Noblesse oblige

Ingewikkeld, hè? Dat vluchtelingenvraagstuk. Fort Europa bekeek de vluchtelingenstroom, die zich haar kant op beweegt, vol argwaan en navelstaarderig eigenbelang. Misschien moeten overheden dat ook wel doen. Het opnemen van vluchtelingen brengt immers verantwoordelijkheden en kosten met zich mee. Er moet van alles begroot, geregeld en georganiseerd en dat kost een lieve (belasting-) duit.

Volgens de UNHCR verblijven er nu een slordige 1,9 miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije. In Libanon zitten er nog eens 1,1 miljoen en in Jordanië 630.000 stuks. Bijna vier miljoen Syriërs zijn op de vlucht. Niemand heeft enig idee hoeveel van deze mensen naar Europa zouden willen komen. Na vier jaar onverminderde oorlog in thuisland Syrië zullen veel van hen de moed ongetwijfeld opgeven dat het daar nog goedkomt en op zoek gaan naar een veiliger thuishaven.

Tijdelijk opvang is een makkie, eigenlijk. Campings, bungalowparken, sporthallen vol stapelbedden, desnoods bij goedwillende burgers thuis. Maar daarna? Wie langer blijft wil misschien wel staatsburger worden. Hij of zij zal ergens willen wonen. Hij of zij zal op gegeven moment ook een beroep moeten doen op dure voorzieningen, sociaal, medisch of anderszins. Iemand die een oorlogssituatie ontvluchtte zou hier heel wel psychologische hulp nodig kunnen hebben bij het verwerken van een oorlogstrauma. Een vluchteling zal naar school willen of kinderen hebben die school willen gaan. Als die mensen dan ook nog eens te lang blijven en hun kinderen geworteld raken in hun nieuwe thuisland, dan kom je er ook zo makkelijk niet mee vanaf. Dat kost allemaal wat.

Dat daar zakelijk, politiek en somtijds ronduit kil naar gekeken moet worden is noodzaak, dat staat buiten kijf. Hoeveel vluchtelingen een land aankan is uiteindelijk gewoon een kwestie van kil berekenen. Zoveel bedden. Zo veel eten en drinken. Medische kosten, opvang, sociale voorzieningen – het is allemaal te becijferen. Net als de draagkracht van de opvangende maatschappij. Het lijkt me een ondankbare rotklus waar ik niet graag voor zou komen te staan, dat wel.

Ressentiment

Maar tot voor kort keken we vanuit ons bolwerk van beschaving, het relatief erg welvarende en veilige Fort Europa, wel erg zakelijk, argwanend en wantrouwend naar die vluchtelingenstroom. Waren we bang het zelf met een boterhammetje minder te moeten doen. Er borrelde heel wat lelijk ressentiment op. Over gelukzoekers, die veilige en comfortabele tentenkampen in de eigen regio wilden inruilen voor het rijke Europa. Mensen met geld zat, voor een iPhone en riante mensensmokkelaars-salarissen. Domme en gewetenloze mensen ook, die willens en wetens hun kinderen zonder reddingsvestjes in gammele bootjes pleurden om maar mee te kunnen eten uit onze staatsruiven. Er is ‘geen sprake van een exodus uit een oorlogsgebied’, luidde het, en het zijn vooral emo-verhalen.

Anderen zagen en zien vooral rijen jonge mannelijke potentiële islamitische terroristen de Europese grenzen overspoelen. Enthousiaste reacties op het nieuws van tientallen verdronken of in een vrachtwagen gestikte zielen. Vingers wezen naar Saoedi-Arabië en de Golfstaten, die helemaal geen Syrische vluchtelingen opnemen. Waar blijven ze daar met hun oemma, terwijl hun Syrische broeders en zusters in nood verkeren? Als zij niks doen, waarom moeten wij dat dan wel?

De foto die ons veranderde

En toen was daar opeens die foto, hé? Dat confronterende beeld van dat verzopen kindje in die branding. Het beeld werkte louterend. En dat is maar goed ook.

Ze zijn er ongetwijfeld in die enorme vluchtelingenstroom: Echte gelukszoekers, rijke stinkerds en mensen met minder dan eerbare bedoelingen. Maar die anderen zijn er ook: De mensen die oorlog ontvluchtten. De mensen die onze hulp echt en oprecht nodig hebben. Wat houdt ons tegen het kaf van het koren te scheiden?

En sinds wanneer is een land als Saoedi-Arabië nota bene de morele maatstaf waaraan we ons menen te moeten meten? Schei toch uit. Wij, rijke, vrije, beschaafde Europeanen hebben geen benul meer van hoe werkelijk bevoorrecht we zijn. Dat heeft iets misdaan met ons moreel kompas.

We hebben echt nog altijd een heel menselijke morele verplichting om hulp te verlenen aan onze medemens in nood. Gewoon omdat we het kúnnen. Noem het beschaving, medemenselijkheid, naastenliefde of humaniteit. Noblesse oblige, voor mijn part.

Een dood kind in de branding moest het opnieuw in ons wakker schudden. Dat is intens verdrietig.

Een gedachte over “Noblesse oblige

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s