Van afgewezen liefde tot dodelijke obsessie

Linda van der Giesen (Beeld: Facebook)

Eergisteren werd een prachtige jonge vrouw vermoord. Linda van der Giesen, achtentwintig jaar, moeder van een kindje van net vier jaar oud. Gewoon, zo op de parkeerplaats van het Waalwijkse TweeSteden-ziekenhuis waar ze werkzaam was als verpleegkundige. Ze had net haar eerste werkdag na haar vakantie erop zitten.

Ze zat in haar autootje toen ze point blank door haar hoofd werd geschoten.

Een getuige zag hoe een man aan kwam rijden in een andere auto en uitstapte, om vervolgens een pistool met een geluidsdemper op de auto van de jonge vrouw te richten. De man schoot meermaals, stapte weer in zijn auto en reed weg.

Een passerende man, hij liep net zijn hond uit te laten, beschreef het plaats delict: De auto, met gesneuvelde ruiten. De autoradio keihard aan. In de auto zag hij haar zitten. Een mooie jonge vrouw, met een schotwond in haar hoofd. Ze leefde nog. Haar collega’s en omstanders probeerden haar nog te redden. Het mocht niet baten.

De schutter zou de ex-vriend zijn van Linda van der Giesen, John F. Hij meldde zich gisteren op het politiebureau.

Achtergrond

Bas van den Muijsenberg, een voormalige K1-vechter en de huidige vriend van Linda van der Giesen, deed zijn verhaal tegen de pers. Hij had nog maar net vier weken een relatie met de blonde schone en dat zijn meteen vier roerige weken geweest. Toen zij elkaar ontmoetten, drie maanden geleden, had mevrouw Van der Giesen nog een relatie met John F. Vier weken geleden verbrak zij die relatie echter, om definitief voor meneer Van den Muijsenberg te kiezen.

En dat nu, schijnt die meneer F. niet te hebben kunnen verkroppen. Meermaals verscheen F. bij zijn ex-vriendin aan de deur en hij joeg haar angst aan. Het werd zo erg dat meneer Van den Muijsenberg zich genoodzaakt zag bij haar te blijven om haar te beschermen.

“Ik sliep bij haar op de bank. De angst was zo groot.”

Een duidelijk aangeslagen Bas van den Muijsenberg vervolgt zijn verhaal: Deze ex-vriend moet een geschiedenis hebben van het terroriseren van ex-partners. Drie verschillende vrouwen hebben al aangifte gedaan tegen deze man. Linda van der Giesen alleen al leverde vijf cd-roms met dreigmails en telefoontjes van haar ex bij de politie in. 

“Door Linda zelf, door zijn ex-vrouw en door een derde vrouw. Linda had vijf cd-roms met dreigmails en telefoontjes van haar ex. Die zijn allemaal afgeleverd bij de politie, maar er is niks mee gedaan.”

Een politiewoordvoerder bevestigde dat mevrouw Van der Giesen inderdaad koud een week geleden aangifte deed van bedreiging. Aan de hand van de aangifte werd een inschatting gemaakt van de ernst van de bedreiging, maar direct ingrijpen werd (nog) niet noodzakelijk geacht. Ook de voormalig K1-vechter vertelt dat hij, niemand zelfs, niet dacht dat deze John F. tot iets als dit in staat was.

Al hadden alle partijen die inschatting anders gemaakt, dan rest nog de vraag welke mogelijkheden Linda van der Giesen, de politie en de diverse hulpverlenende instanties gehad zouden hebben om erger te voorkomen.

Stalking en bedreiging, 37.000 zaken per jaar

Stalkende exen, die zich maar niet bij het beëindigen van de relatie neer kunnen leggen en hun voormalige partners structureel lastig blijven vallen, zijn een probleem van formaat.

Stalking is sinds het jaar 2000 een strafbaar delict (dankzij de heer Boris Dittrich) en de omschrijving ervan luistert nauw. Er moet sprake zijn van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en die inbreuk moet zowel stelselmatig als opzettelijk zijn. Ook moet die inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met een specifiek oogmerk gedaan worden: Om het slachtoffer te dwingen iets te doen, juist niet te doen, iets te dulden of om het slachtoffers eenvoudigweg vrees aan te jagen.

Omdat de stelselmatigheid betekent dat één of twee keer lastigvallen bij lange na nog geen ‘stalking’ is, is elke hulp en ieder ingrijpen eigenlijk achteraf. Er moet, zogezegd, eerst het een en ander gebeuren alvorens de politie en de diverse hulporganisaties in beweging kunnen en mogen komen.

In Nederland is maar liefst 24% van de bevolking ooit het slachtoffer is geweest van dit soort ‘herhaaldelijk ongewenst gedrag’. In de periode 2005-2011 telde men ruim 3.300 stalkingszaken per jaar, waarbij men een behoorlijke onderrapportage bevroedt. In combinatie met bedreiging komt stalking nog veel vaker voor, ongeveer 37.000 keer per jaar. Daarbij zijn vrouwen beduidend vaker slachtoffer dan mannen. De daders zijn voornamelijk mannen.

Nederland kent dus duizenden stalkers.

Mensen bij wie liefde een donkere kant heeft, vol van egoïstische bezitterigheid en jaloezie. Mensen die zich een afwijzing niet laten welgevallen en die zich niet uit het leven van een ex laten bannen. Ze blijven bellen, overdag en ’s nacht. Mailen. Briefjes schrijven, die ze persoonlijk in de brievenbus of onder een ruitenwisser komen doen. Mensen die soms uren lang aan de overkant op straat kunnen staan, om maar een blik op te kunnen vangen zodat ze weten: hij of zij zag me wel. In sommige gevallen gaat een stalker over tot vernielingen of zelfs het doden van een geliefd huisdier. De ergsten zien een geliefde als onontvreemdbaar bezit en als zij hem of (vaker) haar niet langer kunnen bezitten, nou dan niemand niet.

Juist de stalkers die stalken omwille van een verbroken relatie (meteen de grootste groep onder stalkers) zijn statistisch gezien vaker betrokken bij bedreigingen en geweldplegingen tegen hun slachtoffers.

Deze John F., die zich inmiddels bij de politie gemeld heeft, is een van hen. Hij viel Linda van der Giesen lastig, via de telefoon, via mail en door bij haar aan de deur te komen.

Checklist bij stalking

De politie gebruikt een ‘checklist bij stalking’ om te inventariseren hoe veel risico’s er aan een specifiek geval van stalking kleven. De vraag of dader en slachtoffer een intieme relatie gehad hebben prijkt dan ook niet voor niets bijna bovenaan deze checklist.

Die checklist is speciaal voor de politie ontwikkeld, net als het bijbehorende handelingsprotocol. Het gros van de politiemensen heeft immers geen psychologische studie gedaan en handvatten zoals deze checklist zijn derhalve onontbeerlijk. Garanties geven ze echter niet, dat blijkt ook door deze zaak maar weer.

Geen mens, ook geen politiemens, kan weten wat werkelijk in het hoofd van een ander mens omgaat – laat staan accuraat voorspellen wat die ander werkelijk van plan is. In die zin, liever lezer, is veiligheid van overheidswege een illusie.

Mogelijkheden politie en slachtoffer bij stalking

Krijgt de politie een melding ‘op heterdaad’, dan zal zij naar de locatie van de melding toekomen om de acute situatie te doen stoppen. In sommige gevallen mag zij de stalker dan direct aanhouden en van de locatie verwijderen. Dat mag ze echter niet in alle gevallen, dat is juridisch zo geregeld.

De politie kan de bedreiger of stalker stevig aanspreken tijdens een “normstellend gesprek” in de hoop erger te voorkomen. Ze kan een klacht (geen aangifte, ‘stalking’ is een zogeheten klachtdelict) opnemen en daarmee een begin maken aan de vervolging van die bedreiger. Een slachtoffer moet dus een uitgesproken verzoek tot rechtsvervolging doen, anders dan bij huiselijk geweld mag de politie stalking niet zelfstandig ambtshalve vervolgen.

De politie kan de situatie vastleggen in een zogeheten afspraak op locatie, zodat bij een volgende melding op zo’n adres direct en adequaat gereageerd kan worden. In sommige gemeenten kan de bedreigde (ex-) partner een speciaal gps-gestuurd apparaatje, een aware-kastje, krijgen waarmee hij of zij met een druk op de knop de politie kan alarmeren. In ernstige gevallen kan de politie tijdens haar surveillances een oogje op een adres houden. Permanente bewaking is financieel en logistiek gezien simpelweg een onmogelijkheid.

Ernstig bedreigde partners die echt voor hun leven vrezen rest eigenlijk niets anders dan uit te wijken naar speciaal daartoe ingerichte Blijf-van-mijn-lijf- en veiligheidshuizen. Ze kunnen anoniem onderduiken. Ze kunnen uitwijken naar een andere locatie in het land en ze kunnen een nieuwe identiteit krijgen.

Er is geen mogelijkheid zo’n bedreiger preventief in hechtenis te nemen. Niet hij, maar zijn slachtoffer moet de wijk nemen.

De bedreiger kan echter effectief maar bar weinig aan strobreedten in de weg gelegd worden. Een rechter, officier van justitie of een burgemeester kan hem een gebiedsverbod opleggen. Overtreding van zo’n gebiedsverbod kan strafrechtelijk worden vervolgd door het Openbaar Ministerie. Dit kan de overtreder een boete, een taakstraf of een vrijheidsstraf opleveren. In het geval van een ‘ernstige aanranding van de openbare orde’ kan daarnaast een gebied-, contact- of straatverbod opgelegd worden door de rechter. De openbare orde is echter in veel stalkingszaken helemaal niet in het geding.

Via een advocaat kan een slachtoffer van stalking of belager ook straat- en contactverbod vorderen en eventuele schadevergoeding eisen bij overtreding ervan. Stalkers overtreden deze echter met grote regelmaat (Eke, Hilton, Meloy, Mohandie & Williams, 2011; Malsch et al., 2011). Een slachtoffer zal dus het initiatief moeten nemen een advocaat in de arm te nemen en zal daar in eerste instantie ook zelf de kosten voor moeten betalen.

Er valt dus veel te verbeteren. Liefst te beginnen bij de bron: de mensen die zich geen ‘nee’ laten vertellen. Daar is iets grondig mis mee. Wellicht dat die, bij de eerste signalen van stalkersgedrag, direct en verplicht de geestelijke hulpverleningsmolen in zouden moeten. Dan nog, dergelijk gedrag moet eerst gebeuren alvorens het opgemerkt en bestreden kan worden. “Te laat” en “te weinig gedaan” zullen we achteraf dan ook nog vaker horen.

Linda van der Giesen is niet de eerste die door een rancuneuze ex werd omgebracht. Ze zal ongetwijfeld ook niet de laatste zijn.

Het bloedgeld van Cees H. en de zondeval van een ministerie

Ik heb van al te nabij moeten aanschouwen wat een verslaving aan verdovende middelen doet met een mens en daarmee met diens naaste omgeving. De fysieke en mentale aftakeling. Liegen, bedriegen, stelen, dreigen en roven om het beest dat verslaving heet te kunnen blijven voeden. De wanhoop waartoe een verslaafde zijn familie drijven kan, de angst die hij hen aanjaagt. Om nog maar niet te spreken van wat hij de maatschappij aan schade berokkent. Verslaafden kosten ons miljarden per jaar.

De dealers en handelaars zien dat ook en ze zien het graag, want zij leven er goed van, van die uitgeteerde junk die zijn eigen oma nog van haar ringen beroofde. Wie drugs verkoopt pleegt eigenlijk een moord, die jarenlang duurt en de moordenaar veel geld oplevert.

Ik heb dus een heel uitgesproken mening over mensen die zich met de handel in verdovende middelen bezighouden. Met drugs verdiend geld is bloedgeld.

Cees H. en zijn drugsmiljoenen

Cees H. is zo’n handelaar. Een drugsbaron. Hij importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Een grote jongen dus, al schijnt hij maar klein van stuk te zijn, en een bekende naam in de Amsterdamse onderwereld. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daar zal hij het grote geld wel geroken hebben, dat onlosmakelijk verbonden is met de handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in hasj kreeg hij negen jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld, tot vier jaar gevangenisstraf dit keer, voor het organiseren van drugstransporten. De eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse bankrekeningen en liet deze bevriezen.

So far, so good. Zou je zeggen.

Dodelijke deal

Nee dus. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven, die zich inmiddels staatssecretaris mag noemen, sloot een deal met Cees H. Kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. De mensen van het programma Nieuwsuur onthulden vorig jaar de deal die veertien jaar geleden daarom met Cees H. gemaakt werd.

Wat meneer Teeven met Cees H. precies afsprak blijft grotendeels duister. In elk geval kwam het tot een schikking, waarbij Cees H. 750.000 gulden aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Wat er precies op die rekeningen stond, daar wordt geheimzinnig over gedaan.

Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers gaat het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Oud-topadvocaat Piet Doedens

Cees H. kreeg zijn bloedgeld dus gewoon terug en Justitie waste dat voor hem wit. Men hield, als klap op de vuurpijl, de Belastingdienst daarover in het ongewisse.

Onoorbaar, vind ik dat. Niet-integer.

Zo’n drugsbaron komt daarnaast wel heel makkelijk weg, en dat alleen al staat in schril contrast met de vorderingsjacht waar het Openbaar Ministerie berucht om is wanneer het gaat om het innen van bijvoorbeeld verkeersboetes.

Spoeddebat

De onthullingen van Nieuwsuur leidden vorig jaar tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie. Onvindbaar.

Andere documenten met betrekking tot de schikking wilde de minister niet geven. Hij benadrukte meermaals de Tweede Kamer juist geïnformeerd te hebben over de deal met Cees H. en leek daarbij te verwachten dat de leden hem op zijn blauwe ogen zouden vertrouwen.

“U moet het met deze informatie doen. Dat is ook een kwestie van vertrouwen.” 

Minister Opstelten op 13 maart in de Tweede Kamer

De mensen van het programma Nieuwsuur claimen echter het gewraakte bonnetje gevonden te hebben. Wie zoekt zal vinden, zullen we maar zeggen. En op dat bonnetje moet het bedrag van 4.710.627 ouderwetse guldens en 18 centen prijken. Volgens hen wisten minister Opstelten en zijn ambtenaren daarvan, maar zouden ze de Tweede Kamer bewust verkeerd geïnformeerd hebben. Nieuwsuur claimt documenten ingezien te hebben die dat staven.

De huidige advocaat van Cees H., Jan-Hein Kuijpers, zei in het programma Pauw in bezit te zijn van genoemd bonnetje én hij bevestigde het bedrag. Op verzoek van Cees H. maakt hij het afschrift echter niet openbaar.

Daarmee is het vertrouwen in minister Opstelten (opnieuw) in het geding en hetzelfde geldt zijn staatssecretaris. De laatste verschuilt zich achter minister Opstelten en lijkt de kritiek op zijn persoontje af te willen doen als gebrabbel van mensen die toch niet weten waar ze het over hebben.

Gesproken met de arrogantie van een waar plucheplakker.

The plot thickens 

Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft al laten weten dat de beweringen van Nieuwsuur onjuist zijn. Ook laat het weten dat staatssecretaris Teeven, net als andere betrokkenen, “onvoldoende herinneringen heeft om onderbouwde uitspraken te kunnen doen over de financiële afwikkeling van deze schikking”.

Officieren van Justitie die deals sluiten met criminelen, dat klonk altijd zo Amerikaans. Iets uit televisieseries, maar een fenomeen waarvan ik ooit stellig hoopte dat we daar in Nederland wars van zouden zijn. Gewoon, omdat het niet klopt. Inmiddels weet ik natuurlijk ook wel beter. Toch, mijn standpunt is daarbij onveranderd. Uit principiële overwegingen hoort ’t gewoon niet.

Hopelijk debatteert de Tweede Kamer vanavond nog. Over handjeklap met criminelen, geheime deals in een rechtstaat waarin het recht openbaar hoort te zijn en de integriteit én houdbaarheidsdatum van deze bewindslieden.

Power, power, power!

Discrimineren de rechters in Nederland?

Grote krantenkoppen vandaag, te beginnen bij Trouw: “Allochtone dader heeft grotere kans op zware straf”. Allochtone daders zouden vaker een gevangenisstraf opgelegd krijgen dan autochtone verdachten én de hun opgelegde straffen zijn ook nog eens langer dan die van hun autochtone evenknieën. Dat riekt naar onversneden discriminatie en waar blijven we dan helemaal met ons mooie grondwettelijke gelijkheidsbeginsel? Nou, dat is nogal wat om je zorgen over te maken!

De krant baseert zich daarbij op een onderzoek dat door de afdeling Criminologie van de Rijksuniversiteit Leiden werd uitgevoerd. Helaas heeft de scribent niet het fatsoen gehad even naar dat onderzoek te linken, opdat zijn lezer dat meteen even voor zichzelf bekijken kan. Dat kan natuurlijk wel, u vindt het hier bijvoorbeeld in pdf: klikkerdeklik. Wie de moeite neemt dat onderzoek zelf even tot zich te nemen komt voor verrassingen te staan.

Dat Leidse onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van de Raad voor de rechtspraak, omwille van een eerder onderzoek, in 2012, waarbij zittingen van de politierechter werden bijgewoond en men tot de observatie kwam dat het niet hebben van een uitgesproken Nederlands voorkomen en het de Nederlandse taal niet machtig zijn de kans op een onvoorwaardelijke straf verhoogde.

Dat leidt uiteraard tot de hamvraag: Discrimineren de rechters in Nederland?

In de rechtszaal

Ik heb de goede gewoonte de rechtspraak aardig op de voet te volgen, uitspraken uitgebreid te lezen en ik heb in mijn tijd een aantal rechtszaken bezocht. Onze rechtspraak is immers openbaar en dat is een buitengemeen goede zaak. Ik kan u zo’n bezoek aan een rechtszaak warm aanbevelen: Er gaat waarlijk een wereld voor u open.

Wat mij bij de straftoemeting altijd is opgevallen is de ruimte mate waarin rechters de persoonlijke omstandigheden van verdachten meewegen. Heeft de verdachte een baan bijvoorbeeld, dan wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf vaak vermeden omdat een verblijf in Huize Traliezicht die baan doorgaans in gevaar brengt. De meeste werkgevers hebben namelijk helemaal geen zin om een paar maanden op hun werknemer te wachten, terwijl die zijn gevangenisstraf uitzit. Het verliezen van die baan wordt door zo’n rechter als extra straf gezien en dat is niet eerlijk.

Spijtbetuigingen, daar zijn rechters ook gevoelig voor. Hebben ze het idee dat een verdachte zich goed beseft wat hij heeft uitgevroten en wat de consequenties daarvan waren en daarom ‘echt’ spijt heeft, dan leggen ze minder zware straffen op. Wie beterschap belooft, belooft braaf af te gaan kicken en het nóóit meer te doen kan zelfs jarenlang vaste bezoeker zijn van de strafketen. Wie echter, zeker in weerwil van het bewijs in zijn zaak, hardnekkig blijft ontkennen – die heeft een probleem.

Hoe iemand zich verhoudt ten opzichte van het door hem gepleegde delict en zijn houding en gedrag bepalen de straftoemeting. Dat is overigens niet zo zeer mijn gevoel als observant. Zo bleek in 2006 uit onderzoek (Nederlands Juristenblad, nummer 25, 2006) van Mieke Komen al dat een allochtone jongere gemiddeld langer vastzat. Volgens Komen wordt het gedrag van allochtonen jongeren niet goed begrepen door de (meestal autochtone) gedragskundigen. Dat leidt ertoe dat hun oordeel over die allochtone jongere vaak negatiever uitvalt en dat werkt door in de hoogte van de straf die de rechter oplegt.

Het onderzoek

De Leidse onderzoekers hebben drie bestanden over “alle veroordeelden 2007, mensen bij wie de RISc is afgenomen in de periode 2005-2007 en gedetineerden in het Prison Project”. Daarbij gaat het alleen om volwassen verdachten.

Dan is het handig te weten wat de RISc is. Het is een hulpmiddel voor de reclassering en het gevangeniswezen bij het inschatten van de recidivekans, gevaarzetting en de beste interventie voor een specifieke ‘cliënt’. Daarbij wordt een totaalplaatje geschetst van die persoon, van zijn antecedenten, cognitieve vermogens, thuissituatie en al dan niet foute vrinden tot zijn geestesgesteldheid en emotioneel welbevinden.

Het Prison Project is een langlopende monsterstudie naar de effecten van detentie op gevangenen en hun familie. Het betreft mannen die tussen oktober 2010 en april 2011 minimaal drie weken lang in een Huis van Bewaring werden ingesloten.

Opvallend is een eerste, voorzichtige conclusie in het onderzoek: “Een eerste antwoord is dat als we geen rekening houden met andere straftoemetingsfactoren er substantiële verschillen blijken te bestaan tussen etnische groepen: daders met een allochtone herkomst krijgen substantieel vaker en langere gevangenisstraffen opgelegd.”

Maar wat gebeurt er als we wél met die factoren en verschillen rekening houden? Dan blijkt er bar weinig over te blijven van die grotere kans die allochtone daders zouden hebben dan autochtone op een (langere) gevangenisstraf. De paar procent die er wel overblijft is ook allerminst met zekerheid te wijten aan etnische verschillen.

“Zo zien we dat niet-Nederlandse verdachten voor andere delicten terechtstaan (vaker drugsdelicten), vaker al eerder een gevangenisstraf hebben gehad, vaker en langer voorlopig gehecht zijn, vaker ontkennen en minder vaak vrouw zijn.”

Het soort delict waar iemand voor terechtstaat maakt uit. Of hij gerecidiveerd heeft maakt uit. Hoe lang zijn strafblad is, dat maakt ook uit.

Een ander opvallend gegeven zijn de factoren waarmee in dit onderzoek geen rekening gehouden werd. Die zijn namelijk bepaald essentieel. De houding van de verdachte is er daar een van. Wat de onderzoekers “cultureel onbegrip” (zie het onderzoek van Mieke Komen) noemen eveneens en ook de kwaliteit van de verdediging werd ook niet meegewogen.

Conclusie

De grootste verrassing, na het doorspitten van honderd pagina’s, is dus wel dat het onderzoek eigenlijk niets heeft opgeleverd, er is zelfs in het geheel geen concrete aanwijzing dat de verschillen veroorzaakt worden door discriminerende rechters, en er nog meer onderzoek moet komen.

Daar sta je dan, als journalist, met je chocoladeletters.

Bart van U. een reconstructie

Hindsight is 20/20. Achteraf heb ik makkelijk praten en ik ben afhankelijk van de media voor mijn informatievoorziening. Het is echter verbazingwekkend wat ik nu over de man, die op 10 januari dit jaar zijn eigen zus gedood moet hebben en verantwoordelijk lijkt te zijn voor de moord op D66-coryfee Els Borst, kan achterhalen. De man moet erg in de war geweest zijn en dan vraag ik me toch af: Hoe heeft het zo ver kunnen komen?

Bart van U. heet hij. Zijn hele achternaam weet ik ook, maar aangezien hij nog slechts verdachte is hanteer ik de ‘beleefdheid’ die niet te vermelden. Zo werkt dat in de rechtstaat Nederland: Iemand is onschuldig tot het tegendeel bewezen is. Die onschuldpresumptie is een van de pijlers waarop onze rechtstaat rust.

Van U. is opgegroeid in de omgeving van Amersfoort in een groot gezin met zes kinderen. Het gezin van U. moet nogal van de gereformeerde kerk geweest zijn en ook Bart van U. zou een actieve rol in de kerk gespeeld hebben. Op gegeven moment vertrekt hij naar Rotterdam, om daar te gaan werken. Hij is zeeman, zowel op de binnen- als de buitenvaart.

Angsten na 9/11

De aanslag op de Twin Towers is een keerpunt in zijn leven en angst voor moslimextremisten lijkt het leven van Bart van U. te gaan beheersen. Hij vraagt zelfs een wapenvergunning aan en krijgt die. Hij verzamelt wapens en zijn paranoia neemt allengs toe. Hij loopt daarnaast kennelijk ook in zeven sloten tegelijk en hij komt als ‘verward’ te boek te staan. In 2009 trekt men dus gevoeglijk zijn wapenvergunning in omdat er twijfels rijzen over zijn geestelijke gesteldheid.

Twee jaar later tipt iemand anoniem de politie over Bart van U. Hij zou een wapenverzameling in huis hebben en de politie valt de woning dus binnen. Inderdaad treft zij daar een behoorlijke collectie wapentuig aan. Bart van U. wordt aangehouden, niet in de woning maar elders zo begrijp ik, en hij blijkt gewapend te zijn met twee messen en een doorgeladen vuurwapen. Niet alleen dat, hij draagt ook een veiligheidsvest.

Verboden wapenbezit

Voor het verboden wapenbezit moet Bart van U. zich bij de rechter verantwoorden en spreekt daar zijn angst voor moslimextremisten uit en vertelt daarbij dat hij denkt een van hun doelwitten te zijn. Hij moet zich wel bewapenen, want hij moet zichzelf tegen hen beschermen. De rechter legt hem zes maanden gevangenisstraf op, die hij reeds in voorarrest uitgezeten heeft, en verplicht hem zich te laten behandelen voor zijn angsten. Dat laatste weigert Van U. echter categorisch.

“Meneer wil niet worden behandeld, dus dan kan het niet’.”

Zorgmijder en gevaarzetting

En daar zit volgens mij meteen het grootste probleem in deze zaak. Wanneer een zogeheten zorgmijder niet wil, dan is er niet of nauwelijks grond om hem te dwingen. Zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk ontbreken daar de middelen toe. De veroordeling voor wapenbezit alleen is geen grond voor het opleggen van tbs. De Wet bijzondere opneming psychiatrisch ziekenhuis (Bopz) voorziet alleen in verplichte psychiatrische hulp wanneer er sprake is van iemand die een direct gevaar voor zichzelf of anderen vormt en dan alleen nog wanneer er geen andere manier dan een verplichte opname is om dit gevaar af te wenden.

“Onvrijwillige behandeling mag alleen worden toegepast als iemand door zijn psychische stoornis een gevaar vormt voor zichzelf of anderen ín de instelling en dit gevaar alleen door die behandeling kan worden afgewend. In de GGZ is onvrijwillige behandeling ook toegestaan als zonder deze behandeling het gevaar dat wordt veroorzaakt door de geestesstoornis niet binnen een redelijke termijn kan worden weggenomen. Dit laatste geldt dus ook voor gevaar dat iemand buiten de instelling vormt.”

Er volgt dus een hoger beroep, waarbij de rechtbank de verplichting tot het zich laten behandelen laat vallen, en ze legt hem in plaats daarvan een gevangenisstraf van drie jaar op. Het is de dames en rechters duidelijk dat Bart van U. het nodige mankeert in zijn bovenkamer. Niet alleen vindt men hem een gevaar voor de samenleving, men heeft hem ook graag zo lang mogelijk van straat en dat niet in het minst omdat Bart van U. behandeling weigert.

Cassatie in vrijheid afwachten

De rechtbank gebiedt zijn gevangenneming, maar omdat Van U. op dat moment in het buitenland op een schip aan het werk is lukt dat niet. Eenmaal terug in Nederland gaat Van U. in cassatie, die hij in vrijheid mocht afwachten. Dat vind ik wonderlijk, want zowel de reclassering, de rechter en GGZ-deskundigen menen dat dit onverstandig is.

De advocaat-generaal besloot echter, in al zijn wijsheid, dat Van U. de cassatie in vrijheid mocht afwachten. Dit omdat volgens hem “de eisen en de vonnissen bij de rechtbank en het hof zeer verschillend waren”.

De Hoge Raad verwees de zaak terug naar het hof, die de zaak in februari opnieuw zal behandelen, en daarmee viel Van U. opnieuw tussen wal en schip. Simpelweg omdat het vonnis niet definitief is.

Daarnaast wordt verzuimd DNA af te nemen van Van U.

Terug naar huis 

Hij betrekt een kamer in de woning van zijn zus Loïs, op de Oudedijk in Rotterdam. Er worden meer kamers verhuurd, het Algemeen Dagblad heeft inmiddels zelf een van zijn voormalige medehuurders geïnterviewd. Zij schetst een beeld van een buitengewoon zonderlinge man, die een teruggetrokken bestaan leidt. Hij is werkeloos, lijdt aan verzamelzucht en gaat vaak in de nachtelijke uren op pad. Ook valt hij zijn medehuurster, op wie hij een oogje zou hebben, lastig.

“Als ik aan Bart terugdenk had ik in eerste instantie niet gedacht dat hij tot iets als moord in staat zou zijn, maar dat hij nu verdacht wordt, verbaast me ook niks. Hij heeft het nooit over Els Borst gehad. We hebben het maar één keer over politiek  gehad. Toen hield hij een klaagzang over moslims, maar verder nooit.”

Ook buren vinden Van U. maar een rare snuiter, een schuchtere eenzaat die “hulp nodig had”. Iemand die vooral onzichtbaar was of zoals dat achteraf heet “onder de radar wist te blijven”. Dat past in het beeld dat ook een uitbater van een plaatselijke brasserie van de man schetst. Bart van U. kwam daar kennelijk regelmatig en een paar maanden geleden zat deze uitbater een uur lang met Van U. aan de bar te keuvelen. Dat Van U. in de war was, dat was ook de uitbater wel duidelijk, maar hij maakte wel gerust regelmatig een praatje met hem.

”Hij was niet goed bij zijn hoofd. Ik zag hem iedere dag wel op straat lopen en dan zwaaide hij vriendelijk. Hij werkte al lang niet meer als zeeman. Hij zat hier wel eens aan de bar, maar dan zei hij vaak niets. Altijd een zonnebril en pet op. Een enkele keer heb ik wel een gesprek met hem gehad. Nog niet zo lang geleden vond hij het belachelijk dat sommige mensen veel geld verdienen. Hij vond dat Bill Gates gewoon zijn geld moest weggeven.”

Bart van U. moet nochtans thuis voor behoorlijk wat overlast gezorgd hebben en zijn zus Loïs ziet hem op gegeven moment liever gaan dan komen. Ze probeert hem te doen vertrekken, maar dat lukt niet. Het lijkt er niet op dat ze daarbij voor haar broer vreesde. Een bekende van de familie Van U. moet aan Elsevier verteld hebben dat Bart van U. weliswaar schizofreen was, maar dat zijn zus probeerde te voorkomen dat hij zou worden opgenomen.

Op 10 januari jongstleden gaat het helemaal mis en Bart van U. steekt zijn zus dood. Hij vlucht, maar meldt zich de volgende dag toch bij een politiebureau in Amsterdam omdat het Openbaar Ministerie zijn foto verspreidde.

Moord op Elst Borst 

Wanneer dan eindelijk DNA wordt afgenomen van Bart van U. blijkt er een match met een DNA-monster dat op de plaats delict van de moord op oud-minister Els Borst werd aangetroffen. Achteraf gezien zou Bart van U. heel wel de man geweest kunnen zijn over wie mevrouw Borst aan haar kapper vertelde dat hij bij haar aan de deur gestaan had. Hij had haar naar het adres van Wim Kok of Jan-Peter Balkenende gevraagd.

Bart van U. maakte de dag na de moord op Els Borst stampij bij een politiebureau in Amersfoort, hij stak vuurwerk af en werd aangehouden. Hij zat er twee dagen vast en de politie haalde er een psycholoog bij om hem te beoordelen, zoals dat heet. Die psycholoog vond echter dat hij weer mocht gaan.

Zoals dat met mensen als Bart van U. pleegt te gaan werd hij, nadat hij dat vuurwerk afgestoken had, afgeschoven op het bordje van de plaatselijke wijkagent. Als niemand het nog weet, dan moet zo’n wijkagent zich er maar over ontfermen. Ook als dat de rechter, het OM en de diverse hulpverlenende instanties niet gelukt is. Zijn wijkagent kreeg dus het verzoek Van U. “in de gaten te houden”.

Wist u dat er in Nederland gemiddeld één hele wijkagent per 5000 inwoners is?

In 2011 werd het aantal zorgmijders, alleen in Rotterdam, op 30.000 geschat. Daarbij gaat het zeker niet allemaal om even zware gevallen als een Bart van U. maar het moge duidelijk zijn dat we van een wijkagent geen zaligmakende interventies kunnen en mogen verwachten.

Achteraf is redelijk makkelijk aan te wijzen waar het mis ging en wie er fouten maakte, waarbij ik heel duidelijk niet wil spreken van schuld. De mensen die contact hadden met Bart van U., de rechters, de advocaat-generaal, de hulpverleners, de beoordelend psycholoog en al wat dies meer zij hebben in goed vertrouwen gehandeld naar de situatie en de gesteldheid van Bart van U. waarmee zij zich geconfronteerd zagen. Binnen de wetgeving zoals zij voor handen is.

Voor Els Borst en Loïs van U. is het te laat en dat is ongelofelijk tragisch.

Er lopen echter meer mensen als Bart van U. rond. Daar moeten we wat mee, zeker in een welvarend land als het onze, met een uitgebreide gezondheidszorg, zou meer mogelijk moeten zijn voor en met mensen die mentaal zo getroebleerd zijn. De mogelijkheid iemand verplicht op te laten nemen en te behandelen schiet tekort en dat verdient remedie.

Zorgwekkend: Jaarbericht Kinderrechten 2014


Dit jaar, op 20 november, bestaat het VN-Kinderrechtenverdrag 25 jaar. Op de Verenigde Staten en Somalië na hebben alle landen op deez’ aardkloot het verdrag geratificeerd. Nederland deed dat in 1995.

Nederland behoort al jaren tot de top van landen waar kinderen het gelukkigst zijn (UNICEF). Wat materiële rijkdom, gezondheid en veiligheid, onderwijs, gedrag en risico’s en huisvesting en woonomgeving betreft hebben kinderen het hier, vergeleken met de rest van de wereld, het hartstikke goed. Dat betekent natuurlijk niet dat het allemaal rozengeur en maneschijn is. Verre van dat, zelfs.

In ons kikkerlandje worden nog altijd en met grote regelmaat kinderrechten geschonden.

Sinds zeven jaar stellen UNICEF Nederland en Defence for Children elk jaar een rapport op dat de kinderrechtensituatie in Nederland in kaart brengt, het Jaarbericht Kinderrechten (PDF). Aan de hand van cijfers schetsen zij de huidige stand van zaken op vijf gebieden: kindermishandeling, uitbuiting, jeugdzorg, migratie en jeugdstrafrecht. 

Daarmee wordt dus meteen gekeken naar de vijf meest kwetsbare groepen kinderen in onze samenleving; kinderen in de jeugdzorg, slachtoffers van kindermishandeling en van uitbuiting, kinderen die te maken hebben met het jeugd strafrecht en met het migratierecht.

Het Jaarbericht Kinderrechten 2014 werd vandaag om 13:30 aangeboden aan de Vaste Kamercommissie van Veiligheid&Justitie. Aan de hand van dat rapport kan de overheid haar beleid, de huidige wetgeving en de dagelijkse praktijk in Nederland toetsen aan het VN-Kinderrechtenverdrag. 

Kinderrechten & uitbuiting

Het aantal slachtoffertjes van uitbuiting is toegenomen. Tenminste een op de zes in Nederland bekende slachtoffers van mensenhandel is jonger dan achttien. Uitbuiting wordt daarbij uitgesplitst in seksuele, criminele en economische uitbuiting. Daarbij moet u denken aan bijvoorbeeld loverboypraktijken, gedwongen criminaliteit, gedwongen bedelen.

In 2013 telde men 260 gevallen van uitbuiting en dat is 17% meer dan in 2012 en ruim een verdubbeling van de gevallen in 2009. In totaal zijn 260 slachtoffers onder de 18 geregistreerd, onder wie 94 buitenlandse slachtoffers.

Volgens het rapport:

“De grootste groep betreft Nederlandse minderjarige slachtoffers van seksuele uitbuiting. Van veel slachtoffers is onbekend in welke sector ze zijn uitgebuit, of ze zijn geïdentificeerd voordat ze zijn uitgebuit zonder vermelding van de sector waarvoor ze waren verhandeld.”

Desgevraagd heeft het Meldpunt Kinderporno laten weten dat het aantal meldingen over kinderpornografisch materiaal dat op servers in Nederland staat gestegen is van 1260 in 2010 naar 10.587 in 2013. Dat zegt gelukkig nog iets positiefs over onze meldingsbereidheid, maar die aantallen zijn wel ontstellend.

Nederland staat nu in de top drie van landen waar kinderporno wordt gehost. Dat nu, beste lezer, is een grof schandaal.

UNICEF Nederland en Defence for Children waarschuwen daarbij voor het capaciteitsgebrek bij de Nederlandse politie om al die meldingen af te kunnen handelen. Er zijn 150 specialisten, maar dat is bij lange na niet genoeg. Ook hostingproviders laten het nog te vaak afweten, sommige laten zelfs na gemeld illegaal materiaal te verwijderen. Daarnaast adviseren zij veel meer aandacht te besteden aan het voorkomen van seksueel misbruik van kinderen via internetcommunicatie (grooming en wat ik de kinderlokker 2.0 pleeg te noemen) en wijzen zij op de bittere noodzaak kinderen goed voor te lichten.

Kinderrechten & jeugdstrafrecht

Er is een duidelijk daling van het aantal kinderen dat met de politie in aanraking komt, dat is goed nieuws, maar het percentage kinderen dat in voorarrest zit blijft echter schrikbarend hoog. Van alle strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen zit 74% in voorarrest in afwachting van een uitspraak van de rechter over hun zaak. Bijna 7.000 kinderen zijn in 2013 in verzekering gesteld, waarbij de meeste een nacht of meer doorbrachten in een politiecel.

Uit cijfers van het ministerie van Veiligheid en Justitie (Dienst Justitiële Inrichtingen) blijkt dat er in 2013 in totaal 27 kinderen van 12 of 13 jaar waren opgesloten in een justitiële jeugdinrichting, met een gemiddelde verblijfsduur van 39 dagen. Voor kinderen van die leeftijd is dat ronduit onwenselijk.

Ontluisterend:

“Van driekwart van de strafrechtelijk opgesloten kinderen in justitiële jeugdinrichtingen is nog niet bekend of ze terecht vast zitten.”

Ook aan het traject na een verblijf in een justitiële inrichting mankeert het nodige. In het Jaarbericht Kinderrechten wordt verwezen naar een nog te publiceren onderzoek van de Universiteit Leiden, waaruit blijkt dat het met 90% van de meisjes die een justitiële jeugdinrichting hebben verlaten, vijf jaar later niet goed gaat.

Een groot aantal jongeren blijkt zichzelf na het verlaten van een gesloten instelling moeilijk staande te kunnen houden. Schuldenproblematiek, moeilijkheden met het vinden van woning en werk, een gebrekkig of niet-bestaand sociaal netwerk en een gebrek aan psychologische hulp – de nazorg moet dus veel beter.

UNICEF Nederland en Defence for Children maken zich zorgen over het hoge aantal opgeslagen DNA-profielen van kinderen:

In 2013 werd er van 2.368 minderjarigen DNA-materiaal opgeslagen in de DNA-databank voor Strafzaken. Eind 2013 stonden er in deze databank maar liefst 22.649 DNA-profielen geregistreerd op basis van een jeugdveroordeling. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van 2009.”

Kinderrechten & jeugdzorg

Er stonden in 2013 11% minder kinderen op de wachtlijst van Bureau Jeugdzorg dan in 2012.

Per 1 januari 2015 treedt de nieuwe Jeugdwet in werking en komt de verantwoordelijkheid voor alle vormen van jeugdhulp bij de gemeenten te liggen. UNICEF Nederland en Defence for Children steunen de gedachte achter het nieuwe stelsel; gemeenten zouden de geboden hulp beter af kunnen stemmen op lokale en individuele noden en jeugdigen en hun ouders zouden daarbij actief betrokken kunnen worden bij de besluitvorming, de invulling en de beoordeling van de jeugdhulp. Toch maken zij zich ook zorgen, er zouden grote verschillen kunnen ontstaan tussen gemeentes in aangeboden zorg waarbij specifieke gespecialiseerde en passende jeugdhulp in de ene gemeente wel en de andere niet voorhanden kan komen te zijn.

De nieuwe Jeugdwet sluit niet-rechtmatig in Nederland verblijvende minderjarigen uit en dat is in strijd met het VN-Kinderrechtenverdrag.

De nieuwe Jeugdwet is ook in strijd met het internationale recht, omdat deze het mogelijk maakt om kinderen in de gesloten jeugdzorg op te nemen zonder een direct daaraan voorgaande rechterlijke toets.

Die nieuwe Jeugdwet behoeft dus nog wat broodnodige aanpassingen, me dunkt.

In 2013 lag het aantal ondertoezichtstellingen op 27.989 en is daarmee gedaald ten opzichte van voorgaande jaren. Ook het aantal uithuisplaatsingen bij een ondertoezichtstelling daalt. Kinderombudsman Marc Dullaert observeerde vorig jaar nog dat er regelmatig fouten voorkomen in het onderzoeksproces en in rapportages in de besluitvorming rond uithuisplaatsingen en ondertoezichtstellingen.

Uit zijn rapport “Is de zorg gegrond”:

“Concluderend kan worden gesteld dat het AMK, BJZ en de Raad over het algemeen professioneel en deskundig te werk gaan. Desondanks komen fouten in het onderzoeksproces en rapportages – zoals hierboven geschetst – met enige regelmaat voor. Dat varieert van een te eenzijdige duiding van incidenten, tot het vermengen van feiten en meningen in de rapportage, en van onzorgvuldige bronvermeldingen tot het niet navolgbaar formuleren van conclusies en tot het niet altijd laten accorderen van informatie van informanten.

Fouten kunnen om verschillende redenen ontstaan. Bijvoorbeeld doordat professionals onder druk staan om snel te werken, doordat sommigen niet voldoende reflecteren op gemaakte keuzes en hun eigen pedagogische normen. Een andere reden is dat sommigen over onvoldoende vaardigheden beschikken om met een complexe doelgroep ouders te werken. Daartegenover staat dat ook ouders soms – in strijd met het belang van hun kind – een machtsstrijd met elkaar of met jeugdzorg aangaan. In de werkprocessen zijn er op dit moment niet voldoende kwaliteitswaarborgen ingebouwd om deze knelpunten volledig te ondervangen. Daardoor bestaat het risico dat fouten verderop in de jeugdzorgketen doorwerken. Het is dan mogelijk dat er beslissingen worden genomen op basis van onvolledige, onvoldoende onderbouwde informatie. In een uiterst geval wordt een kinderbeschermingsmaatregel ten onrechte opgelegd dan wel beëindigd of verlengd, of wordt tot een omgangsregeling met een ouder besloten die beperkter is dan nodig.”

Kinderrechten & migratie

Er is een flinke afname in het aantal alleenstaande minderjarigen dat in vreemdelingenbewaring of grensdetentie zat. In 2013 waren dat er nog “maar” 30, tegenover 300 in 2009. Dat is een verbetering, maar uiteindelijk horen kinderen natuurlijk helemaal niet in vreemdelingenbewaring of grensdetentie thuis.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn positief over het in 2013 ingevoerde Kinderpardon, maar zien aan de andere kant dat de regels nog niet helemaal in lijn zijn met het VN-Kinderrechtenverdrag. Als een ouder niet aan de criteria voldoet, krijgt het kind dat zelf wel aan de criteria voldoet toch geen vergunning en dat is in strijd met het VN-Kinderverdrag. 2.511 kinderen uit het buitenland mochten niet naar hun vader of moeder komen die legaal in Nederland woont door de bijzonder kind-onvriendelijke gezinsmigratieregels.

Een kind dat in een asielprocedure zit moet gemiddeld eens per jaar verhuizen en dat schaadt zijn of haar cognitieve, emotionele en sociale ontwikkeling. Ook dat verdient dus remedie.

Kinderrechten & kindermishandeling

Alhoewel er ontzettend veel aandacht is voor de aanpak en preventie van kindermishandeling is geweest in 2012 en 2013 is er maar weinig zichtbare verbetering te zien. In veel gemeente schiet het beleid wat dat betreft tekort of is zelfs non-existent.

UNICEF Nederland en Defence for Children zijn erg positief over de ingevoerde “kindcheck”, waarbij professionele hulpverleners bij hun volwassen patiënten en cliënten na moeten gaan of deze kinderen hebben en, zo ja, of de veiligheid van die kinderen in het geding is.

Beide organisaties maken zich wel zorgen over de voortvarendheid waarmee de diverse instanties daadwerkelijk de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling invoeren en zouden graag zien dat de controle daarop sneller gebeurt.

Bij opleidingen voor beroepskrachten zoals leraren is er te weinig aandacht voor huiselijk geweld en kindermishandeling in het curriculum. Is er niet eens een (wettelijke) om deze zaken deel uit te laten maken van de beroepsopleidingscurricula.

In de rechtsgang is er nog te weinig aandacht voor minderjarige slachtoffers en getuigen; informatie wordt niet op een kindvriendelijke manier gebracht en er zit nog te veel tijd tussen het moment van aangifte en de uitspraak.

Zoveel ruimte voor verregaande verbetering en dat in het land met de gelukkigste kinderen ter wereld.

Vooruit lief Nederland, we moeten aan de bak!

"When we rape, we feel free"

Aanstaande dinsdag, 10 juni, begint in Londen een internationale bijeenkomst tegen seksueel geweld in conflictgebieden. Deze top, de Global Summit to End Sexual Violence in Conflict, is een initiatief van William Hague (de Britse minister van Buitenlandse Zaken) en Angelina Jolie (speciaal VN-gezant voor vluchtelingen). Onze eigen minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans zal deze bijeenkomst bijwonen.

Al sinds mensenheugenis worden, overal ter wereld, vrouwen, meisjes, mannen en jongens door strijdende partijen belaagd en verkracht. Het is een barbaars middel om hele gemeenschappen te ontwrichten, de levens van slachtoffers te ruïneren en hele bevolkingen angst aan te jagen. Het blijft doorgaans ongestraft.

In de Democratische Republiek Congo bijvoorbeeld, die sinds 1994 geplaagd wordt door etnische onlusten en burgeroorlog, worden elk uur gemiddeld 48 vrouwen verkracht en 12% van de vrouwen is een of meerdere keren verkracht. Naar schatting (2008) is 65% van de slachtoffers jonger dan 18 jaar en 10% zelfs jonger dan tien jaar.

Tijdens de top zal onder meer de documentaire ‘Seeds of Hope’ van Fiona Lloyd-Davies gepresenteerd worden, waarin we kennis maken met Masika Katsuva. Masika werd op 15-jarige leeftijd voor het eerst verkracht, door een leraar. In 2000, ze was inmiddels getrouwd en had twee tienerdochters, drongen militieleden haar huis binnen. Zij verkrachtten Masika en haar dochters, waarna ze haar man vermoordden. Masika raakte zwaargewond, haar dochters beiden zwanger. Masika’s schoonfamilie zette haar buiten de deur.

Masika stichtte een opvang voor lotgenoten, waar ze hen medische, praktische en psychologische hulp probeert te bieden. Ze vangt er slachtoffers en hun kinderen op en probeert slachtoffers met hun echtgenoten en familie te verzoenen. Vrouwen die verkracht werden worden namelijk niet zelden door hun echtgenoten afgewezen en verlaten.

Gezamenlijk verbouwen de vrouwen gewassen en brengen de kinderen groot. Samen proberen ze het leven weer op te pakken en een nieuw bestaan op te bouwen. Dat doet Masika met gevaar voor eigen leven, sinds ze haar goede werk begonnen is heeft ze dat met nog eens drie verkrachtingen moeten bekopen.

Fiona Lloyd-Davies wist ook soldaten voor haar camera te krijgen. Hun ontboezemingen zijn ontluisterend. Zo zegt een van hen:

“It’s true that we raped here. We found women because they can’t escape. You see her, you catch her, you take her away and you have your way with her. Sometimes you kill her. When you finish raping then you kill her child. When we rape, we feel free.”

Tijdens de Global Summit to End Sexual Violence in Conflict zal ook een initiatief van een aantal Nobelprijswinnaressen gelanceerd worden: Survivors United for Action. Minister Timmermans zal daarbij, net als elk van deze Nobelprijswinnaressen, een overlever van seksueel geweld op het podium roepen. Hij zal Hania Moheeb uit Egypte voorstellen.

Meedoen? Take the pledge today!

Sociaal leenstelsel

In Nederland mag je geen alcoholtabak of cannabis kopen wanneer je jonger bent dan achttien jaar. Die rommel is niet goed voor je en onze overheid vreest dat je op die leeftijd het inzicht niet hebt om dat goed en wel in te zien. Dus helpt ze je een handje. Verkopers riskeren een behoorlijke boete wanneer ze toch drank of sigaretten aan iemand jonger dan achttien verkopen en dus vragen ze, voor de zekerheid, iedereen die jonger dan vijfentwintig lijkt zich te legitimeren. Uitbaters van coffeeshops mogen zelfs niemand onder de achttien jaar in hun uitspanning hebben.

Terecht, want alcohol bijvoorbeeld is slecht voor het zich ontwikkelende brein. Er is een verband tussen vroeg en frequent middelengebruik en narigheden als leerproblemen, verminderde schoolprestaties, (mogelijk zelfs vroegtijdig schoolverlaten) depressie, agressie en zelfs delinquentie. Wie jong met alcohol begint loopt daarnaast een veel groter risico te eindigen als probleemdrinker.

Als jongere ben je voorts verplicht minimaal tot je achttiende naar school te gaan. Iemand zelfstandig een auto laten besturen voor zijn achttiende is ook onverstandig, dus ook dat is verboden. Stemmen mag je vanaf je achttiende levensjaar. Huwen idem dito. Ook de minimale leeftijd om een persoonlijke lening of een doorlopend krediet af te mogen sluiten is… achttien jaar.

Terecht, alweer. Het zijn toch zaken die verregaande en langslepende gevolgen kunnen hebben. Van 18-minners verwachten we niet dat ze al verstandig genoeg zijn om die te kunnen overzien en dus nemen we ze in bescherming.

Daarom heb ik nooit zo goed begrepen waarom leerlingen zich al op een vroeg moment in hun schoolcarrière moeten vastpinnen op een richting voor het leven. In de tweede fase van het voortgezet onderwijs moeten ze uit vier profielen kiezen, en met de keuze voor een profiel meteen ook een richting in het vervolgonderwijs.

Het invoeren van het sociaal leenstelsel, per 1 september volgend jaar, maakt die keuze nog veel belangrijker. Daarnaast is het kennelijk wel prima dat een jongmens zich met dat sociaal leenstelsel een lening op de hals haalt die behoorlijk op kan lopen en hen jarenlang mag blijven achtervolgen. Ze “krijgen” 35 jaar de tijd om hun lening af te lossen, máár dan wel tegen een schappelijke rente (hoe lang die schappelijk blijft is afwachten) – en daarom schijnt dit leenstelsel “sociaal” te mogen heten.

Ik ben niet overtuigd en niet alleen omdat ik het onverstandig vind jongelui leningen aan te praten, al helemaal niet in tijden van economische onzekerheid. Daarbij moet ik ook eerlijk bekennen dat ik, waar het om onderwijs gaat, waarschijnlijk te idealistisch ben ingesteld. Wat mij betreft werd het onderwijs in het geheel gratis aangeboden. Dat klinkt heel irreëel, maar het kan echt: Er zijn landen in Europa waar studenten geen collegegeld hoeven te betalen bijvoorbeeld.

Onderwijs is het middel bij uitstek om mensen kansengelijkheid te bieden en deze te waarborgen. Om mensen de gelegenheid te geven zichzelf te ontplooien, te ontdekken waar hun kwaliteiten liggen en deze ten volle te benutten, zich te verheffen en alles uit zichzelf en het leven te halen wat er in zit.

Hopelijk ten overvloede; dan heb ik het niet over het stereotype brallende student dat meer contacturen heeft met barpersoneel dan met onderwijzend personeel.

Voor een maatschappij geldt natuurlijk ook dat deze een eigenbelang heeft bij goed opgeleide mensen. Dat geldt bij uitstek voor Nederland, aangezien we het hier toch vooral van onze kenniseconomie moeten hebben. Die liegt er niet om, overigens, hij behoort tot de top 5 van meest concurrerende kenniseconomieën in de wereld. Investeren in onderwijs is niet alleen investeren in mensen, maar ook in de maatschappij waar zij deel van uitmaken; in sociale cohesie, de politiek, actief en kritisch burgerschap, de economie en de toekomst van ons allemaal.

Het is maar waar we onze prioriteiten leggen.

Kinderlokker 2.0

Zo’n anderhalf jaar geleden zag ik een filmpje dat een jong Canadees meisje maakte en op 7 september 2012 deelde op YouTube. Ze gaf het de titel My Story: Struggling, bullying, suicide and self-harm mee. In somber zwart-wit hield het kind de ene na de andere tekst voor zich en vertelde zo haar vreselijke verhaal.

Amanda Todd werd als kind slachtoffer van een kinderlokker 2.0. Ze was twaalf. Via de webcam bewoog hij het kind hem haar borsten te laten zien en een jaar later meldde hij zich opnieuw, via Facebook. Ze moest nog meer van zich laten zien, hem een “show” geven en als ze dat niet deed, nou dan zou hij de foto van een jaar geleden aan al haar vrienden en familie sturen. Amanda Todd weigerde. Haar belager verstuurde de foto.

Tijdens de kerstvakantie meldde de politie zich bij huize Todd. Haar naaktfoto bleek in ruime mate verspreid te zijn. Het meisje raakte depressief en ontwikkelde een paniekstoornis. Ze verhuisde, raakte aan de drugs en alcohol.

Weer een jaar later meldde het mispunt zich opnieuw. Hij had haar toch weer gevonden. Hij wist de naam van haar nieuwe school en had haar nieuwe vrienden ook achterhaald. Dit keer maakte hij zelf een pagina op Facebook aan en maakte de foto van Amanda’s kleine meisjesborsten zijn profielfoto. Hij benaderde Amanda’s klasgenootjes. Opnieuw verloor Amanda Todd haar vrienden en ze werd vreselijk gepest. Ze vereenzaamde.

Ze verhuisde naar weer een andere school, waar ze een voormalige vriend tegen het lijf liep. Ze belandde met hem in bed, terwijl zijn vriendinnetje op vakantie was. Een week later confronteerde het vriendinnetje Amanda met het gebeuren, bijgestaan door een meute medeleerlingen. Het kwam tot een handgemeen en dat werd gefilmd. Kort daarna probeerde Amanda er een einde aan te maken door een fles bleek aan de lippen te zetten. Ze werd gered.

De familie Todd verhuisde, maar het verleden bleef Amanda achtervolgen. Het pesten ging door. Haar digitale belager achterhaalde haar steeds weer. Amanda Todd begon te automutileren. Ze werd opgenomen, kreeg therapie. Het mocht niet baten. Op 10 oktober 2012 werd het levenloze lichaam van Amanda Todd, dan vijftien jaar oud, gevonden. Ze verhing zichzelf. Haar filmpje ging viraal en de zelfmoord van Amanda Todd werd wereldnieuws.

Aydin C. 

Afgelopen januari moet de belager van Amanda Todd dan eindelijk opgepakt zijn. Het moet gaan om de 35-jarige Aydin C., woonachtig op een bungalowpark in Oisterwijk.

Justitie vermoedt dat hij tientallen slachtoffers gemaakt heeft, in Nederland, Canada, Engeland, de Verenigde Staten en Noorwegen. Onder de slachtoffers zijn minderjarige meisjes, maar waarschijnlijk ook volwassen mannen. Voor de laatsten zou hij zich als een minderjarige jongen hebben voorgedaan, om hen voor geld af te persen.

Volgens het Openbaar Ministerie deed Aydin C. zich voor als jong meisje wanneer hij op jacht was naar meisjes als Amanda Todd. Of hij dat bij Amanda ook deed moet nog blijken. Hij zou met zijn afpersingspraktijken zijn doorgegaan, zelfs nadat zij zelfmoord pleegde.

Canada heeft laten weten om zijn uitlevering te zullen gaan vragen, men verdenkt hem er van afpersing, kinderlokken via het internet, bedreiging of stalking en het bezit van kinderporno met het doel die te verspreiden.

De Nederlandse autoriteiten verdenken hem van al net zo’n lange rij wandaden; aanranding, het maken en verspreiden van kinderporno, oplichting, computervredebreuk en bezit van harddrugs. Daar zit Aydin C. dan ook voor vast. Afgelopen woensdag werd zijn voorlopige hechtenis verlengd.

Aydin C. beroept zich op zijn zwijgrecht, al schijnt hij al wel gemeld te hebben dat hij niet uitgeleverd wenst te worden. Christian van Dijk, ’s mans advocaat, vindt het bewijs tegen zijn cliënt alvast flinterdun. Er zijn computers en een een router in beslag genomen in de door Aydin C. gehuurde bungalow.

Het onderzoek zal wel even op zich laten duren, zo laat men weten. We wachten de resultaten daarvan natuurlijk netjes af en zo lang ’s mans schuld niet bewezen is, blijft hij verdachte. Ik hou me dus maar weer netjes in.

Overigens. Verdachten, lief Nederland, hebben recht op rechtsbijstand. Dat is een van de pijlers onder onze rechtsstaat. Raadsman Van Dijk doet gewoon zijn werk en blijkt daarom bedreigd te worden. Dat heurt niet.

Landsbelang

Zo, dat is een intrigerend zinnetje. Het is een antwoord van het Openbaar Ministerie, dat daar kennelijk door een oplettende journalist vragen over gekregen heeft.

Sepot

Seponeren, de beslissing om niet of niet verder te vervolgen, komt redelijk veel voor. Het is een recht van het OM, dat op het zogeheten opportuniteitsbeginsel steunt. De laatste jaren wordt ongeveer 10% van alle rechtbankzaken en 15% van alle kantonzaken door het OM afgedaan met een onvoorwaardelijk sepot. In totaal werden er door het OM in 2012 ruim 20.000 zaken geseponeerd, aldus De Volkskrant.

Er zijn verschillende soorten sepots; technische sepots en beleidssepots.

Beleidssepot

Heeft het OM het te druk met grotere en serieuzere zaken, dan mag het beslissen relatief onbeduidende zaken met een sepot af te doen. Dat is direct terug te brengen op het opportuniteitsbeginsel. Het strafrecht dient het openbaar belang en de beschikbare capaciteit moet optimaal ingezet worden. Via de beruchte artikel 12-procedure kan een belanghebbende daar een klacht over indienen bij een gerechtshof, met het verzoek het OM alsnog te bewegen tot vervolging over te gaan.

De beleidssepots zijn weer onder te verdelen in voorwaardelijke en onvoorwaardelijke sepots. Het voorwaardelijk sepot is een gulden middenweg. Het OM kan beslissen een verdachte voorwaarden op te leggen en hem, zo lang hij zich aan die voorwaarden houdt, niet te vervolgen. In dat geval moet het OM wel beschikken over sluitend bewijs. Houdt de verdachte zich netjes aan de hem opgelegde voorwaarden, dan kan het OM onvoorwaardelijk seponeren en is de kous daarmee af.

Technisch sepot

Wanneer het OM er een hard hoofd in heeft dat een zaak zowel wettelijk als overtuigend te bewijzen is, kan het ervoor kiezen de zaak te seponeren. Hetzelfde geldt voor zaken die wel bewezen kunnen worden, maar die niet binnen de omschrijving van enig strafbaar feit vallen en zaken waarbij de dader op het spreekwoordelijke kerkhof ligt. Zo zijn er heel wat redenen, netjes opgesomd in de Aanwijzing gebruik sepotgronden om van een rechtsvervolging af te zien.

In geval van beide soorten sepots is het overigens ook nog niet altijd gezegd dat een verdachte helemaal niet vervolgd wordt. Dat kan namelijk ook nog aan een andere instantie zijn, van een militaire tuchtraad tot vervolging in het buitenland.

Landsbelang

In die lijst sepotgronden is ook dat “landsbelang” te vinden, onder het kopje “Gronden samenhangende met de algemene rechtsorde”. Daarbij gaat het om “staatsveiligheid, het ontzien van buitenlandse betrekkingen, het voorkomen van ongewenste maatschappelijke onrust“.

Het OM wil die twaalf zaken niet nader duiden en wil zelfs geen voorbeelden geven van zaken die in het belang der natie geseponeerd werden. Omdat zulks zo weinig voorkomt, zo vreest men, zou de goegemeente zo’n voorbeeld meteen kunnen herleiden naar de mensen om wier zaak het gaat.

“Slechts” drie op de tienduizend rechtszaken wordt omwille van het landsbelang geseponeerd, dus de kans dat de persoonsgegevens van een verdachte op straat komen te liggen lijkt me inderdaad reëel. Of dat bezwaarlijk is, dat vind ik weer een tweede. Wanneer het belang van de rechtsgang in zo’n zaak al ondergeschikt is aan het landsbelang, lijken de rechten van een individu wel heel marginaal.

Je zou voor minder in een achterdochtige kramp schieten. Over wie hebben we het?

Een overijverige AIVD-er? Syriëgangers? Lieden die een nieuwe manier uitdokterden om op het randje van de wet hun medemens een poot uit te draaien?

Buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders? De helft daarvan betaalt eenvoudige boetes al niet, diplomatieke onschendbaarheid is een prachtige ‘get out of jail free card‘. Zo af en toe duikt in die wereld nog wel eens een uitgebuit dienstmeisje op, ook in Nederland. Wie weet?

Binnenlandse hoogwaardigheidsbekleders? Iemand van het koninklijk huis, of toch Joris Demmink, zoals ze bij GeenStijl al besloten hebben, bijvoorbeeld? 

Ergens betwijfel ik of het nog zin zou hebben om de inmiddels gepensioneerde Joris Demmink op zo’n manier uit de wind te houden. De schijn heeft hij al tegen en men heeft er eerder in het geheel niet voor geschroomd onderzoeken tegen hem te beginnen. Je zou zeggen dat, als er steekhoudend bewijs ligt, het nu de tijd is om dat boven water te toveren en hard te roepen dat de rechtspraak prima functioneert. Ben je eindelijk van het gezeur af.

Identiteit

 

Ibn Ghaldoun III, zomerse zotternij in drie bedrijven

Tsja. Al het goede komt in drieën, zal’k maar zeggen.

Vandaag nochtans een nieuw dieptepunt in deze onverkwikkelijke kwestie: een actiegroep hing kettingsloten aan het hek van de school en dat konden de aanwezige leerlingen niet waarderen. Sterker; ze werden agressief en richtten hun woede op de aanwezige media. Een leerling van Ibn Ghaldoun sloeg een SBS-cameraman in het gelaat en schopte een verslaggever van RTL. Het zeventienjarig jongmens werd in de school door de politie in de kraag gegrepen. De cameraman moest zich in een ziekenhuis aan zijn verwondingen laten behandelen.

De actiegroep is een nog onbekende en op het eerste oog onbeduidende club, van rechts allooi, die zichzelf “Identitair Verzet” (website) noemt. Een meneer Peter de Graaf is het clubje in oktober vorig jaar begonnen en sindsdien hebben ze een aantal acties gepoogd op touw te zetten, met wisselend succes. Flyers met “Stop de Oost-Europese Invasie” in Boskoop en “Illegaal=Crimineel” in Den Haag – veel meer niet, eigenlijk.

Het idee komt van de Franse club Géneration Identitaire, die zich inmiddels vertakt heeft naar Duitsland, Oostenrijk, Vlaanderen en Nederland. De Nederlandse afdeling heeft bedacht dat Ibn Ghaldoun dicht moet en heeft de school daar kennelijk een handje mee willen helpen.

Het aantal gestolen examens is verder opgelopen naar 27, er zijn nog eens drie leerlingen aangehouden en op Ibn Ghaldoun zijn examenleerlingen inmiddels aan hun tweede zit begonnen. Drie van de havisten zagen dat helemaal niet zitten en spanden een kort geding aan tegen de Onderwijsinspectie. Dat hebben ze verloren, dus ook zij zitten weer met hun neus in de boeken.

Daar is overigens ook nog wat over te doen, want de frauderende leerlingen moeten de ongeldig verklaarde examens overdoen maar behouden daarbij het recht op een herkansing. Dat betekent dat zij een examen drie keer mogen maken, tegenover twee keer voor leerlingen die op eigen stoom zijn gezakt. Dat ís natuurlijk ook niet eerlijk.

Tel daar bij op dat deze herkansingsweek niet genoeg ruimte biedt om alle ongeldig verklaarde examens opnieuw af te nemen, sommige staan dubbel gepland met de normale herkansingexamens. Bestuursvoorzitter Ayhan Tonca wist dan ook te melden dat leerlingen samen met de school strategisch kiezen welke van die dubbel geplande examens naar augustus te schuiven. Dat is een maandje langer de gelegenheid om te blokken.

Dat leraren van Ibn Ghaldoun een weekendlang ook nog eens bijlessen gaven aan de leerlingen die deze week hun examens over moeten doen vind ik wat dat betreft de zure kers op de taart. De school liet zelfs gewone lessen voor leerlingen uit lagere klassen vervallen “omdat voorrang wordt gegeven aan de examenleerlingen” dixit directeur Renders.

Er is geen ontkomen aan, dat schuurt. Het is oneerlijk en het is buitengemeen jammer dat de politiek voor deze oplossing kiest. Jammer ook, dat kennelijk in eerste instantie alleen de PVV die oneerlijkheid aankaartte. Gelukkig was daar vanmiddag mevrouw Tanja Jadnanansing, van de PvdA en lid van de Tweede Kamer, die de school oproept uit eigener beweging de deur te sluiten. De reputatie van Ibn Ghaldoun is volgens haar zo “verziekt” dat het niet langer in het belang van de jongeren is om de school open te houden.

“Als je van die jongeren houdt dan moet je ervoor zorgen dat hun diploma boven elke twijfel verheven is.”

Tot die conclusie was ik ook al gekomen. Een diploma van Windesheimesque twijfelachtigheid. Daar zijn die kinders mooi klaar mee, de school saboteert met haar wanbeleid de toekomst van haar leerlingen. Dan wordt het hoog tijd dat zo’n school daar zijn eigen conclusies uit trekt en inderdaad de eer aan zichzelf houdt.

Zo’n beetje de gehele examenklas vwo (twintig leerlingen) van Ibn Ghaldoun wist van de diefstal en had de examens ingezien. Vijf van de aangehouden leerlingen komen uit deze ene klas, de zesde is een havist.

Deze surreële klucht kon nog gekker, overigens. Een van de aangehouden leerlingen heeft zitadvocaat en vrouwenhandjesweigeraar Mohammed Faizel Enait in de arm genomen. Soit, geen klucht zonder komediant.