De sociale staat van Nederland

De mensen van het Sociaal en Cultureel Planbureau hebben de gehele Nederlandse bevolking even een thermometer tussen de billen gestoken. Hoe gaat het nu met ons, Nederlanders? Hoe gelukkig zijn we en hoe tevreden zijn wij met ons bestaan in ons kikkerlandje? Hun onderzoek (PDF) levert opvallende en verrassende resultaten op.

Speciaal voor u spitte ik 401 pagina’s door.

Bevolking en economie

In 2014 waren met zijn 16,8 miljoenen, onze bevolkingsaanwas is, vergeleken met de rest van Europa, gemiddeld. We vergrijzen. Ongeveer de helft van de jaarlijkse aanwas van onze bevolking met 0,3% per jaar komt de laatste jaren voor rekening van kinderen van niet-westerse migranten. We zijn almaar minder trouwlustig en scheiden des te vaker.

Onze economie is aan de beterende hand en Nederland is een sterk merk. We staan op de vijfde plaats van de World Competitive Index, die de economische concurrentiekracht van landen meet. Nederlandse huishoudens hebben in internationaal perspectief grote huizen- en pensioenvermogens, maar ook een gemiddelde schuld van 103.000 euro (inclusief hypotheek).

Daar staat tegenover dat steeds meer van ons in de (helaas groeiende) categorie ‘kwetsbare personen’ (zoals eenoudergezinnen, niet-westerse migranten en huishoudens woonachtig in achterstandswijken) vallen en dat komt een toename van mensen met lage inkomens (+45%) in de periode 2008-2013. In diezelfde periode zagen we on nationaal inkomen per huishouden met 6% afnemen. Auw. Eind 2014 moesten 94.000 mensen een beroep doen op de Voedselbank.

Ook de arbeidsmarkt herstelt langzaam van de crisis: de vraag naar arbeid neemt toe. Vrouwen werken in vergelijking met mannen opvallend vaak in deeltijdbanen en dat staat in direct verband met gezinsvorming. Vrouwen besteden nog altijd veel meer van hun tijd aan zorgen voor kinderen en mantelzorg. Hoe hoger het opleidingsniveau van vrouwen, hoe hoger het aandeel vrouwen met betaald werk.

Circa 61% van de overheidsuitgaven bestaat uit uitgaven voor de zorg (30%), uitkeringen (19%) en het onderwijs (12%).

Publieke opinie en islamofobie

Nederlanders zijn, in vergelijking met bewoners van andere Europese lidstaten, positief gestemd over hun thuisland. ‘Tuurlijk maken we ons wel zorgen over de toekomst, vooral de zorg en de internationale veiligheid staat hoog op onze zorgenagenda, maar we zijn sinds 2014 positiever gaan denken over onze economie en politiek. Hogeropgeleiden zijn daarbij een stuk optimistischer gestemd dan lageropgeleiden.

De democratie wordt breed gedragen in Nederland: 95% van ons vindt het belangrijk om in een democratie te leven. We willen een dikkere vinger in de pap en zouden graag zien dat wij, burgers, meer van invloed zouden zijn op de politiek. De Europese Unie steunen we allengs minder. Gemiddeld heeft 40% van de lageropgeleiden, 51% van de middelbaar opgeleiden en 67% van de hogeropgeleiden ‘voldoende’ vertrouwen in het parlement.

Er is iets mis met onze voor normen en waarden. We zijn minder negatief over normen en waarden dan tien jaar geleden, maar onze maatschappij is wel in zo’n mate verhufterd dat 36% van ons zich wel eens schaamt Nederlander te zijn.

Ons opinieklimaat lijkt milder geworden. Immigratie en integratie zijn sinds 2014 een heter hangijzer, door sympathieën van een aantal Nederlandse moslims voor Islamitische Staat en de toestroom van vluchtelingen naar de Europese Unie vanuit het Midden-Oosten en Afrika. Ons beeld van moslims de is opvallend genoeg de afgelopen tien jaar sterk verbeterd. Van een toenemende ‘islamofobie’ lijkt dan ook niet erg sprake te zijn.

Vond in 2004 nog maar een derde dat de meeste moslims respect hebben voor anderen, in 2014/’15 is dat ruim de helft. Daar staat tegenover dat er geen dalende trend is bij de opvatting dat de leefwijzen van West-Europeanen en moslims onverenigbaar zijn. Dat er te veel mensen van buitenlandse afkomst in Nederland wonen, is een opvatting die tussen 2004 en 2006 en tussen 2010 en 2013 in populariteit afnam. In 2014/’15 is er een beperkte stijging, maar over de hele periode is er een duidelijke daling (van 47% naar 36%).

Onderwijs

Het opleidingsniveau van de Nederlandse bevolking blijft stijgen, maar jonge mannen blijven daarbij
achter. Ook niet-westerse migranten staan nog op achterstand voor wat betreft het opleidingsniveau. Het aantal voortijdig schoolverlaters is verder gedaald, in 2014 was echter wel nog 8,6% van de Nederlandse jongeren van 18-24 jaar voortijdig schoolverlater.

De kwaliteit van het rekenonderwijs in het voortgezet onderwijs verschilt per school; in het
mbo haalt nog niet de helft van de studenten een voldoende voor de rekentoets. De digitale geletterdheid van een derde van de leerlingen in het vmbo ligt onder het basisniveau.

Daarnaast zullen er in de nabije toekomst discussies plaats moeten vinden over het aangeboden curriculum; Onze maatschappij verandert, er staan technologische veranderingen op stapel in het arbeidsproces en dus zal er nog eens gekeken moeten worden naar de voorwaarden voor een inhoudelijk goede startkwalificatie.

Inkomen en sociale zekerheid

Het voorzichtige herstel van de arbeidsmarkt is te zien in de uitstroom uit de Werkloosheidswet, die in 2014 flink toenam. Dat is goed nieuws. De inkomensongelijkheid in Nederland is al jaren stabiel en de meesten van vinden dat die ongelijkheid wel een beetje minder moet. Sinds de crisis zagen we allemaal ons inkomen verminderen, er is een stijging in armoedecijfers, maar bij de hogeropgeleiden is inmiddels een begin van herstel te zien.

We zijn redelijk tevreden, waar het ons inkomen betreft, en hoogopgeleiden zijn daar nog aanzienlijk vaker tevreden mee dan laag- en middelbaar opgeleiden. Ziet u de trend? (Investeren in) onderwijs is extreem belangrijk, hogeropgeleiden zijn tot nog toe op alle fronten beter af én relatief gelukkiger.

Eenoudergezinnen zijn daarnaast aanzienlijk minder vaak (zeer) tevreden dan huishoudens van
een andere samenstelling. Dit zal in 2015 mogelijk verbeteren als gevolg van de verhoging
van de kinderopvangtoeslag in 2014. Niet-werkenden en eenoudergezinnen hebben vaak moeite met rondkomen, daar wordt je natuurlijk niet gelukkiger van.

Betaald werk en zorgtaken

De werkeloosheid onder (niet-westerse) migranten is met 17% historisch hoog. Meer ouderen werken langer door: hun arbeidsparticipatie steeg in 2014 terwijl die van mannen, vrouwen, jongeren en niet-westerse migranten juist daalde. Het aandeel flexibele arbeid in Nederland groeit sterk in vergelijking met de rest van Europa, net als het telewerken. We zijn wat minder tevreden over onze arbeidsomstandigheden en ervaren een toenemende werkdruk.

Het gebruik van formele kinderopvang nam in 2013 af, mede door bezuinigingen op de kinderopvangtoeslag.

Gezondheid en zorg

Nederlanders zijn relatief gezond. Onze medische en preventieve zorg is goed geregeld en daar hebben we duidelijk profijt van. Onze levensverwachting stijgt. Hogeropgeleiden doen het ook hier beter dan lageropgeleiden en zij leven zelfs vaker een gezonde leefstijl na dan lageropgeleiden. Ouderen maken vaker gebruik van professionele thuiszorg en wonen veel langer zelfstandig.

De crisis heeft een weerslag gehad op onze gezondheid en ons mentale welbevinden. We zijn meer medicijnen gaan gebruiken, waaronder antidepressiva en er is zelfs een stijging waargenomen in het gemiddeld aantal gevallen van suïcide.

Maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid

Ofschoon Nederland relatief veel vrijwilligers kent zijn wij Nederlanders opvallend weinig actief op het politieke vlak. De opkomst bij verkiezingen is bedroevend laag, maar in de virtuele wereld van het Internet zijn we politiek gezien actief. We zijn wat minder gaan doneren aan goede doelen, hetgeen ongetwijfeld gevolg zal zijn van de doorstane crises van de laatste jaren.

Vrijetijdsbesteding

De hoeveelheid vrije tijd die we hebben en onze invulling daarvan is van directe invloed op de door ons ervaren kwaliteit van leven. Nederlanders zijn dol op de media, sommigen van ons zijn er zo’n 20 uur per week mee zoet. Daarnaast WhatsAppen, Facebooken en Twitteren we wat af. We bezochten wat vaker een museum, bioscoop of concert.

In 2014 sportte ruim de helft van de Nederlanders wekelijks. Deze sportdeelname is stabiel
en voor Europese begrippen vrij hoog. Onder volwassenen is de grootste deelname en hun voorkeur gaar daarbij uit naar sporten die ze in hun eentje kunnen doen.

Sociale veiligheid

Volgens zowel onze eigen beleving als die van de politie is de criminaliteit over de afgelopen tien jaar afgenomen. Dat geldt voor alle soorten delicten. Meldingen van discriminatie namen toe. Het aantal minderjarige en jongvolwassen verdachten daalt.

Met 337 delicten per 1000 personen rapporteerden Nederlanders in 2014 de minste criminaliteit sinds jaren. Van deze delicten is zo’n 60% een vermogensdelict, zo’n 30% vandalisme en 10% een geweldsdelict. Hiervan is alleen vandalisme significant afgenomen ten opzichte van 2012. Cybercriminaliteit nam af ten opzichte van 2013, vanwege minder identiteitsfraude en hacken.

Onze rechtstaat lijkt zich te voegen naar ons verlangen criminelen zwaarder gestraft te zien worden. In 2013 werden er voor het eerst meer gevangenisstraffen opgelegd dan taakstraffen. Er worden meer celstraffen opgelegd, maar wel lagere, en minder geldboetes, maar wel hogere.

Meer Nederlanders zijn tevreden over de politie. De pakkans van hoge-impactcriminaliteit is
in 2014 verder toegenomen, maar het totale ophelderingspercentage voorlopig licht gedaald
(24,6% in 2014). En dat terwijl we zien hoe zwaar er op die organisatie bezuinigd wordt.

Weer iets minder mensen voelen zich wel eens onveilig (36% in 2014), maar in onze eigen woonbuurt zijn onze onveiligheidsgevoelens (18%) niet of nauwelijks afgenomen.

Wonen

Vergeleken met andere Europese landen zijn wij Nederlanders erg tevreden met onze woning. Onze woningen zijn relatief groot, de bouwvoorschriften streng en een huis zonder toilet of douche is hier ondenkbaar (in tegenstelling tot andere Europese landen). Het eigenwoningbezit bedraagt bijna 60% van de woningvoorraad. Hoogopgeleiden zijn doorgaans meer tevreden met hun buurt, maar laagopgeleiden ervaren meer sociale cohesie.

Kwaliteit van leven: leefsituatie en geluk

Onze leefsituatie (welvaart en welzijn) is de afgelopen tien jaar op de keper beschouwd verbeterd, met uitzondering van een dip tussen 2010 en 2012. Nederlanders geven het leven een 7,8 als rapportcijfer. Er zijn wel verschillen: jongeren scoren wat slechter dan ouderen en ook de zogeheten kwetsbare groepen zijn wat minder gelukkig dan gemiddeld.

De conclusie in dit hoofdstuk is dat het met de kwaliteit van leven in Nederland goedgesteld is. De economische crisis had weliswaar negatieve consequenties, bijvoorbeeldvoor mensen die werkloos werden of gedwongen hun huis moesten verkopen, maar voorde meerderheid van de Nederlanders waren de gevolgen voor hun kwaliteit van levenbeperkt. De achteruitgang in leefsituatie die we in 2012 constateerden, is beperkt gebleven en zet in 2014 niet door. Ook het subjectieve welbevinden lijkt door de crisis niet verder aangetast.

We hechten eraan regie te voeren over ons eigen leven, dat is voor Nederlanders een factor van belang in onze ervaren tevredenheid met het leven. Naast die zelfstandigheid maakt ook welvaart ons gelukkiger mensen: een goede woonsituatie, op vakantie kunnen en bijvoorbeeld kunnen beschikken over gadgets zoals een tablet voegen toe aan ons geluksgevoel. Zo ook het kunnen beschikken over de nodige hulpbronnen. Inkomen, opleiding, arbeidsmarktpositie, gezondheid en digitale vaardigheden. bevorderen direct onze leefsituatie.

We zijn de spekkopers van de wereld, eigenlijk. Dat is nou #DutchPrivilege

Een gedachte over “De sociale staat van Nederland

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s