Turks worstelen met de democratie

Uitgerekend bij het standbeeld De verwoeste stad van Osip Zadkine, op het Plein 1940, liggen vanochtend losse straatstenen als stille getuigen van een nacht vol vernielingen en ongeregeldheden. Twaalf arrestaties en zeven gewonden, waaronder een agent. Watskebeurt?

Wel, dat ligt zo. De Turkse president Erdogan wil met een wijziging van de Turkse grondwet zijn presidentiële macht uitbreiden. Niet alleen wil meneer Erdogan daarmee meer greep op de Turkse rechterlijke macht (dág scheiding der machten) én de mogelijkheid per decreet te regeren, ook zou het betekenen dat hij tot 2029 president mag blijven. Omdat het wetsvoorstel ook voorziet in de afschaffing van de premiersfunctie krijgt een president daarmee álle uitvoerende macht. Hij zal zelfs het hele parlement mogen ontbinden wanneer hem de goesting daartoe overvalt.

Het Turkse parlement is reeds akkoord gegaan en op 16 april mag het Turkse volk zich daarover uitspreken tijdens een referendum. Dat betekent dat er campagne gevoerd moet worden!

Per decreet 

Dat reageren per decreet is een reden tot zorg. Meneer Erdogan heeft na de mislukte coup van vorig jaar de noodtoestand uitgeroepen en mag sindsdien al per decreet regeren, dus we weten al waartoe zulks leiden kan. Na het uitroepen van de noodtoestand is het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens voor onbepaalde tijd opgeschort. Diverse mensenrechten (zoals die op een eerlijk proces en die op vrijheid en veiligheid en respect voor privé- en familieleven) zijn buiten werking gesteld. Verdachten mogen tot dertig dagen zonder officiële aanklacht vastgehouden worden.

Hij schorste of ontsloeg al 120.000 ambtenaren. Voorts liet hij duizend privéscholen sluiten, net als 165 televisiestations, persdiensten, kranten, tijdschriften, radiozenders en uitgeverijen. Hij liet 40.000 mensen arresteren, onder wie ruim 140 journalisten en parlementariërs van de (pro-Koerdische) partij HDP.

Vorig jaar schreef ik daar al wat over in Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting en ik ben de aanhouding van de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink nog niet vergeten, laat staan die van Ebru Umar. Die aanhoudingen vonden allebei ‘toevallig’ plaats tijdens afzonderlijke bezoekjes van onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders aan Turkije. Machtsvertoon heet dat.

Turkse stemgerechtigden weten dus wat hen te wachten staat. Als ik dat zo lees lijkt het me bepaald onverstandig daar ‘ja’ tegen te zeggen, maar onverstandig of niet, dat staat de kiezer vrij. Ook dat is democratie.

Campagne in het buitenland

De Turkse kieswet verbiedt politici al sinds 2008 campagne te voeren buiten de Turkse landsgrenzen. Artikel 94/A van de Turkse kieswet: “In het buitenland en in buitenlandse missies mogen geen campagneactiviteiten bedreven worden.”

Desondanks kondigde meneer Erdogans partij (AK) meteen grootschalige campagnebijeenkomsten aan in Europa. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu reisde af naar Duitsland, waar hij op 7 maart een campagnebijeenkomst hield in Hamburg. De Duitse regering wilde die bijeenkomst verbieden en werd derhalve door meneer Erdogan beticht van “nazipraktijken”. Dat is nogal wat en die uitspraak karakteriseert zowel de snel aangebrande natuur van meneer Erdogan als zijn politieke strategie van het gestrekte been.

Rotterdam

Goed. De volgende halte in de campagne van meneer Cavusoglu was Rotterdam, maar daar werd de bijeenkomst afgelast. In plaats daarvan moest er afgelopen zaterdag een bezoek gebracht worden aan het Turkse consulaat, ook in Rotterdam. De Nederlandse regering riep meneer Cavusoglu op niet naar Nederland te komen, want men voorzag problemen met de openbare orde en veiligheid. Zo’n bezoek was prima, maar dan wel graag kleinschalig en besloten. Dat was alles aan dovemansoren, de goede man stapte toch op het vliegtuig.

Het kabinet Rutte trok prompt (en on-Nederlands ondiplomatiek) de landingsrechten van ’s mans vliegtuig in. Meneer Erdogan ontstak alweer in woede en noemde Nederland een “nazi-overblijfsel” en “fascistisch”.

Ongewenst vreemdeling

De Turkse minister van Familiezaken, Fatma Betül Sayan Kaya, wilde op haar beurt acte de présence geven in Ermelo en Wehl. De eigenaars van daarvoor gehuurde uitspanningen zegden echter af. Ook haar leek het Turkse consulaat in Rotterdam een leuk alternatief. Maar die Hollanders doen zo vervelend!

Niet getreurd, mevrouw stapte gisteren in Duitsland met een heel gevolg van (al dan niet bewapende) beveiligers en medewerkers in een colonne auto’s en zette koers naar Rotterdam. Er vertrok kennelijk een tweede colonne auto’s, die de Nederlandse autoriteiten moest misleiden.

Eenmaal in Rotterdam werd de colonne staande gehouden en dat mondde uit in een volkomen surreële situatie, waarbij de minister urenlang weigerde uit haar gepantserde auto te komen.  Ze wilde de toegestroomde menigte, zo’n duizend man sterk, toespreken en ze wilde naar ‘haar consulaat’. Tot mevrouws ongenoegen mocht ze allebei niet: “Nederland schendt alle internationale wetten, conventies en rechten van de mens door mij niet binnen te laten gaan in het Turkse consulaat in Rotterdam.”

Enkele van de wagens uit de colonne werden weggesleept. Mevrouw Kaya werd tot ongewenst vreemdeling verklaard, afgevoerd en midden in de nacht terug geëscorteerd naar Duitsland. Toen kwam het dus tot rellen.  De ME, de politie te paard en een heus waterkanon moesten eraan te pas komen om de Westblaak en Plein 1940 schoon te vegen.

Vanochtend beloofde de Turkse premier Binali Yildirim “serieuze tegenmaatregelen tegen Nederland” en volgens hem is de diplomatieke onschendbaarheid van mevrouw Kaya aangetast. Dat laatste lijkt me onzin, overigens.

Diplomatieke onschendbaarheid

Buitenlandse diplomaten die in Nederland hun land vertegenwoordigen zijn onschendbaar. Die diplomatieke onschendbaarheid betekent dat gastland Nederland ze niet kan vervolgen of aanhouden. Deze bescherming geldt ambassadeurs, consuls, staatshoofden, regeringsleiders, ministers van Buitenlandse Zaken en permanente vertegenwoordigers bij internationale organisaties.

Diplomatieke onschendbaarheid is iets dat actief door het gastland erkend moet worden, alleen het dragen van een diplomatiek paspoort is dus niet genoeg. Doorgaans verstrekt het gastland een bijzonder identiteitsbewijs aan de betrokken diplomaat, waaruit de verleende onschendbaarheid blijkt.

Een Turkse minister van Familiezaken die onder valse voorwendselen én tegen de geldende wetgeving van Turkije én tegen de uitdrukkelijke wensen van gastland Nederland in afreist om campagne te voeren geniet in beginsel die diplomatieke onschendbaarheid dus niet.

Vrijheid en democratie

Toch, hè? Die Turkse ministers beroepen zich in Nederland op mensenrechten, die Turkije in eigen land zelf met voeten treedt. Een uitgelezen kans om te laten zien hoe het wél moet. 
Wees vrij je mening te uiten, ook als we die abject vinden. Onze democratie kan dat makkelijk hebben, daar hebben wij het volste vertrouwen in. Vooruit, hier heb je een mooie rode loper en voor de aardigheid richten we daar direct naast het grootste persvak ooit in. Natuurlijk mag je komen vertellen over hoe je graag zou willen dat je electoraat ‘ja’ zegt tegen je abjecte plannen je democratie uit te hollen, de vrijheden van je mensen op te schorten en de mensenrechten ongestraft met voeten te laten treden. Laten we je politieke tegenstrevers ook nog even aan het woord. Daarna zullen wij, in dezelfde vrijheid, daar wat van vinden. 
Of dat nu in een achteraf zaaltje is of in je eigen consulaat, leef je uit, met de pers erbij. Zodat iedereen weet wat je van plan bent. 

Minder, minder, minder

Gisteren wees de rechtbank vonnis in de zaak tegen PVV-voorman Geert Wilders. Grote afwezige was meneer Wilders zelf. Ook zijn advocaat, meester Knoops, maakte zijn opwachting niet.

Geert Wilders is voor zijn uitspraken op woensdag 19 maart 2014 veroordeeld voor groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar kreeg geen straf of maatregel opgelegd.

De belangrijkste vraag in dit proces is of de heer Wilders een grens over is gegaan. Die vraag is in dit vonnis beantwoord. Daarmee vindt de rechtbank dat voldoende recht is gedaan. Hij krijgt daarom geen straf.

De rechtbank houdt er rekening mee dat Geert Wilders een democratisch verkozen volksvertegenwoordiger is, oprichter van de PVV en leider van de PVV-fractie in de Tweede Kamer. Daarom meent de rechtbank dat hij al genoeg gestraft is door de schuldverklaring alleen en daarmee lijkt de rechtbank de geit en de kool te willen sparen.

Wat zei Geert Wilders ook al weer? 

Op 12 maart 2014, tijdens een interview op de Loosduinse markt in Den Haag, zei de heer Wilders: “Belangrijkste is toch voor de mensen hier op de markt de Hagenaars, Hagenezen en Scheveningers zoals Léon dat altijd netjes en terecht noemt. Voor die mensen doen we het nu. Die stemmen nu op een veiliger en socialer en in ieder geval een stad met minder lasten en als het even kan ook wat minder Marokkanen.”

Op 19 maart 2014 vroeg meneer Wilders aan een vooraf geïnstrueerd publiek: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” Zijn publiek scandeerde braaf “Minder, minder, minder!” Daarop zei de heer Wilders: “Nah, dan gaan we dat regelen”.

Meer dan zesduizend aangiften werden gedaan, wegens groepsbelediging, aanzetten tot haat en aanzetten tot discriminatie. Dat is het goed recht van de aangevers natuurlijk. In Nederland haal je je recht via de rechter, wanneer je meent onnodig en in strafrechtelijke zin gegriefd te zijn, en niet anders.

Groepsbelediging

Artikel 137c 

1. Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.  

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd.

Tijdens Wilders’ Wilde Woensdagavond ging het dus opeens niet meer over criminele Marokkanen, zoals voordien. Het ging ook niet over Marokkanen in de bijstand. Het ging over Marokkanen in het algemeen: “Willen jullie in deze stad meer of minder Marokkanen?” De meute liet zich gewillig mennen. Ik telde mee; zestien keer een gretig “minder!” Ik boog het hoofd en schaamde me diep en plaatsvervangend. Het zijn beelden die me deden denken aan de Weimarrepubliek, toen men zigeuners afschilderde als asociale en criminele elementen.

Omdat hij zich dus niet beperkte tot ‘criminele Marokkanen’ alleen acht de rechtbank dat een groepsbelediging ten aanzien van Marokkanen. Dat lijkt me terecht. Vervang ‘Marokkanen’ door een willekeurige andere groep mensen uit onze samenleving en het kan niet anders of u wordt daar ongerust van. Komaan, we proberen het even:

“Willen jullie in deze stad meer of minder gehandicapten/homoseksuelen/joden/vrouwen?” 

“Minder, minder, minder!”

“Nah, dan gaan we dat regelen”.

Niet eng? Nee? Echt niet ook maar een beetje ongerust? Het spijt me het te moeten zeggen maar dan moet uw moreel kompas herijkt.

Goed, terug naar artikel 137c uit ons Wetboek van Strafrecht. Omdat de uitspraak van tevoren was uitgedacht en het publiek van meneer Wilders van tevoren werd geïnstrueerd acht de rechtbank opzet aanwezig.

Context

De rechters hebben uiteraard overwogen of de gewraakte uitspraak in een zeker context bezien kan of moet worden, die maakt dat deze niet strafbaar is. Wordt een uitlating bijvoorbeeld tijdens een debat gedaan, ten behoeve van het maatschappelijk debat of uit geloofsovertuiging dan neemt dat gegeven het beledigende karakter van het gezegde weg.

Denkt u maar eens terug aan de zaak  (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam El-Moumni die op televisie verkondigde dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t.

Een dergelijke context acht de rechtbank in de zaak tegen Geert Wilders niet aanwezig, zij ziet de gedane uitspraak op geen enkele wijze als een bijdrage geleverd aan enig publiek debat. Ook het verweer dat de uitspraken gezien moeten worden in het licht van het partijprogramma van de PVV hield bij de rechter geen stand; over Marokkanen in het algemeen is daar niets over terug te vinden.

Politieke arena en parlementaire onschendbaarheid

Ook een gekozen politicus staat niet boven de wet, en weet u? Dat is maar goed ook. Dat zo’n politicus zich voor een rechter moet verantwoorden maakt zijn proces ook zeker niet automatisch tot een politiek proces.

Wel moet ik u toegeven dat ik er moeite mee heb, dat deze kwestie niet in de politieke arena werd uitgevochten. Had de heer Wilders de tegenwoordigheid van geest gehad zijn uitspraak daar te doen, waar hij parlementaire onschendbaarheid als Kamerlid heeft, dan was het heel misschien nog tot een interessant maatschappelijk debat gekomen.

Aan de andere kant, bijkomend voordeel zou nu kunnen zijn dat we het eindelijk weer eens kunnen hebben over het pleidooi dat Femke Halsema in 2011 hield voor uitbreiding van de parlementaire onschendbaarheid, ook buiten de Tweede Kamer en Eerste Kamer, “overal waar een Kamerlid uit hoofde van zijn functie het woord voert”.

Vrije meningsuiting

Ook de rechters beseffen zich terdege dat onze vrije meningsuiting een groot goed is en deze een fundament is onder onze democratische samenleving. Onze denkbeelden en opvattingen mogen anderen choqueren, verontrusten en zelfs kwetsen.

De grondwettelijke vrijheid van meningsuiting is in Nederland nochtans niet absoluut (nooit geweest ook), maar wordt ingekaderd door wetgeving zoals die tegen laster, smaad of bedreiging. Ook het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden staat die begrenzing van de vrije meningsuiting door wetgeving toe.

 Artikel 7 Grondwet

1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.

2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisieuitzending.

3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.

4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

Aanzetten tot haat of discriminatie

Artikel 137d 1. Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, aanzet tot haat tegen of discriminatie van mensen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, hun geslacht, hun hetero- of homoseksuele gerichtheid of hun lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie. 

2. Indien het feit wordt gepleegd door een persoon die daarvan een beroep of gewoonte maakt of door twee of meer verenigde personen wordt gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie opgelegd. 

Geert Wilders riep op geen enkele manier op mensen wat aan te (laten)  doen, voor het aanzetten tot haat is dan ook geen enkel bewijs – en daar werd hij dan ook voor vrijgesproken. Wat de heer Wilders riep op 19 maart 2014 heeft volgens de rechters een discriminatoir en opruiend karakter. Daarom acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met zijn publiek schuldig heeft gemaakt aan het aanzetten tot discriminatie. 

De rechtbank acht Geert Wilders dan ook schuldig aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. Zij legt geen straf of maatregel op en benadeelde partijen kunnen geen aanspraak maken op een schadevergoeding, want zij werden niet persoonlijk geschaad.

De rechtspraak

De rechtspraak is net zo goed een fundament onder onze democratische samenleving. Ook daar moeten we dan ook zuinig op willen zijn. Dat wil overigens zeker niet zeggen dat we ’t met uitspraken niet oneens mogen zijn of we ons bij elke uitspraak klakkeloos neer dienen te leggen. Daarom is de rechtspraak dan ook openbaar, het is juist de bedoeling dat we er wat van vinden en haar op die manier controleren.

Dat Geert Wilders het oneens is met zijn veroordeling ligt in de lijn der verwachtingen. Dat gebeurt vaker, daarom is een hoger beroep altijd een mogelijkheid. Niet zelden wordt er in hoger beroep anders geoordeeld dan in eerste aanleg.

Rechters toetsen aan de bestaande wetgeving, maar ze maken die wetgeving niet. Zijn we het fundamenteel oneens met een stuk wetgeving, dan staat het ons vrij een wetswijziging te beijveren, via het parlement. De heer Wilders, als gekozen volksvertegenwoordiger, volbloed politicus en fractievoorzitter van de PVV in de Tweede Kamer, weet dat natuurlijk als geen ander.

Geert Wilders sprak de rechters, die hem veroordeelden, boos toe: “U heeft miljoenen Nederlanders hun vrijheid van meningsuiting ingeperkt en daarmee eigenlijk iedereen veroordeeld. Niemand vertrouwt u meer”. Op Twitter fulmineerde hij: “Drie PVV-hatende rechters verklaren Marokkanen tot ras en veroordelen mij en half Nederland. Knettergek”.

Wie het vonnis leest echter, gewoon van begin tot eind, leest anders. Louter juridische overwegingen, zoals het hoort.  Dankzij onze onafhankelijke en openbare rechtspraak kunt u dat zelf verifiëren, hier: Klikkerdeklik. De vrijheid van meningsuiting was in beginsel al niet absoluut en is door dit vonnis zeker niet verder ingeperkt. Ik mocht al geen groepen mensen opzettelijk beledigen en dat mag ik nu nog steeds niet.

Het zou kunnen dat wij, als maatschappij, willen naar een ruimere of zelfs absolute vrijheid van meningsuiting. Voor ons allemaal als geheel of politici in het bijzonder.

Die kwestie hoort alleen niet in de rechtszaal thuis, daarvoor moet u in het parlement zijn.

LHBT in Nederland

Binnenkort, op 17 mei, is ’t de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie. Een mooi moment om de Nederlandse samenleving eens tegen het regenbooglicht te houden. 
Voor de zekerheid voor de intellectueel minderbedeelden die mijn blog frequenteren: Nee, dan hebben we het per definitie dus niet over volwassenen die het op seksueel gebied op kinderen voorzien hebben. Homoseksualiteit is de seksuele en romantische voorkeur voor een gelijkwaardige partner van eigen geslacht en heeft met de ziekelijke voorliefde voor de kindergestalte niets te maken.
Goed. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stak ons allemaal gevoeglijk even een thermometer in de aars en publiceert vandaag haar bevindingen in de LHBT-Monitor (PDF). Deze Monitor verschijnt voor het eerst en is gebaseerd op een aantal grootschalige bevolkingsonderzoeken, waaronder bijvoorbeeld de Veiligheidsmonitor en de SCP Leefsituatie Index. 
Er is wat goed nieuws en er is wat slecht nieuws. 

Stand van zaken

Samen met Zweden en Denemarken mag ons kikkerlandje zich tot de top 3 rekenen voor wat betreft ruimdenkendheid over lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen. De bevolking van West-Europese landen, die al positiever in deze materie stond, is er positiever over gaan denken. De Oost-Europeanen zijn feitelijk gewoon negatief gebleven. 
Iets meer dan negen (9,2) van de tien Nederlanders vindt dat lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen hun leven gewoon moeten kunnen leiden zoals ze dat zelf willen. Dat is 1% meer dan in 2010. In Polen is dat 51%, om u maar even een beeld te geven. In Nederland hebben wij weinig of geen moeite met het huwelijk voor partners van gelijk geslacht,  het recht om te leven zoals homoseksuele mannen en vrouwen zelf willen en een homoseksuele oriëntatie van de eigen kinderen of van een leerkracht.
Transgenders komen er bekaaider vanaf, daar denkt 10% van de Nederlanders negatief over. Een kwart (!) van de Nederlandse bevolking vindt dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen en 46% vindt het ook belangrijk om bij de eerste ontmoeting te weten of iemand man of vrouw is. 

Opvattingen

In 2006 was nog 15% van de Nederlanders negatief over homo- en biseksualiteit, nu is dat gedaald tot 7%. Dat is winst, zeker wanneer ik lees dat juist de probleemgroepen, de religieuze en de oudere Nederlander, hun mening ietwat positief hebben bijgesteld. Daarbij blijft ’t wel zo dat jongeren er een positievere insteek over hebben dan ouderen en dat geldt ook voor mensen zonder religie en de religieuze medemens. Vrouwen zijn op hun beurt weer positiever dan mannen en hogeropgeleiden positiever dan lageropgeleiden. De grootste verschillen doen zich voor naar religie en partijvoorkeur. 
Onder religieuze mensen is het percentage met een ‘homo’-negatieve houding 28%, onder de wekelijkse kerkgangers is dat zelfs 40%. Onder CU-stemmers is dat 32%.
Nederlanders uit diverse herkomstgroepen verschillen ook nog sterk van mening over homoseksualiteit, vooral onder Nederlanders met Marokkaanse, Turkse, Poolse en Somalische achtergrond zijn het oneens met zaken als het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Surinaamse en Antilliaanse of Arubaanse Nederlanders zijn wat positiever ingesteld, maar ook onder deze groepen zijn negatiever dan de autochtone bevolking. Met name de religieuze achtergrond en het opleidingsniveau van de ouders verklaren dat de houding onder migranten vaak relatief negatief is (Huijnk 2014).

Niet-westerse migranten hebben vaak meer moeite met homoseksualiteit dan autochtone burgers. Zo ligt het percentage autochtone Nederlanders (83%) dat het goed vindt dat homoseksuelen met elkaar mogen trouwen, twee tot drie keer zo hoog dan het percentage onder Somalische (27%), Marokkaanse (30%) en Turkse Nederlanders (35%). Ook liggen de percentages deelnemers die het een probleem zouden vinden als hun kind een vaste partner van dezelfde sekse zou hebben, vele malen hoger onder Marokkaanse (78%), Turkse (76%), Somalische (66%) en Poolse (44%) deelnemers dan onder autochtone respondenten (11%).

Aanstootgevend?

Verschil maken we helaas nog steeds, en daarbij lijken we vooral moeite te hebben met zichtbare intimiteit. Dat wisten we natuurlijk al, als was het maar uit het rapport “Wel trouwen, niet zoenen” van 11 mei 2015.
Slechts 12% van ons stoort zich aan een in een openbaar zoenend heterokoppel, met twee kussende vrouwen heeft al 23% van ons moeite en met twee zoenende mannen wordt 32% van ons iebel. Dat vinden we ‘aanstootgevend’. Ook zegt 23% meer moeite te hebben met twee mannen die hand in hand lopen dan met een man en vrouw die dat doen. Dat vinden we ook ‘aanstootgevend’.  
Niet verwonderlijk wellicht, in dat geval, dat LHB’s in de openbare ruimte vaker worden lastig gevallen, ze worden vaker slachtoffer van geweld en bedreiging dan hetero’s, en zij zich daar derhalve ook minder veilig voelen. De aangiftebereidheid onder LHB’s blijkt daarbij overigens niet lager dan onder heteroseksuelen. Zij ervaren ook relatief vaak respectloos gedrag van onbekenden en personeel van commerciële of overheidsinstellingen. Denk aan vervelende opmerkingen, flauwe grappen, ongepaste vragen, blikken en geroddel. 

Kijkend naar de veiligheidsbeleving, zien we dat met name lesbische en homoseksuele burgers minder sociale cohesie ervaren in hun buurt, zich onveiliger voelen in hun eigen buurt en zich ook onveiliger voelen op veel openbare plekken (bv. waar jongeren hangen of in het openbaar vervoer). Zij ervaren meer respectloos gedrag van onbekenden en personeel van bedrijven en instanties, en hebben meer ervaring met daadwerkelijk geweld in het afgelopen jaar, waarbij het met name om een verhoogde prevalentie van bedreigingen gaat. De verschillen tussen heteroseksuele en biseksuele burgers doen zich met name voor in de privésfeer. Zij voelen zich thuis onveiliger en hebben vaker te maken met respectloos gedrag van bekenden. Ook krijgen ze vaker te maken met cyberpesten.

Ook op de werkplek zijn lesbische, homoseksuele en (opvallend vaker) biseksuele mensen minder veilig dan hun heteroseksuele evenknieën: zij hebben vaker met intimidatie op het werk te maken en hebben vaker burn-out verschijnselen. 
Nederland behoort tot de wereldtop waar het LHBT-emancipatie betreft. Wat treurig dat zelfs hier LHBT’s nog altijd vaker slachtoffer worden van geweld, bedreiging en pesterijen. 
Emancipatie is nooit af. 

Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Wat mag je zeggen van een regime dat kranten en tv-zenders, die kritische geluiden over genoemd regime publiceren, met veel machtsvertoon overneemt en onder curatele stelt – om hen vervolgens als platform te gebruiken voor haar eigen propaganda?

In Turkije trof de kranten Bugün, Millet en Zaman en de televisiezender Kanaltürk dit lot. De politie viel met veel vertoon en geweld hun redacties binnen. Sinds die overname berichten deze media pro-regime. Honderden journalisten, columnisten en (hoofd-) redacteuren werden ontslagen onder politieke druk van het regime van president Recep Tayyip Erdoğan en zijn partij AKP.

Wat mag je zeggen van een regime dat journalisten in gevangenissen opsluit omdat ze hun werk deden? De hoofdredacteur van de krant Cumhuriyet, Can Dundar, staat in Turkije terecht omdat hij de euvele moed had te berichten over wapenleveringen vanuit Turkije aan Syrische rebellen en omdat hij een artikel publiceerde over een corruptieschandaal uit 2013. Met de berichtgeving over dat corruptieschandaal ‘beledigde’ hij Recep Tayyip Erdogan en diens aanhangers, waarvoor hij afgelopen maandag veroordeeld werd tot een boete van  € 9.000. Twee jaar geleden publiceerde Dundar een video waarop te zien zou zijn hoe Turkse inlichtingendiensten vrachtwagens met wapens naar Syrië smokkelen. Daarom staat hij nu terecht wegens ‘hoogverraad’ en loopt hij het risico levenslang te worden opgesloten. 
Twee andere Turkse journalisten werden afgelopen donderdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar, omdat ze in januari 2015 bij een redactioneel commentaar een cartoon van de profeet Mohammed van Charlie Hebdo publiceerden. Die cartoon prijkte op de voorpagina van Charlie Hebdo, na de aanslag op het hoofdkantoor van het Franse satirische weekblad. Met de publicatie van die cover ‘beledigden’ de twee Turkse journalisten de religieuze goegemeente en maakten zich schuldig aan godslastering.
Wat mag je van een regime zeggen dat buitenlandse journalisten de toegang tot het land ontzegt? Het gebeurde onder anderen de Amerikaanse journalist David Lepeska, de Duitse journalist Volker Schwenck, Griekse persfotograaf Giorgos Moutafis, de Noorse Silje Ronning Kampesaeter, de Deense Claus Blok Thomsen en natuurlijk de Nederlandse Fréderike Geerdink. 
Wat mag je zeggen van een regime dat de zowel de inhoud als de programmering van haar onwelgevallige documentaires probeert te beïnvloeden door druk uit te oefenen vanuit haar ambassade?
Wat mag je zeggen van een regime dat ervoor ijvert onwelgevallige buitenlandse komieken te laten vervolgen? De Duitse tv-komiek Jan Böhmermann weet er inmiddels alles van. Met zijn optreden zette hij een politieke hamvraag op scherp: “Hoe gaan we om met verschrikkelijke regimes waarmee we ook moeten samenwerken?” Dat is een goede vraag, maar wel een die hem inmiddels op dreiging van vervolging, bedreigingen, honderden aangiftes en de noodzaak tot onderduiken is komen te staan. 

Intimidatie in Nederland

Wat mag je zeggen van een regime dat een klopjacht houdt op haar critici, tot in het buitenland aan toe? De lange arm van het regime-Erdoğan reikt tot in Nederland, waar Nederlandse burgers bezocht worden door mensen van het Turkse consulaat, telefonisch lastiggevallen worden, belasterd en bedreigd worden. Gewoon, omdat ze zich kritisch durven uit te laten over het regime-Erdoğan.

”Ik kreeg mensen van het consulaat over de vloer. Ze hebben op een subtiele manier kenbaar gemaakt dat ik mijn mening over Erdoğan moet herzien en dat ik geen zaken moet doen met Gülen-sympathisanten omdat dat gevolgen kan hebben voor mijn handel met Turkije”

Het Turkse consulaat in, nota bene, mijn eigen Rotterdam stuurde een mail rond waarin zij opriep ‘beledigingen’ aan het adres van president Erdoğan te melden bij het consulaat. Met namen en rugnummers, alstublieft. 
Gelukkig was dat een vergissing van een medewerker van dat consulaat, een misverstandje, anders had ik nu moeten beginnen over NSB’ers, judaskussen en adders aan de borst. 
En dit stuk is al zo lang. 

Wat te zeggen

Goed. Van zo’n regime en haar voorman mag je alles zeggen. Het zou zelfs kwalijk zijn dat niet te doen. ‘Tiranniek’ zou ik hen bijvoorbeeld willen noemen. ‘Dictatoriaal.’ ‘Ondemocratisch.’ ‘Verraderlijk.’ Er is sprake van verregaand machtsmisbruik, een persbreidel en mensenrechtenschendingen. Recep Tayyip Erdoğan smoort elke kritiek op zijn persoon in de kiem, en wel met bijzonder onfrisse middelen. 
Moet Europa daar zaken mee willen doen? En als het dat dan doet, mag Europa nog verbaasd opkijken als blijkt dat afspraken niet nagekomen worden? Zo lang onze politici zich daar tam over op de vlakte houden zouden we juist dankbaar moeten zijn dat satirici en columnisten wél de moeite nemen om aan die onwelriekende pot te rammelen. 
Nee, wij moeten het doen met een politica zoals Frau Merkel, die meneer Böhmermann voor de leeuwen gooide door zijn hekeldicht als “opzettelijk kwetsend” af te doen. Dat was voorbarig en dom. 

Ebru Umar

Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bezocht Turkije in januari 2015. Prompt werd, tijdens zijn verblijf aldaar, de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink in hechtenis genomen. Geerdink werd door een acht man sterk team van de Turkse Anti-Terrorisme Eenheid aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Haar huis werd doorzocht en ze werd beschuldigd van “het verkondigen van ‘propaganda voor een terroristische organisatie”. Tijdens datzelfde verblijf van Koenders in Turkije werd de Turks-Nederlandse journalist Mehmet Ülger opgepakt op het vliegveld van Istanboel.
Was het toeval dat columniste Ebru Umar werd aangehouden kort nadat minister Koenders Turkije weer met een bezoekje verblijdde? Op 10 april prees hij zijn Turkse ambtgenoot voor het feit dat Turkije “met toewijding en energie” zo veel vluchtelingen opvangt én sprak hij met vertegenwoordigers van Amnesty International en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. 
Amnesty International en UNHCR berichtten de minister over misstanden bij de terugkeer van vluchtelingen in Turkije. Turkije heeft enkele duizenden Syrische vluchtelingen illegaal teruggestuurd naar Syrië, terug de oorlog aldaar in. Die informatie brengt de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije in gevaar. De Tweede Kamer vroeg minister Koenders daar navraag naar te doen.
Op 23 april werd Ebru Umar door de Turkse politie in haar vakantiehuis in Kusadasi gearresteerd. Inmiddels in ze weer vrijgelaten, maar ze mag het land niet verlaten. Of dat toeval is, dat waag ik te betwijfelen. 

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Onze vrijheid van meningsuiting is niet in het geding. Zeker, dat durf ik met droge ogen neer te pennen. Er is geen overheidsorgaan, commissie van wijzen of censor die ons van tevoren de maat neemt en besluit of hetgeen wij wilden gaan zeggen, schrijven of uitzenden wel toelaatbaar is. 
Achteraf kan een uitlating door een rechter getoetst worden, dat dan weer wel. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland namelijk niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. In onze Grondwet kunt u het volgende lezen: 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.            
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

De wet is dus enige restrictie aan onze vrijheid van meningsuiting. Niet het goede fatsoen, whatever that may be. We hebben zelfs niet de plicht goed na te denken voor we wat zeggen, laat staan een plicht om het debat met steekhoudende en beschaafde argumenten te voeren. 
Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken kent ons rechtssysteem ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet beledigen, discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.
De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheid van meningsuiting telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. 
Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De op een na laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.
De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.
Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.
De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. 
Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Adolf Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.
Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” 
Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t. 
Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. 
Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.
Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Extra bescherming

Zo’n wetsartikel dat de ene mens meer bescherming door de wet biedt dan de andere mens, past dat wel in een democratie, die per definitie gestoeld is op het menselijk gelijkheidsideaal? Is het gewone wetsartikel dat belediging verbiedt niet goed genoeg voor de religieuze medemens, de koning en de ambtenaar in functie? 
De belediging van bevriende staatshoofden en regeringslieden (zo lang ze onze vrindjes niet zijn beledigt u maar een end weg) is ook bij wet verboden, vermits zij ten tijde van de belediging ambtelijk in Nederland verpoosden. 
De affaire Jan Böhmermann bewijst het gevaar van zo’n wetsartikel. Daar maakt een langetenenpotentaat zoals de Turkse president handig misbruik van, door Duitslands eigen wetgeving in stelling te brengen tegen een van haar eigen komieken. 
Het is Turks olieworstelen met de vrije meningsuiting, een glibberige bedoening die het risico met zich meebrengt dat een van de lange armen van Erdogan zo maar opeens je broek in glipt en hij je bij de spreekwoordelijke ballen heeft. 
Moet je niet willen. 

Goor Lev

Evgeniy Levchenko © Marcel van der Vlugt. 

Wat doe je, als zichzelf respecterend dagblad, ter ere van aankomende Internationale Vrouwendag?

Je publiceert een interview met een misogyne, inmiddels uitgerangeerde voetballer annex model en geeft hem uitgebreid de ruimte zijn achtergebleven visie op het vrouwmens te ventileren.

Evgeniy Levchenko, de voetballer in kwestie, is een geboren Oekraïner. Als tiener bezocht hij een Sovjet-eliteschool voor getalenteerde sporters, waar men onwillige vrouwen aan de enkels uit het raam placht te hangen. Hij verliet dat land, dat Nederlanders vooral kennen van Tsjernobyl en MH17 en waar hij in armoede opgroeide, toen hij zeventien jaar oud was.

Zijn voetbaltalent en zijn knappe snoet waren zijn tickets naar een beter bestaan. In Nederland. Gaaf is dat. Mijn mooi Nederland, het land van Dutch privilege, waar ik als vrouw ook nog eens dubbel van geniet. Het land dat ik voor geen goud in zou ruilen voor een land als het door oorlog en mensenrechtenschendingen getergde Oekraïne. Waar LHBTI’s structureel gediscrimineerd worden. Waar het uiterlijk van vrouwen nog altijd zwaarder telt dan hun innerlijk en waar een beetje vrouw pas meetelt als ze tien kinderen op de wereld geperst heeft.

Oekraïne, waar de Europese Unie in 2014  een associatieovereenkomst mee sloot en waarover een referendum op stapel staat. U mag binnenkort ieder voor zich uw antwoord kenbaar maken op de vraag of u voor of tegen de wet tot goedkeuring van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne bent.

Goed. Evgeniy Levchenko voetbalde dus een beetje in Nederland. Beetje middelmaat in de eredivisie. In 2014 stopte hij met voetballen. Niet-voetbalminnend Nederland zal hem vooral kennen al de man van Victoria Koblenko, maar ook dat is verleden tijd. Wat bezielde het Algemeen Dagblad meneer Levchenko aan de vergetelheid te ontrukken en waarom mag uitgerekend deze man aan het woord “aan de vooravond van Internationale Vrouwendag”?

Al wat ‘Lev’ bij te dragen heeft is namelijk hoe hij zich zo’n beetje elke dag ergert aan de ‘Hollandse’ vrouw en aan hoe mannen en vrouwen hier met elkaar omgaan. Die Nederlandse vrouwen zijn heus wel mooi hoor, dixit ‘Lev’, maar ze dragen te weinig make-up en hun hakken zijn niet hoog genoeg. Ze betalen godbetert hun eigen rekeningen en zijn niet te beroerd een man achterop hun fiets mee te nemen.

Volgens ‘Lev’ is dat allemaal een teken aan de wand dat de emancipatie in Nederland te ver is doorgeschoten.

Volgens mij timmert ‘Lev’ niet al te hoog.

Hoge hakken

Mensen. Luister even naar tante Dis. Hoge hakken vinden mensen sexy omdat ze een vrouw dwingen kortere passen te maken en ze de S-vorm van haar ruggengraat verergeren, waardoor ze de vrouwelijke secundaire geslachtskenmerken extra benadrukken.

In het kort; meer kont en meer tieten.

Dat elegante zwikken op stiletto’s schept een beeld van vrouwelijke hulpbehoevendheid die verholpen kan worden door een sterke en hulpvaardige mannenarm.

Darwin eat your heart out.

Hoge hakken zijn verder vooral oncomfortabel, niet te zeggen pijnlijk, gevaarlijk en slecht voor je rug. Je krijgt er blaren, eeltknobbels, scheve tenen, voetknokken, likdoorns en ingegroeide nagels van. Da’s lang zo sexy niet, hè? Die ‘Hollandse’ vrouwen hebben groot gelijk dat ze die martelwerktuigen met grote regelmaat links laten liggen.

Of het wat zegt over de mate van emancipatie? Nee natuurlijk. Wil je die meten dan kijk je naar arbeidsparticipatie, gelijke kansen, gelijke waardering voor gelijk werk, het al dan niet aanwezig zijn van glazen plafonds en dat soort zaken.

Ouderwetse seksist

Meneer Levchenko is echt heus waar geen ouderwetse seksist en wil ook pertinent niet in die hoek gedrukt worden, maar mannen horen volgens hem wel thuis de baas te zijn en vrouwen horen geen auto te rijden. Daar zijn mannetjesmensen nou eenmaal beter in dan vrouwtjesmensen. Halverwege het interview vroeg ik me dan ook af ‘Lev’ zich niet beter thuis gevoeld had Saoedi-Arabië.


“Mannen zijn beter in autorijden, dus waarom moet een vrouw per se achter het stuur?”

Het lijkt er sterk op dat meneer Levchenko het inderdaad van zijn voetbalbenen en modellengezichtje moet hebben en niet zo zeer van wat er onder zijn prachtige motorkap ligt. Reality check: Vrouwen rijden effectief beter auto dan mannen: ze rijden veiliger, bumperkleven beduidend minder dan hun mannelijke evenknieën, ze zijn (per gereden kilometer) minder bij (dodelijke) ongevallen betrokken, rijden minder hard én minder vaak onder invloed. En jazeker, vrouwen blijken uit onderzoek zelfs beter te kunnen inparkeren dan mannen. Zo, weer een fabel de wereld uit.

‘Lev’ dreint voort; Vrouwen horen ook hun weg niet te weten in een gereedschapskist en zouden mooi opgemaakt, met geföhnd haar en hooggehakte voetjes, lijdzaam moeten afwachten tot een man een schroevendraaier ter hand neemt.

’s Mans werkelijke vrees ligt er natuurlijk duimendik bovenop. Het gaat niet om de zekerheden en onzekerheden van die Hollandse vrouwen, waar hij zo op afgeeft. Het is de vrees van de machoman, die vrouwenemancipatie als een bedreiging ziet voor zijn eigen bestaansrecht.

“Het gaat me erom dat vrouwen hier bezig zijn mannen overbodig te maken.”

Liefje toch. Da’s bij jou toch al een gepasseerd stationnetje. Dat zit ‘m nou net de kneep.

De pop aan de strop en de bordjesman

Daar sta je dan, met je postzegel in zo’n beetje alle kranten. Met naam en toenaam. Woonplaats. Daar zullen jullie je vast het apelazarus van geschrokken zijn. Misschien nog wel meer dan van de aangifte die tegen je gedaan werd.

Stoer doen in de vermeende anonimiteit van de massa en dan sta je ineens in je eentje met je bijdehante harses in de krant en op GeenStijl. Is het hele Internet en zijn moeder boos op je en moet je onderduiken.

Zeg, vrind met die pop aan een strop. Kocht je die bruine opblaaspop nou speciaal voor de gelegenheid? Of had je ‘m toevallig toch al liggen en heeft die meneer uit het onderliggende vak eigenlijk helemaal geen roos?

Wat ging er door je heen toen je die strop knoopte en die om die plastic nek legde? Toen je het ding over de balustrade van je ‘sfeervak‘ verhing? Louter en alleen omdat je het niet kunt verteren dat een sporter van ‘jouw’ club naar een andere is verhuisd.

Heb je nu echt op geen enkel moment gedacht dat ’t misschien toch allemaal wel een bruggetje te ver was? Of kwam de kater later, toen je in je eentje in een celletje zat? Mijn complimenten aan je advocaat overigens, die je verzachtende karakterschets met de nodige humor weet te brengen.

“Hij heeft zware momenten in zijn leven meegemaakt. Verlies van familieleden waardoor hij er vrijwel alleen voor staat. Samen met zijn jongere broer probeert hij de eindjes aan elkaar te knopen.”

Dan die bordjes bij die Britse dartswedstrijd, internationaal uitgezonden: “Kenneth NSB”. “Kenneth Vermeer hangen”. Met een poppetje aan een galg erbij getekend voor de slechte verstaander.

Het lachebekkie dat het bordje ophield met “Kenneth Vermeer hangen”, is kennelijk de huispoëet van het ‘sfeervak’ 410. Hij zou bekend staan als ‘chef spandoeken’ en moet in het verleden regelmatig opgetreden hebben als woordvoerder van de groep Ajax-supporters.

Zou hij laatst ook het hoogste woord gehad hebben, tijdens een goed gesprek met de spelers, coach en technische staf, over het gezamenlijk ongenoegen van de heren voetbalsupporters over “het gebrek aan respect naar de supporters toe”?

Excuses, daar plaste ik toch bijna in mijn broek van het lachen.

Zeg, bordjesman. Brede lach, middelvinger opgestoken, hele bink. Ja, jij daar, sportbegeleider bij een centrum voor revalidatie en reumatologie, was het je baan waard? Misschien was het inderdaad jouw bordje niet, maar je poseerde er wel mee.

Je wist toch dat je werkgever een foto van je op haar site had staan? Je was projectleider Special Heroes, een landelijk project voor leerlingen in het speciaal onderwijs. Leerlingen van 6 tot 19 jaar oud, die jij mocht laten ervaren hoe leuk sport en bewegen kan zijn.

Toen je die middelvinger opstak en naar die camera lachte, heb je toen nog even aan je pupillen gedacht? Kijk jongens en meisjes, zó leuk is sport nou. Je was toch niet echt verrast dat je prompt op non-actief gezet werd?

Kan zo’n balletje toch raar rollen, hè?

Testosteronbommen

De aanrandingen en verkrachtingen tijdens de oudejaarsviering in Keulen zijn we nog niet vergeten. Er werden inmiddels meer dan 800 aangiften gedaan, waarvan 521 van een seksueel misdrijf. Aanranding, belaging, en tenminste drie gevallen van verkrachting. Het is voor veel vrouwen een ware horrornacht geweest.

Ieder weldenkend mens spreekt daar schande van, en terecht. Iedereen met een beetje beschaving in zijn donder maakt zich boos. Je blijft immers met je poten van elkaar af. Ieder mens heeft het recht zich vrijelijk en ongestoord over straat te bewegen. Vrouwen dus ook.

Henriette Reker

Daarom maakte ik me dan ook dubbel kwaad over de burgemeester van Keulen, mevrouw Henriette Reker, die onder andere een gedragscode voor meisjes en vrouwen bepleitte om situaties zoals die in Keulen gebeurden te voorkomen.

Burgemeester Reker meent dat de dames moeten weten hoe zij zich moeten gedragen zodat ze niet bepoteld, beroofd, aangerand, mishandeld en verkracht worden. Zo zou volgens mevrouw Reker een armlengte afstand houden van vreemd manvolk een probaat middeltje zijn om niet in het kruis gegrepen te worden.

Dat noemen ze ook wel victim blaming.

Sami Abu-Yusuf

Burgemeester Reker kreeg bijval van de Keulse ultraconservatieve imam Sami Abu-Yusuf. Ook die vond dat de slachtoffers van de aanrandingen en verkrachtingen tijdens die nieuwjaarsnacht zelf ook schuld dragen:

“Einer der Gründe weswegen muslimische Männer Frauen vergewaltigten oder belästigten, ist, wie sie gekleidet waren. Wenn sie halbnackt und parfümiert herumlaufen, passieren eben solche Dinge. Das ist wie Öl ins Feuer gießen!”

Het kwam de imam op een aangifte te staan, waarna hij zich haastte zijn uitspraken te nuanceren. Het natuurlijk óók nog de schuld van pillen, drugs en alcohol en met zijn uitspraken wilde hij natuurlijk helemaal niet zeggen dat vrouwen niet ‘halfnaakt’ en met een wolkje parfum over straat mogen.

Van beiden draaide mijn feministenmaag zich om. Ze staan symbool voor een teruggang in tijd en beschaving. Een ieder heeft recht op vrijheid en veiligheid van zijn of haar persoon, maar vrouwen kunnen nog altijd niet onbezorgd over straat waar en wanneer ze dat willen. Al dan niet seksueel geweld tegen vrouwen wordt nog altijd halsstarrig afgeschilderd als een vrouwenprobleem.

Dat is een probleem op zichzelf. Ook in Nederland, overigens.

Geert Wilders

Geert Wilders en het verdrag tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

In Nederland roerde meneer Wilders zich, uiteraard want de daders in Keulen waren “islamitische testosteronbommen”. Hij kwam gezellig op een zaterdagmiddag naar de markt in het pittoreske Spijkenisse, om daar ‘verzetsspray’ uit te delen aan ‘onze vrouwen’. Meneer Wilders maakt zich namelijk enorme zorgen over de veiligheid van ‘onze vrouwen’. Tenminste, wanneer hem dat zo uitkomt.

Krijgen hij en zijn partij namelijk de gelegenheid in te stemmen met een wetsvoorstel zoals de Goedkeuring van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, dan stemmen ze als enige partij in Nederland tegen.

Dat verdrag verplicht tot het opstellen van maatregelen die erop gericht zijn om geweld te voorkomen, de slachtoffers te beschermen en de dader te berechten en bestraffen. Dat verdrag stelt daarnaast de voorbereiding van huwelijksdwang strafbaar, vult de Uitleveringswet aan én voorziet in een regeling waardoor minderjarige slachtoffers na het bereiken van de meerderjarigheid de gelegenheid krijgen een procedure in te stellen.

Situatie in Nederland

Bijna 40% van de vrouwen in Nederland heeft, nog voor hun zestiende levensjaar, een of meer negatieve ervaringen met seksueel misbruik opgedaan. Van alle meisjes zal tussen 5 en 10% in hun jeugd verkracht worden, van de jongens zal dat 1 tot 5% hetzelfde lot ondergaan. Zo’n 80% van die slachtoffers wordt misbruikt door daders uit de dagelijkse omgeving; gezinsleden of bekenden van de familie.

Geweld in de privésfeer is de omvangrijkste geweldvorm in onze mooie, Nederlandse samenleving. Ongeveer 50% van de Nederlandse bevolking heeft nooit te maken gehad met huiselijk geweld of met een vervelend incident in de huiselijke kring. Dat Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld is derhalve ook voor Nederland bepaald geen overbodige luxe.

Wonderlijk genoeg zag de PVV toch geen brood in dat verdrag. Het is meteen de reden waarom ik het zo vervelend vind wanneer meneer Wilders roept zich zo’n zorgen te maken over de veiligheid van ‘onze vrouwen’, waar ik er een van ben. Met zo’n vriend heb je als vrouw geen vijanden meer nodig.

Testosteronbommen en verzetsspray

Goed. Wel wil meneer Wilders  dat het wettelijk verbod op pepperspray zo snel mogelijk wordt opgeheven en vrouwen daarmee het recht en de mogelijkheid gegeven wordt zich te verdedigen tegen de ‘testosteronbommen’ uit den vreemde die het op hen voorzien hebben.

Ook meneer Wilders nuanceerde nog even eerder uitgedane uitspraken nog wat, want natuurlijk zijn niet alle asielzoekers aanranders of verkrachters. Meneer Wilders refereerde aan de oudejaarsnacht in Keulen:


“Die gebeurtenissen laten zien hoe gevaarlijk het is, als we massaal mannen binnenhalen uit de barbaarse, vrouwonvriendelijke islamitische cultuur.”

De ironie wil dat er een vrouwonvriendelijke testosteronbom van eigen grond op een armlengte afstand obsceniteiten stond te bulderen naar de groep vrouwen, die het gore lef had op de openbare weg een hem onwelgevallige mening te komen uiten. Wat denken zulke feministische activisten wel!

Misschien hetzelfde als ik: Mensen die vluchten voor oorlog, vervolging en geweld zijn welkom. Als je nou je heil komt zoeken in het rijkere, veiligere en vrijere Westen, en je de eerste de beste keer dat je een jouw onwelgevallige mening hoort deze meteen met grof geweld de kop in probeert te drukken, dan kun je wat mij betreft ook meteen weer vertrekken. Wie vrouwen, homo’s of wie dan ook lastig meent te moeten vallen geldt hetzelfde. Graag of niet, daar is de deur. 

Lelijke wijven die verkracht willen worden

Fabian, zoals de testosteronbom in kwestie schijnt te heten, had voor de gelegenheid zijn zoontje meegenomen. Leuk, een dagje uit en samen met zoonlief met zijn grote blonde held op de foto. Komp hij op die marrek aan, staan daaro alleen maar lelaaike wijvon die geen gezonde Hollandse piemol kennen kraaigon. Dixit meneer Fabian, toonbeeld van onze oer-Hollandse vrouwvriendelijke beschaving.

Op het zien van deze vrouwen, wier grootste misdaad het aanheffen van een spreekkoor “Wilders racist, geen feminist!” en het vasthouden van een bordje met daarop “Niet in mijn naam” was, kwam al die beschaving opborrelen en met het luid huilend kind op de arm riep hij de dames toe: 


“Jullie zijn vies! Jullie zijn fokking vies! Bah! Jullie willen verkracht worden! Jullie willen gewoon piemol hebben! Ha, jullie kennen geen piemel krijgen! Want jullie zijn lelijk!”

Het antwoord op al Fabians seksueel verbaal geweld? In bijzijn van zijn kind, nota bene? Een gezellig interviewtje met de normaal allesbehalve milde Rutger van Castricum, What A Wonderful World van Louis Armstrong er stemmig in gemonteerd, waarin testosteronbom Fabian de gelegenheid krijgt te laten zien was een goedzakkige en fijne pappa hij eigenlijk is. Onwennig hortend en stotend leest hij voor de camera het kind uit Nijntje voor.

Zijn bloedmooie en lieftallige vrouw, met hun zoontje op schoot, valt hem bij. Zoetgevooisd en al net zo erudiet als haar Fabian voegt ze toe: “Lekker boeiend, die wijvon moeten ook d’r muil houen toch? Wat hun zegge mag wel?” 

Jong geleerd is oud gedaan, zal ik maar zeggen. Zo zijn onze manieren.

Hé-lé-máál kláár

FC Utrecht-directeur Wilco van Schaik is hé-lé-máál klaar met een deel van de fanatieke aanhang van zijn voetbalclubje omdat ze racistische spreekkoren lieten horen. Thomas Agyepong, een Ghanese speler van FC Twente, werd door de eencelligen tussen het publiek toegezongen met “Ik heb geen bananen vandaag” toen hij met een blessure op de grasmat lag te zieltogen.

Onversneden racisme dus, laakbaar en een spelbederver bij uitstek.

Dat meneer Van Schaik daar hé-lé-máál klaar mee is werd eens hoog tijd, dat hoogst onbeschaafd fenomeen is natuurlijk al veel te lang onderdeel van het wangedrag van de Twaalfde Man. Gelukkig liet in het geval van de spreekkoren tegen meneer Agyepong het deel van het publiek dat wel zijn gemiddelde 1,3 kilo mensenbrein volledig weet te benutten zich horen tégen de spreekkoren zingende mede-voetbalfans.

Supporters op de Bunnikside, waar de eencelligen van het bananenliedje zaten, kwamen eerder ook al in opspraak na het zingen van antisemitische liederen tijdens de wedstrijd van FC Utrecht tegen Ajax. ”Me vader zat bij de commando’s, me moeder zat bij de SS. En samen verbrandden zij Joden, want Joden die branden het best” zo zongen de voetbalschatjes.

De KNVB bestrafte dat gezang met een geldboete van tienduizend euronen en verordonneerde dat de Bunnikside bij de eerstvolgende wedstrijd tegen Ajax leeg moest blijven. De club moest dus bloeden voor het wangedrag van haar supporters en dat zal meneer Van Schaik mede geïnspireerd hebben tot zijn boude uitspraken over de bananenzangers. Een leeg vak levert geen geld op en dat is vervelend.

Hypocriete houding FC Utrecht 

FC Utrecht ging in beroep tegen de straf. Niet alleen dat, de club schreef de seizoenkaarthouders op die beruchte Bunnikside een geruststellende brief met daarin de belofte dat de club voor hen wel een andere plaats zou vinden in het stadion tijdens de eerstvolgende wedstrijd tegen Ajax. Daarmee gaf de voetbalclub al bij voorbaat aan peop te hebben aan de KNVB en haar sancties en niet meer dan lippendienst te bewijzen aan de strijd tegen discriminatie in haar voetbaltempel.

FC Utrecht kreeg nul op het rekest bij de commissie van beroep van de KNVB. Ook vervelend.

Nog vervelender zal het geweest zijn dat de burgemeester van Utrecht, Jan van Zanen, op zijn beurt besliste dat Ajax-supporters dan niet welkom zullen zijn bij de wedstrijd van hun club tegen FC Utrecht op 13 december. De Utrechtse burgervader is namelijk bang voor rellen, omdat de voetbalschatjes van de Bunnikside dus elders in het stadion gewoon welkom zijn. Och en wee, teleurstelling alom. Vooral de KNVB werd daar heel erg ‘drietug van. De PvdA stelde zelfs Kamervragen over het weren van de Ajax-fans.

De Utrechtse burgemeester had nog veel meer noten op zijn zang, die de club ietwat dissonant in de oren geklonken zullen hebben. FC Utrecht moet een plan maken voor het plaatsen van supporters die gewoonlijk op de Bunnikside zitten, want daarin heeft de club nog niet voorzien. Een nieuw camerasysteem in het stadion moet klaar zijn, want in het geval van de antisemitische spreekkoren kon de club de zangers ervan ‘niet identificeren’ en dat verdient natuurlijk remedie.

Meneer Van Schaik wil nu daadkrachtig in kaart brengen wie de racistische spreekkoren over die bananen zongen.

Een discriminerende FC Utrechter hebben we echter al in het snotje, maar daar heb ik meneer Van Schaik helaas nog niet over mogen horen. Speler Nacer Barazite was namelijk live vol in beeld toen hij weigerde een vrouw de hand te schudden. De hem onwelgevallige vrouwenhand is die van verslaggeefster Helène Hendriks van FOX Sports. Zij wilde de voetballer met het onverzorgde vlasbaardje netjes bedanken voor het haar gegeven interview door hem de hand te schudden, maar die weigert. Hij verbergt zijn knuistjes ostentatief achter de rug.

Mevrouw Hendriks lijkt van tevoren gedresseerd, want ze reageert schroomvallig met een “O ja, ik geef jou geen hand, dat is waar”. Oepsie, helemaal vergeten mee te gaan in een stukje onversneden seksisme!

FC Utrecht, dat in het geval van de racistische kwetsende spreekkoren in elk geval nog het fatsoen had met een verklaring naar buiten te treden, houdt zich stil over de laakbare houding van een van haar employees.

Discriminatie in het voetbal is gewoon best oké. Zo lang het maar geen geld kost en het ‘gezellige middagje voetbal’ niet in het gedrang komt. Want da’s pas echt vervelend. Toch? Meneer Van Schaik? PvdA?

Daar moet een piemel in

Boze petmansen in campingsmoking met capuchon. Vuurwerkfakkels. Opgeheven gestrekte armen, gebalde vuisten en opgestoken middelvingers. Ordinaire spreekkoren. Boegeroep en fluitconcerten. Even denk ik naar een uitgelezen collectie hooligans te kijken.

Het zijn nochtans geen bezoekers van een risicowedstrijd voetbal, maar van een inspraakavond in Steenbergen, een Brabantse gemeente met zo’n 23.000 inwoners.

De gemeenteraad van Steenbergen had haar inwoners uitgenodigd om te komen vertellen wat zij van de eventuele opvang van asielzoekers zouden vinden. Beschaafd, vind ik dat. Netjes even peilen wat je burgers daarvan vinden en hen betrekken in het democratisch proces. De raad zelf zal, aldus burgemeester Vos, pas eind november een standpunt innemen in deze kwestie. Vanuit het publiek kwam hem dat alvast op de belofte van een ‘vossenjacht’ te staan.

Er kan inmiddels ook geen discussie op de opvang van vluchtelingen meer plaatsvinden of er wordt een beerput aan onderbuikellende opengetrokken. Dat was bij de raadsvergadering in Steenbergen dus niet anders. Van heinde en verre kwamen ook buitenstaanders zich met de discussie in Steenbergen bemoeien. Een van de bezoekers aan die inspraakavond biechtte desgevraagd op uit de buurt van Rotterdam te komen. Hij kwam naar Steenbergen ‘om zijn maatjes te steunen’, ‘omdat je toch je eigen volk moet helpen’.

De schreeuwlelijken onder de bezoekers zijn ‘bezorgd’ om vrouwen en kinderen verkrachtende asielzoekers, maar als één enkele vrouw opstaat en een beschaafd tegengeluid laat horen dan ‘moet daar een piemel in’.

Hoe durft zo’n mens ook, zo maar een beetje gebruik maken van haar recht haar mening vrij te uiten? En dan godbetert ook nog een beetje welbespraakt genuanceerd gaan lopen doen! De plaatselijke (en niet zo plaatselijke) tokkies kwamen gevoeglijk in opstand.

Ik weiger overigens consequent mensen als deze aan te duiden als ‘bezorgde burgers’, want daarmee zou ik de werkelijk bezorgde burger tekort doen. Tokkies will tok. Het ergste is misschien nog wel dat iedereen in die zaal, politici, sprekers en medebezoekers er angstvallig het zwijgen toe deed. Als zoutzakken zaten ze erbij en keken ze er naar.

Dasja Abresch, de vrouw in kwestie, liet zich de mond niet snoeren. Een paar dagen voor die inspraakavond kreeg ze nog een steen door een van de ruiten van haar woning. Nu zegt het al wat over iemand wanneer hij met stenen begint te smijten als hij een hem onwelgevallige mening hoort, maar zo’n steen een woning in keilen waar kinderen wonen is een nieuw dieptepunt. Haar kinderen van acht en twaalf zullen zich daardoor ongetwijfeld wezenloos geschrokken zijn. Voor hen kwam het gevaar helemaal niet uit den vreemde, maar gewoon uit eigen gemeenschap.

Dat zou tot nadenken moeten stemmen.

Inferieur gedachtegoed

“Kijk nou”, zegt ze terwijl ze van walging haar neus optrekt, “asielzoekers in een Duits asielzoekerscentrum die rellen omdat een van hun medebewoners de koran zou hebben beledigd!” Ze houdt haar tablet schuin zodat ik het krantenartikel ook kan lezen.

Ik lees met haar mee. Een man moet zich negatief over de koran hebben uitgelaten, waarna hij door twintig van zijn medebewoners werd aangevallen. De Duitse politie wilde tussenbeide komen, maar werd met een regen van stenen onthaald. Het liet op rellen uit, waarbij vijftig asielzoekers vier uur lang huis hielden in het asielzoekerscentrum. Kapotte ramen, vernielde inboedel, zes politievoertuigen beschadigd, vier agenten en tien asielzoekers gewond.

“Nou, dan weten we meteen wie we meteen weer terug kunnen sturen. Zulke mensen passen hier niet, met d’r inferieur gedachtegoed.”

Het gebeurt me weinig, maar wanneer ik deze vriendin over de vloer heb ben ik de mildste en meest politiek-correcte in een gesprek. Inferieur gedachtegoed, dat gaat wel erg ver. Mag je dat wel zeggen? Ik werp dan ook nog iets tegen over dat overbevolkte asielzoekerscentrum, waar zeshonderd meer mensen opgevangen worden dan de bedoeling is. Zoveel mensen op een kluitje, daar komt altijd ellende van. Mensen zitten daar ook niet voor de lol, hebben het nodige meegemaakt.

Dan val ik toch stil. Heeft ze niet ook een beetje gelijk?

Als je nou je heil komt zoeken in het rijkere, veiligere en vrijere Westen, en je de eerste de beste keer dat je een jouw onwelgevallige mening hoort deze meteen met grof geweld de kop in probeert te drukken – dan heb je ’t inderdaad gewoon niet begrepen. Vrijheid om een ander op zijn bek te timmeren omdat hij het niet met je eens is of je imaginaire vrindje ‘beledigt’ is geen vrijheid. Dat is een schrikbewind en daar wilde je nu toch juist aan ontsnappen?

Misschien is het dat ook wel, inferieur gedachtegoed. Misschien is het ook wel gewoon goed om dat zo maar eens te benoemen, het beestje moet toch een naampie hebben zou mijn oma zaliger gezegd hebben. Net als wat er bij de lieden leeft die het de laatste tijd in datzelfde Duitsland op vreemdelingen en asielzoekerscentra hebben gemunt. Koud een maand geleden werd het huis van een vluchtelingengezin in Brandenburg an der Havel in brand gestoken en werd in Dresden een asielzoekerscentrum met stenen bekogeld. In Zweden werd een brandend kruis bijeen asielzoekerscentrum geplaatst. Hatecrimes zijn als uiting van zulk inferieur gedachtegoed ook in het ‘beschaafde’ Westen weer helemaal hip en daar maak ik me zorgen over.

Er is altijd baas boven baas. Neem nou die engnekken van IS, die een bejaarde man onthoofdden. De 82-jarige Khaled Asaad wijdde zijn leven aan de historische stad Palmyra en uitgerekend op het plein voor het historische museum scheidde een extremistische zeloot ’s mans oude, wijze hoofd van de romp. Daarna werd het lichaam ondersteboven aan een lantarenpaal gehangen, samen met een bord waarop zijn ‘misdaden’ prijkten: Collaboratie met het Syrische regime, het bijwonen van bijeenkomsten met ongelovigen, een bezoek aan Iran en zijn voorliefde voor ‘heidense standbeelden’.

Strijders van datzelfde IS hebben de slavernij weer ingevoerd en verkrachten meisjes en vrouwen, want daardoor ‘komen ze dichter bij god’. Dat weten we van onder andere een 12-jarig Yezidi-meisje, dat door een van die ‘dappere strijders’ verkracht werd. De ‘strijder’ legde het kind van tevoren uit dat hij van zijn god ongelovige mag verkrachten en hij door haar te verkrachten behalve zichzelf ook zijn god pleziert. Moet u zich voorstellen dat die dappere strijder daarna de dijen van een 12-jarig meisje uit elkaar gedwongen heeft om met grof geweld dat kinderlijf te verkrachten. In naam van god.

Inferieur gedachtegoed dekt de lading niet eens en de rest van de wereld blijft zo vreselijk stil. Bij het leven onder het terreurbewind van IS vergeleken is de Zevende Cirkel van Dante’s Hel, waar de gewelddadige zielen gestraft worden, een picknick. Het is toch geen wonder dat mensen uit die Syrische hel proberen te vluchten? Het land ligt in puin, de oorlog woekert er voort, de bevolking wordt geterroriseerd, natuurlijk lonkt het Westen.

Toch focussen wij ons op de gelukzoekers en rijkaards van Arnold Karskens, zien we in iedere overbeladen rubberboot een bedreiging voor onze eigen welvaart en kan Slowakije, dat heeft laten weten dat haar vluchtelingenopvang slegs vir christenen is, op zorgwekkend veel bijval rekenen. Dat laatste heeft nochtans wel erg veel weg van het gedachtegoed van de IS-strijder die een meisje van 12 verkracht omdat ze geen moslim is. Same difference.

Daarnaast dicteert onze zwartepietendiscussie nu al de headlines, het is nog hoogzomer, maakt zelfs de VN zich daar druk om bij monde van haar speciale commissie tegen rassendiscriminatie, maar de nieuw leven ingeblazen slavenmarkten van IS laten we met ons allen gewoon gebeuren. Nu heb ik eerder al geschreven dat Zwarte Piet een aanpassing naar onze moderne maatschappij behoeft en dat vind ik nog altijd. Ons slavernijverleden verdient de aandacht, ook dat ben ik met velen van u eens. Maar waarom zo weinig aandacht voor de slavernij van het heden? Geen mogendheid, ook de VN niet, doet daar effectief wat aan. Waarom niet?

Durven we dat niet?