De zalige Pillenpaus

In  Rome is de Bisschoppensynode over ´De pastorale uitdagingen voor het gezin in het kader van de evangelisatie’, die op 5 oktober begon, beëindigd. De 250 belegen deelnemers mochten zich, op verzoek de paus en zonder diens verdere bemoeienis, beraden over heikele onderwerpen als het gezin, seksualiteit, abortus, contraceptie, homoseksualiteit en echtscheiding. ‘Revolutionair’ zeiden de optimisten roemend én voorbarig.

Ikzelf ben helaas zo optimistisch niet ingesteld. In beginsel had ik er mijn twijfels al bij, omdat vrouwen en homoseksuelen natuurlijk niet uitgenodigd werden bij deze ‘raadgevende vergadering’, maar soit, wat weten die nou helemaal van gezinnen, seksualiteit en de liefde? Geheel in lijn met de aard van het instituut wordt er wel over de mensen gesproken en geoordeeld, maar worden ze zelf niet gehoord.

De agendapunten betreffen daarnaast zaken waar deze mannen zelf part noch deel aan hebben, als het goed is zijn de heren bisschoppen immers allemaal netjes celibatair en leven ze volledig losgezongen van de realiteit in hun ivoren klokkentorens.

Namens de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk schoof kardinaal Wim Eijk, de aartsbisschop van Utrecht, aan. Dat is de man die in het verleden aan priesterstudenten gedoceerd moet hebben dat homoseksualiteit een ‘neurotische ontwikkelingsstoornis’ is en homo’s elkaar niet kunnen liefhebben. Hij wilde zijn achterban ook niet vertellen welk standpunt hij van zins was om in te nemen. Van deze man verwachtte ik dus ook al weinig, ook al is hij afgezant van een van de meest progressieve landen ter wereld.

De aardverschuiving, waar de optimisten al met ingehouden adem op zaten te wachten, kwam er uiteraard niet. De Katholieke Kerk blijft mordicus tegen homoseksualiteit, ongehuwd samenwonen en mensen die willen hertrouwen na een scheiding.

Vandaag wordt Paus Paulus VI zalig verklaard, op de laatste dag van de Bisschoppensynode. Dat is de paus die de Bisschoppensynode instelde en met de encycliek Humanae Vitae (1968) het gebruik van anticonceptie verbood. De uitkomst van die synode is dan ook geheel in zijn geest.

Hij was het ook die aartsconservatieven Ad Simonis en Jo Gijsen tot bisschop wijdde, want wat het Vaticaan betreft was Nederland in die tijd een zieke kerkprovincie waar nodig orde op zaken gesteld moest worden. Een lastige luis in de roomse pels, waar men openlijk de rigide regels van Rome over zaken als geboorteregeling en het celibaat aan de kaak stelde. Een klein landje dat bol stond van een vervelende vernieuwingsdrang en waar vrouwen het gore lef hadden baas in eigen buik te willen zijn.

Bisschop Gijsen, die kent u vast nog wel, was uitgesproken tegen abortus en voor het celibaat. Hij had ook aparte ideeën over naastenliefde: “Anders komen we tot valse naastenliefde. Zoals ouders die hun kinderen te veel verwennen. Of een dokter die zegt dat hij een vrouw helpt door een ongewenste zwangerschap te beëindigen. Dat kan nooit uit echte naastenliefde gebeuren. Het doden van ongeboren leven is immers gruwelijk intolerant.” Zijn bisdom, Roermond, heeft inmiddels schoorvoetend moeten erkennen dat wijlen monseigneur Gijsen met al zijn naastenliefde twee kinderen misbruikt heeft.

De bisschoppen in Rome lieten gisteren de volgende boodschap (vertaald door het Katholiek Nieuwsblad) uitgaan:

“Wij, synodevaders, die verzameld zijn in Rome rondom paus Franciscus voor de buitengewone bisschoppensynode, wenden ons tot alle gezinnen op de verschillende continenten, en in het bijzonder tot hen die Christus volgen, die de weg de waarheid en het leven is. Wij spreken onze bewondering en dankbaarheid uit voor het dagelijkse getuigenis dat u aan ons en de wereld schenkt met uw geloof, uw hoop en uw liefde.

Ook wij, herders van de kerk, zijn geboren in een gezin en opgegroeid met de meest uiteenlopende verhalen en gebeurtenissen. Als priesters en bisschoppen hebben we gezinnen ontmoet en leefden we aan hun zijde. Met hun eigen woorden en door hun daden hebben ze ons veel mooie dingen laten weten, maar ook problemen.

De voorbereiding van deze synodale vergadering heeft ons, uitgaand van de antwoorden op de naar alle kerken in de wereld gestuurde vragenlijsten, in staat gesteld te luisteren naar de stemmen van de vele ervaringen in de familie. Het gesprek gedurende de dagen van de synode heeft ons wederzijds verrijkt en hielp ons om te kijken naar de hele levendige en complexe werkelijkheid, waarin de gezinnen leven.

Wij bieden u de woorden van Christus aan: “Ik sta aan de deur en ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.” (Openbaringen 3:20). Zoals Jezus gewoonlijk tijdens zijn tocht over de wegen van het Heilige Land de huizen van de dorpen binnenging, zo gaat hij ook vandaag nog over de straten van onze steden. In uw huizen zijn er licht en schaduw, enthousiasmerende uitdagingen, en soms dramatische beproevingen. De duisternis wordt nog sterker, tot zwartheid toe, als het kwaad en de zonde het hart van het gezin binnendringen.

Er is allereerst de grote uitdaging van de huwelijkstrouw. Het leven van het gezin wordt gekenmerkt door een verzwakking van het geloof en van waarden, door individualisme, een verschraling van relaties en een hectische stress, die niet tot bezinning laat komen.

Zo ontstaan er niet weinig echtelijke problemen, die vaak haastig worden aangepakt, zonder de moed tot geduld, tot rustige beoordeling, tot wederzijdse vergeving, tot verzoening en zelfopoffering. Mislukking leidt op die manier tot nieuwe verhoudingen, nieuwe paarvorming, nieuwe verenigingen en nieuwe huwelijken. Dit brengt gezinssituaties voort die complex zijn en christenen voor problematisch beslissingen plaatsen.

Onder deze uitdagingen moeten we de problemen van het leven zelf vermelden. Denken we aan het lijden, dat een kind met een handicap, een ernstige ziekte, de geestelijke achteruitgang op oudere leeftijd, of de dood van een geliefde kunnen betekenen De grootmoedige trouw van veel gezinnen is bewonderenswaardig, die door deze beproevingen met moed, geloof en liefde heen leven, doordat zij die niet als een last opvatten die hun wordt opgelegd, maar als iets dat hun gegeven aan wordt, en waarbij ze zichzelf geven, door de lijdende Christus in dat zieke lichaam te zien.

Laten we denken over de economische moeilijkheden, veroorzaakt door perverse systemen, door het “fetisjisme van het geld en in de dictatuur van een economie zonder gezicht en zonder een echt menselijk doel (Evangelii gaudium, 55), die de waardigheid van de mens schendt. Denken we aan de vader en moeder die werkeloos zijn, machteloos tegenover de basisbehoeften van hun gezin en aan de jongeren die voor een lege en perspectiefloze toekomst staan en slachtoffers kunnen worden van de aberraties van drugs en geweld.

Denk ook aan de talloze arme gezinnen, aan degenen die zich vasthouden aan een scheepsplank om een doel tot overleving te bereiken, aan de gevluchte gezinnen die zonder hoop in de woestijnen dwalen, aan hen die enkel om hun geloof en hun geestelijke en menselijke waarden worden vervolgd, aan wie door de wreedheid van oorlogen en door onderdrukking getroffen worden. Denk aan de vrouwen die geweld ervaren en aan uitbuiting worden onderworpen, aan de mensenhandel, aan de kinderen en jongeren die het slachtoffer worden van misbruik, en ten slotte aan degenen die hen daadwerkelijk zouden moeten beschermen en opvoeden in het geloof, en aan de leden van veel gezinnen die worden vernederd of in de problemen zitten. “De cultuur van welvaart verdooft ons (…), terwijl al deze wegens gebrek aan mogelijkheden onderdrukte levens zich als een louter schouwspel aan ons voordoen, dat ons op geen enkele manier schokt.” (Evangelii gaudium, 54). Wij roepen de regeringen en internationale organisaties op om de rechten van het gezin ten behoeve van het algemeen welzijn te bevorderen.

Christus heeft gewild dat de Kerk een huis is met een altijd open, gastvrije deur, zonder iemand uit te sluiten. Wij zijn dan ook de herders, de gelovigen en de gemeenschappen dankbaar, die hulp geven om te zorgen voor de innerlijke en sociale wonden van echtparen en gezinnen.

Er is echter ook licht, dat ’s nachts oplicht achter de ramen van de huizen in de steden, in de eenvoudige woningen van buitenwijken of in de dorpen, en zelfs in de hutten: Het schijnt en verwarmt het lichaam en de ziel. Dit licht, in het huwelijksleven van het echtpaar, wordt ontstoken in de ontmoeting: Het is een gave, een genade, die wordt uitgedrukt – zoals Genesis zegt (2,18) – wanneer zij elkaar in de ogen kijken, en een “hulpe” vinden , “die passend is”, dat wil zeggen, op gelijke basis en wederzijds. De liefde tussen man en vrouw leert ons dat elk van beiden de ander nodig heeft om zichzelf te zijn, zelfs als hij in zijn identiteit van de andere verschilt. Deze liefde opent en openbaart zich in de wederzijdse zelfgave. Dit brengt het Hooglied der Liefde op indrukwekkende wijze tot uitdrukking. “De Geliefde is van mij en ik ben van hem.” (Hooglied 2:16).

De weg om deze ontmoeting authentiek te laten zijn, begint met de verloving, een tijd van verwachting en voorbereiding. Die verwerkelijkt zich in de volheid van het sacrament, waar God zijn zegel opdrukt, zijn aanwezigheid en zijn genade. Deze weg kent ook de seksualiteit, de tederheid, de schoonheid die ook verder gaan dan de energie en jeugdige frisheid. De liefde heeft vanuit haar aard de neiging voor altijd te zijn, zelfs tot het geven van je leven voor de persoon die je liefhebt (vgl. Joh 15:13). In dit licht blijft de echtelijke liefde één en onverbrekelijk, ondanks alle moeilijkheden van menselijke beperkingen; het is een van de mooiste geheimen, ook al is het het meest voorkomende.

Bij deze weg, dat soms een bergpad is met moeilijkheden en valkuilen, heeft men altijd de tegenwoordigheid en de leiding van God. Het gezin ervaart dit in de genegenheid en de dialoog tussen man en vrouw, tussen ouders en kinderen, tussen broers en zussen. Dan leven ze in het gemeenschappelijke luisteren naar Gods Woord en in het gebed; een kleine spirituele oase, die je dagelijks voor even moet scheppen. Ten slotte is er de dagelijkse plicht van het onderwijs in het geloof en het goede en mooie leven van het Evangelie, in heiligheid. Deze taak wordt vaak met veel liefde en toewijding uitgeoefend en gedeeld door de grootmoeder en grootvader. Zo blijkt het gezin een authentieke huiskerk, die de gemeenschap van de Kerk groter maakt. De christelijke echtelieden zijn ten slotte geroepen leraren in het geloof te zijn en in de liefde ook voor andere jonge koppels.

Er is eindelijk een andere uitdrukking van de broederlijke gemeenschap en dat is die van de naastenliefde, het geschenk, de nabijheid tot de laatsten, de verschoppelingen, de armen, de alleenstaanden, de zieken, de vreemdelingen, de gezinnen in crisis, in het bewustzijn van de woorden van de Heer: “Het is zaliger te geven dan te ontvangen” (Handelingen 20:35). Het is het schenken van goederen, van kameraadschap, liefde en barmhartigheid, en ook van het getuigenis van de waarheid, van het licht en van de zin van het leven.

Het hoogtepunt, dat al Gods kinderen verzamelt en verenigt in gemeenschap met God en de naaste is de zondagse eucharistie, wanneer het gezin zich met heel de Kerk aan de tafel des Heren zet. Hij geeft zich aan ons allen, wij die in de geschiedenis op pelgrimstocht naar de laatste ontmoeting zijn, “Christus is alles en in allen.” (Kolossenzen 3:11). Daarom hebben we op de eerste etappe van onze synodale weg nagedacht over de pastorale begeleiding en het toelaten tot de sacramenten van hertrouwd gescheidenen.

Wij, synodevaders, vragen u gemeenschappelijk met ons naar de volgende synode toe te leven. Moge over jullie de aanwezigheid waken van het gezin Jezus, Maria en Jozef in hun eenvoudige woning. Ook wij sluiten ons aan hij het gezin uit Nazaret, en bidden tot de Vader van allen voor de gezinnen op aarde.

Vader, schenk alle gezinnen de aanwezigheid van sterke en wijze echtelieden, zodat zij een bron worden van vrije en hechte gezinnen.

Vader, geeft aan ouders een huis waar ze in vrede met hun gezin kunnen leven.

Vader, laat zonen en dochters teken van vertrouwen en hoop zijn, en schenk aan jongeren de moed voor een hechte en trouwe relatie. Vader, geef allen dat zij hun brood met hun eigen handen kunnen verdienen, dat ze innerlijke vrede genieten en de fakkel van het geloof levend houden in de duisternis van de tijd.” 

Wat ik al zei: losgezongen van de realiteit. Ik heb me vaak afgevraagd hoeveel aidsdoden en aidswezen er minder hadden kunnen zijn, wanneer dat zotte verbod condooms te gebruiken van de tafel zou zijn geveegd toen HIV en aids om zich heen begonnen te grijpen.

Gezinnen die al in armoede leven zijn in veel gevallen juist gebaat bij geboortebeperking. Mensen moeten ook nadenken over hoeveel monden ze kunnen voeden en verdienen de volledige vrijheid daar een weloverwogen keuze in te maken.

Huwelijkse trouw is een prachtig principe, daar dromen we allemaal vast wel van, maar het blijkt in de praktijk voor veel mensen onmogelijk vol te houden. Een nieuwe liefde is natuurlijk ook niet de enige reden om een huwelijk te beëindigen, er zijn er zo veel. Waarom zou bijvoorbeeld een slachtoffer van huiselijk geweld geen ander, geweldloos huwelijk zijn gegeven?

Godsdienstwaanzin

Aan gekken geen gebrek. Of, zoals mijn oma zaliger al placht te zeggen: Er lopen er meer buiten dan er binnen zitten. Oma kon het weten, die maakte twee wereldoorlogen mee én ze heeft daarna jarenlang in het centrum van Rotterdam gewoond. Heerlijk op een terras, in het zonnetje gezeten, liet ze de parade van rare mensen aan zich voorbij gaan. Mensen kijken was haar hobby.

Het ligt waarschijnlijk aan mij, de media en het weer of het water – maar ik denk een aanmerkelijke stijging in de aantallen religieuze gekken te bespeuren. Ik wil u even lastigvallen met de oogst van een paar dagen.

Meest opvallend zijn natuurlijk de fanatici van de Islamitische Staat. Die lopen natuurlijk ook erg in de kijker, zo met hun gruwelijke onthoofdingsfilmpjes en de moord op Samira Saleh Al-Naimi.

Dichter bij huis is er onze eigen jeugd, waarvan een aantal zich geroepen voelt voor de jihad af te reizen naar Syrië, de Paradijsbestormers uit de polder.

Meneer Wilders, met zijn op bijna op religieuze wijze beleden afkeer van de islam, meen ik overigens ook wel in dit rijtje te kunnen plaatsen.

Ook in eigen land: Vandaag gaf mevrouw Lilian Janse van Vlissingse SGP een gek geluid.

VI Gij zult niet doodslaan
“Abortus is moord. Onder alle omstandigheden, behalve als het leven van de moeder in gevaar is. Ik begrijp de gemengde gevoelens wel – want wat nou als je bent verkracht, bijvoorbeeld? Ik geloof dat je dan alleen het kind in liefde kunt opvoeden. Dat kind is ook een deel van jou. Ik vind het, hoe dan ook, onvoorstelbaar dat je tegen God zou zeggen: ik hoef dit leven niet. Dat geldt dus ook voor euthanasie. Je sterft pas als God zegt dat het tijd is. Je mag genezing zoeken – in de Bijbel komen ook dokters voor – en als je ’s winters extra vitamine C neemt, zie ik niet in waarom je een baby niet tegen polio mag inenten, maar je mag niet zomaar zelf beslissen dat je leven wel lang genoeg heeft geduurd.
 

We mogen, volgens de Bijbel, wel besluiten om een einde te maken aan het leven van een moordenaar of een verkrachter. Van mij mag de doodstraf weer worden ingevoerd. Snel en niet extra pijnlijk of zo – het hoeft geen show op de markt te worden zoals in de Arabische wereld gebeurt. Ja, ook zíjn leven is van God gegeven, maar iemand die zulke gruwelijke dingen doet, heeft al zijn rechten verspeeld. Nu is het nog zo dat een zedendelinquent na een paar jaar al weer op straat staat, terwijl, bijvoorbeeld, de ouders van het verkrachte en gewurgde meisje in feite tot levenslang veroordeeld zijn. Dat druist in tegen elk gevoel van rechtvaardigheid. 

Het klinkt misschien hard, maar ik geloof dat ik – zolang ik het vreselijke lot van zijn slachtoffers maar in gedachten houd – zelf de beul zou kunnen zijn.”


Dat blijft een speciaal soort religieuze gekte, op je gods rechtersstoel klimmen. De doodstraf moet kunnen en mevrouw wil zelfs het beulszwaard ook nog zelf ter hand nemen, maar voor een verkrachtingsslachtoffer mag abortus geen optie zijn en voor een terminaal zieke, die alleen nog lijden te wachten staat, is euthanasie verboten. Je mag eigenlijk niet doodslaan maar soms toch wel, want mevrouws god zegt ‘t.

“Een vrouw kan volgens de Bijbel nu eenmaal geen dominee, ouderling of diaken worden. We mogen ook niet aanzitten bij vergaderingen van de kerk.”

Wat is dat toch met religieuzen en de discriminatie van vrouwen? Als vrouwen inmiddels toch al iets bewezen hebben, dan is het wel dat ze in het geheel niet onderdoen voor mannen. Ook niet op het intellectuele vlak.

In dezelfde categorie: In  Rome buigt sinds vandaag een commissie van 250 belegen mannen zich over onderwerpen als het gezin, seksualiteit, abortus, contraceptie, homoseksualiteit en echtscheiding. Zaken waar ze part noch deel aan hebben, als het goed is zijn de heren bisschoppen allemaal netjes celibatair. Namens de Nederlandse Rooms-Katholieke Kerk schuift kardinaal Wim Eijk, de aartsbisschop van Utrecht, aan. Dat is de man die in het verleden aan priesterstudenten gedoceerd moet hebben dat homoseksualiteit een “neurotische ontwikkelingsstoornis” is en homo’s elkaar niet kunnen liefhebben.

Vrouwen zijn natuurlijk niet uitgenodigd bij deze “raadgevende vergadering”, maar soit, wat weten die nou helemaal van gezinnen, seksualiteit en de liefde?

Afgelopen week maakte ook een groep ultra-orthodoxe joden stennis, vlak voor en tijdens een vlucht van New York naar Tel Aviv. Dit herrenvolk, een van Israëls minderheden, wil pertinent niet naast ‘vreemde vrouwen’ zitten. In Israël zijn er daarom “mehadrin” bussen en buslijnen. Vrouwen dienen achterin de bus in te stappen en mannen voorin. Busmaatschappij Egged, die voorziet in openbaar busvervoer, drijft een aantal van die sekse gesegregeerde buslijnen in de Charedische buurten van Jeruzalem. Deze vorm van openbare en geïnstitutionaliseerde discriminatie mag, zelfs van het Israëlisch Hoge Gerechtshof. Tenminste, zo lang de dames zich maar zonder geweld en zonder dwang naar de achterzijde van de bus laten bonjouren.

Eenmaal in het vliegtuig bleven de heren narrig in het gangpad staan. Ze probeerden van stoelen te ruilen en ze boden daarbij hun medepassagiers zelfs geld aan. Toen ze hun zin niet kregen zijn ze alsnog op de hen toegewezen plaatsen gaan zitten. Tot het vliegtuig was opgestegen, that is, toen begon het zeloot gezeur opnieuw.

Moet u zich eens voorstellen dat blanke passagiers zich zo gedragen hadden ten opzichte van gekleurde passagiers. Dat we gekleurde buspassagiers weer achterin de bus zouden laten plaatsnemen met als argument dat het prima is hen te discrimineren omdat god het zegt of omdat ze zich die discriminatie “vrijwillig” aan laten leunen.

Is het niet gewoon hoog tijd dat we religieus fanatisme definitief opnemen in de DSM-5?

Schijnheilig II

Joannes Gijsen werd op 13 februari 1972 door paus Paulus VI in eigen persoon tot bisschop gewijd. De paus sommeerde kardinaal Bernardus Alfrink voor die gelegenheid naar Rome af te reizen en dwong de kardinaal Joannes Gijsen de handen op te leggen. 

Wat het Vaticaan betreft was Nederland in die tijd een zieke kerkprovincie. Een lastige luis in de roomse pels, waar men openlijk de rigide regels van Rome over zaken als geboorteregeling en het celibaat aan de kaak stelde. Een klein landje dat bol stond van een vervelende vernieuwingsdrang en waar vrouwen het gore lef hadden baas in eigen buik te willen zijn. De paus benoemde twee “rechtzinnige” mannen, Joannes Gijsen en Ad Simonis, tot bisschop om orde op zaken te stellen in dat opstandige kikkerlandje. 

Joannes Gijsen was aartsconservatief. In zijn bisdom leerde men hem daarnaast kennen als een onverzettelijk en kil man. Homoseksualiteit vond hij tegennatuurlijk en hij was strikt voor het celibaat. In lijn met Rome nam hij stelling tegen abortus en euthanasie. Kort na zijn aanstelling in Roermond haalde hij uit naar de politiek: 

Een katholiek politicus die meewerkt aan de legalisering van abortus moet op zijn minst eens nagaan of zijn geweten nog wel goed gevormd is.” 

Tijdens een interview in 2000, zeven jaar nadat hij plotseling zijn werk als bisschop van Roermond neerlegde en hij sinds vijf jaar het bisdom IJsland bestierde, bleek hij niets milder te zijn geworden.  

“Anders komen we tot valse naastenliefde. Zoals ouders die hun kinderen te veel verwennen. Of een dokter die zegt dat hij een vrouw helpt door een ongewenste zwangerschap te beëindigen. Dat kan nooit uit echte naastenliefde gebeuren. Het doden van ongeboren leven is immers gruwelijk intolerant.”

Kort voor het vertrek van de bisschop in 1993 bleek de conrector van het seminarie Rolduc, waar Joannes Gijsen in zijn hoedanigheid als bisschop verantwoordelijk voor was, seks te hebben met zijn studenten. Bisschop Gijsen wist daarvan, maar handelde niet.

Op 2 september 2011 werd tegen de bisschop een klacht neergelegd. In 1958, toen hij kapelaan was, zou hij een toen negen- of tienjarige jongen hebben misbruikt. De bisschop weigerde alle medewerking aan het onderzoek van de klachtencommissie voor seksueel misbruik binnen de rooms-katholieke kerk en toog zelfs naar de politie om daar aangifte wegens smaad te doen. De klacht werd in 2012 na rijp beraad ongegrond verklaard, maar de commissie deed daarbij wel een wonderlijke uitspraak: ze liet weten dat daarmee “bepaald niet gezegd wil zijn dat de door de klager gestelde feiten niet waar zouden zijn”.

Het slachtoffer liet het er niet bij zitten en er werd een herzieningsverzoek ingediend. Bisschop Gijsen stierf op 24 juni 2013. Op 28 juni 2013 werd het herzieningsverzoek gegrond verklaard en op 15 januari 2014 vond er opnieuw een zitting plaats van de klachtencommissie. Ditmaal overtuigde “de authentieke wijze waarop en de details waarmee klager zijn verhaal in het klaagschrift heeft bewezen en ter zitting heeft verteld” de leden van de klachtencommissie wél. Alleen echter voor wat betreft de lichtste handtastelijkheden. Voor het meer verregaande misbruik, tot verkrachting aan toe, zag men geen “steunbewijs”. 

In 2011 werd overigens ook een tweede klacht tegen bisschop Gijsen ingediend. In 1958 zou hij gesurveilleerd hebben op de slaapzaal van het seminarie Rolduc, waarbij een masturberende pupil begluurde. Omdat gluren per definitie nog geen kindermisbruik is werd de klacht onontvankelijk geacht.

Tijdens de uitoefening van zijn ambt in Reykjavik kreeg bisschop Gijsen een brief in handen van een man die daarin schreef dat hij als kind door een IJslandse priester misbruikt werd. De bisschop vernietigde de brief, ongeopend.

Op 29 april 2013 werd opnieuw een klacht ingediend tegen bisschop Gijsen. De klacht in kwestie behelst het betasten van een jongen in 1961. Pas op 15 januari 2014 beraadt de klachtencommissie zich over deze zaak tijdens een zitting en ze adviseert het bisdom Roermond de klacht gegrond te verklaren.

Het bisdom Roermond heeft inmiddels erkend dat bisschop Gijsen twee kinderen heeft misbruik. Schoorvoetend weliswaar, want het bisdom weet al sinds februari dit jaar van het oordeel van de klachtencommissie, maar hulde zich twee maanden lang toch in stilzwijgen. Met zulke informatie wil het bisdom niet “te koop lopen”.

Luidruchtig je afkeer laten horen over wat volwassen mensen van hetzelfde geslacht met elkaars wederzijdse toestemming in hun slaapkamer uitspoken, maar misbruik van kinderen stilletjes onder de mijter houden.

Geheel in de geest van wijlen de monseigneur. Wel ja.

Bliksemafleider

De rooms-katholieke kerk ligt nog altijd onder vuur om het onder de mijter houden van de vele zaken van kindermisbruik door haar paters, pastoors en nonnen die in de bekendheid geraakten. Reageerde zij eerst als door een wesp gestoken op de suggestie dat dergelijk misbruik een oorzakelijk verband zou kennen met het celibaat, nu wijst zij zelf bij monde van haar second in command kardinaal Bertone met een beschuldigende vinger naar homoseksualiteit.

Met uitgestreken gezicht beweert de kardinaal tijdens een persconferentie in Chili dat “Veel psychiaters en psychologen aangetoond hebben dat er geen relatie bestaat tussen het celibaat en pedofilie, maar dat hem verteld is dat ander onderzoek laat zien dat er een relatie bestaat tussen homoseksualiteit en pedofilie“.

Van een voorman van het instituut dat zich graag laat voorstaan op een patent op de juiste beleving van seksualiteit is dit uiteraard geen al te verrassende zet. Twee zondige vliegen in één klap, zal de kardinaal gedacht hebben. Het blijft echter bij holle retoriek; van welke illustere wetenschapper dat onderzoek zijn mag en waar de gemiddelde sterveling het kan naslaan rept hij in de gauwigheid niet.

Ik weet van in ieder geval een tweetal onderzoeken waaruit anders blijkt. Een Dr. Gregory M. Herek heeft onderzoek gedaan naar de vraag of homoseksuelen relatief vaker betrokken zijn bij kindermisbruik, of niet. Een samenvatting van zijn conclusie:

De conclusie die Gregory M. Herek trekt uit zijn empirische onderzoek, is dat er geen enkele aanwijzing is te geloven dat seksueel misbruik vaker wordt gepleegd door homoseksuele dan heteroseksuele mannen. Misbruik van kinderen staat los van de volwassen seksuele identiteit van de dader als hetero-, homo- of biseksueel. Er is dus geen enkele grond waarop homoseksuelen gevreesd mogen worden als een gevaar voor kinderen. Herek wijst er wel op dat deze conclusie niet inhoudt dat seksueel kindermisbruik door homoseksuelen niet voorkomt. Het is echter onjuist te denken dat het misbruik door homoseksuelen relatief gezien hoger ligt dan door heteroseksuelen.”

En er was al eerder een dergelijk onderzoek; door David E. Newton:

Studies hebben aangetoond dat er geen reden is te geloven dat er iets anders is dan een willekeurige relatie tussen homoseksualiteit en kindermisbruik.
De typische dader is een heteroseksuele man
.”

De kardinaal bezoekt Chili overigens omdat de kerk ook daar een onderzoek doet naar een aantal pedoseksuele priesters, die hun handen niet thuis wisten te houden. Waar doet ze dat niet, begin ik me zo langzamerhand af te vragen.

Ironisch genoeg zijn juist in de Chileense zaak de slachtoffertjes meisjes, waarvan er een zelfs door zo’n priester bezwangerd werd.