Klimaat voor beginners

Wat is er een hoop te doen, hè? Over dat klimaat? Duizenden jongeren lopen klimaatmarsen, politici debatteren elkaar de tent uit over de staat van het klimaat, ‘klimaatdoelen’ en al dan niet te nemen klimaatmaatregelen. Klimaatdrammers en klimaatontkenners staan lijnrecht tegenover elkaar. Hobbyisten,  lobbyisten, columnisten en journalisten vinden er ook allemaal het hunne van en je zou daar het spoor toch van bijster raken!

Wie heeft er nou gelijk? Moeten we ons zorgen maken, zoals klimaatactivisten ons willen doen geloven, of is geen reden tot klimaatpaniek?

De kunst ligt hem er dan wel in dat je moet weten bij wie je welke informatie haalt. Als ik vragen over vaccins heb, dan ga ik immers niet te rade bij een econoom. Heb ik vragen over het klimaat, dan ga ik niet op de lijn bij een geschiedkundige en vragen over de rechtstaat stel ik niet aan een medicus.

Wat is klimaat en hoe werkt het?
Aarde
Het klimaat is de gemiddelde toestand van het weer over een langere periode, van tenminste drie decennia. Dat ‘weer’ is de temperatuur, neerslag, de wolken en de wind. Onderzoek naar het klimaat en klimaatsverandering is een studie op zich en heet klimatologie.

Het klimaat op aarde verandert per definitie, waarbij koudere en warmere perioden elkaar cyclisch afwisselen. Het wordt door veel factoren bepaald, waarvan de zon de voornaamste is. De zon verwarmt met haar warmtestraling het aardoppervlak, dat op haar beurt de atmosfeer opwarmt. Een deel van die warmte wordt vervolgens afgegeven aan het heelal. De afstand tussen onze planeet en haar ster, de stand van de aardas en de zonneactiviteit spelen dus een voorname rol.

Atmosfeer
Ook de samenstelling van onze atmosfeer, de laag lucht die dankzij de zwaartekracht om de aarde ligt, is medebepalend voor het klimaat. De atmosfeer tempert het licht van onze zon en beschermt tegen haar schadelijke straling. De luchtdruk, temperatuur en dichtheid van de atmosfeer veranderen voortdurend. De lucht is een (droog) mengsel van gassen, dat voornamelijk uit stikstof (78,08%) en zuurstof (20,95%) bestaat. Daarnaast bevat dit mengsel argon (0,93%), koolstofdioxide (0,038%) en veel kleinere hoeveelheden neon, helium en methaan.

Sporenstoffen
In die luchtlaag zitten ook sporenstoffen, zoals deeltjes vulkaanas, roet, rookgassen, zout, zand en stof. Deze stoffen kunnen een koelend effect hebben op het klimaat, omdat ze beschermend werken tegen de warmtestraling van de zon.

Waterkringloop
Daarnaast bevat onze atmosfeer een wisselende hoeveelheid water, als waterdamp, in mist en wolken en als neerslag. De waterkringloop, waarbij oppervlaktewater verdampt om in de atmosfeer wolken te vormen, van waaruit het water weer als regen naar beneden valt, is essentieel voor de warmtehuishouding van de atmosfeer.

Broeikasgassen
Een aantal gassen in de atmosfeer is in staat warmtestraling te absorberen en geleidelijk weer af te geven. Daardoor houden ze warmte in de atmosfeer vast. Deze gassen, waaronder waterdamp, methaan en koolstofdioxide, noemen we daarom ‘broeikasgassen’. Die gassen zijn bijzonder nuttig. Zonder die broeikasgassen zou de gemiddelde temperatuur op aarde ruim dertig graden lager zijn dan die nu is.

Er zijn legio natuurlijke en biologische bronnen voor broeikaskassen. Vulkanen stoten koolstofdioxide uit. Methaan (‘moerasgas’) is de voornaamste component in aardgas en wordt geproduceerd door anaerobe bacteriën, wanneer die organische stoffen afbreken zoals ze dat in moerassen en de voormagen van herkauwende herbivoren plegen te doen.

Menselijk aandeel
De mens heeft daarnaast, gedurende zijn ontwikkeling, veel onnatuurlijke bronnen geïntroduceerd met de (intensivering van) landbouw en veeteelt en de Industriële Revolutie. We ontbosten grote gebieden en we legden veengebieden droog. We  ontdekten dat we steenkool, aardolie en -gas konden verbranden, waarmee we ongewild en (in eerste instantie) onbewust de daarin opgeslagen broeikasgassen de atmosfeer injoegen. We vonden de stoommachine en even later de explosiemotor uit. Daarmee brachten we enorme hoeveelheden extra broeikasgassen en sporenstoffen in onze atmosfeer en veroorzaakten een versterking van het broeikaseffect en daarmee een opwarming van onze aarde.

De mens stoot inmiddels jaarlijks een slordige 36 miljard ton koolstofdioxide uit. Ter vergelijking: Vulkanen zo rond de 645 miljoen ton. Er zijn drie grote vulkaanuitbarstingen per dag nodig om de uitstoot van de mens te evenaren.

Er zijn grote verschillen in uitstoot per land (Amerika en China zijn koploper) én per inwoner. De gemiddelde wereldbewoner stoot elk jaar 3,4 ton koolstofdioxide uit, de gemiddelde Europeaan het dubbele daarvan en de gemiddelde Nederlander het drievoudige.

IJstijden en ijstijdvakken
Grafische voorstelling van de geologische tijdschaal.png
Periodes waarin het aardklimaat aanzienlijk kouder was dan het nu is noemen we ijstijden of ‘glacialen’. De warmere periodes tussen die ijstijden in, dat zijn interglacialen. Een (langere) periode waarin er ijskappen bestaan, zoals Groenland en Alaska, heet een ijstijdvak. Binnen een ijstijdvak kunnen er dus meerdere ijstijden zijn. Wij leven nu in zo’n ijstijdvak, het geologisch tijdperk ‘Kwartair’.

Het Kwartair begon zo’n tweeëneenhalf miljoen jaar geleden en is, op haar beurt, in twee afzonderlijke tijdvakken verdeeld; het Pleistoceen en het Holoceen. Het Holoceen, dat 11.700 jaar geleden begon en waarin wij nu leven, is een (nog niet beëindigde) interglaciaal. Wij leven dus in een relatief warme periode. Lucky bastids!

De Kleine IJstijd
Hendrick Avercamp Winterlandschap
Tussen de vijftiende en de negentiende eeuw doorleefden onze West-Europese voorouders een periode waarin het één tot twee graden kouder was. Een kleine klimaatschommeling dus, maar met gruwelijk grote gevolgen. Barre winters. Sneeuw en ijs tot in april. Koele, extreem natte en stormachtige zomers. In Oost-Europa zouden vogels zelfs tijdens hun vlucht zijn bevroren en ter aarde zijn gestort.

Die periode is, vrij verwarrend, als de Kleine IJstijd de geschiedenisboeken ingegaan. Dat krijg je er dus van wanneer historici leentjebuur spelen bij andere vakgebieden, maar dat terzijde.

De Kleine IJstijd heeft echter helemaal niets te maken met een echte ijstijd, maar was niets meer dan een kleine schommeling in de temperatuur. Mondiaal lag de gemiddelde temperatuur een halve graad tot een graad lager. Dat alles had een enorme impact op de mens; oogsten mislukten en hongersnoden braken uit.

Wat betreft ons klimaat, en daarmee de leefbaarheid van onze planeet, maakt een halve of een hele graad dus een enorm verschil. Als een graadje minder tot wereldwijde hongersnoden leiden kan, wat zal een graadje meer dan tot gevolgen hebben?

Meten is weten
Afzonderlijke wetenschapsgebieden zoals de meteorologie, biologie en oceanografie bevestigen de opwarming van de aarde met onafhankelijke observaties.

Grafiek Royal Society mondiale temperatuurstijging

Ze meten dat de temperaturen op aarde systematisch oplopen en ze meten meer hittegolven en gemiddeld meer uitzonderlijk warme dagen en minder uitzonderlijk koude dagen. Sinds 1850 werd het mondiaal een graad warmer. In Nederland en de ons omringende landen is de opwarming sinds 1951 ongeveer twee keer zo sterk als de mondiale temperatuurstijging. Een kleine positieve noot is dat die opwarming niet zo snel gaat als oudere klimaatmodellen voorspelden. Zorgwekkend is dat die opwarming niet stagneert of zelfs maar wat afneemt.

Ze meten een toegenomen gemiddelde luchtvochtigheid en een toename van zware regenval. Ze meten een verzuring van de oceanen, die ook nog eens meetbaar warmer worden. Ze observeren het smelten van gletsjers en permafrost. Ze meten een stijging van de zeespiegel. Die steeg 20 centimeter sinds 1880. Dat is minder hard dan werd verwacht, maar of dat nu meteen reden voor optimisme is?

Grafiek zeespiegelstijging.PNG

Er zit nu 40% meer koolstofdioxide in onze atmosfeer dan in 1750. Planten varen daar wel bij, op satellietbeelden is te zien dat delen van de aarde groener worden. Daar staat wel tegenover dat op andere plekken op deez’ aardkloot juist sprake is van verwoestijning.

Zowel over de opwarming van de aarde als het menselijke aandeel daarin bestaat consensus onder klimaatwetenschappers die daarover publiceerden. Nu de zonneactiviteit afneemt, maar de opwarming van de aarde doorgaat, wordt pijnlijk duidelijk wat het aandeel van broeikasgassen daarin is. De bijdrage van methaan aan de wereldwijde opwarming wordt geschat op 32% en die van koolstofdioxide op 55%.

Ik weet niet hoe ’t met u zit, maar ik maak me inmiddels ernstig zorgen.

Boodschappenlijstje Tweede Kamerverkiezingen 15 maart 2017

Goed, stemmen is dus een serieuze zaak. Voordat ik al die partijprogramma’s doorworstel maak ik heel even pas op de plaats. Wat vind ik belangrijk, voor mij, voor andere Nederlanders, voor Nederland?

Ik heb natuurlijk mijn eigen Top 10, van onderwerpen die me het meest aan het hart gaan. We leven samen in een van de mooiste, welvarendste en vrije landen op deez’ aardkloot. In het dagelijks leven heb ik niet tot nauwelijks reden tot klagen. Dat zou ik graag zo houden.

Daarbij vind ik in een aantal gevallen de kosten in beginsel onbelangrijk. Een goede gezondheidszorg kost geld, net zoals goed onderwijs en een gedegen rechtssysteem. Ik betaal er met alle liefde (meer) belasting voor. Partijen die doen alsof zulke kosten ontzettend vervelend, lastig of zelfs ongewenst zijn kun je bij voorbaat eigenlijk niet au sérieux nemen.

Die Top 10 van mij, die ziet er zo uit:

Geluk

Ja, ik hoor u wel brommen hoor. Geluk! Hoe denk ik dat te definiëren voor 17 miljoen verschillende mensen? En hoe denk ik dat meetbaar te maken of in doelstellingen te vatten? Schrijf me nou niet meteen af als zweverig tiepje of naïeve wereldverbeteraar. Nederland staat al jaren in een Top 10 van ´s werelds meest gelukkige landen. Er is een heus World Happiness Report!

Nationaal geluk is te meten, door te kijken naar een breed scala van indicatoren; de kwaliteit van het bestuur, bruto binnenlands product, (politieke) vrijheid, sociaal kapitaal, sociale voorzieningen, levensverwachting, gemiddelde goede gezondheid, vertrouwen (o.a. in sociale voorzieningen), vrijgevigheid en vrijheid van corruptie.

Vrijheid

Mijn vrijheid is mijn grootste goed. Ik ben vrij te gaan en staan waar ik wil. Ik ben vrij mijn eigen verstand en geweten te volgen en ik mag, in dezelfde mate als u, vrij aanspraak maken op de vele rechten en vrijheden in ons kikkerlandje. Ik ben vrij mijn mening te uiten. Ik ben vrij te beschikken over eigen lijf en leden, baas in eigen buik.

De onaantastbaarheid van het lichaam staat wel nog altijd onder druk, zo worden ook hier nog altijd kinderen besneden omdat hun ouders dat een religieuze plicht vinden. Besnijdenis is prima, dat moet u zelf weten, zo lang u daar maar zelf voor kiest. Daarnaast wordt er nog gesteggeld over mijn vrijheid zelf te bepalen wanneer ik mijn leven voltooid vind en die beslissing is aan niemand dan aan mijzelf. Wil ik over veertig jaar een pil van Drion op mijn nachtkastje hebben liggen, dan gaat u dat niets aan.

Veiligheid en Recht

U ziet het nu in Amerika, een gedegen en integer rechtssysteem is uitermate belangrijk. Rechters horen neutraal en onafhankelijk te zijn en niet te (hoeven) buigen voor politieke winden en windbuilen. Dat betekent dat zo’n rechtssysteem een aantal waarborgen moet kennen, al was het maar om rechters te beschermen tegen potentaten zoals een president Trump, die denken boven de wet te staan. Tsjakka, het belang van een ordentelijke staatsinrichting op een zilv’ren dienblad! De scheiding van kerk en staat is helaas nog lang niet af en de trias politica moeten we zwaar bewaken.

Ik ga graag veilig en ongestoord over straat, dat is mijn veiligheid in het klein. In het groot zie ik natuurlijk graag een overheid die anticipeert op spanningen en calamiteiten in binnen- en buitenland en die er alles voor doet om onze samenleving veilig en leefbaar te houden. Daarbij hecht ik niet aan open grenzen voor Jan en alleman, maar word ik wel wantrouwig wanneer mensen steevast menen privacy uit te moeten wisselen voor veiligheid.

Een integere politiemacht die draagvlak heeft onder de bevolking, die tot in de haarvaten van de samenleving zit en die genoeg budget, personeel, tijd en ruimte heeft om haar werk naar behoren te doen vind ik essentieel.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving en zou daarom alleen al veel meer prioriteit moeten krijgen. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring.

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Gelijkheid

Geen mens is meer dan de ander. We zijn misschien niet allemaal hetzelfde, maar we zijn wel allemaal gelijk. Iedereen verdient dezelfde kansen in het leven en heeft recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen.

’t Moet nochtans gezegd dat u mij, als vrouw, nog altijd mag discrimineren wanneer u dat uit hoofde van een of ander geloof doet. Zo vindt ons College voor de Rechten van de Mens dat een buschauffeur best vrouwenhandjes mag weigeren en dat is en blijft een gotspe. Discriminatie is nooit oké, dus ook niet op religieuze gronden. Ook homoseksuelen worden nog met regelmaat gediscrimineerd en mensen met een andere etnische herkomst treft nog met grote regelmaat hetzelfde lot.

Sommige diertjes zijn dus nog altijd meer gelijk dan andere diertjes en dat behoeft remedie.

Emancipatie

Ja, u kent me natuurlijk al. Emancipatie, dat is een dingetje hoor. Er schort nog wat aan het naamrecht, de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijk loon voor gelijk werk. Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6% (CBS, 2012) minder dan hun mannelijke evenknieën. Daar is 4% van volstrekt onverklaarbaar. Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Mannen worden nog altijd structureel ondergewaardeerd waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Werk aan de winkel!

Sociale zekerheid

Er gaat geen verjaardagsfeestje voorbij of er wordt wel boos gesproken over uitkeringstrekkers of asielzoekers die op onze kosten hun tanden laten bleken. Een sociaal vangnet voor wanneer het leven je even grandioos tegenzit (en dat gebeurt heus de besten) is nochtans een van de mooiste verworvenheden van onze staat. Werkeloosheid, pensioen, ziekte of arbeidsongeschiktheid lossen we op door solidariteit en samenhorigheid: er wordt collectief gezorgd voor alle Nederlanders. Betalen we allemaal netjes aan mee.

Toch, ’t kan en moet beter. U heeft het vandaag kunnen lezen; het aantal huishoudens in langdurige armoede stijgt. Die armoede raakt zo veel kinderen, dat het me het schaamrood op de kaken doet staan.

Vooral eenoudergezinnen met minderjarige kinderen blijken vaak te maken te hebben met risico op armoede. Dit speelde bij ruim een kwart van die groep. In totaal groeiden in 2015 ruim 320.000 kinderen op in een huishouden met een extreem laag inkomen. Voor 125.000 van hen was dit het vierde jaar achtereen, oftewel 8000 meer dan in 2014.

Onderwijs en cultuur

Nederland is een kenniseconomie. We hebben dus ook een economisch belang bij goed onderwijs in het algemeen en uitstekend hoger onderwijs in het bijzonder. Daarnaast, het is nog met geen enkele generatie goedgekomen zonder dat er in werd geïnvesteerd. Kinderen die lezen bijvoorbeeld, belanden later hoger op de sociale ladder.

Nederland telt, naar schatting, 250.000 mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Dat is 1,5% van de bevolking. Daarnaast zijn er 1,3 miljoen laaggeletterden, die wel losse woorden kunnen lezen maar een wat langere tekst niet kunnen behapstukken. Laaggeletterdheid kost de maatschappij 556 miljoen euro per jaar. Wat u daarbij wellicht niet zult verwachten is dat twee derde van die 1,3 miljoen laaggeletterden van Nederlandse afkomst is. Tien procent van onze 15-jarigen is een zogeheten zwakke lezer.

Ieder kind heeft recht op onderwijs, dat moet leiden tot een startkwalificatie. Gelijke kansen, dat begint in het onderwijs. Daar is ook een maatschappelijk belang bij in het geding. Niet alleen omwille van onze kenniseconomie, maar vroegtijdig schoolverlaten vergroot bijvoorbeeld ook de kans op een criminele carrière met een factor 2,5. Terug met het verheffingsideaal!

Gezondheidszorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder. De zorg kan ongetwijfeld slimmer, efficiënter en goedkoper en dat is geweldig, zo lang de zorg er ook maar beter op wordt. De rechten van patiënten, het welbevinden van verpleeghuisbewoners, verstandig medicijnengebruik, lagere kindersterfte en meer aandacht voor zorgmijders, het mag allemaal wat kosten.

Er zijn in Nederland relatief weinig tienerzwangerschappen en tienermoeders en toch maak ik me zorgen over hoe wij daar mee omgaan. De vergoeding van anticonceptie zoals de pil moet terug de basisverzekering in en er zou veel meer aandacht voor goede seksuele voorlichting en vorming moeten zijn.

Natuur en klimaat

Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dat betekent dat we extra zuinig moeten zijn op onze natuur, onze lucht en ons water. De gemiddelde Randstedeling rookt zeven sigaretten per dag zonder er een daadwerkelijk op te steken. Dierenwelzijn is een ondergeschoven kindje.

We eten graag te veel en vooral goedkoop vlees en dat levert dieronterende toestanden op in de bio-industrie en bij het vervoeren van levend slachtvee. Het slachtvee dat dubbel pech heeft wordt dan ook nog eens ritueel en dus liefst onbedwelmd geslacht. Nederland heeft enorme aantallen vee, alleen al twaalf miljoen varkens. De huisvesting van zo veel dieren is problematisch, op zijn zachtst gezegd. De legbatterij is dan wel verboden, maar de megastallen worden de grond uit gestampt. Er zijn 2,8 miljoen melkkoeien in Nederland. Van deze dieren staat 30% altijd op stal. De kalveren worden direct na de geboorte bij het moederdier weggehaald.

We hebben, alleen op televisie al, uitgebreid kunnen zien hoe het bloed uit levend vee vervoerende vrachtwagens liep, hoe de “plofkip” aan haar naam komt, hoe kippen de snavel en biggen de staart wordt afgeknipt, hoe koeien onverdoofd onthoornd worden en te lijden hebben van ontstekingen aan hoeven en uiers. We hebben de dierenlijken in grote grijpers zien hangen nadat er weer eens op grote schaal een dierziekte uitbrak, omdat we ons vee op grote schaal en dicht op elkaar willen houden en omwille van de export weigeren ze in te enten.

Normen en waarden

Ik maak me zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap grotendeels bestaat uit een goed voorbeeld dienen we de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden. Geen ruimte dus, voor liegende ministers en deals met criminelen sluiten.

Ik ben benieuwd hoor, wat vind ik straks bij wie terug:

1. VVD
2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
4. SP (Socialistische Partij)
5. CDA
6. Democraten 66 (D66)
7. ChristenUnie
8. GROENLINKS
9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
10. Partij voor de Dieren
11. 50PLUS
12. OndernemersPartij
13. VNL (VoorNederland)
14. DENK
15. NIEUWE WEGEN
16. Forum voor Democratie
17. De Burger Beweging
18. Vrijzinnige Partij
19. GeenPeil
20. Piratenpartij
21. Artikel 1
22. Niet Stemmers
23. Libertarische Partij (LP)
24. Lokaal in de Kamer
25. JEZUS LEEFT
26. StemNL
27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
28. Vrije Democratische Partij (VDP)

De lessen van Donald Trump

Met de nieuwbakken president Donald Trump op ramkoers met iedereen én zijn moeder ben ik vastbesloten goed geïnformeerd te gaan stemmen. In Amerika kunnen we nu allemaal goed zien wat er gebeurt wanneer je ondoordacht een stemhokje bezoekt.

Moslimban

Neem nu ’s mans ‘tijdelijke moslimban’, zoals zijn laatste decreet in de volksmond is gaan heten. Om zijn Amerikanen tegen terreur te beschermen mochten mensen uit Irak, Iran, Jemen, Libië, Somalië, Soedan en Syrië niet langer het land in. Nou ja, of ze moesten van christelijke huize zijn. In dat geval haalt Donald Trump een hart over zijn hand. “I’m establishing new vetting measures to keep radical Islamic terrorists out of the United States of America. Don’t want them here,” aldus de nieuwe Grote Leider. Ook mensen die al legaal in Amerika wonen en een green card hebben worden door deze ban getroffen. Curiouser and curiouser, zou Alice zeggen.

Vervelend detail is dan wel dat de mensen die tot nog toe aanslagen pleegden op Amerika opvallend vaak helemaal niet uit deze zeven landen komen. Landen zoals Egypte, Libanon en Saoedi-Arabië, waar de daders van de aanslagen op 9/11 vandaan kwamen, ontbreken op Trumps lijstje. Niet toevallig zijn dat landen waar president Trump zakelijk belang bij heeft.

Omar Mateen, de gewapende man die op 12 juni 2016 het vuur op bezoekers van de nachtclub in Orlando opende en daarbij vijftig mensen doodde, was een geboren Amerikaan met Afghaanse ouders. Op zaterdag 17 september 2016 werden bomaanslagen gepleegd in New York en in New Jersey. De verdachte, Ahmad Khan Rahami, kwam van origine uit Afghanistan. Afghanistan staat nochtans ook niet op het Lijstje van Trump.

Ongrondwettelijk

Nu is het zo gelegen dat de Grondwet van de good ol’ U.S. of A. een dergelijk onderscheid naar nationaliteit verbiedt. Een federale rechter in Seattle stelde het inreis-decreet dan ook gevoeglijk buiten werking. President Trump, kennelijk geheel en al onbekend met het concept van de rechtsstaat, twitterde zijn infantiel ongenoegen de wereld in. Zo’n tekst is natuurlijk een president onwaardig, maar dat is echt het minste probleem met deze man.

Censuur

In het land van de Free Speech legde hij al duizenden van zijn ambtenaren een spreekverbod op. Ambtenaren van onder andere het milieuagentschap EPA (Environmental Protection Agency) en het US Department of Agriculture and Health and Human Services mogen niet meer met het publiek communiceren. De regering-Trump praat namelijk liever feitenvrij over zaken als het klimaat, de opwarming van de aarde en het Clean Power Plan. Feiten en wetenschappelijk onderzoek zijn bad for business.

Donald Trumps beslissing Scott Pruitt aan te stellen als nieuwe baas van EPA spreekt boekdelen. Pruitt heeft in het verleden meerdere rechtszaken tegen EPA aangespannen en hij heeft sterke banden met de olie- en gasindustrie.

Abortus

Meer dan veertig jaar geleden bepaalde Amerika’s hoogste rechtbank dat vrouwen het grondwettelijke recht (ja, daar hebbie die vervelende grondwet weer) hebben om een zwangerschap vroegtijdig te beëindigen. De zaak Roe vs. Wade (1973) was daarin allesbepalend.

Donald Trump heeft nu in al zijn onwijsheid besloten een oude wet nieuw leven in te blazen, die alle financiële steun verbiedt aan NGO’s die in ontwikkelingslanden seksuele voorlichting, anticonceptie en al wat dies meer zij verzorgen als (informeren over) abortus daar onderdeel van is.

Met één pennenstreek en omringd door een select gezelschap van slegs witte mannen schrapte Trump 600 miljoen dollar aan subsidie. Daarmee maakt hij organisaties zoals Marie Stopes International effectief vleugellam. Dat terwijl die wet eerder al heeft bewezen contraproductief te werken: het aantal abortussen daalt er niet mee, terwijl het aantal illegale en onveilige abortussen er juist door stijgt.

Op 15 maart 2017 nemen 28 partijen deel aan de Tweede Kamerverkiezing van ons eigen kikkerlandje. Dat betekent dat ik 28 partijprogramma’s zal doorworstelen. I’ll keep you posted. 🙂

 1. VVD
 2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
 3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
 4. SP (Socialistische Partij)
 5. CDA
 6. Democraten 66 (D66)
 7. ChristenUnie
 8. GROENLINKS
 9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
 10. Partij voor de Dieren
 11. 50PLUS
 12. OndernemersPartij
 13. VNL (VoorNederland)
 14. DENK
 15. NIEUWE WEGEN
 16. Forum voor Democratie
 17. De Burger Beweging
 18. Vrijzinnige Partij
 19. GeenPeil
 20. Piratenpartij
 21. Artikel 1
 22. Niet Stemmers
 23. Libertarische Partij (LP)
 24. Lokaal in de Kamer
 25. JEZUS LEEFT
 26. StemNL
 27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
 28. Vrije Democratische Partij (VDP)

Waar Doel de middelen heiligt

Aankomende 26 april is het 30 jaar geleden dat kernreactor 4 van het complex in Tsjernobyl in de voormalige Sovjet-Unie explodeerde, na een dramatisch misgelopen test met de koelinstallatie. Om 01:23 bereikte de reactor een vermogen van 30 GW, tien keer zijn normale vermogen. De daaropvolgende explosie blies het twee ton zware dak van de reactor, waarop er lucht bij de moderatorelementen kwam. Die waren van grafiet gemaakt en ze vlogen in brand.

De reactor braakte splijtstof, grafietdeeltjes en een enorme radioactieve rookwolk de atmosfeer in, naar schatting 50 miljoen ouderwetse Curie.

Bij de initiële explosie en brand kwamen 31 mensen om. De lokale brandweer werd opgetrommeld, maar de spuitgasten werd niet verteld dat de reactor open lag. Met robots wordt geprobeerd het puin te ruimen en de daken van de andere reactoren schoon te maken. De elektronica blijkt niet bestand tegen de straling. Het leger wordt ingeschakeld. Naar schatting 340.000 manschappen werden ingezet. De soldaten, de ‘groene robots’, verwijderen het radioactieve puin. De 3.600 soldaten die op het dak van reactor 4 werkten, een minuut of twee per persoon, kregen loden vesten en maskers mee, maar de straling vrat zich gewoon door hun schoenzolen heen.

Voices from Chernobyl

De vrouw van een van die brandweermannen vertelde later aan journaliste Svetlana Alexievich hoe zij haar man in de vroege ochtend aantrof in het ziekenhuis. Zijn lichaam en gezicht zijn gezwollen van de enorme dosis straling, hij lijkt van binnenuit te verbranden. Na een paar dagen verliest hij zijn haar en begint zijn huid te splijten. Als ze hem aanraakt blijven de lappen huid aan haar handen kleven. Hij heeft vierhonderd maal een dodelijke dosis straling gekregen, verplegend personeel is bang hem aan te raken en dus verzorgt zij hem. Ze is zwanger. Hun dochtertje zal vier uur na de bevalling sterven, hij is dan al lang dood en begraven en zij? Ze mag het kindje niet aanraken. Als ze het radioactieve lichaampje eindelijk terugkrijgt dan is dat gecremeerd en wel in een houten kistje.

Het zou meer dan 24 uur duren eer men de eerste mensen uit de directe omgeving van Tsjernobyl begon te evacueren. In eerste instantie kregen de inwoners te horen dat ze maar drie dagen van huis zouden zijn. Ze moesten alles achterlaten, inclusief hun huisdieren en vee. Binnen een straal van 30 kilometer werden 485 dorpen ontruimd, waarvan er uiteindelijk 70 letterlijk begraven moesten worden vanwege de straling. In een nabij gelegen dennenbos kleurden alle bomen rood.

Onder de reactor stond water. Men vreesde dat het water, zodra het hoog genoeg kwam te staan, in aanraking zou komen met de nucleaire brandstof in het opengeslagen reactorvat. Het gevolg daarvan had een nucleaire explosie van 3 tot 5 megaton kunnen zijn, genoeg om een flink deel van Europa en de voormalige Sovjet-Unie volkomen onbewoonbaar te maken. Jonge heldhaftige mannen doken beurtelings dat water in om het veiligheidsventiel open te wrikken. Vierhonderd mijnwerkers groeven een tunnel onder de reactor om ervoor te zorgen dat het grondwater niet bij het reactorvat kon komen.

De Sovjets hielden de ramp stil, pas toen in Zweden de stralingsmeters op hol sloegen door de radioactieve neerslag werd duidelijk dat er is ontzettend misgegaan was.  Rond 2 mei 1986 bereikte de radioactieve wolk Nederland en België. Tweeduizend kilometer. Ik was tien jaar oud. De koeien moesten naar binnen en de spinazie mocht je niet meer eten. 
De gevolgen van de ramp van Tsjernobyl zijn tot op de dag van vandaag zichtbaar, voelbaar en tastbaar. In de zwaarst getroffen regio komen specifieke vormen van kanker zoals schildklierkanker en leukemie komen vaker voor dan waar dan ook. Sommige baby’s komen misvormd ter wereld. Kinderen kampen met groeistoornissen. Tumoren. Ademhalingsproblemen. 

Doel

Ik moest vandaag opnieuw aan Tsjernobyl denken. Mevrouw Melanie Schultz, onze minister van Infrastructuur en Milieu, liep vandaag mee met de eerste gezamenlijke inspectie, door Belgische en Nederlandse toezichthouders, van de veelbesproken kerncentrale in het Belgische Doel. Ik hoop dat ook zij nog even heeft stilgestaan bij die noodlottige nacht van 26 april 1986. 
De reactors Doel 1 en Doel 2 werden in 1975 gebouwd. Ze zouden na veertig jaar dichtgaan, maar de Belgische regering heeft besloten ze tot 2025 in gebruik te houden. Doel 2 werd op 24 december 2015 daarom weer opgestart. Doel 4 is volledig in gebruik. Doel 3 is vanwege een probleem met een lasnaad in het niet-nucleaire gedeelte stilgelegd. De reactoren zijn geregeld in het nieuws geweest vanwege allerlei gebreken; van scheurtjes in reactorvaten tot brand, een ontploffing en zelfs sabotage. 
Tijdens het bezoek spraken minister Schultz en  de Belgische minister van Veiligheid Jan Jambon  af om de communicatie over incidenten bij Belgische en Nederlandse kerncentrales “op elkaar af te stemmen”.
Dat vind ik weinig geruststellend. Die meneer Jan Jambon deed de problemen met die Belgische kerncentrales af als “een of twee incidentjes”. Echt hoor, die centrales zijn heel veilig en ongeruste Nederlanders moeten niet vergeten dat de Belgen “veel minder incidenten in hun kerncentrales hebben dan in andere energiecentrales”
Allee zunne, met zo’n communicatief talent is het een wonder dat er nog geen run is op jodiumpillen. 

De verborgen schilderijen van Rembrandt

Meer dan de helft van de Nederlanders vindt dat de regering niet 80 miljoen beschikbaar moet stellen voor de aanschaf van die twee sublieme schilderijen van Rembrandt van Rijn. Het gaat dan natuurlijk om het prachtige zeventiende-eeuwse dubbelportret van Maerten Soolmans en Oopjen Coppit, dat zij de schilder vroegen te maken ter ere van hun huwelijk. Het dubbelluik dateert van 1634 en is dus een vroege Rembrandt. De barokke schilder was nog maar net in Amsterdam aangekomen en stond nog aan het begin van zijn carrière.

Oopjen en Maerten

Oopjen Coppit was een dochter van de toenmalige Amsterdamse elite. Kind van een regentengeslacht dat zijn fortuin gemaakt had met de handel in graan en buskruit. Het geslacht Coppit was het schoolvoorbeeld van de gegoede Hollandse burgerij en, oneerbiedig gezegd, stinkend rijk.

Dat laatste gold ook zeker Maerten Soolmans, met wie zij op 9 juni 1633 in ondertrouw ging. Hij was een Antwerpenaar. Zijn vader, Jan Soolmans, was suikerhandelaar. Suiker, dat was big business in die dagen.

In het Amsterdam van Oopjen en Maerten werd van pure welvaart begonnen met de aanleg van de grachtengordel. De extravagante koopmanshuizen aan die grachten vertelden het verhaal van de nieuwe rijken: de kooplieden.

De Gouden Eeuw

De zeventiende eeuw was namelijk onze Gouden Eeuw, een ongeëvenaarde bloeiperiode op gebied van handel, wetenschap, de schone kunsten en politiek.  René Descartes schreef zijn voornaamste werken in het Nederland van de Gouden Eeuw. Christiaan Huygens vond er het slingeruurwerk uit en Hans Lippershey de verrekijker. Hugo de Groot, Jan Adriaanszoon Leeghwater, Michiel de Ruyter, Prins Frederik Hendrik – de lijst met Grote Namen uit dit tijdsgewricht is schier eindeloos en Rembrandt van Rijn is een van hen.

Pronkportretten

Dat Maerten Soolmans en Oopjen Coppit bulkten van het geld, dat mocht (nee, móest) iedereen weten. Niet alleen betaalden ze een toen nog relatief onbekende schilder het equivalent van een jaarsalaris voor hun levensgrote portretten, de beeldtaal van die schilderijen druipt van de referenties naar hun goed gevulde portemonnee.

Ze lieten zich om te beginnen al ‘ten voeten uit’ vereeuwigen en dat is een statement op zich. Een portret van kruin tot teen was een voorrecht van de Europese adel en het was ongehoord dat koopmansnazaten zoals Oopjen en Maerten zich dat permitteerden. De boodschap van het stel was voor de gemiddelde zeventiende-eeuwer luid en duidelijk: “Wij zijn de nieuwe royals van de Lage Landen, move over“. Vandaag de dag zou De Telegraaf er hele voorpagina´s aan gewijd hebben en bij RTL Boulevard zouden Beau van Erven Dorens en Albert Verlinde hebben zitten smullen.

Maerten Soolmans en Oopjen Coppit zijn naar de laatste Franse mode gekleed. Ze zijn de hipsters van hun tijd. Wie naar hun kledij kijkt ziet meteen dat er kosten noch moeite gespaard zijn. Daar ook ziet u meteen de hand van de meester-schilder. De kwaliteit van het zwarte satijn van Maertens pak. De prachtige kanten kragen en manchetten die de jonge echtelieden dragen, de zacht glanzende parels van Oopjen, haar (letterlijk!) peperdure waaier en dan de met diamanten bezette ring, die ze aan een ketting om haar hals draagt. Ziet u die enorme rozetten aan Maertens voeten?

De hand van de Meester

Met zijn toetsen en vegen olieverf vertaalt Rembrandt al dat prachtige kant en satijn en die glimmende en glanzende sieraden virtuoos naar het platte vlak. Stofuitdrukking noemt men dat, en dat kon Rembrandt als geen ander. Van dichtbij ziet u de klodders verf, maar wanneer u een pas terug doet en opnieuw kijkt is het alsof u zo even aan die kanten stofjes zou kunnen plukken.

En dan dat theatrale, dramatische licht. Ziet u Oopjens zwarte sluier? Bijna niet hè? Ondertussen beschermt én benadrukt de zwarte stof haar witte huid. Deze vrouw is rijk, zo moet u weten, en buiten werken is ver beneden haar stand. Rembrandt van Rijn speelde met licht en donker om uw blik precies daar te laten landen waar hij dat wilde. Daarom glijdt uw blik ook nu, 381 jaar later, van Maertens gezicht naar het kant op zijn bovenkleding, de handschoen in zijn linkerhand en dan naar die opulente rozetten op zijn voetwreven.

Verborgen Portretten

De portretten Maerten Soolmans en Oopjen Coppit kwamen in handen van jonkheer Willem van Loon in Amsterdam. Helaas verkocht hij (Barbaar! Verrader!) ze in 1877 aan Gustave baron de Rothschild en daarmee verdween het tweeluik uit beeld. In 1956 zijn ze nog even te zien geweest in het Rijksmuseum en in Boijmans Van Beuningen. Alleen een handjevol gelukkigen heeft de schilderijen sindsdien in het echt mogen zien.

En dan opeens, zijn ze te koop. Voor 150 miljoen, wat op zich natuurlijk veel geld is, maar voor dit tweeluik is het een koopje. Ze zijn met gemak namelijk nog eens honderd miljoen extra waard.

Rembrandt van Rijn is de grootste van de Hollandse meesters, lieve lezer. Zijn werk is een absoluut hoogtepunt in onze geschiedenis en van ons cultureel erfgoed. Nederland heeft nu dus de gelegenheid dit nationaal erfgoed terug naar huis te halen!

En wat blijkt uit de wekelijkse peiling van Maurice de Hond? Meer dan de helft van de Nederlanders is daar op tegen. Aan die 57% zou ik willen vragen; Wat bezielt u?!

Kom op zeg. Alleen de wedstrijden in het betaald voetbal kosten jaarlijks zo’n driehonderdduizend politie-manuren (zeventig euro per stuk, no less) en daar doen we niet moeilijk over. Gaat het om Zwarte Piet dan lopen de gemoederen hoog op, want o, kom niet aan onze tradities en cultuur. Komen er vluchtelingen naar Nederland dan vrezen velen van u dat zij een gevaar zullen vormen voor de Nederlandse cultuur en haar verworvenheden. En dan haalt u uw neus op voor twee van de voornaamste hoogstandjes uit onze cultuur?

U bent hier echter toch echt de cultuurbarbaar hoor!

Vergeten Grote Vrouwen en de gender gap in het onderwijs

In het jaar 2000 maakte de internationale gemeenschap ‘harde’ afspraken over uitermate belangrijke onderwijsdoelen. Nu, vijftien jaar later, heeft UNESCO de vorderingen gemeten en haar conclusies gepubliceerd in het Education for All Global Monitoring Report 2015

Slechts een op de drie landen heeft alle onderwijsdoelen ook daadwerkelijk gehaald. Meer dan honderdtwintig miljoen kinderen en adolescenten gaan anno 2015 nog steeds niet naar school. De ongelijkheid in toegang tot enig onderwijs is zelfs verder toegenomen en wordt in grote mate bepaald door armoede… en gender. 

Dat rapport is dus in haar geheel ontluisterend, maar het schetst vooral een zorgwekkend beeld voor de helft van de gehele mondiale populatie: Vrouwen. In de ergste gevallen gaan meisjes helemaal niet naar school, er zijn landen waar voor elke duizend jongens die lager onderwijs genieten nog geen twintig meisjes diezelfde kans krijgen. Krijgen meisjes wel onderwijs, dan worden hun jonge geesten van meet af aan vergiftigd met stereotype rolpatronen.

Jong geleerd

Jong geleerd is oud gedaan en goed voorbeeld doet volgen. Daarom proberen we hele generaties kinderen zo goed mogelijk allerlei belangrijke (en minder belangrijke) zaken bij te brengen en vinden we de schoolgang zo belangrijk. 

Daarom ook hechten we eraan kinderen met goede rolmodellen te confronteren. Voor vaders, moeders, grootouders, leraren, iedereen in de omgeving van een kind geldt: Kinderen kopiëren hetgeen u hen voordoet. Ze observeren uw voorbeeldgedrag én de consequenties van dat gedrag. Observerend (of ook wel sociaal) leren heet dat. Wanneer kinderen bijvoorbeeld agressief gedrag ook nog eens beloond zien worden, dan zijn zij nog veel meer geneigd dat gedrag te imiteren. 
Wij mensen blijven overigens ons leven lang gevoelig voor rolmodellen. Naarmate we meer bewondering voor zo’n rolmodel koesteren zijn we ook meer geneigd diens gedragingen te imiteren. 

Essentiële rolmodellen

Uit studies, onder andere uitgevoerd door mevrouw Penelope Lockwood, bleek al dat vrouwen daarnaast hun zelfbeeld en gevoel van eigenwaarde bepalen aan de hand van goede, succesvolle rolmodellen van het eigen geslacht. Mannen bleken daar lang zo gevoelig niet voor en voor hen bleek het ook niet uit te maken of ze met een rolmodel van het eigen of van het andere geslacht werden geconfronteerd. 

Outstanding women can function as inspirational examples of success, illustrating the kinds of achievements that are possible for women around them. They demonstrate that it is possible to overcome traditional gender barriers, indicating to other women that high levels of success are indeed attainable. Female role models can also serve as proxies, guides to the potential accomplishments for which other women can strive. Finally, by demonstrating their competence in traditionally male occupations, highly successful women may undermine traditional gender stereotypes about women, thus reducing the damaging potential of stereotype threat effects.

De mensen onder u die mijn blog wat langer volgen kennen mijn groeiende lijst van Grote Vrouwen natuurlijk wel. De opvallend vaak vergeten en ondergewaardeerde kunstenaars, dichters, wetenschappers, uitvinders en voorvechters van gelijke rechten. Vrouwen die zich ontworstelden aan de vooroordelen van hun tijd en ontstegen aan de ondergeschikte plaats die hen door de maatschappij werd toebedeeld. Ik houd van de grote vrouwen uit de menselijke geschiedenis. De Hatsjepsoets, de Boudicca’s, de Maiden Queens en de Hypatia’s. 
De Grote Vrouwen die maar al te vaak blijken te schitteren door afwezigheid in de geschiedenisboeken, waaruit we kinderen over de hele wereld leren over de menselijke geschiedenis. 
Die afwezigheid is in ruime mate bepalend voor het zelfbeeld van meisjes en vrouwen en is een extreem beperkende factor voor hun perceptie van hun toekomstmogelijkheden.  

Vrouwen in schoolboekjes: afwezig of onderdanig

Mevrouw Rae Blumberg, sociologe aan de Universiteit van Virginia, deed hier de laatste jaren uitgebreid onderzoek naar. Ze schreef er een rapport over voor de VN-onderwijsorganisatie UNESCO, dat als background paper dient voor het UNESCO Education for All Global Monitoring Report 2015
Blumberg verzamelde gegevens van een zestigtal onderzoeken naar hoe vrouwen worden beschreven en afgebeeld in schoolboeken van 21 landen. Meisjes en vrouwen blijken sterk ondervertegenwoordigd en als er al aan hen gerefereerd wordt, dan is dat bijna altijd in de stereotype rol van huisvrouw, passieve thuiszitter en met weinig meer om handen dan traditionele huishoudelijke taken. Vrouwen zijn onzichtbaar of onderdanig. 
De jongetjes zijn de van zelfvertrouwen blakende avonturiers, de slimme wetenschappers en uitvinders, de grote leiders en de succesvolle carrièretijgers.  De meisjes zijn timide vogeltjes, voorbestemd voor een huiselijk leven achter de schermen. Op veruit de meeste afbeeldingen in die boeken staan vrouwen te koken of voor hun gezin te zorgen.  Zelfs in verhalen over dieren gaat het bijna altijd over het mannetjesdier. 

Stereotypen en de kindergeest

Dat is fnuikend. Kinderen die niet terugzien in zulke schoolboeken blijken zich namelijk ook helemaal niet voor te kunnen stellen dat ze wél tot meer in staat zijn dan stereotype traditie dicteert. Mevrouw Blumberg wees daarom ook op een Israëlisch onderzoek uit 2009, waaruit duidelijk blijkt dat kinderen de stereotypen waarmee zij in zulke schoolboeken geconfronteerd worden overnemen. 
Kinderen, vooral meisjes dus, die onderwijs kregen uit schoolboeken waar die genderongelijkheid níet in staat denken juist dat de diverse carrières en activiteiten die het leven hen te bieden heeft geschikt zijn voor zowel meisjes als jongens.
Educatie is de sleutel tot emancipatie!

Anna Sophia Polak

Op 27 april 1874 werd, in mijn eigenste mooie Rotterdam, Anna Sophia Polak geboren. Zij was de enige dochter van Herman Joseph Polak en Louisa Helena Stibbe. Haar vader was leraar (en later hoogleraar) Griekse taal- en letterkunde en conrector van het Erasmiaans Gymnasium. ‘Het Erasmiaans’ is nog altijd een begrip in Rotterdam en het is een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs van Nederland.

Als telg van intellectueel en liberaal-joods gezin groeide zij dus op in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze ging naar de Hogere Burgerschool voor meisjes en werd daarnaast door haar vader onderricht in Latijn en Grieks. In 1893 legde zij met succes het eindexamen gymnasium-A af. Kort daarna zou het gezin Polak naar Groningen verhuizen, waar Herman Polak in 1894 hoogleraar in de Griekse taal- en letterkunde werd.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was Anna Polak zoekende. Ze voelde zich weliswaar aangetrokken tot de klassieke talen en had een uitgesproken literair talent, maar wilde geen lerares worden en dat was wel het enige beroep waar zij, als jonge vrouw, met die studie voor in aanmerking komen kon. Ze was intelligent en sociaal en maatschappelijk zeer betrokken. Ze deed een zelfstudie Italiaans, werd beëdigd vertaalster en gaf privélessen Italiaans. Daarnaast was ze actief op sociaal en politiek vlak en deed zij zogeheten ‘Toynbeewerk’, sociaal ontwikkelingswerk, onder fabrieksarbeidsters.

Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

In Groningen ontmoette Anna Polak de bevlogen feministe Cato Pekelharing-Doyer, de drijvende kracht achter de Vrouwenbond en de eerste vrouw die zitting nam in de Groningse Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs. Mevrouw Pekelharing-Doyer was een van de initiatiefneemsters van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag plaats vond. Niet toevallig is dat hetzelfde jaar waarin koningin Wilhelmina zou worden ingehuldigd. De tentoonstelling moest een ode worden aan vrouwenarbeid, in al haar facetten, en de arbeidspositie van vrouwen op de agenda zetten.

Tijdens deze tentoonstelling, die 90.000 bezoekers trok, werden lezingen gehouden en congressen georganiseerd en dat alles had tot doel de “werkkring van vrouwen te bevorderen” en hun lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Anna Polak stond Cato Pekelharing-Doyer tijdens de voorbereidingen voor die tentoonstelling bij en ze zou het gebeuren later “haar leerschool op het gebied der vrouwenbeweging” noemen. Geïnspireerd door het Toynbeewerk en de tentoonstelling begon Anna Polak zich te verdiepen in de vrouwenvraagstukken van haar tijd.

Een van haar andere inspiratoren was Catharine van Tussenbroek, de tweede vrouwelijk arts van Nederland, wiens naam in een adem met bijvoorbeeld die van Aletta Jacobs genoemd zou moeten worden. Catharine van Tussenbroek had uitgesproken ideeën over vrouwenemancipatie. Waar andere medici beweerden dat jonge vrouwen uit de middenklasse “te zwak” waren voor een arbeidzaam bestaan weet dokter Van Tussenbroek een “tekort aan levensenergie” onder deze vrouwen juist aan het ontbreken van een doel in het leven. Al wat deze jonge vrouwen na de middelbare school als toekomstperspectief hadden was een lijdzaam wachten op een geschikte huwelijkspartner, en wel, that will suck the life out of you.

Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bracht genoeg geld in het laatje om Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid op te richten én inspireerde Anna Sophia Polak tot het schrijven van haar eerste boek. Haar ‘Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging’ zag in 1902 het literair levenslicht. Een heel hoofdstuk over Catharine van Tussenbroek ontbreekt daar uiteraard niet aan. In het boek legt mevrouw Polak haar ideeën uit over vrouwenemancipatie en pleit zij voor een “evolutionair proces van ontvoogding van de vrouw” als middel daartoe.

Leven en loopbaan

Marie Heinen (links) en Anna Sophia Polak

Anna Polak werd in 1904 bestuurslid van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Ze was eerst lid en van 1907 tot 1908 bestuurslid van de Groningse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Anna Polak werd op 15 september 1908 de derde directrice van het in Den Haag gevestigde Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Ze verhuisde daarvoor naar Den Haag en van daar uit nam haar carrière een ware vlucht. Omdat haar vader in juni van dat jaar was overleden verhuisde haar moeder met haar mee. Louisa Helena zou tot haar dood in 1936 bij haar dochter blijven wonen.

In 1908 werd Anna Polak directeur van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid en samen met adjunct-directeur Marie Heinen zette ze zich actief in voor de verbetering van de positie van de vrouw in Nederland. Ze brachten vrouwenberoepen in kaart, organiseerden voorlichtingssessies en spreekuren en brachten diverse brochures uit.

In 1920 werd Anna Polak voorzitter van het Permanente Comité voor Vrouwenarbeid van de Internationale Vrouwenraad, een functie die zij vijf jaar lang zou bekleden. In 1926 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en van 1927 tot 1932 was ze voorzitter van de Nationale Vrouwenraad.

Anna Polak was wars van de confessionele opvatting dat meisjes slechts het huwelijk en het moederschap beschoren zou zijn en geloofde in het belang van betaald werk en economische onafhankelijkheid voor vrouwen en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt door goede vakopleidingen. Voor levensgeluk is een vrouw niet afhankelijk van een man, zo hield zij haar tijdgenoten voor. Arbeid, zo meende zij, moest niet als een negatief verschijnsel bezien worden, maar kon voor zowel mannen als vrouwen ‘een der rijkste bronnen van levensvreugde’ betekenen.  Amen to that!

Ze had heel wat op haar agenda; vrijheid van arbeid, gelijk loon voor gelijk werk en een einde aan discriminatie van (al dan niet getrouwde) vrouwen op de arbeidsmarkt en bij de toebedeling van gehuwden- en kindertoeslagen. Niet alleen dat, ze vond dat het huisvrouwenschap een beroep op zich was. Anna Polak vond verder dat vrouwen, die de capaciteiten hadden om een wetenschappelijke opleiding te volgen, ook de mogelijkheid daartoe moesten krijgen. Ze bleef daarom ijveren voor een gedegen beroepskeuzevoorlichting voor meisjes en het is aan haar te danken dat het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag in 1931 haar eerste vrouwelijke adviseur aanstelde.

En alles dat in een tijd waarin het nog volstrekt normaal gezien werd dat vrouwen ontslagen werden zodra zij trouwden, mevrouw Polak was met haar ideeën haar tijd revolutionair ver vooruit.

In 1936 sloeg echter het noodlot toe en werd Anna Polak ziek. Ze vertoonde verschijnselen van dementie, werd op grond daarvan arbeidsongeschikt verklaard en werd daarom, kort na de dood van haar moeder, eervol ontslagen. In 1941 waren die ziekteverschijnselen zo verergerd dat ze onder curatele was geplaatst en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag werd opgenomen. Nederland was toen uiteraard al bezet.

In 1943 deporteerden de Duitsers deze bijzondere vrouw, 69 jaar en inmiddels dement, naar Westerbork. Op 23 februari 1943 werd zij per trein op transport gesteld, naar Auschwitz. Na drie dagen, op 26 februari kwam de trein bij het vernietigingskamp aan. Anna Polak werd diezelfde dag nog vermoord.

Anna Sophia Polak is een van mijn Grote Vrouwen.

Zenzile Miriam Makeba, Mama Africa

Op 4 maart 1932 kwam Zenzile Miriam Makeba ter wereld in Prospect Township, bij Johannesburg, in het Zuid-Afrika van de Apartheid.

Haar moeder was een Swazi sangoma, een traditionele kruidenheler, en haar vader was een Xhosa. Miriam Makeba’s leven was van meet af aan alles behalve makkelijk. Toen zij net achttien dagen oud was werd haar moeder gearresteerd en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het verkopen van thuis gebrouwen Afrikaans bier. De eerste zes maanden van haar leven bracht de jonge Miriam in de gevangenis door. Haar vader stierf toen zij zes jaar oud was.

Ze ging naar een basisschool in Pretoria, waar ze in het koor zong. Dat zingen, dat zou ze haar hele leven blijven doen. Toen met de apartheidswetten van 1948 rassendiscriminatie werd geïnstitutionaliseerd was ze dus net 16 jaar oud.

Miriam Makeba trouwde op jonge leeftijd met James Kubay en ze kreeg haar eerste en enige kind toen zij achttien jaar oud was. Een dochter, Bongi Makeba. Miriam kreeg borstkanker en werd kort na die diagnose door James verlaten.

In de vijftiger jaren van de vorige eeuw zong ze in een Zuid-Afrikaanse jazzgroep, de Manhattan Brothers, en dat was het begin van haar zangcarrière. Ze ruilde de Manhattan Brothers in voor The Skylarks. The Skylarks, waarin alleen vrouwen zongen, mixte jazz met Zuid-Afrikaanse traditionele melodieën. Al in 1957 breekt ze door met het nummer “Pata Pata“, dat in de bantoetaal Xhosa geschreven werd door Dorothy Masuka.

Behalve een begenadigd zangeres was Miriam Makeba ook een bevlogen politiek activiste. Ze verzette zich tegen de Apartheid en streed voor burgerrechten.


1959, een keerpunt

In 1959 trad Miriam Makeba in het huwelijk met zanger Sonny Pillay, maar ook dat huwelijk zou niet lang stand houden. Ze zou datzelfde jaar nog van hem scheiden.

Dat jaar trad ze op in een anti-apartheid semi-documentaire van Lionel Rogosin. Die documentaire, Come Back, Africa, sloeg in als een bom. Come back, Africa confronteerde de wereld met de harde werkelijkheid van het Zuid-Afrika van de jaren vijftig. Ze schetste de gevolgen van het onmenselijke apartheidsregime voor Zuid-Afrika’s zwarte burgers; de achterstelling, de uitbuiting, de armoede, de willekeur van dat schrikbewind.

De documentaire zette Miriam Makeba internationaal op de kaart. Rogosin wist een visum voor Miriam te regelen, waar hij de nodige hoogwaardigheidsbekleders voor moest omkopen, zodat ze bij de première in Italië kon zijn.

Ze kreeg de vrouwelijke hoofdrol in de musical King Kong en kort daarna, op 1 november 1959, verscheen ze in The Steve Allen Show. Ze reisde af naar Londen, waar ze Harry Belafonte ontmoette, die haar onder zijn hoede nam en haar aan Amerika voorstelde. Ook in Amerika was ze een groot succes.

Ballingschap

Dat alles was de Zuid-Afrikaanse overheid niet ontgaan. Toen Miriams moeder in 1960 overleed en ze haar begrafenis bij wilde wonen, bleek ze niet langer welkom in haar geboorteland. Haar paspoort was ongeldig verklaard en haar terugreisvisum werd ingetrokken. Daarmee begon een ballingschap, die dertig jaar lang zou duren.

Zenzile Miriam Makeba bleef echter strijdbaar en ging bepaald niet bij de pakken neerzitten. Ze tekende een platencontract in de VS en bracht haar eerste Amerikaanse album uit: Miriam Makeba

In 1962 zong Miriam Makeba samen met Harry Belafonte op het grootse verjaardagsfeest van John F. Kennedy op Madison Square Garden en het jaar daarop bracht ze haar tweede album uit.

In 1963 verscheen ze bij de Verenigde Naties waar ze haar verhaal deed en tegen Apartheid pleitte.

“I ask all the leaders of the world: would you act differently, would you keep silent and do nothing if you were in our place, would you not resist if you were allowed no right in your own country because the color of your skin was different from the color of the rulers?”

Amerika

Miriam besloot in Amerika te gaan wonen. In 1964 trouwde ze met befaamd trompettist Hugh Masekela, die ze kende van de musical King Kong, maar het stel zou in 1966 alweer uit elkaar gaan. Ze bleven bevriend. In 1966 won ze een Grammy Award, samen met Harry Belafonte, voor het album An Evening with Belafonte/Makeba. 

Amerika deed haar goed en ze werd er een ster. Ze bracht er een paar van haar mooiste nummers uit, waaronder “Qongqothwane” (“The Click Song”) en “Malaika”. Ze combineerde jazz met traditionele Afrikaanse muziek en dat deed ze virtuoos. Ze verscheen standaard zonder make-up voor haar optredens en weigerde heur haar te ‘stylen’ – waarmee ze eigenhandig de ‘afrolook’ introduceerde.

Met haar succes vond ze ook gehoor; gehoor voor het leed van zwarte Zuid-Afrikanen. Zelf zou ze daar erg bescheiden over blijven, maar door haar levenservaringen in haar muziek te verwerken maakte ze een wereld van verschil. Een van de mooiste voorbeelden daarvan is “Khawuleza”, dat deel uitmaakt het album An Evening with Belafonte/Makeba.

Khawuleza is a South African song. It comes from the townships, locations, reservations, whichever, near the cities of South Africa, where all the black South Africans live. The children shout from the streets as they see police cars coming to raid their homes for one thing or another. They say “Khawuleza Mama!” which simply means “Hurry Mama! Please, please don’t let them catch you!”


Qongqothwane, dat is mijn favoriet – samen met Oxgam. Om de betekenis ervan en die prachtige klik-fonemen. Van origine is het een lied dat door Xhosa gezongen wordt bij een huwelijk. Het lied gaat over een keversoort die een kloppend geluid maakt en geluk zou brengen. Het diertje zou de weg wijzen in moeilijke tijden.

In 1968 huwde ze een Black Power-activist, Stokely Carmichael, en dat huwelijk veroorzaakte veel ophef op in Amerika. Het paar week uit naar Guinee, waar het in 1978 tot een scheiding kwam. Miriam Makeba bleef in Guinee, waar ze opnieuw zou trouwen, ditmaal met Bageot Bah.

In 1985 stierf Miriams dochter Bongi in het kraambed, in Guinee. Miriam Makeba verhuisde naar Brussel en in 1987 deed ze mee aan de Graceland-tour van Paul Simon.

Ontheemd als ze was wist ze een echte wereldburger te worden. De wereld omarmde haar en ze kon uiteindelijk bogen op paspoorten van negen verschillende landen en tien naties maakten haar tot ereburger. Als ’s werelds bekende Afrikaanse zangeres en boegbeeld van de strijd tegen Apartheid werd ze ‘Mama Afrika’ genoemd. Zuid-Afrika zou ze echter pas in 1990 weerzien, op uitnodiging van Nelson Mandela.

Dood en erfenis

Zenzile Miriam Makeba stierf op 9 november 2008, in Italië, aan een hartaanval. Ze stierf in het harnas, zo te zeggen, een dag nadat ze optrad bij een antimaffiaconcert. Dat concert werd georganiseerd als steunbetuiging voor antimaffiaschrijver Roberto Saviano, die destijds met de dood werd bedreigd.

Mama Afrika zong en veranderde de wereld. Deze prachtige vrouw laat ons haar muziek en haar boodschap na en ik hoop dat vele generaties na ons haar stem zullen mogen horen.

Ze is een legende, en een van mijn Grote Vrouwen.

Margaret E. Knight, wonderkind en uitvindster

Zo, bent u al een beetje bekomen van Valentijnsdag? Kreeg u een bloemetje of een kaartje van uw lief, of misschien een teken van leven van een stille aanbidder? Na het Valentijnssacherijn van vorig jaar beleefde ik vandaag mijn ideale Valentijnsdag: met mijn drie poezenbeesten genoot ik van een ontbijt op bed, in de woonkamer staat een enorme bos lelies te geuren en het mooist van dat al is dat ik mijn bed verder voor mijzelf alleen had. Ik heb de verwachtingen van onze maatschappij eindelijk van me afgeschud: ik ben zonder schroom de belichaming van de happy single. Het verstokte vrijgezellenbestaan past me als een oude jas, het zit me als gegoten.

Terwijl ik, ingebakerd tussen drie katten, genoot van deze heerlijke ochtend moest ik denken aan Marvelous Mattie. Genie, getrouwd met haar passie, uitvindster, zelfstandig, selfmade, single en prachtig rolmodel. Vandaag is haar geboortedag.

Margaret “Mattie” E. Knight

Margaret “Mattie” E. Knight werd op 14 februari 1838 geboren in York, in het Amerikaanse Maine. Al tijdens haar kinderjaren kwam haar vader, James Knight, te overlijden. De jonge Margaret ging tot haar twaalfde levensjaar naar school, om daarna zoals buitengewoon veel meisjes en jonge vrouwen, in een katoenfabriek aan het werk te gaan. Haar broers, Charlie en Jim, werkten daar ook.

Kinderarbeid was toen nog heel normaal en ook de slavernij moest nog afgeschaft worden, achterlijkheid kent geen tijd, so there you go.

Margaret Knight was al op jonge leeftijd gefascineerd door machines en gereedschappen. Gewapend met haar schetsboek “My Inventions”, een zakmes en de gereedschapskist van haar vader knutselde ze speelgoed, sleeën en een voetwarmer in elkaar. Ze observeerde de ratelende machines in de fabrieken waar ze werkte en maakte zich zo de techniek eigen. Ze wilde niet alleen weten hoe alles werkte, maar liet er ook haar creatieve geest op los in een zoektocht naar hoe ’t beter kon.

Haar eerste ‘echte’ uitvinding zou ze al gedaan hebben toen ze twaalf jaar oud was, nadat ze een ongeval met een weefmachine zag gebeuren. Een draad schoot los, de schietspoel schoot uit de weefmachine en raakte een fabrieksarbeider. Zulke ongevallen gebeurden met regelmaat. Ze bedacht een mechanisme dat een machine deed stoppen zodra er iets in vastliep en een metalen afscherming die fabrieksarbeiders beschermde tegen rondvliegende schietspoelen. Al gauw werd haar vondst in alle textielfabrieken gebruikt. Mattie was jong en naïef en haar familie wist niet beter en dus werd er niets vastgelegd met betrekking tot de vondst van de jonge uitvindster. Ze verdiende er dus niets aan en bleef dus een ‘eenvoudig’ fabrieksarbeidster.

In the bag

Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de strijd tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Staten, vestigde Margaret Knight zich in Massachusetts waar ze werk vond in een fabriek waar papieren zakken gemaakt werden. Tijdens haar werk bedacht ze dat het veel makkelijker zou zijn om spullen in die papieren zakken te stoppen als die een vierkante bodem zouden hebben. Ze ging met dat idee aan de slag en vond een machine uit die het papier in de juiste vorm sneed, het vouwde en de onderkant van de papieren zakken dichtlijmde. Het ding kon in zijn eentje doen waar voorheen dertig arbeiders voor nodig geweest waren.

Patent model 1879 (Smithsonian Museum)                        

Haar eerste prototype, van hout, was niet afdoende om er een patent mee aan te vragen ook al werkte het. Daarvoor moest ze een werkende prototype in staal kunnen laten zien en dus liet ze haar machine in staal fabriceren. Een van de medewerkers, Charles Annan, van de werkplaats waar ze dat liet doen ging met haar geesteskind aan de haal. Hij stal het ontwerp en vroeg er patent op aan.

Margaret E. Knight liet het er niet bij zitten en toog naar de rechter. Charles Annan beweerde, naar verluidt, dat het ontwerp wel van zijn hand moest zijn omdat een vrouw nu eenmaal niet in staat was om zo’n innovatief idee te bedenken. Mevrouw Knight kon echter met harde bewijzen aantonen dat ze daar heel wel toe in staat geweest was en dat het idee voor de machine echt aan haar brein ontsproten was. Talloze schetsen, ontwerpen en het houten model zorgden ervoor dat ze de zaak won en dat was in die tijd voor een vrouw een bijzonderheid. Had ik al gezegd dat achterlijkheid geen tijd kent? Enfin, in 1871 kwam het patent dus alsnog op haar naam te staan.

In samenwerking met een zakenman uit Massachusetts zette ze een eigen bedrijf op, Eastern Paper Bag Co. Haar verbeterde versie van de papieren zak, met de iconische vierkante bodem, wordt tot op de dag van vandaag nog gebruikt. We kennen hem vooral als boodschappentas in typisch Amerikaanse winkels.

Uitvindster pur sang

Gedurende haar leven zou Margaret Knight bijna honderd uitvindingen doen en meer dan twintig patenten op haar naam hebben. Ze vond een machine uit die schoenzolen kon snijden, een rotatiemotor, een verbrandingsmotor, een raamkozijn met schuifraam – Margaret E. Knight was van alle markten thuis. Ze bleef haar leven lang ongehuwd en leefde van wat haar uitvindingen opbrachten. Ze was zelfstandig en liet zich niet ontmoedigen door de achterlijke opvattingen over vrouwen en hun intellect, die in haar tijd gemeengoed waren en ook in onze tijd nog altijd niet overal zijn uitgebannen. Een selfmade woman.

Margaret E. Knight stierf op 12 oktober 1914 aan een longontsteking. In haar overlijdensbericht werd ze een “vrouwelijke Edison” genoemd, hetgeen haar eigenlijk geen recht deed, ze was meer dan dat en heeft een vergelijking met Edison helemaal niet nodig. Ze was, geheel en al op eigen merites, de beroemdste uitvindster van de negentiende eeuw, een op zichzelf staand fenomeen. Ze was een van ’s werelds eerste vrouwelijke patenthouders en een technisch genie.

“It is only following our nature. As a child i never cared for coddling bits of porcelain with senseless faces: the only things I wanted were a jack-knife, a gimlet and pieces of wood…I’m not surprised at what I’ve done. I’m only sorry I couldn’t have had as good a chance as a boy and have been put to my trade regularly.”

Margaret E. Knight is een van mijn Grote Vrouwen.

Ophef over Michiel de Ruyter

Michiel de Ruyter is een van onze nationale helden, de grootste admiraal van zijn tijd. Zoals dat vaak met helden het geval is, was ook deze held bepaald niet van smetten vrij. De man was een heethoofd en een vechtersbaas. Een gewiekst koopman, die geld verdiende door het proviand voor zijn mannen wel erg bijdehand in te kopen.

Toch zouden zijn matrozen hem de bijnaam “Bestevâer” geven, omdat hij als kapitein weliswaar streng was, maar ook rechtvaardig. Daarnaast zou hij goed voor zijn bemanningen gezorgd hebben en nam hij geen onnodige risico’s in gevechten en zeeslagen. Hij was een uitmuntend strateeg. 
Over hem en zijn wederwaardigheden tijdens het Rampjaar 1672 is een film gemaakt. Die film gaat vanavond in première, maar stuit reeds op protest, want hij gaat niet over de slavernij en Michiel de Ruyter mag vooral geen held meer zijn. 
Er is zelfs een heuse actiegroep ‘Michiel de Rover’ opgericht die “protesteert tegen de koloniale geschiedvervalsing die om De Ruyter heen hangt en het verheerlijken van zeeschurken”
Weet u niet wat dat Rampjaar 1672 inhield? Dat begrijp ik, het behoort ook al sinds jaar en dag niet meer tot het vaste curriculum op scholen. Doodzonde natuurlijk, maar een beetje affiniteit met onze vaderlandse geschiedenis wordt vandaag de dag snel en met graagte onder rechts of nationalistisch gedachtegoed geschaard. En wees vooral niet ‘trots’, dan slaat men je wel even om de oren met de slavernij of de NSB. Alsof je niet trots op Nederland en haar geschiedenis zou kunnen zijn zonder die zwarte bladzijden te vergeten en meteen PVV of erger te willen stemmen. 
Ik ben daar klaar mee. Ik ben best trots op mijn Nederland en dat mag u weten ook. Dat kleine kikkerlandje dat zich tussen reuzen staande wist te houden. Ik ben dankbaar dat ik in dit land geboren ben, waar ik in veiligheid, welvaart en vrijheid ben opgegroeid, als meisje dezelfde kansen kreeg als de jongens en waar ik gedegen onderwijs heb mogen genieten. Gewoon, met dezelfde rechten en plichten als u. Het land waar ik met mijn actief en passief kiesrecht een klein maar proportioneel vingertje in de pap heb. In Nederland genieten we een vrijheid waar ik ontzettend aan hecht en die is hard bevochten. Ook door Michiel de Ruyter. 
Even geduld, dan vertel ik u zo meer over dat Rampjaar. But first things first. 

Michiel Adriaenszoon de Ruyter 

Deze geboren Vlissinger, zoon van een bierdrager, misdroeg zich op school al en werd daarom van school gestuurd. Het mag een klein wonder heten dat hij uiteindelijk nog redelijk leerde lezen en schrijven. Zijn ‘carrière’ op een zogeheten lijnbaan duurde om dezelfde reden ook maar kort. Dus ging hij naar zee. Net elf jaar oud, op 3 augustus 1618, monsterde hij als hoogbootsmansjongen aan.

Het was het begin van een buitengewoon en avontuurlijk leven. Niet alleen werd Michiel de Ruyter tijdens een van zijn reizen door de Spanjaarden gevangengenomen en wist hij te ontsnappen, hij was op zijn vijftiende levensjaar al onderofficier en hij nam op die leeftijd ook al deel aan de strijd rond het Beleg van Bergen op Zoom. De Ruyter voer op oorlogsschepen van de marine, was een poos walvisvaarder en kaper
Michiel de Ruyter voer op 23 april 1637 uit als kapitein van een particuliere oorlogsbodem, waarmee hij zich mengde in de strijd tegen de Duinkerker Kapers. Drie jaar later werd hij aangesteld als kapitein van de koopvaarder Vlissinge, waarmee hij op West-Indië voer.

In 1641 stond hij als schout-bij-nacht de Portugezen bij tijdens de Zeeslag bij Kaap Sint-Vincent in hun opstand tegen Spanje.

Van 1644 tot en met 1651 maakte Michiel de Ruyter handelsreizen met zijn eigen schip, de Salamander. Die reizen voerden hem opnieuw naar West-Indië en naar Marokko. 

Op 43-jarige leeftijd was Michiel de Ruyter al tweemaal weduwnaar en had hij twee van zijn kinderen moeten begraven. Hij huwde een derde maal, hij had een waar fortuin gemaakt en besloot in 1652 te gaan rentenieren.

Eerste Engels-Nederlandse Oorlog

De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, die datzelfde jaar uitbrak, gooide echter roet in het eten. Het zou overigens niet de laatste keer zijn dat de Nederlanden overhoop zouden komen te liggen met de Engelsen – het zou zelfs tot een Vierde Engels-Nederlandse Oorlog komen.

Op verzoek van de Admiraliteit van Zeeland en met frisse tegenzin werd De Ruyter onderbevelhebber onder de beroemde Witte de With. Op 23 augustus 1652 in de Slag bij Plymouth versloeg Michiel de Ruyter met zijn eskader de Engelse admiraal Ayscue. Het was de eerste Nederlandse overwinning en ze maakte van De Ruyter een nationale zeeheld.

De Ruyter vocht als eskader-commandant mee in zeeslagen die nog maar nauwelijks deel uitmaken van ons nationaal geheugen. Wie gaat er nog een lichtje op bij de Slag bij de Hoofden, de Slag bij de Singels, de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort of de Slag bij Ter Heijde? Nieuwpoort zal u misschien nog wat zeggen, maar ik durf te wedden dat u, zonder de links die ik voor u heb ingevoegd, geen idee heeft waar ik het over heb.

Viceadmiraal

Na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog bleef Michiel de Ruyter in dienst van de marine en op 2 maart 1654 werd hij viceadmiraal bij de admiraliteit van Amsterdam. Een jaar later ging hij met het schip Tijdverdrijf op expeditie naar de Middellandse Zee. Hij maakte het de Zweden het leven zuur bij Danzig en nam de wapenen op tegen Portugal. Daarna hielp hij bij het heroveren van de Deense eilanden en werd bij wijze van dank daarvoor door Frederik III van Denemarken in de adelstand verheven. In 1660 richtte De Ruyter de Noordkaapse Compagnie op, die zich bezondigde aan de door mij zo verafschuwde walvisvaart.

Barbarijse Zeerovers

Al sinds de kruistochten voeren kapers en zeerovers uit Marokkaanse havens als Salè uit om handelsschepen buit te maken, kustdorpen te overvallen en slaven te verkrijgen. De kusten van Spanje, Italië, Zuid-Frankrijk, Ierland tot aan die van IJsland aan toe werden door de kapers “bezocht” en zo ook de eilanden van de Caraïbische zee. Ook Nederland deden ze aan. In totaal moeten ze meer dan een miljoen, vooral christelijke, slaven gemaakt hebben.

Dat is relatief weinig als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de naar schatting twaalf miljoen Afrikanen die door de Engelsen, Fransen en Nederlanders onder erbarmelijke omstandigheden over de Atlantische Oceaan werden vervoerd. Ook de Arabische Afrikaanse slavenhandel was beduidend groter van schaal, die vanaf de zesde eeuw na Christus ergens tussen de vijftien en achtentwintig miljoen mensen moet hebben betroffen. Nochtans vind ik het nog altijd verwonderlijk hoe de Barbarijse slaven bijna vergeten lijken te zijn.

Tussen 1661 en 1663 ging Michiel de Ruyter het conflict aan met die Barbarijse zeerovers en hij wist hen een verdrag af te dwingen. Dat verdrag was echter geen lang leven beschoren, het hield stand tot De Ruyter aan de horizon verdwenen was, en dus werd hij in 1664 opnieuw op hen afgestuurd.

West-Afrika en de slavernij

Eenmaal op weg vernam hij dat de Engelsen Nederlandse factorijen in West-Afrika veroverd hadden en hij daar met zijn vloot, in het geheim, naartoe werd geacht te gaan. Dat deed hij en hij heroverde de Nederlandse bezittingen, waaronder forten waar de schepen van voornamelijk de West-Indische Compagnie water en proviand in plachten te slaan én slaven aan boord te nemen. Een van die forten is Elmina, in wat nu Ghana is.

De West-Indische Compagnie, die kent u uiteraard wel en ongetwijfeld van haar aandeel in de slavenhandel. In de periode 1674-1740 heeft deze compagnie 383 schepen uitgereed. Haar fluiten, pinassen en fregatten vervoerden gemiddeld zeshonderd slaven per reis, onder de meest gruwelijke omstandigheden denkbaar. Met die misdaad tegen de mensheid staat deze compagnie garant voor een van de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis.

De Ruyter heroverde dus onder meer Elmina en de West-Indische Compagnie kon haar verderfelijke gang weer gaan. Dat valt hem aan te rekenen, zeker. Zelf zal hij daar anders over gedacht hebben, als kind van zijn eigen tijd zal hij kolonialisme en slavernij wellicht de normaalste zaak van de wereld gevonden hebben. Al kocht hij daarnaast ongeveer 2500 christenslaven vrij, deels met eigen geld en deels met geld uit speciale ‘liefdekassen’ van kerken in Nederland.

De Ruyter verwoestte nog wat Engelse factorijen, om de Engelsen te straffen, en daarna voer hij met zijn vloot naar Amerika om daar de Engelse kolonisten dwars te zitten.

Het zou overigens tot na de napoleontische oorlogen duren eer men een einde wist te maken aan de Barbarijse kapersactiviteiten. De Britse marine bombardeerde in 1816 samen met zes Nederlandse schepen een van de laatste kapersnesten, Algiers. Nadat Frankrijk het gebied in 1830 bezette kregen de kapers eenvoudig weg de gelegenheid niet meer zich opnieuw te organiseren.

Tweede Engels-Nederlandse Oorlog

Al die schermutselingen in de koloniën mondden uit in een nieuwe oorlog tussen de Nederlanden en Engeland. De Nederlandse vloot kreeg tijdens de Slag bij Lowestoft ongenadig klop. Jacob van Wassenaer Obdam, de opperbevelhebber van de marine, sneuvelde en dus moest er een nieuwe opperbevelhebber aangesteld worden. In eerste instantie zou dat Cornelis Tromp worden, maar door bemoeienis van raadspensionaris Johan de Witt werd uiteindelijk toch Michiel de Ruyter uitverkoren. Deze kwestie zou uiteindelijk een onoverkomelijke wig tussen de beide mannen drijven. Onder leiding van De Ruyter werd de vloot verder gemoderniseerd en werd een seinvlaggensysteem ingevoerd. Van Robert Blake keek hij het in formatie varen af.

In 1666 nam hij het vlaggenschip De Zeven Provinciën in gebruik, dat gebouwd werd op de oude admiraliteitswerf aan het Haringvliet in mijn mooie Rotterdam. Met dat schip zou hij menig overwinning behalen, maar ook pijnlijke nederlagen lijden. Met De Zeven Provinciën zou De Ruyter ook de stoutmoedige Tocht naar Chatham ondernemen, wat toch wel zijn bekendste wapenfeit is. 
Tijdens de Tocht naar Chatham, een lumineus idee van Johan de Witt en gepland door luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent, voer de vloot een zijrivier van de Thames op. Bij deze zeeslag werd het Korps Mariniers voor het eerst ingezet. De Engelse vloot en een aantal Engelse forten werden aangevallen en men wist zelfs het Engelse vlaggenschip HMS Royal te veroveren. 
Na de Tocht naar Chatham werd de Vrede van Breda getekend en kwam er een einde aan de Tweede Engels-Nederlandse oorlog. 

Johan de Witt hield Michiel de Ruyter tussen 1667 en 1672 aan Nederlandse wal, uit angst dat zijn opperbevelhebber zou sneuvelen. De mannen waren bevriend en De Ruyter werd vanwege zijn religieuze tolerantie gezien als een politiek medestander van De Witt – en dus een tegenstander van de Oranjes. In november 1669 drong een aanhanger van Cornelis Tromp het huis van De Ruyter binnen en probeerde de opperbevelhebber met een broodmes te doden. De Ruyter overleefde de aanslag.

Derde Engels-Nederlandse Oorlog en het Rampjaar 1672

In 1672 brak de Derde Engels-Nederlandse Oorlog uit waardoor de in 1668 gesloten alliantie tegen Frank, tussen Nederland, Zweden en Engeland sneuvelde. Frankrijk viel in 1672 Nederland aan en Engeland volgde Frankrijk in die strijd. Het was wraak voor de Engeland toegebrachte nederlaag van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Frankrijk bezette Nederland, tot aan de Nederlandse waterlinie.

Willem III van Oranje-Nassau werd in dat jaar ook stadhouder van Nederland en Johan de Witt werd gedwongen af te treden. Daarna werd De Witt, samen met zijn broer Cornelis, op gruwelijke wijze door de Orangisten vermoord. Saillant gegeven is wel dat Cornelis Tromp een van de voornaamste deelnemers was aan het moordcomplot tegen de gebroeders De Witt.

Frankrijk en Engeland hadden Nederland onderling al verdeeld. Volgens afspraak zouden de Engelsen Rotterdam en Amsterdam ‘krijgen’, maar tot hun ergernis lag die nieuwbakken stadhouder dwars.

Ondertussen zat Michiel de Ruyter op zijn beurt de Engels-Franse vloot dwars. Tijdens vier zeeslagen, bij Solebay, tweemaal bij Schooneveld en bij Kijkduin, wist hij de grotere vijandelijke vloot genoeg averij toe te brengen zodat ze Holland en Zeeland niet vanaf zee kon binnenvallen.

En dat, mijne dames en heren, is dus waarom Michiel de Ruyter een nationale held is.

Laatste reizen en dood

Zijn laatste reizen voerden hem nog naar Martinique, Spanje en Napels. Op 22 april 1676 nam De Ruyter het nog eens op tegen de Fransen in de Slag bij Agosta. De slag bleef onbeslist en aan beide zijden lieten honderden het leven. Michiel de Ruyter raakte zwaargewond, een kanonskogel verbrijzelde zijn rechterbeen en sloeg het voorste deel van zijn linkervoet weg. Zijn been werd geamputeerd, maar hij stierf enkele dagen laten toch aan boord van d’Eendraght. Zijn lichaam werd met kruiden en brandewijn gebalsemd en opgebaard in een loden kist. Zo werd hij naar Nederland teruggebracht, waar hij op 18 maart 1677 met groot ceremonieel werd bijgezet in een praalgraf in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Boven de ingang van de grafkelder staat “Intaminatis Fulget Honoribus” te lezen en dat is Latijn voor “Hij blinkt in onbezoedelde eer”, een citaat uit HoratiusOde III.2.

Die eer is zeker niet onbezoedeld, als eenentwintigste-eeuwers weten wij allemaal ook wel beter. Michiel de Ruyter heroverde Elamina en doodde walvissen. Of dat hem volledig van zijn voetstuk doet vallen? Nee. Betekent zijn heldenstatus dat Nederlanders van nu zich niet beseffen welke rol dit land gespeeld heeft in de slavernij of de ernst daarvan niet in wensen te zien? Nee. Het is niet voor niets afgeschaft en vandaag de dag wordt er ook tegen elke vorm van slavernij geijverd en dat is goed.

Suck it up.