Het Festival van het Vrije Woord

Morgen, 3 mei, is Internationale Dag van de Persvrijheid. Gedegen journalistiek en een ongebreidelde pers zijn van levensbelang voor elke democratie. Journalisten onderzoeken, verzamelen, analyseren en publiceren nieuwsfeiten. Ze verzorgen, zo objectief mogelijk, berichtgeving over zaken waar het publiek in geïnteresseerd is of zou moeten zijn.

Persvrijheid is de grote broer van de vrije meningsuiting: Het recht in alle vrijheid een mening te mogen koesteren en uiten kan niet bestaan zonder het recht te informeren en geïnformeerd te worden. Zonder inmenging van de staat.
Vanavond vindt in De Balie te Amsterdam daarom het Festival van het Vrije Woord plaats, een viering van het vrije woord en de persvrijheid en tegelijkertijd een protest tegen de bedreigingen daarvan. Daartoe is er een uitgelezen gezelschap van gastsprekers uitgenodigd.

Onder hen is bijvoorbeeld Abdullah Elshamy, journalist voor Al-Jazeera, die werd opgepakt toen hij als journalist een gewelddadig politieoptreden tegen aanhangers van de afgezette president Mohammed Morsi versloeg. Daarna werd hij tien maanden lang zonder grond en zonder aanklacht vastgehouden in een Egyptische gevangenis.

Ook Egypte-correspondent Rena Netjes, die in Egypte bij verstek veroordeeld werd tot tien jaar gevangenisstraf, zal acte de présence geven. Midden-Oosten correspondent Judith Spiegel, die in Jemen werd ontvoerd en een boek over deze ervaring schreef, zal dat boek presenteren

Kurt Westergaard, de Deense cartoonist die toch inmiddels alweer bijna tien jaar lang zijn leven niet zeker is vanwege een van zijn cartoons, zal de Persvrijheidslezing uitspreken. Die cartoon, van de profeet Mohammed met een bom in zijn tulband, kwam Kurt Westergaard in 2010 nog op een aanslag op zijn leven te staan toen een Somalische man, gewapend met een gekromd mes en een bijl, zijn woning binnendrong.

De Mohammedcartoons

Juist de heftige reacties op die cartoon en een aantal andere die in het Deense dagblad Jyllands Posten werden afgedrukt illustreren bij uitstek aan welke gevaren de vrije meningsuiting in het algemeen en de persvrijheid in het bijzonder blootstaan.

In Denemarken durfde destijds geen enkele illustrator het nog aan om een eenvoudig en onschuldig kinderboekje over profeet Mohammed van leuke plaatjes te voorzien, simpelweg uit angst voor represailles. De Jyllands-Posten besloot op die actualiteit in te haken met een artikel over zelfcensuur en de vrijheid van meningsuiting. Daarbij drukte ze een twaalftal satirische spotprenten af.

Kort na publicatie werden de journalisten telefonisch met de dood bedreigd. Een Deense moslimorganisatie Islamisk Trossamfund eiste excuses van de krant, die dat uiteraard weigerde. Er volgde nog een vreedzame protestdemonstratie voor het kantoor van Jyllands-Posten en daar bleef het in eerste instantie bij. Zes van de spotprenten werden weliswaar nog in een Egyptisch dagblad afgedrukt, maar geen haan die er nog naar kraaide.

Totdat vijf Deense moslims een bezoekje aan Egypte brachten, met een kleine collectie cartoons waar ze een aantal eigen maaksels aan hadden toegevoegd, waaronder onder andere een prent van Mohammed als demonische pedofiel en een bewerkte foto van een man met een varkenssnuit, die ook Mohammed zou voor moeten stellen. Althans, dat claimde het illustere vijftal. Later bleek het een foto te zijn van een Fransman, die meedeed aan een folkloristische competitie schreeuwen-als-een-varken.

Ook Libanon, Syrië, Marokko en Algerije werden met zo’n bezoekje vereerd en tijdens dat gezellige samenzijn werd driftig met de tekeningen gewapperd. Langzaamaan begint dan de hysterie. Van handelsboycots, ambassades die in het beste geval gesloten en in het slechtste geval gebrandschat worden, pogingen tot aanslagen, op onder anderen Kurt Westergaard, tot heuse volksoplopen waarbij uiteindelijk zelfs doden vallen.

Tegen die tijd leidden de cartoons, en dan met name de door ons illustere vijftal zelfverzonnen platen, een eigen leven en was iedereen vergeten dat de Deense cartoons nooit getekend zijn met het oogmerk moslims te beledigen.

Het Festival van het Vrije Woord

Vanavond is De Balie zwaar beveiligd. Omdat het moet. We zijn de aanslag op Charlie Hebdo immers nog niet vergeten. Bezoekers zijn gescreend en konden slechts een kaartje per persoon kopen. Ze zullen zich aan de deur moeten legitimeren en tussen beveiligingspoortjes moeten laveren. De Amsterdamse politie heeft haar maatregelen genomen en beveiligers zullen in ruime mate aanwezig zijn.

Het publiek krijgt van De Balie tijdens dit Festival van het Vrije Woord, behalve lezingen, debatten en een optreden van Hans Teeuwen, dus ook een ervaring cadeau. Bezoekers kunnen vanavond ervaren hoe het is zwaarbeveiligd door het leven te moeten gaan omwille van het vrije woord.

Schrijversorganisatie PEN

De komst van Kurt Westergaard was tot vandaag geheim, maar zou tijdens het organiseren van het evenement al voor een twist gezorgd hebben. Nieuwsuur weet te melden dat schrijversorganisatie PEN Nederland uit de organisatie van het Festival van het Vrije Woord stapte vanwege de komst van meneer Westergaard. Het werd hen te eng, de verantwoordelijkheid te groot.

Die beslissing deed PEN-bestuurslid Maartje Duin op haar beurt opstappen: “Ik vond het niet te verteren dat wij een paar maanden geleden met opgeheven potloden op de Dam stonden na de aanslag op Charlie Hebdo en wij ons nu terugtrekken uit dit evenement.”

PEN is een internationale organisatie van schrijvers die ijvert voor het beschermen van de vrijheid van meningsuiting tegen repressieve overheden. Afgelopen januari riep PEN Nederland haar leden inderdaad nog op om mee te lopen in een demonstratie, die georganiseerd werd bij wijze van steunbetuiging aan de slachtoffers en nabestaanden van de aanslag op Charlie Hebdo. De slappe knieën die de organisatie nu toont passen daar niet erg bij.

Diezelfde interne verdeeldheid is overigens te zien bij het Amerikaanse PEN, dat op 5 mei haar prestigieuze Toni and James C. Goodale Freedom of Expression Courage Award aan Charlie Hebdo zal toekennen tijdens een gala. Dat besluit kan op protest rekenen van 145 schrijvers, die zoals schrijvers dat betaamt in de pen klommen en een protestbrief componeerden.

“To the section of the French population that is already marginalized, embattled, and victimized, a population that is shaped by the legacy of France’s various colonial enterprises, and that contains a large percentage of devout Muslims, Charlie Hebdo’s cartoons of the Prophet must be seen as being intended to cause further humiliation and suffering.”

Terecht wijzen de schrijvers op de dubbele moraal die men eerder bij Charlie Hebdo liet zien door het ontslaan van cartoonist Siné, Maurice Sinet, vanwege anti-semitisme. Dat staat inderdaad in schril contrast met de carte blanche het het magazine haar medewerkers geeft waar het om bijvoorbeeld moslims en katholieken gaat.

Dat gezegd hebbende vind ik de conclusie dat het afbeelden profeet Mohammed niet anders dan als beledigend bedoeld opgevat moet worden meer dan voorbarig. Dat moslims hun profeet niet afgebeeld wensen te zien is bekend, zoals schrijfster Deborah Eisenberg schreef aan Susanne Nossel van PEN, maar dat mag voor niet-moslims geen beletsel zijn. Ik schreef het eerder al eens: Een verbod op het afbeelden van de islamitische profeet Mohammed komt mij net zo vreemd voor als het verbod van Pythagoras op het eten van bonen en ik voel me in beide gevallen niet geroepen er gehoor aan te geven.

De teneur van het schrijven van mevrouw Eisenberg is daarnaast dat Charlie Hebdo erom gevraagd heeft vanwege brainlessly reckless. Daar kan ik niet zo goed tegen, die verschuiving van verantwoordelijkheid van dader naar slachtoffer, het is als tegen een verkrachtingsslachtoffer zeggen dat ze een te kort rokje droeg.

Charlie Hebdo overleefde en vond de moed door te gaan. Dat verdient wel een prijs voor moed, zou ik zeggen.

Mocht ik die prijs echter mogen vergeven, dan ging hij vandaag naar Kurt Westergaard. Tijdens een interview werd hij gevraagd of hij, na alles wat hem overkwam, nog met veel haat leeft. Zijn antwoord is confronterend eerlijk:

“Nee, mijn haat richtte zich op moslims. Het was verleidelijk, maar het is niet fair om hen allemaal te haten. Ik voel nu vooral woede. Het is een soort afweermechanisme. Collega-tekenaars van de Mohammed-cartoons raakten getraumatiseerd, maar woede was mijn eerste gevoel. Die heb ik vastgehouden. Het verzwakt over de jaren, misschien verdwijnt het ooit wel. Dat hangt ervan af hoeveel jaar ik nog heb. Nu hebben we Charlie Hebdo in Parijs en de aanslagen in Kopenhagen er vlak na… Als ik daaraan denk, blijft de basis van mijn gevoel woede.”

Haat voor de de ander en het vreemde is verleidelijk, zeker wanneer we gedreven worden door angst. 
Het inzicht dat het unfair is zo te haten en dat niet langer te doen, dat vergt moed. 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s