Sorry zwarte vrouw, ik laat mij in niets beperken en ik laat mij niets opleggen – ook niet door jou

In een wereld waar seksediscriminatie nog altijd gewoon is, jawel ook in ons o zo beschaafde ‘gidslandje’, moet ik zelf nog van mede-vrouwen horen dat ik iets niet màg. Dat iets niet voor mij is, want ik ben een witte vrouw. What. The. Fuck?

Van Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen “moest ik als wit mens maar eens luisteren”

“Sorry witte vrouw, LEMONADE is niet voor jou” maant Helene Christelle Munganyende me vandaag.

Waarbij ‘Lemonade’ het nieuwe album is van Beyoncé Knowles. Witte vrouwen kunnen in de discussie en deconstructie van ‘Lemonade’ het beste afstand houden, want wij snappen het toch niet. Ik moet, als witte vrouw, het podium aan de zwarte vrouw laten en mee juichen vanaf de zijlijn. Dixit mevrouw Munganyende.

Munganyende linkt daarbij meteen naar een ander epistel, dat op agressievere toon witte mensen met klem adviseert liefst niets over ‘Lemonade’ te schrijven. Really? La Beyoncé zingt “I break chains all by myself” en dan denk je me aan de ketting te kunnen leggen?

Lemonade

Het is een prachtig album trouwens, rauw, intiem, persoonlijk en politiek tegelijkertijd. Over ontrouw en overspel en de consequenties daarvan, twijfel, verraad, pijn, eenzaamheid, boosheid, geweld, liefde en verzoening. Over zwarte vrouwen in Amerika, over zwarte mannen die daar door politieagenten werden doodgeschoten. Sterke vrouwen, dochters, moeders, grootmoeders, overlevers.

La Beyoncé, in een jurk van Roberto Cavalli, om zich heen meppend met een baseball bat.

De ongetemde vrouw, natuurkracht op hoge hakken. Wauw.

Beyoncé Knowles leest tussen de nummers de poëzie voor van Warsan Shire. For Women Who Are Difficult To Love, bijvoorbeeld. Ik kende haar nog niet, dus wat een cadeautje.

Ze citeert ook geweldenaar Malcolm X: “The most disrespected person in America is the black woman…”

Hear, hear.

Natuurlijk is dat een boodschap waar mijn witte huidje me niet ongevoelig of doof voor maakt. Natuurlijk kan ik alleen maar mijn best doen me in te leven in hoe een zwarte man of vrouw discriminatie ervaart.

Dat wil echter niet zeggen dat ik mij daarom moet laten marginaliseren, me bedeesd moet beperken tot een deemoedig, zwijgend luisteren. Het maakt me nog geen klapvee aan de zijlijn.

Wereldvrouwen 

Mondiaal gezien komen alle vrouwen er namelijk nogal beroerd af; we mogen dan de helft van de wereldbevolking uitmaken, we doen twee derde van al het werk en dat tegen een bijzonder karig salaris; vrouwen verdienen 10% van het wereldinkomen. Weinig verwonderlijk is dan ook driekwart van de armen op deez’ aardkloot vrouw.

Gendergerelateerd geweld is een wereldwijd een enorm issue. Op deez’ aardkloot wordt één op de vijf vrouwen in haar leven slachtoffer van verkrachting of poging daartoe.

Mondiaal wordt 35% van de vrouwen slachtoffer van seksueel geweld en 30% van huiselijk geweld.

Van de gevallen van seksueel geweld is 50% gericht op meisjes jonger dan 16 jaar.

Naar schatting zullen 20.000 vrouwen het aankomend jaar uit eerwraak worden omgebracht.

Elke dag ondergaan zo’n zesduizend jonge meisjes de volstrekt barbaarse meisjesbesnijdenis. Meer dan 130 miljoen vrouwen leven met de gevolgen van genitale verminking.

Alleen dit jaar al zullen zo’n 15 miljoen jonge meisjes als kindbruid een huwelijksbootje in worden gedwongen. Soms zelfs al op leeftijden van acht of negen jaar.

Van de ongeveer 1,2 miljoen kinderen die dit jaar als slaaf verhandeld zullen worden zal 80% een meisje zijn.

Meer dan honderdtwintig miljoen kinderen en adolescenten, het gros vrouw, gaan anno 2015 nog steeds niet naar school. In de ergste gevallen gaan meisjes helemaal niet naar school, er zijn landen waar voor elke duizend jongens die lager onderwijs genieten nog geen twintig meisjes diezelfde kans krijgen. Krijgen meisjes wel onderwijs, dan worden hun jonge geesten van meet af aan vergiftigd met stereotype rolpatronen.

Rae Blumberg, sociologe aan de Universiteit van Virginia, verzamelde gegevens van een zestigtal onderzoeken naar hoe vrouwen worden beschreven en afgebeeld in schoolboeken van 21 landen. Meisjes en vrouwen blijken sterk ondervertegenwoordigd en als er al aan hen gerefereerd wordt, dan is dat bijna altijd in de stereotype rol van huisvrouw, passieve thuiszitter en met weinig meer om handen dan traditionele huishoudelijke taken. Vrouwen zijn onzichtbaar of onderdanig. De jongetjes zijn de van zelfvertrouwen blakende avonturiers, de slimme wetenschappers en uitvinders, de grote leiders en de succesvolle carrièretijgers.  De meisjes zijn timide vogeltjes, voorbestemd voor een huiselijk leven achter de schermen. Op veruit de meeste afbeeldingen in die boeken staan vrouwen te koken of voor hun gezin te zorgen.

Dat is de huidige, treurige stand van zaken voor vrouwen. Van alle kleuren. Mijn zusters.

Vertel me nu nog eens dat ik me deemoedig stil moet houden. Omdat ik vrouw ben? Omdat ik wit ben? Omdat ik wel naar school mocht? Vertel me nog eens dat ik afstand moet houden, me op de vlakte moet houden, omdat ik het geluk had niet te besneden te worden? Omdat ik niet als slaaf verhandeld werd, ten prooi viel aan een loverboy of niet hoef te vrezen voor eerwraak?

Vertel me nog eens dat ik niets mag zeggen, omdat ik iets toch niet begrijp omdat ik het niet beleefd zou hebben? 

Sorry zwarte vrouw, ik laat mij in niets beperken en ik laat mij niets opleggen, niet om mijn vrouw-zijn, niet om mijn wit-zijn, niet door mannen, niet door vrouwen – ongeacht de kleur van hun huid. 

Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Wat mag je zeggen van een regime dat kranten en tv-zenders, die kritische geluiden over genoemd regime publiceren, met veel machtsvertoon overneemt en onder curatele stelt – om hen vervolgens als platform te gebruiken voor haar eigen propaganda?

In Turkije trof de kranten Bugün, Millet en Zaman en de televisiezender Kanaltürk dit lot. De politie viel met veel vertoon en geweld hun redacties binnen. Sinds die overname berichten deze media pro-regime. Honderden journalisten, columnisten en (hoofd-) redacteuren werden ontslagen onder politieke druk van het regime van president Recep Tayyip Erdoğan en zijn partij AKP.

Wat mag je zeggen van een regime dat journalisten in gevangenissen opsluit omdat ze hun werk deden? De hoofdredacteur van de krant Cumhuriyet, Can Dundar, staat in Turkije terecht omdat hij de euvele moed had te berichten over wapenleveringen vanuit Turkije aan Syrische rebellen en omdat hij een artikel publiceerde over een corruptieschandaal uit 2013. Met de berichtgeving over dat corruptieschandaal ‘beledigde’ hij Recep Tayyip Erdogan en diens aanhangers, waarvoor hij afgelopen maandag veroordeeld werd tot een boete van  € 9.000. Twee jaar geleden publiceerde Dundar een video waarop te zien zou zijn hoe Turkse inlichtingendiensten vrachtwagens met wapens naar Syrië smokkelen. Daarom staat hij nu terecht wegens ‘hoogverraad’ en loopt hij het risico levenslang te worden opgesloten. 
Twee andere Turkse journalisten werden afgelopen donderdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar, omdat ze in januari 2015 bij een redactioneel commentaar een cartoon van de profeet Mohammed van Charlie Hebdo publiceerden. Die cartoon prijkte op de voorpagina van Charlie Hebdo, na de aanslag op het hoofdkantoor van het Franse satirische weekblad. Met de publicatie van die cover ‘beledigden’ de twee Turkse journalisten de religieuze goegemeente en maakten zich schuldig aan godslastering.
Wat mag je van een regime zeggen dat buitenlandse journalisten de toegang tot het land ontzegt? Het gebeurde onder anderen de Amerikaanse journalist David Lepeska, de Duitse journalist Volker Schwenck, Griekse persfotograaf Giorgos Moutafis, de Noorse Silje Ronning Kampesaeter, de Deense Claus Blok Thomsen en natuurlijk de Nederlandse Fréderike Geerdink. 
Wat mag je zeggen van een regime dat de zowel de inhoud als de programmering van haar onwelgevallige documentaires probeert te beïnvloeden door druk uit te oefenen vanuit haar ambassade?
Wat mag je zeggen van een regime dat ervoor ijvert onwelgevallige buitenlandse komieken te laten vervolgen? De Duitse tv-komiek Jan Böhmermann weet er inmiddels alles van. Met zijn optreden zette hij een politieke hamvraag op scherp: “Hoe gaan we om met verschrikkelijke regimes waarmee we ook moeten samenwerken?” Dat is een goede vraag, maar wel een die hem inmiddels op dreiging van vervolging, bedreigingen, honderden aangiftes en de noodzaak tot onderduiken is komen te staan. 

Intimidatie in Nederland

Wat mag je zeggen van een regime dat een klopjacht houdt op haar critici, tot in het buitenland aan toe? De lange arm van het regime-Erdoğan reikt tot in Nederland, waar Nederlandse burgers bezocht worden door mensen van het Turkse consulaat, telefonisch lastiggevallen worden, belasterd en bedreigd worden. Gewoon, omdat ze zich kritisch durven uit te laten over het regime-Erdoğan.

”Ik kreeg mensen van het consulaat over de vloer. Ze hebben op een subtiele manier kenbaar gemaakt dat ik mijn mening over Erdoğan moet herzien en dat ik geen zaken moet doen met Gülen-sympathisanten omdat dat gevolgen kan hebben voor mijn handel met Turkije”

Het Turkse consulaat in, nota bene, mijn eigen Rotterdam stuurde een mail rond waarin zij opriep ‘beledigingen’ aan het adres van president Erdoğan te melden bij het consulaat. Met namen en rugnummers, alstublieft. 
Gelukkig was dat een vergissing van een medewerker van dat consulaat, een misverstandje, anders had ik nu moeten beginnen over NSB’ers, judaskussen en adders aan de borst. 
En dit stuk is al zo lang. 

Wat te zeggen

Goed. Van zo’n regime en haar voorman mag je alles zeggen. Het zou zelfs kwalijk zijn dat niet te doen. ‘Tiranniek’ zou ik hen bijvoorbeeld willen noemen. ‘Dictatoriaal.’ ‘Ondemocratisch.’ ‘Verraderlijk.’ Er is sprake van verregaand machtsmisbruik, een persbreidel en mensenrechtenschendingen. Recep Tayyip Erdoğan smoort elke kritiek op zijn persoon in de kiem, en wel met bijzonder onfrisse middelen. 
Moet Europa daar zaken mee willen doen? En als het dat dan doet, mag Europa nog verbaasd opkijken als blijkt dat afspraken niet nagekomen worden? Zo lang onze politici zich daar tam over op de vlakte houden zouden we juist dankbaar moeten zijn dat satirici en columnisten wél de moeite nemen om aan die onwelriekende pot te rammelen. 
Nee, wij moeten het doen met een politica zoals Frau Merkel, die meneer Böhmermann voor de leeuwen gooide door zijn hekeldicht als “opzettelijk kwetsend” af te doen. Dat was voorbarig en dom. 

Ebru Umar

Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bezocht Turkije in januari 2015. Prompt werd, tijdens zijn verblijf aldaar, de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink in hechtenis genomen. Geerdink werd door een acht man sterk team van de Turkse Anti-Terrorisme Eenheid aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Haar huis werd doorzocht en ze werd beschuldigd van “het verkondigen van ‘propaganda voor een terroristische organisatie”. Tijdens datzelfde verblijf van Koenders in Turkije werd de Turks-Nederlandse journalist Mehmet Ülger opgepakt op het vliegveld van Istanboel.
Was het toeval dat columniste Ebru Umar werd aangehouden kort nadat minister Koenders Turkije weer met een bezoekje verblijdde? Op 10 april prees hij zijn Turkse ambtgenoot voor het feit dat Turkije “met toewijding en energie” zo veel vluchtelingen opvangt én sprak hij met vertegenwoordigers van Amnesty International en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. 
Amnesty International en UNHCR berichtten de minister over misstanden bij de terugkeer van vluchtelingen in Turkije. Turkije heeft enkele duizenden Syrische vluchtelingen illegaal teruggestuurd naar Syrië, terug de oorlog aldaar in. Die informatie brengt de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije in gevaar. De Tweede Kamer vroeg minister Koenders daar navraag naar te doen.
Op 23 april werd Ebru Umar door de Turkse politie in haar vakantiehuis in Kusadasi gearresteerd. Inmiddels in ze weer vrijgelaten, maar ze mag het land niet verlaten. Of dat toeval is, dat waag ik te betwijfelen. 

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Onze vrijheid van meningsuiting is niet in het geding. Zeker, dat durf ik met droge ogen neer te pennen. Er is geen overheidsorgaan, commissie van wijzen of censor die ons van tevoren de maat neemt en besluit of hetgeen wij wilden gaan zeggen, schrijven of uitzenden wel toelaatbaar is. 
Achteraf kan een uitlating door een rechter getoetst worden, dat dan weer wel. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland namelijk niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. In onze Grondwet kunt u het volgende lezen: 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.            
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

De wet is dus enige restrictie aan onze vrijheid van meningsuiting. Niet het goede fatsoen, whatever that may be. We hebben zelfs niet de plicht goed na te denken voor we wat zeggen, laat staan een plicht om het debat met steekhoudende en beschaafde argumenten te voeren. 
Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken kent ons rechtssysteem ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet beledigen, discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.
De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheid van meningsuiting telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. 
Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De op een na laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.
De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.
Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.
De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. 
Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Adolf Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.
Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” 
Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t. 
Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. 
Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.
Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Extra bescherming

Zo’n wetsartikel dat de ene mens meer bescherming door de wet biedt dan de andere mens, past dat wel in een democratie, die per definitie gestoeld is op het menselijk gelijkheidsideaal? Is het gewone wetsartikel dat belediging verbiedt niet goed genoeg voor de religieuze medemens, de koning en de ambtenaar in functie? 
De belediging van bevriende staatshoofden en regeringslieden (zo lang ze onze vrindjes niet zijn beledigt u maar een end weg) is ook bij wet verboden, vermits zij ten tijde van de belediging ambtelijk in Nederland verpoosden. 
De affaire Jan Böhmermann bewijst het gevaar van zo’n wetsartikel. Daar maakt een langetenenpotentaat zoals de Turkse president handig misbruik van, door Duitslands eigen wetgeving in stelling te brengen tegen een van haar eigen komieken. 
Het is Turks olieworstelen met de vrije meningsuiting, een glibberige bedoening die het risico met zich meebrengt dat een van de lange armen van Erdogan zo maar opeens je broek in glipt en hij je bij de spreekwoordelijke ballen heeft. 
Moet je niet willen. 

Genderspecifieke zorg

Hoe herkent u een hartinfarct? Denkt u dan meteen aan druk of pijn op de borst, waarbij de pijn uitstraalt naar de (linker-) arm? Pijn in de hals- of maagstreek? Ja hè? Want dat heeft u jarenlang geleerd. U bent dus prima in staat een hartinfarct te herkennen. Bij blanke mannen, that is.

Elke dag overlijden gemiddeld 57 vrouwen aan hart- en vaatziekten in Nederland en daarmee zijn hart- en vaatziekten de voornaamste doodsoorzaak onder vrouwen.

Wist u dat vrouwen vaker een achterwand- of een stil infarct krijgen met geheel andere symptomen? Met pijn op de rug, zo ter hoogte van de schouderbladen? Dát weten de meesten van u niet. Dat is meteen de reden waarom hartaandoeningen bij vrouwen te vaak niet of te laat herkend worden en dat sucks.

Wetenschappelijk onderzoek naar hart- en vaatziekten is namelijk tot nu toe voornamelijk gedaan bij blanke mannen. In te veel medisch wetenschappelijk onderzoek naar mensenkwalen is het blanke mannetjesmens het geijkte model. De symptomen van een hartinfarct bij de gemiddelde blanke man heten daarom ‘klassiek’ en die bij vrouwen ‘atypisch’. Dat is kolder.


Risk factors also differ by gender, with high blood pressure more strongly associated with heart attacks in women than in men. For young women with diabetes, the risk for heart disease is four to five times higher than it would be for a similar young man.  

Race, too, is an issue. Compared to white women, black women have a higher incidence of heart attacks in all age categories and young black women have greater odds of dying before they leave the hospital. Black and Hispanic women are also more likely to have heart-related risk factors such as diabetes, obesity and high blood pressure at the time of their heart attack.  

Reuters Health

Niet alleen bij hart- en vaatziekten komt de vrouwelijke patiënt er maar bekaaid vanaf. Vrouwen hebben tweemaal meer kan op een depressie. Vrouwen hebben 60% meer kans op bijwerkingen van medicijnen dan mannen. Alweer omdat de gemiddelde proefpersoon in medisch onderzoek man is.

Dat die verschillen er zijn weten we, maar dat werd tot nog toe genegeerd. Vrouwen worden dus medisch behandeld op een manier die ontwikkeld is voor en past bij mannen. Dat verdient remedie. Er moet meer onderzoek gedaan worden naar de oorzaken, symptomen, diagnostiek, preventie en behandeling van ziekten en aandoeningen bij vrouwen en mensen van kleur.

Ik las vandaag dan ook met razend enthousiasme en gezonde opluchting over het voornemen van minister Edith Schippers om 12 miljoen euro extra uit te geven aan genderspecifieke zorg. Begin dit jaar zegde zij ook al 3,5 miljoen euro toe voor onderzoek naar depressies en depressiviteit onder jonge vrouwen en tieners.

In totaal investeert minister Schippers komende periode dus 15,5 miljoen euro in vrouw-specifiek onderzoek. Dat is een schijntje vergeleken met wat er inmiddels aan miljoenen euronen is verspijkerd aan onderzoek naar de gemiddelde blanke mannelijke patiënt, maar het is een goed begin.

Roze Khmer, kom er maar in!  🙂

Goor Lev

Evgeniy Levchenko © Marcel van der Vlugt. 

Wat doe je, als zichzelf respecterend dagblad, ter ere van aankomende Internationale Vrouwendag?

Je publiceert een interview met een misogyne, inmiddels uitgerangeerde voetballer annex model en geeft hem uitgebreid de ruimte zijn achtergebleven visie op het vrouwmens te ventileren.

Evgeniy Levchenko, de voetballer in kwestie, is een geboren Oekraïner. Als tiener bezocht hij een Sovjet-eliteschool voor getalenteerde sporters, waar men onwillige vrouwen aan de enkels uit het raam placht te hangen. Hij verliet dat land, dat Nederlanders vooral kennen van Tsjernobyl en MH17 en waar hij in armoede opgroeide, toen hij zeventien jaar oud was.

Zijn voetbaltalent en zijn knappe snoet waren zijn tickets naar een beter bestaan. In Nederland. Gaaf is dat. Mijn mooi Nederland, het land van Dutch privilege, waar ik als vrouw ook nog eens dubbel van geniet. Het land dat ik voor geen goud in zou ruilen voor een land als het door oorlog en mensenrechtenschendingen getergde Oekraïne. Waar LHBTI’s structureel gediscrimineerd worden. Waar het uiterlijk van vrouwen nog altijd zwaarder telt dan hun innerlijk en waar een beetje vrouw pas meetelt als ze tien kinderen op de wereld geperst heeft.

Oekraïne, waar de Europese Unie in 2014  een associatieovereenkomst mee sloot en waarover een referendum op stapel staat. U mag binnenkort ieder voor zich uw antwoord kenbaar maken op de vraag of u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne bent.

Goed. Evgeniy Levchenko voetbalde dus een beetje in Nederland. Beetje middelmaat in de eredivisie. In 2014 stopte hij met voetballen. Niet-voetbalminnend Nederland zal hem vooral kennen al de man van Victoria Koblenko, maar ook dat is verleden tijd. Wat bezielde het Algemeen Dagblad meneer Levchenko aan de vergetelheid te ontrukken en waarom mag uitgerekend deze man aan het woord “aan de vooravond van Internationale Vrouwendag”?

Al wat ‘Lev’ bij te dragen heeft is namelijk hoe hij zich zo’n beetje elke dag ergert aan de ‘Hollandse’ vrouw en aan hoe mannen en vrouwen hier met elkaar omgaan. Die Nederlandse vrouwen zijn heus wel mooi hoor, dixit ‘Lev’, maar ze dragen te weinig make-up en hun hakken zijn niet hoog genoeg. Ze betalen godbetert hun eigen rekeningen en zijn niet te beroerd een man achterop hun fiets mee te nemen.

Volgens ‘Lev’ is dat allemaal een teken aan de wand dat de emancipatie in Nederland te ver is doorgeschoten.

Volgens mij timmert ‘Lev’ niet al te hoog.

Hoge hakken

Mensen. Luister even naar tante Dis. Hoge hakken vinden mensen sexy omdat ze een vrouw dwingen kortere passen te maken en ze de S-vorm van haar ruggengraat verergeren, waardoor ze de vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken extra benadrukken.

In het kort; meer kont en meer tieten.

Dat elegante zwikken op stiletto’s schept een beeld van vrouwelijke hulpbehoevendheid die verholpen kan worden door een sterke en hulpvaardige mannenarm.

Darwin eat your heart out.

Hoge hakken zijn verder vooral oncomfortabel, niet te zeggen pijnlijk, gevaarlijk en slecht voor je rug. Je krijgt er blaren, eeltknobbels, scheve tenen, voetknokken, likdoorns en ingegroeide nagels van. Da’s lang zo sexy niet, hè? Die ‘Hollandse’ vrouwen hebben groot gelijk dat ze die martelwerktuigen met grote regelmaat links laten liggen.

Of het wat zegt over de mate van emancipatie? Nee natuurlijk. Wil je die meten dan kijk je naar arbeidsparticipatie, gelijke kansen, gelijke waardering voor gelijk werk, het al dan niet aanwezig zijn van glazen plafonds en dat soort zaken.

Ouderwetse seksist

Meneer Levchenko is echt heus waar geen ouderwetse seksist en wil ook pertinent niet in die hoek gedrukt worden, maar mannen horen volgens hem wel thuis de baas te zijn en vrouwen horen geen auto te rijden. Daar zijn mannetjesmensen nou eenmaal beter in dan vrouwtjesmensen. Halverwege het interview vroeg ik me dan ook af ‘Lev’ zich niet beter thuis gevoeld had Saoedi-Arabië.


“Mannen zijn beter in autorijden, dus waarom moet een vrouw per se achter het stuur?”

Het lijkt er sterk op dat meneer Levchenko het inderdaad van zijn voetbalbenen en modellengezichtje moet hebben en niet zo zeer van wat er onder zijn prachtige motorkap ligt. Reality check: Vrouwen rijden effectief beter auto dan mannen: ze rijden veiliger, bumperkleven beduidend minder dan hun mannelijke evenknieën, ze zijn (per gereden kilometer) minder bij (dodelijke) ongevallen betrokken, rijden minder hard én minder vaak onder invloed. En jazeker, vrouwen blijken uit onderzoek zelfs beter te kunnen inparkeren dan mannen. Zo, weer een fabel de wereld uit.

‘Lev’ dreint voort; Vrouwen horen ook hun weg niet te weten in een gereedschapskist en zouden mooi opgemaakt, met geföhnd haar en hooggehakte voetjes, lijdzaam moeten afwachten tot een man een schroevendraaier ter hand neemt.

’s Mans werkelijke vrees ligt er natuurlijk duimendik bovenop. Het gaat niet om de zekerheden en onzekerheden van die Hollandse vrouwen, waar hij zo op afgeeft. Het is de vrees van de machoman, die vrouwenemancipatie als een bedreiging ziet voor zijn eigen bestaansrecht.

“Het gaat me erom dat vrouwen hier bezig zijn mannen overbodig te maken.”

Liefje toch. Da’s bij jou toch al een gepasseerd stationnetje. Dat zit ‘m nou net de kneep.

Testosteronbommen

De aanrandingen en verkrachtingen tijdens de oudejaarsviering in Keulen zijn we nog niet vergeten. Er werden inmiddels meer dan 800 aangiften gedaan, waarvan 521 van een seksueel misdrijf. Aanranding, belaging, en tenminste drie gevallen van verkrachting. Het is voor veel vrouwen een ware horrornacht geweest.

Ieder weldenkend mens spreekt daar schande van, en terecht. Iedereen met een beetje beschaving in zijn donder maakt zich boos. Je blijft immers met je poten van elkaar af. Ieder mens heeft het recht zich vrijelijk en ongestoord over straat te bewegen. Vrouwen dus ook.

Henriette Reker

Daarom maakte ik me dan ook dubbel kwaad over de burgemeester van Keulen, mevrouw Henriette Reker, die onder andere een gedragscode voor meisjes en vrouwen bepleitte om situaties zoals die in Keulen gebeurden te voorkomen.

Burgemeester Reker meent dat de dames moeten weten hoe zij zich moeten gedragen zodat ze niet bepoteld, beroofd, aangerand, mishandeld en verkracht worden. Zo zou volgens mevrouw Reker een armlengte afstand houden van vreemd manvolk een probaat middeltje zijn om niet in het kruis gegrepen te worden.

Dat noemen ze ook wel victim blaming.

Sami Abu-Yusuf

Burgemeester Reker kreeg bijval van de Keulse ultraconservatieve imam Sami Abu-Yusuf. Ook die vond dat de slachtoffers van de aanrandingen en verkrachtingen tijdens die nieuwjaarsnacht zelf ook schuld dragen:

“Einer der Gründe weswegen muslimische Männer Frauen vergewaltigten oder belästigten, ist, wie sie gekleidet waren. Wenn sie halbnackt und parfümiert herumlaufen, passieren eben solche Dinge. Das ist wie Öl ins Feuer gießen!”

Het kwam de imam op een aangifte te staan, waarna hij zich haastte zijn uitspraken te nuanceren. Het natuurlijk óók nog de schuld van pillen, drugs en alcohol en met zijn uitspraken wilde hij natuurlijk helemaal niet zeggen dat vrouwen niet ‘halfnaakt’ en met een wolkje parfum over straat mogen.

Van beiden draaide mijn feministenmaag zich om. Ze staan symbool voor een teruggang in tijd en beschaving. Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn of haar persoon, maar vrouwen kunnen nog altijd niet onbezorgd over straat waar en wanneer ze dat willen. Al dan niet seksueel geweld tegen vrouwen wordt nog altijd halsstarrig afgeschilderd als een vrouwenprobleem.

Dat is een probleem op zichzelf. Ook in Nederland, overigens.

Geert Wilders

Geert Wilders en het verdrag tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

In Nederland roerde meneer Wilders zich, uiteraard want de daders in Keulen waren “islamitische testosteronbommen”. Hij kwam gezellig op een zaterdagmiddag naar de markt in het pittoreske Spijkenisse, om daar ‘verzetsspray’ uit te delen aan ‘onze vrouwen’. Meneer Wilders maakt zich namelijk enorme zorgen over de veiligheid van ‘onze vrouwen’. Tenminste, wanneer hem dat zo uitkomt.

Krijgen hij en zijn partij namelijk de gelegenheid in te stemmen met een wetsvoorstel zoals de Goedkeuring van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, dan stemmen ze als enige partij in Nederland tegen.

Dat verdrag verplicht tot het opstellen van maatregelen die erop gericht zijn om geweld te voorkomen, de slachtoffers te beschermen en de dader te berechten en bestraffen. Dat verdrag stelt daarnaast de voorbereiding van huwelijksdwang strafbaar, vult de Uitleveringswet aan én voorziet in een regeling waardoor minderjarige slachtoffers na het bereiken van de meerderjarigheid de gelegenheid krijgen een procedure in te stellen.

Situatie in Nederland

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring. Dat Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is derhalve ook voor Nederland bepaald geen overbodige luxe.

Wonderlijk genoeg zag de PVV toch geen brood in dat verdrag. Het is meteen de reden waarom ik het zo vervelend vind wanneer meneer Wilders roept zich zo’n zorgen te maken over de veiligheid van ‘onze vrouwen’, waar ik er een van ben. Met zo’n vriend heb je als vrouw geen vijanden meer nodig.

Testosteronbommen en verzetsspray

Goed. Wel wil meneer Wilders  dat het wettelijk verbod op pepperspray zo snel mogelijk wordt opgeheven en vrouwen daarmee het recht en de mogelijkheid gegeven wordt zich te verdedigen tegen de ‘testosteronbommen’ uit den vreemde die het op hen voorzien hebben.

Ook meneer Wilders nuanceerde nog even eerder uitgedane uitspraken nog wat, want natuurlijk zijn niet alle asielzoekers aanranders of verkrachters. Meneer Wilders refereerde aan de oudejaarsnacht in Keulen:


“Die gebeurtenissen laten zien hoe gevaarlijk het is, als we massaal mannen binnenhalen uit de barbaarse, vrouwonvriendelijke islamitische cultuur.”

De ironie wil dat er een vrouwonvriendelijke testosteronbom van eigen grond op een armlengte afstand obsceniteiten stond te bulderen naar de groep vrouwen, die het gore lef had op de openbare weg een hem onwelgevallige mening te komen uiten. Wat denken zulke feministische activisten wel!

Misschien hetzelfde als ik: Mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld zijn welkom. Als je nou je heil komt zoeken in het rijkere, veiligere en vrijere Westen, en je de eerste de beste keer dat je een jouw onwelgevallige mening hoort deze meteen met grof geweld de kop in probeert te drukken, dan kun je wat mij betreft ook meteen weer vertrekken. Wie vrouwen, homo’s of wie dan ook lastig meent te moeten vallen geldt hetzelfde. Graag of niet, daar is de deur. 

Lelijke wijven die verkracht willen worden

Fabian, zoals de testosteronbom in kwestie schijnt te heten, had voor de gelegenheid zijn zoontje meegenomen. Leuk, een dagje uit en samen met zoonlief met zijn grote blonde held op de foto. Komp hij op die marrek aan, staan daaro alleen maar lelaaike wijvon die geen gezonde Hollandse piemol kennen kraaigon. Dixit meneer Fabian, toonbeeld van onze oer-Hollandse vrouwvriendelijke beschaving.

Op het zien van deze vrouwen, wier grootste misdaad het aanheffen van een spreekkoor “Wilders racist, geen feminist!” en het vasthouden van een bordje met daarop “Niet in mijn naam” was, kwam al die beschaving opborrelen en met het luid huilend kind op de arm riep hij de dames toe: 


“Jullie zijn vies! Jullie zijn fokking vies! Bah! Jullie willen verkracht worden! Jullie willen gewoon piemol hebben! Ha, jullie kennen geen piemel krijgen! Want jullie zijn lelijk!”

Het antwoord op al Fabians seksueel verbaal geweld? In bijzijn van zijn kind, nota bene? Een gezellig interviewtje met de normaal allesbehalve milde Rutger van Castricum, What A Wonderful World van Louis Armstrong er stemmig in gemonteerd, waarin testosteronbom Fabian de gelegenheid krijgt te laten zien was een goedzakkige en fijne pappa hij eigenlijk is. Onwennig hortend en stotend leest hij voor de camera het kind uit Nijntje voor.

Zijn bloedmooie en lieftallige vrouw, met hun zoontje op schoot, valt hem bij. Zoetgevooisd en al net zo erudiet als haar Fabian voegt ze toe: “Lekker boeiend, die wijvon moeten ook d’r muil houen toch? Wat hun zegge mag wel?” 

Jong geleerd is oud gedaan, zal ik maar zeggen. Zo zijn onze manieren.

#Einarmlänge – Het verraad van de Keulse burgemeester

De burgemeester van Keulen, een vrouw nota bene, oppert een gedragscode voor meisjes en jonge vrouwen als een van de middelen om taferelen zoals die in de nacht van Oud&Nieuw in haar stad plaatshadden te voorkomen.

Burgemeester Henriette Reker meent dat de dames moeten weten hoe zij zich moeten gedragen zodat ze niet bepoteld, beroofd, aangerand, mishandeld en verkracht worden. Als de dames nou eens op meer dan een armlengte afstand blijven van vreemde mannen en braaf bij hun eigen gezelschap in de buurt blijven, dan gebeurt hen tijdens het aankomend carnavalsfeest in de Duitse domstad vast niets van dien aard.

Et tu, Brute?

Dat is victim blaming en wel van het soort waar vrouwen al eeuwen last van hebben. Was je rokje niet te kort? Wat deed je zo laat nog buiten dan? Waarom liep je dan ook uitgerekend dáár?

Verkrachtingsmythes

Daar walg ik van. Net zo als van het kwaadaardig in standhouden van de mythe dat verkrachting gevolg is van spontaan opgewelde lustgevoelens of een seksuele noodstand. Verkrachting is een vorm van seksueel geweld en agressie, niet van gewelddadige seks. Dat lijkt lood om oud ijzer, maar het is een belangrijk verschil.

Seks is bij verkrachting over het algemeen het wapen en niet het doel. Een zucht naar macht, dominantie en kracht drijft verkrachters. Niet zelden ook acteren ze uit woede, minachting en/of haat voor vrouwen. Wat ze zoeken is controle over hun slachtoffer, die ze bereiken door intimidatie, bedreiging, geweld en vernedering.

Daarnaast is verkrachting een gelegenheidsdelict. Wat een vrouw draagt, of ze mooi of lelijk is, haar sociale status, etniciteit of leeftijdsgroep maakt haar geen slachtoffer. Het seksuele roofdier is een opportunist, hij kiest zijn doelwit aan de hand van hoe makkelijk hij denkt dat ze te intimideren is.

We zouden graag denken dat de gemiddelde verkrachter een ziekelijke psychopaat is, maar ook dat is niet zo. Hele ‘normale’ mannen (en, zij het in mindere mate, ook vrouwen overigens) zonder psychische afwijkingen zijn eerder norm dan uitzondering. Doorgaans ook met gewoon een partner thuis, met wie zij verder een normaal seksleven beleven.

Een gedragscode voor slachtoffers druist dus niet alleen in tegen alles wat met rechtvaardigheid en een gezonde rechtstaat van doen heeft, maar heeft ook nog eens te maken met ongeïnformeerde, vooringenomen stupiditeit.

Keulen

Het aantal aangiftes is in Keulen inmiddels opgelopen tot 106. Driekwart van die aangiftes betreft seksuele misdrijven. Twee zelfs van verkrachting. Van de om en nabij duizend mannen die in die Silvesternacht vrouwen en meisjes belaagden, aanrandden, beroofden en verkrachtten heeft de Keulse politie er slechts zestien in het vizier.

De Duitse minister van Justitie, Heiko Maas, zei tegen de publieke omroep ZDF dat de aanrandingen en berovingen mogelijk van te voren zijn beraamd. “Het lijkt allemaal afgesproken werk te zijn”, zei hij, en “Het moet worden onderzocht of er op de achtergrond mensen zijn geweest die dit hebben georganiseerd, zo iets gebeurt toch niet zo maar opeens”.

What. The. Flying. Fuck?

Leer jonge vrouwen toch in hemelsnaam niet langer dat mannen als de Keulse aanranders en verkrachters willoze, weerloze en aan hun seksuele driften overgeleverde schepselen zouden zijn en al helemaal niet dat het hún verantwoording is om die mannelijke driften in toom te houden. Die tijden zijn voorbij.

Van je medemens blijf je af. Het is aan ons als samenleving die norm te stellen én hem te handhaven.

Aanranders en verkrachters spoor je op, je vervolgt ze en je straft ze ongenadig. Afkomst, cultuur, opvoeding, traditie, ingesleten en achterhaalde ideeën over rolpatronen, overboord ermee. Ze zijn altijd ondergeschikt aan de rechtstaat. Ze zijn geen vrijbrief en ook geen stok om mee te slaan. Ligt de oorzaak in de afkomst, cultuur, opvoeding of tradities van de daders dan moet dat benoemd worden, want dan ligt daar meteen ook de oplossing voor het probleem.

Of dat zo is? Ik weet het niet. U ook niet. Nog niet.

Ja, de Duizend van Keulen worden beschreven als van Arabische en Noord-Afrikaanse afkomst. Veel van hen spraken Frans. De burgemeester van Keulen, met haar ‘gedragstips voor vrouwen om maar niet aangerand te worden’ is echter een lelieblanke westerling. Dat waren ook de mannen die een vrouw toeriepen dat er ‘in piemel in haar moest’, omdat ze de euvele moed had een doordacht maar hen onwelgevallig tegengeluid te laten horen, ook. Dat soort sentimenten afschuiven op vreemde culturen alleen is misschien toch al te makkelijk.

Horror am Hauptbahnhof

Oud&Nieuw in Keulen. Op het station van de Duitse domstad heeft zich een enorme groep van zo’n duizend mannen verzameld. Misschien wel tweeduizend, daar verschillen de lezingen over. De mannen, tussen de 15 en 35 jaar oud, zijn volgens de Duitse politie van Arabische en Noord-Afrikaanse afkomst. Veel van hen spreken Frans. Veel van hen zijn dronken.

De feestelijke sfeer slaat al gauw om en op het stationsplein komt het tot een orgie van geweld. Er wordt zwaar vuurwerk afgestoken en in de mensenmenigte gegooid. Feestvierders lopen brandwonden op. Grote groepen mannen omsingelen vrouwen en sluiten hen in, als hyena’s een gazelle. De vrouwen worden beroofd, mishandeld, aangerand en in tenminste een geval komt het zelfs tot verkrachting. Sommige groepen mannen vormen een haag, waar de vrouwen doorheen gedwongen worden. Een vrouw wordt over een afstand van koud 100 meter zo´n 200 keer onzedelijk betast. Een meisje van 17 jaar zal later verklaren: “Ik had vingers in al mijn lichaamsopeningen”.

De politie krijgt meldingen binnen over een vechtpartij waarbij 400 mannen betrokken zouden zijn en stuurt daarom 140 agenten naar het stationsplein. Op dat plein stonden al 70 agenten van de federale politie. De plaatselijke overheid en politie zijn overrompeld door deze, niet eerder geziene, grootschalige geweldplegingen. Niet meer dan een vijftal mannen wordt aangehouden.

“Sie hatten alle kopierte Papiere dabei, Aufenthaltsbescheinigungen für Asylverfahren.”

Dezelfde taferelen speelden zich af in Hamburg, Stuttgart. De berichtgeving erover kwam haperend op gang, nu pas wordt een beetje duidelijk wat zich heeft afgespeeld in die Silvesternacht. In Keulen deden inmiddels 90 vrouwen aangifte, van diefstal, beroving, geweld, aanranding en verkrachting.

Onvoorstelbaar, wat er die nacht gebeurd is. Het zijn taferelen die we van het Tahrirplein in Caïro kennen. Daar werden vrouwen, net als in Keulen, binnen de demonstrerende menigte afgezonderd door groepen mannen en vervolgens ´door honderd handen verkracht´.

Seksueel geweld

Ik schreef het al eerder al in ‘Blik op mijn buurt, waar woont de pedo? Waar de psychopaat?’; seksueel geweld is een wijdverbreid en veelvoorkomend probleem en niet aan kleur of afkomst gebonden. Bijna 40 procent van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Seksuele intimidatie op straat, die niet zelden escaleert tot seksueel geweld, is ook niet nieuw. Het is een vorm van straatterreur, die hoort bij de straatdictatuur van het mannetjesmens. Nieuw was het in Egypte ook niet, maar wat er tijdens de demonstraties op dat Tahrirplein gebeurde was ook daar een vreselijk novum.

De Duitse politie jaagt op de daders. Dat is wel ironisch, nietwaar, zo van vrouwenjacht naar mannenjacht. Hopelijk weet ze al die mannen ook in de kraag te vatten en krijgt elk van hen de straf die hij verdient. Het signaal moet duidelijk zijn: De openbare ruimte is van ons allemaal en iedereen heeft het recht daar ongestoord en in vrijheid gebruik van te maken. Of iemand nu vrouw, transgender, homo of wat dan ook is. Seksueel geweld, van intimidatie tot aanranding en verkrachting, hoort binnen geen enkele beschaving thuis.

Natuurlijk, niemand zit op plegers van zulke delicten te wachten en het is een meer dan terechte grond om een asielaanvraag te weigeren. Maar weet u? Ongeacht of de daders in deze gevallen nu wel of niet asielzoekers zijn wil ik gewoon even NIETS horen van de ‘bezorgde tokkies’. U weet wel, die van het daar moet een piemel in!’

Seksueel geweld hoort elke dag op de agenda te staan en niet alleen als de daders mogelijk allochtoon of asielzoeker zijn.

De brul van het woord

Nimr Baqr al-Nimr was een vooraanstaand shia-geestelijke in Saoedi-Arabië. Hij was uitermate kritisch over de situatie van de sjiitische moslims, een minderheid in het koninkrijk die structureel wordt achtergesteld, en over de Saoedische overheid. Meneer Nimr al-Nimr riep zelfs op tot vrije verkiezingen, zeer tegen het zere been van het Saoedisch koninklijk huis.

Tijdens de Saoedisch-Arabische protesten (2011-2012) riep hij de protestanten op politiekogels niet te beantwoorden met geweld, maar met de ‘brul van het woord’.

Op 8 juli 2012 werd meneer Al-Nimr door de politie in een been geschoten en gearresteerd. Duizenden liepen dagenlang te hoop om tegen zijn arrestatie te protesteren, maar dat mocht niet baten. Sjeik Al-Nimr ging een maand later in hongerstaking en zou in die periode vermoedelijk gemarteld zijn.

Op 15 oktober 2014 werd de sjeik ter dood veroordeeld, omdat hij om buitenlandse bemoeienis zou hebben gevraagd, ongehoorzaam geweest was aan de Saoedische heersers en omdat hij de wapens zou hebben opgepakt tegen de veiligheidsdiensten. Het vonnis luidde ‘onthoofding en kruisiging’.

’s Mans broer, Mohammed al-Nimr, stuurde een tweet de wereld in over dit doodsvonnis en werd daarom dezelfde dag nog gearresteerd. Hij zit tot op de dag van vandaag vast.

Gisteren voerde Saoudi-Arabië dat vonnis uit, tijdens een heuse massa-executie. In 12 verschillende Saoedische steden werden 47 mensen omgebracht door middel van onthoofding of een vuurpeloton. Allen waren veroordeeld voor ‘terrorisme’, sommigen zaten al tien jaar vast. Zoals de secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties al observeerde zijn een aantal van deze mensen ter dood gebracht na rechtszaken die ‘serieuze vragen oproepen over de aard van de aanklachten en de eerlijkheid van de processen’.

Situatie Saoedi-Arabië

Dat het Saoedische regime tegenstanders uit de weg werkt door middel van valse aanklachten en oneerlijke processen zou me niets verbazen. Met mensenrechten in het algemeen is het immers treurig gesteld in het Saoedisch koninkrijk, die worden er bij de vleet geschonden. Lijfstraffen zijn er nog goed gebruik, slachtoffers van verkrachting kunnen er zelfs met de zweep krijgen. Homoseksualiteit is er strafbaar, in de zin zelfs dat homoseksuelen publiekelijk onthoofd of gestenigd kunnen worden voor hun ‘misdaad’. Ook op afvalligheid staat er de doodstraf.

Onderdrukking en achterstelling van minderheden is er dagelijks gebruik. Saoedische vrouwen mogen niet stemmen, geen auto rijden en ze mogen zonder een mannelijke voogd, een ‘mahram’, zelfs überhaupt niet reizen. In het koninkrijk zijn kindhuwelijken toegestaan, meisjes van negen jaar worden er gezien als geschikt huwelijkspartner.

Daarnaast zijn we allemaal bekend met het gruwelijke verhaal van de Saudische blogger Raif Badawi, die veroordeeld werd tot 10 jaar cel, een boete van bijna 240.000 euro en duizend stokslagen. Zijn misdaad? Het schrijven van kritische blogs en vreedzaam activisme. Op zijn website werd kritiek gegeven op de rol van religie in de Saoedische samenleving en werden religieuze leiders bekritiseerd.

Saoedi-Arabië is een schurkenstaat. Een door de rest van de wereld en zelfs door het ‘beschaafde’ Westen gesanctioneerde schurkenstaat.

Met droge ogen spreekt het Westen nog altijd over Saoedi-Arabië als een ‘bondgenoot’ en heel wat Westerse landen leveren wapens aan het koninkrijk.

Reactie Nederland

Het kabinet en de Tweede Kamer bespraken de door Saoedi-Arabië voorgenomen massa-executie een maand geleden tijdens het Vragenuur. Minister Jeanine Hennis (Defensie) nam daarbij de honneurs waar voor de afwezige minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken). Bij monde van minister Hennis sprak het kabinet haar zorgen uit, maar daar bleef het bij. Nederland zou haar afkeur uitspreken, alweer, maar zou daar geen enkele consequentie aan verbinden. Minister Hennis benadrukte hoe belangrijk het is om ‘goed contact’ met de Saudi’s te onderhouden, omdat dat de enige manier is om het koninkrijk op de misstanden aan te spreken. Dat aanspreken, dat gebeurt ook echt – aldus de minister. 
D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma wilde wel eens weten wat er moet gebeuren voordat ook voor de minister de maat vol is. Hij verwees daarbij naar het gebruik van verboden clustermunitie door het Saudische leger in Jemen, het blokkeren van een onafhankelijk onderzoek naar de oorlogsmisdaden in Jemen en de vele onthoofdingen in het koninkrijk. 

VOC-mentaliteit

Goede vraag. Zo lang er echter economische belangen gediend kunnen worden lijkt ons kabinet echter met graagte te willen buigen voor Saoedi-Arabië. Dat hebben we vaker gezien, na de onsympathieke sticker-actie van meneer Wilders bijvoorbeeld. Die sticker, groen met witte letters, leek op de Saoedi-Arabische vlag en er stond “De islam is een leugen, Mohammed een crimineel en de Koran gif” opgedrukt. Meneer Wilders moet die sticker in een enveloppe van de Tweede Kamer naar de Saoedische ambassade in Den Haag gestuurd hebben en daar heeft men een half jaartje op dit affront moeten zouten. Tot toch opeens de spreekwoordelijke kogel door de moskee was  en men tot op het bot beledigd besloot te zijn. Zo beledigd zelfs dat men een handelsboycot overwoog.
Een handelsboycot! Paniek in de tent! Toenmalig minister Timmermans stuurde stante pede een van zijn hogere ambtenaren naar Saoedi-Arabië en was prompt voornemens ook zelf naar het gebelgde koninkrijk af te reizen. Dat alles om de plooien in de Saoedi-Arabische vlag glad te strijken. Dat is wat twee miljard exporteuronen met ons kabinet en haar moreel kompas doen. 
Nu gaat het dan ook niet anders. Saoedi-Arabië krijgt begin dit jaar bezoek van de Nederlandse mensenrechtenambassadeur van het ministerie van Buitenlandse Zaken, om samen nog eens gezellig te keuvelen over de mensenrechtensituatie in het land. Dat zal ze leren, die Saoedische mensenrechtenschenders! 
Goed gebruld, mottige tandeloze leeuw!

Reactie Europa

De Europese Unie heeft de executies sterk veroordeeld, maar laat het ook bij lippendienst. Ze doet slechts een beroep op de Saoedische autoriteiten om aan te sturen op verzoening tussen de verschillende bevolkingsgroepen. 


“The Kingdom of Saudi Arabia carried out 47 executions earlier today.
The EU reiterates its strong opposition to the use of the death penalty in all circumstances, and in particular in cases of mass executions.

The specific case of Sheikh Nimr al-Nimr raises serious concerns regarding freedom of expression and the respect of basic civil and political rights, to be safeguarded in all cases, also in the framework of the fight against terrorism. This case has also the potential of enflaming further the sectarian tensions that already bring so much damage to the entire region, with dangerous consequences.

The EU calls on the Saudi authorities to promote reconciliation between the different communities in the Kingdom, and all actors to show restraint and responsibility.”

Minister Koenders heeft die verklaring uiteraard netjes onderschreven: “Nederland bevestigt, mede als EU-voorzitter, de EU-verklaring over de executies in Saoedi-Arabië.” Hij voegde daaraan toe dat Nederland “principieel en actief tegenstander van de doodstraf is”.
Dat alles staat in schril contrast met bijvoorbeeld de reactie van de Duitse eurocommissaris Günther Oettinger op de nieuwe mediawet, die Polen heeft aangenomen. Volgens die wet kan de Poolse regering de directie en hoofdredactie van de publieke omroep zelf benoemen en ontslaan. Schandalig natuurlijk, want daarmee breidelt Polen de pers en muilkorft de vrije meningsuiting. Niet alleen wil meneer Oettinger voorstellen dat de Europese Unie Polen daarom onder toezicht stelt, ook is hij voornemens Polen haar stemrecht in Brussel af te nemen vanwege die nieuwe mediawet als het land zich niet naar de Europese mores voegt. 

Reactie Verenigde Naties

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties had dus al zo zijn twijfels bij de aanklachten tegen de 47 gedode Saoedische gevangenen en de eerlijkheid van hun processen. Daarnaast heeft ook hij natuurlijk laten weten hoe ‘geschokt’ hij is door die 47 executies. Hij had de Saoedische autoriteiten opgeroepen, tevergeefs en waarschijnlijk tegen beter weten in, de doodvonnissen om te zetten naar andere straffen. 
Nu is het zo gelegen dat de Verenigde Naties vorig jaar nog de Saudi-Arabische Faisal bin Hassan Trad aangesteld hebben als hoofd van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties. 
Destijds gaf meneer Faisal Bin Hassan Trad commentaar op een VN-rapport over de doodstraf, dat door secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon gepresenteerd werd. Daarbij liet hij weten dat hij daarbij het standpunt van de VN niet deelt dat de doodstraf overal op deez’ aardkloot afgeschaft zou moeten worden. Daarmee hebben we nu de wonderlijke omstandigheid dat juist het hoofd van de Mensenraad van de Verenigde Naties uitgesproken pro-doodstraf is. 
Meneer Trad vervolgde zijn betoog met de opmerking dat Saudi-Arabië een islamitisch land is en het vast wenst te houden aan de sharia. Daarom voert het de doodstraf uit. Volgens meneer Trad wordt die doodstraf alleen opgelegd bij ernstige misdrijven en bij gevaar voor de Saudische maatschappij. Afvalligheid en homoseksualiteit vallen daar volgens deze meneer onder. Net als overspel en toverij en het uiten van een onwelgevallige mening, getuige het lot van mensen als Nimr Baqr al-Nimr. 
Het vriendelijk verzoek van meneer Ban Ki-moon zal door de Saoediërs dan ook wel met een bulderende lach terzijde geschoven zijn. 
Ik verafschuw geweld. Ik verafschuw de doodstraf. Ik verafschuw het wegkijken. 
Hear me roar. 

De sociale staat van Nederland

De mensen van het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben de gehele Nederlandse bevolking even een thermometer tussen de billen gestoken. Hoe gaat het nu met ons, Nederlanders? Hoe gelukkig zijn we en hoe tevreden zijn wij met ons bestaan in ons kikkerlandje? Hun onderzoek (PDF) levert opvallende en verrassende resultaten op.

Speciaal voor u spitte ik 401 pagina’s door.

Bevolking en economie

In 2014 waren met zijn 16,8 miljoenen, onze bevolkingsaanwas is, vergeleken met de rest van Europa, gemiddeld. We vergrijzen. Ongeveer de helft van de jaarlijkse aanwas van onze bevolking met 0,3% per jaar komt de laatste jaren voor rekening van kinderen van niet-westerse migranten. We zijn almaar minder trouwlustig en scheiden des te vaker.

Onze economie is aan de beterende hand en Nederland is een sterk merk. We staan op de vijfde plaats van de World Competitive Index, die de economische concurrentiekracht van landen meet. Nederlandse huishoudens hebben in internationaal perspectief grote huizen- en pensioenvermogens, maar ook een gemiddelde schuld van 103.000 euro (inclusief hypotheek).

Daar staat tegenover dat steeds meer van ons in de (helaas groeiende) categorie ‘kwetsbare personen’ (zoals eenoudergezinnen, niet-westerse migranten en huishoudens woonachtig in achterstandswijken) vallen en dat komt een toename van mensen met lage inkomens (+45%) in de periode 2008-2013. In diezelfde periode zagen we on nationaal inkomen per huishouden met 6% afnemen. Auw. Eind 2014 moesten 94.000 mensen een beroep doen op de Voedselbank.

Ook de arbeidsmarkt herstelt langzaam van de crisis: de vraag naar arbeid neemt toe. Vrouwen werken in vergelijking met mannen opvallend vaak in deeltijdbanen en dat staat in direct verband met gezinsvorming. Vrouwen besteden nog altijd veel meer van hun tijd aan zorgen voor kinderen en mantelzorg. Hoe hoger het opleidingsniveau van vrouwen, hoe hoger het aandeel vrouwen met betaald werk.

Circa 61% van de overheidsuitgaven bestaat uit uitgaven voor de zorg (30%), uitkeringen (19%) en het onderwijs (12%).

Publieke opinie en islamofobie

Nederlanders zijn, in vergelijking met bewoners van andere Europese lidstaten, positief gestemd over hun thuisland. ‘Tuurlijk maken we ons wel zorgen over de toekomst, vooral de zorg en de internationale veiligheid staat hoog op onze zorgenagenda, maar we zijn sinds 2014 positiever gaan denken over onze economie en politiek. Hogeropgeleiden zijn daarbij een stuk optimistischer gestemd dan lageropgeleiden.

De democratie wordt breed gedragen in Nederland: 95% van ons vindt het belangrijk om in een democratie te leven. We willen een dikkere vinger in de pap en zouden graag zien dat wij, burgers, meer van invloed zouden zijn op de politiek. De Europese Unie steunen we allengs minder. Gemiddeld heeft 40% van de lageropgeleiden, 51% van de middelbaar opgeleiden en 67% van de hogeropgeleiden ‘voldoende’ vertrouwen in het parlement.

Er is iets mis met onze voor normen en waarden. We zijn minder negatief over normen en waarden dan tien jaar geleden, maar onze maatschappij is wel in zo’n mate verhufterd dat 36% van ons zich wel eens schaamt Nederlander te zijn.

Ons opinieklimaat lijkt milder geworden. Immigratie en integratie zijn sinds 2014 een heter hangijzer, door sympathieën van een aantal Nederlandse moslims voor Islamitische Staat en de toestroom van vluchtelingen naar de Europese Unie vanuit het Midden-Oosten en Afrika. Ons beeld van moslims de is opvallend genoeg de afgelopen tien jaar sterk verbeterd. Van een toenemende ‘islamofobie’ lijkt dan ook niet erg sprake te zijn.

Vond in 2004 nog maar een derde dat de meeste moslims respect hebben voor anderen, in 2014/’15 is dat ruim de helft. Daar staat tegenover dat er geen dalende trend is bij de opvatting dat de leefwijzen van West-Europeanen en moslims onverenigbaar zijn. Dat er te veel mensen van buitenlandse afkomst in Nederland wonen, is een opvatting die tussen 2004 en 2006 en tussen 2010 en 2013 in populariteit afnam. In 2014/’15 is er een beperkte stijging, maar over de hele periode is er een duidelijke daling (van 47% naar 36%).

Onderwijs

Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking blijft stijgen, maar jonge mannen blijven daarbij
achter. Ook niet-westerse migranten staan nog op achterstand voor wat betreft het opleidingsniveau. Het aantal voortijdig schoolverlaters is verder gedaald, in 2014 was echter wel nog 8,6% van de Nederlandse jongeren van 18-24 jaar voortijdig schoolverlater.

De kwaliteit van het rekenonderwijs in het voortgezet onderwijs verschilt per school; in het
mbo haalt nog niet de helft van de studenten een voldoende voor de rekentoets. De digitale geletterdheid van een derde van de leerlingen in het vmbo ligt onder het basisniveau.

Daarnaast zullen er in de nabije toekomst discussies plaats moeten vinden over het aangeboden curriculum; Onze maatschappij verandert, er staan technologische veranderingen op stapel in het arbeidsproces en dus zal er nog eens gekeken moeten worden naar de voorwaarden voor een inhoudelijk goede startkwalificatie.

Inkomen en sociale zekerheid

Het voorzichtige herstel van de arbeidsmarkt is te zien in de uitstroom uit de Werkloosheidswet, die in 2014 flink toenam. Dat is goed nieuws. De inkomensongelijkheid in Nederland is al jaren stabiel en de meesten van vinden dat die ongelijkheid wel een beetje minder moet. Sinds de crisis zagen we allemaal ons inkomen verminderen, er is een stijging in armoedecijfers, maar bij de hogeropgeleiden is inmiddels een begin van herstel te zien.

We zijn redelijk tevreden, waar het ons inkomen betreft, en hoogopgeleiden zijn daar nog aanzienlijk vaker tevreden mee dan laag- en middelbaar opgeleiden. Ziet u de trend? (Investeren in) onderwijs is extreem belangrijk, hogeropgeleiden zijn tot nog toe op alle fronten beter af én relatief gelukkiger.

Eenoudergezinnen zijn daarnaast aanzienlijk minder vaak (zeer) tevreden dan huishoudens van
een andere samenstelling. Dit zal in 2015 mogelijk verbeteren als gevolg van de verhoging
van de kinderopvangtoeslag in 2014. Niet-werkenden en eenoudergezinnen hebben vaak moeite met rondkomen, daar wordt je natuurlijk niet gelukkiger van.

Betaald werk en zorgtaken

De werkeloosheid onder (niet-westerse) migranten is met 17% historisch hoog. Meer ouderen werken langer door: hun arbeidsparticipatie steeg in 2014 terwijl die van mannen, vrouwen, jongeren en niet-westerse migranten juist daalde. Het aandeel flexibele arbeid in Nederland groeit sterk in vergelijking met de rest van Europa, net als het telewerken. We zijn wat minder tevreden over onze arbeidsomstandigheden en ervaren een toenemende werkdruk.

Het gebruik van formele kinderopvang nam in 2013 af, mede door bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag.

Gezondheid en zorg

Nederlanders zijn relatief gezond. Onze medische en preventieve zorg is goed geregeld en daar hebben we duidelijk profijt van. Onze levensverwachting stijgt. Hogeropgeleiden doen het ook hier beter dan lageropgeleiden en zij leven zelfs vaker een gezonde leefstijl na dan lageropgeleiden. Ouderen maken vaker gebruik van professionele thuiszorg en wonen veel langer zelfstandig.

De crisis heeft een weerslag gehad op onze gezondheid en ons mentale welbevinden. We zijn meer medicijnen gaan gebruiken, waaronder antidepressiva en er is zelfs een stijging waargenomen in het gemiddeld aantal gevallen van suïcide.

Maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid

Ofschoon Nederland relatief veel vrijwilligers kent zijn wij Nederlanders opvallend weinig actief op het politieke vlak. De opkomst bij verkiezingen is bedroevend laag, maar in de virtuele wereld van het Internet zijn we politiek gezien actief. We zijn wat minder gaan doneren aan goede doelen, hetgeen ongetwijfeld gevolg zal zijn van de doorstane crises van de laatste jaren.

Vrijetijdsbesteding

De hoeveelheid vrije tijd die we hebben en onze invulling daarvan is van directe invloed op de door ons ervaren kwaliteit van leven. Nederlanders zijn dol op de media, sommigen van ons zijn er zo’n 20 uur per week mee zoet. Daarnaast WhatsAppen, Facebooken en Twitteren we wat af. We bezochten wat vaker een museum, bioscoop of concert.

In 2014 sportte ruim de helft van de Nederlanders wekelijks. Deze sportdeelname is stabiel
en voor Europese begrippen vrij hoog. Onder volwassenen is de grootste deelname en hun voorkeur gaar daarbij uit naar sporten die ze in hun eentje kunnen doen.

Sociale veiligheid

Volgens zowel onze eigen beleving als die van de politie is de criminaliteit over de afgelopen tien jaar afgenomen. Dat geldt voor alle soorten delicten. Meldingen van discriminatie namen toe. Het aantal minderjarige en jongvolwassen verdachten daalt.

Met 337 delicten per 1000 personen rapporteerden Nederlanders in 2014 de minste criminaliteit sinds jaren. Van deze delicten is zo’n 60% een vermogensdelict, zo’n 30% vandalisme en 10% een geweldsdelict. Hiervan is alleen vandalisme significant afgenomen ten opzichte van 2012. Cybercriminaliteit nam af ten opzichte van 2013, vanwege minder identiteitsfraude en hacken.

Onze rechtstaat lijkt zich te voegen naar ons verlangen criminelen zwaarder gestraft te zien worden. In 2013 werden er voor het eerst meer gevangenisstraffen opgelegd dan taakstraffen. Er worden meer celstraffen opgelegd, maar wel lagere, en minder geldboetes, maar wel hogere.

Meer Nederlanders zijn tevreden over de politie. De pakkans van hoge-impactcriminaliteit is
in 2014 verder toegenomen, maar het totale ophelderingspercentage voorlopig licht gedaald
(24,6% in 2014). En dat terwijl we zien hoe zwaar er op die organisatie bezuinigd wordt.

Weer iets minder mensen voelen zich wel eens onveilig (36% in 2014), maar in onze eigen woonbuurt zijn onze onveiligheidsgevoelens (18%) niet of nauwelijks afgenomen.

Wonen

Vergeleken met andere Europese landen zijn wij Nederlanders erg tevreden met onze woning. Onze woningen zijn relatief groot, de bouwvoorschriften streng en een huis zonder toilet of douche is hier ondenkbaar (in tegenstelling tot andere Europese landen). Het eigenwoningbezit bedraagt bijna 60% van de woningvoorraad. Hoogopgeleiden zijn doorgaans meer tevreden met hun buurt, maar laagopgeleiden ervaren meer sociale cohesie.

Kwaliteit van leven: leefsituatie en geluk

Onze leefsituatie (welvaart en welzijn) is de afgelopen tien jaar op de keper beschouwd verbeterd, met uitzondering van een dip tussen 2010 en 2012. Nederlanders geven het leven een 7,8 als rapportcijfer. Er zijn wel verschillen: jongeren scoren wat slechter dan ouderen en ook de zogeheten kwetsbare groepen zijn wat minder gelukkig dan gemiddeld.

De conclusie in dit hoofdstuk is dat het met de kwaliteit van leven in Nederland goedgesteld is. De economische crisis had weliswaar negatieve consequenties, bijvoorbeeldvoor mensen die werkloos werden of gedwongen hun huis moesten verkopen, maar voorde meerderheid van de Nederlanders waren de gevolgen voor hun kwaliteit van levenbeperkt. De achteruitgang in leefsituatie die we in 2012 constateerden, is beperkt gebleven en zet in 2014 niet door. Ook het subjectieve welbevinden lijkt door de crisis niet verder aangetast.

We hechten eraan regie te voeren over ons eigen leven, dat is voor Nederlanders een factor van belang in onze ervaren tevredenheid met het leven. Naast die zelfstandigheid maakt ook welvaart ons gelukkiger mensen: een goede woonsituatie, op vakantie kunnen en bijvoorbeeld kunnen beschikken over gadgets zoals een tablet voegen toe aan ons geluksgevoel. Zo ook het kunnen beschikken over de nodige hulpbronnen. Inkomen, opleiding, arbeidsmarktpositie, gezondheid en digitale vaardigheden. bevorderen direct onze leefsituatie.

We zijn de spekkopers van de wereld, eigenlijk. Dat is nou #DutchPrivilege

Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap

Eerlijk is eerlijk, van het NRC-artikel ‘Witte mensen moeten eens luisteren’, een serie interviews met respectievelijk Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen, werd ik een beetje pissig. Om niet al te primair te reageren schoof ik het terzijde. De neiging boos te reageren was te groot.

Dat lag hem meteen al in dat ‘moeten’. Ik ben ‘wit’ dus voelde ik me aangesproken. En ik ben erg allergisch voor dat woord ‘moeten’ wanneer het komt van mensen die mij wel even komen vertellen wat ik ‘moet’ denken, doen of laten. Al dat ik ‘moet’ is ademhalen. Krantenkoppen worden echter doorgaans gemaakt door redacties, niet door interviewers of geïnterviewden.

Ik mot helemaal niks

Die allergie heb ik met de jaren opgebouwd. Door de leraren die vonden dat ik geen pakket vol exacte vakken ‘moest’ kiezen want dat kunnen meisjes toch niet. Door de decaan van de universiteit in Leiden, die vond dat ik me zorgen ‘moest’ maken omdat er weinig jongeheren van mijn leeftijd in mijn jaargroep zaten (ik stroomde twee jaar later dan gebruikelijk in) en kennelijk vond dat ik niet zo zeer naar Leiden ‘moest’ komen om te studeren maar om een leuke vent aan de haak te slaan. Omdat ik ‘moest’ werken om die studie überhaupt te kunnen betalen schreef ze me bij voorbaat af. Het kon daardoor niet anders of het ‘moest’ zo zijn dat ik door mijn werk die studie toch niet zou halen. ‘Bindend studieadvies’ noemde ze dat. Door de vrouw die me tijdens een verjaardag vroeg of ik mijn moeder nou eens geen kleinkinderen ‘moest’ gunnen? Door de leidinggevende die vond dat ik een technisch verhaal ‘moest’ doen voor een clubje hoge omes omdat zij er zelf niets van snapte en me bedankte door me tijdens dat overleg voor de wolven te gooien. Door die andere leidinggevende, die vond dat ik niet zulke lange woorden ‘moest’ gebruiken en of ik daar nou wat mee te compenseren had?

En het is waar. Ik ben een vrouw. Toevalligerwijs met meer talent voor de alfavakken dan voor de bètavakken. Ik ben een kind uit de arbeidersklasse, mijn ouders hadden het geld niet om me even een studie cadeau te kunnen doen. Dus heb ik me, op zijn Rotterdams, de tering gewerkt om al die rare kwasten te laten zien dat ik het wél kon. Stond ik nieuwe kliko’s van een vrachtwagen te lossen om wat bij te verdienen, belde ik Jan en alleman vanuit callcentra met de meest vervelende enquêtes en aanbiedingen (sorrie nog hoor!) en ging ik niet zelden na een nachtdienst nog even door naar een tentamen.

Daar ben ik trots op. Voor mij geen old boys network of kruiwagen, maar alles op eigen stoom. Ik heb leren sappelen en buffelen. Ik heb plat op mijn bek leren gaan, maar ik heb ook geleerd weer op te staan. Ik ben er zelfredzaam en stronteigenwijs van geworden en ik heb die eigenschappen in anderen leren waarderen. Net als de mensen in mijn omgeving die me wél hielpen, me een kans gunden, in me wilden investeren. Soms komen ze uit onverwachte hoek, maar ze zijn er en ik koester ze.

Waar zit nou de pijn? 

Goed, terug naar die interviews met Anousha N’Zume, Mariam el Maslouhi, Arzu Aslan en Seada Nourhussen. Vier prachtige vrouwen maken een vuist. Daar houd ik van. Vier prachtige vrouwen gaan de confrontatie aan met de gevestigde orde. Daar houd ik ook van. Ze zijn welbespraakt, hebben goede argumenten, pakken stevig uit en benoemen een heel wezenlijk probleem: Racisme en discriminatie.

More power to them. Ik heb een uitgesproken feministische inborst. Sterke bevlogen vrouwen met een sterk uitgesproken mening die hun platform gebruiken om een heikel punt op onze agenda’s te zetten, hoera, halleluja, hoezee, hosanna!

Maar wat maakte me dan zo pissig? Ik herlas het artikel. Meermaals. Op zoek naar het pijnpunt.

Natuurlijk, daar heb je dat white privilege weer waar ik zo slecht mee uit de voeten kan. De herinvoering van een nieuwe erfzonde, die van mijn witte huid. Die notie waarmee men mij met regelmaat wijs lijkt te willen maken dat ik niet ‘moet’ denken dat ik niet alles eenvoudigweg cadeau gekregen heb vanwege mijn roomblanke huidje. Ik schreef het eerder al: Rot op met je erfzonde. Ik ben niet in die nonsens van de eerste erfzonde getuind en wie denkt me met de tweede wel te kunnen vangen, die komt van een koude kermis thuis. Ik laat me niet uitsluiten, niet omdat ik een vrouw ben en ook niet omdat ik ‘wit’ ben.

Ik ben er zelf niet vies van om mannen op plagerige wijze de maat te nemen. Wanneer mevrouw Aslan tijdens het interview met NRC “Witte mannen, je moet ze bréken. Je moet laten zien dat je niet van ze onder de indruk bent” zegt (en interviewer Bas Blokker lijkt haar bij voortduring netjes te citeren) moet ik om het laatste glimlachen.

Mannen bréken, even ongeacht hun huidskleur, zo ver heb ik echter zelfs nog niet willen gaan. Dat deden stoere cowboys vroeger met paarden, bréken. Dan beten ze een paard in zijn oor om het dier te dwingen stil te blijven staan terwijl ze er een zadel oplegden en de singel aansjorden. Ik associeer de term met dwingende overmacht, pijn en stress om de wil van een levend wezen te breken en het tot willoze volgzaamheid te dwingen. Soit, misschien werd mevrouw ongelukkig geciteerd of was het een grapje.

Medestanders buitenspel

Toch, dat is niet waar ik de hik van krijg. Dat is het streng buitenspel zetten van medestanders. In een paar interviews tijd lijken drie van de geïnterviewde vrouwen de vierde al buitenspel te zetten vanwege niet ‘zwart’ genoeg. Erger, die vierde vraagt ’t ook zichzelf af: Heb ik wel recht van spreken en hoor ik hier wel bij? Juist omdat ‘zwarte’ mensen racisme het meest ervaren, aldus de dames volgens hun interviewer, ‘moeten’ zij in de discussie erover de meest vooraanstaande positie innemen.

Of dat werkelijk zo is, dat ‘zwarte’ mensen meer dan wie dan ook lijden onder racisme in het bijzonder of discriminatie in het algemeen, dat weet ik niet. Ik vermoed echter dat vrouwen met een hoofddoek er bepaald ook over kunnen meepraten, de schandalige en extreem discriminatoire ‘kopvoddentaks’ staat mij bijvoorbeeld nog helder voor de geest. Op de arbeidsmarkt bleken sollicitanten met een Marokkaans-Nederlandse achtergrond minder kans om voor een sollicitatiegesprek uitgenodigd te worden dan hun Hindoestaans-Nederlandse evenknieën.

“Dat is het lastige voor niet-zwarte deelnemers aan de discussie over racisme – ze hebben hierin het minste recht van spreken”, zegt mevrouw Aslan, “ze hebben geen agency.” Vraag ik me toch weer af of die vrouw met een hoofddoekje geen agency heeft, het is een buitengewoon wonderlijke manier om te balloteren. Want dat is wat de dames lijken te doen: Ze vormen een zelfbenoemde ballotagecommissie.

Het wordt nog erger: Veel anderen ‘moeten’ er hun mond over houden. Het is niet genoeg om je bewust te zijn van racisme en niet racistisch te willen zijn en van goede bedoelingen willen de dames al helemaal niets weten. De ‘witte’ filmmaker Sunny Bergman hoort een film zoals ‘Zo zwart als roet’ niet maken, want zij is geen slachtoffer in dit verhaal, aldus mevrouw Mariam el Maslouhi.

Voor zulke ‘witten’ is een nieuwe term uit Amerika geïmporteerd: de helper whitey. Het helpende witje.

Al gauw volgt een ingezonden stuk “Luisteren naar een ongemakkelijke boodschap” van de vier dames op Joop.nl, in antwoord op de ophef die het interview in het NRC opleverde. Het is voornamelijk de schuld van witte man Bas Blokker. De dames zijn door NRC ‘negatief geframed’.

Waar is zo’n helper whitey wanneer je hem nodig hebt?

Parallel met het feminisme

Want nodig heb je ‘m en dat is de werkelijk ongemakkelijke boodschap. Zonder op hem neer te kijken en hem af te schepen met een pejoratief klinkende titel. Zo zijn vrouwenrechten zijn echt niet door louter en alleen vrouwen bevochten. Mannelijke medestanders hebben juist ontzettend veel voor die goede zaak betekent. Friedrich Engels, Parker Pillsbury, John Stuart Mill, Denis Diderot – de lijst met mannen die zich met de strijd tegen seksisme en voor gelijke rechten bemoeid hebben is lang. Ik zou hen niet durven weg zetten als ‘helpende mannetjes’. Daarmee zou ik hun bijdragen bagatelliseren en dat verdienen zij niet. Ik ben hen juist erkentelijk. Mannen uitsluiten is net zo seksistisch als het uitsluiten van vrouwen. In die zin bevrijdden de mannelijke feministen ook zichzelf. Wil je werkelijk een zinnige en bovenal constructieve dialoog voeren, dan heb je elkaar nodig.