Haar naam is Haas

De rel, die de anti-abortusbrief van hulpbisschop Everard de Jong aan de dames en heren kamerleden een maand geleden opleverde, is me natuurlijk niet ontgaan. Dat hij bij zijn brief een plastic poppetje meende te moeten voegen dat een foetus van tien weken oud voorstelt, vond ik smakeloos en deed ik af als “goor lef”.

De zoveelste onhandige actie van een geestelijke, dacht ik, en ik zag de rel een snelle dood sterven. Veel aandacht achtte ik de affaire ook niet waardig, want ’s mans actie was ook nog eens weinig origineel. Die poppetjes zagen we immers eerder al eens de revue passeren toen organisatie Schreeuw om Leven liet weten voornemens te zijn dergelijke poppetjes landelijk via de post te verspreiden. Schreeuw om Leven, streng christelijk, hoopte zo vrouwen te doen afzien van abortus.

Wel vroeg ik me af of zo’n organisatie er niet beter aan had gedaan bijvoorbeeld rooms-katholieke geestelijken, of voor mijn part het hele ledenbestand van de kerk, een brandbrief te doen toekomen over de vele gevallen van kindermisbruik waar we de laatste tijd van hoorden. Liefst vergezeld door een roodbesmeurd kinderonderbroekje.

Of wellicht liever nog een brief over het al sinds jaar en dag ingenomen standpunt tegen condoomgebruik in weerwil van onder andere de enorme HIV-epidemie die de wereld teistert. Daar had een plastic doodskistje wellicht een aardig gebaar bij geweest.

Ik hoor u brommen. Natuurlijk is niet iedere priester een kindermisbruiker en buiten de kerk komt kindermisbruik zelfs nog op grotere schaal voor. En natuurlijk zijn paus en consorten niet direct schuldig aan de vele aidsdoden, maar zo lang het Vaticaan haar gelovigen op het Afrikaanse continent nog het gebruik van condooms durft te verbieden terwijl HIV en AIDS daar om zich heen grijpen draagt zij wel moreel verantwoordelijkheid, ook voor de vele aidswezen en de kindjes die in de baarmoeder reeds met die dodelijke ziekte besmet raken.

Nochtans doen de stichting Schreeuw om Leven en hulpbisschop De Jong hun mailinglist ook niet de beleefdheid van dergelijke nuanceringen.

Toch, ik snap Jeanine Hennis-Plasschaerts eerste reactie bij het openen van de brief van de hulpbisschop goed; “Walgelijk!”. Denkelijk zou de hulpbisschop dezelfde reactie zijn toegedaan wanneer hij bij het openen van een van mijn fictieve brandbrieven tegen het kindermisbruik door zijn confraters zo’n roodbesmeurd onderbroekje uit de envelop had zien vallen. Wellicht was het onhandig van haar zulks de virtuele wereld in te twitteren en misschien was het nog onhandiger dat het kamerlid die eerste sentimenten meende nader te moeten uitleggen; Hennis-Plasschaert had meerdere miskramen en dus raakten brief en poppetje een gevoelige snaar, niet te zeggen een open wond. Wie zich blootgeeft loopt in deze maatschappij echter wel een risico daarop gepakt te worden.

We hoefden dan ook niet lang te wachten eer de eerste aasgier boven het slachtveld van de abortusdiscussie cirkelzweefde. Hoofdredactrice van het Katholiek Nieuwsblad Mariska Orbán -de Haas achtte het opportuun het leed van het kamerlid in een open brief uit te melken. Onder het mom van “wij vrouwen onder elkaar” en met een “lieve Jeanine” wrijft moeders het kamerlid nog even in hoe mooi het moederschap, dat Hennis-Plasschaert ontzegd bleef, werkelijk is. Als moeder van twee kinderen, een gegeven dat Orbán aan het eind van haar brief nog even benadrukt (ja, zij wèl!) weet ze er alles van.

Alles is kennelijk geoorloofd in de strijd om het ongeboren kinderleven.

Nochtans is het juist Mariska Orbán-de Haas die zich gisteren in de Volkskrant afvroeg “waarom kritiek op abortus zoveel agressie losmaakt?” Aan de hand van haar open brief viel Mariska kennelijk veel onwelgevalligs ten deel. Veel daarvan gaat zo te lezen inderdaad alle perken te buiten en ook daarvoor heb ik geen goed woord over. Wat me echter opvalt is dat waar Orbán zich beroept op het feit dat Hennis een publiek persoon is en zij in haar hoedanigheid van parlementariër twittert en dus publiek aanspreekbaar is, ontgaat het haar dat zijzelf op haar beurt zich uit eigener beweging in dat publieke debat heeft gemengd. De zelfverklaarde journaliste geeft zich in haar open brief evengoed persoonlijk bloot, maakt het persoonlijke politiek. Derhalve is dus ook zij publiek aanspreekbaar.

Orbán-de Haas uit haar zorgen over het nieuwe “reaguren” en zoekt naar oorzaken voor dat verschijnsel; “Het zou mij niet verbazen als deze agressie 2.0 wordt versterkt door hufterjournalistiek…”

Die open brief was inderdaad precies dat; hufterjournalistiek.

Terug naar de abortusdiscussie. In Nederland is abortus weliswaar toegestaan, maar onder strikte voorwaarden; er moet sprake zijn van een noodtoestand die een vrouw kenbaar moet maken aan haar arts. Vervolgens geldt die arts de verplichting mevrouw uitgebreid voor te lichten, met name juist over alternatieven, en volgt voor beide partijen een wettelijk bepaalde bedenktijd. Wanneer die alternatieven geen oplossing blijken te bieden aan genoemde noodtoestand zal de arts zich beraden of hij in het onderhavige, specifieke geval een abortus provocatus medisch en ethisch voor zichzelf verantwoorden kan. Dit alles is overigens netjes vastgelegd in de Wet afbreking zwangerschap.

Abortus wordt dus in geen geval gezien als een al te makkelijk post-coïtus voorbehoedsmiddel en er wordt ook allerminst nonchalant mee omgegaan.

Nu is een vrouw natuurlijk baas over eigen buik en eigen toekomst. Het zelfbeschikkingsrecht is ook wat mij betreft een groot goed, al wil dat nog niet zeggen dat ik geheel en al positief sta tegenover abortus provocatus. Het is een noodzakelijk kwaad, ik kan legio scenario’s bedenken waarbij ik de keuze voor een abortus een goede vind en waarvan ik vind dat de anti-abortuslobby er te makkelijk aan voorbijgaat.

Het belangrijkste in deze discussie echter, is dit: Het moet eerst en vooral zo zijn dat mensen ervoor zorgdragen in eerste instantie al niet ongewenst zwanger te geraken. Een goede voorlichting en kunnen beschikken over anticonceptiemiddelen zijn daar cruciaal in. Dat lijken we in Nederland nog aardig onder de knie te hebben, het aantal abortussen is hier in vergelijking met andere landen relatief laag.

Zo lang vanuit religieuze groeperingen over anticonceptie moeilijk gedaan wordt, de rooms-katholieke kerk voorop, plaatsen zij zich wat mij betreft geheel buiten de abortusdiscussie.

Gott mit uns

Het staatsbezoek van paus Benedictus XVI aan Engeland is in volle gang. Het is een bijzonder bezoek en dat niet alleen omdat het de eerste keer is dat een paus een dergelijk bezoek brengt aan het seculiere Engeland.

Er ging aanzienlijk wat aan protesten en kritiek aan dit bezoek vooraf. Zo verscheen er in de Guardian een open brief waarin betoogd werd dat paus Benedictus niet de eer te beurt zou mogen vallen Engeland een staatsbezoek te brengen, omdat hij staatshoofd en religieus leider is van Vaticaanstad en respectievelijk de rooms-katholieke kerk. Die kerk nu, is volgens de ondertekenaars van die brief direct verantwoordelijk voor het ontmoedigen van condoomgebruik, met als direct gevolg een toename van grote gezinnen in arme landen én de verdere verspreiding van AIDS. Ook het promoten van gescheiden onderwijs, het kerkelijk anti-abortusbeleid, het tegenwerken van gelijke rechten voor mensen met een andere seksuele aard dan het hetereseksuele en de lakse houding tegenover de vele zaken van kindermisbruik binnen de eigen gelederen is die katholieke kerk te verwijten en daarom is de voorman van die kerk niet welkom in het Verenigd Koninkrijk. Was getekend, onder anderen, Stephen Fry, Richard Dawkins, Phillip Pullman en Ken Follet.

Daarmee heeft een hele plank van mijn boekenkast die brief mede ondertekend.

Dawkins ging nog een stapje verder en hij liet, samen met Christopher Hitchens, onderzoeken of de paus bij aankomst in Engeland aangehouden en vervolgd zou kunnen worden voor zijn aandeel in het onder de mijter houden van de vele misbruikschandalen in zijn kerk. Op een punt hebben beide heren absoluut gelijk; wanneer geestelijken van misdrijven of medeplichtigheid daaraan verdacht worden horen zij berecht te worden als ieder ander – en wel door het wereldlijk gerecht. Nochtans maakte hare majesteit koningin Elizabeth II gisteren haar opwachting en niet de plaatselijke Hermandad. Jammer, de affaire Pinochet indachtig had ik de Britten er best toe in staat gezien.

Ook binnen de gelederen van de katholieke kerk was men kennelijk niet onverdeeld positief. Zo deed kardinaal Kasper een duit in het zakje tijdens een interview met het Duitse blad Focus; “England today is a secularised, pluralistic country. When you land at Heathrow Airport, you sometimes think you’d landed in a Third World country.”

Enfin, de toon was gezet. Een opportune aanval van jicht stond Kasper daags na zijn uitspraak de reis naar Engeland in de weg, waardoor hem een bezoek aan zo’n Derde Wereldland bespaard blijft.

Paus Benedictus XVI begon zijn staatsbezoek op gelijke toon, tijdens een toespraak aan de koningin. Met een verwijzing naar het optrekje van koningin Elizabeth in Schotland, Holyroodhouse, neem zijne heiligheid een aanloopje om even later te claimen dat Engelands christelijke wortels ten grondslag liggen aan alle goeds in de hedendaagse Engelse maatschappij. “Your forefathers’ respect for truth and justice, for mercy and charity come to you from a faith that remains a mighty force for good in your kingdom, to the great benefit of Christians and non-Christians alike.”

Dankzij mensen als William Wilberforce en David Livingstone had Engeland actief hand in de afschaffing van de slavernij en zij waren daartoe geïnspireerd door het christelijk geloof, aldus de paus. Dat die afschaffing gedaan werd met een beroep op de religies overstijgende “moral rights” is kennelijk aan Benedictus voorbij gegaan. Dat Engeland kort daarvoor goed verdiende aan de slavernij in haar kolonies zonder dat Rome daartegen in het geweer kwam evengoed. Evenmin deed de kerk iets aan de eeuwenlange praktijk van lijfeigenschap. Dat men pas in de zeventiende eeuw tot de conclusie kwam dat slavernij “onchristelijk” was en de Verlichting van de achttiende eeuw pas het besef bracht dat slavernij indruist tegen “the rights of man” zegt beduidend meer over de denkers van die tijd dan over het christendom.

Sterker nog, de afschaffing van de slavernij begon met één enkele rechtzaak en wel over de weggelopen slaaf James Somerset. De rechter besloot dat slavernij op “gespannen voet stond met het Engelse recht” en baseerde zich daarbij op de Magna Carta en de zogeheten Habeas Corpus Act. Beide zijn direct gevolg van de strijd die burgers door de eeuwen heen voerden zich te emanciperen, individuele vrijheden te verwerven en zich te ontworstelen aan machtsmisbruikende vorsten.

Die Magna Carta werd in 1215 aan Jan zonder Land afgedwongen door diens baronnen. Zij deden dat omdat zij vonden dat de koning zijn macht misbruikte. Datzelfde jaar nog zou paus Innocentius III verklaren dat de Magna Carta geen rechtskracht bezat. Desondanks zou de Magna Carta blijven bestaan en ze werd in de loop van de tijd meermaals aangepast, almaar meer rechten toekennend aan steeds grotere aantallen burgers.

De Habeas Corpus Act vrijwaart burgers van gevangenneming zonder grond en stelt vandaag de dag dat een beschuldigde door de overheid voor het gerecht dient te worden gebracht om de rechtmatigheid van die gevangenneming te toetsen. Paus Innocentius IV zou nog veel verder gaan dan zijn voorganger; hij stond in 1243 marteling toe als verhoormethode.

Daarmee is Benedictus er echter nog niet. Met een pracht van een Godwin brengt hij de nazi’s in stelling. Waar hij Engeland prijst om haar moedig verzet tegen de de nazi’s, “wier tirannie tot doel had god uit de samenleving te bannen en die aan velen onze gemeenschappelijke menselijkheid ontzegden, in het bijzonder de Joden, die ongeschikt werden geacht te leven” neemt hij meteen de mogelijkheid te baat het atheïsme de mantel uit te vegen; “As we reflect on the sobering lessons of the atheist extremism of the twentieth century, let us never forget how the exclusion of God, religion and virtue from public life leads ultimately to a truncated vision of man and of society and thus to a “reductive vision of the person and his destiny”.”

Daarbij linkt hij het atheïsme op slinkse én onterechte wijze aan het nazisme. Niet alleen werd de leus “Gott mit uns” door wehrmachtsoldaten op hun uitrusting gevoerd, ook schreef Hitler in zijn Mein Kampf; “Daarom is het mijn overtuiging, dat ik werk in de geest van de almachtige Schepper: want door mij te verweren tegen de Jood strijd ik voor het werk van de Heer.” Ook de hang naar het occulte onder het naziregime kun je nauwelijks atheïstisch noemen, denk maar aan Hess en zijn Thule-Gesellschaft of Himmler en zijn Wewelsburg.

Dat daargelaten is het natuurlijk om te beginnen al dubieus van een voormalig prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer, voorheen ook wel bekend als de Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis, een ander verwijten te maken – of dat nu vervolgingen van andersdenkenden betreft of eenvoudigweg kortzichtigheid. Met eenzelfde superioriteitswaan als de paus tijdens zijn speech aan de dag legt werden tijdens de hoogtijdagen van de Inquisitie andersdenkenden opgejaagd, gevangen genomen, gefolterd en ter dood gebracht. De Inquisitie werd een onaantastbare macht, inquisiteurs stonden boven de wet en waren niemand dan god verantwoording verschuldigd.

Waar de paus mensen als William Wilberforce, David Livingstone en Florence Nightingale portretteert als door het christelijk geloof geïnspireerd vergeet hij dat diezelfde religie ook een Simon de Montfort, Jacob Sprenger en de Reyes Católicos inspireerde en daarmee de vervolgingen van Katharen, Joden, “heksen“, homoseksuelen en al wat dies meer zij. Ook dat is de erfenis van de katholieke kerk.

Wanneer uitgerekend de paus waarschuwt tegen “agressieve vormen van secularisatie” vraag ik me ten zeerste af hoe hij dat dan voor zich ziet. In het vrije Westen is er vooralsnog niemand die zijn organisatie ook maar een strobreed in de weg legt (uitgezonderd vijf Algerijnse straatvegers kennelijk, maar die zijn de maat niet waar het om de secularisatie in het Westen gaat). Priesters worden niet vervolgd, ironisch genoeg ook niet wanneer zij wel vervolgd zouden móeten worden. Van een damnatio ad bestias heeft geen christen nog wat te vrezen en niet alleen bij gratie van een tekort aan leeuwen.

De enige dreiging die ik hier zie is die van een verouderd instituut van verzuurde, wereldvreemde oude mannen, dat de wereld haar krijgsregels nog altijd denkt op te kunnen leggen. Een beter pleit voor laïcisme is er niet.

"Zeg ne keer"

Roger Joseph Vangheluwe was bisschop van Brugge tot 23 april 2010, toen paus Benedictus XVI zijn de dag daarvoor aangevraagde ontslag honoreerde. Directe aanleiding daarvoor was een e-mail die in de nacht van 19 op 20 april aan de Belgische bisschoppen werd gestuurd en waarin kond werd gedaan van jarenlang misbruik van een minderjarige neef – door diezelfde bisschop van Brugge die op 19 april nog het gebleken misbruik in de kerk “ambetant” en “schandalig” noemde. Dit deed hij tijdens een gastcollege aan de universiteit van Leuven, hetgeen zijn laatste publieke optreden als bisschop zou worden. Opvallend is zijn roep om objectiviteit tijdens dat college, samen met zijn opmerking dat pedofilie volgens sommige artikelen “nergens zo weinig gebeurt als in de katholieke kerk”.

Vangheluwes slachtoffer hoorde tijdens een paasmis de toen nieuwbakken aartsbisschop André Léonard verwijzen naar de recente golf van misbruikschandalen binnen de katholieke kerk. Léonard is tijdens het homilie luid en duidelijk; die mogen niet in de doofpot. De neef, inmiddels een volwassen man, besluit de meerderen van zijn belager met het door hem gepleegde misbruik confronteren, iets dat hij nog niet eerder gedurfd heeft. In maart pakt hij de telefoon en vraagt zijn oom te spreken in het bijzijn van diens “overste” en er wordt daartoe op 8 april afgesproken in de abdij van Steenbrugge. In plaats van de aartsbisschop troont Vangheluwe kardinaal Godfried Danneels mee naar dat gesprek. Dat valt bij de neef, die de aartsbisschop en niet de gepensioneerde Danneels verwachtte, niet in goede aarde. Heimelijk neemt hij het gesprek met beide geestelijken op.

Vangheluwe misbruikte zijn neefje tussen diens vijfde en achttiende levensjaar. Het misbruik hield pas op toen de vader van het slachtoffer zijn broer de bisschop confronteerde. Bisschop Vangheluwe is inmiddels op leeftijd, zijn emeritaat is nakende en het slachtoffer geeft tijdens het gesprek aan niet te kunnen verteren dat Vangheluwe volgend jaar de gelegenheid krijgt “in glorie afscheid te nemen“. Hij verwacht dat de kerk Vangheluwe voordien tot ontslag zal dwingen. Sowieso is hij “het beu dat Vangheluwe naar buiten toe de deugdzame bisschop blijft spelen” terwijl hij zelf nog altijd de psychische en fysieke gevolgen van het dertien jaar durende misbruik draagt. Hij heeft daarin natuurlijk gelijk, dat rijmt niet, maar hij krijgt toch nul op het rekest.

Wanneer de familie even later bij het gesprek aanschuift geeft Vangheluwe het misbruik aan hen toe, voor het eerst. Behalve dat minimale stukje rehabilitatie levert het gesprek niets op en het slachtoffer gaat onverrichter zake huiswaarts. Vangheluwes slachtoffer raakt verder in gewetensnood wanneer hij op 15 april een rapportage van televisieprogramma Koppen ziet; in de negentiger jaren wijdde bisschop Vangheluwe een man tot diaken van wie hij wist dat deze een jongen misbruikt had. De jongen pleegde daarop zelfmoord.

Op 19 april raapt de neef van Vangheluwe dus nogmaals zijn moed bij elkaar en pleegt een telefoontje naar de commissie-Adriaenssens, die zaken van kindermisbruik door geestelijken onderzoekt. Diezelfde avond laat besluit een familielid, dat zich het leed van het slachtoffer aantrekt, de Belgische bisschoppen het relaas te mailen, met daarbij een ultimatum; ze krijgen tot Pinksteren de tijd om stappen tegen de grijpgrage bisschop te ondernemen.

Op 22 april beseft Vangheluwe dat hij onherstelbaar in het nauw zit en biedt dan eindelijk bij de paus zijn ontslag aan, die dat daags erna onmiddelijk honoreert.

Een geëmotioneerde aartsbisschop Léonard lichtte op 23 april het ontslag van Vangheluwe tijdens een persconferentie nader toe. Tijdens die conferentie zei hij ondermeer dat de Belgische kerk “resoluut een bladzijde wil omdraaien uit een niet eens zo ver verleden, waar stilte en doofpot verkozen werden”. Krokodillentranen, zo bleek reeds op 29 april. De aartsbisschop werd al eens aangeklampt door een slachtoffer van seksueel misbruik door een priester, met slechts overplaatsing naar een andere parochie tot gevolg waar de priester in kwestie gewoon door kon gaan met het lastigvallen van zijn slachtoffer.

Ook Danneels doet die dag een duit in het zakje wanneer hij gevraagd wordt naar het gesprek dat hij met de bisschop en diens slachtoffer voerde; “Er is van mijnentwege nooit maar een schijn van een poging ondernomen om de zaak in de doofpot te stoppen of er de mantel van de geheimhouding over te gooien.”

Het parket van Brugge kondigde kort daarna aan een onderzoek te openen naar de kindermisbruikende bisschop. De kerkelijke autoriteiten gaven op hun beurt aan het dossier aan de Congregatie voor de Geloofsleer te zullen doen toekomen. Dat instituut behapt sinds anno domini 2000 zaken van seksueel misbruik door geestelijken. Eric de Beukelaar, op dat moment woordvoerder van de bisschoppenconferentie, legde uit dat de Congregatie de bisschop “gezien de ernst van de feiten” geestelijke-af kan maken of hem kan verbieden nog langer missen op te dragen.

Dat deed me meewarig glimlachen; niet alleen is dat bijzonder mild ten aanzien van iemand die jarenlang een minderjarige misbruikte, het staat ook nog eens in schril contrast met hetgeen deze Congregatie aan straffen wist uit te delen in haar hoogtijdagen – toen ze nog Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis heette.

Op 27 april volgt ontluisterend nieuws; Roger Vangheluwe mag zichzelf gewoon bisschop blijven noemen. Begin juni is er nog altijd geen bericht van de Congregatie voor de Geloofsleer en mag Vangheluwe tot nader order de priesterlijke taken gewoon blijven uitoefenen.

Het Belgische gerecht lijkt vervolgens op 24 juni in te grijpen en ze neemt geen halve maatregelen. Aan de hand van verklaringen van Godelieve Halsberghe, de voorgangster van Peter Adriaenssens (de kinderpsycholoog naar wie de commissie-Adriaenssens genoemd is), besluit onderzoeksrechter Wim De Troy met “operatie Kelk” van start te gaan. Volgens Halsberghe heeft kardinaal Danneels een aantal dossiers die betrekking hebben op kindermisbruikzaken verborgen in een crypte in de Sint-Romboutskathedraal. De Troy wil erg graag weten of en hoeveel misbruikzaken de kerk (en Danneels) in de doofpot heeft laten verdwijnen. Er volgt dus een reeks invallen en huiszoekingen; in de kathedraal, de woning van Danneels en bij de commissie-Adriaenssens. De laatste heft zichzelf uit protest op.

Tussen de honderden dossiers die in beslag genomen worden zit ook dat van Vangheluwe.

De spierballentaal van het gerecht baart opzien en Rome reageert als door een wesp gestoken. Waar ze tijdens de gehele affaire radiostilte in acht leek te nemen veroordeelt Rome de invallen nu luidkeels. Op verzoek van het parket-generaal stelt de Kamer van Inbeschuldigingstelling een onderzoek naar de handelswijze van De Troy in. De resultaten daarvan blijven in eerste instantie geheim en De Troy mag het onderzoek verder voortzetten. In augustus blijkt dat hij toch onrechtmatig gehandeld heeft door de inval bij de commissie en het wegnemen van haar dossiers. Die dossier nu, dienen aan de commissie te worden teruggegeven. De overige invallen waren rechtmatig, aldus de Kamer van Inbeschuldigingstelling.

Rest ons Godfried Danneels. Volgens de lezing van kardinaal Danneels nam deze pas in april dit jaar kennis van het kindermisbruik door Vangheluwe, kort voor het gewraakte gesprek. Een priester, Rik Devillé, beweert echter anders. Devillé zou het genoemde misbruik al in de negentiger jaren bij de kardinaal gemeld hebben, maar daar verder niets meer van vernomen hebben.

Roger Vangheluwe werd in 1985 door kardinaal Godfried Danneels tot bisschop gewijd, de heren kennen elkaar dus langer dan vandaag. In die tijd al maakt hij zich schuldig aan het seksueel misbruik van zijn neefje en dat misbruik ging na zijn bisschopswijding gewoon door.

Wanneer het gerucht gaat dat Vangheluwe zijn slachtoffer jarenlang zwijggeld zou hebben betaald is de maat wat de neef betreft vol en hij stapt met de opnamen naar de Standaard. Met de publicatie van die opnamen op 28 augustus valt kardinaal Danneels door mand. Hij redeneert iedere optie die het slachtoffer heeft van tafel; omdat Danneels gepensioneerd is kan hijzelf niets doen, de handen van de aartsbisschop zijn hem op de rug gebonden omdat iedere bisschop “eigen baas is” en de paus heeft toch geen tijd voor een (onbeduidende?) zaak als deze. Danneels vraagt Vangheluwes neef meermaals te wachten met in de openbaarheid treden tot na het aftreden van de bisschop, dat ergens volgend jaar toch op de planning staat. Vangheluwe laat zich hoe dan ook niet tot het nemen van ontslag vermurwen.

Kardinaal Danneels reageert vandaag bij monde van zijn advocaat op deze “karaktermoord” door de Standaard. Hem valt juridisch niets te verwijten en hij heeft moreel juist gehandeld, aldus de advocaat. Of het herhaaldelijk gedane verzoek maar te wachten met een in de openbaarheid treden om de bisschop uit de wind te houden werkelijk zo “moreel correct” is -ik vind van niet.

Vandaag bericht men dat de katholieke kerk Roger Vangheluwe in het geheel niet zal gaan vervolgen. De zaak is volgens canonniek recht verjaard, hetgeen ik een al te makkelijke manier vind voor de katholieke kerk om haar geestelijken met dergelijke misdrijven weg te laten komen. Vangheluwe heeft zich tot bisschop laten wijden terwijl hij zich bezondigde aan een van de ernstigste misdaden die een mens een ander mens aan kan doen. Alleen daarom al zou Rome alle registers tegen de man open moeten trekken, maar niets van dat al.

Het ziet er voorlopig naar uit dat de man die een vijfjarige bepotelde en jarenlang niet met zijn tengels van dat arme kind af kon blijven in de gelegenheid gesteld wordt zijn dagen ongestraft en met behoud van pensioen (sic!) te slijten in de abdij van Westvleteren.

’t Is godgeklaagd.

Schijnheilig

Het bisdom Haarlem-Amsterdam heeft laten weten een pastoor per direct op non-actief gesteld te hebben en hem een heuse “bezinningsperiode” te hebben opgelegd. ’s Mans handelen heeft “in binnen- en buitenland bij gelovigen verontwaardiging gewekt” en dat is voor bisschop Punt reden de pastoor in kwestie van zijn priesterlijke taken te ontheffen.

Dat laatste deed me in eerste instantie vrezen voor opnieuw een aan de doofpot ontsnapt verhaal over een priester die zijn handen niet thuis houden kon. Eerder al stoorde ik me aan de relatief weinige felle, verontwaardigde reacties van gelovigen wereldwijd op de vele misbruikschandalen. Ook hier te lande maakte men zich eerder druk over een als beledigend ervaren uitzending van Man Bijt Hond, de al dan niet Tridentijnse ritus en het Tweede Vaticaans Concilie, dat allerlei frivole nieuwerwetsigheden met zich meebracht -tenminste, als je degenen moet geloven die een ander het liefst strak insnoeren in het korset van hun conservatieve rechtlijnigheid. Dat men nu zelfs wereldwijd schande spreekt, welnu, dan moest ’t ditmaal toch wel heel ernstig zijn!

Het resolute handelen van de bisschop scheen me al bemoedigend voor, een dergelijk lik-op-stukbeleid zou in een geval zoals bijvoorbeeld van een Lawrence Murphy veel leed voorkomen hebben. Murphy werd verdacht van het misbruiken van zo’n tweehonderd dove jongens, maar mocht nochtans aanblijven als pastoor.

Het valt in het onderhavige geval allengs mee, althans wat het delict betreft. De vreselijke misdaad die pastoor Paul Vlaar pleegde is het celebreren van een Oranjemis tijdens de aanloop naar de finale van het wereldkampioenschap voetbal. In, godbetert, een oranje kazuifel. En daar bleef het niet bij, de man had het lef de kerk te versieren met allerlei oranje voetbalparafernalia. Was ’t nu nog Ferrari-rood geweest, zoals paus Johannes Paulus II ooit het gehele Sint-Pietersplein deed kleuren, dan was ’t misschien nog tot daaraantoe geweest. Kennelijk is er een wezenlijk verschil tussen een pauselijke vlaag van Formule 1-gekte op het Sint-Pietersplein en een vlaag van voetbalgekte in Obdam.

Vlaars parochianen voelden zich al geroepen het voor hun pastoor op te nemen. De grote mate van waardering die zij voor deze pastoor hebben is opvallend en meermaals wordt er gewezen op het feit dat de kerk in Obdam, waar ’t hier om gaat, in tegenstelling tot vele andere kerken met regelmaat tjokvol zit. De aanpak van pastoor Vlaar heeft er volgens een parochiebestuurder zelfs voor gezorgd dat “mensen hun weg terug naar de kerk vinden“.

Kennelijk heeft de al te enthousiaste pastoor de juiste snaar bij zijn parochianen weten te raken, maar wie denkt dat hij zich daarmee van zijn taak kweet rekent buiten de waard. Het doet me denken aan mijn favoriete quote van Mark Twain, die de religieuze mens al doorzag;

“Man is a Religious Animal. He is the only Religious Animal. He is the only animal that has the True Religion–several of them. He is the only animal that loves his neighbor as himself and cuts his throat if his theology isn’t straight. He has made a graveyard of the globe in trying his honest best to smooth his brother’s path to happiness and heaven…”

Waar beduidend minder reuring over is, zijn de nieuwe richtlijnen voor hoe om te gaan met misbruikende priesters, waar het Vaticaan gisteren mee op de proppen kwam. De verjaringstermijn die men er voor dergelijke delicten op nahield is van tien jaar opgerekt naar twintig. Behalve misbruik is ook het in bezit hebben van kinderpornografie nu reden voor een disciplinaire bestraffing. Niet nader omschreven “ernstige gevallen” kunnen direct aan de paus worden voorgelegd, die kan beslissen hen uit het ambt te ontzetten en te excommuniceren. Was getekend, William Levada, de nieuwe Groot-Inquisiteur.

Een woordvoerder van het Vaticaan zou hebben laten weten dat dit alles dient om “de zwaarste gevallen van seksueel misbruik door priesters sneller en doeltreffender te kunnen aanpakken”. Als dat werkelijk zo is, dan vraag ik mij ten stelligste af hoe het dan toch kan dat er in het geheel niet wordt gerept over een verplichting voor bisschoppen om dergelijke misdrijven aan het wereldlijk recht te melden. Sterker nog, bisschoppen die zaken van kindermisbruik onder de mijter houden hoeven nog altijd niet op sancties te rekenen.

En passant stelt het clubje van Levada, voorheen ook wel bekend als de Inquisitie, tegelijkertijd meteen ook even ook de wijding van vrouwen strafbaar volgens canoniek recht. De weerstand die dit conservatieve mannenbolwerk heeft tegen al wat vrouwelijk is verbaast me al jaren en wetgeving zoals deze vind ik een knap staaltje achterlijkheid, de donkere middeleeuwen waardig. Er is niets aan het priesterlijk ambt dat een vrouw niet evengoed zou kunnen doen zou ze dat willen.

Het Vaticaan gaat echter nóg een stap verder in haar misogynie en stelt de wijding van vrouwen feitelijk gelijk aan het misbruik van kinderen door er dezelfde strafmaat op los te laten. Wie een vrouw tot priester wijdt kan op dezelfde straf rekenen als een kinderverkrachter.

Hoe affreus.

De terugkeer van de Dondergod

De dreiging van een lichtgeraakte, straffende god is niet nieuw, verre van dat zelfs. Dat beeld dateert van ver voor de entree van de god uit de Abrahamitische religies. Doorheen de gehele menselijke geschiedenis is te zien hoe de mens natuurgeweld en rampspoed graag verklaarbaar maakt door ze aan humeurige of verbolgen goden toe te schrijven.

Zo waren de Maya’s de overtuiging toegedaan dat het slechte humeur van weergod Huaracan in direct verband stond met de rampzalige stormen die we tot op de dag van vandaag met zijn naam in verband brengen; hurricanes.

Op eenzelfde wijze is de Romeinse vuurgod Vulcanus etymologisch verantwoordelijk voor ons woord “vulkaan”. Onder de Etna bouwde hij zijn smidse. Wie de beelden heeft gezien van de roodgloeiende vulkanische activiteit onder de IJslandse gletsjer Eyjafjallajökull, met de gigantische rookpluim, kan zich waarschijnlijk goed inbeelden dat de Romeinen een goddelijke smidse onder zo’n rokende berg bevroedden. Een uitbarsting van een vulkaan werd in verband gebracht met de woede van Vulcanus, verstandiger dus hem gunstig te stemmen.

Nu ik dan hoorde dat de heer Sedighi, een kennelijk vooraanstaand geestelijke in Iran, zijn volgelingen voorhoudt dat homoseksualiteit, promiscuïteit en zelfs onbehoorlijke kleding directe oorzaken zijn voor Allah om de mens daarvoor met aardbevingingen te bestraffen moest ik direct aan Poseidon denken. Poseidon, de god van aardbevingen, de wateren en de zee. Wanneer Poseidon boos zijn drietand in de aardkorst stiet beefde ze en spleten de rotsen.

Volgens Sedighi “onthoudt Allah expres de bevolking in het Westen van rampen, opdat ze nog meer zondigen en sneller naar de hel gaan”. Daarmee lijkt hij de overtuiging te zijn toegedaan dat Allah aan “zijn” kant staat, zoals Poseidon tijdens de Trojaanse oorlog die van de Grieken moet hebben gekozen en dicht hij zijn god bepaald sadistische trekjes toe. Het idee dat een waarlijk almachtige, grote god zich dagdagelijks met dergelijke triviale menselijke beslommeringen bezig zou houden heb ik altijd aanmatigend gevonden. De notie dat zo’n goddelijke rechter hele continenten zou doen beven omwille van de liefde tussen twee mensen, die niemand kwaad berokkenen met die liefde ook al zijn zij van hetzelfde geslacht, is ridicuul. We hebben pas geleden de tijdens de Tweede Wereldoorlog begane gruwelen herdacht, je vraagt je af waarom Hij dan Auschwitz niet met een dergelijk wild gewoel met de grond gelijk gemaakt heeft.

Maar soit, hopelijk vergeet Sedighi niet dat juist dankzij Poseidon, die hen later de verwoesting van het door hem gebouwde Troje verweet, de meeste van die Grieken tijdens hun thuisreis een zeemansgraf vonden. De goden zijn wispelturig.

Sedighi staat niet alleen in zijn overtuigingen dat zijn god mensen met hem onwelgevallige denkbeelden straft. Ook de aswolk, die de laatste weken het Europse vliegverkeer zo in de weg zat, is reeds geclaimd. Volgens een christelijke beweging, Nederland Pro Deo, is de rookpluim een straf gods voor onze “moderne levenswijze” waarbij de tien geboden niet meer worden nageleefd. Dat, of we hebben een nieuwe paus.

Een Palestijnse imam is het niet met hen eens en beweert op zijn beurt dat de aswolk juist bedoeld is om ongelovigen en polytheïsten te straffen. Lekker makkelijk; dat is zo’n beetje iedereen die niet in zijn islamitische potje valt. Dat ruimt lekker op.

Dan is er nog de aardbeving die Haïti trof en de Amerikaanse televisiedominee Pat Robertson toegeschreven werd aan de zonden dat land, dat hij ervan betichtte een pact met de duivel te hebben gesloten.

De tsunami, die zes jaar geleden onder andere in India, Thailand, Indonesië en Sri Lanka zo vreselijk veel slachtoffers maakte, moest op zijn beurt wel een straf zijn geweest voor het niet langer naleven van islamitische regels. Volgens een sjeik Fawzan al-Fawzan diende de tsunami vooral als straf voor homoseksualiteit.

Dat laatste echoot door in de woorden waarmee Paus Benedictus XVI eerder deze week tijdens zijn bezoek aan het Portugese Fatima sprak over abortus en het homohuwelijk, die volgens hem “de meest verraderlijke en gevaarlijke dreigingen in de wereld” zijn.

In Fatima staat een standbeeld van de Heilige Maagd Maria. Zij draagt een kroon, waarin de kogel verwerkt is, waarmee de vorige paus werd neergeschoten. Dat gebeurde in 1981 op het Sint Pietersplein. Met dat gegeven, tesamen met het vorige maand verijdelde moordcomplot op zijn eigen persoon, zou je verwachten dat Benedictus het woord “dreiging” met wat meer terughoudendheid bezigen zou, maar niets van dat al.

De paus en de imam zijn het in elk geval over een ding eens; hetgeen twee consenting adults van hetzelfde geslacht met elkaar in hun eigen slaapkamer uitspoken is gevaarlijk voor ons allemaal. Is het geen dreiging voor de wereld, dan is het wel een reden een goddelijke hand straffend op ons te doen neerdalen, liefst op voorspraak van de oud-testamentische Lot, een dronken en incestueuze vader. Kennelijk is het dreigen met hel en verdoemenis voor de zondaar alleen al lang niet meer voldoende en voelt men de noodzaak op te schalen naar collectieve straffen en dreigingen, om de mens op het rechte pad te houden.

De Dondergod is terug!

Holier than thou

Paus Benedictus XVI zou, toen hij nog kardinaal was, niets hebben ondernomen toen hem ter ore kwam dat een Amerikaanse priester mogelijk tweehonderd (!) dove jongens misbruikt had. In 1996 waarschuwden meerdere bisschoppen de huidige paus van de verdenkingen tegen de priester, Lawrence C. Murphy. De priester schreef Ratzinger een smeekbede, die in elk geval afdoende bleek om de Congregatie te doen besluiten af te zien van een kerkrechtelijke vervolging. Sterker nog; de man mocht aanblijven als priester.

Van Benedictus, die toen nog Joseph Ratzinger heette en die sinds anno domini 1981 prefect van de Congregatie voor de Geloofsleer was, zou men een doortastender handelen verwacht hebben. Of dan toch in ieder geval een handelen. Hij heeft de naam en faam van die congregatie zogezegd geen eer aangedaan; het is exact hetzelfde instituut dat voorheen bekend stond als de Congregatio Romanae et Universalis Inquisitionis.

Jawel, de Inquisitie.

Dat de Kerk een instituut als de Inquisitie onder de valse vlag van een nieuwe, minder beladen naam heeft laten voortbestaan is, behalve mij een gruwel, een teken aan de wand. In dat licht bezien verbaast me de behendigheid niet, die de Kerk tentoongespreid heeft bij het schielijk in doofpotten laten verdwijnen van zaken die het daglicht niet kunnen verdragen, onderwijl wel donderprekend over religieus-ethische kwesties als ‘de juiste seksuele moraal’.

Let wel; daarbij verlies ik zeker niet uit het oog dat kindermisbruik evengoed buiten de Kerk angstaanjagend veel voorkomt. Wat betreft de link tussen het celibaat en kindermisbruik, daarvan ben ik nog altijd niet overtuigd. Integendeel zelfs, want veruit het meeste kindermisbruik vindt in huiselijke kring plaats en daders zijn meestal familie of bekenden van het slachtoffer. Van de pedoseksuelen die buiten die kring opereren weten we ook het een en ander voor wat betreft hun modus operandi; Zij zoeken actief posities in de maatschappij waarin ze contact kunnen hebben met kinderen, dat geldt evengoed voor die viespeuk van een zwemleraar Benno L. en voor de Vlaardingse hopman Ronald B. als voor een grijpgrage pater Salesiaan.

Wat de Kerk aan te rekenen valt is dat zij meermaals kennis droeg, maar niet ageerde. Erger nog; dat ze daders verder faciliteerde door zaken in genoemde doofpot te stoppen en zich in stilzwijgen te hullen, daarbij het vertrouwen verder beschamend op basis waarvan kinderen aan de zorgen van de Kerk werden overgelaten. Hier gaat meer dan ook op dat wie zwijgt toestemt. Dat maakt de beladen woorden van kardinaal Simonis slechts nog maar wranger. “Wir haben es nicht gewusst”.

Van de paus, in zijn hoedanigheid als hoeder van de kerk, hebben we van meet af aan opvallend weinig vernomen in al die affaires. Het is waar; in het geval van het veelvuldig kindermisbruik in Ierland heeft hij weliswaar van zich laten horen middels een brief. Dat is dan nog iets. Het zal mij benieuwen of andere landen, waar zijn priesters hun handen niet van kinderen konden houden, dezelfde eer nog te beurt zullen gaan vallen. Amerika, Australië, Duitsland, Nederland, ik noem maar een paar zijstraten.

Mij staat de felle toon nog helder voor de geest waarmee hij drie jaar geleden van leer trok tegen het atheïsme, dat volgens de kerkvorst geleid heeft tot “de ergste vormen van wreedheid en schendingen van de rechtvaardigheid”. Is dat niet fraai, uitgerekend van zijne heiligheid de groot-inquisiteur?

Behalve het atheïsme kreeg ook het ‘moderne’ Christendom een veeg uit de pan. Dat alles in een heuse encycliek. Daar steekt de brief in schril contrast bij af.

Dat verklaart misschien meteen ook waarom het vele geroezemoes binnen de Nederlandse rooms-katholieke gemeente nog altijd niet zo zeer de wandaden van haar priesterorde betreft, maar waarom er wel protestbrieven rondzingen ten name van de NCRV over een uitzending van Man Bijt Hond -om nog maar niet te spreken van een woedende liedjesoorlog.