Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde op alle fronten niet

Ah, kijk aan, daar is het langverwachte oordeel van de commissie-Oosting over de deal die toenmalig officier van justitie Fred Teeven maakte met drugscrimineel Cees H.

De onderzoekscommissie-Oosting, speciaal in het leven geroepen om onderzoek te doen naar de ‘Teevendeal’ presenteerde vandaag haar eindrapport (PDF).

Wie was Cees H. ook alweer?

Cees H. was in de jaren ’80 en ’90 een van de naaste medewerkers van Johan
V. (de ‘Hakkelaar’). Cees H. importeerde cocaïne en hasj en niet zulke kleine beetjes ook. Hij begon als autohandelaar en was bedrijfsleider van een aantal uitgaansgelegenheden. Daarna stortte hij zich op de import van en handel in drugs.

In 1984 liep hij tegen de lamp. Voor de handel in cocaïne kreeg hij acht jaren gevangenisstraf opgelegd, maar na een jaar detentie zag hij kans uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. Hij week uit naar Spanje en vestigde zich daarna onder een valse naam in Antwerpen, waar hij een autoverhuurbedrijf begon en de handel in verdovende middelen weer oppakte.

In 1993 wist men hem weer in de kraag te vatten en hij werd opnieuw veroordeeld voor het organiseren van drugstransporten. Daar kreeg hij vier jaren gevangenisstraf voor opgelegd en de eerder opgelegde straf moest hij uiteraard ook nog uitzitten. Daarnaast becijferde het Openbaar Ministerie dat hij met zijn handel 500 miljoen (!) gulden moet hebben verdiend en vorderde dat bedrag terug. Justitie legde daarom beslag op ’s mans Luxemburgse en Belgische bankrekeningen en liet deze bevriezen.

Saillant detail: Op 20 oktober 1994 deed H. weer een ontsnappingspoging. Met semtex wilde hij
een uitbraak forceren, maar dat mislukte. De semtex zou naar binnen zijn gesmokkeld door een gevangenisbewaker, die later daarvoor een jaar gevangenisstraf kreeg. Voor zijn uitbraakpoging kreeg H. nog eens twee jaar gevangenisstraf opgelegd.

Meneer Teeven bezocht Cees H. in de EBI in Vught op 21 mei 1995, omdat meneer H. hem ‘iets te vertellen had’. Wát, dat wil meneer Teeven tot op de dag van vandaag niet vertellen, ook niet aan de commissie-Oosting. Cees H. moet inlichtingen verstrekt hebben die vallen onder het ambtsgeheim van de heer Teeven en te maken gehad moeten hebben met de veiligheid van onder meer de heer Teeven zelf.

Fred Teeven werd in die tijd bedreigd. De bende van de Hakkelaar wilde in de jaren negentig zelfs de kinderen van toenmalig officier van justitie Fred Teeven ontvoeren, zo valt er in het onderzoeksrapport te lezen. Daarnaast zou meneer H. door meneer Teeven gevraagd zijn tegen Johan V. te verklaren.

De ‘Teevendeal’ 

Er kwam echter een kink in de kabel: kennelijk dreigde het bedrag, dat op die Luxemburgse rekeningen stond, te vervallen aan de staat Luxemburg. Dat vonden zowel Cees H. als het Openbaar Ministerie niet fijn. Toenmalig Officier van Justitie Fred Teeven sloot daarom vijftien jaar geleden een deal met drugsbaron Cees H.

De heren kwamen tot een schikking waarbij Cees H. 750.000 gulden (een schijntje naast die 500 miljoen aan oneerlijk verdiend bloedgeld) aan de staat moest betalen. De rest van wat er op zijn Luxemburgse rekeningen aan bloedgeld stond kreeg hij gewoon terug én justitie beloofde haar jacht op H.’s liggende gelden te staken. Niet alleen dat, toenmalig staatssecretaris beloofde “volstrekte geheimhouding voor nationale en/of internationale belastingdiensten en/of fiscale autoriteiten”.

Let wel: als u of ik zo iets zou doen dan heet dat gewoon ‘witwassen’.

Het bonnetje

Wat er precies op die Luxemburgse rekeningen stond, daar werd lang geheimzinnig over gedaan. Volgens minister Opstelten stond er twee miljoen gulden op, inde het Openbaar Ministerie ‘slechts’ 750.00 gulden, en kreeg Cees H. daar dus 1,25 miljoen gulden van terug.

Volgens toenmalig advocaat van Cees H. Piet Doedens en huidig advocaat Jan-Hein Kuijpers ging het echter om vijf miljoen gulden. Volgens deze versie van het verhaal kreeg Cees H. in 2001 dus ruim 4,7 miljoen gulden terug gegireerd.

Lastige bijkomstigheid was dat oud-minister Opstelten het bonnetje van die transactie kwijt was. Of althans, dat heeft hij altijd beweerd. Toen waren daar opeens de speurneuzen van het programma Nieuwsuur, die bewezen dat wie zoekt toch zal vinden.

De onthullingen van Nieuwsuur op 11 maart 2014 leidden tot een spoeddebat. Minister Opstelten kwam gevoeglijk uitleg geven aan de Tweede Kamer: het ging echt maar om 1,25 miljoen gulden, maar de details van de overeenkomst waren niet meer te achterhalen. Écht niet. Heus. De bewaartermijnen waren verlopen en de beruchte ICT-systemen veranderd en dus waren de bankafschriften foetsie.

Gelukkig had oud-topadvocaat Piet Doedens zijn administratie beter op orde.

“Ik heb de overschrijving hier voor me. Op 10 september 2001 heeft het OM bijna 5 miljoen gulden overgemaakt naar de derdengeldrekening van mijn kantoor. Ik heb er vervolgens voor gezorgd dat het op de rekening van mijn cliënt kwam.” 

Op maandag 9 maart 2015 om tien uur ’s avonds maakten de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Opstelten en de toenmalig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Teeven bekend af te treden. Gestruikeld over een bonnetje.

De Tweede Kamer was echter nog niet klaar met beide heerschappen. Ze verzocht de regering een onafhankelijke commissie van onderzoek op te tuigen en deze onderzoek te laten doen naar de schikkingsovereenkomst tussen het Openbaar Ministerie en de heer Cees H. en het aandeel van de heer Teeven daarin.

Resultaten van het onderzoek

Het is gênant te lezen hoe de leden van de onderzoekscommissie de stukken, die betrekking op de zaken hebben, aantrof. De documentatie van het Openbaar Ministerie was incompleet, er zaten stukken tussen die helemaal geen betrekking hadden op Cees H. en betalingsgegevens van de schikking zaten in het verkeerde dossier, te weten dat van de semtex-zaak uit 1994.

Het relaas van twee jaar lang ordinair handjeklap tussen Justitie en Cees H. vind ik stuitend. De voorstellen over en weer, het geheimzinnig gedoe, en dan het negeren van een advies van de Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie, dat al aangaf dat het voorstel in enkele verhouding stond tot het door Cees H. wederrechtelijk verkregen voordeel. Verschillende ministers hebben van deze zaak geweten (in 2002 werden de eerste Kamervragen over Cees H. gesteld!), maar niets gedaan. Al in 2002 was de vermelding van het bedrag van twee miljoen gulden in de antwoorden op vragen uit de Tweede Kamer feitelijk onjuist.

Uiteindelijk zou gratie verleend worden voor de veroordeling uit 1985, voor de handel in cocaïne, en werd Cees H. achttien maanden van deze straf kwijtgescholden. De twee jaar voor zijn uitbraakpoging met semtex hoefde hij ook niet uit te zitten.

Alhoewel het college van procureurs-generaal op 26 januari 2000 besloot dat het overleg met de Belastingdienst wél plaats diende te vinden (dit in overeenstemming met haar eigen Richtlijn ontneming) werd de fiscus dus nadrukkelijk in het ongewisse gehouden. Iets waar toenmalig minister in het Kamerdebat van 13 maart 2014 over zou liegen tegen de Tweede Kamer.

Erger, tijdens dat debat zou hij zich ook nog eens op het standpunt stellen dat het Openbaar Ministerie wat hem betreft de vrijheid had af te wijken van wetgeving die het zelf in het leven had geroepen.

Samenvattend, ontkomt de Onderzoekscommissie niet aan het oordeel dat de ontnemingsschikking de toets van de kritiek niet kan doorstaan, zowel naar de inhoud, als uit een oogpunt van totstandkoming en afwikkeling.

Het heeft allemaal schrijnend weinig te maken met recht of rechtvaardigheid.

2 gedachtes over “Commissie-Oosting: Teeven-deal deugde op alle fronten niet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s