LHBT in Nederland

Binnenkort, op 17 mei, is ’t de Internationale Dag tegen Homofobie en Transfobie. Een mooi moment om de Nederlandse samenleving eens tegen het regenbooglicht te houden. 
Voor de zekerheid voor de intellectueel minderbedeelden die mijn blog frequenteren: Nee, dan hebben we het per definitie dus niet over volwassenen die het op seksueel gebied op kinderen voorzien hebben. Homoseksualiteit is de seksuele en romantische voorkeur voor een gelijkwaardige partner van eigen geslacht en heeft met de ziekelijke voorliefde voor de kindergestalte niets te maken.
Goed. Het Sociaal en Cultureel Planbureau stak ons allemaal gevoeglijk even een thermometer in de aars en publiceert vandaag haar bevindingen in de LHBT-Monitor (PDF). Deze Monitor verschijnt voor het eerst en is gebaseerd op een aantal grootschalige bevolkingsonderzoeken, waaronder bijvoorbeeld de Veiligheidsmonitor en de SCP Leefsituatie Index. 
Er is wat goed nieuws en er is wat slecht nieuws. 

Stand van zaken

Samen met Zweden en Denemarken mag ons kikkerlandje zich tot de top 3 rekenen voor wat betreft ruimdenkendheid over lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen. De bevolking van West-Europese landen, die al positiever in deze materie stond, is er positiever over gaan denken. De Oost-Europeanen zijn feitelijk gewoon negatief gebleven. 
Iets meer dan negen (9,2) van de tien Nederlanders vindt dat lesbische, homoseksuele en biseksuele mensen hun leven gewoon moeten kunnen leiden zoals ze dat zelf willen. Dat is 1% meer dan in 2010. In Polen is dat 51%, om u maar even een beeld te geven. In Nederland hebben wij weinig of geen moeite met het huwelijk voor partners van gelijk geslacht,  het recht om te leven zoals homoseksuele mannen en vrouwen zelf willen en een homoseksuele oriëntatie van de eigen kinderen of van een leerkracht.
Transgenders komen er bekaaider vanaf, daar denkt 10% van de Nederlanders negatief over. Een kwart (!) van de Nederlandse bevolking vindt dat er iets mis is met mensen die zich geen man of vrouw voelen en 46% vindt het ook belangrijk om bij de eerste ontmoeting te weten of iemand man of vrouw is. 

Opvattingen

In 2006 was nog 15% van de Nederlanders negatief over homo- en biseksualiteit, nu is dat gedaald tot 7%. Dat is winst, zeker wanneer ik lees dat juist de probleemgroepen, de religieuze en de oudere Nederlander, hun mening ietwat positief hebben bijgesteld. Daarbij blijft ’t wel zo dat jongeren er een positievere insteek over hebben dan ouderen en dat geldt ook voor mensen zonder religie en de religieuze medemens. Vrouwen zijn op hun beurt weer positiever dan mannen en hogeropgeleiden positiever dan lageropgeleiden. De grootste verschillen doen zich voor naar religie en partijvoorkeur. 
Onder religieuze mensen is het percentage met een ‘homo’-negatieve houding 28%, onder de wekelijkse kerkgangers is dat zelfs 40%. Onder CU-stemmers is dat 32%.
Nederlanders uit diverse herkomstgroepen verschillen ook nog sterk van mening over homoseksualiteit, vooral onder Nederlanders met Marokkaanse, Turkse, Poolse en Somalische achtergrond zijn het oneens met zaken als het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Surinaamse en Antilliaanse of Arubaanse Nederlanders zijn wat positiever ingesteld, maar ook onder deze groepen zijn negatiever dan de autochtone bevolking. Met name de religieuze achtergrond en het opleidingsniveau van de ouders verklaren dat de houding onder migranten vaak relatief negatief is (Huijnk 2014).

Niet-westerse migranten hebben vaak meer moeite met homoseksualiteit dan autochtone burgers. Zo ligt het percentage autochtone Nederlanders (83%) dat het goed vindt dat homoseksuelen met elkaar mogen trouwen, twee tot drie keer zo hoog dan het percentage onder Somalische (27%), Marokkaanse (30%) en Turkse Nederlanders (35%). Ook liggen de percentages deelnemers die het een probleem zouden vinden als hun kind een vaste partner van dezelfde sekse zou hebben, vele malen hoger onder Marokkaanse (78%), Turkse (76%), Somalische (66%) en Poolse (44%) deelnemers dan onder autochtone respondenten (11%).

Aanstootgevend?

Verschil maken we helaas nog steeds, en daarbij lijken we vooral moeite te hebben met zichtbare intimiteit. Dat wisten we natuurlijk al, als was het maar uit het rapport “Wel trouwen, niet zoenen” van 11 mei 2015.
Slechts 12% van ons stoort zich aan een in een openbaar zoenend heterokoppel, met twee kussende vrouwen heeft al 23% van ons moeite en met twee zoenende mannen wordt 32% van ons iebel. Dat vinden we ‘aanstootgevend’. Ook zegt 23% meer moeite te hebben met twee mannen die hand in hand lopen dan met een man en vrouw die dat doen. Dat vinden we ook ‘aanstootgevend’.  
Niet verwonderlijk wellicht, in dat geval, dat LHB’s in de openbare ruimte vaker worden lastig gevallen, ze worden vaker slachtoffer van geweld en bedreiging dan hetero’s, en zij zich daar derhalve ook minder veilig voelen. De aangiftebereidheid onder LHB’s blijkt daarbij overigens niet lager dan onder heteroseksuelen. Zij ervaren ook relatief vaak respectloos gedrag van onbekenden en personeel van commerciële of overheidsinstellingen. Denk aan vervelende opmerkingen, flauwe grappen, ongepaste vragen, blikken en geroddel. 

Kijkend naar de veiligheidsbeleving, zien we dat met name lesbische en homoseksuele burgers minder sociale cohesie ervaren in hun buurt, zich onveiliger voelen in hun eigen buurt en zich ook onveiliger voelen op veel openbare plekken (bv. waar jongeren hangen of in het openbaar vervoer). Zij ervaren meer respectloos gedrag van onbekenden en personeel van bedrijven en instanties, en hebben meer ervaring met daadwerkelijk geweld in het afgelopen jaar, waarbij het met name om een verhoogde prevalentie van bedreigingen gaat. De verschillen tussen heteroseksuele en biseksuele burgers doen zich met name voor in de privésfeer. Zij voelen zich thuis onveiliger en hebben vaker te maken met respectloos gedrag van bekenden. Ook krijgen ze vaker te maken met cyberpesten.

Ook op de werkplek zijn lesbische, homoseksuele en (opvallend vaker) biseksuele mensen minder veilig dan hun heteroseksuele evenknieën: zij hebben vaker met intimidatie op het werk te maken en hebben vaker burn-out verschijnselen. 
Nederland behoort tot de wereldtop waar het LHBT-emancipatie betreft. Wat treurig dat zelfs hier LHBT’s nog altijd vaker slachtoffer worden van geweld, bedreiging en pesterijen. 
Emancipatie is nooit af. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s