Anna Sophia Polak

Op 27 april 1874 werd, in mijn eigenste mooie Rotterdam, Anna Sophia Polak geboren. Zij was de enige dochter van Herman Joseph Polak en Louisa Helena Stibbe. Haar vader was leraar (en later hoogleraar) Griekse taal- en letterkunde en conrector van het Erasmiaans Gymnasium. ‘Het Erasmiaans’ is nog altijd een begrip in Rotterdam en het is een van de oudste scholen voor voortgezet onderwijs van Nederland.

Als telg van intellectueel en liberaal-joods gezin groeide zij dus op in het Rotterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. Ze ging naar de Hogere Burgerschool voor meisjes en werd daarnaast door haar vader onderricht in Latijn en Grieks. In 1893 legde zij met succes het eindexamen gymnasium-A af. Kort daarna zou het gezin Polak naar Groningen verhuizen, waar Herman Polak in 1894 hoogleraar in de Griekse taal- en letterkunde werd.

Na het behalen van haar gymnasiumdiploma was Anna Polak zoekende. Ze voelde zich weliswaar aangetrokken tot de klassieke talen en had een uitgesproken literair talent, maar wilde geen lerares worden en dat was wel het enige beroep waar zij, als jonge vrouw, met die studie voor in aanmerking komen kon. Ze was intelligent en sociaal en maatschappelijk zeer betrokken. Ze deed een zelfstudie Italiaans, werd beëdigd vertaalster en gaf privélessen Italiaans. Daarnaast was ze actief op sociaal en politiek vlak en deed zij zogeheten ‘Toynbeewerk’, sociaal ontwikkelingswerk, onder fabrieksarbeidsters.

Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid

In Groningen ontmoette Anna Polak de bevlogen feministe Cato Pekelharing-Doyer, de drijvende kracht achter de Vrouwenbond en de eerste vrouw die zitting nam in de Groningse Commissie van Toezicht op het Middelbaar onderwijs. Mevrouw Pekelharing-Doyer was een van de initiatiefneemsters van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die in 1898 in Den Haag plaats vond. Niet toevallig is dat hetzelfde jaar waarin koningin Wilhelmina zou worden ingehuldigd. De tentoonstelling moest een ode worden aan vrouwenarbeid, in al haar facetten, en de arbeidspositie van vrouwen op de agenda zetten.

Tijdens deze tentoonstelling, die 90.000 bezoekers trok, werden lezingen gehouden en congressen georganiseerd en dat alles had tot doel de “werkkring van vrouwen te bevorderen” en hun lonen en arbeidsvoorwaarden te verbeteren.

Anna Polak stond Cato Pekelharing-Doyer tijdens de voorbereidingen voor die tentoonstelling bij en ze zou het gebeuren later “haar leerschool op het gebied der vrouwenbeweging” noemen. Geïnspireerd door het Toynbeewerk en de tentoonstelling begon Anna Polak zich te verdiepen in de vrouwenvraagstukken van haar tijd.

Een van haar andere inspiratoren was Catharine van Tussenbroek, de tweede vrouwelijk arts van Nederland, wiens naam in een adem met bijvoorbeeld die van Aletta Jacobs genoemd zou moeten worden. Catharine van Tussenbroek had uitgesproken ideeën over vrouwenemancipatie. Waar andere medici beweerden dat jonge vrouwen uit de middenklasse “te zwak” waren voor een arbeidzaam bestaan weet dokter Van Tussenbroek een “tekort aan levensenergie” onder deze vrouwen juist aan het ontbreken van een doel in het leven. Al wat deze jonge vrouwen na de middelbare school als toekomstperspectief hadden was een lijdzaam wachten op een geschikte huwelijkspartner, en wel, that will suck the life out of you.

Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging

De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid bracht genoeg geld in het laatje om Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid op te richten én inspireerde Anna Sophia Polak tot het schrijven van haar eerste boek. Haar ‘Vrouwenwerk in Nederland. Beschouwingen over eenige zijden der vrouwenbeweging’ zag in 1902 het literair levenslicht. Een heel hoofdstuk over Catharine van Tussenbroek ontbreekt daar uiteraard niet aan. In het boek legt mevrouw Polak haar ideeën uit over vrouwenemancipatie en pleit zij voor een “evolutionair proces van ontvoogding van de vrouw” als middel daartoe.

Leven en loopbaan

Marie Heinen (links) en Anna Sophia Polak

Anna Polak werd in 1904 bestuurslid van de Nationale Vereeniging voor Vrouwenarbeid. Ze was eerst lid en van 1907 tot 1908 bestuurslid van de Groningse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.

Anna Polak werd op 15 september 1908 de derde directrice van het in Den Haag gevestigde Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid. Ze verhuisde daarvoor naar Den Haag en van daar uit nam haar carrière een ware vlucht. Omdat haar vader in juni van dat jaar was overleden verhuisde haar moeder met haar mee. Louisa Helena zou tot haar dood in 1936 bij haar dochter blijven wonen.

In 1908 werd Anna Polak directeur van het Nationaal Bureau voor Vrouwenarbeid en samen met adjunct-directeur Marie Heinen zette ze zich actief in voor de verbetering van de positie van de vrouw in Nederland. Ze brachten vrouwenberoepen in kaart, organiseerden voorlichtingssessies en spreekuren en brachten diverse brochures uit.

In 1920 werd Anna Polak voorzitter van het Permanente Comité voor Vrouwenarbeid van de Internationale Vrouwenraad, een functie die zij vijf jaar lang zou bekleden. In 1926 werd ze benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau en van 1927 tot 1932 was ze voorzitter van de Nationale Vrouwenraad.

Anna Polak was wars van de confessionele opvatting dat meisjes slechts het huwelijk en het moederschap beschoren zou zijn en geloofde in het belang van betaald werk en economische onafhankelijkheid voor vrouwen en het vergroten van hun kansen op de arbeidsmarkt door goede vakopleidingen. Voor levensgeluk is een vrouw niet afhankelijk van een man, zo hield zij haar tijdgenoten voor. Arbeid, zo meende zij, moest niet als een negatief verschijnsel bezien worden, maar kon voor zowel mannen als vrouwen ‘een der rijkste bronnen van levensvreugde’ betekenen.  Amen to that!

Ze had heel wat op haar agenda; vrijheid van arbeid, gelijk loon voor gelijk werk en een einde aan discriminatie van (al dan niet getrouwde) vrouwen op de arbeidsmarkt en bij de toebedeling van gehuwden- en kindertoeslagen. Niet alleen dat, ze vond dat het huisvrouwenschap een beroep op zich was. Anna Polak vond verder dat vrouwen, die de capaciteiten hadden om een wetenschappelijke opleiding te volgen, ook de mogelijkheid daartoe moesten krijgen. Ze bleef daarom ijveren voor een gedegen beroepskeuzevoorlichting voor meisjes en het is aan haar te danken dat het Gemeentelijk Bureau voor Beroepskeuze in Den Haag in 1931 haar eerste vrouwelijke adviseur aanstelde.

En alles dat in een tijd waarin het nog volstrekt normaal gezien werd dat vrouwen ontslagen werden zodra zij trouwden, mevrouw Polak was met haar ideeën haar tijd revolutionair ver vooruit.

In 1936 sloeg echter het noodlot toe en werd Anna Polak ziek. Ze vertoonde verschijnselen van dementie, werd op grond daarvan arbeidsongeschikt verklaard en werd daarom, kort na de dood van haar moeder, eervol ontslagen. In 1941 waren die ziekteverschijnselen zo verergerd dat ze onder curatele was geplaatst en uiteindelijk in de psychiatrische inrichting Oud-Rosenburg in Den Haag werd opgenomen. Nederland was toen uiteraard al bezet.

In 1943 deporteerden de Duitsers deze bijzondere vrouw, 69 jaar en inmiddels dement, naar Westerbork. Op 23 februari 1943 werd zij per trein op transport gesteld, naar Auschwitz. Na drie dagen, op 26 februari kwam de trein bij het vernietigingskamp aan. Anna Polak werd diezelfde dag nog vermoord.

Anna Sophia Polak is een van mijn Grote Vrouwen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s