Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Wat mag je zeggen van een regime dat kranten en tv-zenders, die kritische geluiden over genoemd regime publiceren, met veel machtsvertoon overneemt en onder curatele stelt – om hen vervolgens als platform te gebruiken voor haar eigen propaganda?

In Turkije trof de kranten Bugün, Millet en Zaman en de televisiezender Kanaltürk dit lot. De politie viel met veel vertoon en geweld hun redacties binnen. Sinds die overname berichten deze media pro-regime. Honderden journalisten, columnisten en (hoofd-) redacteuren werden ontslagen onder politieke druk van het regime van president Recep Tayyip Erdoğan en zijn partij AKP.

Wat mag je zeggen van een regime dat journalisten in gevangenissen opsluit omdat ze hun werk deden? De hoofdredacteur van de krant Cumhuriyet, Can Dundar, staat in Turkije terecht omdat hij de euvele moed had te berichten over wapenleveringen vanuit Turkije aan Syrische rebellen en omdat hij een artikel publiceerde over een corruptieschandaal uit 2013. Met de berichtgeving over dat corruptieschandaal ‘beledigde’ hij Recep Tayyip Erdogan en diens aanhangers, waarvoor hij afgelopen maandag veroordeeld werd tot een boete van  € 9.000. Twee jaar geleden publiceerde Dundar een video waarop te zien zou zijn hoe Turkse inlichtingendiensten vrachtwagens met wapens naar Syrië smokkelen. Daarom staat hij nu terecht wegens ‘hoogverraad’ en loopt hij het risico levenslang te worden opgesloten. 
Twee andere Turkse journalisten werden afgelopen donderdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar, omdat ze in januari 2015 bij een redactioneel commentaar een cartoon van de profeet Mohammed van Charlie Hebdo publiceerden. Die cartoon prijkte op de voorpagina van Charlie Hebdo, na de aanslag op het hoofdkantoor van het Franse satirische weekblad. Met de publicatie van die cover ‘beledigden’ de twee Turkse journalisten de religieuze goegemeente en maakten zich schuldig aan godslastering.
Wat mag je van een regime zeggen dat buitenlandse journalisten de toegang tot het land ontzegt? Het gebeurde onder anderen de Amerikaanse journalist David Lepeska, de Duitse journalist Volker Schwenck, Griekse persfotograaf Giorgos Moutafis, de Noorse Silje Ronning Kampesaeter, de Deense Claus Blok Thomsen en natuurlijk de Nederlandse Fréderike Geerdink. 
Wat mag je zeggen van een regime dat de zowel de inhoud als de programmering van haar onwelgevallige documentaires probeert te beïnvloeden door druk uit te oefenen vanuit haar ambassade?
Wat mag je zeggen van een regime dat ervoor ijvert onwelgevallige buitenlandse komieken te laten vervolgen? De Duitse tv-komiek Jan Böhmermann weet er inmiddels alles van. Met zijn optreden zette hij een politieke hamvraag op scherp: “Hoe gaan we om met verschrikkelijke regimes waarmee we ook moeten samenwerken?” Dat is een goede vraag, maar wel een die hem inmiddels op dreiging van vervolging, bedreigingen, honderden aangiftes en de noodzaak tot onderduiken is komen te staan. 

Intimidatie in Nederland

Wat mag je zeggen van een regime dat een klopjacht houdt op haar critici, tot in het buitenland aan toe? De lange arm van het regime-Erdoğan reikt tot in Nederland, waar Nederlandse burgers bezocht worden door mensen van het Turkse consulaat, telefonisch lastiggevallen worden, belasterd en bedreigd worden. Gewoon, omdat ze zich kritisch durven uit te laten over het regime-Erdoğan.

”Ik kreeg mensen van het consulaat over de vloer. Ze hebben op een subtiele manier kenbaar gemaakt dat ik mijn mening over Erdoğan moet herzien en dat ik geen zaken moet doen met Gülen-sympathisanten omdat dat gevolgen kan hebben voor mijn handel met Turkije”

Het Turkse consulaat in, nota bene, mijn eigen Rotterdam stuurde een mail rond waarin zij opriep ‘beledigingen’ aan het adres van president Erdoğan te melden bij het consulaat. Met namen en rugnummers, alstublieft. 
Gelukkig was dat een vergissing van een medewerker van dat consulaat, een misverstandje, anders had ik nu moeten beginnen over NSB’ers, judaskussen en adders aan de borst. 
En dit stuk is al zo lang. 

Wat te zeggen

Goed. Van zo’n regime en haar voorman mag je alles zeggen. Het zou zelfs kwalijk zijn dat niet te doen. ‘Tiranniek’ zou ik hen bijvoorbeeld willen noemen. ‘Dictatoriaal.’ ‘Ondemocratisch.’ ‘Verraderlijk.’ Er is sprake van verregaand machtsmisbruik, een persbreidel en mensenrechtenschendingen. Recep Tayyip Erdoğan smoort elke kritiek op zijn persoon in de kiem, en wel met bijzonder onfrisse middelen. 
Moet Europa daar zaken mee willen doen? En als het dat dan doet, mag Europa nog verbaasd opkijken als blijkt dat afspraken niet nagekomen worden? Zo lang onze politici zich daar tam over op de vlakte houden zouden we juist dankbaar moeten zijn dat satirici en columnisten wél de moeite nemen om aan die onwelriekende pot te rammelen. 
Nee, wij moeten het doen met een politica zoals Frau Merkel, die meneer Böhmermann voor de leeuwen gooide door zijn hekeldicht als “opzettelijk kwetsend” af te doen. Dat was voorbarig en dom. 

Ebru Umar

Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bezocht Turkije in januari 2015. Prompt werd, tijdens zijn verblijf aldaar, de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink in hechtenis genomen. Geerdink werd door een acht man sterk team van de Turkse Anti-Terrorisme Eenheid aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Haar huis werd doorzocht en ze werd beschuldigd van “het verkondigen van ‘propaganda voor een terroristische organisatie”. Tijdens datzelfde verblijf van Koenders in Turkije werd de Turks-Nederlandse journalist Mehmet Ülger opgepakt op het vliegveld van Istanboel.
Was het toeval dat columniste Ebru Umar werd aangehouden kort nadat minister Koenders Turkije weer met een bezoekje verblijdde? Op 10 april prees hij zijn Turkse ambtgenoot voor het feit dat Turkije “met toewijding en energie” zo veel vluchtelingen opvangt én sprak hij met vertegenwoordigers van Amnesty International en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. 
Amnesty International en UNHCR berichtten de minister over misstanden bij de terugkeer van vluchtelingen in Turkije. Turkije heeft enkele duizenden Syrische vluchtelingen illegaal teruggestuurd naar Syrië, terug de oorlog aldaar in. Die informatie brengt de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije in gevaar. De Tweede Kamer vroeg minister Koenders daar navraag naar te doen.
Op 23 april werd Ebru Umar door de Turkse politie in haar vakantiehuis in Kusadasi gearresteerd. Inmiddels in ze weer vrijgelaten, maar ze mag het land niet verlaten. Of dat toeval is, dat waag ik te betwijfelen. 

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Onze vrijheid van meningsuiting is niet in het geding. Zeker, dat durf ik met droge ogen neer te pennen. Er is geen overheidsorgaan, commissie van wijzen of censor die ons van tevoren de maat neemt en besluit of hetgeen wij wilden gaan zeggen, schrijven of uitzenden wel toelaatbaar is. 
Achteraf kan een uitlating door een rechter getoetst worden, dat dan weer wel. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland namelijk niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. In onze Grondwet kunt u het volgende lezen: 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.            
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

De wet is dus enige restrictie aan onze vrijheid van meningsuiting. Niet het goede fatsoen, whatever that may be. We hebben zelfs niet de plicht goed na te denken voor we wat zeggen, laat staan een plicht om het debat met steekhoudende en beschaafde argumenten te voeren. 
Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken kent ons rechtssysteem ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet beledigen, discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.
De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheid van meningsuiting telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. 
Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De op een na laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.
De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.
Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.
De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. 
Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Adolf Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.
Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” 
Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t. 
Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. 
Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.
Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Extra bescherming

Zo’n wetsartikel dat de ene mens meer bescherming door de wet biedt dan de andere mens, past dat wel in een democratie, die per definitie gestoeld is op het menselijk gelijkheidsideaal? Is het gewone wetsartikel dat belediging verbiedt niet goed genoeg voor de religieuze medemens, de koning en de ambtenaar in functie? 
De belediging van bevriende staatshoofden en regeringslieden (zo lang ze onze vrindjes niet zijn beledigt u maar een end weg) is ook bij wet verboden, vermits zij ten tijde van de belediging ambtelijk in Nederland verpoosden. 
De affaire Jan Böhmermann bewijst het gevaar van zo’n wetsartikel. Daar maakt een langetenenpotentaat zoals de Turkse president handig misbruik van, door Duitslands eigen wetgeving in stelling te brengen tegen een van haar eigen komieken. 
Het is Turks olieworstelen met de vrije meningsuiting, een glibberige bedoening die het risico met zich meebrengt dat een van de lange armen van Erdogan zo maar opeens je broek in glipt en hij je bij de spreekwoordelijke ballen heeft. 
Moet je niet willen. 

Het Festival van het Vrije Woord

Morgen, 3 mei, is Internationale Dag van de Persvrijheid. Gedegen journalistiek en een ongebreidelde pers zijn van levensbelang voor elke democratie. Journalisten onderzoeken, verzamelen, analyseren en publiceren nieuwsfeiten. Ze verzorgen, zo objectief mogelijk, berichtgeving over zaken waar het publiek in geïnteresseerd is of zou moeten zijn.

Persvrijheid is de grote broer van de vrije meningsuiting: Het recht in alle vrijheid een mening te mogen koesteren en uiten kan niet bestaan zonder het recht te informeren en geïnformeerd te worden. Zonder inmenging van de staat.
Vanavond vindt in De Balie te Amsterdam daarom het Festival van het Vrije Woord plaats, een viering van het vrije woord en de persvrijheid en tegelijkertijd een protest tegen de bedreigingen daarvan. Daartoe is er een uitgelezen gezelschap van gastsprekers uitgenodigd.

Onder hen is bijvoorbeeld Abdullah Elshamy, journalist voor Al-Jazeera, die werd opgepakt toen hij als journalist een gewelddadig politieoptreden tegen aanhangers van de afgezette president Mohammed Morsi versloeg. Daarna werd hij tien maanden lang zonder grond en zonder aanklacht vastgehouden in een Egyptische gevangenis.

Ook Egypte-correspondent Rena Netjes, die in Egypte bij verstek veroordeeld werd tot tien jaar gevangenisstraf, zal acte de présence geven. Midden-Oosten correspondent Judith Spiegel, die in Jemen werd ontvoerd en een boek over deze ervaring schreef, zal dat boek presenteren

Kurt Westergaard, de Deense cartoonist die toch inmiddels alweer bijna tien jaar lang zijn leven niet zeker is vanwege een van zijn cartoons, zal de Persvrijheidslezing uitspreken. Die cartoon, van de profeet Mohammed met een bom in zijn tulband, kwam Kurt Westergaard in 2010 nog op een aanslag op zijn leven te staan toen een Somalische man, gewapend met een gekromd mes en een bijl, zijn woning binnendrong.

De Mohammedcartoons

Juist de heftige reacties op die cartoon en een aantal andere die in het Deense dagblad Jyllands Posten werden afgedrukt illustreren bij uitstek aan welke gevaren de vrije meningsuiting in het algemeen en de persvrijheid in het bijzonder blootstaan.

In Denemarken durfde destijds geen enkele illustrator het nog aan om een eenvoudig en onschuldig kinderboekje over profeet Mohammed van leuke plaatjes te voorzien, simpelweg uit angst voor represailles. De Jyllands-Posten besloot op die actualiteit in te haken met een artikel over zelfcensuur en de vrijheid van meningsuiting. Daarbij drukte ze een twaalftal satirische spotprenten af.

Kort na publicatie werden de journalisten telefonisch met de dood bedreigd. Een Deense moslimorganisatie Islamisk Trossamfund eiste excuses van de krant, die dat uiteraard weigerde. Er volgde nog een vreedzame protestdemonstratie voor het kantoor van Jyllands-Posten en daar bleef het in eerste instantie bij. Zes van de spotprenten werden weliswaar nog in een Egyptisch dagblad afgedrukt, maar geen haan die er nog naar kraaide.

Totdat vijf Deense moslims een bezoekje aan Egypte brachten, met een kleine collectie cartoons waar ze een aantal eigen maaksels aan hadden toegevoegd, waaronder onder andere een prent van Mohammed als demonische pedofiel en een bewerkte foto van een man met een varkenssnuit, die ook Mohammed zou voor moeten stellen. Althans, dat claimde het illustere vijftal. Later bleek het een foto te zijn van een Fransman, die meedeed aan een folkloristische competitie schreeuwen-als-een-varken.

Ook Libanon, Syrië, Marokko en Algerije werden met zo’n bezoekje vereerd en tijdens dat gezellige samenzijn werd driftig met de tekeningen gewapperd. Langzaamaan begint dan de hysterie. Van handelsboycots, ambassades die in het beste geval gesloten en in het slechtste geval gebrandschat worden, pogingen tot aanslagen, op onder anderen Kurt Westergaard, tot heuse volksoplopen waarbij uiteindelijk zelfs doden vallen.

Tegen die tijd leidden de cartoons, en dan met name de door ons illustere vijftal zelfverzonnen platen, een eigen leven en was iedereen vergeten dat de Deense cartoons nooit getekend zijn met het oogmerk moslims te beledigen.

Het Festival van het Vrije Woord

Vanavond is De Balie zwaar beveiligd. Omdat het moet. We zijn de aanslag op Charlie Hebdo immers nog niet vergeten. Bezoekers zijn gescreend en konden slechts een kaartje per persoon kopen. Ze zullen zich aan de deur moeten legitimeren en tussen beveiligingspoortjes moeten laveren. De Amsterdamse politie heeft haar maatregelen genomen en beveiligers zullen in ruime mate aanwezig zijn.

Het publiek krijgt van De Balie tijdens dit Festival van het Vrije Woord, behalve lezingen, debatten en een optreden van Hans Teeuwen, dus ook een ervaring cadeau. Bezoekers kunnen vanavond ervaren hoe het is zwaarbeveiligd door het leven te moeten gaan omwille van het vrije woord.

Schrijversorganisatie PEN

De komst van Kurt Westergaard was tot vandaag geheim, maar zou tijdens het organiseren van het evenement al voor een twist gezorgd hebben. Nieuwsuur weet te melden dat schrijversorganisatie PEN Nederland uit de organisatie van het Festival van het Vrije Woord stapte vanwege de komst van meneer Westergaard. Het werd hen te eng, de verantwoordelijkheid te groot.

Die beslissing deed PEN-bestuurslid Maartje Duin op haar beurt opstappen: “Ik vond het niet te verteren dat wij een paar maanden geleden met opgeheven potloden op de Dam stonden na de aanslag op Charlie Hebdo en wij ons nu terugtrekken uit dit evenement.”

PEN is een internationale organisatie van schrijvers die ijvert voor het beschermen van de vrijheid van meningsuiting tegen repressieve overheden. Afgelopen januari riep PEN Nederland haar leden inderdaad nog op om mee te lopen in een demonstratie, die georganiseerd werd bij wijze van steunbetuiging aan de slachtoffers en nabestaanden van de aanslag op Charlie Hebdo. De slappe knieën die de organisatie nu toont passen daar niet erg bij.

Diezelfde interne verdeeldheid is overigens te zien bij het Amerikaanse PEN, dat op 5 mei haar prestigieuze Toni and James C. Goodale Freedom of Expression Courage Award aan Charlie Hebdo zal toekennen tijdens een gala. Dat besluit kan op protest rekenen van 145 schrijvers, die zoals schrijvers dat betaamt in de pen klommen en een protestbrief componeerden.

“To the section of the French population that is already marginalized, embattled, and victimized, a population that is shaped by the legacy of France’s various colonial enterprises, and that contains a large percentage of devout Muslims, Charlie Hebdo’s cartoons of the Prophet must be seen as being intended to cause further humiliation and suffering.”

Terecht wijzen de schrijvers op de dubbele moraal die men eerder bij Charlie Hebdo liet zien door het ontslaan van cartoonist Siné, Maurice Sinet, vanwege anti-semitisme. Dat staat inderdaad in schril contrast met de carte blanche het het magazine haar medewerkers geeft waar het om bijvoorbeeld moslims en katholieken gaat.

Dat gezegd hebbende vind ik de conclusie dat het afbeelden profeet Mohammed niet anders dan als beledigend bedoeld opgevat moet worden meer dan voorbarig. Dat moslims hun profeet niet afgebeeld wensen te zien is bekend, zoals schrijfster Deborah Eisenberg schreef aan Susanne Nossel van PEN, maar dat mag voor niet-moslims geen beletsel zijn. Ik schreef het eerder al eens: Een verbod op het afbeelden van de islamitische profeet Mohammed komt mij net zo vreemd voor als het verbod van Pythagoras op het eten van bonen en ik voel me in beide gevallen niet geroepen er gehoor aan te geven.

De teneur van het schrijven van mevrouw Eisenberg is daarnaast dat Charlie Hebdo erom gevraagd heeft vanwege brainlessly reckless. Daar kan ik niet zo goed tegen, die verschuiving van verantwoordelijkheid van dader naar slachtoffer, het is als tegen een verkrachtingsslachtoffer zeggen dat ze een te kort rokje droeg.

Charlie Hebdo overleefde en vond de moed door te gaan. Dat verdient wel een prijs voor moed, zou ik zeggen.

Mocht ik die prijs echter mogen vergeven, dan ging hij vandaag naar Kurt Westergaard. Tijdens een interview werd hij gevraagd of hij, na alles wat hem overkwam, nog met veel haat leeft. Zijn antwoord is confronterend eerlijk:

“Nee, mijn haat richtte zich op moslims. Het was verleidelijk, maar het is niet fair om hen allemaal te haten. Ik voel nu vooral woede. Het is een soort afweermechanisme. Collega-tekenaars van de Mohammed-cartoons raakten getraumatiseerd, maar woede was mijn eerste gevoel. Die heb ik vastgehouden. Het verzwakt over de jaren, misschien verdwijnt het ooit wel. Dat hangt ervan af hoeveel jaar ik nog heb. Nu hebben we Charlie Hebdo in Parijs en de aanslagen in Kopenhagen er vlak na… Als ik daaraan denk, blijft de basis van mijn gevoel woede.”

Haat voor de de ander en het vreemde is verleidelijk, zeker wanneer we gedreven worden door angst. 
Het inzicht dat het unfair is zo te haten en dat niet langer te doen, dat vergt moed. 

Waarom uw religie irrelevant is

Weet u, u gelooft maar fijn een eind weg. Dat is u van harte gegund, zeker wanneer u daar zelf gelukkig van wordt. Thuis, in de kerk, de moskee, de synagoge of eender welke tempel gewijd aan eender welke godin of godin – zo lang u uw medemens er maar niet mee lastig valt. Dat laatste, dat moest echt maar eens afgelopen zijn.

U gaat uw goddelijke gang dus maar, zo lang u binnen de grenzen van het redelijke blijft. De eerste grens van dat redelijke ligt bij de vrijheid van uw medemens om anders te geloven dan u doet. Of gewoon niet te geloven natuurlijk. Persoonlijk heb ik meer met de wetenschap, al is het maar om haar standaardinstelling “we weten het (nog) niet”. Wetenschap laat ruimte, voor voortschrijdend inzicht, voor nieuwe ontdekkingen en inzichten en voor kunnen toegeven dat je het eerder mis had. Dat heb ik liever dan in beton gegoten dogma’s en heilige huisjes.

Een tweede grens is de vrijheid van uw medemens om op zijn beurt iets te vinden van uw opvattingen, overtuigingen, heilige boeken. Niemand kan en mag dicteren wat er in andermans hoofd omgaat, die Gedanken sind frei. Niemand hoeft u angstvallig naar de mond te praten en wie het met u oneens is, die heeft u bij lange na nog niet beledigd.

De bonen van Pythagoras

Voor wie niet in uw god gelooft zijn diens regels van nul en generlei waarde en daar heeft u zich maar bij neer te leggen. Uw religie, religieuze regeltjes en mores zijn voor hem volkomen irrelevant. Dat maakt u als mens natuurlijk niet irrelevant, laat dat ook voor de slechte verstaander duidelijk zijn. Uw opvattingen, overtuigingen en drijfveren zijn alleen voor uzelf zaligmakend – niet voor mij en niet voor de rest van de wereld. Ze maken u zelfs niet per definitie een beter mens. Religie, of zelfs een god bij wijze van extern geweten, is geen voorwaarde voor goed functionerend moreel kompas.

Wie een ander behandelt zoals hij zelf behandeld zou willen worden, zich simpelweg bewust is van de gevolgen van zijn handelen en daarbij vermijdt andere levensvormen lijden toe te brengen heeft het noorden al gauw gevonden.

Of u nu in God, Jahwe, Allah, Vishnu, Bodbh of Juno gelooft maakt me daarbij niet uit, ik zie geen enkel verschil. U bent voor mij, als het om uw religie gaat, hooguit een wat meer exotische mensaap in de dierentuin die Mensheid heet. U intrigeert me wel, op een antropologische wijze, ik kan vast ook van u wel wat opsteken en u bent ongetwijfeld een interessante gesprekspartner – eventjes dan en zo lang u het juk van uw religie maar niet om mijn hals probeert te hangen.

Een verbod op het afbeelden van de islamitische profeet Mohammed komt mij net zo vreemd voor als het verbod van Pythagoras op het eten van bonen. U bent geheel en al vrij geen plaatjes van de man te tekenen en niet naar afbeeldingen van hem te kijken. U zult zich er echter bij neer moeten leggen dat andere mensen daar net zo veel boodschap aan hebben als u zelf waarschijnlijk heeft aan het bonenverbod van Pythagoras.

Daar mag u gerust een beetje over sippen, maar daar ligt de grens. Mocht uw almachtige en alwetende god in al zijn benevolente grootsheid aanstoot nemen aan enige belediging aan zijn of haar adres, dan kan hij vast zijn eigen boontjes wel doppen. Heus. En wie met aanslagen en kogelregens onwelgevallige geluiden over zijn god probeert te smoren illustreert vooral de impotentie en incompetentie van de god in kwestie, zo niet zijn non-existentie.

Vrijheden in Nederland en het Westen

Ik heb het al eens eerder geschreven: in een land als Nederland kun je gemakkelijk je zegeningen tellen – al doen we dat bij lange na niet genoeg. Elders hebben maar weinigen het beter en velen het slechter.

Ook de gelovige mens heeft in ons prachtige kikkerlandje verregaande vrijheid, tot aan het zorgwekkende aan toe. Dubieuze zaken zoals kinderbesnijdenis, de onverdoofde slacht, discriminatie van vrouwen en homoseksuelen, onder de vlag van religie mag ‘t. U heeft zelfs meer uitingsvrijheid dan uw ongelovige medemens. Met uw handje op uw heilige boek en een beroep op de grondwettelijke vrijheid van godsdienst en levensovertuiging mag u hier de vreselijkste zaken roeptoeteren over anders- en ongelovigen, vrouwen en homoseksuelen.

Welles, dat geldt ook voor moslims. Denkt u maar eens terug aan de zaak  (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam El-Moumni die op televisie verkondigde dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Kopenhagen

Van de dader van de aanslagen in Kopenhagen, gisteren, weten we inmiddels dat hij “tot zijn daden kwam door de aanslagen in Parijs”. Dat zou in elk geval de opvallende gelijkenissen met de aanslagen in Parijs verklaren: Eerst een doelwit dat te maken heeft met de vrije meningsuiting, het gezag en dan nog een nabrander in joodse sfeer. Daarnaast zou de man, volgens de Deense politie bij wie hij al bekend was, in het bezit zijn geweest van militant-islamitisch propagandamateriaal.

Dat het doel een bijeenkomst over “Kunst, godslastering en de vrijheid van meningsuiting” was spreekt boekdelen. Ook al omdat die een initiatief was van cartoonist en kunstenaar Lars Vilks, die u vast nog wel kent van de beruchte Mohammed-cartoons. Lars Vilks is zijn leven sinds de verschijning van zijn spotprenten in 2007 niet meer zeker, net als zijn collega Kurt Westergaard.

Goed, ik vind de prent van Vilks ronduit lelijk en onbekend als ik was met het fenomeen ‘rondellhund’ ontging me de clou van het plaatje waar men acht jaar na dato dus nog hysterisch woest om is. Veel minder nog begrijp ik van de woede die zo’n plaatje kennelijk opwekt. Hele volksoplopen, doden bij rellen en gebrandschatte ambassades en dat alles om een lullig plaatje, in een onbeduidende krant in Verweggistan.

Stel u eens voor dat ongelovigen op zo’n manier aanstoot zouden nemen aan de onaardige passages die in de diverse heilige geschriften aan hen gewijd zijn. Ongelovig en dus bandeloze, wellustige brassers en onrechtplegers, die Gods vloek, branden in het hellevuur, pijnlijke en vernederende bestraffingen wacht.

Daar kan zo’n cartoon helemaal niet tegenop.

L’amour plus fort que la haine

Gekwetste boze gelovigen, ik kan het niet helpen maar daar word ik altijd een beetje onwel van.

Nu heb ik ook nog een een nare griep onder de leden, van het soort dat me zo doet hoesten dat ik steeds verbaasd ben geen hele stukken long in mijn zakdoekjes aan te treffen, dus daar kan dat weeë gevoel in mijn maag natuurlijk ook vandaan komen. Ik verruil geregeld mijn bed voor mijn bank, zodat ik een waterige blik op de televisie kan werpen, en ben dankbaar voor de afstandbediening en mijn tablet – daardoor hoef ik niet onder mijn warme deken vandaan. Ook u treft het, ik mag dan geen stem hebben maar lastigvallen kan ik u zo toch.

Enfin, gekwetste boze gelovigen. Na de aanslag op het hoofdkantoor van Charlie Hebdo liet dit slag ook in ons kikkerlandje weer luid van zich horen. Op een school in Heemskerk, het Kennemer College, hing een docent een poster op van Charlie Hebdo. U vindt hem hiernaast. “L’amour plus fort que la haine”, dat lijkt mij een prachtige boodschap in eender welke school. De directie van die school dacht daar echter heel anders over en ze liet, na klachten van voornamelijk moslimleerlingen, de prent prompt verwijderen want de poster is “aanstootgevend” en “tolerantie kent ook grenzen”.

O, kom op mevrouw de directrice! Ik heb griep, maar wat is uw excuus voor die slappe knieën?

Die directrice legde dat nader uit: “Ze reageerden er erg emotioneel op en hebben de poster als kwetsend ervaren. We hebben het over kinderen van 12 tot en met 15 jaar van beroepsgerichte vmbo-opleidingen die de Franse tekst (l’amour plus fort que la haine – liefde is sterker dan haat) niet begrepen. Zij zien de nuances niet en ervaren de afbeelding, die in een krant stond, als kwetsend voor hun geloof.”

De school had natuurlijk ook juist dat kunnen doen waar ze in beginsel haar bestaansrecht aan ontleent en dat is het hiaat in de kennis en het begripsvermogen van die kinderen dichten.

Dat was ook al niet gebeurd bij de drie moslimjongeren die Eva Jinek op haar beruchte bank uitnodigde. Drie studenten van 21 jaar oud, die ons allemaal pijnlijk confronteerden met de intolerantie die zij ervaren; een uit angst geboren wantrouwen door mensen die hen op één hoop gooien met extremisten zoals de aanslagplegers uit Parijs. Zot natuurlijk. Het venijn zat echter in de staart, toen ook zij betoogden dat er grenzen aan satire zouden zijn en het “niet kan” dat de profeet Mohammed beledigd wordt. Want dat doet pijn. Verongelijkt werden de Joden en de Holocaust er aan de haren bij getrokken want o, wat wordt er met twee maten gemeten.

De arrestatie van Gregorius Nekschot en de vervolging van Geert Wilders zeggen mij iets heel anders, maar tegen het Calimerocomplex is geen kruid gewassen.

Tolerantie kent maar één grens en dat is die waar intolerantie begint. Intolerantie zouden we niet moeten tolereren. Intolerantie, dat is nu precies iets waar buitengewoon veel religies en heilige boeken van bol staan en waar verontrustend veel religieuze mensen erg goed in zijn.

Ze staan bij mij gebroederlijk op een boekenplank; drie bijbels, twee korans, het boek van Mormon en nog zo wat aan heilige geschriften. Een beetje beduimeld, want allemaal uitgebreid gelezen. Ik heb er de mooiste levenslessen in gevonden, maar ook passages waar ik me een hoedje van geschrokken ben. Over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk. Waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld.

Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie en meningsuiting, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren. Natuurlijk hoor ik u wel brommen; dat ik zulke teksten wel in hun context moet zien en dat ik me als leek terughoudend op moet stellen wanneer het gaat om de interpretatie van dergelijke teksten. Ik doe mijn best. Heus.

Maar juist van mensen die met die heilige boeken zwaaien verwacht ik incasseringsvermogen.

Stenen des aanstoots

Vorige maand schreef ik over de website DeWareReligie.nl en het verhaal dat zij bracht over een moslima-in-niqaab, die mishandeld zou zijn op het perron van station Hollands Spoor. Een verhaal dat zij zich kort daarna genoodzaakt zag te rectificeren. Kennelijk is de negatieve aandacht voor dat platform goed bevallen, want gisteren gooide men er nog maar eens wat olie op het vuur, dat ook meneer Wilders zo graag brandende houdt.

Iemand die zich Abu Suhayb en columnist noemt schreef een open brief aan de ouders van de in Jemen ontvoerde journaliste Judith Spiegel en haar echtgenoot Boudewijn Berendsen. Het stel werd door een groep gewapende mannen in huis aangevallen, wordt sindsdien vastgehouden en heeft in een video om hulp gevraagd.

Het in die video genoemde ultimatum is stil voorbij gegaan en er is sindsdien niets meer van het koppel vernomen. Naar verluidt willen de ontvoerders tien miljoen euro voor de vrijlating van het ongelukkige stel. Dat mag geen verrassing heten, ontvoeringen zijn in Jemen een bepaald weinig ideologische miljoenenbusiness. Judith Spiegel was zich daar bewust van.

In Jemen zelf nemen steeds meer mensen, waaronder vooraanstaande Jemenieten, het voor mevrouw Spiegel en haar man op. Nobelprijswinnares Tawakkol Karman brak een lans voor hen. Men lijkt zich inmiddels te gaan beseffen hoe slecht die ontvoeringen zijn voor de Jemenitische reputatie.

Geert Wilders

De “columnist” zit met een van de laatste tweets van Geert Wilders in zijn maag. Ter ere van het vijfentwintig jarige jubileum van Al Qaida schreef deze “25 jaar Al Qaida terreur in de naam van een krankzinnige krijgsheer/pedo. Maar beschaving wint altijd van barbarisme”.

Ironisch genoeg onderschrijft meneer Wilders daarmee dat de beschaving nog wel even te gaan heeft, alvorens we victorie kunnen kraaien. Ik blijf me ook verwonderen over de hoeveelheid vilein venijn dat in koud 140 lettertekens gegoten worden kan. Soit, de man mag, zij het binnen de kaders van de wet, zeggen wat hij wil en dat is hoe dan ook een groot goed.

Infantiel

Enfin, men acht de profeet alweer geschoffeerd en dat kan natuurlijk niet. Abu Suhayb voelt zich wel heel erg door Geert Wilders gekrenkt en haalt op zijn beurt eens even lekker uit naar de ouders van Judith Spiegel en Boudewijn Berendsen.

Dat is een infantiele manier om agressie af te reageren, misschien dat Abu Suhayb er een volgende keer beter aan doet die naar een geschikter vervangobject, een boksbal bijvoorbeeld, te verplaatsen.

Met een verwatenheid en melodrama waar Geert Wilders nog een puntje aan kan zuigen wijst hij de bezorgde ouders op hoe slecht men in de islamitische wereld op zulke uitlatingen reageren kan. Daarbij gaat hij zelfs zo ver als de rellen om de zogeheten Mohammed-cartoons aan te halen.

Cartoons

Die cartoons, hoe zat dat ook al weer? Dat is toch ook alweer een jaar of zeven, acht geleden.

In Denemarken durfde destijds geen enkele illustrator het nog aan om een eenvoudig en onschuldig kinderboekje over profeet Mohammed van leuke plaatjes te voorzien, simpelweg uit angst voor represailles. De Jyllands-Posten, een Deens dagblad, besloot op die actualiteit in te haken met een artikel over zelfcensuur en de vrijheid van meningsuiting. Daarbij drukte ze een twaalftal satirische spotprenten af.

Kort na publicatie werden de journalisten telefonisch met de dood bedreigd. Een Deense moslimorganisatie Islamisk Trossamfund eiste excuses van de krant, die dat uiteraard weigerde. Er volgde nog een vreedzame protestdemonstratie voor het kantoor van Jyllands-Posten en daar bleef het in eerste instantie bij. Zes van de spotprenten werden weliswaar nog in een Egyptisch dagblad afgedrukt, maar geen haan die er nog naar kraaide.

Dan brengen vijf Deense moslims een bezoekje aan Egypte, met een kleine collectie cartoons waar ze een aantal eigen maaksels aan hebben toegevoegd, waaronder onder andere een prent van Mohammed als demonische pedofiel en een bewerkte foto van een man met een varkenssnuit, die ook Mohammed zou voor moeten stellen. Althans, dat claimt het illustere vijftal. Later blijkt het een foto te zijn van een Fransman, die meedoet aan een folkloristische competitie schreeuwen-als-een-varken.

Ook Libanon, Syrië, Marokko en Algerije worden met zo’n bezoekje vereerd en tijdens dat gezellige samenzijn wordt driftig met de tekeningen gewapperd. Langzaamaan begint dan de hysterie. Van handelsboycots, ambassades die in het beste geval gesloten en in het slechtste geval gebrandschat worden, pogingen tot aanslagen, op onder andere cartoonist Kurt Westergaard, tot heuse volksoplopen waarbij uiteindelijk zelfs doden vallen.

Tegen die tijd leiden de cartoons, en dan met name de door ons illustere vijftal zelfverzonnen platen, een eigen leven en is iedereen vergeten dat de Deense cartoons nooit getekend zijn met het oogmerk moslims te beledigen.

Oprechte kritiek te berde brengen is iets heel anders dan simpelweg willen beledigen, maar ook aan die nuance ging men voorbij. Wanneer de Islam misbruikt wordt om geweld te billijken mag dat best gezegd worden en zulks benoemen is op generlei wijze beledigend voor de Islam. Dat ’t de misbruiker tegen het zere been is, dat is weer een tweede.

Spijt

De ironie wil dat een van deze reislustige Deense moslims deze week zijn spijt betuigde over zijn aandeel in deze kwestie. Deze meneer, Ahmad Akkari, stelde daarbij zelfs dat Jyllands-Posten het volste recht had de gewraakte spotprenten af te drukken en bood in persoon zijn excuses aan Kurt Westergaard aan.

“I want to be clear today about the trip: It was totally wrong,” Akkari told The Associated Press this week. “At that time, I was so fascinated with this logical force in the Islamic mindset that I could not see the greater picture. I was convinced it was a fight for my faith, Islam.”

In dat licht bezien mogen we misschien in onze handjes knijpen dat meneer Suhayb zijn agressie in het geschreven woord afreageert. De columnist lijkt volkomen overtrokken reacties op onwelgevallige uitlatingen wel logisch te vinden. Daarbij schetst hij zelf een beeld van een gewelddadige mondiale moslimgemeenschap, die in reactie op de woorden van Wilders automatisch onschuldige derden naar het leven zal staan.

“Er zijn mensen voor minder onthoofd. Jullie kinderen, die in handen zijn van Al Qaida, zullen zonder twijfel de grootste slachtoffers zijn van de invulling van vrijheid van meningsuiting die Geert Wilders geeft.”

Met zulke vrienden heeft de Islam geen vijanden nodig.

Bijtende burgerrechten

Een goede vriend attendeerde me op een column van de hand van Arjan Dasselaar, “Custodite nos a custodibus“. Bescherm ons tegen de beschermers.

Met die beschermers doelt Dasselaar eerst en vooral op de politie, die almaar meer wapens aan haar arsenaal toegevoegd zou willen zien worden. Meer wapens, groter en vooral, dodelijker.

Dat is boud gesteld, maar is dat ook werkelijk zo? Denkelijk gaat Dasselaar voorbij aan de ontwikkelingen van de laatste jaren binnen de politie in Nederland, waarbij de tendens juist eerder is te zoeken naar nonletale middelen. De introductie van de pepperspray, anno 2000, is daar een goed voorbeeld van. Het goedje irriteert en wel in zo’n mate dat een verdachte minutenlang buiten gevecht gesteld wordt en derhalve dus eenvoudig is aan te houden, zonder hem daartoe voor zijn donder te moeten schieten. Iemand die heel druk doende is met in zijn ogen wrijven en naar adem happen heeft immers zijn handen niet vrij om zich al te veel te verzetten, laat staan de agent die voornemens is de aanhouding te verrichten enige schade toe te brengen.

Het effect is van tijdelijke aard en betreffende verdachte houdt er geen blijvend letsel aan over. Haar taak indachtig hulp te verlenen aan die dat behoeven rust de politie haar dienders meteen ook uit met speciaal doekje tegen het huilen en een bus verkoelende vloeistof, waarmee de geïrriteerde ogen van genoemde verdachte direct mee schoongespoeld kunnen worden. Om het empatisch vermogen te trainen valt de agent in opleiding de eer te beurt zelf de pepperspray even uit te proberen.

Het gebruik van zo’n bus pepperspray is aan stricte regels gebonden, zoals dat met elk geweldsmiddel is waar de politie de beschikking over heeft. Die regels zijn verregaand en een politieagent moet voor iedere keer dat hij geweld toepast (of daar zelfs maar mee dreigt) verantwoording afleggen. Terecht natuurlijk – juist wie een monopolie op geweld kreeg toebedeeld, op voorwaarde van subsidiariteit en proportionaliteit, behoeft controle.

Het wapentuig dat de doorsnee agent aan zijn koppel heeft hangen is nog altijd beperkt tot zijn Walther P5 (een model dat al vijfentwintig jaar meegaat), de wapenstok en die bus pepperspray. Wie een groter arsenaal zoekt moet bij bijvoorbeeld de specialisten van de diverse Arrestatieteams zijn. Van pistoolmitrailleur tot granaatwerper, het is er in huis. Toch is ook daar diezelfde tendens naar nonletale middelen duidelijk aanwezig. De beanbag shotgun is er daar een van, het afgevuurde zakje kogels heeft een behoorlijke stopkracht maar dringt niet in het lichaam door.

De eveneens uit Amerika overgewaaide taser, waarmee de arrestatieteams op het moment proefdraaien kon zelfs op protest vanuit de politiegelederen rekenen. De Nederlandse Politiebond betwijfelde de veiligheid van het stroomstootwapen en achtte het overbodig. Pepperspray en beanbag hadden immer de gapende gaten tussen wapenstok en vuurwapen op de zogeheten geweldsladder al gevuld.

Hoe trigger happy is de politie in Nederland eigenlijk? Dat is te meten en dat is dan ook waar bijvoorbeeld politiesocioloog Jaap Timmer zich mee bezighoudt. Een van zijn meest in het oog springende conclusies wil ik u niet onthouden;

De afgelopen vijfentwintig jaar is de geweldscriminaliteit in Nederland toegenomen. Moord en doodslag zijn ongeveer verdubbeld, aangiftecijfers van andere geweldmisdrijven vervijfvoudigd en ook het illegaal (vuur-)wapenbezit nam toe. Desondanks is het politiegeweld, gemeten naar het aantal slachtoffers van politiekogels, niet gegroeid in ernst en omvang. Het aantal burgers dat jaarlijks door politiekogels omkomt of gewond raakt, is al een kwart eeuw stabiel. Timmer wijst erop dat studies in onder meer Australië, Latijns Amerika en de Verenigde Staten laten zien dat naarmate de politie minder hiërarchisch is georganiseerd en
meer in de samenleving staat, het politiegeweld in aard en omvang beperkt blijft. Ook regelmatige herziening van de wettelijke geweldbepalingen, helpt het geweld in de hand te houden. Deze factoren verklaren waarschijnlijk deels het ingetogen politiegeweld in Nederland
.

De vergelijking die Dasselaar maakt met leden van de Amerikaanse Rifle Association is meer drama dan werkelijkheid. In Nederland heeft de politie het monopolie op geweld en feitelijk dus ook op geweldsmiddelen. Verlofhoudende sportschutters uitgezonderd is het de burger verboden vuurwapens in huis te hebben en met enig wapentuig in de knuisten mag men zich hier te lande al helemaal niet op straat vertonen. Hoe anders in good ol’ USA, waar het voor handen hebben van een vuurwapen een burgerrecht wordt geacht.

Het is echter een leuke kapstok voor een vergelijking met een prominentere Amerikaan, te weten George W. Bush (W. voor waterboarding, zo weten we nu) die, tesamen met een verwijzing naar het alombekende Stanford-gevangenisexperiment, leidt tot een pracht van een hellend vlak. Of zulks bewaarheid worden kan in het land dat zelfs op militair vlak poldert, is de vraag. De door het Nederlandse leger in Afghanistan geïntroduceerde en veelgeprezen “defense, diplomacy and development“-aanpak had ook nooit uit een andere dan Nederlandse koker kunnen komen.

Dasselaar vreest echter niet alleen met grote vreze voor de wapens die de politie fysiek ter beschikking staan, maar ook voor de middelen die het haar de opsporing vergemakkelijken. De kentekenregistratie, telefoontaps, censuurmogelijkheden en het “bestaand beleid, waarbij cartoonisten en journalisten verantwoording moeten komen afleggen op het politiebureau” baren hem zorgen. Dasselaars zorgen voor wat betreft privacy kan ik goed begrijpen. Ondanks hetgeen een aantal politici daar de laatste jaren over geroepen heeft is het gegeven dat je “niets te verbergen hebt” in het geheel nog geen reden om van je recht op privacy af te zien. Nochtans is het te makkelijk om daar de politie, justitie en de politiek de schuld van te geven terwijl de vox populi ook een niet onaanzienlijk aandeel in die ontwikkelingen heeft gehad. Waar ik definitief afhaak is de insinuatie naar de zaak Gregorius Nekschot en niet alleen omdat beleid (en het maken daarvan) in het geheel niet bij de politie ligt. Immers, scheiding der machten!

De kneep zit hem ook in het recht op vrije meningsuiting. Artikel 7 van onze Grondwet stelt dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft voor het openbaren van zijn gedachten of gevoelens maar die vrijheid is daarmee zeker nog niet absoluut. De daaropvolgende zinsnede “behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet” is menigeen snel geneigd over het hoofd te zien, maar ze omkadert die vrijheid luid en duidelijk. Die wet nu, stelt dat discriminatie, belediging, smaad, laster, haatzaaien en al wat dies meer zij niet mogen. Zulks kan na publicatie consequenties hebben, afhankelijk van het motief waarmee zo’n uitspraak werd gedaan. Wie een dergelijke uitlating deed in belang van enig maatschappelijk debat en niet louter om te kwetsen kan op vrijspraak rekenen, getuige ook het laatste vonnis in de zaak van de AEL en haar holocaustcartoons.

Aanjager van de zaak Nekschot is imam Abdul Jabbar van de Ven. Hij deed aangifte tegen de cartoonist vanwege het “aanzetten tot haat jegens moslims danwel het beledigen van moslims”. Een dubieuze handeling van de man die op zijn beurt op televisie wist te melden dat hij er niet rouwig om zou zijn wanneer Geert Wilders aan kanker zou sterven, niet te zeggen hypocriet maar soit, Abdul deelt kennelijk makkelijker uit dan dat hij incasseert. Nochtans mag eenieder die kennisdraagt van een strafbaar feit aangifte doen en van dat recht heeft hij gebruik gemaakt. Daar komt bij dat het recht niet gediscrimineerd te worden evengoed een burgerrecht is als de vrije meningsuiting en het in een geval als dit aan de rechter is om te toetsen welk recht er in het geding is danwel zwaarder weegt.

Op last van het Openbaar Ministerie is de cartoonist vervolgens door de politie aangehouden en na te zijn verhoord werd hij weer vrijgelaten. Hoe zuur hij dat ook ervaren zal hebben, hoor en wederhoor hoort er in een beetje rechtstaat bij. ‘T zou wat zijn zouden we in dit land zonder zelf een verklaring af te hebben kunnen leggen veroordeeld worden.

Dasselaar sluit zijn column af met een oproep, of we ons maar willen mengen in de strijd om burgerrechten binnen onze eigen landsgrenzen;

“Begint u eens met het sturen van een mail aan Mark Rutte om liberaal Jeanine Hennis, en niet conservatief Fred ‘Grenzen Opzoeken’ Teeven, voor te dragen als nieuwe minister van Justitie.”

Beide zijn VVD-er, dus ik vraag me af of het in dit geval nu werkelijk uitmaakt of je door de hond of door de kat gebeten wordt. Voor Fred Teeven moet, in het licht van die column en in weerwil van de IRT-affaire, ook gezegd dat hij een lans brak voor Gregorius Nekschot, onderwijl toenmalig Minister van Justitie Hirsch Ballin een politieke arrestatie verwijtend. Ook liet hij zich horen over het proces tegen Geert Wilders, waarbij hij liet weten dat het “zorgelijk is dat Wilders moet worden vervolgd voor uitspraken die hij als politicus heeft gedaan”.

Tel daarbij op dat Jeanine eerder een heel nauwe samenwerking met Fred in het verschiet zei te zien en zelfs ’s mans standpunten verdedigde. Ze laat zelf in ieder geval in het geheel niets blijken van het onderscheid dat Arjan Dasselaar tussen haar en heur “geliefde collega Fred Teeven” maakt.

“Dat gaat prima hand in hand samen. Het is echt onzin om te zeggen veiligheid gaat boven privacy of privacy boven veiligheid.”

Veel leuker nog is mevrouws opmerking dat ze voor wat betreft het vervolgen zonder aangifte geheel de lijn van Fred Teeven volgt, “al kent ze die niet voldoende“. Het is danwel geen mail naar de heer Rutte, maar wellicht dan toch een heroverweging waard.

Southpark is da bomb

Het is bijna aan me voorbij gegaan, maar vandaag is het “Everybody Draw Mohammed Day“. Dat is een initiatief van een cartooniste die profielensite Facebook frequenteert.

Ze heeft op dat platform inmiddels zo’n honderdduizend zelfverklaarde aanhangers, dus over animo heeft ze niet te klagen. Met haar initiatief roept ze iedereen op vandaag te protesteren tegen censuur. Daar geef ik graag gehoor aan, al is het op de valreep.

Met die censuur bedoelt de dame in kwestie eerst en vooral de dreigementen vanuit radicaal-islamitische hoek die kortgeleden geuit werden omwille van een aflevering van animatieserie Southpark, waarin Mohammed ten tonele werd gevoerd.

Wanneer Stan, een van de bewoners van Southpark, tijdens een schoolreisje naar een fudgefabriek ongewild de toorn van Tom Cruise wekt door hem voor “fudge packer” te verslijten (de goede man staat genoemde zoetigheid inderdaad in dozen te doen) is voor Cruise en de vele andere beroemdheden die in de serie op de hak genomen werden de maat vol. De tekenfilm-Cruise dreigt Southpark met een rechtzaak. Wanneer Stan hem netjes zijn verontschuldigingen aanbiedt wil hij die onder slechts een voorwaarde aanvaarden; hij eist dat Stan profeet Mohammed zoekt en naar Southpark brengt, zodat hij diens “impervious to being made fun of” goo kan stelen.

Het te stelen goedje, zo gelooft Cruise, zal hem voor eens en altijd vrijwaren van beschimping en bespotting.

Het idee alleen al jaagt de Southparkers angst aan (“we’ll get bombed!”) want ze weten als geen ander dat het afbeelden van de profeet niet bij iedereen in even goede aarde valt en ze verzinnen allerlei manieren om Mohammed dan toch in elk geval ongezien naar hun stadje over te brengen. Uiteindelijk hijsen ze hem in een berenpak en de gewraakte episode eindigt met een cliff-hanger. De afloop laat zich echter raden, want inmiddels is de profeet uit de tekenfilm gegumd en zelfs zijn naam is weggebliept. Mohammed is dus overduidelijk nog altijd in bezit van zijn “impervious to being made fun of” goo.

De bedreigingen die tot deze verregaande censuur leidden werden op een website de openbaarheid ingeslingerd, begeleid door beelden van onze eigen filmmaker Theo van Gogh, die in 2004 vermoord werd. Of de makers van Southpark hem al waren vergeten? Daarnaast prijkten foto’s van Ayaan Hirsi Magan, Geert Wilders, sir Rushdie en de Deense cartoonisten Kurt Westergaard en Lars Vilks.

Met die Deense cartoonisten is het hele gedoe rondom (spot-) prenten van Mohammed vijf jaar geleden overigens begonnen. In Denemarken durfde destijds geen enkele illustrator het nog aan om een eenvoudig kinderboekje over de profeet van leuke plaatjes te voorzien, simpelweg uit angst voor represailles. De Jyllands-Posten, een Deens dagblad, besloot op die actualiteit in te haken met een artikel over zelf-censuur en de vrijheid van meningsuiting. Daarbij drukte ze een twaalftal satirische spotprenten af.

Kort na publicatie werden de journalisten telefonisch met de dood bedreigd. Een Deense moslim-organisatie Islamisk Trossamfund eiste excuses van de krant, die dat uiteraard weigerde. Er volgde nog een vreedzame protestdemonstratie voor het kantoor van Jyllands-Posten en daar bleef het in eerste instantie bij. Zes van de spotprenten werden weliswaar nog in een Egyptisch dagblad afgedrukt, maar geen haan die ernaar kraaide.

Dan brengen vijf Deense moslims een bezoekje aan Egypte, met een kleine collectie cartoons waar ze een aantal eigen maaksels aan hebben toegevoegd, waaronder onder andere een prent van Mohammed als demonische pedofiel en een bewerkte foto van een man met een varkenssnuit, die ook Mohammed zou voor moeten stellen. Althans, dat claimt het illustere vijftal. Later blijkt het een foto te zijn van een Fransman, die meedoet aan een folkloristische competitie schreeuwen-als-een-varken.

Ook Libanon, Syrië, Marokko en Algerije worden met zo’n bezoekje vereerd en tijdens dat gezellige samenzijn wordt driftig met de tekeningen gewapperd. Langzaamaan begint dan de hysterie. Van handelsboycotten, ambassades die in het beste geval gesloten en in het slechtste geval gebrandschat worden, pogingen tot aanslagen op onder andere Kurt Westergaard tot heuse volksoplopen waarbij uiteindelijk zelfs doden vallen. Tegen die tijd leiden de cartoons, en dan met name de door ons illustere vijftal zelfverzonnen platen, een eigen leven en is iedereen vergeten dat de Deense cartoons nooit getekend zijn met het oogmerk moslims te beledigen.

Oprechte kritiek te berde brengen is ook nog eens iets heel anders dan simpelweg willen beledigen, maar ook aan die nuance ging men voorbij. Wanneer de Islam misbruikt wordt om geweld te billijken mag dat best gezegd worden en zulks benoemen is op generlei wijze beledigend voor de Islam. Dat ’t de misbruiker tegen het zere been is, dat is weer een tweede.

Zoals ik al zei is de actie van vandaag bijna aan me voorbij gegaan, ware het niet dat er in het Centrum van Rotterdam posters zijn opgehangen waarop Mohammed prijkt, samen met Boeddha en Jezus. De drie hebben zich duidelijk geïnstalleerd voor een avondje televisie en het in arabisch-aandoende letters geschreven “Southpark is da bomb” laat weinig te raden voor wat betreft de programmering. Het lijken wel drie koddige oude hippies, zo.

Nu is er dan ook niets dat mij aan zo’n plaatje stoort, maar goed, ik ben dan ook geen moslim en islamitische religieuze regels doen me dus maar weinig. Sowieso heb ik moeite met de notie dat je de regeltjes van je geloof niet alleen op jezelf en desnoods de leden van je eigen geloofsgemeenschap zou willen betrekken, maar ze ook aan willekeurige anders- en ongelovigen op denkt te moeten leggen.
 
Idem dito overigens voor ons allereigenste wetsartikel tegen smalende godslastering, te vinden in het wetboek van strafrecht. Waar het om wetgeving tegen belediging van groepen mensen gaat is ’t nu maar raar geregeld in ons landje; voor ongelovigen is er artikel 137c, voor gelovigen is er 137c én het verbod op godslastering. Hoe kan iemand die in het geheel niet in een god gelooft een god smalend lasteren? Wat dat betreft is het hoog tijd ook ons wetboek van strafrecht eindelijk de eenentwintigste eeuw in te sleuren en dat stuk rechtsongelijkheid uit te bannen.
 
Voor wat betreft het verbod Mohammed af te beelden bestaat ook enige discrepantie. Er zijn door de eeuwen heen heel wat portretten en plaatjes van Mohammed gemaakt, die vroegste ik zo gauw vinden kon dateren van de twaalfde eeuw. Er zijn er legio gemaakt door Islamitische kunstenaars, zoals die boven mijn episteltje prijkt. Die deed mij overigens denken aan Gustave Doré, William Blake en Salvador Dalí, die allen de passage uit Dante’s La Divina Commedia uitbeeldden waarin de rollen omgedraaid zijn Dante ziet hoe Mohammed ter helle verblijft. Dat rijmt niet met de stelligheid waarmee ik dat verbod vandaag de dag verkondigd hoor worden.
 
Dat alles daargelaten vraag ik me af of zo’n radicale dwingeland, eender welker kunne, op zijn beurt met andermans religieuze fijngevoeligheden rekening houdt en bijvoorbeeld het rundvlees achterwege laat omwille van de heilige koe van de Hindoes of eeuwenoude uit de rotsen gehakte boeddhabeelden in ere houdt of zelfs maar schroomt anders- en ongelovigen lastig te vallen met beloftes van straf en hellevuur… 
 
Ach.