Treurdebat

Het is inmiddels een vertrouwd beeld, minister Van der Steur die op het matje geroepen wordt door de Tweede Kamer en daarbij het vuur aan de schenen gelegd krijgt. Er is dan ook heel wat aan de hand, bij zijn ‘superministerie’ van Veiligheid en Justitie. Een geplaagde Ard van der Steur moest al meermaals zijn excuses maken.

De foto van Volkert van der Graaf, mea culpa. Verkeerde informatie over de zogeheten ‘Teevendeal’, mea culpa. De onheuse bejegening van patholoog George Maat, mea culpa. De zaak rond Bart van U., mea maxima culpa.

De politie, onderdeel van zijn takenpakket, komt 300 miljoen euro tekort om haar werk naar behoren te kunnen doen en dat terwijl we allemaal vrezen voor terreur. De politie heeft als norm om in 90% van de spoedmeldingen binnen 15 minuten te plaatse te zijn, maar haalt die in veel gemeentes niet. Het rommelt bij de Dienst Speciale Interventies DSI. Overuren worden niet gecompenseerd, er is niet genoeg materieel en kritiek wordt afgestraft, aldus een twintigtal leden van deze dienst, die inmiddels een advocaat in de arm genomen hebben.

En dan was daar het gemiste signaal van de Turkse autoriteiten over Ibrahim el-Bakraoui, een van de zelfmoordterroristen van Zaventem. Minister Van der Steur hield vol dat er niets fout is gegaan bij het overbrengen van Ibrahim el Bakraoui naar Nederland, maar overtuigd heeft hij nog niemand.

Ibrahim en Khalid el-Bakraoui

Ibrahim el-Bakraoui werd op 9 oktober 1986 geboren in Brussel. Op 12 januari 1989 werd zijn broer, Khalid, geboren. De broers el-Bakraoui groeiden kennelijk op voor galg en rad. Ze waren al vroeg op het criminele pad en ’t waren losers. Net als Mohammed Bouyeri, Chérif Kouachi, Amédy Coulibaly, eigenlijk.

In 2009 was Ibrahim el-Bakraoui al betrokken bij in elk geval vier gevallen van carjacking en een bankoverval. Op 27 oktober 2009 beroofden hij en twee mededaders een filiaal van AXA, waarbij ze een kalasjnikov gebruikten om een bankmedewerkster te kidnappen en haar te dwingen het alarm uit te schakelen.

In januari 2010 was El-Bakraoui betrokken bij een overval op een wisselkantoor van Western Union in Brussel. Broer Khalid stond op de uitkijk. Die overval mislukte en de drie overvallers gingen op de vlucht. Toen ze op een door de politie opgeworpen wegversperring stuitten openden ze het vuur op de politie. Met niet minder dan een kalasjnikov. Een agent raakte zwaar gewond, maar overleeft. El-Bakraoui en zijn twee kompanen wisten te ontkomen en verscholen zich in een woning. Daar werden zij later door een speciale eenheid van de Belgische politie uitgehaald.

Op 30 september 2010 werd Ibrahim el-Bakraoui tot tien jaren gevangenisstraf veroordeeld. Toch kwam hij op 12 mei 2014 alweer vrij, als voorschotje op zijn voorwaardelijke vrijlating, zij het onder elektronisch toezicht. Die voorwaardelijke vrijlating werd formeel door een rechter bekrachtigd op 20 oktober 2014, in weerwil van de negatieve adviezen van de gevangenisdirectie.

Turkije

Al in de zomer van 2015 schond El-Bakraoui de voorwaarden van zijn voorwaardelijke vrijlating door niet op te komen dagen bij zijn afspraken met de Belgische variant van de Reclassering. Hij bleek in Turkije te zitten. De Turkse politie pakte hem daar op in de stad Gaziantep, die nabij de Syrische grens gelegen is. Vermoed werd dat hij onderweg was naar Syrië om zich bij IS te voegen.

Later zou de Turkse president Erdogan verklaren dat de Turkse autoriteiten hun Belgische evenknie op de hoogte brachten van de aanhouding van Ibrahim el-Bakraoui, die volgens hen een gevaarlijke Syrië-strijder was. Omdat El-Bakraoui in België niet eerder met terrorisme in verband gebracht was zag men daar geen aanleiding de man te vervolgen. Sterker, men herroept zelfs zijn voorwaardelijke vrijlating niet.

Na een maand werd El Bakraoui door Turkije het land uitgezet. Wonderlijk maar waar, hij mocht zelf kiezen waarheen. Hij koos voor Amsterdam, ofschoon hij geboren Belg is vond Turkije dat prima, en op 14 juli 2015 kwam hij aan op Schiphol. Er gingen geen alarmbellen rinkelen.

Volgens premier Erdogan waarschuwden de Turken nochtans ook de Nederlandse autoriteiten voor ’s mans komst. Met een elektronisch kattebelletje, waar dat normaliter met een telefoontje wordt gedaan. Nadat Ibrahim el-Bakraoui in Nederland aankwam verdween hij ‘onder de radar’.

Ongezien reisde hij weer af, terug naar België.

Zaventem

Op 22 maart, om 7.58:28 uur, ontplofte een bom bij de balie van Brussels Airlines in de vertrekhal van Brussels Airport. Negen seconden later volgde een tweede explosie. Ibrahim El Bakraoui was een van de daders, de andere dader was Najim Laachraoui.

Koud een uur later, om 09:11 ontplofte er een derde explosief, in een metrotrein die zich op dat moment onder de Wetstraat in Brussel bevond. Ook hier betrof het een zelfmoordaanslag en wel door Khalid el-Bakraoui.

Motie van wantrouwen

Vandaag was minister Van der Steur dus aangeschoten wild. File bij de interruptiemicrofoon. Heeft de minister de grip op zijn ambtenaren verloren? Is hij überhaupt wel capabel? Is hij onderdeel van de oplossing of van het probleem? Ard van der Steur bleef er onbewogen onder, zei geen sorry en ging niet door het stof.

De Tweede Kamer wil een antwoord op de vraag waarom de gangen van El Bakraoui niet zijn nagegaan. De Kamer eist dat er alsnog wordt nagegaan wat El Bakraoui heeft gedaan voorafgaand aan de aanslagen in Brussel, maar de minister weigert. “Nach Canossa gehen wir nicht” leek hij denken. Na vier keer ‘sorry’ mogen zeggen tegen de Tweede Kamer wist hij natuurlijk ook wel beter.

Het kwam hem wel op een motie van wantrouwen te staan hoor, van de PVV, GroenLinks, de SP, Denk, Partij voor de Dieren, VNL en 50PLUS, die hij overleefde. Uiteraard zou ik bijna zeggen. Goed, voor de vorm wordt daar vanavond nog over gestemd, maar D66, CDA en ChristenUnie lieten al weten de minister nog een kans te geven.

Of dat verstandig is zal moeten blijken. We wachten gewoon de volgende blunder weer af, nietwaar?

Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde op alle fronten niet

Ah, kijk aan, daar is het langverwachte oordeel van de commissie-Oosting over de deal die toenmalig officier van justitie Fred Teeven maakte met drugscrimineel Cees H.

De onderzoekscommissie-Oosting, speciaal in het leven geroepen om onderzoek te doen naar de ‘Teevendeal’ presenteerde vandaag haar eindrapport (PDF).

Wie was Cees H. ook alweer?

Cees H. was in de jaren ’80 en ’90 een van de naaste medewerkers van Johan
V. (de ‘Hakkelaar’). Cees H. importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daarna stortte hij zich op de import van en handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in cocaïne kreeg hij acht jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna onder een valse naam in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld voor het organiseren van drugstransporten. Daar kreeg hij vier jaren gevangenisstraf voor opgelegd en de eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse en Belgische bankrekeningen en liet deze bevriezen.

Saillant detail: Op 20 oktober 1994 deed H. weer een ontsnappingspoging. Met semtex wilde hij
een uitbraak forceren, maar dat mislukte. De semtex zou naar binnen zijn gesmokkeld door een gevangenisbewaker, die later daarvoor een jaar gevangenisstraf kreeg. Voor zijn uitbraakpoging kreeg H. nog eens twee jaar gevangenisstraf opgelegd.

Meneer Teeven bezocht Cees H. in de EBI in Vught op 21 mei 1995, omdat meneer H. hem ‘iets te vertellen had’. Wát, dat wil meneer Teeven tot op de dag van vandaag niet vertellen, ook niet aan de commissie-Oosting. Cees H. moet inlichtingen verstrekt hebben die vallen onder het ambtsgeheim van de heer Teeven en te maken gehad moeten hebben met de veiligheid van onder meer de heer Teeven zelf.

Fred Teeven werd in die tijd bedreigd. De bende van de Hakkelaar wilde in de jaren negentig zelfs de kinderen van toenmalig officier van justitie Fred Teeven ontvoeren, zo valt er in het onderzoeksrapport te lezen. Daarnaast zou meneer H. door meneer Teeven gevraagd zijn tegen Johan V. te verklaren.

De ‘Teevendeal’ 

Er kwam echter een kink in de kabel: kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven sloot daarom vijftien jaar geleden een deal met drugsbaron Cees H.

De heren kwamen tot een schikking waarbij Cees H. 750.000 gulden (een schijntje naast die 500 miljoen aan oneerlijk verdiend bloedgeld) aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen aan bloedgeld stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Let wel: als u of ik zo iets zou doen dan heet dat gewoon ‘witwassen’.

Het bonnetje

Wat er precies op die Luxemburgse rekeningen stond, daar werd lang geheimzinnig over gedaan. Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers ging het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

Lastige bijkomstigheid was dat oud-minister Opstelten het bonnetje van die transactie kwijt was. Of althans, dat heeft hij altijd beweerd. Toen waren daar opeens de speurneuzen van het programma Nieuwsuur, die bewezen dat wie zoekt toch zal vinden.

De onthullingen van Nieuwsuur op 11 maart 2014 leidden tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. Écht niet. Heus. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie.

Gelukkig had oud-topadvocaat Piet Doedens zijn administratie beter op orde.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Op maandag 9 maart 2015 om tien uur ’s avonds maakten de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten en de toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven bekend af te treden. Gestruikeld over een bonnetje.

De Tweede Kamer was echter nog niet klaar met beide heerschappen. Ze verzocht de regering een onafhankelijke commissie van onderzoek op te tuigen en deze onderzoek te laten doen naar de schikkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de heer Cees H. en het aandeel van de heer Teeven daarin.

Resultaten van het onderzoek

Het is gênant te lezen hoe de leden van de onderzoekscommissie de stukken, die betrekking op de zaken hebben, aantrof. De documentatie van het Openbaar Ministerie was incompleet, er zaten stukken tussen die helemaal geen betrekking hadden op Cees H. en betalingsgegevens van de schikking zaten in het verkeerde dossier, te weten dat van de semtex-zaak uit 1994.

Het relaas van twee jaar lang ordinair handjeklap tussen Justitie en Cees H. vind ik stuitend. De voorstellen over en weer, het geheimzinnig gedoe, en dan het negeren van een advies van de Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, dat al aangaf dat het voorstel in enkele verhouding stond tot het door Cees H. wederrechtelijk verkregen voordeel. Verschillende ministers hebben van deze zaak geweten (in 2002 werden de eerste Kamervragen over Cees H. gesteld!), maar niets gedaan. Al in 2002 was de vermelding van het bedrag van twee miljoen gulden in de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer feitelijk onjuist.

Uiteindelijk zou gratie verleend worden voor de veroordeling uit 1985, voor de handel in cocaïne, en werd Cees H. achttien maanden van deze straf kwijtgescholden. De twee jaar voor zijn uitbraakpoging met semtex hoefde hij ook niet uit te zitten.

Alhoewel het college van procureurs-generaal op 26 januari 2000 besloot dat het overleg met de Belastingdienst wél plaats diende te vinden (dit in overeenstemming met haar eigen Richtlijn ontneming) werd de fiscus dus nadrukkelijk in het ongewisse gehouden. Iets waar toenmalig minister in het Kamerdebat van 13 maart 2014 over zou liegen tegen de Tweede Kamer.

Erger, tijdens dat debat zou hij zich ook nog eens op het standpunt stellen dat het Openbaar Ministerie wat hem betreft de vrijheid had af te wijken van wetgeving die het zelf in het leven had geroepen.

Samenvattend, ontkomt de Onderzoekscommissie niet aan het oordeel dat de ontnemingsschikking de toets van de kritiek niet kan doorstaan, zowel naar de inhoud, als uit een oogpunt van totstandkoming en afwikkeling.

Het heeft allemaal schrijnend weinig te maken met recht of rechtvaardigheid.

Het bloedgeld van Cees H. en de zondeval van een ministerie

Ik heb van al te nabij moeten aanschouwen wat een verslaving aan verdovende middelen doet met een mens en daarmee met diens naaste omgeving. De fysieke en mentale aftakeling. Liegen, bedriegen, stelen, dreigen en roven om het beest dat verslaving heet te kunnen blijven voeden. De wanhoop waartoe een verslaafde zijn familie drijven kan, de angst die hij hen aanjaagt. Om nog maar niet te spreken van wat hij de maatschappij aan schade berokkent. Verslaafden kosten ons miljarden per jaar.

De dealers en handelaars zien dat ook en ze zien het graag, want zij leven er goed van, van die uitgeteerde junk die zijn eigen oma nog van haar ringen beroofde. Wie drugs verkoopt pleegt eigenlijk een moord, die jarenlang duurt en de moordenaar veel geld oplevert.

Ik heb dus een heel uitgesproken mening over mensen die zich met de handel in verdovende middelen bezighouden. Met drugs verdiend geld is bloedgeld.

Cees H. en zijn drugsmiljoenen

Cees H. is zo’n handelaar. Een drugsbaron. Hij importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Een grote jongen dus, al schijnt hij maar klein van stuk te zijn, en een bekende naam in de Amsterdamse onderwereld. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daar zal hij het grote geld wel geroken hebben, dat onlosmakelijk verbonden is met de handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in hasj kreeg hij negen jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld, tot vier jaar gevangenisstraf dit keer, voor het organiseren van drugstransporten. De eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse bankrekeningen en liet deze bevriezen.

So far, so good. Zou je zeggen.

Dodelijke deal

Nee dus. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, die zich inmiddels staatssecretaris mag noemen, sloot een deal met Cees H. Kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. De mensen van het programma Nieuwsuur onthulden vorig jaar de deal die veertien jaar geleden daarom met Cees H. gemaakt werd.

Wat meneer Teeven met Cees H. precies afsprak blijft grotendeels duister. In elk geval kwam het tot een schikking, waarbij Cees H. 750.000 gulden aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Wat er precies op die rekeningen stond, daar wordt geheimzinnig over gedaan.

Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers gaat het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Oud-topadvocaat Piet Doedens

Cees H. kreeg zijn bloedgeld dus gewoon terug en Justitie waste dat voor hem wit. Men hield, als klap op de vuurpijl, de Belastingdienst daarover in het ongewisse.

Onoorbaar, vind ik dat. Niet-integer.

Zo’n drugsbaron komt daarnaast wel heel makkelijk weg, en dat alleen al staat in schril contrast met de vorderingsjacht waar het Openbaar Ministerie berucht om is wanneer het gaat om het innen van bijvoorbeeld verkeersboetes.

Spoeddebat

De onthullingen van Nieuwsuur leidden vorig jaar tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie. Onvindbaar.

Andere documenten met betrekking tot de schikking wilde de minister niet geven. Hij benadrukte meermaals de Tweede Kamer juist geïnformeerd te hebben over de deal met Cees H. en leek daarbij te verwachten dat de leden hem op zijn blauwe ogen zouden vertrouwen.

“U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.” 

Minister Opstelten op 13 maart in de Tweede Kamer

De mensen van het programma Nieuwsuur claimen echter het gewraakte bonnetje gevonden te hebben. Wie zoekt zal vinden, zullen we maar zeggen. En op dat bonnetje moet het bedrag van 4.710.627 ouderwetse guldens en 18 centen prijken. Volgens hen wisten minister Opstelten en zijn ambtenaren daarvan, maar zouden ze de Tweede Kamer bewust verkeerd geïnformeerd hebben. Nieuwsuur claimt documenten ingezien te hebben die dat staven.

De huidige advocaat van Cees H., Jan-Hein Kuijpers, zei in het programma Pauw in bezit te zijn van genoemd bonnetje én hij bevestigde het bedrag. Op verzoek van Cees H. maakt hij het afschrift echter niet openbaar.

Daarmee is het vertrouwen in minister Opstelten (opnieuw) in het geding en hetzelfde geldt zijn staatssecretaris. De laatste verschuilt zich achter minister Opstelten en lijkt de kritiek op zijn persoontje af te willen doen als gebrabbel van mensen die toch niet weten waar ze het over hebben.

Gesproken met de arrogantie van een waar plucheplakker.

The plot thickens 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft al laten weten dat de beweringen van Nieuwsuur onjuist zijn. Ook laat het weten dat staatssecretaris Teeven, net als andere betrokkenen, “onvoldoende herinneringen heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking”.

Officieren van Justitie die deals sluiten met criminelen, dat klonk altijd zo Amerikaans. Iets uit televisieseries, maar een fenomeen waarvan ik ooit stellig hoopte dat we daar in Nederland wars van zouden zijn. Gewoon, omdat het niet klopt. Inmiddels weet ik natuurlijk ook wel beter. Toch, mijn standpunt is daarbij onveranderd. Uit principiële overwegingen hoort ’t gewoon niet.

Hopelijk debatteert de Tweede Kamer vanavond nog. Over handjeklap met criminelen, geheime deals in een rechtstaat waarin het recht openbaar hoort te zijn en de integriteit én houdbaarheidsdatum van deze bewindslieden.

Power, power, power!

Gevangeniswezen

Criminaliteit kost geld. Veel geld. Op heel veel vlakken ook nog eens. Preventie. Opsporing. Slachtofferzorg. Materiële en immateriële schade. Verzekeringen. De rechtsgang. Het CJIB. Bureau Halt. Het gevangeniswezen. Reclassering. Recidive.

Rechtvaardigheid kost ook geld. Wie een misdrijf pleegt verdient daarvoor te worden gestraft. Daar ligt een deel genoegdoening aan ten grondslag; wie misdoet moet boeten. Misdaad mag niet lonen, immers. Ook zouden we graag zien dat zo’n dader door de hem opgelegde straf zijn lesje leert en zijn leven betert. De resocialisatiegedachte, zeg maar. Het is een principe waarvan ik niet graag zie dat men erop bezuinigt op basis van louter financiële motieven.

Die zijn er wel natuurlijk, die financiële motieven. Lieden die in het gevang geraken kosten namelijk bijna tweehonderdvijftig euro per dag. Dat is een gemiddelde, want hoe zwaarder u bewaakt worden moet, hoe duurder u bent. Aan de lieden die in een tbs-kliniek terecht komen zijn we zelfs het dubbele kwijt. Voor de grap zou u dat eens moeten vergelijken met wat we hoofdelijk aan onze bejaarden spenderen.

In 2010 waren de “gewone” gedetineerden goed voor meer dan een miljard euronen op de Rijksbegroting. Er werden ook inkomsten gegenereerd, 131 miljoen, bijvoorbeeld door cellen aan België te verhuren. Omdat de verhuur van cellen aan andere ministeries ook meegeteld wordt is dat echter wel erg positief gesteld. Broekzak-vestzak.

Soit. Dat steekt schril af tegen de kosten, nietwaar?

Vorige maand publiceerde de Dienst Justitiële Inrichtingen van het Ministerie van Veiligheid en Justitie het rapport Gevangeniswezen in getal 2008-2012 (PDF). Dat rapport geeft een goed beeld van de in- en uitstroom van gedetineerden, detentierecidive en een prognose van “detentiebehoefte”. Sinds 2008 is er een gemiddelde daling van 7% te zien in  aantallen instromende gedetineerden. In vergelijking met andere Europese landen hebben we een lager dan gemiddeld aantal gedetineerden.

Op zich is er natuurlijk de kwestie van vraag en aanbod. Wanneer aantallen gedetineerden dalen is het de moeite zeker waard te evalueren of we het niet met minder cellen afkunnen. De bezettingsgraad was 77% en ook leegstaande cellen kosten geld.

Daarbij heb ik wel een kanjer van een “maar”. Er lopen ongeveer 15.000 veroordeelden vrij rond. Dat zijn voornamelijk veroordeelden die hun veroordeling in vrijheid mogen afwachten en vervolgens eenvoudigweg niet op komen dagen bij de gevangenis. In een tijdsbestek van koud vijf jaar kwamen zo tienduizend criminelen onder hun straf uit. Hun straf verjaarde simpelweg.

Wat ik daarnaast opvallend vind in het rapport van DJI is dat twee derde van de ingesloten arrestanten wordt ingesloten omdat ze niet meewerken aan een andersoortige straf.

Door de jaren heen is rond 30% van de arrestanten ingesloten vanwege een (principale) vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel. Circa twee derde van de arrestanten heeft een vervangende vrijheidsbenemende sanctie vanwege:


– het niet meewerken aan de uitvoering van een taakstraf
– het niet betalen van geldboetes in misdrijfzaken
– het niet betalen van boetes voor verkeersovertredingen (gijzeling wet Mulder)
– het niet betalen van schadevergoedingen aan slachtoffers (wet Terwee)
– het niet betalen van een geldboete vanwege wederrechtelijk verkregen voordeel (‘plukze-wetgeving’).

 

Zouden we investeren in de uitvoering van die andersoortige straffen, dan zouden we behoorlijk kunnen bezuinigen op het gevangeniswezen.

Afgelopen jaar stond de helft van de gedetineerden binnen een maand weer buiten. De gemiddelde verblijfsduur is iets minder dan vier maanden. Het aantal daders dat binnen twee jaar recidiveert schommelt al jaren rond de vijftig procent. Het percentage detentierecidive ligt lager; 31% in 2010.

Dat betekent dat een derde van de gedetineerden binnen twee jaar terug de gevangenis in gaat. Het rapport vermeldt een aantal factoren die van belang zijn bij detentierecidive. Mannen recidiveren vaker dan vrouwen, bijvoorbeeld. Verslaving en criminele voorgeschiedenis verhogen de kans op detentierecidive, net als werkeloosheid;
 

Gedetineerden die bij aanvang van hun detentie als werkloos zijn geregistreerd, recidiveren later vaker (37%) dan mensen die een baan hebben (27%).


In deze barre tijden, waarin we allemaal de broekriem aan moeten halen, mag het geen verrassing heten dat ook het gevangeniswezen wat in zal moeten leveren. Wat me wel verbaasde is hoe ruim men daarin gaan snijden wil; een dertigtal gevangenissen zal de poorten moeten sluiten.

Om 15.000 nog loslopende criminelen op te sluiten, zouden 25 Bijlmerbajessen nodig zijn.

Joehoe? Meneer Teeven? Dames en heren overige politici?

Goed. Door twee man op een cel kan er effectiever met de capaciteit van een gevangenis omgesprongen worden. Voorts is men van zins het gevangenisregime te versoberen. In dit Masterplan Dienst Justitiële Inrichtingen verliezen 3.700 gevangenismedewerkers hun baan. 

Fred Teeven, onze staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, heeft daarnaast bedacht dat er op het gevangeniswezen bezuinigd kan worden door gedetineerden een enkelband aan te meten en hen de hun opgelegde straf in eigen huis te laten uitzitten. ’s Mans idee wekt bij velen wrevel. Zelfs zijn eigen ambtenaren maken zich druk; in een interne notitie laten zij aan elkaar (en aan het Algemeen Dagblad) weten dat meneer Teeven de beoogde besparingen overschat en hij elektronisch huisarrest met een enkelband onrealistisch snel wil uitvoeren. Volgens hen zou elektronisch toezicht zelfs nog weleens duurder uit kunnen pakken.

Gemeenten wezen erop dat de voorgenomen bezuinigingen op het gevangeniswezen juist een half miljard euro gaan kosten en volgens hen vergat meneer Teeven het personeel van de gevangenis in Tilburg mee te tellen in het aantal ontslagen. Oeps.

Gevangenisdirecteuren waarschuwden dat het elektronisch huisarrest ten koste gaat van de veiligheid op straat.

Strafrechters reageerden in hun kuif gepikt; als zij een gevangenisstraf opleggen bedoelen ze ook een gevangenisstraf. Daar hebben ze gelijk in; de lengte en aard van de straf is louter en alleen aan de rechter om op te leggen en niet aan meneer Teeven of de DJI.

“De Raad voor de rechtspraak betwijfelt of elektronische detentie kan worden vergeleken met gevangenisstraf, terwijl het wetsvoorstel wel op deze veronderstelling is gebaseerd. De Raad denkt dat de samenleving elektronische detentie ziet als een andere, lichtere straf dan gevangenisstraf. De Raad pleit er dan ook voor dat elektronische detentie als aparte straf wordt aangemerkt die door de rechter kan worden opgelegd.”

Aha, des Pudels Kern. Elektronische detentie kun je nauwelijks vergelijken met een gevangenisstraf. Ten eerste vindt die al grotendeels plaats in de eigen woning, een veroordeelde kan dus genieten van een bepaalde luxe omgeving en heeft niet tot nauwelijks last van een gevangenisregime. Dat vond meneer Teeven in 2011 overigens zelf ook:

Thuisdetentie is geen geloofwaardige vervanging van een gevangenisstraf.”

Leg dat inderdaad maar een uit aan ons, de samenleving. Aan slachtoffers.

In het interview met Tijs van de Brink stelt meneer Teeven dat zijn variant op elektronische detentie wezenlijk anders zal zijn omdat de “gedetineerde” daarbij zal moeten gaan werken. Zo behouden kortgestraften hun woning en werk. Wat de werkgever vindt van de werknemer-met-enkelband mis ik in zijn verhaal. Als er al sprake is van een werkgever, want de banen liggen niet voor het oprapen op het moment. Zoals ik u eerder al heb laten zien, checken er ook nogal wat werkelozen in het gevangenissysteem in (die recidiveerden vaker van niet werkelozen).

Waarom er dan niet voor gekozen gedetineerden in gevangenissen in zo’n mate te laten werken dat ze de gevangenis, of toch in elk geval de kosten van hun eigen verblijf aldaar, kunnen bedruipen? Leer ze een vak, houdt binnen de muren vast aan een gezond werkritme. Of misschien zelfs buiten de gevangenismuren, zoals in het voorstel van gevangenisdirecteuren en -medewerkers dat vandaag in de Telegraaf staat. Voor mijn part inderdaad in plaats van Polen in de kassen, mevrouw Van Toorenburg.

Gordon Ramsay, de beruchte Britse chef-kok met het korte lontje liet al zien hoe dat kan; hij begon de Bad Boy Bakery in HMP Brixton. Ramsay vraagt zich aan het begin van zijn programma heel terecht af waarom de gevangenen daar 21 uur van de 24 op hun cel zitten te niksen. Uiteraard, gedurende het televisieprogramma moet je door het enorme ego van de chef kijken, maar met een paar man een ochtendje sandwiches smeren en taartjes bakken verdient hij wel direct al een paar honderd pond.

Een gevangenis in Noorwegen, op het eiland Bastoey gelegen, is zelfvoorzienend en heeft het laagste recidivepercentage van Europa.  

Wat is er mis met het bedrijfsmatig runnen van een gevangenis? Behalve dan dat we ’t nog niet doen?