartje op dit affront moeten zouten. Inmiddels is de spreekwoordelijke kogel door de moskee en is men beledigd. Zo beledigd dat men een handelsboycot overweegt.

Daarmee krijgt meneer Wilders zijn zin, want dat de Saudi’s er uiteindelijk het hunne van zouden denken kon hij op zijn vingertjes natellen natuurlijk. Dat was de bedoeling ook, daar hoeven we ons geen illusies over te maken. Nu mogen de Saudi’s op hun beurt natuurlijk van meneer Wilders vinden wat ze willen, maar dat dreigen met een handelsboycot is natuurlijk aperte nonsens. Voor zulke dwingelandij, uitgerekend van dit land, zouden we doof moeten blijven.

Volgens u, beste meneer Timmermans, “is er officieel er nog altijd géén sprake van een handelsboycot door Saoedi-Arabië” maar hoort u wel verhalen van “steeds meer Nederlandse bedrijven die geen contracten krijgen en dat hun samenwerking met de Saoedi’s niet doorgaat”. U vreest voor dat handelsboycot en dat begrijp ik best. Money makes the world go round en in dit geval gaat het om meer dan twee miljard exporteuronen.

Toch zou ik u willen vragen gewoon fijn thuis te blijven.

U geeft zelf aan dat Nederland al jarenlang met Saoedi-Arabië praat over de mensenrechten in dat land, maar dat “deze dialoog door de actie van Wilders vrijwel onmogelijk is geworden”. Om dit gevoelige onderwerp weer ter sprake te kunnen brengen is het volgens u “eerst nodig om ‘de rotzooi van Wilders’ op te ruimen”.

Laat de Saudi’s nu eerst hun eigen rotzooi maar eens opruimen alvorens handel met hen te willen drijven. Mensenrechtenschendingen zijn er aan de orde van de dag en daar hebben die jarenlange conversaties duidelijk weinig tot niets aan veranderd.

In Saoedi-Arabië werd blogger en oprichter van de Saoedische website “Vrije Saoedische Liberalen” Raif Badawi op 30 juni 2013 nog veroordeeld tot 600 zweepslagen en zeven jaar gevangenisstraf wegens belediging van de islam. Op zijn website werd namelijk kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd. Badawi had kritiek op de religieuze politie voor het schenden van mensenrechten en erger nog; Raif Badawi had het gore lef om te vinden dat moslims, christenen, joden en atheïsten gelijkwaardig aan elkaar zijn en haalde zich daarmee de toorn van een islamgeleerde op de hals. Raif Badawi is een van velen.

Mensenrechtenverdedigers worden vervolgd en gestraft, mensen worden er zonder aanklacht jarenlang opgesloten, vrouwenrechten worden er systematisch geschonden, vreemdelingenhaat tiert er welig, er wordt gemarteld en men bedient zich er van uitermate wrede straffen. Vrijheid van religie is non-existent, op afvalligheid staat de doodstraf. Het is het enige land ter wereld dat nog aan koppensnellen doet, bij voorkeur en plein public. Nieuwe wetten verklaren atheïsten er tot terroristen.

Lieve Minister, u hield vorige week nog een fel betoog tegen antisemitisme en racisme in Europa. U maakte zich boos om antisemitisme en de uitlatingen door politici van rechts-populistisch pluimage. Volgens u bedreigen antisemitisme, racisme, discriminatie, islamofobie, antigevoelens tegen religie of antigevoelens tegen mensen die ervoor kiezen geen religie te hebben  “het Europese project” en de strijd tegen zulke sentimenten moet ons veel waard zijn.

Is dat dan alleen in Europa of is twee miljard exporteuronen gewoon te duur?

Wanneer die strijd u werkelijk zo veel waard is, blijf dan thuis. Boycot Saoedi-Arabië.

Put your money where your mouth is.

Sean O.

Vorige maand schreef ik over Sean O. uit Brielle, een kinderlokker 2.0. Hij maakte meer dan honderd slachtoffertjes, meisjes tussen de tien en vijftien jaar oud.

Sean O. benaderde zeker drieduizend meisjes. Drieduizend!

Het merendeel van deze kinderen komt uit Brielle en omgeving. Honderdachtendertig (voor zo ver men nu weet) van hen dwong hij tot verregaande seksuele handelingen voor de webcam. Hij manipuleerde, misleidde, chanteerde, intimideerde en bedreigde ze.

Werkwijze

Een moeder vertelt in AD Haagsche Courant over de werkwijze van O.

“Hij voegde Marieke toe op de chatsite msn onder een valse naam. Op aandringen kreeg O. haar zover iets van zichzelf te laten zien voor de webcam, heimelijk nam hij opnames. ‘Vrijwel direct begonnen de dreigementen. Als ze niet de goorste dingen met zichzelf deed zou hij haar opzoeken en verkrachten.’ Intussen benaderde O. het bange meisje onder een meisjesnaam en zei dat ze maar beter kon doen wat hij zei. ‘O. had haar namelijk echt verkracht, zo loog het ‘meisje’.”

Marieke, niet haar echte naam overigens, werd drie maanden lang door O. geterroriseerd. Uit angst en schaamte vertelde ze niemand wat, ook haar moeder niet.

Gisteren werd Sean O. veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, conform de eis van het Openbaar Ministerie, voor het misbruiken van al die meisjes en het maken, bezitten en verspreiden van kinderporno.

De gemeente Brielle wil alles in het werk gaan stellen opdat Sean O., zodra hij zijn straf uitgezeten heeft, niet meer in de Brielse samenleving zal terugkeren.

Dat ben ik met de gemeente Brielle eens, maar ik zou nog veel verder willen gaan. Lieden als Sean O. en zijn kompaan Marco K. horen in geen enkele samenleving thuis. Niet in die van Brielle, niet in die van Nederland, niet in de mondiale samenleving. Sluit ze op en hou ze achter slot en grendel. In de gevangenis of in een kliniek, dat is me om het even. Dat scheelt meteen een hoop geleur met veroordeelde pedoseksuelen zoals Sytze van der V. – om nog maar niet te spreken van het gevaar dergelijke tikkende tijdbommen uit het oog te verliezen.

Sytze van der V.

Sytze van der V., de man die in de Eindhovense wijk Woensel een viertal minderjarige Turkse jongetjes misbruikte, staat op 23 juli ook weer voor de rechter.

Voor het misbruik te Woensel kreeg hij drie jaar gevangenisstraf en in 2009 kwam hij weer op vrije voeten. Hij wilde zich doodleuk weer in zijn oude wijk vestigen, maar daar stak de gemeente Eindhoven een stokje voor. De Eindhovense burgemeester, Rob van Gijzel, ging zelfs zo ver om Sytze V. een gebiedsverbod op te leggen voor heel Eindhoven.

De rechtbank zou later oordelen dat de duur en de omvang van het gebiedsverbod een “buitenproportionele inbreuk maakte op de grondrechten van de pedoseksueel“, waarmee Sytze van der V. in principe weer in Eindhoven had mogen gaan wonen. Aangezien er op wraak tegen hem gezonnen zou worden zocht hij zijn heil toch elders. Met weinig succes.

Sytze van der V. werd uiteindelijk geweerd uit de gemeente Eindhoven, was ook niet welkom in de Utrechtse Heuvelrug en ook de gemeente Epe zag hem liever gaan dan komen. Hij leidde een poos een zwervend bestaan, maakte zich daarmee onmogelijk bij de reclassering en werd daarom weer opgepakt om zijn voorwaardelijke gevangenisstraf ook nog uit te zitten. Nog tijdens zijn verblijf in een cel werd hij in april jongstleden opnieuw aangehouden op verdenking van het bezit, verspreiden of bekijken van kinderporno in 2011, 2012 én begin 2013.

De politiek is voornemens een aantal gevangenissen te sluiten. Laten we een daarvan reserveren voor lieden zoals het hierboven beschreven drietal. Daar lever ik met alle liefde nog wat belastingcenten voor in.

Gevangeniswezen

Criminaliteit kost geld. Veel geld. Op heel veel vlakken ook nog eens. Preventie. Opsporing. Slachtofferzorg. Materiële en immateriële schade. Verzekeringen. De rechtsgang. Het CJIB. Bureau Halt. Het gevangeniswezen. Reclassering. Recidive.

Rechtvaardigheid kost ook geld. Wie een misdrijf pleegt verdient daarvoor te worden gestraft. Daar ligt een deel genoegdoening aan ten grondslag; wie misdoet moet boeten. Misdaad mag niet lonen, immers. Ook zouden we graag zien dat zo’n dader door de hem opgelegde straf zijn lesje leert en zijn leven betert. De resocialisatiegedachte, zeg maar. Het is een principe waarvan ik niet graag zie dat men erop bezuinigt op basis van louter financiële motieven.

Die zijn er wel natuurlijk, die financiële motieven. Lieden die in het gevang geraken kosten namelijk bijna tweehonderdvijftig euro per dag. Dat is een gemiddelde, want hoe zwaarder u bewaakt worden moet, hoe duurder u bent. Aan de lieden die in een tbs-kliniek terecht komen zijn we zelfs het dubbele kwijt. Voor de grap zou u dat eens moeten vergelijken met wat we hoofdelijk aan onze bejaarden spenderen.

In 2010 waren de “gewone” gedetineerden goed voor meer dan een miljard euronen op de Rijksbegroting. Er werden ook inkomsten gegenereerd, 131 miljoen, bijvoorbeeld door cellen aan België te verhuren. Omdat de verhuur van cellen aan andere ministeries ook meegeteld wordt is dat echter wel erg positief gesteld. Broekzak-vestzak.

Soit. Dat steekt schril af tegen de kosten, nietwaar?

Vorige maand publiceerde de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie het rapport Gevangeniswezen in getal 2008-2012 (PDF). Dat rapport geeft een goed beeld van de in- en uitstroom van gedetineerden, detentierecidive en een prognose van “detentiebehoefte”. Sinds 2008 is er een gemiddelde daling van 7% te zien in  aantallen instromende gedetineerden. In vergelijking met andere Europese landen hebben we een lager dan gemiddeld aantal gedetineerden.

Op zich is er natuurlijk de kwestie van vraag en aanbod. Wanneer aantallen gedetineerden dalen is het de moeite zeker waard te evalueren of we het niet met minder cellen afkunnen. De bezettingsgraad was 77% en ook leegstaande cellen kosten geld.

Daarbij heb ik wel een kanjer van een “maar”. Er lopen ongeveer 15.000 veroordeelden vrij rond. Dat zijn voornamelijk veroordeelden die hun veroordeling in vrijheid mogen afwachten en vervolgens eenvoudigweg niet op komen dagen bij de gevangenis. In een tijdsbestek van koud vijf jaar kwamen zo tienduizend criminelen onder hun straf uit. Hun straf verjaarde simpelweg.

Wat ik daarnaast opvallend vind in het rapport van DJI is dat twee derde van de ingesloten arrestanten wordt ingesloten omdat ze niet meewerken aan een andersoortige straf.

Door de jaren heen is rond 30% van de arrestanten ingesloten vanwege een (principale) vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Circa twee derde van de arrestanten heeft een vervangende vrijheidsbenemende sanctie vanwege:


– het niet meewerken aan de uitvoering van een taakstraf
– het niet betalen van geldboetes in misdrijfzaken
– het niet betalen van boetes voor verkeersovertredingen (gijzeling wet Mulder)
– het niet betalen van schadevergoedingen aan slachtoffers (wet Terwee)
– het niet betalen van een geldboete vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel (‘plukze-wetgeving’).

 

Zouden we investeren in de uitvoering van die andersoortige straffen, dan zouden we behoorlijk kunnen bezuinigen op het gevangeniswezen.

Afgelopen jaar stond de helft van de gedetineerden binnen een maand weer buiten. De gemiddelde verblijfsduur is iets minder dan vier maanden. Het aantal daders dat binnen twee jaar recidiveert schommelt al jaren rond de vijftig procent. Het percentage detentierecidive ligt lager; 31% in 2010.

Dat betekent dat een derde van de gedetineerden binnen twee jaar terug de gevangenis in gaat. Het rapport vermeldt een aantal factoren die van belang zijn bij detentierecidive. Mannen recidiveren vaker dan vrouwen, bijvoorbeeld. Verslaving en criminele voorgeschiedenis verhogen de kans op detentierecidive, net als werkeloosheid;
 

Gedetineerden die bij aanvang van hun detentie als werkloos zijn geregistreerd, recidiveren later vaker (37%) dan mensen die een baan hebben (27%).


In deze barre tijden, waarin we allemaal de broekriem aan moeten halen, mag het geen verrassing heten dat ook het gevangeniswezen wat in zal moeten leveren. Wat me wel verbaasde is hoe ruim men daarin gaan snijden wil; een dertigtal gevangenissen zal de poorten moeten sluiten.

Om 15.000 nog loslopende criminelen op te sluiten, zouden 25 Bijlmerbajessen nodig zijn.

Joehoe? Meneer Teeven? Dames en heren overige politici?

Goed. Door twee man op een cel kan er effectiever met de capaciteit van een gevangenis omgesprongen worden. Voorts is men van zins het gevangenisregime te versoberen. In dit Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen verliezen 3.700 gevangenismedewerkers hun baan. 

Fred Teeven, onze staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft daarnaast bedacht dat er op het gevangeniswezen bezuinigd kan worden door gedetineerden een enkelband aan te meten en hen de hun opgelegde straf in eigen huis te laten uitzitten. ’s Mans idee wekt bij velen wrevel. Zelfs zijn eigen ambtenaren maken zich druk; in een interne notitie laten zij aan elkaar (en aan het Algemeen Dagblad) weten dat meneer Teeven de beoogde besparingen overschat en hij elektronisch huisarrest met een enkelband onrealistisch snel wil uitvoeren. Volgens hen zou elektronisch toezicht zelfs nog weleens duurder uit kunnen pakken.

Gemeenten wezen erop dat de voorgenomen bezuinigingen op het gevangeniswezen juist een half miljard euro gaan kosten en volgens hen vergat meneer Teeven het personeel van de gevangenis in Tilburg mee te tellen in het aantal ontslagen. Oeps.

Gevangenisdirecteuren waarschuwden dat het elektronisch huisarrest ten koste gaat van de veiligheid op straat.

Strafrechters reageerden in hun kuif gepikt; als zij een gevangenisstraf opleggen bedoelen ze ook een gevangenisstraf. Daar hebben ze gelijk in; de lengte en aard van de straf is louter en alleen aan de rechter om op te leggen en niet aan meneer Teeven of de DJI.

“De Raad voor de rechtspraak betwijfelt of elektronische detentie kan worden vergeleken met gevangenisstraf, terwijl het wetsvoorstel wel op deze veronderstelling is gebaseerd. De Raad denkt dat de samenleving elektronische detentie ziet als een andere, lichtere straf dan gevangenisstraf. De Raad pleit er dan ook voor dat elektronische detentie als aparte straf wordt aangemerkt die door de rechter kan worden opgelegd.”

Aha, des Pudels Kern. Elektronische detentie kun je nauwelijks vergelijken met een gevangenisstraf. Ten eerste vindt die al grotendeels plaats in de eigen woning, een veroordeelde kan dus genieten van een bepaalde luxe omgeving en heeft niet tot nauwelijks last van een gevangenisregime. Dat vond meneer Teeven in 2011 overigens zelf ook:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van een gevangenisstraf.”

Leg dat inderdaad maar een uit aan ons, de samenleving. Aan slachtoffers.

In het interview met Tijs van de Brink stelt meneer Teeven dat zijn variant op elektronische detentie wezenlijk anders zal zijn omdat de “gedetineerde” daarbij zal moeten gaan werken. Zo behouden kortgestraften hun woning en werk. Wat de werkgever vindt van de werknemer-met-enkelband mis ik in zijn verhaal. Als er al sprake is van een werkgever, want de banen liggen niet voor het oprapen op het moment. Zoals ik u eerder al heb laten zien, checken er ook nogal wat werkelozen in het gevangenissysteem in (die recidiveerden vaker van niet werkelozen).

Waarom er dan niet voor gekozen gedetineerden in gevangenissen in zo’n mate te laten werken dat ze de gevangenis, of toch in elk geval de kosten van hun eigen verblijf aldaar, kunnen bedruipen? Leer ze een vak, houdt binnen de muren vast aan een gezond werkritme. Of misschien zelfs buiten de gevangenismuren, zoals in het voorstel van gevangenisdirecteuren en -medewerkers dat vandaag in de Telegraaf staat. Voor mijn part inderdaad in plaats van Polen in de kassen, mevrouw Van Toorenburg.

Gordon Ramsay, de beruchte Britse chef-kok met het korte lontje liet al zien hoe dat kan; hij begon de Bad Boy Bakery in HMP Brixton. Ramsay vraagt zich aan het begin van zijn programma heel terecht af waarom de gevangenen daar 21 uur van de 24 op hun cel zitten te niksen. Uiteraard, gedurende het televisieprogramma moet je door het enorme ego van de chef kijken, maar met een paar man een ochtendje sandwiches smeren en taartjes bakken verdient hij wel direct al een paar honderd pond.

Een gevangenis in Noorwegen, op het eiland Bastoey gelegen, is zelfvoorzienend en heeft het laagste recidivepercentage van Europa.  

Wat is er mis met het bedrijfsmatig runnen van een gevangenis? Behalve dan dat we ’t nog niet doen?

Dannyboy T.

Op 29 januari 2007 werd de Scheveningse Pascal Triep doodgestoken door de zoon van zijn moeders bovenburen, Dannyboy. Er ging een geschiedenis van onenigheid aan die steekpartij vooraf, waarbij genoemde bovenburen er een vervelende gewoonte van maakten allerlei afval op het dak van de uitbouw aan de woning van moeder Triep te dumpen.

Zo ook op die noodlottige dag. Triep, op dat moment psychotisch, klom op de uitbouw en gooide de vuilniszakken en al wat dies meer zij terug op het balkon van zijn bovenburen en bonkte op hun raam. Die bovenburen nu, konden dat niet waarderen. Vader, twee zoons en een vriend togen naar buiten en bedreigden Triep. Vier tegen één, ware heldenmoed. Zoon Dannyboy, toen zestien jaar, repte zich naar de keuken om daar een groot keukenmes uit een la te halen en vloog eenmaal weer buiten Triep aan. Hij stak zijn slachtoffer in de borst en raakte diens hart en een long. Pascal Triep viel vervolgens dodelijk verwond van de uitbouw.

Die laatste, zieltogende momenten van het leven van Pascal Triep werden door een omstander met een mobieltje vastgelegd. Te zien is hoe Triep ineenzakt, op een laag tuinhekje valt en daar een paar tellen als een kapotte marionet blijft liggen. Ook wanneer Triep weer opstaat, een paar meter loopt en vervolgens weer ten val komt blijft de filmer filmen.

In het filmpje is ook te zien hoe de oudste verdachte, de vader des huizes, op het dak van die uitbouw op zijn gemak blijft staan toekijken. Een buurvrouw loopt radeloos heen en weer in de tuin, terwijl een andere buurvrouw onverstoorbaar de was ophangt. Al wat je niet op het filmpje ziet is iemand die ingrijpt, eerste hulp verleent of de hulpdiensten belt. Ook de onbekend gebleven cineast niet en die had nota bene een mobiele telefoon in de knuisten.

Het Algemeen Dagblad kreeg de beelden in handen en plaatste het filmpje op Internet. Dat wekte destijds mijn wrevel, de doodsstrijd van Pascal Triep werd zonder enige gêne publiek bezit gemaakt en dat was me een brug te ver. Riooljournalistiek vond ik dat, die ook nog eens tot gevolg had dat de rechter later zou besluiten de jonge moordenaar een lagere straf op te leggen omdat hij “publiekelijk al veroordeeld was”. Dat had het Algemeen Dagblad op haar vingers na kunnen tellen natuurlijk, want het is niet de eerste keer dat zo iets tot strafverlaging leidt.

De rechtbank voorzag echter wel een grote kans op recidive, waar het Dannyboy T. betreft. De jongen had ten tijde van de moord al een strafblad en liep toen al in twee proeftijden. Tijdens zijn voorarrest bedreigde hij zelfs medewerkers van de jeugdinrichting, die hij ook nog eens een aantal bloempotten naar het hoofd smeet. Een psychologisch onderzoek wees uit dat Dannyboy verminderd toerekeningsvatbaar was. Uiteindelijk werd Dannyboy T. veroordeeld tot een jaar jeugddetentie en jeugd-tbs.

Vader T. werd tot mijn verbazing vrijgesproken. Hem werd dood door schuld ten laste gelegd én het nalaten van hulpverlening aan iemand die in levensgevaar verkeert. Wie het filmpje gezien heeft, heeft hem nochtans voorovergebukt zien toekijken hoe Triep zijn laatste adem uitblies.

Naar goed gebruik mag Dannyboy tijdens zijn jeugd-tbs op proefverlof. In februari van dit jaar ontsnapte hij naar evengoed gebruik aan zijn begeleider tijdens zo’n uitje. De politie viel de eer te beurt de jongen weer op te sporen en zette daarbij zelfs een helikopter in. Uiteindelijk wist men hem in een woning in Voorburg aan te houden en is hij teruggebracht naar De Sprengen in Zutphen. Proef mislukt, zou je zeggen.

Toch mocht Dannyboy afgelopen woensdag nogmaals op stap. Voor de tweede keer binnen een half jaar tijd was hij zijn begeleider te slim af en opnieuw nam Dannyboy de benen. Dannyboys vader, Thierry T. kondigde zijn ontsnapping aan op Hyves, zoals het altijd oplettende GeenStijl ontdekte. De virtuele blik in ’s mans geest is overigens ontstellend, niet te zeggen zorgwekkend.

Goed, de politie mocht in ieder geval opnieuw aantreden en afgelopen nacht werd Dannyboy in een woning in Den Haag aangehouden en opnieuw retour naar de inrichting gebracht.

De moeder van Pascal Triep heeft in het Algemeen Dagblad laten weten gekant te zijn tegen Dannyboys proefverloven. Daarbij vermeldt zij ook dat zij van die verloven niet op de hoogte gesteld wordt en derhalve vreest op een dag oog in oog met de moordenaar van haar zoon te komen staan. Dat alleen zou al moeten pleiten tegen dergelijke proefverloven, het belang van slachtoffers en nabestaanden wordt al te lang ondergeschikt gemaakt aan dat van daders.

Maar drie keer is scheepsrecht, ongetwijfeld krijgt dit verhaal nog een vervolg.