Stop of ik schiet niet

Godzijdank, voor u en mij en de rest van Nederland, ben ik geen agent. Ik zou er om te beginnen al niet dapper en stressbestendig genoeg voor zijn en ik zou niet durven voorspellen hoe ik in een echte stresssituatie zou reageren, zoals agenten die tijdens hun dagelijkse werk tegenkomen.

Fright, Fight, Flight, Freeze

De mens is voorgeprogrammeerd snel te reageren op angst of stress en als de situatie er echt om spant rest het menselijk lichaam een zeer beperkt aantal smaken waaruit kan kiezen; vluchten, vechten of verstarren. Dat is reuze handig hormonaal geregeld, want bij dreigend gevaar pompt ons eigen lichaam ons vol met adrenaline en cortisol. Beide stresshormonen jagen onze bloeddruk en hartslag omhoog, spannen onze spieren alvast voor ons en brengen zelfs onze pijngevoeligheid omlaag. Nou, dan ben je er dus helemaal kaar voor om te vechten of het op een lopen te zetten. Of volledig te blokkeren en te bevriezen, als het een beetje tegen zit.

Nu heb ik lang met een angststoornis gekampt en met mij kon je dus sowieso al alle kanten op. Op de moeilijkste momenten schoot ik al te snel in een van die drie reacties en doorgaans was dat de minst passende bij het probleem, waar ik me voor gesteld zag. Liep ik weg voor een situatie en had ik achteraf een hekel aan mezelf omdat ik niet voor mijzelf was opgekomen of liet ik een geweldige kans liggen omdat ik gewoon niet durfde. Of ik werd boos en zei iets waar ik later spijt van had. Het allerergst waren nog de momenten waarop ik bevroor en in een absolute onzekerheid belandde die me vleugellam maakte. Dat herkennen de meesten van u vast wel: Dat er uren naderhand een geniale repliek in u opkomt en u wilde dat u dat nou op het moment suprême bedacht had.

Heel eerlijk: Ik zou geen dag bestand zijn tegen wat agenten tijdens hun werk op straat tegen komen.

Dagelijks werk

Neem nou afgelopen week. Sprong er een man van een flatgebouw aan de Wilhelminakade in Rotterdam en dan moet je daar als agent naartoe. Kunt u zich voorstellen hoe iemand erbij ligt wanneer hij van hoogte ter aarde is gestort? Ik wel. Jaren geleden zat ik in een trein, waar een wanhopig iemand voor sprong. Toen de machinist de hele trein tot stilstand had gebracht bleek de coupe waar ik in zat ter hoogte van een onderbeen en een torso te staan. Het heeft lang geduurd eer ik dat beeld weer kwijt was.

Anyway, de politie zocht uit wie de man bij leven was en toog naar zijn huisadres om zijn familie te vertellen dat hij nooit meer thuis zou komen. Ze zullen dankzij de gemeentelijke basisadministratie van tevoren geweten hebben dat ze er een vrouw en twee achtjarige kinderen aan zouden treffen. Eenmaal in de woning bleek de vrouw des huizes daar echter levenloos te liggen. Hun kinderen waren die nacht uit logeren en men gaat ervan uit dat de man eerst zijn vrouw ombracht en daarna de hand aan zichzelf sloeg.

Waarschijnlijk was ik bij het aantreffen van de smurrie op straat al afgehaakt en had ik het plaats delict eerst ondergekotst om het daarna in vliegende vlucht te verlaten. Of ik naar dat huis had kunnen rijden, in de wetenschap dat je ’s mans vrouw en kinderen zulk slecht nieuws moet gaan brengen, is bepaald twijfelachtig. Wat een kutbaan eigenlijk, excusez mijn Rotterdams.

Zou ik, als agent, netjes en geduldig kunnen blijven wanneer ‘baldadige jeugd’ mijn collega’s, de Brandweer of ambulanciers belaagde? Zou ik, als agent, mezelf kunnen beheersen wanneer ik iemand moest aanhouden die een kind misbruikte, een vrouw verkrachtte of een dier martelde? Neem nou die zedenzaak in dat Valkenburgse hotel. Daar betrapte de politie een ‘klant’ op heterdaad terwijl hij seks had met een meisje van zestien en trof de pooier van dat kind op het toilet aan. Dan moet je, als rechercheur, daarna in gesprek met die pooier terwijl je weet dat hij een kind in een tiental dagen tijd door een stuk of tachtig (!) van die smerige viespeuken heeft laten misbruiken.

Heel eerlijk: Ik zou het niet kunnen. Ik weet zelfs niet of ik mijn handen thuis zou kunnen houden en zo’n smeerlap niet gewoon wat zou aandoen. Ik heb een innerlijke Middeleeuwer en zij heeft een kort lontje.

Nederland en haar politiemacht

De houding van de Nederlandse maatschappij zou me, als al het bovenstaande dat niet al gedaan had, de das om doen. We hebben een haat- liefdeverhouding met onze politie.

De mate van vrijheid die burgers in een land genieten is mede af te meten aan de hoeveelheid en aard van kritiek die een overheid zich over zichzelf laat welgevallen. Wat dat betreft scoort Nederland deze laatste weken weer uitmuntend, al moet daarbij gezegd dat wij met onze klaagcultuur natuurlijk wel bij voorbaat al een lichte voorsprong hebben. Volkomen terecht worden de machten van onze rechtsstaat met argusogen gevolgd en kritisch bekeken. Volkomen terecht zijn ook zij aan regels gebonden en worden ze daarmee geconfronteerd wanneer ze buiten hun boekje gaan.

Dat is zeker in het geval van de politie van groot belang, aan hen gunden wij immers het geweldsmonopolie. Agenten die misbruik maken van hun bevoegdheden, buitenproportioneel geweld gebruiken of anderszins de fout ingaan maken misbruik van het vertrouwen en het mandaat dat de samenleving hen gegeven heeft en dat mag nooit zonder verregaande consequenties blijven.

Kritiek is dus altijd positief, alleen schieten we nogal eens door in het onfatsoenlijke.

Dat zagen we bijvoorbeeld na de dood van Mitch Henriquez. Bekende en onbekende Nederlanders schoten door in onze oer-Hollandse sensatiezucht; er werd gespeculeerd, gescholden en gedreigd dat het lieve lust was. Wijkagent Marius Blok, die niets te maken had met het gebeuren in ’t Haagse Zuiderpark, werd met foto en al online gezet, vals beschuldigd en bedreigd. Daarmee hebben wij, de maatschappij, een bevlogen diender volledig onterecht in de kou laten staan.

Rapper Appa plaatste vervolgens een stemmig tweetje waarin hij suggereerde dat de politie van Den Haag een bus vol moslims, op weg naar het gebed, gestopt had om hen allemaal even preventief te fouilleren. De rapper bleek het verhaal uit zijn duim gezogen te hebben. De politie liet het zich opvallend genoeg, op één enkele milde tweet na, welgevallen.

Het was niet voor het eerst dat ik me afvroeg wat de reacties zouden zijn wanneer de politie de ruimte kreeg af en toe eens een vurig opiniestukje te lanceren.

De gemiddelde Nederlander is een enorme zeikerd, en dat zeg ik heel liefdevol als mede-zeikerd, en we lijden niet zelden aan het Calimerocomplex. Dat maakt dat we onze schuld graag op de ons betrappende agent projecteren: Veruit de meeste Nederlanders rijden niet te hard, maar “worden gepakt”. We verfrommelen het ons uitgereikte gele papiertje en lispelen een boos “ga toch boeven vangen” tegen de agent die ons betrapte, maar vergeten daarbij al te licht dat zulks nu juist hetgeen is dat hij zojuist deed. Hij is degene die ons van het asfalt moet lepelen wanneer het misgaat, maar zo kunnen wij dat zelf niet zien.

In ruil filmen we die agent wanneer hij te hard rijdt en verkeersregels negeert, al dan niet onder begeleiding van toeters en bellen, en spreken daar lekker een potje schande van. Dat hij dat gewoon mag wanneer zijn werk hem daartoe noopt vergeten we voor het gemak, want we kankeren nergens zo lekker op als op de politie. Nou ja, en op het weer.

Maar toen was daar opeens die agent, die in 2012 een vluchtende inbreker in een been schoot. De inbreker had zojuist, midden in de nacht, een kraak gezet in een woning in Heeswijk-Dinther.

Woninginbraak

Nu moet ik u eerst opbiechten dat ik ontzettend vooringenomen ben tegen woninginbrekerts. Er heeft er namelijk ooit een gepoogd in mijn woning in te breken. Omdat ik toen nog in het centrum van Rotterdam woonde had ik het enorme geluk dat er een extra stalen balk in de deur zat, die het inbrekersgeweld ternauwernood heeft kunnen weerstaan. De deur was zwaar gehavend, met tientallen diepe moeten van een groot formaat koevoet erop. De splinters lagen op de grond en de tegeltjes boven de deuropening waren gesprongen van de enorme kracht die op die deur was uitgeoefend. Na een lange dag werken trof ik de boel zo aan, de deur stijfklem in het frame en achter die deur kon ik mijn poezenbeesten horen jammeren. Ik kon zelf ook niet meer naar binnen en dus belde ik de politie.

Al gauw kwamen twee agenten ter plaatse. Een van die schatten heeft nog geprobeerd de deur open te krijgen, maar ook hij kreeg dat niet voor elkaar. Ze belden een slotenmaker voor me en namen de aangifte alvast voor me op. Nog voor de slotenmaker arriveerde kraakte hun portofoon, huiselijk geweld in een flatgebouw in de buurt van het mijne. Of ik het erg vond dat ze nu echt verder moesten? Ja natuurlijk wel, maar dat zei ik niet. Ik bedankte ze en wenste ze succes. Over dat laatste voelde ik me nog een beetje dwaas, toen ze de lift in verdwenen. Succes was het woord natuurlijk ook niet. Ik ging op het stoepje zitten naast mijn vernielde deur, huilde een beetje van de schrik en wachtte op de slotenboer.

Ik heb nog heel lang last gehad van die affaire. Het voelt namelijk alsof iemand het heel persoonlijk op jou gemunt heeft, een (poging) inbraak is een van de meest ingrijpende inbreuken op je persoonlijke levenssfeer die er maar zijn. Daarmee begon ook mijn obsessief-compulsieve gedrag. Tot op de dag van vandaag voel ik me onveilig en controleer ik meermaals of ik mijn voordeur wel goed heb afgesloten wanneer ik wegga. Het is een obsessieve drang waar ik nauwelijks weerstand aan kan bieden.

Stop of ik schiet

Goed, terug naar Heeswijk-Dinther. De agent betrapte die inbreker op heterdaad en de man sloeg op de vlucht. De agent beval hem twee keer te blijven staan, maar daar had die inbreker geen boodschap aan. Ook niet toen de agent zijn dienstwapen trok en “Stop of ik schiet!” riep. Toen de inbreker over een schutting wilde klimmen schoot de agent hem in een dij.

Daar komt natuurlijk mijn vooringenomenheid tegen woninginbrekers opborrelen, zo hoppa, recht vanuit mijn onderbuik. Ik gun degene, die zo brutaalweg met een enorme koevoet in zijn knuisten het Rotterdamse centrum doorkruiste en mijn huis binnen wilde, heel veel en niets daarvan is positief, leuk of aardig. Had een agent hem een kogel in een dij geschoten om hem aan te kunnen houden, dan had ik daar geen traan om gelaten. Misschien was ik zelfs wel een bosje bloemen gaan brengen op het bureau, met een kaartje “Dank je wel voor het vangen van mijn inbreker, moge hij nog lang mogen schoffelen”.

Het is toch een beetje het risico van het inbrekersvak, vind ik, dat je betrapt wordt door een agent of dappere bewoner en deze probeert je aan te houden. Desnoods hardhandig als je niet luisteren wilt.

Zo lang ze maar met hun hardhandigheid stoppen zodra die inbreker eenmaal overmeesterd is, want alles daarna is eigenrichting en dat kan nooit de bedoeling zijn. Mag niet.

So far so good, zou je denken. Maar niets van dat al. De inbreker diende een klacht in.

Net als in mijn geval waren de bewoners van dat huis in Heeswijk-Dinther niet thuis en dus had die agent niet mogen schieten op de vluchtende inbreker. Door te schieten maakte hij zich schuldig aan zware mishandeling, met voorbedachten rade nog al liefst. De agent moet de inbreker 2351,05 euro aan schadevergoeding betalen.

Actie GeenStijl en de vox populi

Dat kan alleen in Nederland, dat een agent een schadevergoeding moet betalen aan iemand die zojuist in de woning van een ander inbrak. Het beroemde en beruchte roze weblog GeenStijl vond daar ook wat van en besloot tot een inzamelingsactie voor de agent. Die actie liep als een tierelier, er is binnen no time vijftienduizend euro ingezameld. Daaruit valt af te lezen dat er veel meer mensen zijn die het raar vinden dat een agent schade moet vergoeden aan een op heterdaad betrapte inbreker.

Dat heeft alles te maken met de antipathie die wij allen tegen het inbrekersgilde koesteren. We hebben het niet over een onschuldige puber die het alleen bij het zien van de politie al op een lopen zet, we hebben het niet over ‘baldadige jeugd’ die vindt dat een agent wat te lang naar hem kijkt. Er werd niet “maar lukraak op een burger geschoten” zoals strafrechtadvocaat Sidney Smeets de burgerlijk ongehoorzame roze horde een tikkeltje verwaten verweet, maar op een ordinaire dief.

Een ordinaire dief die ook nog eens ‘netjes’ in een been geschoten werd om hem op te kunnen pakken, van enig ‘Wild West’ zoals meneer Smeets schetste, was dan ook geen sprake. Ook de beschuldiging dat GeenStijl zich met haar actie aan ‘uitlokking’ schuldig zou maken is tomeloos overdreven, maar overdrijving is het voorrecht van de opiniërende columnist, ook als hij rechten heeft gestudeerd. Opvallend is dat meneer Smeets in zijn episteltje en passant de kleurenkaart nog even trekt, maar hè, in oorlog en liefde is alles toegestaan.

Nee, voor zo iemand als deze inbreker heeft de meerderheid van de Nederlanders dus duidelijk geen enkel begrip. Het is de dief die moreel verwerpelijk is, aldus de vox populi. Dan mag meneer Smeets nog zo vinden dat mensen met iets meer dan een enkele hersencel zeer negatief op de actie van GeenStijl plegen te reageren, de vox populi heeft een punt. De rechtvaardigheid wordt met een schadevergoeding aan een op heterdaad betrapte inbreker gewoon niet gediend.

Van arrestatie tot poging doodslag

Gisteren werd nog een vonnis gewezen tegen een agent. Ditmaal een die tijdens actie van de Arrestatie-Eenheid op de bestuurder van een personenauto schoot, maar de bijrijder raakte. Dit alles gebeurde op 22 augustus 2013 op een parkeerplaats van een coffeeshop in Heerlen.

De politie had onderzoek gedaan naar een verdachte van meerdere ramkraken en wilde deze aanhouden. Daartoe had een observatieteam de auto van de verdachte gevolgd, die ze meermaals uit het zicht verloor omdat de bestuurder met snelheden van meer dan tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder pikte in Meerssen een passagier op en reed naar die parkeerplaats in Heerlen. De bestuurder stapte uit, ging de coffeeshop in en stapte weer in de auto. Op dat moment kwam het arrestatieteam in actie. Ze riepen “Uit de auto komen!” en “Politie!” en dus vergrendelde de bestuurder zijn portieren, gaf volledig gas, maakte een u-bocht en reed zich vervolgens klem tussen twee geparkeerd staande auto’s.

Een van die agenten had de opdracht de passagier uit de auto te halen en probeerde het rechter voorportier van de vluchtauto te openen, maar dat lukte niet. Dus riep hij “Politie!” en gaf een klap op de ruit. Toen de agent de automotor toeren hoorde maken sloeg hij met de kolf van zijn dienstwapen op de ruit en vervolgens schoot de auto weg.

Naar eigen zeggen was de agent bang dat de auto zijn collega’s omver zou rijden, hij kon de rijrichting niet inschatten, en vreesde hij voor zijn eigen leven. Hij zag meerdere mensen opzij springen en reageerde vervolgens instinctief en schoot gericht op de romp van de bestuurder. Hij miste en raakte de passagier. De auto reed weg met piepende banden en slippende wielen en kwam daarna dus tot stilstand tegen twee andere auto’s aan. 

Reconstructie NFI

Het Nationaal Forensisch instituut reconstrueerde de gebeurtenissen. De reconstructie duurt 21,3 seconden. Op seconde 15,0 komt de auto van de verdachte man in beweging, tussen seconde 15,0 en seconde 15,3 schiet de agent en op seconde 18,9 komt de auto tot stilstand. Op de reconstructie “is zichtbaar dat er zich op dat moment niemand in de rijrichting van de auto bevindt, met uitzondering van plaatsvervangend AE-commandant, die iets verderop staat”

Het aangetroffen acceleratiespoor blijkt 8,95 meter lang en over die korte afstand moet een snelheid van ergens tussen de 21 en 26 kilometer per uur bereikt zijn. Uit de reconstructie volgt dat de auto van tussen die seconden 15,0 en 15,3 een snelheid van minimaal 12 en maximaal 13 kilometer per uur had.

Twee jaar gevangenisstraf

Justitie had deze zaak eerst geseponeerd op grond van noodweer (exces), maar het slachtoffer stapte naar het gerechtshof in Den Bosch om vervolging af te dwingen, met succes.
De rechtbank vaagde elk verweer op basis van noodweer of noodweer-exces van tafel, omdat ze vindt dat er geen sprake was van een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding jegens de agent of een van zijn collega’s voorafgaand aan het moment dat de verdachte schoot. Kennelijk heeft de rechtbank niet zo veel op met die AE-commandant, die wel in de rijrichting stond, maar het is een kniesoor die daar op let.  
De rechtbank achtte, alles overziend, de oplegging van een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 jaren “passend en geëigend”. Voor schade aan de kleding van de passagier, niet onderbouwd met aankoopbonnen en zonder enig idee van hoe oud die kleding was, moet  €750,00 aan schadevergoeding betaald worden. Plus nog eens €3.500,00 immateriële schade. 
Ik weet niet wat die passagier op dat moment aanhad, maar het moet iets heel bijzonders zijn geweest. Toch, €750,00 lijkt me kolderiek en wat mij betreft zegt dat ook iets over zo’n vonnis als geheel en de rechter in het bijzonder. Echt, dat is een beetje mal, hoor.

Daarnaast rijst bij mij de vraag in hoeverre hij die kosten niet gewoon op zijn maatje, de tweehonderd kilometer per uur rijdende seriële ramkrakenpleger had moeten verhalen.

Ambtsinstructie

De politie heeft een Ambtsinstructie, waarin beschreven staat wanneer zij een vuurwapen ter hand mag nemen. Is die zo onduidelijk dan, dat het voor een agent zo vreselijk mis kan gaan?

Ik sloeg hem er eens op na. Vuurwapengebruik komt aan bod in het tweede hoofdstuk:


Artikel 7  

1.Het gebruik van een vuurwapen, niet zijnde een vuurwapen waarmee automatisch vuur of lange afstandsprecisievuur kan worden afgegeven, is slechts geoorloofd:a. om een persoon aan te houden ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken;b. om een persoon aan te houden die zich aan zijn aanhouding, voorgeleiding of andere rechtmatige vrijheidsbeneming tracht te onttrekken of heeft onttrokken, en die wordt verdacht van of is veroordeeld wegens het plegen van een misdrijf1°. waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld, en2°. dat een ernstige aantasting vormt van de lichamelijke integriteit of de persoonlijke levenssfeer, of3°. dat door zijn gevolg bedreigend voor de samenleving is of kan zijn.c. tot het beteugelen van oproerige bewegingen of andere ernstige wanordelijkheden, indien er sprake is van een opdracht van het bevoegd gezag en een optreden in gesloten verband onder leiding van een meerdere;d. tot het beteugelen van militaire oproerige bewegingen, andere ernstige militaire wanordelijkheden of muiterij indien de militair van de Koninklijke marechaussee in opdracht van de minister van Defensie dan wel de officier van justitie te Arnhem belast met militaire zaken in gesloten verband onder leiding van een meerdere optreedt.2.Het gebruik van het vuurwapen in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, is slechts geoorloofd tegen personen en vervoermiddelen waarin of waarop zich personen bevinden.3.In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder a en b, wordt van het vuurwapen geen gebruik gemaakt, indien de identiteit van de aan te houden persoon bekend is en redelijkerwijs mag worden aangenomen dat het uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar te achten gevaar voor de rechtsorde met zich brengt.4.Onder het plegen van een misdrijf, bedoeld in het eerste lid, onder b, worden mede begrepen de poging en de deelnemingsvormen, bedoeld in de artikelen 47 en 48 van het Wetboek van Strafrecht.

Een agent mag dus in beginsel zijn vuurwapen al gebruiken wanneer hij iemand aan wil houden die zich probeert te onttrekken aan zijn aanhouding en verdacht wordt van een misdrijf, waarop een straf staat van meer dan vier jaar gevangenisstraf.

In het geval van de inbreker, die in de nachtelijke uren op heterdaad betrapt werd, is aan die voorwaarde ruimschoots voldaan. Op inbraak en “diefstal gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt” staat een straf van maximaal zes jaren. Zoals gezegd vind ik een woninginbraak een verregaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een slachtoffer daarvan. Dat zo’n slachtoffer per definitie thuis moet zijn, dat lees ik er niet aan af.

In het licht van de wegrijdende verdachte van de ramkraak vind ik die Ambtsinstructie een behoorlijke kluif om even de revue te laten passeren binnen die paar tienden van een seconde waarin beslist moet worden. Achteraf staan de beste stuurlui aan wal, maar ik deed er al 51,46 seconden over om dat artikel 7 alleen nog maar even te lezen.

Ik was dus al meermaals voor mijn sodemieter gereden voor ik zelfs nog maar aan mijn afweging of ik wel of niet zou mogen schieten begonnen was. Er even van uitgaand dat ik mijn holster niet eerst acht keer open en weer dicht zou moeten doen, natuurlijk.

Maar er is meer mis met die Ambtsinstructie. De rechter negeerde hem namelijk en dat is raar wanneer het gaat om een agent die tijdens zijn werkzaamheden het geweld gebruikt, waartoe de samenleving hem een mandaat heeft gegeven.

Geen opzet = geen (poging) doodslag

In de basis zit onze wetgeving simpel in elkaar. Wordt namelijk niet aan álle onderdelen van een artikel uit het Wetboek van Strafrecht voldaan, dan is er geen sprake van strafbaarheid volgens dat artikel.

Doodslag is daar een mooi voorbeeld van:

Artikel 287 

Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of geldboete van de vijfde categorie.

De rechtbank geeft ruiterlijk toe dat uit geen van de processtukken ook maar enige opzet van de kant van de agent blijkt, om de passagier te doden. Die intentie had de agent niet, wat hij wilde was die passagier uit die vluchtende auto halen. Wel vindt de rechtbank dat de agent willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard heeft dat hij mogelijk die passagier kon raken in plaats van de bestuurder, waar hij op mikte.

Die bestuurder dus, die aangehouden moest worden voor feiten waar meer dan vier jaren gevangenisstraf op staat. De bestuurder die dezelfde dag nog met levensgevaarlijke snelheden van tweehonderd kilometer per uur reed. De bestuurder die geen zin had om aangehouden te worden, zijn portieren dus vergrendelde, volledig gas gaf, een u-bocht maakte en weg probeerde te rijden in de richting van de AE-commandant.

Jawel, de situatie lijkt dus geheel aan de voorwaarden van dat artikel 7 uit de ambtsinstructie.

De advocaat van de agent heeft dat de rechtbank ook uitgelegd. Maar omdat die raadsman verzuimde daar verdere conclusies aan te verbinden vindt de rechtbank dat ze dat niet in haar verdere overwegingen hoeft mee te nemen. De rechtbank neemt zelfs de moeite niet het zogeheten aanhoudingsvuur voor wat betreft rechtmatigheid te toetsen.

Tot slot merkt de rechtbank op dat de raadsman van de verdachte ter terechtzitting nog naar voren heeft gebracht dat verdachte heeft gehandeld conform artikel 7, eerste lid, van de Politiewet 2012. De verdachte mocht er volgens de raadsman in redelijkheid van uitgaan dat het gebruik van het vuurwapen in de onderhavige situatie geoorloofd was. Echter, nu de raadsman hier geen uitdrukkelijke conclusies aan heeft verbonden, bijvoorbeeld in de zin van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering, behoeft het verweer van de raadsman geen (verdere) bespreking. De rechtbank merkt nog op dat de hoofdofficier in zijn schrijven van 12 februari 2014 (sepotbeslissing) tot de conclusie is gekomen dat verdachte in strijd met de Ambtsinstructie van Politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren heeft gehandeld.

De agent werd dus tekort gedaan voor wat betreft zijn verdediging. Geen wonder dat de politiebonden en korpschef Bouman verbijsterd op de uitspraak reageerden.

Natuurlijk volgt er hoger beroep. Daar werd over gepiept hoor, want daarmee zou de politie het gezag van de rechter niet erkennen en geen respect hebben voor de rechtsgang. Dat een hoger beroep gewoon onderdeel is van die rechtsgang werd gevoeglijk even vergeten, maar wat zei ik ook al weer over hoe lekker het kankeren is op de politie?

Krijgen we niet gewoon de politie waar we voor betalen? 

Nu moet de politie al maanden vechten voor een beetje nette CAO en dat na jaren op de nul-lijn. Oud-minister Opstelten zag zijn kan schoon en begon meteen aan hun arbeidsvoorwaarden te morrelen. Politiemensen hebben bijvoorbeeld het recht op 21 vrije weekenden per jaar en dat is natuurlijk overdreven. Dat beetje bescherming van hun sociaal en familiaal leven, daar konden best nog vier vrije weekenden vanaf. Zijn ze lekker ruim inzetbaar, ook een manier om ministerlijk hautain en tegen beter weten in te doen alsof er ‘meer blauw’ op straat is.

Afgelopen januari nog, luidden agenten de noodklok omdat zij zich onveilig voelen door een gebrek aan training. Uit angst voor sancties grijpen ze niet naar hun geweldsmiddelen. Ook de reorganisatie waar de politie middenin zit heeft verregaande negatieve gevolgen. Er is minder blauw op straat, agenten krijgen te weinig rust én training en werken te lange nachtdiensten. En, niet onbelangrijk, er worden zelfs zo’n 50.000 zaken minder opgelost. Ieder jaar worden agenten twee keer getoetst op hun beroepsvaardigheden, maar training is daar niet tot nauwelijks in. Slechts 32 uur per jaar, zo lees ik in een noodkreet op het Internet:

32 uur. Dat is het aantal uren dat een politieagent jaarlijks krijgt om alle geweldsbeheersing zich meester te maken. Dus dat betreft hand-tot-handgevechten. autoprocedures, gebruik van pepperspray en de korte en de lange wapenstok, het aanhouden in bussen, trams en treinen, het werken in grote mensenmassa’s zoals op festivals, het aanhouden van gestoorden, het doen van instappen in woningen, aanhoudingen in cafes en supermarkten, het lopen van een conditieparcours, het gebruik van het vuurwapen in alle mogelijke situaties en natuurlijk ook alle theorie die komt kijken bij het toepassen van geweld tijdens het werk. 32 uur. Per jaar.Vergelijk dat eens met een sportschutter: die moet, om zijn verlof tot het houden van een vuurwapen veilig te stellen, per jaar MINIMAAL 18 schietbeurten maken. En het spannendste dat een sportschutter doet is waarschijnlijk een wedstrijd schieten.Hoe kan het zijn dat de overheid politieagenten de straat op stuurt met zo’n 3 a 4 schietbeurten per jaar. Want vervolgens verwacht de minister, maar ook de burgers terecht, wel dat die politieagenten zeer goed met het wapen kunnen omgaan, weten wanneer wel en niet te schieten en dat wanneer ze schieten dat het ook raak is natuurlijk. En dat in het licht en het donker, in rust maar ook in doodsangst, in een minuut of een seconde, wanneer je lekker uitgerust bent maar ook na je vierde nachtdienst. 32 uur.

Als ik agent was leverde ik mijn schiettuig gewoon in, op het Binnenhof in Den Haag. 

Een gedachte over “Stop of ik schiet niet

  1. De enigen die bij mij inbraken was politie, die stalen meer dan een inbreker zou mee kunnen nemen. Uit onderzoek kon ik ook vaststellen, dat alle aangiftes die ik deed onzinnig waren, want het stelen van fietsen wordt bij mij in de stad niet vervolgd door de politie. Wel worden onschuldige wietkwekerijen geplunderd. Demonstraties worden in de kiem gesmoord met zinloos geweld, waarin de we politie zien samenwerken met de pers om terechte en belangrijke demonstraties in een slecht daglicht te plaatsen.

    “we”
    Met, we gunden hen een geweldsmonopolie, weet ik niet welke groep je bedoeld. Maar Joden, Jehova''s getuigen en bijbel onderzoekers zijn de slachtoffers van dat geweldsmonopolie dat is ingesteld. Een geweldmonopolie dat slavernij verondersteld.

    De bezwaren tegen de Hermandad broederschap, de seculiere arm van de inquisitie, want dat is de historische achtergrond van de politie, zijn erg uitgebreid. Persoonlijk ben ik het vaak niet eens met protesten tegen het geweldsmonopolie, de tijd dat ik meende dat de seculiere arm van de inquisitie te bekeren is ben ik inmiddels gepasseerd. Politie gedraagt zich naar richtlijnen van propaganda, nooit naar richtlijnen van gezond verstand, want gezond verstand heeft geen ruimte in dat ambt.

    Ik bemoei je verder niet met je mening, ik meen dat er vrijheid van mening moet zijn. Althans, vanuit begrip van meningen. Maar er is geen vrijheid tot propaganda in Nederland, dat is ook de reden dat justitie politie agenten kan beboeten voor opgaan in hun propaganda. Een politie agent die zijn land wil beveiligen behoort de corruptie van het huidige systeem te doorzien. Gelukkig zijn er nog mensen die begrijpen dat inquisitie binnen de perken moet worden gehouden.

    De inquisitie is in ons staatsbestel officieel geïmporteerd door Koning Willem 1 met een Rijksconcordaat.
    http://www.concordatwatch.eu/showtopic.php?org_id=2151&kb_header_id=37431
    Ik moet er van uit gaan dat je zelf Rooms bent Disputax, maar hoop toch dat je begrijpt dat slachtoffers van de Inquisitie zich terecht zullen verdedigen tegen dit geweldsmonopolie door deze Katholieken.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s