Ophef over Michiel de Ruyter

Michiel de Ruyter is een van onze nationale helden, de grootste admiraal van zijn tijd. Zoals dat vaak met helden het geval is, was ook deze held bepaald niet van smetten vrij. De man was een heethoofd en een vechtersbaas. Een gewiekst koopman, die geld verdiende door het proviand voor zijn mannen wel erg bijdehand in te kopen.

Toch zouden zijn matrozen hem de bijnaam “Bestevâer” geven, omdat hij als kapitein weliswaar streng was, maar ook rechtvaardig. Daarnaast zou hij goed voor zijn bemanningen gezorgd hebben en nam hij geen onnodige risico’s in gevechten en zeeslagen. Hij was een uitmuntend strateeg. 
Over hem en zijn wederwaardigheden tijdens het Rampjaar 1672 is een film gemaakt. Die film gaat vanavond in première, maar stuit reeds op protest, want hij gaat niet over de slavernij en Michiel de Ruyter mag vooral geen held meer zijn. 
Er is zelfs een heuse actiegroep ‘Michiel de Rover’ opgericht die “protesteert tegen de koloniale geschiedvervalsing die om De Ruyter heen hangt en het verheerlijken van zeeschurken”
Weet u niet wat dat Rampjaar 1672 inhield? Dat begrijp ik, het behoort ook al sinds jaar en dag niet meer tot het vaste curriculum op scholen. Doodzonde natuurlijk, maar een beetje affiniteit met onze vaderlandse geschiedenis wordt vandaag de dag snel en met graagte onder rechts of nationalistisch gedachtegoed geschaard. En wees vooral niet ‘trots’, dan slaat men je wel even om de oren met de slavernij of de NSB. Alsof je niet trots op Nederland en haar geschiedenis zou kunnen zijn zonder die zwarte bladzijden te vergeten en meteen PVV of erger te willen stemmen. 
Ik ben daar klaar mee. Ik ben best trots op mijn Nederland en dat mag u weten ook. Dat kleine kikkerlandje dat zich tussen reuzen staande wist te houden. Ik ben dankbaar dat ik in dit land geboren ben, waar ik in veiligheid, welvaart en vrijheid ben opgegroeid, als meisje dezelfde kansen kreeg als de jongens en waar ik gedegen onderwijs heb mogen genieten. Gewoon, met dezelfde rechten en plichten als u. Het land waar ik met mijn actief en passief kiesrecht een klein maar proportioneel vingertje in de pap heb. In Nederland genieten we een vrijheid waar ik ontzettend aan hecht en die is hard bevochten. Ook door Michiel de Ruyter. 
Even geduld, dan vertel ik u zo meer over dat Rampjaar. But first things first. 

Michiel Adriaenszoon de Ruyter 

Deze geboren Vlissinger, zoon van een bierdrager, misdroeg zich op school al en werd daarom van school gestuurd. Het mag een klein wonder heten dat hij uiteindelijk nog redelijk leerde lezen en schrijven. Zijn ‘carrière’ op een zogeheten lijnbaan duurde om dezelfde reden ook maar kort. Dus ging hij naar zee. Net elf jaar oud, op 3 augustus 1618, monsterde hij als hoogbootsmansjongen aan.

Het was het begin van een buitengewoon en avontuurlijk leven. Niet alleen werd Michiel de Ruyter tijdens een van zijn reizen door de Spanjaarden gevangengenomen en wist hij te ontsnappen, hij was op zijn vijftiende levensjaar al onderofficier en hij nam op die leeftijd ook al deel aan de strijd rond het Beleg van Bergen op Zoom. De Ruyter voer op oorlogsschepen van de marine, was een poos walvisvaarder en kaper
Michiel de Ruyter voer op 23 april 1637 uit als kapitein van een particuliere oorlogsbodem, waarmee hij zich mengde in de strijd tegen de Duinkerker Kapers. Drie jaar later werd hij aangesteld als kapitein van de koopvaarder Vlissinge, waarmee hij op West-Indië voer.

In 1641 stond hij als schout-bij-nacht de Portugezen bij tijdens de Zeeslag bij Kaap Sint-Vincent in hun opstand tegen Spanje.

Van 1644 tot en met 1651 maakte Michiel de Ruyter handelsreizen met zijn eigen schip, de Salamander. Die reizen voerden hem opnieuw naar West-Indië en naar Marokko. 

Op 43-jarige leeftijd was Michiel de Ruyter al tweemaal weduwnaar en had hij twee van zijn kinderen moeten begraven. Hij huwde een derde maal, hij had een waar fortuin gemaakt en besloot in 1652 te gaan rentenieren.

Eerste Engels-Nederlandse Oorlog

De Eerste Engels-Nederlandse Oorlog, die datzelfde jaar uitbrak, gooide echter roet in het eten. Het zou overigens niet de laatste keer zijn dat de Nederlanden overhoop zouden komen te liggen met de Engelsen – het zou zelfs tot een Vierde Engels-Nederlandse Oorlog komen.

Op verzoek van de Admiraliteit van Zeeland en met frisse tegenzin werd De Ruyter onderbevelhebber onder de beroemde Witte de With. Op 23 augustus 1652 in de Slag bij Plymouth versloeg Michiel de Ruyter met zijn eskader de Engelse admiraal Ayscue. Het was de eerste Nederlandse overwinning en ze maakte van De Ruyter een nationale zeeheld.

De Ruyter vocht als eskader-commandant mee in zeeslagen die nog maar nauwelijks deel uitmaken van ons nationaal geheugen. Wie gaat er nog een lichtje op bij de Slag bij de Hoofden, de Slag bij de Singels, de Driedaagse Zeeslag, de Zeeslag bij Nieuwpoort of de Slag bij Ter Heijde? Nieuwpoort zal u misschien nog wat zeggen, maar ik durf te wedden dat u, zonder de links die ik voor u heb ingevoegd, geen idee heeft waar ik het over heb.

Viceadmiraal

Na de Eerste Engels-Nederlandse Oorlog bleef Michiel de Ruyter in dienst van de marine en op 2 maart 1654 werd hij viceadmiraal bij de admiraliteit van Amsterdam. Een jaar later ging hij met het schip Tijdverdrijf op expeditie naar de Middellandse Zee. Hij maakte het de Zweden het leven zuur bij Danzig en nam de wapenen op tegen Portugal. Daarna hielp hij bij het heroveren van de Deense eilanden en werd bij wijze van dank daarvoor door Frederik III van Denemarken in de adelstand verheven. In 1660 richtte De Ruyter de Noordkaapse Compagnie op, die zich bezondigde aan de door mij zo verafschuwde walvisvaart.

Barbarijse Zeerovers

Al sinds de kruistochten voeren kapers en zeerovers uit Marokkaanse havens als Salè uit om handelsschepen buit te maken, kustdorpen te overvallen en slaven te verkrijgen. De kusten van Spanje, Italië, Zuid-Frankrijk, Ierland tot aan die van IJsland aan toe werden door de kapers “bezocht” en zo ook de eilanden van de Caraïbische zee. Ook Nederland deden ze aan. In totaal moeten ze meer dan een miljoen, vooral christelijke, slaven gemaakt hebben.

Dat is relatief weinig als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de naar schatting twaalf miljoen Afrikanen die door de Engelsen, Fransen en Nederlanders onder erbarmelijke omstandigheden over de Atlantische Oceaan werden vervoerd. Ook de Arabische Afrikaanse slavenhandel was beduidend groter van schaal, die vanaf de zesde eeuw na Christus ergens tussen de vijftien en achtentwintig miljoen mensen moet hebben betroffen. Nochtans vind ik het nog altijd verwonderlijk hoe de Barbarijse slaven bijna vergeten lijken te zijn.

Tussen 1661 en 1663 ging Michiel de Ruyter het conflict aan met die Barbarijse zeerovers en hij wist hen een verdrag af te dwingen. Dat verdrag was echter geen lang leven beschoren, het hield stand tot De Ruyter aan de horizon verdwenen was, en dus werd hij in 1664 opnieuw op hen afgestuurd.

West-Afrika en de slavernij

Eenmaal op weg vernam hij dat de Engelsen Nederlandse factorijen in West-Afrika veroverd hadden en hij daar met zijn vloot, in het geheim, naartoe werd geacht te gaan. Dat deed hij en hij heroverde de Nederlandse bezittingen, waaronder forten waar de schepen van voornamelijk de West-Indische Compagnie water en proviand in plachten te slaan én slaven aan boord te nemen. Een van die forten is Elmina, in wat nu Ghana is.

De West-Indische Compagnie, die kent u uiteraard wel en ongetwijfeld van haar aandeel in de slavenhandel. In de periode 1674-1740 heeft deze compagnie 383 schepen uitgereed. Haar fluiten, pinassen en fregatten vervoerden gemiddeld zeshonderd slaven per reis, onder de meest gruwelijke omstandigheden denkbaar. Met die misdaad tegen de mensheid staat deze compagnie garant voor een van de zwartste bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis.

De Ruyter heroverde dus onder meer Elmina en de West-Indische Compagnie kon haar verderfelijke gang weer gaan. Dat valt hem aan te rekenen, zeker. Zelf zal hij daar anders over gedacht hebben, als kind van zijn eigen tijd zal hij kolonialisme en slavernij wellicht de normaalste zaak van de wereld gevonden hebben. Al kocht hij daarnaast ongeveer 2500 christenslaven vrij, deels met eigen geld en deels met geld uit speciale ‘liefdekassen’ van kerken in Nederland.

De Ruyter verwoestte nog wat Engelse factorijen, om de Engelsen te straffen, en daarna voer hij met zijn vloot naar Amerika om daar de Engelse kolonisten dwars te zitten.

Het zou overigens tot na de napoleontische oorlogen duren eer men een einde wist te maken aan de Barbarijse kapersactiviteiten. De Britse marine bombardeerde in 1816 samen met zes Nederlandse schepen een van de laatste kapersnesten, Algiers. Nadat Frankrijk het gebied in 1830 bezette kregen de kapers eenvoudig weg de gelegenheid niet meer zich opnieuw te organiseren.

Tweede Engels-Nederlandse Oorlog

Al die schermutselingen in de koloniën mondden uit in een nieuwe oorlog tussen de Nederlanden en Engeland. De Nederlandse vloot kreeg tijdens de Slag bij Lowestoft ongenadig klop. Jacob van Wassenaer Obdam, de opperbevelhebber van de marine, sneuvelde en dus moest er een nieuwe opperbevelhebber aangesteld worden. In eerste instantie zou dat Cornelis Tromp worden, maar door bemoeienis van raadspensionaris Johan de Witt werd uiteindelijk toch Michiel de Ruyter uitverkoren. Deze kwestie zou uiteindelijk een onoverkomelijke wig tussen de beide mannen drijven. Onder leiding van De Ruyter werd de vloot verder gemoderniseerd en werd een seinvlaggensysteem ingevoerd. Van Robert Blake keek hij het in formatie varen af.

In 1666 nam hij het vlaggenschip De Zeven Provinciën in gebruik, dat gebouwd werd op de oude admiraliteitswerf aan het Haringvliet in mijn mooie Rotterdam. Met dat schip zou hij menig overwinning behalen, maar ook pijnlijke nederlagen lijden. Met De Zeven Provinciën zou De Ruyter ook de stoutmoedige Tocht naar Chatham ondernemen, wat toch wel zijn bekendste wapenfeit is. 
Tijdens de Tocht naar Chatham, een lumineus idee van Johan de Witt en gepland door luitenant-admiraal Willem Joseph van Ghent, voer de vloot een zijrivier van de Thames op. Bij deze zeeslag werd het Korps Mariniers voor het eerst ingezet. De Engelse vloot en een aantal Engelse forten werden aangevallen en men wist zelfs het Engelse vlaggenschip HMS Royal te veroveren. 
Na de Tocht naar Chatham werd de Vrede van Breda getekend en kwam er een einde aan de Tweede Engels-Nederlandse oorlog. 

Johan de Witt hield Michiel de Ruyter tussen 1667 en 1672 aan Nederlandse wal, uit angst dat zijn opperbevelhebber zou sneuvelen. De mannen waren bevriend en De Ruyter werd vanwege zijn religieuze tolerantie gezien als een politiek medestander van De Witt – en dus een tegenstander van de Oranjes. In november 1669 drong een aanhanger van Cornelis Tromp het huis van De Ruyter binnen en probeerde de opperbevelhebber met een broodmes te doden. De Ruyter overleefde de aanslag.

Derde Engels-Nederlandse Oorlog en het Rampjaar 1672

In 1672 brak de Derde Engels-Nederlandse Oorlog uit waardoor de in 1668 gesloten alliantie tegen Frank, tussen Nederland, Zweden en Engeland sneuvelde. Frankrijk viel in 1672 Nederland aan en Engeland volgde Frankrijk in die strijd. Het was wraak voor de Engeland toegebrachte nederlaag van de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Frankrijk bezette Nederland, tot aan de Nederlandse waterlinie.

Willem III van Oranje-Nassau werd in dat jaar ook stadhouder van Nederland en Johan de Witt werd gedwongen af te treden. Daarna werd De Witt, samen met zijn broer Cornelis, op gruwelijke wijze door de Orangisten vermoord. Saillant gegeven is wel dat Cornelis Tromp een van de voornaamste deelnemers was aan het moordcomplot tegen de gebroeders De Witt.

Frankrijk en Engeland hadden Nederland onderling al verdeeld. Volgens afspraak zouden de Engelsen Rotterdam en Amsterdam ‘krijgen’, maar tot hun ergernis lag die nieuwbakken stadhouder dwars.

Ondertussen zat Michiel de Ruyter op zijn beurt de Engels-Franse vloot dwars. Tijdens vier zeeslagen, bij Solebay, tweemaal bij Schooneveld en bij Kijkduin, wist hij de grotere vijandelijke vloot genoeg averij toe te brengen zodat ze Holland en Zeeland niet vanaf zee kon binnenvallen.

En dat, mijne dames en heren, is dus waarom Michiel de Ruyter een nationale held is.

Laatste reizen en dood

Zijn laatste reizen voerden hem nog naar Martinique, Spanje en Napels. Op 22 april 1676 nam De Ruyter het nog eens op tegen de Fransen in de Slag bij Agosta. De slag bleef onbeslist en aan beide zijden lieten honderden het leven. Michiel de Ruyter raakte zwaargewond, een kanonskogel verbrijzelde zijn rechterbeen en sloeg het voorste deel van zijn linkervoet weg. Zijn been werd geamputeerd, maar hij stierf enkele dagen laten toch aan boord van d’Eendraght. Zijn lichaam werd met kruiden en brandewijn gebalsemd en opgebaard in een loden kist. Zo werd hij naar Nederland teruggebracht, waar hij op 18 maart 1677 met groot ceremonieel werd bijgezet in een praalgraf in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Boven de ingang van de grafkelder staat “Intaminatis Fulget Honoribus” te lezen en dat is Latijn voor “Hij blinkt in onbezoedelde eer”, een citaat uit HoratiusOde III.2.

Die eer is zeker niet onbezoedeld, als eenentwintigste-eeuwers weten wij allemaal ook wel beter. Michiel de Ruyter heroverde Elamina en doodde walvissen. Of dat hem volledig van zijn voetstuk doet vallen? Nee. Betekent zijn heldenstatus dat Nederlanders van nu zich niet beseffen welke rol dit land gespeeld heeft in de slavernij of de ernst daarvan niet in wensen te zien? Nee. Het is niet voor niets afgeschaft en vandaag de dag wordt er ook tegen elke vorm van slavernij geijverd en dat is goed.

Suck it up.

2 gedachtes over “Ophef over Michiel de Ruyter

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s