Waarom haat zo lekker is

HateAls kind voelde ik me maar op twee plekken thuis; in een boek of bij de paarden. Boeken oordelen niet en zeggen niets terug, wel zo fijn. Paarden hebben het fatsoen hun oren plat te leggen wanneer ze je niet kunnen pruimen. Mensen kon ik slecht lezen en ik snapte er al helemaal niets van, ze zijn zo… irrationeel.
Tot ik eindelijk tot het inzicht kwam dat, in alle bescheidenheid, mensen ook maar dieren zijn. Het loont mijn medemensen door de bril van de evolutionaire psychologie te zien.

Tribale primaat

Eerst maar eens een louterende gedachte: Wij, mensen, zijn de aller domste diersoort op aarde. Zo dom dat we onze eigen intelligentie enorm overschatten en tegelijkertijd niet in staat zijn onszelf te kennen voor wie en wat we werkelijk zijn. We wanen ons de kroon der schepping, maar helpen willen en wetens onze eigen habitat om zeep.
We zijn kale primaten, dualistische sociale en morele beestjes, groepsdieren bij uitstek, met een onweerlegbaar tribale aard en een enorm verlangen (niet te zeggen nood) erbij te horen. Bij onze eigen, relatief kleine groep.

Wij voelen ons veilig in de geborgenheid van gedeelde normen en waarden, een gedeeld wereldbeeld, gedeelde cultuur en een gedeelde illusie van een enkele waarheid. Daarom rekenen we meedogenloos af met alle bedreigingen voor (de cohesie binnen) onze groep, van groepsgenoten die niet in de pas lopen tot het vreemde en buitenstaanders. We denken in ‘wij’ en ‘zij’. Goed en kwaad. Gelovigen en ongelovigen. Elite en plebs. Rijk en arm. Ajax en Feyenoord. U snapt ‘m wel.

Dat is waarom haat en afkeer ons zo goed afgaan en waarom het zo veel makkelijker is deze emoties te voeden dan tolerantie en wederzijds respect. Haten is lekker, makkelijk, overzichtelijk en saampjes saamhorig haten is nog wel het lekkerst van allemaal. We slaan dus met alle liefde onze medemens de kop in, vanwege zijn andere religieuze opvattingen, mores, seksuele aard, huidskleur, geslacht.
Dit gedrag en het achterliggende mechanisme kunt u elke dag weer, gewoon in het wild, zien.

‘Find your own perfect fit’

Suitsupply1Neem nou de reclamecampagne ‘Find your own perfect fit’ van kledingmerk Suitsupply, met onder andere een poster van twee goedgeklede en intiem zoenende mannen.  In heel Nederland werden bushokjes en billboards beplakt, beklad of zelfs vernield. Van twee zoenende mannen, interraciaal ook nog, raken mensen zelfs in het ‘tolerante’ Nederland volkomen van de leg. Suitsupply werd gebeld door mensen die wilden weten hoe zij dat zoenende manvolk thuis aan de kinders uit moesten leggen?

Gezin in gevaar?

Onze vrindjes van het Reformatorisch Dagblad verspreidden in antwoord op die reclamecampagne 40.000 flyers van de stichting Civitas Christiana. Op die flyer zijn dezelfde twee knapperds te zien, maar dan met een enorm groot rood kruis door hun kussende gezichten.

Civitas Christiana is de organisatie achter de campagne Gezin in Gevaar. De organisatie is streng-christelijk, tegen huwelijken tussen mensen van gelijk geslacht, tegen andere gezinsstructuren dan vader-moeder-kroost, tegen echtscheiding en tegen seksuele voorlichting op school. Civitas Christiana  illustreert als geen ander die angstige tribale structuur, het denken in ‘wij en zij’ en het agressieve antwoord op alles dat vreemd is en dat de interne cohesie bedreigt: dat is een ‘aanval op het gezin’.  Volgens deze club is het homohuwelijk een ‘illustratief’ voorbeeld van de ‘toegenomen onvrijheid’ van christenen.

De campagne Gezin in Gevaar zet zich in voor de bescherming van het gezin, dat bestaat uit vader, moeder en kinderen. Wij verzetten ons tegen de losgeslagen seksualisering en schadelijke gender-ideologie. Gezin in Gevaar is een campagne van Stichting Civitas Christiana, dat de christelijke beschaving wil verdedigen vanuit de principes van traditie, familie en privé-eigendom.

Natuurlijk is dat kolder. Gezinnen vallen niet spontaan uit elkaar door het zien van een poster met kussende mannen. Generaties homoseksuelen die opgroeiden met alleen maar heteroseksuele rolmodellen op televisie en in de media bewezen al dat je homo- of heteroseksualiteit niet aangeleerd krijgt. Homoseksualiteit is niet besmettelijk en je kunt het niet van een ander afkijken. Doen alsof de vrijheid, van mensen van gelijk geslacht om te huwen, een inbreuk is op de vrijheden van streng-christelijken voedt de angst, de haat en de interne cohesie: Kijk wij christenbroeders en -zusters eens bedreigd worden! Daar spreekt dan ook de kale, tribale mensaap.

Fawaz Jneid

Omdat er gelazer van komt wanneer ik wel christenen, maar geen moslims aanspreek op dit gedrag meteen nog een mooi voorbeeld van de kale, tribale mensaap. Fawaz Jneid, een omstreden imam, deed ook een duit in het zakje. Tijdens een preek haalde hij uit naar de burgervader van Rotterdam, Achmed Aboutaleb. Daarbij stuurt ook Jneid aan op het gemeenschappelijk vijanddenken, zij het dan in dit geval door moslims. Een groep waar hij Aboutaleb tijdens die preek duidelijk buiten plaatst, door deze een afvallige moslim te noemen, die moslims nooit heeft verdedigd. Niet alleen dat, de PvdA is een vijand van de moslims, aldus Jneid. Daar zien we dus opnieuw het mechanisme van tweedeling, gemeenschappelijk vijanddenken en een gefabuleerde bedreiging voor de interne cohesie van de eigen groep. Want samen haten is lekker en het verbindt, zij het alleen binnen de eigen tribale kliek.

Maar meer heeft een kale primaat ook niet nodig. Denkt ‘ie dan.

Racistisch paternalisme in het onderwijs

Wie de taal niet beheerst komt in onze maatschappij niet mee. Zonder taal kun je niet lezen, spreken, luisteren, schrijven en leren. Alles van waarde wordt overgedragen middels het geschreven woord. Literatuur, wetenschap, recht, filosofie en geschiedenis, als u niet kunt lezen en schrijven heeft u een enorm probleem.

Functionele taalvaardigheid is voor ons, als sociale en intelligente (al valt over dat laatste te twisten) mensaap, van levensbelang. Daar is geen ontkomen aan. Sterker nog, uw taalvaardigheid bepaalt uw succes op de maatschappelijke ladder en dan heb ik het nog niet eens over sollicitatiebrieven vol taalfouten, die een sollicitant bij voorbaat kansloos maken op de arbeidsmarkt.

Maatschappelijke ladder

Kinderen en jongeren die veel jeugdliteratuur lezen belanden namelijk hoger op die maatschappelijke ladder dan hun niet-lezende evenknieën. Mevrouw Suzanne Mol keek naar niet minder dan 146 internationale, wetenschappelijke studies over meer dan 10.000 kinderen en studenten van 2 tot 22 jaar. Wat bleek? De boekenlezers scoren hoger op taal- en leesvaardigheid, schoolsucces en intelligentie.

Criminaliteit

Jongeren die vroegtijdig schoolverlaten hebben ruim zes keer zo veel kans om in aanraking te komen met de politie dan jongeren die het onderwijs wel met een startkwalificatie verlaten. Cognitieve vaardigheden, te kunnen leren, onthouden, onderscheiden en  kennis uit te wisselen, zijn van invloed op de kans dat iemand voortijdig van school gaat of in aanraking komt met de politie. Taal is daarin van enorm belang. Toch, van onze 15-jarigen is 17,9% laaggeletterd. De kloof tussen zwakke en sterke lezers groeit nog steeds.

Meet-up NVAO en de Vereniging Hogescholen

Met dit alles in gedachten las ik met toenemend onbegrip de conclusies van een ‘meet-up‘ van de Nederlands-Vlaamse accreditatieorganisatie (NVAO) en de Vereniging Hogescholen. Tijdens dit overleg werd een brede systeemanalyse van de tweedegraads lerarenopleidingen besproken.

Wat blijkt? Het beroep van leraar is niet aantrekkelijk genoeg. Het schort daarnaast aan diversiteit op de lerarenopleidingen.

Rolmodel

De heer Hans Huizer, directeur van de Johan de Witt Scholengroep uit Den Haag, heeft de zorg voor een leerlingengemeenschap waarvan 40% een taalachterstand heeft. Hij wil graag meer diversiteit onder zijn leraren, liefst uit diezelfde doelgroep: “Mijn diepste wens is dat bij de lerarenopleidingen zoveel mogelijk docenten uit onze doelgroep komen, zodat ze als rolmodellen kunnen functioneren. Dat is ook stimulerend voor leerlingen om te kiezen voor de lerarenopleiding.”

So far so good, ik ging er tot hier vanuit dat meneer Huizer leraren bedoelt die een taalachterstand overwonnen hebben en daarmee een prachtig rolmodel zijn voor leerlingen die met zo’n taalachterstand aan het worstelen zijn. Jongelui, er is hoop! Het komt goed!

Taalenthousiasme

Mevrouw Nienke Meijer, portefeuillehouder lerarenopleidingen van de Vereniging Hogescholen, vindt dat er minder naar de techniek van taal moet worden gekeken en meer naar het taalgebruik. Het moet er niet alleen om gaan dat mensen goed kunnen spellen met d’s en t’s, maar ook over de rijkheid van de taal, over de manier hoe we de taal gebruiken om te communiceren. Zo ga je van taalachterstand naar taalenthousiasme, dixit mevrouw Meijer.

Daar kan ik ook mee uit de voeten. Taal is niet alleen alleen ons voornaamste gereedschap, maar het is op zichzelf natuurlijk ook een machtig mooi fenomeen. Wie van taal leert genieten, haar leuk leert vinden, gaat er vanzelf mee aan de slag.

Water bij de wijn

Maar dan opeens is daar een mevrouw Marja Poulussen, van de Hogeschool Rotterdam:

“Ik vind ook dat taal bicultureler moet zijn. Ik denk dat het heel belangrijk is dat wij niet precies op die grammatica gaan zitten, maar op de betekenis van taal. Op de po-scholen in Rotterdam-Zuid waar ik weleens kom is er geen enkele docent die grammaticaal perfect Nederlands spreekt. Hoe belangrijk is die ‘d’ en ‘t’ of het juiste gebruik van een lidwoord ‘de’ of ‘het’ nu eigenlijk? In een bi-culturele samenleving moet er gewoon wat water bij de wijn.”

Bicultureel

Water bij de wijn omdat taal ‘bicultureler’ zou moeten zijn? Ik begrijp er niets van, hoe maakt de slechte beheersing van de Nederlandse taal haar in hemelsnaam ‘bicultureler’?

Verwonderd sloeg ik voor de zekerheid de Dikke Van Dale nog even open bij de o. Verdomd. Het staat er echt. Dan gaat het mevrouw Poulussen dus niet zo zeer om taalvaardigheid, het oplossen van taalachterstand of zelfs goed leraarschap, maar om de ‘allochtoon’.

Bedoelt zij nu dat we de lat láger moeten leggen omdat het onderwijs faalt in haar missie de allochtone leerling van zijn taalachterstand af te helpen? Dat lijkt me het failliet van ons onderwijs, eng paternalistisch en ronduit racistisch bovendien.

Perfect taalgebruik problematiseren

Als u denkt dat we ’t daarmee wel gehad hebben, het ergste moet nog komen. Mevrouw Mip van Suchtelen, die werkzaam is bij Hogeschool Inholland, zou zelfs graag zien dat we perfect taalgebruik problematiseren. Te veel aandacht op taal wordt gebruikt om mensen uit te sluiten, meent zij.

En ik maar denken dat mensen juist de taal goed leren te beheersen omdat een goede beheersing van de Nederlandse taal het belangrijkste middel is om goed mee te kunnen doen in de Nederlandse maatschappij.  Leraren die het Nederlands grammaticaal niet goed beheersen horen daarom ook helemaal niet voor een klas te staan. Dat is nu juist het probleem met goed onderwijs; dat krijg je niet door latten lager te leggen en water bij de wijn te doen.

Waarom niemand die zwatelaars gewoon met pek en veren die ‘meet-up’ uitgejaagd heeft is mij een raadsel. Juist aan hen gaat het onderwijs ten onder.

Boodschappenlijstje Tweede Kamerverkiezingen 15 maart 2017

Goed, stemmen is dus een serieuze zaak. Voordat ik al die partijprogramma’s doorworstel maak ik heel even pas op de plaats. Wat vind ik belangrijk, voor mij, voor andere Nederlanders, voor Nederland?

Ik heb natuurlijk mijn eigen Top 10, van onderwerpen die me het meest aan het hart gaan. We leven samen in een van de mooiste, welvarendste en vrije landen op deez’ aardkloot. In het dagelijks leven heb ik niet tot nauwelijks reden tot klagen. Dat zou ik graag zo houden.

Daarbij vind ik in een aantal gevallen de kosten in beginsel onbelangrijk. Een goede gezondheidszorg kost geld, net zoals goed onderwijs en een gedegen rechtssysteem. Ik betaal er met alle liefde (meer) belasting voor. Partijen die doen alsof zulke kosten ontzettend vervelend, lastig of zelfs ongewenst zijn kun je bij voorbaat eigenlijk niet au sérieux nemen.

Die Top 10 van mij, die ziet er zo uit:

Geluk

Ja, ik hoor u wel brommen hoor. Geluk! Hoe denk ik dat te definiëren voor 17 miljoen verschillende mensen? En hoe denk ik dat meetbaar te maken of in doelstellingen te vatten? Schrijf me nou niet meteen af als zweverig tiepje of naïeve wereldverbeteraar. Nederland staat al jaren in een Top 10 van ´s werelds meest gelukkige landen. Er is een heus World Happiness Report!

Nationaal geluk is te meten, door te kijken naar een breed scala van indicatoren; de kwaliteit van het bestuur, bruto binnenlands product, (politieke) vrijheid, sociaal kapitaal, sociale voorzieningen, levensverwachting, gemiddelde goede gezondheid, vertrouwen (o.a. in sociale voorzieningen), vrijgevigheid en vrijheid van corruptie.

Vrijheid

Mijn vrijheid is mijn grootste goed. Ik ben vrij te gaan en staan waar ik wil. Ik ben vrij mijn eigen verstand en geweten te volgen en ik mag, in dezelfde mate als u, vrij aanspraak maken op de vele rechten en vrijheden in ons kikkerlandje. Ik ben vrij mijn mening te uiten. Ik ben vrij te beschikken over eigen lijf en leden, baas in eigen buik.

De onaantastbaarheid van het lichaam staat wel nog altijd onder druk, zo worden ook hier nog altijd kinderen besneden omdat hun ouders dat een religieuze plicht vinden. Besnijdenis is prima, dat moet u zelf weten, zo lang u daar maar zelf voor kiest. Daarnaast wordt er nog gesteggeld over mijn vrijheid zelf te bepalen wanneer ik mijn leven voltooid vind en die beslissing is aan niemand dan aan mijzelf. Wil ik over veertig jaar een pil van Drion op mijn nachtkastje hebben liggen, dan gaat u dat niets aan.

Veiligheid en Recht

U ziet het nu in Amerika, een gedegen en integer rechtssysteem is uitermate belangrijk. Rechters horen neutraal en onafhankelijk te zijn en niet te (hoeven) buigen voor politieke winden en windbuilen. Dat betekent dat zo’n rechtssysteem een aantal waarborgen moet kennen, al was het maar om rechters te beschermen tegen potentaten zoals een president Trump, die denken boven de wet te staan. Tsjakka, het belang van een ordentelijke staatsinrichting op een zilv’ren dienblad! De scheiding van kerk en staat is helaas nog lang niet af en de trias politica moeten we zwaar bewaken.

Ik ga graag veilig en ongestoord over straat, dat is mijn veiligheid in het klein. In het groot zie ik natuurlijk graag een overheid die anticipeert op spanningen en calamiteiten in binnen- en buitenland en die er alles voor doet om onze samenleving veilig en leefbaar te houden. Daarbij hecht ik niet aan open grenzen voor Jan en alleman, maar word ik wel wantrouwig wanneer mensen steevast menen privacy uit te moeten wisselen voor veiligheid.

Een integere politiemacht die draagvlak heeft onder de bevolking, die tot in de haarvaten van de samenleving zit en die genoeg budget, personeel, tijd en ruimte heeft om haar werk naar behoren te doen vind ik essentieel.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving en zou daarom alleen al veel meer prioriteit moeten krijgen. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring.

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Gelijkheid

Geen mens is meer dan de ander. We zijn misschien niet allemaal hetzelfde, maar we zijn wel allemaal gelijk. Iedereen verdient dezelfde kansen in het leven en heeft recht op een gelijke behandeling in gelijke gevallen.

’t Moet nochtans gezegd dat u mij, als vrouw, nog altijd mag discrimineren wanneer u dat uit hoofde van een of ander geloof doet. Zo vindt ons College voor de Rechten van de Mens dat een buschauffeur best vrouwenhandjes mag weigeren en dat is en blijft een gotspe. Discriminatie is nooit oké, dus ook niet op religieuze gronden. Ook homoseksuelen worden nog met regelmaat gediscrimineerd en mensen met een andere etnische herkomst treft nog met grote regelmaat hetzelfde lot.

Sommige diertjes zijn dus nog altijd meer gelijk dan andere diertjes en dat behoeft remedie.

Emancipatie

Ja, u kent me natuurlijk al. Emancipatie, dat is een dingetje hoor. Er schort nog wat aan het naamrecht, de arbeidsparticipatie van vrouwen en gelijk loon voor gelijk werk. Slechts om en nabij de helft van de Nederlandse vrouwen is economisch zelfstandig, tegenover 73% van de mannen.

Nederlandse vrouwen verdienen gemiddeld nog steeds 17,6% (CBS, 2012) minder dan hun mannelijke evenknieën. Daar is 4% van volstrekt onverklaarbaar. Dat verschil wordt wel kleiner, maar dat gaat zo langzaam dat we nog een jaar of zeventig nodig zullen hebben om die loonkloof te dichten – zouden we dit tempo aanhouden.

Mannen worden nog altijd structureel ondergewaardeerd waar het gaat om hun kwaliteiten als ouder en opvoeder. Ruim een vijfde van de vrouwen en 42% van de mannen vindt een vrouw nog altijd geschikter om kinderen op te voeden dan een man (Emancipatiemonitor 2014). Werk aan de winkel!

Sociale zekerheid

Er gaat geen verjaardagsfeestje voorbij of er wordt wel boos gesproken over uitkeringstrekkers of asielzoekers die op onze kosten hun tanden laten bleken. Een sociaal vangnet voor wanneer het leven je even grandioos tegenzit (en dat gebeurt heus de besten) is nochtans een van de mooiste verworvenheden van onze staat. Werkeloosheid, pensioen, ziekte of arbeidsongeschiktheid lossen we op door solidariteit en samenhorigheid: er wordt collectief gezorgd voor alle Nederlanders. Betalen we allemaal netjes aan mee.

Toch, ’t kan en moet beter. U heeft het vandaag kunnen lezen; het aantal huishoudens in langdurige armoede stijgt. Die armoede raakt zo veel kinderen, dat het me het schaamrood op de kaken doet staan.

Vooral eenoudergezinnen met minderjarige kinderen blijken vaak te maken te hebben met risico op armoede. Dit speelde bij ruim een kwart van die groep. In totaal groeiden in 2015 ruim 320.000 kinderen op in een huishouden met een extreem laag inkomen. Voor 125.000 van hen was dit het vierde jaar achtereen, oftewel 8000 meer dan in 2014.

Onderwijs en cultuur

Nederland is een kenniseconomie. We hebben dus ook een economisch belang bij goed onderwijs in het algemeen en uitstekend hoger onderwijs in het bijzonder. Daarnaast, het is nog met geen enkele generatie goedgekomen zonder dat er in werd geïnvesteerd. Kinderen die lezen bijvoorbeeld, belanden later hoger op de sociale ladder.

Nederland telt, naar schatting, 250.000 mensen die niet kunnen lezen of schrijven. Dat is 1,5% van de bevolking. Daarnaast zijn er 1,3 miljoen laaggeletterden, die wel losse woorden kunnen lezen maar een wat langere tekst niet kunnen behapstukken. Laaggeletterdheid kost de maatschappij 556 miljoen euro per jaar. Wat u daarbij wellicht niet zult verwachten is dat twee derde van die 1,3 miljoen laaggeletterden van Nederlandse afkomst is. Tien procent van onze 15-jarigen is een zogeheten zwakke lezer.

Ieder kind heeft recht op onderwijs, dat moet leiden tot een startkwalificatie. Gelijke kansen, dat begint in het onderwijs. Daar is ook een maatschappelijk belang bij in het geding. Niet alleen omwille van onze kenniseconomie, maar vroegtijdig schoolverlaten vergroot bijvoorbeeld ook de kans op een criminele carrière met een factor 2,5. Terug met het verheffingsideaal!

Gezondheidszorg

Zorg moet toegankelijk, beschikbaar en van goede kwaliteit zijn. Niets minder. De zorg kan ongetwijfeld slimmer, efficiënter en goedkoper en dat is geweldig, zo lang de zorg er ook maar beter op wordt. De rechten van patiënten, het welbevinden van verpleeghuisbewoners, verstandig medicijnengebruik, lagere kindersterfte en meer aandacht voor zorgmijders, het mag allemaal wat kosten.

Er zijn in Nederland relatief weinig tienerzwangerschappen en tienermoeders en toch maak ik me zorgen over hoe wij daar mee omgaan. De vergoeding van anticonceptie zoals de pil moet terug de basisverzekering in en er zou veel meer aandacht voor goede seksuele voorlichting en vorming moeten zijn.

Natuur en klimaat

Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld. Dat betekent dat we extra zuinig moeten zijn op onze natuur, onze lucht en ons water. De gemiddelde Randstedeling rookt zeven sigaretten per dag zonder er een daadwerkelijk op te steken. Dierenwelzijn is een ondergeschoven kindje.

We eten graag te veel en vooral goedkoop vlees en dat levert dieronterende toestanden op in de bio-industrie en bij het vervoeren van levend slachtvee. Het slachtvee dat dubbel pech heeft wordt dan ook nog eens ritueel en dus liefst onbedwelmd geslacht. Nederland heeft enorme aantallen vee, alleen al twaalf miljoen varkens. De huisvesting van zo veel dieren is problematisch, op zijn zachtst gezegd. De legbatterij is dan wel verboden, maar de megastallen worden de grond uit gestampt. Er zijn 2,8 miljoen melkkoeien in Nederland. Van deze dieren staat 30% altijd op stal. De kalveren worden direct na de geboorte bij het moederdier weggehaald.

We hebben, alleen op televisie al, uitgebreid kunnen zien hoe het bloed uit levend vee vervoerende vrachtwagens liep, hoe de “plofkip” aan haar naam komt, hoe kippen de snavel en biggen de staart wordt afgeknipt, hoe koeien onverdoofd onthoornd worden en te lijden hebben van ontstekingen aan hoeven en uiers. We hebben de dierenlijken in grote grijpers zien hangen nadat er weer eens op grote schaal een dierziekte uitbrak, omdat we ons vee op grote schaal en dicht op elkaar willen houden en omwille van de export weigeren ze in te enten.

Normen en waarden

Ik maak me zorgen over de verhuftering van ons, Nederlanders. Onze samenleving verruwt en de tolerantie, waar we ooit bekend om stonden, staat onder druk. We wisten ruimte voor ieder individu enerzijds zo goed samen te laten gaan met solidariteit en betrokkenheid. Een smaldeel van ons juicht inmiddels bij nieuwsberichten over verdronken ‘gelukzoekers’ en we zien de vluchtelingenstroom, die onze kant op komt, met achterdocht en vrezen aan. Aan de andere kant horen we mondiaal nog altijd bij de top van goede doelen-gevers. Geweld tegen hulpverleners is in opmars. We zullen zelf, als burgers van dit prachtland, weer aan de bak moeten. Omgangsvormen, respect voor elkaar – dat begint bij onszelf.

Omdat goed leiderschap grotendeels bestaat uit een goed voorbeeld dienen we de integriteit van de overheid te bewaken en corruptie te bestrijden. Geen ruimte dus, voor liegende ministers en deals met criminelen sluiten.

Ik ben benieuwd hoor, wat vind ik straks bij wie terug:

1. VVD
2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
4. SP (Socialistische Partij)
5. CDA
6. Democraten 66 (D66)
7. ChristenUnie
8. GROENLINKS
9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
10. Partij voor de Dieren
11. 50PLUS
12. OndernemersPartij
13. VNL (VoorNederland)
14. DENK
15. NIEUWE WEGEN
16. Forum voor Democratie
17. De Burger Beweging
18. Vrijzinnige Partij
19. GeenPeil
20. Piratenpartij
21. Artikel 1
22. Niet Stemmers
23. Libertarische Partij (LP)
24. Lokaal in de Kamer
25. JEZUS LEEFT
26. StemNL
27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
28. Vrije Democratische Partij (VDP)

De lessen van Donald Trump

Met de nieuwbakken president Donald Trump op ramkoers met iedereen én zijn moeder ben ik vastbesloten goed geïnformeerd te gaan stemmen. In Amerika kunnen we nu allemaal goed zien wat er gebeurt wanneer je ondoordacht een stemhokje bezoekt.

Moslimban

Neem nu ’s mans ‘tijdelijke moslimban’, zoals zijn laatste decreet in de volksmond is gaan heten. Om zijn Amerikanen tegen terreur te beschermen mochten mensen uit Irak, Iran, Jemen, Libië, Somalië, Soedan en Syrië niet langer het land in. Nou ja, of ze moesten van christelijke huize zijn. In dat geval haalt Donald Trump een hart over zijn hand. “I’m establishing new vetting measures to keep radical Islamic terrorists out of the United States of America. Don’t want them here,” aldus de nieuwe Grote Leider. Ook mensen die al legaal in Amerika wonen en een green card hebben worden door deze ban getroffen. Curiouser and curiouser, zou Alice zeggen.

Vervelend detail is dan wel dat de mensen die tot nog toe aanslagen pleegden op Amerika opvallend vaak helemaal niet uit deze zeven landen komen. Landen zoals Egypte, Libanon en Saoedi-Arabië, waar de daders van de aanslagen op 9/11 vandaan kwamen, ontbreken op Trumps lijstje. Niet toevallig zijn dat landen waar president Trump zakelijk belang bij heeft.

Omar Mateen, de gewapende man die op 12 juni 2016 het vuur op bezoekers van de nachtclub in Orlando opende en daarbij vijftig mensen doodde, was een geboren Amerikaan met Afghaanse ouders. Op zaterdag 17 september 2016 werden bomaanslagen gepleegd in New York en in New Jersey. De verdachte, Ahmad Khan Rahami, kwam van origine uit Afghanistan. Afghanistan staat nochtans ook niet op het Lijstje van Trump.

Ongrondwettelijk

Nu is het zo gelegen dat de Grondwet van de good ol’ U.S. of A. een dergelijk onderscheid naar nationaliteit verbiedt. Een federale rechter in Seattle stelde het inreis-decreet dan ook gevoeglijk buiten werking. President Trump, kennelijk geheel en al onbekend met het concept van de rechtsstaat, twitterde zijn infantiel ongenoegen de wereld in. Zo’n tekst is natuurlijk een president onwaardig, maar dat is echt het minste probleem met deze man.

Censuur

In het land van de Free Speech legde hij al duizenden van zijn ambtenaren een spreekverbod op. Ambtenaren van onder andere het milieuagentschap EPA (Environmental Protection Agency) en het US Department of Agriculture and Health and Human Services mogen niet meer met het publiek communiceren. De regering-Trump praat namelijk liever feitenvrij over zaken als het klimaat, de opwarming van de aarde en het Clean Power Plan. Feiten en wetenschappelijk onderzoek zijn bad for business.

Donald Trumps beslissing Scott Pruitt aan te stellen als nieuwe baas van EPA spreekt boekdelen. Pruitt heeft in het verleden meerdere rechtszaken tegen EPA aangespannen en hij heeft sterke banden met de olie- en gasindustrie.

Abortus

Meer dan veertig jaar geleden bepaalde Amerika’s hoogste rechtbank dat vrouwen het grondwettelijke recht (ja, daar hebbie die vervelende grondwet weer) hebben om een zwangerschap vroegtijdig te beëindigen. De zaak Roe vs. Wade (1973) was daarin allesbepalend.

Donald Trump heeft nu in al zijn onwijsheid besloten een oude wet nieuw leven in te blazen, die alle financiële steun verbiedt aan NGO’s die in ontwikkelingslanden seksuele voorlichting, anticonceptie en al wat dies meer zij verzorgen als (informeren over) abortus daar onderdeel van is.

Met één pennenstreek en omringd door een select gezelschap van slegs witte mannen schrapte Trump 600 miljoen dollar aan subsidie. Daarmee maakt hij organisaties zoals Marie Stopes International effectief vleugellam. Dat terwijl die wet eerder al heeft bewezen contraproductief te werken: het aantal abortussen daalt er niet mee, terwijl het aantal illegale en onveilige abortussen er juist door stijgt.

Op 15 maart 2017 nemen 28 partijen deel aan de Tweede Kamerverkiezing van ons eigen kikkerlandje. Dat betekent dat ik 28 partijprogramma’s zal doorworstelen. I’ll keep you posted. 🙂

 1. VVD
 2. Partij van de Arbeid (P.v.d.A.)
 3. PVV (Partij voor de Vrijheid)
 4. SP (Socialistische Partij)
 5. CDA
 6. Democraten 66 (D66)
 7. ChristenUnie
 8. GROENLINKS
 9. Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)
 10. Partij voor de Dieren
 11. 50PLUS
 12. OndernemersPartij
 13. VNL (VoorNederland)
 14. DENK
 15. NIEUWE WEGEN
 16. Forum voor Democratie
 17. De Burger Beweging
 18. Vrijzinnige Partij
 19. GeenPeil
 20. Piratenpartij
 21. Artikel 1
 22. Niet Stemmers
 23. Libertarische Partij (LP)
 24. Lokaal in de Kamer
 25. JEZUS LEEFT
 26. StemNL
 27. MenS en Spirit/Basisinkomen Partij/V-R
 28. Vrije Democratische Partij (VDP)

Minder, minder, minder

Gisteren wees de rechtbank vonnis in de zaak tegen PVV-voorman Geert Wilders. Grote afwezige was meneer Wilders zelf. Ook zijn advocaat, meester Knoops, maakte zijn opwachting niet.

Geert Wilders is voor zijn uitspraken op woensdag 19 maart 2014 veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar kreeg geen straf of maatregel opgelegd.

De belangrijkste vraag in dit proces is of de heer Wilders een grens over is gegaan. Die vraag is in dit vonnis beantwoord. Daarmee vindt de rechtbank dat voldoende recht is gedaan. Hij krijgt daarom geen straf.

De rechtbank houdt er rekening mee dat Geert Wilders een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger is, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer. Daarom meent de rechtbank dat hij al genoeg gestraft is door de schuldverklaring alleen en daarmee lijkt de rechtbank de geit en de kool te willen sparen.

Wat zei Geert Wilders ook al weer? 

Op 12 maart 2014, tijdens een interview op de Loosduinse markt in Den Haag, zei de heer Wilders: “Belangrijkste is toch voor de mensen hier op de markt de Hagenaars, Hagenezen en Scheveningers zoals Léon dat altijd netjes en terecht noemt. Voor die mensen doen we het nu. Die stemmen nu op een veiliger en socialer en in ieder geval een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen.”

Op 19 maart 2014 vroeg meneer Wilders aan een vooraf geïnstrueerd publiek: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” Zijn publiek scandeerde braaf “Minder, minder, minder!” Daarop zei de heer Wilders: “Nah, dan gaan we dat regelen”.

Meer dan zesduizend aangiften werden gedaan, wegens groepsbelediging, aanzetten tot haat en aanzetten tot discriminatie. Dat is het goed recht van de aangevers natuurlijk. In Nederland haal je je recht via de rechter, wanneer je meent onnodig en in strafrechtelijke zin gegriefd te zijn, en niet anders.

Groepsbelediging

Artikel 137c 

1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.  

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Tijdens Wilders’ Wilde Woensdagavond ging het dus opeens niet meer over criminele Marokkanen, zoals voordien. Het ging ook niet over Marokkanen in de bijstand. Het ging over Marokkanen in het algemeen: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” De meute liet zich gewillig mennen. Ik telde mee; zestien keer een gretig “minder!” Ik boog het hoofd en schaamde me diep en plaatsvervangend. Het zijn beelden die me deden denken aan de Weimarrepubliek, toen men zigeuners afschilderde als asociale en criminele elementen.

Omdat hij zich dus niet beperkte tot ‘criminele Marokkanen’ alleen acht de rechtbank dat een groepsbelediging ten aanzien van Marokkanen. Dat lijkt me terecht. Vervang ‘Marokkanen’ door een willekeurige andere groep mensen uit onze samenleving en het kan niet anders of u wordt daar ongerust van. Komaan, we proberen het even:

“Willen jullie in deze stad meer of minder gehandicapten/homoseksuelen/joden/vrouwen?” 

“Minder, minder, minder!”

“Nah, dan gaan we dat regelen”.

Niet eng? Nee? Echt niet ook maar een beetje ongerust? Het spijt me het te moeten zeggen maar dan moet uw moreel kompas herijkt.

Goed, terug naar artikel 137c uit ons Wetboek van Strafrecht. Omdat de uitspraak van tevoren was uitgedacht en het publiek van meneer Wilders van tevoren werd geïnstrueerd acht de rechtbank opzet aanwezig.

Context

De rechters hebben uiteraard overwogen of de gewraakte uitspraak in een zeker context bezien kan of moet worden, die maakt dat deze niet strafbaar is. Wordt een uitlating bijvoorbeeld tijdens een debat gedaan, ten behoeve van het maatschappelijk debat of uit geloofsovertuiging dan neemt dat gegeven het beledigende karakter van het gezegde weg.

Denkt u maar eens terug aan de zaak  (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam El-Moumni die op televisie verkondigde dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Een dergelijke context acht de rechtbank in de zaak tegen Geert Wilders niet aanwezig, zij ziet de gedane uitspraak op geen enkele wijze als een bijdrage geleverd aan enig publiek debat. Ook het verweer dat de uitspraken gezien moeten worden in het licht van het partijprogramma van de PVV hield bij de rechter geen stand; over Marokkanen in het algemeen is daar niets over terug te vinden.

Politieke arena en parlementaire onschendbaarheid

Ook een gekozen politicus staat niet boven de wet, en weet u? Dat is maar goed ook. Dat zo’n politicus zich voor een rechter moet verantwoorden maakt zijn proces ook zeker niet automatisch tot een politiek proces.

Wel moet ik u toegeven dat ik er moeite mee heb, dat deze kwestie niet in de politieke arena werd uitgevochten. Had de heer Wilders de tegenwoordigheid van geest gehad zijn uitspraak daar te doen, waar hij parlementaire onschendbaarheid als Kamerlid heeft, dan was het heel misschien nog tot een interessant maatschappelijk debat gekomen.

Aan de andere kant, bijkomend voordeel zou nu kunnen zijn dat we het eindelijk weer eens kunnen hebben over het pleidooi dat Femke Halsema in 2011 hield voor uitbreiding van de parlementaire onschendbaarheid, ook buiten de Tweede Kamer en Eerste Kamer, “overal waar een Kamerlid uit hoofde van zijn functie het woord voert”.

Vrije meningsuiting

Ook de rechters beseffen zich terdege dat onze vrije meningsuiting een groot goed is en deze een fundament is onder onze democratische samenleving. Onze denkbeelden en opvattingen mogen anderen choqueren, verontrusten en zelfs kwetsen.

De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting is in Nederland nochtans niet absoluut (nooit geweest ook), maar wordt ingekaderd door wetgeving zoals die tegen laster, smaad of bedreiging. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden staat die begrenzing van de vrije meningsuiting door wetgeving toe.

 Artikel 7 Grondwet

1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Aanzetten tot haat of discriminatie

Artikel 137d 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd. 

Geert Wilders riep op geen enkele manier op mensen wat aan te (laten)  doen, voor het aanzetten tot haat is dan ook geen enkel bewijs – en daar werd hij dan ook voor vrijgesproken. Wat de heer Wilders riep op 19 maart 2014 heeft volgens de rechters een discriminatoir en opruiend karakter. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met zijn publiek schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot discriminatie. 

De rechtbank acht Geert Wilders dan ook schuldig aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Zij legt geen straf of maatregel op en benadeelde partijen kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding, want zij werden niet persoonlijk geschaad.

De rechtspraak

De rechtspraak is net zo goed een fundament onder onze democratische samenleving. Ook daar moeten we dan ook zuinig op willen zijn. Dat wil overigens zeker niet zeggen dat we ’t met uitspraken niet oneens mogen zijn of we ons bij elke uitspraak klakkeloos neer dienen te leggen. Daarom is de rechtspraak dan ook openbaar, het is juist de bedoeling dat we er wat van vinden en haar op die manier controleren.

Dat Geert Wilders het oneens is met zijn veroordeling ligt in de lijn der verwachtingen. Dat gebeurt vaker, daarom is een hoger beroep altijd een mogelijkheid. Niet zelden wordt er in hoger beroep anders geoordeeld dan in eerste aanleg.

Rechters toetsen aan de bestaande wetgeving, maar ze maken die wetgeving niet. Zijn we het fundamenteel oneens met een stuk wetgeving, dan staat het ons vrij een wetswijziging te beijveren, via het parlement. De heer Wilders, als gekozen volksvertegenwoordiger, volbloed politicus en fractievoorzitter van de PVV in de Tweede Kamer, weet dat natuurlijk als geen ander.

Geert Wilders sprak de rechters, die hem veroordeelden, boos toe: “U heeft miljoenen Nederlanders hun vrijheid van meningsuiting ingeperkt en daarmee eigenlijk iedereen veroordeeld. Niemand vertrouwt u meer”. Op Twitter fulmineerde hij: “Drie PVV-hatende rechters verklaren Marokkanen tot ras en veroordelen mij en half Nederland. Knettergek”.

Wie het vonnis leest echter, gewoon van begin tot eind, leest anders. Louter juridische overwegingen, zoals het hoort.  Dankzij onze onafhankelijke en openbare rechtspraak kunt u dat zelf verifiëren, hier: Klikkerdeklik. De vrijheid van meningsuiting was in beginsel al niet absoluut en is door dit vonnis zeker niet verder ingeperkt. Ik mocht al geen groepen mensen opzettelijk beledigen en dat mag ik nu nog steeds niet.

Het zou kunnen dat wij, als maatschappij, willen naar een ruimere of zelfs absolute vrijheid van meningsuiting. Voor ons allemaal als geheel of politici in het bijzonder.

Die kwestie hoort alleen niet in de rechtszaal thuis, daarvoor moet u in het parlement zijn.

Patsers profileren

De mens is in beginsel een agressieve diersoort. We zijn de meest agressieve van alle primaten, maar tegelijkertijd zijn we ook de meest empathische. Dat laatste is overigens uitgezonderd de 1% psychopaten onder ons. Ons empathisch vermogen is de basis voor ons moreel kompas.
Er is lang gedacht dat agressie eerst en vooral een hormonale kwestie was, waarbij het mannelijk geslachtshormoon testosteron de boosdoener moest zijn. Met die agressie werden dan gewelddadig en antisociaal gedrag in een adem ook genoemd.  Meer recente studies wijzen op een ingewikkelder verband dan louter een causaal verband tussen testosteron en menselijke agressie. Zo zou testosteron ervoor kunnen zorgen dat een man meer hecht aan sociale status, machismo en de baas op de apenrots willen zijn en agressie eerder het middel is om die doelen te bereiken en zich te doen gelden.
Mannen hebben gemiddeld een grotere prikkelzucht en zijn daarom niet alleen vaker dader, maar ook vaker slachtoffer. Het zien van agressie roept op zijn beurt zelfs agressief gedrag op. Mannen zijn in Nederland oververtegenwoordigd in de misdaadstatistieken. In 2012 zaten er bijvoorbeeld 11415 mannen in de gevangenis, tegenover 695 vrouwen. Dat jaar werden in totaal 243530 mensen verdacht van een misdrijf, waarvan 197120 mannen en 45490 vrouwen. Van de 70330  verdachten (2012) van geweldsmisdrijven (in ruime zin) waren er 60250 man.
Aan die hand van die gegevens, maar vooral door scha en schande leert elke jonge vrouw al vroeg profileren. Ze leert onderscheid maken tussen vrouwelijke en mannelijke passanten en voor de laatsten (vooral wanneer deze in groepsverband worden aangetroffen) leert ze omlopen. Van de doorsnee vrouwelijke passant heeft zij beduidend minder te vrezen, zeker wanneer het gaat om onheuse bejegeningen en seksuele intimidatie op straat, maar ook als het gaat om handtastelijkheden, betwist eigenaarschap van portemonnee of mobiele telefoon en zelfs erger.

Ik kan me zo voorstellen dat dit voor een man ontzettend vervelend is om te lezen. Dat maakt de feiten niet minder waar. Zit criminaliteit daarmee in de genen? Natuurlijk niet. Wie criminaliteit wil voorkomen en tegengaan heeft er echter wel wat aan. 

Patsers

Natuurlijk kan een twintigjarige jongeling hard gespaard hebben voor zijn ontzettend dure bolide, of misschien kreeg hij wel een flinke erfenis, maar de kans is groot dat genoemde bolide niet met eerlijk verdiende eurootjes werd gekocht. Het bleek uitermate lonend te zijn opzichtige patsers eens te vragen hoe zij aan hun geld kwamen. In 2005 startte de politie in Amsterdam daarom een proefproject dat de ‘methode Cabrio’ werd genoemd. Onder de noemer ‘patseraanpak’ ging de methode landelijk. De juridische basis voor deze aanpak ligt ‘m in artikel 420 bis van het Wetboek van Strafrecht, ook wel het ‘witwasartikel’. 
Toen ik nog in het Centrum van Rotterdam woonde haalde ik ze er zo uit; jonge mannen die duidelijk geen dagbesteding zoals school of werk hadden en in bezit waren van extreem dure prullaria zoals scooters, motoren, auto’s, enorme gouden kettingen en de laatste nieuwe mobiele telefoons. 
Controles leveren veel op: flinke hoeveelheden verdovende middelen, messen, ploertendoders, boksbeugels, vuurwapens en op enig moment zelfs een kogelwerend vest. Met regelmaat duikt er een gestolen auto op of een bestuurder zonder rijbewijs. 
Dat is mooi, want misdaad mag niet lonen. Daar waren we het al over eens en het is ook de grondslag onder de Wet Bibob, om maar eens wat te noemen. 
Tegenwoordig worden die controles gezamenlijk uitgevoerd en sluiten de Douane, de Belastingdienst en de gemeente erbij aan. De Belastingdienst weet tijdens die controles behoorlijke bedragen achterstallig belastinggeld te innen. Er worden voor fortuinen aan openstaande boetes geïnd. 
Wij blij, zij blij, iedereen blij. Nou ja, behalve de patsers in kwestie. Zou je zeggen. 

Als het mis gaat

Er gaat natuurlijk wat mis wanneer zo’n methode onzuiver wordt ingezet. Wanneer het niet langer gaat om de onverklaarbaar dure bolide of de donker getinte ramen, maar om de kleur van de snoet van de bestuurder. Dat is evident. 
Daarnaast moeten we, zo denk ik, het kind ook niet met het badwater weggooien. Vragen we de politie adequaat te reageren op (een vermoeden van) eergerelateerd geweld, dan vragen we haar in beginsel dus etnisch te profileren. Dan vinden we dat onderdeel van de verantwoordelijkheid van de politie. Terecht, me dunkt, maar ingewikkeld is het zo wel. 

LHBT in Nederland

Binnenkort, op 17 mei, is ’t de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie. Een mooi moment om de Nederlandse samenleving eens tegen het regenbooglicht te houden. 
Voor de zekerheid voor de intellectueel minderbedeelden die mijn blog frequenteren: Nee, dan hebben we het per definitie dus niet over volwassenen die het op seksueel gebied op kinderen voorzien hebben. Homoseksualiteit is de seksuele en romantische voorkeur voor een gelijkwaardige partner van eigen geslacht en heeft met de ziekelijke voorliefde voor de kindergestalte niets te maken.
Goed. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stak ons allemaal gevoeglijk even een thermometer in de aars en publiceert vandaag haar bevindingen in de LHBT-Monitor (PDF). Deze Monitor verschijnt voor het eerst en is gebaseerd op een aantal grootschalige bevolkingsonderzoeken, waaronder bijvoorbeeld de Veiligheidsmonitor en de SCP Leefsituatie Index. 
Er is wat goed nieuws en er is wat slecht nieuws. 

Stand van zaken

Samen met Zweden en Denemarken mag ons kikkerlandje zich tot de top 3 rekenen voor wat betreft ruimdenkendheid over lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen. De bevolking van West-Europese landen, die al positiever in deze materie stond, is er positiever over gaan denken. De Oost-Europeanen zijn feitelijk gewoon negatief gebleven. 
Iets meer dan negen (9,2) van de tien Nederlanders vindt dat lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen hun leven gewoon moeten kunnen leiden zoals ze dat zelf willen. Dat is 1% meer dan in 2010. In Polen is dat 51%, om u maar even een beeld te geven. In Nederland hebben wij weinig of geen moeite met het huwelijk voor partners van gelijk geslacht,  het recht om te leven zoals homoseksuele mannen en vrouwen zelf willen en een homoseksuele oriëntatie van de eigen kinderen of van een leerkracht.
Transgenders komen er bekaaider vanaf, daar denkt 10% van de Nederlanders negatief over. Een kwart (!) van de Nederlandse bevolking vindt dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen en 46% vindt het ook belangrijk om bij de eerste ontmoeting te weten of iemand man of vrouw is. 

Opvattingen

In 2006 was nog 15% van de Nederlanders negatief over homo- en biseksualiteit, nu is dat gedaald tot 7%. Dat is winst, zeker wanneer ik lees dat juist de probleemgroepen, de religieuze en de oudere Nederlander, hun mening ietwat positief hebben bijgesteld. Daarbij blijft ’t wel zo dat jongeren er een positievere insteek over hebben dan ouderen en dat geldt ook voor mensen zonder religie en de religieuze medemens. Vrouwen zijn op hun beurt weer positiever dan mannen en hogeropgeleiden positiever dan lageropgeleiden. De grootste verschillen doen zich voor naar religie en partijvoorkeur. 
Onder religieuze mensen is het percentage met een ‘homo’-negatieve houding 28%, onder de wekelijkse kerkgangers is dat zelfs 40%. Onder CU-stemmers is dat 32%.
Nederlanders uit diverse herkomstgroepen verschillen ook nog sterk van mening over homoseksualiteit, vooral onder Nederlanders met Marokkaanse, Turkse, Poolse en Somalische achtergrond zijn het oneens met zaken als het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Surinaamse en Antilliaanse of Arubaanse Nederlanders zijn wat positiever ingesteld, maar ook onder deze groepen zijn negatiever dan de autochtone bevolking. Met name de religieuze achtergrond en het opleidingsniveau van de ouders verklaren dat de houding onder migranten vaak relatief negatief is (Huijnk 2014).

Niet-westerse migranten hebben vaak meer moeite met homoseksualiteit dan autochtone burgers. Zo ligt het percentage autochtone Nederlanders (83%) dat het goed vindt dat homoseksuelen met elkaar mogen trouwen, twee tot drie keer zo hoog dan het percentage onder Somalische (27%), Marokkaanse (30%) en Turkse Nederlanders (35%). Ook liggen de percentages deelnemers die het een probleem zouden vinden als hun kind een vaste partner van dezelfde sekse zou hebben, vele malen hoger onder Marokkaanse (78%), Turkse (76%), Somalische (66%) en Poolse (44%) deelnemers dan onder autochtone respondenten (11%).

Aanstootgevend?

Verschil maken we helaas nog steeds, en daarbij lijken we vooral moeite te hebben met zichtbare intimiteit. Dat wisten we natuurlijk al, als was het maar uit het rapport “Wel trouwen, niet zoenen” van 11 mei 2015.
Slechts 12% van ons stoort zich aan een in een openbaar zoenend heterokoppel, met twee kussende vrouwen heeft al 23% van ons moeite en met twee zoenende mannen wordt 32% van ons iebel. Dat vinden we ‘aanstootgevend’. Ook zegt 23% meer moeite te hebben met twee mannen die hand in hand lopen dan met een man en vrouw die dat doen. Dat vinden we ook ‘aanstootgevend’.  
Niet verwonderlijk wellicht, in dat geval, dat LHB’s in de openbare ruimte vaker worden lastig gevallen, ze worden vaker slachtoffer van geweld en bedreiging dan hetero’s, en zij zich daar derhalve ook minder veilig voelen. De aangiftebereidheid onder LHB’s blijkt daarbij overigens niet lager dan onder heteroseksuelen. Zij ervaren ook relatief vaak respectloos gedrag van onbekenden en personeel van commerciële of overheidsinstellingen. Denk aan vervelende opmerkingen, flauwe grappen, ongepaste vragen, blikken en geroddel. 

Kijkend naar de veiligheidsbeleving, zien we dat met name lesbische en homoseksuele burgers minder sociale cohesie ervaren in hun buurt, zich onveiliger voelen in hun eigen buurt en zich ook onveiliger voelen op veel openbare plekken (bv. waar jongeren hangen of in het openbaar vervoer). Zij ervaren meer respectloos gedrag van onbekenden en personeel van bedrijven en instanties, en hebben meer ervaring met daadwerkelijk geweld in het afgelopen jaar, waarbij het met name om een verhoogde prevalentie van bedreigingen gaat. De verschillen tussen heteroseksuele en biseksuele burgers doen zich met name voor in de privésfeer. Zij voelen zich thuis onveiliger en hebben vaker te maken met respectloos gedrag van bekenden. Ook krijgen ze vaker te maken met cyberpesten.

Ook op de werkplek zijn lesbische, homoseksuele en (opvallend vaker) biseksuele mensen minder veilig dan hun heteroseksuele evenknieën: zij hebben vaker met intimidatie op het werk te maken en hebben vaker burn-out verschijnselen. 
Nederland behoort tot de wereldtop waar het LHBT-emancipatie betreft. Wat treurig dat zelfs hier LHBT’s nog altijd vaker slachtoffer worden van geweld, bedreiging en pesterijen. 
Emancipatie is nooit af. 

Genderspecifieke zorg

Hoe herkent u een hartinfarct? Denkt u dan meteen aan druk of pijn op de borst, waarbij de pijn uitstraalt naar de (linker-) arm? Pijn in de hals- of maagstreek? Ja hè? Want dat heeft u jarenlang geleerd. U bent dus prima in staat een hartinfarct te herkennen. Bij blanke mannen, that is.

Elke dag overlijden gemiddeld 57 vrouwen aan hart- en vaatziekten in Nederland en daarmee zijn hart- en vaatziekten de voornaamste doodsoorzaak onder vrouwen.

Wist u dat vrouwen vaker een achterwand- of een stil infarct krijgen met geheel andere symptomen? Met pijn op de rug, zo ter hoogte van de schouderbladen? Dát weten de meesten van u niet. Dat is meteen de reden waarom hartaandoeningen bij vrouwen te vaak niet of te laat herkend worden en dat sucks.

Wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten is namelijk tot nu toe voornamelijk gedaan bij blanke mannen. In te veel medisch wetenschappelijk onderzoek naar mensenkwalen is het blanke mannetjesmens het geijkte model. De symptomen van een hartinfarct bij de gemiddelde blanke man heten daarom ‘klassiek’ en die bij vrouwen ‘atypisch’. Dat is kolder.


Risk factors also differ by gender, with high blood pressure more strongly associated with heart attacks in women than in men. For young women with diabetes, the risk for heart disease is four to five times higher than it would be for a similar young man.  

Race, too, is an issue. Compared to white women, black women have a higher incidence of heart attacks in all age categories and young black women have greater odds of dying before they leave the hospital. Black and Hispanic women are also more likely to have heart-related risk factors such as diabetes, obesity and high blood pressure at the time of their heart attack.  

Reuters Health

Niet alleen bij hart- en vaatziekten komt de vrouwelijke patiënt er maar bekaaid vanaf. Vrouwen hebben tweemaal meer kan op een depressie. Vrouwen hebben 60% meer kans op bijwerkingen van medicijnen dan mannen. Alweer omdat de gemiddelde proefpersoon in medisch onderzoek man is.

Dat die verschillen er zijn weten we, maar dat werd tot nog toe genegeerd. Vrouwen worden dus medisch behandeld op een manier die ontwikkeld is voor en past bij mannen. Dat verdient remedie. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar de oorzaken, symptomen, diagnostiek, preventie en behandeling van ziekten en aandoeningen bij vrouwen en mensen van kleur.

Ik las vandaag dan ook met razend enthousiasme en gezonde opluchting over het voornemen van minister Edith Schippers om 12 miljoen euro extra uit te geven aan genderspecifieke zorg. Begin dit jaar zegde zij ook al 3,5 miljoen euro toe voor onderzoek naar depressies en depressiviteit onder jonge vrouwen en tieners.

In totaal investeert minister Schippers komende periode dus 15,5 miljoen euro in vrouw-specifiek onderzoek. Dat is een schijntje vergeleken met wat er inmiddels aan miljoenen euronen is verspijkerd aan onderzoek naar de gemiddelde blanke mannelijke patiënt, maar het is een goed begin.

Roze Khmer, kom er maar in!  🙂

Horror am Hauptbahnhof

Oud&Nieuw in Keulen. Op het station van de Duitse domstad heeft zich een enorme groep van zo’n duizend mannen verzameld. Misschien wel tweeduizend, daar verschillen de lezingen over. De mannen, tussen de 15 en 35 jaar oud, zijn volgens de Duitse politie van Arabische en Noord-Afrikaanse afkomst. Veel van hen spreken Frans. Veel van hen zijn dronken.

De feestelijke sfeer slaat al gauw om en op het stationsplein komt het tot een orgie van geweld. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en in de mensenmenigte gegooid. Feestvierders lopen brandwonden op. Grote groepen mannen omsingelen vrouwen en sluiten hen in, als hyena’s een gazelle. De vrouwen worden beroofd, mishandeld, aangerand en in tenminste een geval komt het zelfs tot verkrachting. Sommige groepen mannen vormen een haag, waar de vrouwen doorheen gedwongen worden. Een vrouw wordt over een afstand van koud 100 meter zo´n 200 keer onzedelijk betast. Een meisje van 17 jaar zal later verklaren: “Ik had vingers in al mijn lichaamsopeningen”.

De politie krijgt meldingen binnen over een vechtpartij waarbij 400 mannen betrokken zouden zijn en stuurt daarom 140 agenten naar het stationsplein. Op dat plein stonden al 70 agenten van de federale politie. De plaatselijke overheid en politie zijn overrompeld door deze, niet eerder geziene, grootschalige geweldplegingen. Niet meer dan een vijftal mannen wordt aangehouden.

“Sie hatten alle kopierte Papiere dabei, Aufenthaltsbescheinigungen für Asylverfahren.”

Dezelfde taferelen speelden zich af in Hamburg, Stuttgart. De berichtgeving erover kwam haperend op gang, nu pas wordt een beetje duidelijk wat zich heeft afgespeeld in die Silvesternacht. In Keulen deden inmiddels 90 vrouwen aangifte, van diefstal, beroving, geweld, aanranding en verkrachting.

Onvoorstelbaar, wat er die nacht gebeurd is. Het zijn taferelen die we van het Tahrirplein in Caïro kennen. Daar werden vrouwen, net als in Keulen, binnen de demonstrerende menigte afgezonderd door groepen mannen en vervolgens ´door honderd handen verkracht´.

Seksueel geweld

Ik schreef het al eerder al in ‘Blik op mijn buurt, waar woont de pedo? Waar de psychopaat?’; seksueel geweld is een wijdverbreid en veelvoorkomend probleem en niet aan kleur of afkomst gebonden. Bijna 40 procent van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Seksuele intimidatie op straat, die niet zelden escaleert tot seksueel geweld, is ook niet nieuw. Het is een vorm van straatterreur, die hoort bij de straatdictatuur van het mannetjesmens. Nieuw was het in Egypte ook niet, maar wat er tijdens de demonstraties op dat Tahrirplein gebeurde was ook daar een vreselijk novum.

De Duitse politie jaagt op de daders. Dat is wel ironisch, nietwaar, zo van vrouwenjacht naar mannenjacht. Hopelijk weet ze al die mannen ook in de kraag te vatten en krijgt elk van hen de straf die hij verdient. Het signaal moet duidelijk zijn: De openbare ruimte is van ons allemaal en iedereen heeft het recht daar ongestoord en in vrijheid gebruik van te maken. Of iemand nu vrouw, transgender, homo of wat dan ook is. Seksueel geweld, van intimidatie tot aanranding en verkrachting, hoort binnen geen enkele beschaving thuis.

Natuurlijk, niemand zit op plegers van zulke delicten te wachten en het is een meer dan terechte grond om een asielaanvraag te weigeren. Maar weet u? Ongeacht of de daders in deze gevallen nu wel of niet asielzoekers zijn wil ik gewoon even NIETS horen van de ‘bezorgde tokkies’. U weet wel, die van het daar moet een piemel in!’

Seksueel geweld hoort elke dag op de agenda te staan en niet alleen als de daders mogelijk allochtoon of asielzoeker zijn.

Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap

Eerlijk is eerlijk, van het NRC-artikel ‘Witte mensen moeten eens luisteren’, een serie interviews met respectievelijk Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen, werd ik een beetje pissig. Om niet al te primair te reageren schoof ik het terzijde. De neiging boos te reageren was te groot.

Dat lag hem meteen al in dat ‘moeten’. Ik ben ‘wit’ dus voelde ik me aangesproken. En ik ben erg allergisch voor dat woord ‘moeten’ wanneer het komt van mensen die mij wel even komen vertellen wat ik ‘moet’ denken, doen of laten. Al dat ik ‘moet’ is ademhalen. Krantenkoppen worden echter doorgaans gemaakt door redacties, niet door interviewers of geïnterviewden.

Ik mot helemaal niks

Die allergie heb ik met de jaren opgebouwd. Door de leraren die vonden dat ik geen pakket vol exacte vakken ‘moest’ kiezen want dat kunnen meisjes toch niet. Door de decaan van de universiteit in Leiden, die vond dat ik me zorgen ‘moest’ maken omdat er weinig jongeheren van mijn leeftijd in mijn jaargroep zaten (ik stroomde twee jaar later dan gebruikelijk in) en kennelijk vond dat ik niet zo zeer naar Leiden ‘moest’ komen om te studeren maar om een leuke vent aan de haak te slaan. Omdat ik ‘moest’ werken om die studie überhaupt te kunnen betalen schreef ze me bij voorbaat af. Het kon daardoor niet anders of het ‘moest’ zo zijn dat ik door mijn werk die studie toch niet zou halen. ‘Bindend studieadvies’ noemde ze dat. Door de vrouw die me tijdens een verjaardag vroeg of ik mijn moeder nou eens geen kleinkinderen ‘moest’ gunnen? Door de leidinggevende die vond dat ik een technisch verhaal ‘moest’ doen voor een clubje hoge omes omdat zij er zelf niets van snapte en me bedankte door me tijdens dat overleg voor de wolven te gooien. Door die andere leidinggevende, die vond dat ik niet zulke lange woorden ‘moest’ gebruiken en of ik daar nou wat mee te compenseren had?

En het is waar. Ik ben een vrouw. Toevalligerwijs met meer talent voor de alfavakken dan voor de bètavakken. Ik ben een kind uit de arbeidersklasse, mijn ouders hadden het geld niet om me even een studie cadeau te kunnen doen. Dus heb ik me, op zijn Rotterdams, de tering gewerkt om al die rare kwasten te laten zien dat ik het wél kon. Stond ik nieuwe kliko’s van een vrachtwagen te lossen om wat bij te verdienen, belde ik Jan en alleman vanuit callcentra met de meest vervelende enquêtes en aanbiedingen (sorrie nog hoor!) en ging ik niet zelden na een nachtdienst nog even door naar een tentamen.

Daar ben ik trots op. Voor mij geen old boys network of kruiwagen, maar alles op eigen stoom. Ik heb leren sappelen en buffelen. Ik heb plat op mijn bek leren gaan, maar ik heb ook geleerd weer op te staan. Ik ben er zelfredzaam en stronteigenwijs van geworden en ik heb die eigenschappen in anderen leren waarderen. Net als de mensen in mijn omgeving die me wél hielpen, me een kans gunden, in me wilden investeren. Soms komen ze uit onverwachte hoek, maar ze zijn er en ik koester ze.

Waar zit nou de pijn? 

Goed, terug naar die interviews met Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen. Vier prachtige vrouwen maken een vuist. Daar houd ik van. Vier prachtige vrouwen gaan de confrontatie aan met de gevestigde orde. Daar houd ik ook van. Ze zijn welbespraakt, hebben goede argumenten, pakken stevig uit en benoemen een heel wezenlijk probleem: Racisme en discriminatie.

More power to them. Ik heb een uitgesproken feministische inborst. Sterke bevlogen vrouwen met een sterk uitgesproken mening die hun platform gebruiken om een heikel punt op onze agenda’s te zetten, hoera, halleluja, hoezee, hosanna!

Maar wat maakte me dan zo pissig? Ik herlas het artikel. Meermaals. Op zoek naar het pijnpunt.

Natuurlijk, daar heb je dat white privilege weer waar ik zo slecht mee uit de voeten kan. De herinvoering van een nieuwe erfzonde, die van mijn witte huid. Die notie waarmee men mij met regelmaat wijs lijkt te willen maken dat ik niet ‘moet’ denken dat ik niet alles eenvoudigweg cadeau gekregen heb vanwege mijn roomblanke huidje. Ik schreef het eerder al: Rot op met je erfzonde. Ik ben niet in die nonsens van de eerste erfzonde getuind en wie denkt me met de tweede wel te kunnen vangen, die komt van een koude kermis thuis. Ik laat me niet uitsluiten, niet omdat ik een vrouw ben en ook niet omdat ik ‘wit’ ben.

Ik ben er zelf niet vies van om mannen op plagerige wijze de maat te nemen. Wanneer mevrouw Aslan tijdens het interview met NRC “Witte mannen, je moet ze bréken. Je moet laten zien dat je niet van ze onder de indruk bent” zegt (en interviewer Bas Blokker lijkt haar bij voortduring netjes te citeren) moet ik om het laatste glimlachen.

Mannen bréken, even ongeacht hun huidskleur, zo ver heb ik echter zelfs nog niet willen gaan. Dat deden stoere cowboys vroeger met paarden, bréken. Dan beten ze een paard in zijn oor om het dier te dwingen stil te blijven staan terwijl ze er een zadel oplegden en de singel aansjorden. Ik associeer de term met dwingende overmacht, pijn en stress om de wil van een levend wezen te breken en het tot willoze volgzaamheid te dwingen. Soit, misschien werd mevrouw ongelukkig geciteerd of was het een grapje.

Medestanders buitenspel

Toch, dat is niet waar ik de hik van krijg. Dat is het streng buitenspel zetten van medestanders. In een paar interviews tijd lijken drie van de geïnterviewde vrouwen de vierde al buitenspel te zetten vanwege niet ‘zwart’ genoeg. Erger, die vierde vraagt ’t ook zichzelf af: Heb ik wel recht van spreken en hoor ik hier wel bij? Juist omdat ‘zwarte’ mensen racisme het meest ervaren, aldus de dames volgens hun interviewer, ‘moeten’ zij in de discussie erover de meest vooraanstaande positie innemen.

Of dat werkelijk zo is, dat ‘zwarte’ mensen meer dan wie dan ook lijden onder racisme in het bijzonder of discriminatie in het algemeen, dat weet ik niet. Ik vermoed echter dat vrouwen met een hoofddoek er bepaald ook over kunnen meepraten, de schandalige en extreem discriminatoire ‘kopvoddentaks’ staat mij bijvoorbeeld nog helder voor de geest. Op de arbeidsmarkt bleken sollicitanten met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond minder kans om voor een sollicitatiegesprek uitgenodigd te worden dan hun Hindoestaans-Nederlandse evenknieën.

“Dat is het lastige voor niet-zwarte deelnemers aan de discussie over racisme – ze hebben hierin het minste recht van spreken”, zegt mevrouw Aslan, “ze hebben geen agency.” Vraag ik me toch weer af of die vrouw met een hoofddoekje geen agency heeft, het is een buitengewoon wonderlijke manier om te balloteren. Want dat is wat de dames lijken te doen: Ze vormen een zelfbenoemde ballotagecommissie.

Het wordt nog erger: Veel anderen ‘moeten’ er hun mond over houden. Het is niet genoeg om je bewust te zijn van racisme en niet racistisch te willen zijn en van goede bedoelingen willen de dames al helemaal niets weten. De ‘witte’ filmmaker Sunny Bergman hoort een film zoals ‘Zo zwart als roet’ niet maken, want zij is geen slachtoffer in dit verhaal, aldus mevrouw Mariam el Maslouhi.

Voor zulke ‘witten’ is een nieuwe term uit Amerika geïmporteerd: de helper whitey. Het helpende witje.

Al gauw volgt een ingezonden stuk “Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap” van de vier dames op Joop.nl, in antwoord op de ophef die het interview in het NRC opleverde. Het is voornamelijk de schuld van witte man Bas Blokker. De dames zijn door NRC ‘negatief geframed’.

Waar is zo’n helper whitey wanneer je hem nodig hebt?

Parallel met het feminisme

Want nodig heb je ‘m en dat is de werkelijk ongemakkelijke boodschap. Zonder op hem neer te kijken en hem af te schepen met een pejoratief klinkende titel. Zo zijn vrouwenrechten zijn echt niet door louter en alleen vrouwen bevochten. Mannelijke medestanders hebben juist ontzettend veel voor die goede zaak betekent. Friedrich Engels, Parker Pillsbury, John Stuart Mill, Denis Diderot – de lijst met mannen die zich met de strijd tegen seksisme en voor gelijke rechten bemoeid hebben is lang. Ik zou hen niet durven weg zetten als ‘helpende mannetjes’. Daarmee zou ik hun bijdragen bagatelliseren en dat verdienen zij niet. Ik ben hen juist erkentelijk. Mannen uitsluiten is net zo seksistisch als het uitsluiten van vrouwen. In die zin bevrijdden de mannelijke feministen ook zichzelf. Wil je werkelijk een zinnige en bovenal constructieve dialoog voeren, dan heb je elkaar nodig.