Voortgangsbrief Politie, boekhouderstrucs en een kreupel paradepaardje

O, kijk aan. Daar viel toch de halfjaarlijkse ‘voortgangsbrief politie’ op de mat bij de Tweede Kamer.

Dat met die ‘voortgang’ is teken van een aandoenlijk positieve insteek. Aandoenlijk naïef, dat is, want we weten inmiddels allemaal al dat er wat de reorganisatie van de politie betreft eigenlijk helemaal geen sprake is van enige voortgang. Laat staat van vooruitgang.

Onmogelijke ambities

Er is nog eens goed gekeken naar het tempo en de ambities bij de vorming van de nationale politie. Alleszins weinig realistisch, zo is men daarbij eindelijk tot de conclusie gekomen, en dus pleit minister Van der Steur voor ‘meer realisme’. Hopelijk beseft hij dat een betere wereld ook in die zin nog altijd bij hemzelf begint.

De politie moest te veel tegelijkertijd doen en dus krijgt ze meer tijd om haar zaken op orde te brengen. De personele reorganisatie moet nog afgerond worden, het inrichtingsplan ingevoerd en de bedrijfsvoering ‘geharmoniseerd’. Pas in 2018 (!) denkt de minister dat een begin gemaakt kan worden aan verbeteringen van en daadwerkelijke veranderingen in de politieorganisatie. De reorganisatie naar een nationale politie gaat daarnaast ook meer kosten. Het budget wordt van 230 miljoen opgehoogd naar 460 miljoen euro.

U ziet, goedkoop is duurkoop.

Een ander opvallend knelpunt, volgens de minister in zijn schrijven, is dat de sturing op alle veranderingen en verbeteringen onvoldoende was.  Om dit te veranderen wordt ‘het gezag (zoals het Openbaar Ministerie en burgemeesters) via het artikel 19-overleg nadrukkelijker bij de belangrijke beheersbeslissingen betrokken’. Of er consequenties tegenover dat falen van hogerhand zullen staan blijft in het midden.

Tussen de regels van de voortgangsbrief is te lezen dat eerdere signalen van politiemensen, de politiebonden, de Centrale Ondernemingsraad én de commissie van toezicht dat de reorganisatie naar een nationale politie een gemankeerd vehikel en een “onmogelijke opdracht” was volkomen juist waren.

Had er maar naar geluisterd, dames en heren politici in het algemeen en oud-minister Opstelten in het bijzonder. U valt veel te verwijten en denk erom dat u dat nu niet weer op die politiemensen afwentelt, hé.

Plankzaken

Bijna vijf jaar geleden schreef ik mijn blog ‘Plankzaken’. Aanleiding was het onderzoeksrapport over een gezinsmoord in Enschede. Daarbij schoot een drieëndertigjarige man zijn ex, haar zoontje van negen en haar zus dood, om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan. De politie bleek de uiteindelijke schutter wel in de peiling gehad te hebben vanwege huiselijk geweld, maar had eenvoudigweg geen manskracht genoeg om de zaak tijdig op te pakken. En dat was toen al niet nieuw.

In 2006 luidde het LSOP al de alarmbel over een dreigend tekort aan rechercheurs, omdat er stevig werd gekort op het budget voor het opleiden van specialisten binnen de politie. September 2009 nodigde de Tweede Kamer toenmalig minister Ter Horst uit voor een spoeddebat over verdere bezuinigingen op de politie.

De politiekorpsen kampten inmiddels met zo’n chronisch tekort aan gekwalificeerde rechercheurs dat ook grote zaken van zware criminaliteit onopgelost op de plank bleven liggen. Minister Ter Horst beloofde er ‘wel’ honderd rechercheurs bij, terwijl de korpsen er gezamenlijk bijna vijfhonderd tekort kwamen. Van ellende liet men agenten uit de geüniformeerde dienst (het blauw op straat) en soms zelfs agenten in opleiding zaken onderzoeken. Korpschef Heijsman zei in 2010; “Mijn agenten moeten uitleggen aan de slachtoffers dat hun zaak niet wordt aangepakt omdat er onvoldoende rechercheurs zijn“.

Er is in de tussentijd niets verbeterd en nu vertelt de minister ons dat die verbeteringen op zijn vroegst in 2018 verwacht kunnen worden. Wel heeft korpschef Gerard Bouman de opdracht gekregen om nog vóór de begrotingsbehandeling de contouren te schetsen van een versterkingsprogramma opsporing. De kwaliteit van de opsporing vraagt in zo’n mate serieuze versterking, dat de minister daarmee liever niet tot na 2017 wacht. In de tussentijd blijven uw en mijn zaken op de stapels plankzaken liggen.

De vierde maatregel die minister Van der Steur in zijn brief aankondigt is het inzetten op meer kwaliteit, om te beginnen in de bedrijfsvoering. Ook daar lijken jarenlange bezuinigingen hun tol te hebben geheven: de benodigde kennis en kunde is niet (langer?) beschikbaar.

Het komt er dus eigenlijk op neer dat we de politie behoorlijk kapot bezuinigd hebben, maar dat gaan we natuurlijk niet hardop zeggen.

Personeelszorg en goed werkgeverschap

Terug naar de die halfjaarlijkse voortgangsbrief politie. Het derde punt dat de minister aansnijdt is schrijnend: Er is te weinig aandacht geweest voor het welzijn en de werkomstandigheden van politiemedewerkers, terwijl dat toch echt een randvoorwaarde had moeten zijn in de gehele reorganisatie. Die politiemedewerkers, de luitjes dus die met hun poten in de spreekwoordelijke klei staan, moeten de organisatie immers overeind houden terwijl er stug door gereorganiseerd wordt.

De personele reorganisatie moet dus voorrang krijgen. Daarbij rept de minister heel opvallend niets over de vele geschilprocedures (9000) en rechtszaken (2600) die politiemedewerkers aanspanden tegen de gevolgen van die personele reorganisatie.

In de reactiepanelen van de site van politiebond NPB staat een brandbrief te lezen van een medewerker van een servicecentrum van de politie. Over de uitholling van werkzaamheden, verspillingen op micro- en macroniveau en ongelijke betaling voor gelijk werk binnen de toekomstige nationale politie. Over een reorganisatie waarbij medewerkers van een 112-centrale herplaatsingskandidaat gemaakt worden, terwijl hun werk gewoon blijft bestaan en anderen dat in hun plaats zullen gaan doen. Gewoon, omdat de functie waarin ze gematcht werden niet klopt met hun werkelijke werkzaamheden. Zo ga je, ook tijdens een reorganisatie, niet met je mensen om.

Dan verwijst minister Van der Steur zijdelings ook nog naar de CAO-onderhandelingen, waarvan wij allemaal weten hoe moeizaam die verlopen: Hij “streeft naar afspraken die recht doen aan de zwaarte van het politieberoep”.

Dat lijkt vooral lippendienst. Er wordt al maandenlang actie gevoerd voor een betere CAO en minister Van der Steur dreigde de politievakbonden afgelopen vrijdag nog met een rechtszaak om hen de dwingen hun acties te stoppen.

Bod

Natuurlijk, er ligt een bod. Ruim 5 procent erbij, plus een eenmalige uitkering van €500. Op zich prachtig, ware het niet dat die loonsverhoging vooral bestaat uit geld dat in beginsel voor de pensioenfondsen bestemd is. Na bijna vijf jaar op de nullijn te zijn gehouden zouden ze wel gek zijn om akkoord te gaan met zo’n sigaar uit eigen doos. Iets waar minister Plasterk op zijn beurt mee dreigde om opnieuw in te voeren voor ambtenaren, want hoe durft dat plebs kritisch naar dat ‘riante’ bod van het kabinet te kijken en zo’n boekhouderstrucje te benoemen voor wat het is.

Er wordt vanuit de overheid ordinair gesteggeld over hele primaire arbeidsvoorwaarden, zoals gezond en veilig politiewerk en het recht op 21 vrije weekenden per jaar. Tsja, ook al begrijpt minister Van der Steur daar niets van, bij de politie zijn ’t uiteindelijk ook maar mensen en die willen net als iedereen wel eens een weekend vrij om met gezin, familie of vrienden samen te kunnen zijn. Een eerlijke vergoeding voor onregelmatige diensten en piket lijkt mij ook bepaald niet wereldvreemd.

Er is dus nog een lange weg te gaan en dat is eigenlijk volkomen onacceptabel. Al dat geblunder verdient een parlementaire enquête.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s