Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Wat mag je zeggen van een regime dat kranten en tv-zenders, die kritische geluiden over genoemd regime publiceren, met veel machtsvertoon overneemt en onder curatele stelt – om hen vervolgens als platform te gebruiken voor haar eigen propaganda?

In Turkije trof de kranten Bugün, Millet en Zaman en de televisiezender Kanaltürk dit lot. De politie viel met veel vertoon en geweld hun redacties binnen. Sinds die overname berichten deze media pro-regime. Honderden journalisten, columnisten en (hoofd-) redacteuren werden ontslagen onder politieke druk van het regime van president Recep Tayyip Erdoğan en zijn partij AKP.

Wat mag je zeggen van een regime dat journalisten in gevangenissen opsluit omdat ze hun werk deden? De hoofdredacteur van de krant Cumhuriyet, Can Dundar, staat in Turkije terecht omdat hij de euvele moed had te berichten over wapenleveringen vanuit Turkije aan Syrische rebellen en omdat hij een artikel publiceerde over een corruptieschandaal uit 2013. Met de berichtgeving over dat corruptieschandaal ‘beledigde’ hij Recep Tayyip Erdogan en diens aanhangers, waarvoor hij afgelopen maandag veroordeeld werd tot een boete van  € 9.000. Twee jaar geleden publiceerde Dundar een video waarop te zien zou zijn hoe Turkse inlichtingendiensten vrachtwagens met wapens naar Syrië smokkelen. Daarom staat hij nu terecht wegens ‘hoogverraad’ en loopt hij het risico levenslang te worden opgesloten. 
Twee andere Turkse journalisten werden afgelopen donderdag veroordeeld tot gevangenisstraffen van twee jaar, omdat ze in januari 2015 bij een redactioneel commentaar een cartoon van de profeet Mohammed van Charlie Hebdo publiceerden. Die cartoon prijkte op de voorpagina van Charlie Hebdo, na de aanslag op het hoofdkantoor van het Franse satirische weekblad. Met de publicatie van die cover ‘beledigden’ de twee Turkse journalisten de religieuze goegemeente en maakten zich schuldig aan godslastering.
Wat mag je van een regime zeggen dat buitenlandse journalisten de toegang tot het land ontzegt? Het gebeurde onder anderen de Amerikaanse journalist David Lepeska, de Duitse journalist Volker Schwenck, Griekse persfotograaf Giorgos Moutafis, de Noorse Silje Ronning Kampesaeter, de Deense Claus Blok Thomsen en natuurlijk de Nederlandse Fréderike Geerdink. 
Wat mag je zeggen van een regime dat de zowel de inhoud als de programmering van haar onwelgevallige documentaires probeert te beïnvloeden door druk uit te oefenen vanuit haar ambassade?
Wat mag je zeggen van een regime dat ervoor ijvert onwelgevallige buitenlandse komieken te laten vervolgen? De Duitse tv-komiek Jan Böhmermann weet er inmiddels alles van. Met zijn optreden zette hij een politieke hamvraag op scherp: “Hoe gaan we om met verschrikkelijke regimes waarmee we ook moeten samenwerken?” Dat is een goede vraag, maar wel een die hem inmiddels op dreiging van vervolging, bedreigingen, honderden aangiftes en de noodzaak tot onderduiken is komen te staan. 

Intimidatie in Nederland

Wat mag je zeggen van een regime dat een klopjacht houdt op haar critici, tot in het buitenland aan toe? De lange arm van het regime-Erdoğan reikt tot in Nederland, waar Nederlandse burgers bezocht worden door mensen van het Turkse consulaat, telefonisch lastiggevallen worden, belasterd en bedreigd worden. Gewoon, omdat ze zich kritisch durven uit te laten over het regime-Erdoğan.

”Ik kreeg mensen van het consulaat over de vloer. Ze hebben op een subtiele manier kenbaar gemaakt dat ik mijn mening over Erdoğan moet herzien en dat ik geen zaken moet doen met Gülen-sympathisanten omdat dat gevolgen kan hebben voor mijn handel met Turkije”

Het Turkse consulaat in, nota bene, mijn eigen Rotterdam stuurde een mail rond waarin zij opriep ‘beledigingen’ aan het adres van president Erdoğan te melden bij het consulaat. Met namen en rugnummers, alstublieft. 
Gelukkig was dat een vergissing van een medewerker van dat consulaat, een misverstandje, anders had ik nu moeten beginnen over NSB’ers, judaskussen en adders aan de borst. 
En dit stuk is al zo lang. 

Wat te zeggen

Goed. Van zo’n regime en haar voorman mag je alles zeggen. Het zou zelfs kwalijk zijn dat niet te doen. ‘Tiranniek’ zou ik hen bijvoorbeeld willen noemen. ‘Dictatoriaal.’ ‘Ondemocratisch.’ ‘Verraderlijk.’ Er is sprake van verregaand machtsmisbruik, een persbreidel en mensenrechtenschendingen. Recep Tayyip Erdoğan smoort elke kritiek op zijn persoon in de kiem, en wel met bijzonder onfrisse middelen. 
Moet Europa daar zaken mee willen doen? En als het dat dan doet, mag Europa nog verbaasd opkijken als blijkt dat afspraken niet nagekomen worden? Zo lang onze politici zich daar tam over op de vlakte houden zouden we juist dankbaar moeten zijn dat satirici en columnisten wél de moeite nemen om aan die onwelriekende pot te rammelen. 
Nee, wij moeten het doen met een politica zoals Frau Merkel, die meneer Böhmermann voor de leeuwen gooide door zijn hekeldicht als “opzettelijk kwetsend” af te doen. Dat was voorbarig en dom. 

Ebru Umar

Onze minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders bezocht Turkije in januari 2015. Prompt werd, tijdens zijn verblijf aldaar, de Nederlandse journaliste Frederike Geerdink in hechtenis genomen. Geerdink werd door een acht man sterk team van de Turkse Anti-Terrorisme Eenheid aangehouden en overgebracht naar een politiebureau. Haar huis werd doorzocht en ze werd beschuldigd van “het verkondigen van ‘propaganda voor een terroristische organisatie”. Tijdens datzelfde verblijf van Koenders in Turkije werd de Turks-Nederlandse journalist Mehmet Ülger opgepakt op het vliegveld van Istanboel.
Was het toeval dat columniste Ebru Umar werd aangehouden kort nadat minister Koenders Turkije weer met een bezoekje verblijdde? Op 10 april prees hij zijn Turkse ambtgenoot voor het feit dat Turkije “met toewijding en energie” zo veel vluchtelingen opvangt én sprak hij met vertegenwoordigers van Amnesty International en de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. 
Amnesty International en UNHCR berichtten de minister over misstanden bij de terugkeer van vluchtelingen in Turkije. Turkije heeft enkele duizenden Syrische vluchtelingen illegaal teruggestuurd naar Syrië, terug de oorlog aldaar in. Die informatie brengt de vluchtelingendeal tussen de Europese Unie en Turkije in gevaar. De Tweede Kamer vroeg minister Koenders daar navraag naar te doen.
Op 23 april werd Ebru Umar door de Turkse politie in haar vakantiehuis in Kusadasi gearresteerd. Inmiddels in ze weer vrijgelaten, maar ze mag het land niet verlaten. Of dat toeval is, dat waag ik te betwijfelen. 

Vrijheid van meningsuiting in Nederland

Onze vrijheid van meningsuiting is niet in het geding. Zeker, dat durf ik met droge ogen neer te pennen. Er is geen overheidsorgaan, commissie van wijzen of censor die ons van tevoren de maat neemt en besluit of hetgeen wij wilden gaan zeggen, schrijven of uitzenden wel toelaatbaar is. 
Achteraf kan een uitlating door een rechter getoetst worden, dat dan weer wel. De vrijheid van meningsuiting is in Nederland namelijk niet absoluut en is dat ook nooit geweest, maar ze wordt begrensd door eenieders “verantwoordelijkheid volgens de wet”. Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het allerminst. In onze Grondwet kunt u het volgende lezen: 

Artikel 7 Grondwet
1. Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet.            
2. De wet stelt regels omtrent radio en televisie. Er is geen voorafgaand toezicht op de inhoud van een radio- of televisie-uitzending.
3. Voor het openbaren van gedachten of gevoelens door andere dan in de voorgaande leden genoemde middelen heeft niemand voorafgaand verlof nodig wegens de inhoud daarvan, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan het geven van vertoningen toegankelijk voor personen jonger dan zestien jaar regelen ter bescherming van de goede zeden.
4. De voorgaande leden zijn niet van toepassing op het maken van handelsreclame.

De wet is dus enige restrictie aan onze vrijheid van meningsuiting. Niet het goede fatsoen, whatever that may be. We hebben zelfs niet de plicht goed na te denken voor we wat zeggen, laat staan een plicht om het debat met steekhoudende en beschaafde argumenten te voeren. 
Die wet nu, stelt dat opruien, aanzetten tot haat, bedreiging, belediging, belediging van groepen mensen, aanzetten tot geweld, laster en smaad en al wat dies meer zij niet mogen. Daar liggen dus de strafrechtelijke grenzen van de vrijheid van meningsuiting. Om de zaak nog wat ingewikkelder te maken kent ons rechtssysteem ook nog een aantal “Get out of Jail Free Cards”.

Opzet en context

De context waarbinnen een uitlating gedaan wordt telt namelijk ook nog mee, net als de intentie van de spreker. Dat is deels subjectief en dus is dat ook meteen waar de haarkloverij begint. Ik mag zeggen en vinden wat ik wil, ook als u dat onwelgevallig is, maar ik mag niet beledigen, discrimineren, lasteren of smaden. Het onderscheid daartussen ligt hem in de intentie waarmee ik spreek, niet toevallig gaat het in zulke gevallen bijna altijd om zogeheten opzetdelicten, en ik moet dus wel de bedoeling gehad hebben u te beledigen of te smaden.
De intentie waarmee ik gebruik maak van mijn vrijheid van meningsuiting telt dus ook. Ik ben vrij me uit te laten over uw allerheiligste huisjes, ook wanneer gaat over hete hangijzers als de zondagsrust, abortus, euthanasie, kinderbesnijdenis of de onverdoofde slacht, maar ik mag u daarbij niet opzettelijk beledigen. Dat u aanstoot neemt aan mijn opinies is uw probleem, wanneer ik u opzettelijk beledig dan is dat mijn probleem. Het al dan niet aanwezig zijn van de opzet te beledigen is het verschil tussen een mening en een belediging in een notendop.

Maatschappelijk debat

Wanneer iemand uitlatingen doet die in principe onder het strafrecht vallen, maar hij hij die uitlatingen doet om een maatschappelijk probleem aan te kaarten, is hij in beginsel niet strafbaar. 
Een piepjonge journaliste van Spunk! probeerde dat jaren geleden eens uit. De op een na laatste veroordeling wegens majesteitsschennis stamt uit 2007, toen in de zomer van dat jaar een meneer Regillio A. “De koningin van Nederland is een hoer” riep en daarnaast een politieagent beledigde. Meneer A. werd veroordeeld vanwege de majesteitsschennis en de belediging van een politieambtenaar in functie. De boete bedroeg vierhonderd euronen.
De journaliste van Spunk! vond daar het hare van en besloot de veroordeling vanwege majesteitsschennis aan de kaak te stellen. Dat deed zij door zo’n zelfde tekst op een t-shirt te schrijven en met dat t-shirt aan op de Dam te gaan staan. Op een tweede T-shirt schreef ze “Alle moslims zijn geitenneukers” en ze vroeg voor haar reportage voorbijgangers welke van de twee teksten zij kwetsender vonden. Ze werd aangehouden, maar werd niet vervolgd vanwege haar intentie het publieke debat over de grenzen van de vrijheid van meningsuiting aan te zwengelen.
Die afweging pakt overigens niet altijd zo positief uit. Misschien kunt u zich de onverkwikkelijke affaire Gregorius Nekschot nog herinneren?  Deze cartoonist bekritiseerde de islam en links Nederland met zijn tekeningen. Op grove wijze, dat moet ik daar wel bij zeggen. Hij werd op 13 mei 2008 aangehouden op grond van een aangifte die in 2005 tegen hem was gedaan door de Nederlandse imam Abdul-Jabbar van de Ven. Op 21 september 2010 besloot het Openbaar Ministerie de cartoonist niet te vervolgen, alhoewel het de cartoons wel strafbaar achtte. Anderhalve dag in voorlopige hechtenis was wel afdoende voor jarenoude tekeningen, zo vond men.
De ironie wil dat dezelfde imam Abdul-Jabbar van de Ven, die de drijvende kracht was achter de aangiften tegen cartoonist Gregorius Nekschot, op zijn beurt wel meende Geert Wilders een dodelijke ziekte toe te kunnen wensen en verheugd reageerde op de dood van Theo van Gogh, wiens ideeën hem niet aanstonden. 
Dat is iets dat ik wel heel vaak opmerk in discussies over het vrije woord; juist degenen die graag uitdelen hebben moeite met op hun beurt incasseren. Datzelfde geldt ook de heer Wilders, die de koran met Mein Kampf vergeleek, maar zelf met civiele zaken dreigt wanneer mensen hem op zijn beurt met Adolf Hitler vergelijken.

Vrijheid van religie

Het wordt echter nog veel ingewikkelder. Het begint een beetje op Animal Farm te lijken, maar het is in Nederland daarnaast zo dat some animals are more equal than others.
Artikel 6 van onze Grondwet bijvoorbeeld, levert voor gelovigen een verruiming op van de evenzeer grondwettelijke vrijheid van meningsuiting. Neem nu het Vrouwenstandpunt van de SGP. Of het proces (LJN AE1154, hoger beroep AF0667) tegen imam Khalil El Moumni. Dat maakte al duidelijk dat een gelovige wegkomt met beledigingen, waar een ongelovige voor veroordeeld zou worden, simpelweg door die te doen met een hand op een heilig boek. Imam El-Moumni zei op televisie dat “als de ziekte van de homoseksualiteit zich verspreidt, iedereen besmet kan raken. Daar zijn wij bang voor. Wie maken nog kinderen als mannen onderling trouwen en vrouwen ook?” 
Die uitlatingen zijn, aldus de rechter, op zich zelf genomen zodanig kwetsend voor personen met een homoseksuele gerichtheid dat die uitlatingen binnen het bereik van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht vallen. Omdat de man met die uitlatingen van zijn godsdienstige overtuiging kond deed werd hij echter vrijgesproken, want dan mag ‘t. 
Overigens zie ik ook hier diezelfde trend van mensen die niet willen incasseren terwijl ze zelf wel uitdelen. In diverse ‘heilige’ geschriften staat heel wat aan onverkwikkelijke zaken over geweld, moordpartijen, verkrachting, slavernij, incest, roof, steniging, onderdrukking, gruwelijke straffen en volkomen zotte verboden. Niet zelden zijn ze kwetsend, beledigend of ronduit gevaarlijk waar het om ongelovigen gaat, om afvalligen, vrouwen en homoseksuelen bijvoorbeeld. 
Zouden die teksten op hun eigen merites beoordeeld worden, buiten de vrijheid van religie, dan zou een aanzienlijk aantal ervan zonder meer strafbare feiten opleveren.
Daar heeft tot aan 1 februari 2014 het verbod op smadelijke godslastering tegenover gestaan, waarmee de gelovige medemens ook nog eens op meer bescherming door de wet mocht rekenen dan de niet-gelovige. Met het uit het Wetboek van Strafrecht schrappen daarvan kwam er gelukkig een einde aan die rechtsongelijkheid.

Extra bescherming

Zo’n wetsartikel dat de ene mens meer bescherming door de wet biedt dan de andere mens, past dat wel in een democratie, die per definitie gestoeld is op het menselijk gelijkheidsideaal? Is het gewone wetsartikel dat belediging verbiedt niet goed genoeg voor de religieuze medemens, de koning en de ambtenaar in functie? 
De belediging van bevriende staatshoofden en regeringslieden (zo lang ze onze vrindjes niet zijn beledigt u maar een end weg) is ook bij wet verboden, vermits zij ten tijde van de belediging ambtelijk in Nederland verpoosden. 
De affaire Jan Böhmermann bewijst het gevaar van zo’n wetsartikel. Daar maakt een langetenenpotentaat zoals de Turkse president handig misbruik van, door Duitslands eigen wetgeving in stelling te brengen tegen een van haar eigen komieken. 
Het is Turks olieworstelen met de vrije meningsuiting, een glibberige bedoening die het risico met zich meebrengt dat een van de lange armen van Erdogan zo maar opeens je broek in glipt en hij je bij de spreekwoordelijke ballen heeft. 
Moet je niet willen. 

Een gedachte over “Turks worstelen met de vrijheid van meningsuiting

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s